<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR426748_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van belastingen op Roerende woon- en bedrijfsruimtenbelasting 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zaanstad</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zaanstad</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2016, nr. 170147</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Roerende woon- en bedrijfsruimtenbelasting 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=221">Gemeentewet, art. 221</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">Gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-11-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2016/208801</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Belastingen, retributies en heffingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017. De verordening blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich voor de datum van intrekking hebben voorgedaan.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van belastingen op Roerende woon- en
                bedrijfsruimtenbelasting 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="17*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="83*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>ruimte:</al></entry><entry colname="col2"><al>een roerende woon- of bedrijfsruimte, welke duurzaam aan
                                            een plaats gebonden is en dient tot permanente bewoning
                                            of permanent gebruik;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>woonruimte:</al></entry><entry colname="col2"><al>een ruimte waarvan de vastgestelde waarde in hoofdzaak
                                            kan worden toegerekend aan delen van de ruimte die
                                            dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan
                                            woondoeleinden;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>bedrijfsruimte:</al></entry><entry colname="col2"><al>een ruimte die niet kan worden aangemerkt als
                                            woonruimte.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam 'Belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten' worden
                            terzake van binnen de gemeente gelegen ruimten twee directe belastingen
                            geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar een bedrijfsruimte al dan niet krachtens eigendom,
                                    bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar van een ruimte het genot heeft krachtens eigendom,
                                    bezit of beperkt recht. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een ruimte in gebruik
                                    is gegeven aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in
                                    gebruik heeft gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een ruimte voor volgtijdig
                                    gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die ruimte ter
                                    beschikking heeft gesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die een in het vorige lid, onder a bedoelde deel of een onder b
                            bedoelde ruimte ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting
                            als zodanig te verhalen op degene aan wie die ruimte of deel daarvan ter
                            beschikking is gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><al>Als een ruimte wordt aangemerkt: </al><lijst><li nr="1."><al>een binnen de gemeente gelegen ruimte;</al></li><li nr="2."><al>een gedeelte van een in het eerste lid bedoelde ruimte dat blijkens
                                zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden
                                gebruikt;</al></li><li nr="3."><al>een samenstel van twee of meer onder het eerste lid bedoelde ruimten
                                of in het tweede lid bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde
                                belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden
                                beoordeeld, bij elkaar behoren;</al></li><li nr="4."><al>het binnen de gemeente gelegen deel van een in het eerste lid
                                bedoelde ruimte, van een in het tweede lid bedoelde gedeelte daarvan
                                of van een in het derde lid bedoelde samenstel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De heffingsmaatstaf is de waarde die aan de ruimte dient te worden
                                toegekend indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen
                                worden overgedragen en de verkrijger de ruimte in de staat waarin
                                deze zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou
                                kunnen nemen.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                                bedrijfsruimte, met uitzondering van ruimten die zijn ingeschreven
                                in een van de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers
                                van beschermde monumenten, bepaald op de vervangingswaarde indien
                                dit leidt tot een hogere waarde dan die ingevolge het eerste lid. </al><al/><al>Bij de berekening van de vervangingswaarde wordt rekening gehouden
                                met:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en de bestemming van de ruimte;</al></li><li nr="b."><al>de sedert de stichting van de ruimte opgetreden technische
                                        enfunctionele veroudering waarbij de invloed van latere
                                        wijzigingen in aanmerking wordt genomen.</al><al/></li></lijst></li><li nr="3."><al> In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                                ruimte in aanbouw bepaald op de vervangingswaarde, bedoeld in het
                                tweede lid. Onder een ruimte in aanbouw wordt verstaan een roerende
                                zaak of gedeelte daarvan waarvoor een bouwvergunning in de zin van
                                de Woningwet is afgegeven en dat door bouw nog niet geschikt is voor
                                gebruik overeenkomstig de beoogde bestemming. </al></li><li nr="4."><al> In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                                woonruimte, die deel uitmaakt van een op de voet van de
                                Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de
                                voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit
                                Natuurschoonwet 1928, bepaald met inachtneming van een
                                vooronderstelde verplichting om het landgoed gedurende een tijdvak
                                van 25 jaren als zodanig in stand te houden en geen opgaand hout te
                                vellen anders dan volgens de regels van normaal bosbeheer
                                noodzakelijk of gebruikelijk is. Ruimten die dienstbaar zijn aan de
                                woonruimte worden geacht deel uit te maken van die woonruimte. </al></li><li nr="5."><al> Met betrekking tot een ruimte als bedoeld in artikel 3, aanhef en
                                onderdeel 4, wordt de waarde gesteld op een evenredig deel van de
                                waarde die dient te worden toegekend aan de gehele ruimte</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van de
                            heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, de waarde van:</al><lijst><li nr="a."><al> glasopstanden die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek
                                    of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat
                                    uit cultuurgrond die bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd ten
                                    behoeve van de land- of bosbouw. Onder cultuurgrond wordt mede
                                    begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden,
                                    die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van
                                    gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te
                                    gebruiken;</al></li><li nr="b."><al> ruimten die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare
                                    eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten
                                    van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van
                                    delen van zodanige ruimten die dienen als woning;</al></li><li nr="c."><al> ruimten ten behoeve van waterverdedigings- en
                                    waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen,
                                    instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen,
                                    een en ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die
                                    dienen als woning;</al></li><li nr="d."><al> ruimten die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander
                                    afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of
