<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR426612_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van Onroerende-zaakbelastingen 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zaanstad</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zaanstad</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2016, nr. 170152</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Onroerende zaakbelastingen 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220 t/m 220h">Gemeentewet, art. 220 tot en met 220h</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">Gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-11-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2016/208782</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Belastingen, retributies en heffingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van Onroerende-zaakbelastingen
                2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam "onroerende-zaakbelasting" worden ter zake van binnen
                                de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen
                                geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die – naar de
                                        omstandigheden</al><al> beoordeeld - bij het begin van het kalenderjaar een
                                        onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al
                                        dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of
                                        persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen:
                                        gebruikersbelasting;</al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                        kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft
                                        krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak
                                        in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene
                                        die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel
                                        in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de belasting als
                                        zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is
                                        gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
                                        volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die de
                                        onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de
                                        onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de
                                        belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak
                                        ter beschikking is gesteld.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende
                                krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij
                                het begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale
                                registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen
                                genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                            hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die
                            op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is
                            vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend
                            aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig
                            dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf van heffing en waardepeildatum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                            waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde
                            voor het kalenderjaar bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld
                            op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt
                            de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige
                            toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18, en 20,
                            tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De waardepeildatum is 1 januari 2016.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                        heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is
                        geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde
                        van:</al><lijst><li nr="1."><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig
                                        geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open
                                        grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die
                                        bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van
                                        gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te
                                        gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de
                                        kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond
                                        daarvan bestaat uit de in onderdeel a. bedoelde grond;</al></li><li nr="c."><al>onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de
                                        openbare eredienst of voor het houden van openbare
                                        bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en
                                        ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende
                                        zaken die dienen als woning;</al></li><li nr="d."><al>één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de
                                        voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat
                                        voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het
                                        Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering
                                        van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen (Staatsblad
                                        1989, nr. 252);</al></li><li nr="e."><al>natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen,
                                        heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die
                                        door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke
                                        zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van
                                        natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden;</al></li><li nr="f."><al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer
                                        per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken;</al></li><li nr="g."><al>waterverdediging- en waterbeheersingswerken die worden
                                        beheerd door organen, instellingen of diensten van
                                        publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de
                                        delen van zodanige werken die dienen als woning;</al></li><li nr="h."><al>werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en
                                        ander afvalwater en die worden beheerd door organen,
                                        instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                        rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige
                                        werken die dienen als woning;</al></li><li nr="i."><al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden
                                        afgescheide zonder dat beschadiging van betekenis aan die
                                        werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als
                                        gebouwde eigendommen zijn aan te merken;</al></li><li nr="j."><al>onroerende zaken, die in hoofdzaak worden gebruikt voor de
                                        publieke dienst van de gemeente met uitzondering van
                                        zodanige onroerende zaken die bestemd zijn te worden
                                        gebruikt voor het geven van onderwijs;</al></li><li nr="k."><al>straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde
                                        eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst
                                        ten gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste
                                        van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals
                                        lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten,
                                        fonteinen, banken, abri's, hekken en palen;</al></li><li nr="l."><al>plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in
                                        beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens
                                        eigendom, bezit of beperkt recht;</al></li><li nr="m."><al>begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, een en ander met
                                        uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die
                                        dienen als woning;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel j van het eerste
                                lid bedoelde onroerende zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet
                                voor zover de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens
                                eigendom, bezit of beperkt recht.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                                heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking
                                gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in
                                hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                                woondoeleinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                                heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:</al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="6*"/><colspec colname="col3" colwidth="7*"/><colspec colname="col4" colwidth="69*"/><colspec colname="col5" colwidth="15*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>de gebruikersbelasting</al></entry><entry colname="col5"><al>0,2645%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3" nameend="col4" namest="col3"><al>de eigenarenbelasting</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>I.</al></entry><entry colname="col4"><al>voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot
                                                  woning dienen</al></entry><entry colname="col5"><al>0,1443%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>II.</al></entry><entry colname="col4"><al>voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot
                                                  woning dienen</al></entry><entry colname="col5"><al>0,3327%</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li><li nr="2."><al>Voor belastingbedragen tot maximaal € 10 vindt geen invordering
                                plaats.</al></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op
                                een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen onroerende
                                zaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als één
                                belastingbedrag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De onroerende zaakbelastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De aanslagen moeten betaald worden in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
                            maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, geldt, ingeval het
                            totaalbedrag van de aanslagen onroerende zaakbelastingen meer bedraagt
                            dan € 2.500,--, dat dit bedrag moet worden betaald in één termijn welke
                            vervalt op de laatste dag van de maand volgende op die welke in de
                            dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, ingeval
                            machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaal bedrag van
                            de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen onroerende- zaakbelastingen
                            of andere gemeentelijke fiscale heffingen € 100,-- of meer doch minder
                            dan € 2.500,-- bedraagt, dat de aanslagen moeten worden betaald in 10
                            gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de 28<sup>e</sup>dag van
                            de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet
                            is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. In
                            geval van automatische incasso wordt een geheel of gedeeltelijke
                            vermindering van aanslagen verrekend met de nog openstaande
                            betaaltermijnen, te beginnen met de laatste termijn. Indien
                            bovengenoemde aanslagen in maart of later in het belastingjaar worden
                            opgelegd, is het aantal betaaltermijnen gelijk aan de nog in het
                            desbetreffende belastingjaar overblijvende volle maanden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het derde lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt
                            geacht niet te zijn verleend indien twee van de tien termijnen niet zijn
                            betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de
                            belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen één maand na
                            afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan gelden de betaaltermijnen als
                            bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de vorige
                            leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de
                        invordering van de onroerende-zaakbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De Verordening Onroerende zaakbelastingen 2016, zoals vastgesteld bij
                            raadsbesluit van 12 november 2015, wordt ingetrokken met ingang van de
                            in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien
                            verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich
                            voor die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die
                            van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening
                            Onroerende-zaakbelastingen 2017’.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Bekendmaking</titel></kop><al>Deze verordening zal worden bekendgemaakt door het plaatsen van de
                        verordening in het Gemeenteblad zoals dat is opgenomen in de
                        Gemeenschappelijke Voorziening Officiële Publicaties (GVOP) en zoals dat
                        voor een ieder kosteloos ter inzage ligt in het gemeentehuis. Daarnaast zal
                        de tekst van de verordening worden geplaatst op de website van de
                        overheid.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 10 november 2016,</ondertekening><ondertekening>voorzitter, raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>