<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR426476_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Stichtse Vecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Stichtse Vecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 22-12-2016, 174069</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening precariobelasting 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/2016-07-01#TiteldeelIV_HoofdstukXV_Paragraaf3_Artikel228">Artikel 228 van de Gemeentewet.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-12-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>SV201M</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2016, zoals vastgesteld op 16 december 2015 door de raad van Stichtse Vecht.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening precariobelasting 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Stichtse Vecht,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 november
                        2016;</al><al>gehoord de commissie bestuur en financiën van 6 december 2016;</al><al>gelet op artikel 228 van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>besluit</vet></al><al>vast te stellen de </al><al><vet>Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting
                            2017</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>dag : een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een
                                    gedeelte daarvan;</al></li><li nr="b."><al>week : een periode van zeven achtereenvolgende dagen;</al></li><li nr="c."><al>maand : een kalendermaand;</al></li><li nr="d."><al>kwartaal : een kalenderkwartaal</al></li><li nr="e."><al>jaar : een kalenderjaar</al></li><li nr="f."><al>vergunning : een door het gemeentebestuur verleende en in een
                                    gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan
                                    een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de
                                    openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter
                            zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare
                            dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en
                            de daarbij behorende tarieventabel. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de
                                voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                                gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat
                                voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare
                                dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente
                                een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de
                                voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                                gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens
                                rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid,
                                tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op
                                of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben
                            van:</al><lijst><li nr="a."><al>voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de
                                    voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het
                                    voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond
                                    van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet,
                                    dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen
                                    vastgelegd in een contract;</al></li><li nr="b."><al>voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens
                                    eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van
                                    voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde;</al></li><li nr="c."><al>voorwerpen of werken van een plaatselijke non-profitinstelling
                                    welke zich blijkens haar statuten de uitoefening ten doel stelt
                                    van activiteiten van maatschappelijke, sociale of culturele aard
                                    en waarbij de activiteiten in hoofdzaak door vrijwilligers
                                    worden verricht;</al></li><li nr="d."><al>een mobiele onderzoeksunit die wordt gebruikt voor het doen van
                                    bevolkingsonderzoek als bedoeld in artikel 1, onder c, van de
                                    Wet op het bevolkingsonderzoek, voor welk onderzoek op grond van
                                    die wet vergunning is verleend, gedurende dat gebruik.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven
                            opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met
                            inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Berekening van de precariobelasting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot
                                een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een
                                gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de
                                precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale
                                projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld
                                op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het
                                voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van
                                het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare
                                dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de
                                precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die
                                vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een
                                kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op
                                ontheffing, waarbij het vijfde lid van overeenkomstige toepassing
                                is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor
                                verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de
                                precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest
                                voordelige wijze.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening
                                van de precariobelasting:</al><lijst><li nr="a."><al>indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een
                                        weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte
                                        van een week gelijkgesteld met een week;</al></li><li nr="b."><al>indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een
                                        maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een
                                        gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief,
                                weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een
                                langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand
                                omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand
                                van het belastingtijdvak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor
                                het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor
                                de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak
                                de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande
                                dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de
                                vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het
                                belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten
                                periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft
                                voorgedaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De precariobelasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid wordt de voor een dag verschuldigde
                                precariobelasting geheven door middel van een mondelinge
                                kennisgeving, dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop
                                het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt
                                mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de
                                schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige
                                bekendgemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de
                                precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het
                                belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de
                                belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de gevallen bedoeld in artikel 7, tweede lid, is de
                                precariobelasting verschuldigd bij het einde van het
                                belastingtijdvak.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
                                aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting
                                verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak
                                verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de
                                belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
                                eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven
                                geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor
                                dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak,
                                na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder
                                bedraagt dan € 5,-.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Belastingbedragen van minder dan € 5,- worden niet geheven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanslagen moeten worden betaald binnen twee maanden na de
                                dagtekening van het aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moet de precariobelasting worden betaald ingeval de kennisgeving
                                bedoeld in artikel 8, tweede lid:</al><lijst><li nr="a."><al>mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de
                                        kennisgeving;</al></li><li nr="b."><al>schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken
                                        van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending ervan,
                                        binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding
                            verleend. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de precariobelasting.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De ‘Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2016’
                            van 16 december 2015, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14,
                            tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande
                            dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                            datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening precariobelasting
                            2017’.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>20 december 2016</ondertekening><ondertekening>Griffier Voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>