<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/"><meta><owmskern><dcterms:identifier xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">42709_6</dcterms:identifier><dcterms:title xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">De Verordening op de raadscommissies 2008</dcterms:title><dcterms:language xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Delft</dcterms:creator><dcterms:modified xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">2016-01-20</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Gemeenteblad, 20 januari 2016, nr 6158</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">De Commissieverordening 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">2015-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/">De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-05-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>technische wijzigingen</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>De Verordening op de raadscommissies 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Delft,</al><al>Gelezen het voorstel van het Presidium van 8 oktober 2008 met betrekking tot
                        de nieuwe werkwijze van de raad en de commissies;</al><al>Overwegende dat het, gelet op het besluit van de raad van 10 juli 2008
                        inzake de nieuwe werkwijze van de raad en de commissies, noodzakelijk is een
                        nieuwe verordening op de raadscommissies vast te stellen ter vervanging van
                        de Verordening op de raadscommissies 2002;</al><al>Gelet op de artikelen 82 en 147 van de Gemeentewet;</al><al><vet>Besluit:</vet></al><lijst><li nr="I."><al>In te trekken de Verordening op de raadscommissies 2002.</al></li><li nr="II."><al>De Verordening op de raadscommissies 2008 vast te stellen, hetwelk
                                komt te luiden:</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>commissie: raadscommissie ex artikel 82 van de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>raad: gemeenteraad van Delft;</al></li><li nr="c."><al>lid: lid van een commissie;</al></li><li nr="d."><al>voorzitter: voorzitter van een commissie of diens vervanger;</al></li><li nr="e."><al>commissiegriffier: secretaris van een commissie of diens vervanger;
                            </al></li><li nr="f."><al>vergadering: vergadering van een commissie;</al></li><li nr="g."><al>college: college van Burgemeester en Wethouders van Delft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Instelling commissies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt de volgende commissies in:</al><lijst><li nr="a."><al>de commissie Sociaal Domein en Wonen;</al></li><li nr="b."><al>de commissie Economie, Financiën en Bestuur;</al></li><li nr="c."><al>de commissie Ruimte en Verkeer;</al></li><li nr="d."><al>de commissie Algemeen</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie Sociaal Domein en Wonen adviseert en overlegt over de
                            volgende onderwerpen: de drie decentralisaties; arbeid en inkomen;
                            integratie en inburgering, emancipatie; jeugd/jeugdzorg; onderwijs,
                            volksgezondheid en zorg; wonen (incl. studentenhuisvesting) ;
                            sport.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie Economie, Financiën en Bestuur adviseert en overleg over de
                            volgende onderwerpen: financiën; deelnemingen; dienstverlening; bestuur
                            (regio); (kennis) economie; toerisme; cultuur; binnenstad; veiligheid;
                            openbare orde en toezicht; bestuur (internationaal beleid);
                            regiegemeente; bestuur (interne bedrijfsvoering).</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie Ruimte en Verkeer adviseert en overlegt over de volgende
                            onderwerpen: ruimtelijke ordening; Spoorzone/Het Nieuwe Kantoor; verkeer
                            en vervoer; grondexploitatie/vastgoed; afvalbeleid; project
                            Delft-Zuidoost (incl. Technopolis); groen/duurzaamheid (incl. Delftse
                            Hout en Midden Delfland); beheer openbare ruimte; stedelijke
                            vernieuwing; project Nieuw Delft; project Harnaschpolder;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De commissie Algemeen overlegt en adviseert over de in het tweede tot en
                            met vierde lid genoemde onderwerpen in de perioden waarin geen reguliere
                            vergaderingen van de genoemde commissies plaatsvinden. Daarnaast kan een
                            commissie Algemeen gebruikt worden voor de bespreking van onderwerpen,
                            waarvoor geldt dat agendering is verzocht door één of maximaal 2
                            fractie(s).</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien een onderwerp meerdere commissies aangaat wordt dit behandeld in
                            de commissie die het onderwerp het meest aangaat, tenzij de voorzitters
                            van de betrokken commissies in overleg beslissen dat het onderwerp in
                            een gezamenlijke vergadering van de commissie zal worden behandeld.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien een gezamelijke vergadering wordt belegd, vervult de voorzitter
                            van de commissie die het onderwerp het meest aangaat, de taken van de
                            voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taak commissies</titel></kop><al>De commissies zijn belast met het voeren van overleg, en de voorbereiding
                        van de besluitvorming van de raad met betrekking tot de in artikel 2, tweede
                        tot en met zesde lid genoemde onderwerpen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstelling commissies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van een commissie en zijn plaatsvervanger worden door de
                            raad uit zijn midden benoemd. De voorzitter is belast met het leiden van
                            de vergadering en het handhaven van de orde.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>a. Elk benoemd raadslid en elk commissielid/niet-raadslid zoals bedoeld
                            in het derde lid, wordt geacht lid te zijn van alle in deze verordening
                            genoemde raadscommissies;</al><al>b. iedere fractie draagt per commissie maximaal vier woordvoerders voor,
                            zijnde raadsleden of commissieleden/niet-raadsleden, met inachtneming
                            van het bepaalde in het derde lid;</al><al>c. met inachtneming van het bepaalde in artikel 16 lid 4 wordt elke
