<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR427278_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening Olst-Wijhe</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Olst-Wijhe</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Olst-Wijhe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-172111.html">Gemeenteblad 2016, 172111</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening Olst-Wijhe</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=212">Gemeentewet, art. 212</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-11-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-03</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsstuk 2016/61</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Financiële verordening Olst-Wijhe 2007</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële verordening Olst-Wijhe</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Olst-Wijhe;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 15 november 2016,
                        nr. 2016/61;</al><al/><al>gelet op artikel 212 van de Gemeentewet;</al><al/><al>besluit:</al><al/><al>vast te stellen de Financiële verordening Olst-Wijhe.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>* administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en
                            verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en
                            beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die
                            daarover moet worden afgelegd;</al><al>* team: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke
                            organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het
                            college;</al><al>* overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke
                            rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met
                            rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een
                            of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid
                            te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap,
                            waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Programma-indeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een
                                programma-indeling voor die raadsperiode vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van
                                het college de taakvelden per programma vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad stelt op voorstel van het college per programma de
                                beleidsindicatoren vast. Het voorstel van het college bevat ten
                                minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25,
                                tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording
                                provincies en gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke
                                onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen
                                van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden
                                geïnformeerd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de
                                programma’s, het overzicht van algemene dekkingsmiddelen en het
                                overzicht van de overhead de baten en lasten per taakveld
                                weergegeven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt
                                van de nieuwe investeringen per investering het benodigde
                                investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende
                                investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming
                                van de uitputting van het investeringskrediet in het lopende
                                boekjaar weergegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt
                                in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het
                                Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht
                                gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de
                                begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de
                                grondexploitatie. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de
                                geautoriseerde investerings-kredieten en de actuele raming van de
                                totale uitgaven en inkomsten weergegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt jaarlijks de raad een nota aan met een voorstel
                                voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het
                                volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze
                                nota voor 15 juli vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de begroting wordt een post onvoorzien ter hoogte van een bedrag
                                van € 40.000 opgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Autorisatie begroting en investeringskredieten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en
                                de lasten per programma.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan de raad een activiteit, welke
                                onderdeel is van een programma, als prioriteit aanwijzen en daarvoor
                                de baten en lasten apart autoriseren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe
                                investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor
                                autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige
                                nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het
                                vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad bedoeld in
                                artikel 6, lid 1, doet het college voorstellen voor het wijzigen van
                                de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de
                                geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het
                                beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doet
                                het college indien nodig ook bij iedere begroting op grond van
                                geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de
                                geautoriseerde investeringskredieten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het
                                vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college een
                                investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een
                                investeringskrediet aan de raad voor. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college informeert de raad door middel van twee tussentijdse
                                rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente van
                                het lopende boekjaar;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tussentijdse rapportages bevatten een uiteenzetting over de
                                uitvoering en het bijstellen van het beleid (het bestuurlijk
                                dashboard) en een overzicht met de bijgestelde raming van:</al><lijst><li nr="a."><al>de baten en lasten per programma;</al></li><li nr="b."><al>het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen;</al></li><li nr="c."><al>het totale saldo van de baten en lasten volgend uit de
                                        onderdelen a en b;</al></li><li nr="d."><al>de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per
                                        programma;</al></li><li nr="e."><al>het resultaat, volgend uit de onderdelen c en d;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De tweede tussentijdse rapportage in het lopende boekjaar bevat
                                daarnaast de realisatie en raming van de uitputting van de
                                investeringskredieten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de tussenrapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke
                                ramingen van de baten en lasten van taakvelden binnen de
                                programma’s, prioriteiten en investeringskredieten in de begroting
                                groter dan € 50.000 toegelicht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Informatieplicht</titel></kop><al>Het college besluit niet over:</al><lijst><li nr="a."><al>de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten groter dan €
                                    100.000, voor zover hierin in de door de raad geautoriseerde
                                    begroting en investeringskredieten niet is voorzien;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties en</al></li><li nr="c."><al>het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen,
                                </al></li></lijst><al>dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de
                            gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het
                            college te brengen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>EMU-saldo</titel></kop><al>Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het
                            collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel
                            3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben
                            overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de
                            begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het
                            college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college legt in een nota waardering en afschrijving van vaste
                                activa de regels vast, die zij hanteert voor de waardering en
                                afschrijving van vaste activa.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De nota behandelt ten minste:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de grondslagen voor activering en waardering van vaste activa;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de termijnen en methodieken voor afschrijvingen van vaste
                                activa;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het moment waarop de afschrijving van vaste activa aanvangt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college brengt de in lid 1 genoemde nota en het wijzigen er van
                                ter kennisname van de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><al>De voorziening voor oninbare vorderingen wordt gevormd op basis van een
                            analyse waarbij ouderdom van vorderingen en ervaringscijfers als
                            uitgangspunten worden gehanteerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><al>De vorming en besteding van reserves en voorzieningen wordt geregeld in
                            de nota reserves en voorzieningen, die ten minste eens in de vier jaar
                            aan de raad ter vaststelling wordt aangeboden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en
                                diensten van de gemeente, die worden geleverd aan overheidsbedrijven
                                en derden, wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij
                                de kostentoerekening worden naast de directe kosten de indirecte
                                kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door de
                                gemeente verleende diensten;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van
                                voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken
                                activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en voor
                                rioolheffing en afvalstoffenheffing de compensabele belasting over
                                de toegevoegde waarde (BTW) en de kosten van het
                                kwijtscheldingsbeleid;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de inzet van materiële activa worden naast directe kosten,
                                indirecte kosten en afschrijvingskosten, de rente voor de
                                financiering van het actief toegerekend. Deze rente is een
                                vergoeding voor de inzet van vreemd vermogen en van eigen vermogen.