                                    diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, een en ander met
                                    uitzondering van delen van zodanige ruimten die dienen als
                                    woning;</al></li><li nr="e."><al> werktuigen die van een ruimte kunnen worden afgescheiden zonder
                                    dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt
                                    toegebracht en die niet op zichzelf als ruimten zijn aan te
                                    merken.</al></li><li nr="f."><al> bedrijfsruimten voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt
                                    voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van
                                    delen van zodanige bedrijfsruimten die bestemd zijn te worden
                                    gebruikt voor het geven van onderwijs;</al></li><li nr="g."><al> ruimten voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt ten
                                    behoeve van begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, een en
                                    ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die dienen
                                    als woning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Bij de toepassing van het eerste lid is het bepaalde bij of krachtens
                            de artikelen 4 of 6 van deze Verordening van overeenkomstige
                            toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De vrijstelling met betrekking tot de in het eerste lid, onder f,
                            bedoelde ruimte geldt niet voor de eigenarenbelasting voor zover de
                            gemeente van die ruimten niet het genot heeft krachtens eigendom, bezit
                            of beperkt recht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van de
                            heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten
                            de waarde van gedeelten van de bedrijfsruimte die in hoofdzaak tot
                            woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                            woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Waardepeildatum</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> De heffingsmaatstaf wordt bepaald naar de waarde die de ruimte op
                                de waardepeildatum heeft naar de staat waarin de ruimte op die datum
                                verkeert.</al></li><li nr="2."><al> De waardepeildatum ligt één jaar voor het begin van het
                                kalenderjaar waarvoor de waarde wordt bepaald:</al></li><li nr="3."><al>Indien een ruimte in het kalenderjaar voorafgaande aan het begin van
                                het kalenderjaar waarvoor de waarde wordt bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>opgaat in een andere ruimte dan wel in meer ruimten, of</al></li><li nr="b."><al>wijzigt als gevolg van hetzij bouw, verbouwing, verbetering,
                                        afbraak of vernietiging, hetzij verandering van bestemming,
                                        of</al></li><li nr="c."><al>een verandering in waarde ondergaat als gevolg van
                                        eenandere, specifiek voor de ruimte geldende,
                                        bijzondereomstandigheid,wordt, in afwijking van het eerste
                                        lid, de waarde bepaald naar de staat van die ruimte bij het
                                        begin van het kalenderjaar.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                                heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:</al></li></lijst><table><tgroup cols="6"><colspec colname="colA"/><colspec colname="col1" colwidth="10*"/><colspec colname="col2" colwidth="11*"/><colspec colname="col3" colwidth="53*"/><colspec colname="col4" colwidth="26*"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry colname="colA"><al/></entry><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>de gebruiksbelasting</al></entry><entry colname="col4"><al>0,2645%</al></entry></row><row><entry colname="colA"><al/></entry><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>de eigenarenbelasting</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="colA"><al/></entry><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>I.</al></entry><entry colname="col3"><al>voor woonruimten</al></entry><entry colname="col4"><al>0,1443%</al></entry></row><row><entry colname="colA"><al/></entry><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>II.</al></entry><entry colname="col3"><al>voor bedrijfsruimten</al></entry><entry colname="col4"><al>0,3327%</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="2."><al>Voor belastingaanslagen tot maximaal € 10 vindt geen invordering
                                plaats.</al></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een
                                aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen belastingen op
                                roerende woon- en bedrijfsruimte of andere heffingen aangemerkt als
                                één belastingbedrag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De aanslagen moeten betaald worden in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
                            maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, geldt, ingeval het
                            totaalbedrag van de aanslagen roerende ruimtenbelastingen meer bedraagt
                            dan € 2.500,--, dat dit bedrag moet worden betaald in één termijn welke
                            vervalt op de laatste dag van de maand volgende op die welke in de
                            dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, ingeval
                            machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaal bedrag van
                            de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen roerende ruimtenbelastingen
                            of andere gemeentelijke fiscale heffingen € 100,-- of meer doch minder
                            dan € 2.500,-- bedraagt, dat de aanslagen moeten worden betaald in 10
                            gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de 28<sup>e</sup> dag van
                            de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het
                            aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een
                            maand later. In geval van automatische incasso wordt een geheel of
                            gedeeltelijke vermindering van aanslagen verrekend met de nog
                            openstaande betaaltermijnen, te beginnen met de laatste termijn. Indien
                            bovengenoemde aanslagen in maart of later in het belastingjaar worden
                            opgelegd, is het aantal betaaltermijnen gelijk aan de nog in het
                            desbetreffende belastingjaar overblijvende volle maanden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het derde lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt
                            geacht niet te zijn verleend indien twee van de tien termijnen niet zijn
                            betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de
                            belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen één maand na
                            afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan gelden de betaaltermijnen als
                            bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de vorige leden
                            gestelde termijnen</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Nadere regels door het college</titel></kop><al>Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de
                        invordering van de roerende woon- en bedrijfsruimtenbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ‘Verordening Roerende Woon- en Bedrijfsruimtenbelasting 2016’,
                            vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 12 november 2015, wordt
                            ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang
                            van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft, op de
                            belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van
                            de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening Roerende woon- en
                            bedrijfsruimtenbelasting 2017’.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Bekendmaking</titel></kop><al>Deze verordening zal worden bekendgemaakt door het plaatsen van de
                        verordening in het Gemeenteblad zoals dat is opgenomen in de
                        Gemeenschappelijke Voorziening Officiële Publicaties (GVOP) en zoals dat
                        voor een ieder kosteloos ter inzage ligt in het gemeentehuis. Daarnaast zal
                        de tekst van de verordening worden geplaatst op de website van de
                        overheid.</al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Ondertekening</ondertekening><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 10 november 2016, </ondertekening><ondertekening>voorzitter, raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>