                            fractie tijdens een commissievergadering vertegenwoordigd door maximaal
                            twee woordvoerders zoals bedoeld in lid 2b. Deze vertegenwoordiging kan
                            per onderwerp verschillen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elke in de raad vertegenwoordigende partij welke bij de laatst gehouden
                            gemeenteraadsverkiezingen was ingeschreven in het kiesregister kan
                            maximaal drie niet-raadsleden voordragen als lid van een commissie. Deze
                            commissieleden/niet-raadsleden dienen daarnaast tijdens de laatste
                            verkiezingen van de gemeenteraad geplaatst te zijn op de kandidatenlijst
                            van de politieke partij onder welke naam deze politieke partij ook in de
                            gemeenteraad zitting heeft genomen.</al><al>De artikelen 10 tot en met 15 van de Gemeentewet zijn van
                            overeenkomstige toepassing op een lid van een commissie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voorafgaand aan de voordracht van de commissieleden/niet-raadsleden
                            vindt onderzoek naar de geloofsbrieven plaats. Op dit onderzoek is het
                            bepaalde in artikel 6, eerste en tweede lid, van het Reglement van Orde
                            van de gemeenteraad van toepassing. Ten behoeve van dit onderzoek legt
                            het kandidaat commissielid/niet raadslid de daarvoor benodigde stukken
                            over aan de raad. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het vierde lid is niet van toepassing op een raadslid dat na ontslag
                            direct aansluitend verder gaat als commissielid/niet-raadslid, en
                            hij/zij nog steeds voldoet aan de wettelijke vereisten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Zittingsduur en vacatures</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zittingsperiode van een lid en de (plaatsvervangend) voorzitter
                            eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de
                            raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid, zijnde een niet-raadslid, houdt op lid te zijn van een
                            commissie indien:</al><lijst><li nr="-"><al>hij zijn ontslag als lid van de commissie schriftelijk kenbaar
                                    maakt aan de raad</al></li><li nr="-"><al>de raad hem ontslag verleent als lid van de commissie</al></li><li nr="-"><al>hij door zijn fractie wordt teruggetrokken als
                                    commissielid/niet-raadslid</al></li><li nr="-"><al>een commissie ophoudt te bestaan</al></li><li nr="-"><al>indien hij niet meer voldoet aan de in artikel 4, lid 5 gestelde
                                    eisen</al></li><li nr="-"><al>hij overlijdt</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De (plaatsvervangend) voorzitter of een raadslid kunnen te allen tijde
                            ontslag nemen door een schriftelijke mededeling aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Werkwijze commissies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissies houden procedurevergaderingen waarin wordt besloten over
                            de wijze waarop onderwerpen zullen worden behandeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissies houden overlegvergaderingen waarin onderwerpen inhoudelijk
                            worden behandeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Naast de procedure- en overlegvergaderingen hebben de commissies een
                            eigen programmering ter externe oriëntatie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een commissie is bevoegd:</al><lijst><li nr="a."><al>zich tot een lid van het college of de burgemeester te wenden
                                    ter verkrijging van alle stukken waarvan zij de kennisneming
                                    nodig acht.</al></li><li nr="b."><al>tot het houden van hoorzittingen of een rondetafelgesprek.</al></li><li nr="c."><al>tot het afleggen van werkbezoeken.</al></li><li nr="d."><al>externe deskundigen in te schakelen; indien hieraan kosten zijn
                                    verbonden geschiedt dit na toestemming van het presidium.</al></li><li nr="e."><al>het voeren van overleg met (leden van) het college.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Griffier en commissiegriffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter ondersteuning van iedere commissie fungeert een medewerker van de
                            griffie als commissiegriffier. Deze wordt door de griffier aangewezen.
                        </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissiegriffier is in iedere vergadering en bij elke overige
                            commissie-activiteit aanwezig.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Burgemeester, leden van het college en derden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie kan één of meer leden van het college dan wel de
                            burgemeester uitnodigen om in de vergadering aanwezig te zijn en aan de
                            beraadslagingen deel te nemen. Dit geschiedt door middel van een
                            aantekening bij het punt op de agenda zoals bedoeld in artikel 11. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van het college dan wel de burgemeester kunnen zich door
                            ambtenaren laten bijstaan. De voorzitter kan ambtenaren het woord
                            verlenen om inlichtingen te verstrekken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissies zijn bevoegd -steeds door tussenkomst van de
                            portefeuillehouder- ambtenaren uit te nodigen de vergaderingen bij te
                            wonen en van hen feitelijke inlichtingen, hun werkzaamheden betreffende,
                            te vragen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Al dan niet op verzoek van één of meer commissieleden kan de voorzitter
                            derden bij geagendeerde onderwerpen uitnodigen en hen het woord
                            verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissies vergaderen als regel volgens een door het presidium
                            jaarlijks vast te stellen vergaderschema. De vergaderingen vinden plaats
                            in het stadhuis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergaderingen van de commissies vangen aan om 20.00 uur en eindigen
                            uiterlijk om 24.00 uur, tenzij door de vergadering anders wordt beslist.
