<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR425657_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening Haaksbergen (9.1c)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haaksbergen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haaksbergen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad nr. 184415, 28 december 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=212">Gemeentewet, artikel 212</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005537">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële verordening Haaksbergen (9.1c)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Financiële verordening Haaksbergen (9.1c)</al><al/><al/><al><vet>Samenvatting</vet></al><al/><al>Deze verordening geeft aan wat de uitgangspunten zijn voor het financieel
                        beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de
                        financiële organisatie van de gemeente Haaksbergen.</al><al/><al/><al><vet>De gemeenteraad van Haaksbergen;</vet></al><al/><al>Voorstel van het college van: 22 november 2016</al><al/><al>Wettelijke basis: bepalingen van de Gemeentewet (artikel 212) en de Algemene
                        wet bestuursrecht.</al><al/><al/><al><vet>Besluit:</vet></al><al/><al>Vast te stellen de Financiële verordening Haaksbergen</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de
                                    gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse
                                    verantwoordelijkheid aan het college;</al></li><li nr="b."><al>overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke
                                    rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met
                                    rechtspersoonlijkheid, waarin een publiekrechtelijke
                                    rechtspersoon, al dan niet tezamen met een of meer andere
                                    publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te
                                    bepalen of een onderneming in de vorm van een
                                    personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke
                                    rechtspersoon deelneemt;</al></li><li nr="c."><al>deelprogramma: onderdeel van een programma bestaande uit een
                                    samenstel van een aantal samenhangende producten of een enkel
                                    product;</al></li><li nr="d."><al>kadernota: een voorstel voor het beleid en de financiële kaders
                                    van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de
                                    meerjarenraming;</al></li><li nr="e."><al>administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen,
                                    verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het
                                    besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke
                                    organisatie en de verantwoording die daarover moet worden
                                    afgelegd;</al></li><li nr="f."><al>rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en
                                    regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen en
                                    raadsbesluiten;</al></li><li nr="g."><al>programma: het geheel van activiteiten om de beoogde
                                    maatschappelijke effecten te bereiken;</al></li><li nr="h."><al>bestuursrapportage: tussentijdse rapportage van het college aan
                                    de raad over de uitputting van budgetten en
                                    investeringskredieten en de voortgang van de uitvoering van het
                                    beleid.</al></li><li nr="i."><al>inkomsten: totaal van de baten voor toevoegingen en
                                    onttrekkingen van reserves;</al></li><li nr="j."><al>netto schuld per inwoner: bruto schuld minus de omvang van de
                                    geldelijke bezittingen gedeeld door het aantal inwoners op 31
                                    december van het begrotingsjaar. Onder bruto schuld wordt
                                    verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende
                                    schulden, crediteurenvorderingen en overlopende passiva. Onder
                                    geldelijke bezittingen wordt verstaan het totaal van leningen
                                    aan deelnemingen, leningen aan overige verbonden partijen,
                                    leningen aan derden, langlopende uitzettingen, kortlopende
                                    uitzettingen, debiteurenvorderingen, liquide middelen en
                                    overlopende activa;</al></li><li nr="k."><al>onbenutte belastingcapaciteit onroerende zaakbelasting: verschil
                                    tussen de opbrengst onroerende zaakbelasting bij de tarieven die
                                    minimaal nodig zijn voor toegang tot de procedure van artikel 12
                                    van de Financiële verhoudingswet en de (geraamde) opbrengst
                                    onroerende zaakbelasting</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Programma-indeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een
                                programma-indeling voor die raadsperiode vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van
                                het college de taakvelden per programma vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad stelt op voorstel van het college per programma de
                                beleidsindicatoren vast. Het voorstel van het college bevat ten
                                minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25,
                                tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording
                                provincies en gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Waar mogelijk wordt van de indicatoren een meerjarig beeld
                                gegeven.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke
                                onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen
                                in de begroting en rekening kaders wil stellen en wil worden
                                geïnformeerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de begroting en de jaarstukken worden van de programma’s, van
                                het overzicht van algemene dekkingsmiddelen en van het overzicht van
                                de overhead, de baten en lasten per taakveld weergegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt
                                van de nieuwe investeringen per investering het benodigde
                                investeringskrediet weergegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt
                                in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het
                                Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht
                                gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de
                                begroting, de meerjarenraming en de investeringen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de jaarrekening wordt van de lopende investeringen het
                                geautoriseerde investeringskrediet en de uitputting van het
                                geautoriseerde investeringskrediet en de actuele raming van de
                                totale uitgaven weergegeven;</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Planning- en controlcyclus</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor aanvang van het begrotingsjaar biedt het college de raad een
