<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR426448_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Stichtse Vecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Stichtse Vecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 22-12-2016, 174017</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening watertoeristenbelasting 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/2016-07-01#TiteldeelIV_HoofdstukXV_Paragraaf3_Artikel224">Artikel 224 van de Gemeentewet.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-12-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>SV201F</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2016, zoals vastgesteld op 16 december 2015 door de raad van Stichtse Vecht.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening watertoeristenbelasting 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Stichtse Vecht,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 november
                        2016;</al><al>gehoord de commissie bestuur en financiën van 6 december 2016; </al><al>gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>besluit</vet></al><al>vast te stellen de </al><al><vet>Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting
                            2017</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>vaartuig : een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor
                                    vakantie- of andere recreatieve doeleinden;</al></li><li nr="b."><al>lengte : de lengte over alles;</al></li><li nr="c."><al>oppervlakte : het product van de grootste lengte vermenigvuldigd
                                    met de grootste breedte;</al></li><li nr="d."><al>vaste ligplaats : een ligplaats die naar plaatselijk gebruik,
                                    zulks ter beoordeling van het college van burgemeester en
                                    wethouders, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker
                                    leggen van een vaartuig en die ter beschikking wordt gesteld
                                    voor eenzelfde vaartuig gedurende een seizoen;</al></li><li nr="e."><al>etmaal : een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om
                                    21.00 uur;</al></li><li nr="f."><al>maand : een aaneengesloten tijdvak van 30 etmalen;</al></li><li nr="g."><al>seizoen : het tijdvak van 1 april tot 1 oktober;</al></li><li nr="h."><al>schipper : de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze
                                    vervangt.</al></li><li nr="i."><al>particulier : een natuurlijk persoon die buiten de uitoefening
                                    van een bedrijf of beroep gelegenheid biedt tot verblijf;</al></li><li nr="j."><al>particulier verhuurde ligplaats of vaartuig : een ligplaats die
                                    of vaartuig dat door een particulier ter beschikking wordt
                                    gesteld voor het houden van verblijf tegen een vergoeding in
                                    welke vorm dan ook.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam 'watertoeristenbelasting' wordt een directe belasting
                            geheven voor het houden van verblijf op vaartuigen die aanwezig zijn in
                            wateren binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook,
                            door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de
                            basisregistratie personen zijn ingeschreven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als
                                bedoeld in artikel 2 door het ter beschikking stellen van
                                ligplaatsen of vaartuigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te
                                verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot
                                verblijf, is belastingplichtig:</al><lijst><li nr="-"><al>de schipper,</al></li><li nr="-"><al>de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig, of</al></li><li nr="-"><al>degene die werkelijk verblijf houdt aan boord van een
                                        dergelijk vaartuig.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:</al><lijst><li nr="1."><al>door degenen die verblijf houden aan boord van:</al><lijst><li nr="a."><al>een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot
                                            verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen,
                                            van hulpbehoevenden of van bejaarden;</al></li><li nr="b."><al>kano's, roei- en volgboten tot een lengte van 4
                                            meter;</al></li><li nr="c."><al>een vaartuig dat tijdelijk uit hoofde van zijn of haar
                                            beroep werkzaamheden verricht;</al></li><li nr="d."><al>een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid
                                            in het gemeentelijke watergebied bevindt;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op
                                    de heffing en invordering van toeristenbelasting;</al></li><li nr="3."><al>van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van
                                    de Vreemdelingenwet 2000 , die rechtmatig in Nederland verblijft
                                    in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde
                                    wet , en voor zover deze persoon verblijf houdt in een
                                    gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder
                                    verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang
                                    Asielzoekers.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven naar het aantal etmalen dat verblijf is
                                gehouden in belastingtijdvak.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt een gedeelte van een
                                etmaal voor een vol etmaal gerekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid wordt voor het houden van verblijf
                                aan vaste ligplaatsen, als bedoeld in artikel 3, eerste lid van deze
                                verordening, de belasting geheven naar het oppervlakte van het
                                vaartuig en de duur - maand of seizoen - van het gebruik van de
                                ligplaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de toepassing van het derde lid wordt een gedeelte van een
                                vierkante meter (m2) naar beneden afgerond op een volle vierkante
                                meter (m2).</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het derde lid wordt op een door belastingplichtige
                                bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing vastgesteld
                                op basis van de maatstaf van het eerste lid indien blijkt dat dit
                                tot een lager belastingbedrag leidt dan op basis van het derde lid
                                zou worden geheven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het tarief voor de belasting als berekend op basis van artikel
                                    5, eerste lid van deze verordening bedraagt per persoon, per
                                    overnachting € 1,35.</al></li><li nr="2."><al>Het tarief voor de belasting als berekend op basis van artikel
                                    5, derde lid van deze verordening bedraagt <onderstreept>per
                                        seizoen</onderstreept><onderstreept>;</onderstreept></al></li></lijst><al>a.voor een vaartuig met een oppervlakte van <onderstreept>minder dan