                            Na 24.00 uur wordt geen nieuw agendapunt meer in behandeling genomen,
                            tenzij de commissie anders bepaalt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De dinsdag vóór de raadsvergadering wordt benut voor de voortzetting van
                            geschorste vergaderingen, tenzij de commissie anders beslist. Op de
                            uitwijkavond kunnen meer commissies, tegelijkertijd of achtereenvolgend
                            vergaderen. Zonodig beslist het presidium over de volgorde.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een commissie vergadert voorts indien de voorzitter het nodig oordeelt
                            of indien tenminste twee fracties schriftelijk met opgaaf van redenen
                            daarom verzoeken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of aanvangsuur
                            bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tenminste zes dagen voor een vergadering wordt de oproep voor de
                            vergadering op de website van de gemeenteraad gepubliceerd, onder
                            vermelding van de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering. Bij
                            uitzondering kan de voorzitter, na overleg met het presidium, besluiten
                            deze termijn te bekorten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in
                            artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken,
                            worden tegelijkertijd met de oproep zoals genoemd in lid 1,
                            gepubliceerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat de oproep wordt gepubliceerd, stelt de voorzitter in overleg met
                            de commissiegriffier de agenda van de vergadering op.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt welke stukken schriftelijk aan de leden van de
                            commissie worden aangeboden en welke stukken via het Raads Informatie
                            Systeem ter beschikking worden gesteld, dan wel ter inzage worden
                            gelegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de commissie de agenda vast. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de commissie de volgorde
                            van behandeling van de agendapunten wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken en beschikbaarstelling via het Raads
                            Informatie Systeem</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aan de commissie gerichte stukken, welke niet aan de leden worden
                            toegezonden, worden voor hen ter inzage gelegd bij de commissiegriffier,
                            dan wel via het Raads Informatie Systeem ter beschikking gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien voor stukken op grond van de Gemeentewet geheimhouding is
                            opgelegd, worden deze stukken voorzien van het opschrift geheim en ter
                            inzage gelegd bij de griffier voor stukken die worden overgedragen aan
                            de raad en bij de gemeentesecretaris voor stukken die aan het college
                            blijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Informatievoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Iedereen kan zich kosteloos abonneren op de toezending van de agenda van
                            één of meer commissies. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergadering wordt tegelijkertijd met de oproep door aankondiging in
                            één of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huis bladen, in het gemeentelijk
                            informatieblad of op de voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke
                            wijze en door plaatsing op de internetsite van de gemeente, ter openbare
                            kennis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering;</al><lijst><li nr="b."><al>de onderwerpen op de agenda;</al></li><li nr="c."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de
                                    daarbij behorende stukken kan inzien;</al></li><li nr="d."><al>de mogelijkheid tot inspraak als bedoeld in artikel 14.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter inventariseert wie gebruik wenst te maken van het
                            spreekrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Per instelling/groepering is één spreker toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Per spreker is drie minuten spreektijd beschikbaar. De voorzitter kan
                            voorstellen dat dit wordt verlengd. Na het inspreken is een korte
                            vragenronde mogelijk.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter kan toestaan dat ook voor de aanvang van de tweede termijn
                            in de commissie een tweede inspreekronde plaatsvindt. De spreektijd is
                            dan twee minuten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Insprekers wordt verzocht zich tijdig bij de griffie aan te melden. Bij
                            het inspreken kan naar een legitimatiebewijs worden gevraagd.
                            Schriftelijke bijdragen kunnen vooraf worden ingediend bij de griffie.
                            De brieven worden behandeld als een ingekomen stuk en worden onder alle
                            leden van de commissie verspreid.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien er ingesproken wordt op een niet geagendeerd onderwerp, bespreekt
                            de commissie na de inspreker gehoord te hebben, op welke wijze de
                            commissie een vervolg geeft aan het onderwerp waarover is
                            ingesproken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Advisering door en vastlegging van de openbare vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissies brengen hun adviezen aan de raad schriftelijk uit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De conceptbesluitenlijst van een vergadering wordt binnen zes werkdagen
                            op het Raads Informatie Systeem beschikbaar gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het begin van een vergadering wordt de besluitenlijst van de vorige
                            vergadering vastgesteld. Degenen die aan de beraadslagingen deelnamen in
                            de vorige vergadering hebben het recht een voorstel tot wijziging van de
                            besluitenlijst aan de commissie te doen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De besluitenlijst moet inhouden:</al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter en de commissiegriffier; </al></li><li nr="b."><al>de namen van de leden van het college en de burgemeester, allen
                                    voorzover aanwezig;</al></li><li nr="c."><al>de namen van de aanwezige leden; </al></li><li nr="d."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;</al></li><li nr="e."><al>een samenvatting van het advies aan de raad of de
                                    conclusie;</al></li><li nr="f."><al>bij het desbetreffende agendapunt de namen van degenen die
                                    gebruik hebben gemaakt van het spreekrecht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De besluitenlijst wordt opgesteld onder de zorg van de
                            commissiegriffier.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Van de vergadering wordt een geluidsopname gemaakt. Deze geluidsopname
                            wordt ten minste één jaar bewaard. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beraadslaging over een agendapunt geschiedt in ten hoogste twee
                            termijnen, tenzij de voorzitter anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over
                            hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Per fractie neemt als regel één lid deel aan de beraadslagingen in een
                            vergadering over een onderwerp.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><al>De voorzitter en commissiegriffier doen per vergadering een voorstel aan de
                        commissie m.b.t. de spreektijd voor elke fractie, het college en eventuele
                        insprekers. De commissie kan gedurende een vergadering besluiten om de
                        spreektijd per fractie respectievelijk voor het college te verlengen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling een
                            voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                            betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de commissie terstond.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de commissie beslissen de
                            beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het
                            college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad.