                                planning &amp; control kalender aan met daarin in elk geval de data
                                voor het aanbieden door het college en het vaststellen door de raad
                                van de jaarstukken, de kadernota, de bestuursrapportages en de
                                begroting met de meerjarenraming.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de begroting wordt een post onvoorzien van € 40.000
                                opgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Autorisatie begroting en investeringskredieten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en
                                de lasten per programma.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De investeringskredieten van nieuwe investeringen worden met het
                                vaststellen van de begroting geautoriseerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het
                                vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college
                                vooraf aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel
                                en een voorstel voor het autoriseren van een investeringskrediet aan
                                de raad voor.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college informeert de raad als het college verwacht dat de
                                lasten de geautoriseerde lasten of de investeringsuitgaven de
                                geautoriseerde investeringskredieten dreigen te overschrijden of de
                                baten de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. De raad
                                geeft vervolgens aan of hij hiervoor een voorstel wil voor wijziging
                                van het budget of een voorstel voor bijstelling van het beleid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de behandeling van de bestuursrapportages in de raad, doet het
                                college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde
                                budgetten en de investeringskredieten en het bijstellen van het
                                beleid.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij investeringen groter dan € 1.000.000 informeert het college de
                                raad in het voorstel over het effect van de investering op de
                                schuldpositie van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Investeringskredieten vervallen automatisch na twee jaar, tenzij de
                                raad anders heeft besloten.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Bij vaststelling van een bestuursrapportage of bij vaststelling van
                                de jaarrekening kan de raad besluiten om een krediet dat volgens het
                                zevende lid van dit artikel komt te vervallen, langer beschikbaar te
                                houden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college informeert de raad door middel van bestuursrapportages
                                over de realisatie van de begroting van de gemeente over het lopende
                                boekjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuursrapportages bevatten een uiteenzetting over de uitvoering
                                en de bijstelling van het beleid en een overzicht met de bijgestelde
                                raming van:</al><lijst><li nr="a."><al>de baten en de lasten per programma;</al></li><li nr="b."><al>het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen</al></li><li nr="c."><al>het overzicht van de overhead en de geraamde
                                        vennootschapsbelasting;</al></li><li nr="d."><al>het totale saldo van de baten en lasten volgend uit de
                                        onderdelen a, b en c;</al></li><li nr="e."><al>de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per
                                        programma;</al></li><li nr="f."><al>het resultaat, volgend uit de onderdelen d en e; en</al></li><li nr="g."><al>de realisatie en raming van de uitputting van de
                                        investeringskredieten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de bestuursrapportages licht het college afwijkingen op de
                                oorspronkelijke ramingen van de baten en de lasten van programma’s
                                en investeringskredieten in de begroting groter dan € 15.000
                                toe.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Informatieplicht</titel></kop><al>Het college besluit over:</al><lijst><li nr="a."><al>de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten met een
                                    waarde groter dan € 800.000;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties; en</al></li><li nr="c."><al>het verstrekken van kapitaal aan instellingen en
                                    ondernemingen,</al></li></lijst><al>nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de
                            gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het
                            college te brengen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de
                                methodiek en de termijnen zoals vermeld in de bijlage
                                afschrijvingsbeleid bij deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste
                                van de exploitatie gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een saldo voor agio of disagio wordt lineair in maximaal vijf jaar
                                afgeschreven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een
                                    voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een
                                    individuele beoordeling op oninbaarheid van de openstaande
                                    vorderingen.</al></li><li nr="2."><al>Voor openstaande vorderingen betreffende:</al><lijst><li nr="a."><al>onroerende zaakbelasting eigenaren;</al></li><li nr="b."><al>rioolheffing;</al></li><li nr="c."><al>afvalstoffenheffing; en</al></li><li nr="d."><al>bijstandsvertrekking,</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><al>wordt, met uitzondering van individuele vorderingen groter dan €
                                    5.000 een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte
                                    van het historische percentage van oninbaarheid. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en
                                de jaarrekening vindt geen toerekening van rente over de reserves en
                                voorzieningen aan de taakvelden plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt de raad eens in de vier jaar een nota reserves en
                                voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en
                                behandelt:</al><lijst><li nr="a."><al>de vorming en besteding van reserves;</al></li><li nr="b."><al>de vorming en besteding van voorzieningen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor
                                een investeringsvoornemen wordt minimaal aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>het specifieke doel van de reserve;</al></li><li nr="b."><al>de voeding van de reserve;</al></li><li nr="c."><al>de maximale hoogte van de reserve; en</al></li><li nr="d."><al>de maximale looptijd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen
                                de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een
