<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR426784_1</dcterms:identifier><dcterms:title>verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting            2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Súdwest-Fryslân</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Súdwest-Fryslân</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-159903.html">www.officielebekendmakingen.nl</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening precariobelasting 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=228">Artikel 228 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-11-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>geen.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Verordening precariobelasting 2017</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting
            2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Súdwest-Fryslân;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 27 september
                        2016;</al><al>b e s l u i t:</al><al>vast te stellen de</al><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting
                            2017</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al><cursief>dag:</cursief> een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur,
                        of een gedeelte daarvan;</al><al><cursief>jaar:</cursief> een kalenderjaar;</al><al><cursief>maand:</cursief> een kalendermaand;</al><al><cursief>vergunning:</cursief> een door het gemeentebestuur verleende en in
                        een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een
                        persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst
                        bestemde gemeentegrond mag hebben.</al><al><cursief>week:</cursief> een periode van zeven achtereenvolgende dagen;</al><al><cursief>zomerseizoen:</cursief> het aaneengesloten tijdvak tussen 1 april
                        en 1 november daaraanvolgend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake
                        van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst
                        bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de
                            voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                            gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp
                            of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                            gemeentegrond aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een
                            vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de
                            voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                            gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens
                            rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij
                            blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven
                            voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De precariobelasting bedraagt voor het hebben van een terras,
                                    per zomerseizoen, per vierkante meter (m<sup>2</sup>):</al><lijst><li nr="a."><al>op A-locatie € 24,65;</al></li><li nr="b."><al> op B-locatie € 16,40.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid onder a. bedoelde A-locaties zijn Bolsward, Heeg,
                            Hindeloopen, IJlst, Koudum, Makkum, Sneek, Stavoren, Workum en Woudsend.
                            Elke verder niet specifiek in dit lid genoemde locatie valt onder
                            B-locatie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de berekening van de in het eerste lid bedoelde belasting wordt
                            uitgegaan van de grootste buitenwerkse maten en wordt, indien meer dan
                            één voorwerp door eenzelfde belastingplichtige wordt gehouden en deze
                            naar maatschappelijke opvattingen bij elkaar horen, voor de berekening
                            van de belasting de tussenliggende ruimte mede in aanmerking genomen.
                            Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het
                            voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst
                            bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de
                            precariobelasting aangesloten bij de in die vergunning vastgestelde
                            maten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het
                            voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst
                            bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de
                            precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning,
                            tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode
                            heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het
                            hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de
                            openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de
                            periode waarvoor de vergunning is verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het
                            belastingtijdvak de in het zomerseizoen gelegen aaneengesloten periode
                            gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft
                            voorgedaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De precariobelasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De precariobelasting is verschuldigd bij de aanvang van het
                            belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de
                            belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt,
                            is de precariobelasting verschuldigd voor zoveel zevende gedeelten van
                            de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de
                            aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden in het
                            zomerseizoen overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt,
                            bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel zevende gedeelten van de
                            voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak,
                            na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden in het
                            zomerseizoen overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing
                            minder bedraagt dan € 10,-</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor belastingbedragen tot € 10,- vindt geen invordering plaats. Voor de
                            toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een
                            aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen precariobelasting of
                            andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
                            maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de
                            tweede termijn twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen
                            door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven
                            overeenkomstig de voorwaarden gesteld in het "Reglement voor de
                            automatische incasso van de gemeentelijke belastingen in de gemeente
                            Súdwest-Fryslân", dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke
                            maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van
                            de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet
                            is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand
                            later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de precariobelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De 'Verordening precariobelasting 2016' van 12 november 2015 wordt
                            ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang
                            van de heffing. Zij blijft van toepassing op de belastbare feiten die
                            zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening precariobelasting
                            2017.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 10 november 2016</al><al/></slotformulering><ondertekening>drs. H.H. Apotheker,</ondertekening><ondertekening>voorzitter</ondertekening><ondertekening>G.W. Stegenga,</ondertekening><ondertekening>griffier</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>