                            De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken
                            is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze
                                    verordening te herinneren;</al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de
                                    spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal
                                    afronden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen
                            veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere
                            spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde
                            verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de
                            spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de
                            vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp
                            het woord ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een
                            door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde
                            opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter kan een commissie voorstellen aan een lid dat door zijn
                            gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf
                            in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet
                            beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering
                            onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling
                            van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de
                            toegang tot de vergadering worden ontzegd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke en ambtenarentribune,
                            is tijdens de vergadering het gebruik van mobiele communicatiemiddelen,
                            die inbreuk maken op de orde van de vergadering, zonder toestemming van
                            de voorzitter, niet toegestaan. De aanwezigen gedragen zich naar de
                            aanwijzingen van de voorzitter op dit punt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van
                            overeenkomstige toepassing voorzover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een voorstel tot besloten vergadering is gedaan, verzoekt de
                            voorzitter ambtenaren, pers en publiek de zaal te verlaten met
                            uitzondering van griffiemedewerkers en door de aanwezige
                            portefeuillhouder(s) aan te wijzen ambtenaren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor afloop van de besloten vergadering beslist de commissie
                            overeenkomstig artikel 86, Gemeentewet, of omtrent de inhoud van de
                            stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De commissie kan
                            besluiten de geheimhouding op te heffen </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De conceptbesluitenlijst van een besloten vergadering wordt, onder het
                            opleggen van geheimhouding als bedoeld in artikel 86 Gemeentewet, aan de
                            leden toegestuurd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De geheime conceptbesluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk ter
                            vaststelling geagendeerd in een openbare vergadering. Tijdens deze
                            vergadering neemt de commissie een beslissing over het al dan niet
                            openbaar maken van deze besluitenlijst. Indien een van de leden het
                            woord vraagt, wordt de vergadering besloten verklaard.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Uitgangspunten geheimhouding</titel></kop><al>Bij schending van geheimhouding besluit de burgemeester of hij namens de
                        gemeente aangifte doet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op
                            de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                            verstoren van de orde is verboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde van
                            de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die bij
                            herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten hoogste
                            drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel
                            beeldregistraties willen maken doen hiertoe voorafgaand aan de
                            vergadering een verzoek aan de aan de voorzitter en gedragen zich naar
                            zijn aanwijzingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Uitleg verordening</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de
                        toepassing van de verordening, beslist de commissie op voorstel van de
                        voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘De Commissieverordening
                        2008’.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 november 2008.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 oktober 2008.</al><al>mr. drs. G.A.A. Verkerk ,burgemeester.</al><al>R.H. van Luyk ,griffier.</al><al>Gewijzigd bij raadsbesluit van 16 oktober 2008.</al><al>Gewijzigd bij raadsbesluit van 27 november 2008.</al><al>Gewijzigd bij raadsbesluit van 22 april 2010.</al><al>Gewijzigd bij bij raadsbesluit van 13 juni 2013. Bekendgemaakt 24 juli
                        2013</al><al></al><al><cursief>Gewijzigd bij raadsbesluit van 5 juni 2014.</cursief></al><al><cursief>Laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 10 juli 2014.
                        Bekendgemaakt 1 augustus 2014.</cursief></al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting behorend bij de Verordening op de
                        raadscommissies 2008.</titel></kop><tussenkop>Toelichting artikel 2 (Instelling commissies)</tussenkop><al>lid 5:</al><al>Met ingang van 1 januari 2016 start de raad met de mogelijkheid van een
                    zogeheten "Delfts Uurtje", via de structuur van een commissie Algemeen.</al><al>Het Delfts Uurtje is met name bedoeld om de reguliere overlegvergaderingen te
                    ontlasten. Collegebrieven of andere onderwerpen waarvoor slechts door één of
                    maximaal twee fracties is verzocht om agendering, worden voortaan niet meer
                    geagendeerd voor een procedurevergadering, maar voor een zogeheten Delfts
                    Uurtje. Daarnaast kan het Delfts Uurtje gebruikt worden voor het bespreken van
                    actuele situaties in de stad waarover op dat moment nog geen brief of nota van
                    het college is verschenen en waarvoor een actuele motie in principe niet het
                    juiste instrument is.</al><al></al><al><cursief>Voor een Delfts Uurtje gelden bij de start vooralsnog de volgende
                        uitgangspunten:</cursief></al><lijst><li nr="1."><al><cursief> een commissie Algemeen, ter afhandeling van het zogeheten
                                Delfts Uurtje, wordt als regel belegd op de reserve-avond in de
                                maandelijkse vergadercyclus (zijnde de donderdagavond in de
                                2<sup>e</sup> commissieweek);</cursief></al></li><li nr="2."><al><cursief> deze commissie Algemeen begint om 19.30 uur en duurt tot
                                uiterlijk 20.40 uur en wordt als regel voorgezeten door de