                                De rentepercentages voor deze vergoeding worden bij de behandeling
                                van de begroting vastgesteld;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De overhead wordt aan de lokale lasten extracomptabel toegerekend op
                                basis van uurtarieven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Prijzen economische activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de levering van goederen, diensten of werken door de gemeente
                                aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie
                                met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale
                                kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek
                                belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten
                                afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek
                                belang van de levering van de desbetreffende goederen, diensten of
                                werken wordt gemotiveerd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan
                                overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale
                                kosten in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek
                                belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit,
                                waarin het publiek belang van de lening of de garantie wordt
                                gemotiveerd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan
                                overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding
                                van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte
                                middelen. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college
                                vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang
                                van de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld
                                in de vorige leden zijn niet nodig als minder dan de integrale
                                kostprijs in rekening wordt gebracht en sprake is van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken van
                                leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor zover deze
                                leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de
                                publieke taak door die andere overheid;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet
                                opgedragen publiekrechtelijke taak;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend
                                bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften
                                gelden;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een bevoordeling van sociale werkplaatsen;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>een bevoordeling van onderwijsinstellingen;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>een bevoordeling van publieke media-instellingen en</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de
                                staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en
                                daarmee verenigbaar is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en
                                prijzen</titel></kop><al>Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de
                            gemeentelijke tarieven voor de belastingen, de heffingen, de rechten, de
                            leges en - indien nodig tussentijds - voor de prijzen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen
                                de volgende kaders in acht:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan
                                één jaar worden ten minste twee prijsopgaven bij verschillende
                                financiële instellingen gevraagd; en</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld
                                in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale
                                overheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en
                                het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college
                                indien mogelijk zekerheden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Verbonden partijen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de
                                    paragraaf verbonden partijen de verplichte onderdelen op grond
                                    van artikel 15 van het Besluit begroting en verantwoording
                                    provincies en gemeenten op. </al></li><li nr="2."><al>Het college biedt de raad eens in de vier jaar een nota aan over
                                    de verbonden partijen. De raad steltdeze nota vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><al>Het college biedt de raad tenminste eens in de vier jaar een nota
                            grondbeleid aan. De raad stelt de nota vast. In de nota wordt aandacht
                            besteed aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de
                                    gemeente;</al></li><li nr="b."><al>te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;</al></li><li nr="c."><al>het verloop van de grondvoorraad;</al></li><li nr="d."><al>de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Financiële organisatie en financieel beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval
                            dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                                    gemeente als geheel en in de teams;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang
                                    van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden en
                                    contracten;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende
                                    budgetten en investeringskredieten en voor het maken van
                                    kostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al>het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking
                                    tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de
                                    maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid; </al></li><li nr="e."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                    doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in
                                    relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante
                                    wet- en regelgeving; en</al></li><li nr="f."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van
                                    de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de
                                    rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                    gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                    begroting en relevante wet- en regelgeving.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt zorgt voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                    eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de teams;
                                </al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden; </al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten; </al></li><li nr="d."><al>de interne regels voor taken en bevoegdheden, de
                                    verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening
                                    van de financieringsfunctie; </al></li><li nr="e."><al>de te maken afspraken met de teams over de te leveren
                                    prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
                                    frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten
                                    en uitputting van middelen; </al></li><li nr="f."><al>de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van baten
                                    en lasten aan de taakvelden;</al></li><li nr="g."><al>het beleid en de interne regels voor de inkoop en de
                                    aanbesteding van goederen, werken en diensten; </al></li><li nr="h."><al>het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de
                                    toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen;
                                    en</al></li><li nr="i."><al>het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik
                                    en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en
                                    eigendommen,</al></li></lijst><al>opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt
                            voldaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><al>Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de
                            jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a, van de
                            Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de
                            balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b, van de
                            Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van
                            de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de
                            beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot
                            herstel.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Intrekken oude verordening en overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Financiële verordening gemeente Olst-Wijhe 2007 wordt
                                ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                                jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het
                                begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in
                                werking treedt en op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en
                                bijbehorende stukken van het begrotingsjaar dat samenvalt met het
                                jaar waarin deze verordening in werking treedt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut die
                                voor 1 januari 2017 zijn gedaan, blijft de Financiële verordening
                                gemeente Olst-Wijhe 2007 van toepassing zoals deze gold op de dag
                                voor de inwerkingtreding van deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2017.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening
                                    Olst-Wijhe.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering d.d. 28 november
                            2016.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier</ondertekening><ondertekening>B.A. (Bart) Duursema</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter</ondertekening><ondertekening>A.G.J. (Ton) Strien</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>