<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR426442_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Stichtse Vecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Stichtse Vecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 22-12-2016, 174014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening hondenbelasting 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/2016-07-01#TiteldeelIV_HoofdstukXV_Paragraaf3_Artikel226">Artikel 226 van de Gemeentewet.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-12-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeloing</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>SV201E</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2016, zoals vastgesteld op 16 december 2015 door de raad van Stichtse Vecht.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening hondenbelasting 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Stichtse Vecht,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 november
                        2016;</al><al>gehoord de commissie bestuur en financiën van 6 december 2016;</al><al>gelet op artikel 226 van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>besluit</vet></al><al>vast te stellen de </al><al><vet>Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting
                            2017</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam 'hondenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor
                            het houden van een hond binnen de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belastingplichtig is de houder van een hond.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een
                                hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder
                                is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt
                                aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel
                                231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde
                                gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie
                                gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring
                                houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan
                                door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als
                                inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van
                                het Besluit houders van dieren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting wordt niet geheven voor honden:</al><lijst><li nr="a."><al>die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in
                                        hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden
                                        gehouden;</al></li><li nr="b."><al>die zijn opgeleid tot en dienen als gehandicaptenhond en in
                                        hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden
                                        gehouden;</al></li><li nr="c."><al>die verblijven in een hondenasiel;</al></li><li nr="d."><al>die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden
                                        gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7,
                                        eerste lid, van het Besluit houders van dieren;</al></li><li nr="e."><al>die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met
                                        de moederhond worden gehouden.</al></li><li nr="f."><al>die tijdelijk worden gehouden voor het opleiden tot
                                        blindengeleidehond;</al></li><li nr="g."><al>die tijdelijk worden gehouden voor het opleiden tot
                                        gehandicaptenhond;</al></li><li nr="h."><al>waarvan de houder in het bezit is van een geldend diploma
                                        van de Koninklijke Nederlandse Politiehonden Vereniging,
                                        mits de houder zich verbonden heeft om zijn hond en
                                        begeleider, naar wiens bevelen hij gehoorzaamt, op aanvraag
                                        ter beschikking te stellen aan de politie;</al></li><li nr="i."><al>die gehouden worden als reddingshond en waarvan de houder in
                                        bezit is van een geldig certificaat van de Stichting Inzet
                                        reddingshonden Nederland.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt
                            gehouden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedraagt per belastingjaar:</al><lijst><li nr="a."><al>voor een eerste hond € 64,30;</al></li><li nr="b."><al>voor een tweede en iedere volgende hond € 85,60.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting voor honden,
                                gehouden in een kennel, per belastingjaar, per kennel € 153,10. Voor
                                de toepassing van de vorige volzin wordt onder een kennel verstaan
                                een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het
                                Besluit houders van dieren, bestemd en gebruikt voor het fokken van
                                honden voor de verkoop of aflevering van nakomelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of,
                                als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel
                                het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de
                                belasting, respectievelijk de hogere belasting voor het toegenomen
                                aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                                voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het
                                aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan
                                wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert,
                                bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van
                                de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het
                                einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het
                                aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990,
                                moeten de aanslagen worden betaald binnen twee maanden na
                                dagtekening van de aanslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het gestelde in het eerste lid geldt voor een
                                particulier huishouden, in geval de verschuldigde bedragen door
                                middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven,
                                dat de aanslagen moeten worden betaald volgens het incasso
                                reglement.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste
                                lid gestelde termijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Aangifte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar ontstaat
                                dan wel het aantal honden dat door de belastingplichtige wordt
                                gehouden wijziging ondergaat, moet de belastingplichtige binnen
                                veertien dagen na het tijdstip waarop de belastingplicht is ontstaan
                                of de wijziging van het aantal honden heeft plaatsgevonden, bij de
                                in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet bedoelde
                                gemeenteambtenaar schriftelijk verzoeken om te worden uitgenodigd
                                tot het doen van aangifte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belastingplichtige die niet binnen zes maanden na afloop van het
                                belastingjaar is uitgenodigd tot het doen van aangifte of aan wie
                                niet binnen zes maanden na afloop van het belastingjaar een aanslag
                                is opgelegd, is gehouden binnen een maand na afloop van die zes
                                maanden bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de
                                Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar een schriftelijk verzoek in
                                te dienen om te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de hondenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De ‘Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2016’
                            van 16 december 2015, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13,
                            tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande
                            dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                            datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening hondenbelasting
                            2017’.</al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>20 december 2016</ondertekening><ondertekening>Griffier Voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>