                                voorzitter van het presidium;</cursief></al></li><li nr="3."><al><cursief> elke fractie krijgt een spreektijd van maximaal 5 minuten; het
                                college maximaal 15 minuten;</cursief></al></li><li nr="4."><al><cursief> voor het stellen van vragen over een bepaald actueel onderwerp
                                kan elke fractie drie minuten extra spreektijd krijgen. Het college
                                ontvangt 5 minuten extra spreektijd voor de beantwoording van de
                                vragen over het actuele onderwerp;</cursief></al></li><li nr="5."><al><cursief> bij het Delfts Uurtje kan er niet worden
                                ingesproken;</cursief></al></li></lijst><al></al><al><cursief>Agendering van onderwerpen kan verzocht worden door raadsleden en/of
                        commissieleden/niet-raadsleden en verloopt op één van de volgende
                        manieren:</cursief></al><al><cursief><onderstreept>A. via de lijst van ingekomen
                        stukken.</onderstreept></cursief></al><al><cursief>In situaties waarbij door slechts één of maximaal twee fracties wordt
                        verzocht om bespreking van een bepaald stuk, zal het behandeladvies worden
                        gewijzigd van “vka” naar “doorgeleiden naar het eerstvolgende Delfts
                        Uurtje”. </cursief></al><al><cursief>Stukken kunnen uiterlijk worden toegevoegd aan het Delfts Uurtje op de
                        dinsdag voor de donderdag van het Delfts Uurtje. </cursief></al><al></al><al><cursief><onderstreept>B. via de reguliere
                        procedurevergaderingen</onderstreept></cursief></al><al><cursief>De reguliere vakcommissies hebben de mogelijkheid om een bepaald
                        stuk/onderwerp alsnog door te geleiden naar een Delfts
                    Uurtje.</cursief></al><al></al><al></al><al><cursief><onderstreept>C. agendering van actuele
                        onderwerpen</onderstreept></cursief></al><al><cursief>Fracties kunnen tot uiterlijk dinsdag 12.00 uur in de week van het
                        Delfts uurtje een verzoek doen om over een bepaalde actuele situatie in de
                        stad het college te bevragen tijdens het Delfts Uurtje. Dit verzoek omvat
                        een korte omschrijving van het onderwerp en de vragen die een bepaalde
                        fractie hierover wil stellen.</cursief></al><al><cursief>De griffie informeert de raad en het college uiterlijk dinsdagmiddag
                        14.00 uur over een eventueel verzoek dat op deze manier is ingediend.
                    </cursief></al><al></al><al><cursief>Als uitgangspunt wordt geen maximum ingesteld aan het aantal te
                        bespreken onderwerpen in het Delfts Uurtje. Wel wordt als regel gehanteerd
                        dat er na 20.30 uur geen nieuw agendapunt meer wordt gestart. De eventuele
                        resterende niet besproken onderwerpen worden als schriftelijke vragen
                        doorgeleid naar het college. De volgorde van binnenkomst van verzoeken is
                        leidend voor de agendering in het Delfts Uurtje.</cursief></al><al></al><tussenkop>Toelichting artikel 3 (Taak commissies)</tussenkop><al>De taken van de commissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van de
                    Gemeentewet. De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot
                    uitdrukking in de taak advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp. De
                    commissie kan ook uit eigener beweging advies aan de raad uitbrengen, ook dit
                    advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de raad. </al><al>De raadscommissie bepaalt evenals de raad zijn eigen agenda. De agenda wordt
                    door de commissievoorzitter en commissiegriffier voorbereid. Daaronder vallen
                    ook de data voor de externe oriëntaties.</al><al></al><tussenkop>Toelichting artikel 4 (Samenstelling commissies)</tussenkop><al>Artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter van
                    een commissie raadslid moet zijn. De voorzitter treedt op als (technisch)
                    voorzitter die het primaire proces in goede banen leidt en de positie van de
                    commissie bewaakt. </al><al>Naast raadsleden kunnen zijn er ook commissieleden/niet-raadsleden. Deze
                    bepaling worden door fracties voordragen (maximaal 3 niet-raadsleden). Deze
                    leden moeten op de kandidatenlijst van een fractie hebben gestaan. </al><al>Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van
                    de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van
                    de leden die op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege.</al><al>Op grond van het vijfde lid moeten commissieleden, evenals raadsleden, voldoen
                    aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet.
                    Dit betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige
                    verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken, geen
                    functie als bedoeld in artikel 13 mogen vervullen en niet in strijd mogen
                    handelen met artikel 15 van de Gemeentewet. </al><al></al><tussenkop>Toelichting artikel 5 (Zittingsduur en vacatures)</tussenkop><al>De zittingsperiode van de leden zijnde niet-raadsleden en de (plaatsvervangend)
                    voorzitters is even lang als de zittingsperiode van de raadsleden, in principe
                    dus vier jaar. De benoeming eindigt derhalve na de periode van vier jaar van
                    rechtswege, de raad hoeft hen niet te ontslaan. </al><al>Op grond van het tweede lid eindigt het lidmaatschap van een commissie eveneens
                    in een aantal andere gevallen.</al><al></al><tussenkop>Toelichting artikel 6 (werkwijze commissies)</tussenkop><al>Er wordt onderscheid gemaakt tussen procedure- en overlegvergaderingen. </al><al>In de <cursief>procedurevergadering </cursief>wordt besloten over de wijze
                    waarop onderwerpen zullen worden behandeld. De commissiegriffier en
                    commissievoorzitter bereiden de procedurevergadering voor. </al><al>Via de digitaal doorlopende lijst kunnen stukken op de agenda van de
                    procedurevergadering terecht komen. Commissieleden kunnen ook ter vergadering
                    andere onderwerpen voor agendering of anderszins voordragen. Tevens kunnen in de
                    procedurevergaderingen brieven of notities over een bepaald onderwerp aan het
                    college worden gevraagd. Een dergelijk verzoek zal via de commissiegriffier
                    vervolgens worden uitgezet. </al><al>De leden van het college van B en W worden niet voor de procedurevergaderingen
                    uitgenodigd. De procedurevergaderingen zijn wel openbaar, een ieder kan derhalve
                    op de publieke tribune zitting nemen.</al><al>In de <cursief>overlegvergadering </cursief>worden onderwerpen met (leden van)
                    het college besproken. Via een aantekening op de agenda worden de desbetreffende
                    portefeuillehouders uitgenodigd aanwezig te zijn bij de behandeling van een
                    bepaald onderwerp. </al><al>Naast de vergaderingen kunnen commissies <cursief>externe oriëntaties
                    </cursief>houden. Dit kunnen bijvoorbeeld werkbezoeken, hoorzittingen, etc.
