<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR425855_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Olst-Wijhe</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Olst-Wijhe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-159721.html">Gemeenteblad 2016, 159721</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening afvalstoffenheffing 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003245&amp;artikel=15.33">Wet milieubeheer, art. 15.33</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-11-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-11-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-11-16</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsstuk 2016/59</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie 2016</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Verordening afvalstoffenheffing 2016</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing
            2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Olst-Wijhe;</al><al/><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 25 oktober
                        2016;</al><al/><al>BESLUIT</al><al/><al>Vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing
                        2017</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik maken: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet
                                milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>aanbieding: het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in een
                                container ter lediging waarbij het registratiesysteem wordt
                                geactiveerd, alsmede het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
                                in een afvalzak in een verzamelcontainer waarbij het
                                registratiesysteem wordt geactiveerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven
                            als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij
                            behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven
                            voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens
                                    de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een
                                    verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                                    geldt;</al></li><li nr="b."><al>het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen;</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de
                            omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                            recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien
                            waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer
                            een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt
                            en van degene die huishoudelijke afvalstoffen aanbiedt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor toepassing van het eerste lid, wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruikmaken van een perceel door de leden van een huishouden
                                    aangemerkt als gebruikmaken door het door de in artikel 231,
                                    tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde
                                    gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden;</al></li><li nr="b."><al>aangemerkt als gebruikmaken door degene die dat deel in gebruik
                                    heeft gegeven, met dien verstande dat degene die het deel in
                                    gebruik heeft gegeven, bevoegd is de heffing als zodanig te
                                    verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;</al></li><li nr="c."><al>het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig
                                    gebruik aangemerkt als gebruikmaken door degene die dat perceel
                                    ter beschikking heeft gesteld, met dien verstande dat degene die
                                    het perceel ter beschikking heeft gesteld, bevoegd is de heffing
                                    als zodanig te verhalen op degene aan wie het perceel ter
                                    beschikking is gesteld.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting in artikel 2, tweede lid onderdeel a, wordt geheven naar de
                            maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 van de bij deze
                            verordening behorende tarieventabel;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting in artikel 2, tweede lid onderdeel b wordt geheven naar de
                            maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 2 van de bij deze
                            verordening behorende tarieventabel;</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het
                        belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel is verschuldigd
                            bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is bij de aanvang
                            van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel is verschuldigd
                            na afloop van het belastingjaar of, zo dit eerder is na beëindiging van
                            de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is
                            de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel verschuldigd
                            voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde
                            belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog
                            volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                            bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                            voor dat jaar verschuldigde belasting als bedoeld in hoofdstuk 1 van de
                            tarieventabel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht,
                            nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander
                            perceel gebruik maakt en van hetzelfde inzamelmiddel gebruikt blijft
                            maken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen als bedoeld in artikel 6, worden betaald in twee
                            gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de
                            maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                            vermeld en de tweede twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid, in geval het totaalbedrag
                            van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                            aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan €
                            5000,-, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische
                            betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten
                            worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van
                            dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar
                            waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat
                            het aantal termijnen ten minste drie en ten hoogste tien bedraagt. De
                            eerste termijn vervalt op de 25<sup>e</sup> dag van de maand na de
                            dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen
                            telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3a.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid van dit artikel moeten aanslagen die
                            worden genoemd in hoofdstuk 1 van de tarieventabel, die worden opgelegd
                            ná het belastingjaar én die voldoen aan de in het tweede lid genoemde
                            criteria, worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste
                            vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
                            dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de volgende termijnen
                            telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3b.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid van dit artikel moeten aanslagen die
                            worden genoemd in hoofdstuk 2 van de tarieventabel, die worden opgelegd
                            2 jaar of meer na het begin van het belastingjaar én die voldoen aan de
                            in het tweede lid de genoemde criteria, worden betaald in drie gelijke
                            termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand
                            volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                            vermeld en de volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de belasting in hoofdstuk 1 van de tarieventabel kan kwijtschelding
                            worden verleend tot een bedrag van maximaal € 117,00 per belastingjaar;
                        </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de belasting in hoofdstuk 2 van de tarieventabel kan kwijtschelding
                            worden verleend tot een bedrag van maximaal € 64,47 per
                            belastingjaar;</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De “Verordening op de heffing en de invordering van
                                afvalstoffenheffing 2016”, vastgesteld bij raadsbesluit van de
                                gemeente Olst-Wijhe van 14 december 2015 wordt ingetrokken met
                                ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de
                                heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                                belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening
                                afvalstoffenheffing 2017”.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering d.d. 7 november 2016.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>B.A. Duursema A.G.J. Strien</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Tarieventabel behorende bij de verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2017</label></kop><al/><divisie><kop><label>Algemeen</label><nr/><titel/></kop><al/></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Maatstaf en jaarlijks tarief afvalstoffenheffing</titel></kop><al>De belasting bedraagt per perceel per kalenderjaar € 117,00</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Maatstaven en ledigings- c.q. aanbiedingstarieven
                            afvalstoffenheffing</titel></kop><al>2.1. Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting per
                        lediging van:</al><al>2.1.1. een container van 240 liter bestemd voor de overige huishoudelijke
                        afvalstoffen € 9,21</al><al>2.1.2. een container van 140 liter bestemd voor de overige huishoudelijke
                        afvalstoffen € 5,63</al><al>2.1.3. een container van 80 liter bestemd voor de overige huishoudelijke
                        afvalstoffen € 3,45</al><al>2.1.4. een container van 60 liter bestemd voor de overige huishoudelijke
                        afvalstoffen € 2,65</al><al>2.1.5. een container van 40 liter bestemd voor de overige huishoudelijke
                        afvalstoffen € 2,10</al><al>2.2. Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 worden, indien ten behoeve van
                        een aantal percelen voor gezamenlijk gebruik één of meerdere containers in
                        gebruik zijn gegeven, de in hoofdstuk 2.1 berekende bedragen in gelijke
                        delen omgeslagen over de betreffende percelen.</al><al>2.3 In afwijking van hoofdstuk 2.1 en onverminderd het bepaalde in hoofdstuk
                        1 bedraagt de belasting voor percelen die voor de afvalverwijdering zijn
                        aangewezen op verzamelcontainers, per aanbieding van maximaal 40 liter
                        restafval € 1,55.</al><al/><al>Behoort bij raadsbesluit d.d. 7 november 2016.</al><al>De griffier van de Gemeente Olst-Wijhe,</al><al>B.A. Duursema</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>