                                </onderstreept><onderstreept>zestien
                                (</onderstreept><onderstreept>16</onderstreept><onderstreept>)</onderstreept><onderstreept>
                                vierkante meter</onderstreept> (m²) € 24,40.</al><al>b.voor een vaartuig met een oppervlakte van <onderstreept>tenminste
                                </onderstreept><onderstreept>zestien
                                (</onderstreept><onderstreept>16</onderstreept><onderstreept>)</onderstreept><onderstreept>
                                vierkante meter</onderstreept> (m²), <onderstreept>maar minder dan
                                </onderstreept><onderstreept>zesentwintig
                                (</onderstreept><onderstreept>26</onderstreept><onderstreept>)</onderstreept><onderstreept>
                                vierkante meter</onderstreept> (m²) € 68,80.</al><al>c.voor een vaartuig met een oppervlakte van <onderstreept>tenminste
                                </onderstreept><onderstreept>zesentwintig
                                (</onderstreept><onderstreept>26</onderstreept><onderstreept>)</onderstreept><onderstreept>
                                vierkante meter</onderstreept> (m²) € 109,90.</al><al>3.Het tarief voor de belasting als berekend op basis van artikel 5,
                            derde lid van deze verordening bedraagt <onderstreept>per
                                maand</onderstreept>;</al><al>a.voor een vaartuig met een oppervlakte van <onderstreept>minder dan
                                </onderstreept><onderstreept>zestien
                                (</onderstreept><onderstreept>16</onderstreept><onderstreept>)</onderstreept><onderstreept>
                                vierkante meter</onderstreept> (m²) € 4,85.</al><al>b.voor een vaartuig met een oppervlakte van <onderstreept>tenminste
                                </onderstreept><onderstreept>zestien
                                (</onderstreept><onderstreept>16</onderstreept><onderstreept>)</onderstreept><onderstreept>
                                vierkante meter</onderstreept> (m²), <onderstreept>maar minder dan
                                </onderstreept><onderstreept>zesentwintig
                                (</onderstreept><onderstreept>26</onderstreept><onderstreept>)</onderstreept><onderstreept>
                                vierkante meter</onderstreept> (m²) € 13,60.</al><al>c.voor een vaartuig met een oppervlakte van <onderstreept>tenminste
                                </onderstreept><onderstreept>zesentwintig
                                (</onderstreept><onderstreept>26</onderstreept><onderstreept>)</onderstreept><onderstreept>
                                vierkante meter</onderstreept> (m²) € 21,65.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><al>Het belastingtijdvak is gelijk aan het seizoen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van belastingheffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting welke is ontstaan ingevolge artikel 3, eerste lid, wordt
                            bij wege van aanslag geheven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In alle overige gevallen wordt de belasting geheven door middel van
                            nota of andere schriftuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Voorlopige aanslag</titel></kop><al>Na aanvang van het belastingtijdvak, doch niet voor 1 mei, kan aan de
                            belastingplichtige een voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten
                            hoogste 75% van het bedrag waarop de aanslag over het tijdvak
                            vermoedelijk zal worden vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Aanslaggrens</titel></kop><al>Geen belastingaanslag wordt opgelegd indien het aantal etmalen dat
                            gelegenheid tot verblijf is of wordt gegeven, gedurende het
                            belastingtijdvak minder dan tien zal of heeft belopen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990,
                                moeten de aanslagen worden betaald binnen twee maanden na
                                dagtekening van de aanslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De door middel van nota of andere schriftuur geheven belasting is
                                verschuldigd op het tijdstip waarop de vergoeding ter zake van het
                                verblijf van het vaartuig wordt bepaald, of indien dat tijdstip
                                eerder valt, op het tijdstip waarop het in het in artikel 2 bedoelde
                                verblijf van het vaartuig wordt beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Aanmeldingsplicht</titel></kop><al>De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden,
                            voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze
                            verordening gelegenheid tot verblijf verschaft, zulks schriftelijk te
                            melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen
                            gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en
                            d, van de Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Aangifteplicht</titel></kop><al>De belastingplichtige die niet binnen een maand na afloop van het
                            belastingjaar is uitgenodigd tot hetdoen van aangifte of aan wie
                            niet binnen een maand na afloop van het belastingjaar een aanslag is
                            opgelegd, is gehouden binnen veertien dagen na afloop van die maand bij
                            het college van burgemeester en wethouders een verzoek in te dienen om
                            te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Administratieve verplichtingen en verblijfregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belastingplichtige is gehouden een administratie bij te houden ter
                                zake van het verblijf, waartoe belastingplichtige gelegenheid biedt,
                                dan wel heeft geboden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeente verstrekt ten aanzien van de in het eerste lid genoemde
                                administratie kosteloos een standaard verblijfregister.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Belastingplichtige mag gebruik maken van een andere administratie of
                                administratievorm dan het in het tweede lid genoemde
                                nachtverblijfregister, indien deze administratie of
                                administratievorm tenminste gelijkduidende gegevens bevat en een
                                administratieve controle op de verblijfsadministratie mogelijk
                                maakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de watertoeristenbelasting wordt geen
                            kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de
                            watertoeristenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De ‘Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting
                            2016’ van 16 december 2015, wordt ingetrokken met ingang van de in
                            artikel 18, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met
                            dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die
                            zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: ’Verordening
                            watertoeristenbelasting 2017’. </al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>20 december 2016</ondertekening><ondertekening>Griffier Voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>