                    zijn. Elke commissie bepaalt hierin zijn eigen programmering. Deze externe
                    oriëntaties zijn net als commissievergaderingen in beginsel openbaar</al><al>Verder heeft de raad een aantal aanvullende procedurele spelregels vastgesteld
                    die niet in de verordening zijn opgenomen: </al><lijst><li nr="-"><al>Mededelingen van het college zijn geen formeel agendapunt op de
                            commissieagenda. Dit om geen onvoorbereide discussies te starten in een
                            commissievergadering. Mocht om praktische redenen een wethouder
                            verzoeken tóch een mededeling te doen aan het begin van de vergadering,
                            kan de voorzitter dit bij de vaststelling van de agenda aan de commissie
                            voorleggen. Het is voor een goede orde wenselijk belang dat de
                            portefeuillehouder vooraf bij de commissievoorzitter of – griffier meldt
                            dat hij/zij een mededeling wil doen.</al></li><li nr="-"><al>De rondvraag inde overlegvergadering wordt beperkt gebruikt.
                            Uitgangspunt is dat urgente zaken aan het begin van de
                            overlegvergadering aan de agenda kunnen worden toegevoegd. Minder
                            urgente zaken kunnen via de procedurevergadering worden
                            geagendeerd.</al></li><li nr="-"><al>Raadsvoorstellen met een ontwerpbesluit worden alleen gebruikt als er
                            een bevoegdheid is van de raad en er formele besluitvorming nodig is.
                            Overige voorstellen kunnen verder in de vorm van een brief, nota
                            notitie, actieprogramma etc. worden aangeboden zonder ontwerpbesluit.
                            Deze stukken behoeven niet per sé een raadsbehandeling, tenzij fracties
                            bv. moties willen indienen. Het is aan de commissievoorzitter om dat
                            vast te stellen aan het einde van het debat.</al></li><li nr="-"><al>In de wensen en bedenkingenprocedure wordt een stuk zonder
                            ontwerpbesluit door het college aan de raad aangeboden. Op basis van een
                            commissieadvies wordt dit stuk vervolgens door de raad afgedaan.</al></li></lijst><al></al><tussenkop>Toelichting artikel 9 (Vergaderfrequentie)</tussenkop><al>De commissies vinden plaats aan de hand van een jaarlijks door het presidium
                    vastgesteld vergaderschema. Een commissie vergadert vaker als de voorzitter het
                    nodig oordeelt of indien ten minste twee fracties hierom vragen. </al><al>Indien vergaderingen worden geschorst wordt zij in beginsel voortgezet op de
                    dinsdag voorafgaand aan de raadsvergadering. Op de uitwijkavond kunnen meer
                    commissievergaderingen, tegelijkertijd of achtereenvolgens, plaatsvinden. </al><al>Indien een commissie een hoorzitting, externe oriëntatie, etc. wil houden, kan
                    de voorzitter gebruik maken van het vijfde lid en een andere dag, aanvangsuur of
                    plaats bepalen.</al><al></al><tussenkop>Toelichting artikel 10 (Oproep)</tussenkop><al>De leden van een commissie ontvangen een oproep inclusief de agenda voor een
                    vergadering en de stukken een week voor de vergadering. Bij uitzondering kan de
                    voorzitter besluiten deze termijn te bekorten. </al><al></al><tussenkop>Toelichting artikel 11 (Agenda)</tussenkop><al>Voor het verzenden van de oproep, stelt de voorzitter van een commissie in
                    overleg met de commissiegriffier de agenda op. De commissie stelt deze bij het
                    begin van de vergadering vast. </al><al></al><tussenkop>Toelichting artikel 12 (Ter inzake leggen van stukken)</tussenkop><al>Naast de agenda en de daarbij behorende stukken, worden stukken die ter
                    toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, op de griffie
                    (voor de fracties) en op het Stadskantoor (voor een ieder) ter inzage gelegd.
                    Tevens worden zij op het Raads Informatie Systeem geplaatst. </al><al>Een uitzondering geldt voor de stukken die onder geheimhouding aan de commissie
                    zijn overgelegd. Stukken die geheim zijn en door het college niet aan de
                    commissie of raad zijn overgelegd, liggen ter inzage bij de gemeentesecretaris.
                    Geheime stukken die door het college wel aan de commissie of raad zijn
                    overgelegd, liggen ter inzage bij de desbetreffende commissiegriffier danwel de
                    griffier. Raadsleden en niet-raadsleden/commissieleden kunnen de geheime stukken
                    tijdens kantooruren of op afspraak inzien. Eventueel kan het inzien ook op het
                    stadhuis plaatsvinden. Hiervoor kan contact worden opgenomen met de
                    commissiegriffier. Er mogen vanzelfsprekend geen foto’s of aantekeningen gemaakt
                    worden van de stukken. De raadsleden worden op geheime stukken geattendeerd (via
                    DDL en mail) en kunnen zonodig aangeven bespreking te wensen. Dit kan naar
                    aanleiding van de doorlopende lijst of in een (zonodig besloten deel van de )
                    procedurevergadering worden aangegeven.</al><al></al><tussenkop>Toelichting artikel 15 (Advisering en verslaglegging)</tussenkop><al>Het schriftelijke advies aan de raad wordt door de commissiegriffier zo spoedig
                    mogelijk na een vergadering via de zogenoemde adviesbrief aan de raad kenbaar
                    gemaakt. In de adviesbrief is in ieder geval opgenomen welk advies de
                    afzonderlijke fracties hebben gegeven. Tevens worden de voor de raad relevante
                    toezeggingen, gedaan door (leden van) het college opgenomen. </al><al>In de adviesbrief wordt ook vermeld of het stuk als hamerstuk of als
                    bespreekpunt dient te worden geagendeerd. </al><al>Indien een fractie niet in een vergadering aanwezig kan zijn, kan deze zijn
                    stemadvies van te voren kenbaar maken aan de voorzitter. Hiervan wordt melding
                    gemaakt in de adviesbrief.</al><al>De conceptbesluitenlijst wordt tegelijkertijd met de schriftelijk oproep voor de
                    eerstvolgende vergadering aan de leden toegezonden. Alle deelnemers aan de
                    beraadslagingen hebben het recht een voorstel tot wijziging te doen. Een
                    voorstel tot wijziging kan tot het moment van vaststelling bij de
                    commissiegriffier worden ingediend. Het is aan de commissie om te beslissen of
                    een voorgestelde wijziging of aanvulling geaccepteerd wordt, aangezien de
                    commissie de besluitenlijst vaststelt. </al><al></al><tussenkop>Toelichting artikel 16 (Spreektermijnen)</tussenkop><al>De beraadslaging over een agendapunt zal niet twee termijnen hoeven duren. De
                    voorzitter kan per agendapunt bezien op welke wijze de beraadslaging het beste
                    tot zijn recht komt. Het stellen van vragen wordt overigens ook als een
                    spreektermijn beschouwd te worden. Een termijn wordt door de voorzitter
                    afgesloten. </al><al>Na afloop van het debat wordt bezien of het onderwerp doorgeleid kan worden naar
                    de raadsvergadering en welk advies de afzonderlijk fracties/partijen geven.
                    Uiteraard kan de commissie ook besluiten dat met een commissiebehandeling kan
                    worden volstaan, als geen formele besluitvorming nodig is.</al><al></al><tussenkop>Toelichting artikel 17 (Spreektijd)</tussenkop><al>De voorzitter is bevoegd de commissie voor te stellen om de spreektijd te
                    beperken. Het verzoek hiertoe kan ook door een commissielid worden gedaan.</al><al></al><tussenkop>Toelichting artikel 18 Voorstellen van orde)</tussenkop><al>Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen. De
                    beslissing of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de
                    betreffende commissie. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder
                    beraadslaging, besloten door de commissie. </al><al></al><tussenkop>Toelichting artikel 19 (Handhaving orde)</tussenkop><al>Het eerste lid verzekert dat leden van een commissie vrijelijk kunnen spreken.
                    Wel zijn uiteraard interrupties toegestaan. De voorzitter kan bij een overvloed
                    aan interrupties of in het belang van de voortgang van de beraadslagingen
                    bepalen dat een spreker zijn betoog zonder verdere interrupties afrondt. </al><al>Leden van commissies zijn niet in rechte te vervolgen, aan te spreken of
                    verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij in de vergadering zeggen of
                    schriftelijk overleggen. Dit geldt voor alle deelnemers aan de beraadslagingen,
                    dus ook derden.</al><al>Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de
                    voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige
                    onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de vergadering
                    schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, kan hij de vergadering
                    sluiten. In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en
                    hem uit de vergadering doen verwijderen. </al><al>Indien een lid blijft volharden in zijn gedrag kan hem de toegang tot de
                    vergadering voor ten hoogste drie maanden worden ontzegd. Het vierde lid is
                    sluit aan bij artikel 26, derde lid, van de Gemeentewet, die een dergelijke
                    regeling geeft ten aanzien van raadsleden.</al><al>Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed-
                    of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor
                    wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar
                    artikel 21 van deze verordening.</al><al></al><tussenkop>Toelichting artikel 20 (Besloten vergadering)</tussenkop><al>Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht
                    worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken en voorstellen
                    van orde. De bepalingen van deze verordening zijn echter niet van toepassing,
                    voorzover de toepassing van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter
                    van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties
                    voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. </al><al>De vergaderingen van de commissies vinden op basis van de Gemeentewet in de
                    regel in het openbaar plaats. Op verzoek van een vijfde van het aantal leden van
                    een commissie of de voorzitter kan de commissie beslissen om achter gesloten
                    deuren te vergaderen. Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijk
                    verslag opgemaakt, dat niet openbaar is tenzij de commissie anders beslist. Als
                    bijlage is een beslisschema bijgevoegd dat kan dienen bij een dergelijk
                    verzoek.</al><al>Niet alleen een commissie kan geheimhouding opleggen, ook de voorzitter van een
                    commissie, het college en de burgemeester kunnen geheimhouding aan een commissie
                    opleggen. </al><al>Overigens kan een commissie ook geheimhouding opleggen aan de raad of het
                    college ten aanzien van stukken die zij aan de raad of het college overlegt
                    (artikel 25, tweede lid, respectievelijk artikel 55, tweede lid, van de
                    Gemeentewet). </al><al>De geheimhouding geldt ten aanzien van een ieder die aanwezig is bij een
                    besloten vergadering of die kennis draagt van stukken ten aanzien waarvan
                    geheimhouding geldt. De geheimhouding geldt totdat het orgaan dat de
                    geheimhouding heeft opgelegd of de raad, haar opheft.</al><al></al><tussenkop>Toelichting artikel 21 (Uitgangspunten geheimhouding)</tussenkop><al>Bij schending van geheimhouding is het in eerste instantie aan de burgemeester
                    om te beoordelen of er aangifte gedaan moet worden. </al><al>De raad kan verder op basis van de eigen gedragscode een sanctie opleggen aan
                    een lid dat aantoonbaar de geheimhouding heeft geschonden. Daarbij kan worden
                    gedacht aan het onthouden van inzage in geheime stukken voor een bepaalde
                    tijd.</al><al></al><al>Ten aanzien van de werkwijze rond geheime informatie zijn de volgende
                    uitgangspunten vastgelegd:</al><al>- het college verklaart in het verkeer tussen college en raad zo min mogelijk
                    informatie geheim. Brieven worden niet gemengd met deels geheime informatie en
                    deels openbare informatie (waarbij dan het geheel geheim wordt verklaard). Als
                    er geheime informatie te delen is met de gemeenteraad dan wordt deze informatie
                    zoveel mogelijk in een geheime bijlage opgenomen. Dan kan het openbare
                    ‘hoofddocument’ gewoon op het RIS geplaatst worden;</al><al>- Er wordt standaard een horizonbepaling opgenomen. De geheimhouding vervalt dan
                    automatisch na verloop van tijd;</al><al>- Geheime informatie wordt zoveel mogelijk schriftelijk gedeeld met de raad. Dat
                    brengt de raadsleden in de positie om de geheimhouding te bekrachtigen in de
                    raad. In dat verband is het relevant dat twee dagen voor de raadsvergadering
                    geen geheime stukken meer in ontvangst worden genomen. Dit om er voor te zorgen
                    dat men daadwerkelijk kennis kan nemen van de informatie alvorens zich uit te
                    spreken over het bekrachtigen van de geheimhouding. In aanvulling op de
                    schriftelijke informatie kan zonodig een mondelinge toelichting door het college
                    worden gegeven;</al><al>- Geheime informatieve bijeenkomsten zijn een onderdeel van een</al><al>Commissievergadering. Soms is het wenselijk om een toelichting te krijgen op
                    geheime informatie. In die gevallen kan een commissievergadering belegd worden,
                    die weliswaar openbaar opent en sluit, maar voor het overige in beslotenheid
                    plaats kan vinden. Het is aan de commissie om te besluiten over geheime status
                    van (een deel van) het besprokene in het besloten deel van deze vergadering. Er
                    komt een (beperkte) geheime besluitenlijst met het onderwerp van de vergadering,
                    de aanwezigen, de inhoud op hoofdlijnen en de besluitvorming van de commissie
                    over het opleggen van de geheimhouding.</al><al></al><al></al><al></al><al></al><tussenkop>Toelichting artikel 22 (Toehoorders en pers)</tussenkop><al>Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de voorzitter
                    van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij
                    volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor commissies ontbreekt
                    een dergelijke bepaling in de Gemeentewet, het derde lid voorziet hierin.</al><al>Aangezien de vergaderingen van een commissie in principe openbaar zijn, kunnen
                    radio- en tv-stations geluids- en beeldregistraties maken. Zij dienen dit wel
                    vooraf aan de voorzitter te melden. Het maken van dergelijke registraties is
                    uiteraard niet toegestaan indien het een besloten vergadering betreft.</al><al>Het vijfde lid heeft betrekking op het mobiele telefoonverkeer. Het afgaan van
                    mobiele telefoons werkt verstorend tijdens de vergadering. Dit laat echter
                    onverlet, dat indien zwaarwegende redenen dit noodzakelijk maken, de voorzitter
                    aanwezigen toestemming kan geven hun mobiele telefoon wel stand-by te laten
                    staan.</al></nota-toelichting><bijlage><kop><label>BIJLAGE</label><nr>1</nr></kop><al><plaatje><illustratie formaat="jpeg" naam="Stroomschema" type="tekst" id="i4247"></illustratie></plaatje></al></bijlage></regeling></body></cvdr>