                                investering, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de
                                algemene reserve toegevoegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en
                                    heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van
                                    goederen, werken en diensten die worden geleverd aan
                                    overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel
                                    van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening
                                    worden de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de
                                    inzet van vreemd vermogen voor de financiering van de in gebruik
                                    zijnde activa betrokken.</al></li><li nr="2."><al>Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en
                                    onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging
                                    van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in
                                    gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee
                                    kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de
                                    compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en
                                    eventueel de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid
                                    betrokken.</al></li><li nr="3."><al>Voor de toerekening van de overheadkosten worden de
                                    overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten
                                    welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke
                                    uitkering of subsidie, binnen het taakveld overhead apart
                                    geadministreerd en in de desbetreffende verantwoordingen over de
                                    besteding toegerekend aan die activiteiten.</al></li><li nr="4."><al>Voor de toerekening van de overheadkosten worden de
                                    overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte
                                    vennootschapsbelasting, binnen het taakveld overhead apart
                                    geadministreerd en voor de belastingaangifte aan de kostprijs
                                    van de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten
                                    toegerekend.</al></li><li nr="5."><al>Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van
                                    rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht,
                                    en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan
                                    overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten
                                    als bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, wordt
                                    uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten ter
                                    grootte van de geraamde directe kosten van de economische
                                    categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend
                                    personeel die worden besteed aan de desbetreffende goederen,
                                    werken, diensten en heffingen, gedeeld door de totale geraamde
                                    directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en
                                    sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel.</al></li></lijst><lijst><li nr="6."><al>Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente
                                    voor de financiering van de in gebruik zijn de activa, bedoeld
                                    in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld.
                                    Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het
                                    gewogen gemiddelde van het bij de begroting geraamde
                                    rentepercentage van de rentekosten op de opgenomen langlopende
                                    leningen, kortlopende leningen en kredieten. De uitkomst van dit
                                    percentage van de omslagrente wordt op een half procent
                                    afgerond.</al></li></lijst><lijst><li nr="7."><al>In afwijking van het zesde lid wordt bij een verstrekte lening
                                    voor de bepaling van de rentekosten van de inzet van vreemd
                                    vermogen in de kostprijs uitgegaan van de rente van de lening
                                    die voor de financiering van de verstrekte lening is
                                    aangetrokken. Deze rente wordt verhoogd met een opslag voor het
                                    debiteurenrisico.</al></li><li nr="8."><al>In afwijking van het eerste lid worden bij
                                    vennootschapsbelastingplichtige activiteiten en
                                    grondexploitaties alleen de rentekosten voor de inzet van vreemd
                                    vermogen aan de kostprijs toegerekend. Bij projectfinanciering
                                    worden dan de werkelijke rentekosten toegerekend. In andere
                                    gevallen wordt uitgegaan van het gewogen gemiddelde
                                    rentepercentage van de portefeuille leningen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Prijzen economische activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de levering van goederen, diensten of werken door de gemeente
                                aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie
                                met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale
                                kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek
                                belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten
                                afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek
                                belang van de levering van de desbetreffende goederen, diensten of
                                werken wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan
                                overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale
                                kosten in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek
                                belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit,
                                waarin het publiek belang van de lening of de garantie wordt
                                gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan
                                overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding
                                van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte
                                middelen. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college
                                vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang
                                van de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld
                                in de vorige leden zijn niet nodig als minder dan de integrale
                                kostprijs in rekening wordt gebracht en sprake is van:</al><lijst><li nr="a."><al>leveringen van goederen, diensten of werken en het
                                        verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere
                                        overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn
                                        bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die
                                        andere overheid;</al></li><li nr="b."><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij
                                        wet opgedragen publiekrechtelijke taak;</al></li><li nr="c."><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een
                                        toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor
                                        prijsvoorschriften gelden;</al></li><li nr="d."><al>een bevoordeling van sociale werkplaatsen;</al></li><li nr="e."><al>een bevoordeling van onderwijsinstellingen;</al></li><li nr="f."><al>een bevoordeling van publieke media-instellingen; en</al></li><li nr="g."><al>een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de
                                        staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese
                                        Unie en daarmee verenigbaar is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen
                                de volgende kaders in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het aantrekken van financieringen met een looptijd
                                        langer dan één jaar worden tenminste twee prijsopgaven bij
                                        verschillende financiële instellingen gevraagd; en</al></li><li nr="b."><al>er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als
                                        bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering
                                        decentrale overheden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college informeert de raad vooraf als de wettelijke
                                kasgeldlimiet, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet
                                financiering decentrale overheden, of de wettelijke renterisiconorm,
                                bedoeld in artikel 1, onder h, van de Wet financiering decentrale
                                overheden, dreigt te worden overschreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en
                                het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college
                                indien mogelijk zekerheden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Lokale heffingen</titel></kop><al>Naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit
                            begroting en verantwoording provincies en gemeenten neemt het college
                            het volgende op in de paragraaf lokale heffingen:</al><al>Voor de afvalstoffenheffing, de rioolheffing, de omgevingsvergunningen
                            en de begraafrechten wordt een gespecificeerd overzicht van de begrote
                            kosten opgenomen inclusief de toerekening van de overheadkosten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>Naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit
                            begroting en verantwoording provincies en gemeenten neemt het college
                            het volgende op in de paragraaf financiering:</al><lijst><li nr="a."><al>de leningen met een looptijd langer dan een jaar en het
                                    verschuldigde rentepercentage;</al></li><li nr="b."><al>de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de
                                    komende twee jaar;</al></li><li nr="c."><al>de ontwikkeling van de leningenportefeuille en de verwachte
                                    stand van de leningenportefeuille voor de komende vier jaar;
                                    en</al></li><li nr="d."><al>de rentevisie;</al></li><li nr="e."><al>de berekening van de omslagrente voor het bepalen van de
                                    kostprijzen, bedoeld in artikel 11, zesde lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Weerstandsvermogen &amp; risicobeheersing</titel></kop><al>De raad stelt eens in de vier jaar een nota weerstandsvermogen en
                            risicobeheersing vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt de raad tenminste eens in de tien jaar een
                                onderhoudsplan openbare ruimte aan. Het plan geeft het kader weer
                                voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en
                                de kosten van het onderhoud voor het openbaar groen, water, wegen,
                                kunstwerken en straatmeubilair. De raad stelt het plan vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt de raad tenminste eens in de tien jaar een
                                rioleringsplan aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde
                                onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de uitbreiding van
                                de riolering en de kosten van het onderhoud en de eventuele
                                uitbreidingen. De raad stelt het plan vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college biedt de raad tenminste eens in de tien jaar een
                                onderhoudsplan gebouwen aan. Het plan bevat voorstellen voor het te
                                plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke
                                gebouwen. De raad stelt het plan vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><al>Naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit
                            begroting en verantwoording provincies en gemeenten neemt het college
                            het volgende op in de paragraaf bedrijfsvoering: </al><lijst><li nr="a."><al>de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en
                                    de loonkosten;</al></li><li nr="b."><al>de kosten van inhuur derden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Verbonden partijen</titel></kop><al>De raad stelt eens in de acht jaar een nota verbonden partijen
                            vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 16 van het
                                Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten neemt
                                het college het volgende op in de paragraaf grondbeleid:</al><lijst><li nr="a."><al>het verloop van de grondvoorraad; en</al></li><li nr="b."><al>de te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt de raad een nota grondbeleid aan. De raad stelt
                                deze nota vast. De nota dient eens in de twee jaar te worden
                                geëvalueerd. In de nota wordt aandacht besteed aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de
                                        gemeente;</al></li><li nr="b."><al>te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;</al></li><li nr="c."><al>het verloop van de grondvoorraad; en</al></li><li nr="d."><al>de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Taakstellingen en reserveringen</titel></kop><al>Het college neemt het volgende op in de paragraaf taakstellingen en
                            reserveringen:</al><lijst><li nr="a."><al>een overzicht van de taakstellende bezuinigingen, de stand van
                                    zaken van de invulling hiervan en een nadere toelichting
                                    hierop;</al></li><li nr="b."><al>een overzicht van de reserveringen, uitgesplitst naar de ruimte
                                    voor nieuw en bestaand beleid en nog te prioriteren stelposten,
                                    en een nadere toelichting hierop;</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Financiële organisatie en financieel beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval
                            dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                                    gemeente als geheel en in de afdelingen;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang
                                    van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden en
                                    contracten;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende
                                    budgetten en investeringskredieten en voor het maken van
                                    kostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al>het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking
                                    tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de
                                    maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid;</al></li><li nr="e."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                    doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in
                                    relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante
                                    wet- en regelgeving; en</al></li><li nr="f."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van
                                    de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de
                                    rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                    gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                    begroting en relevante wet- en regelgeving.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt zorgt voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                    eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                    afdelingen;</al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden;</al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten;</al></li><li nr="d."><al>de interne regels voor taken en bevoegdheden, de
                                    verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening
                                    van de financieringsfunctie;</al></li><li nr="e."><al>de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de
                                    lasten en baten aan de producten van de productenraming en de
                                    productenrealisatie;</al></li><li nr="f."><al>het beleid en de interne regels voor de inkoop en de
                                    aanbesteding van goederen, werken en diensten; en</al></li><li nr="g."><al>het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik
                                    en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en
                                    eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en
                                    verantwoording wordt voldaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de
                                jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a van de
                                Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de
                                balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b van de
                                Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid
                                van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de
                                beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen
                                tot herstel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie
                                en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van
                                de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden,
                                de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten,
                                de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van
                                crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd. Bij afwijkingen in de
                                registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de
                                tekortkomingen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><al>Deze verordening wordt eens in de vier jaar geëvalueerd. Het college
                            biedt de raad het evaluatierapport aan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2017.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op het moment dat deze verordening in werking treedt, wordt de op 16
                                december 2015 vastgestelde Financiële verordening ingetrokken, met
                                dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en
                                het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar
                                voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt
                                en op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende
                                stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze
                                verordening in werking treedt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 21 december 2016. </ondertekening><ondertekening>mr. G. Raaben</ondertekening><ondertekening> G.J. Kok MDR</ondertekening><ondertekening>griffier </ondertekening><ondertekening>burgemeester</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage afschrijvingsbeleid bij artikel 8 van de Financiële
                        verordening</titel></kop><al/><al><vet>Afschrijvingsbeleid immateriële vaste activa</vet></al><al/><al/><al>De volgende immateriële vaste activa worden lineair afgeschreven in:</al><lijst><li nr="a."><al>maximaal 40 jaar: bijdragen aan activa in eigendom van derden;</al></li><li nr="b."><al>5 jaar: kosten voor onderzoek en ontwikkeling;</al></li><li nr="c."><al>5 jaar: computerapplicaties;</al></li></lijst><al><vet>Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut</vet></al><al/><al/><al>Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 5.000 worden
                    niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden
                    altijd geactiveerd.</al><al/><al/><al>Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. </al><al/><al/><al>De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair
                    afgeschreven in: </al><al/><lijst><li nr="a."><al>maximaal 60 jaar: rioleringen;</al></li><li nr="b."><al>10 jaar: aanleg tijdelijke terreinwerken; </al></li><li nr="c."><al>40 jaar: nieuwbouw woonruimten en schoolgebouwen;</al></li><li nr="d."><al>40 jaar: nieuwbouw kantoren en bedrijfsgebouwen;</al></li><li nr="e."><al>15 jaar: nieuwbouw tijdelijke woonruimten en tijdelijke
                            bedrijfsgebouwen; </al></li><li nr="f."><al>25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop woonruimten, en
                            schoolgebouwen;</al></li><li nr="g."><al>25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop kantoren en
                            bedrijfsgebouwen;</al></li><li nr="h."><al>15 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen;</al></li><li nr="i."><al>10 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen; </al></li><li nr="j."><al>10 jaar: telefooninstallaties; </al></li><li nr="k."><al>5 jaar: automatiseringsapparatuur;</al></li><li nr="l."><al>10 jaar: kantoormeubilair en schoolmeubilair;</al></li><li nr="m."><al>8 jaar: motorvaartuigen;</al></li><li nr="n."><al>8 jaar: zware transportmiddelen en schuiten; </al></li><li nr="o."><al>8 jaar: aanhangwagens, personenauto’s en lichte motorvoertuigen;</al></li><li nr="p."><al>10 jaar: aanleg kunstgrasvelden</al><al/></li></lijst><al/><al><vet>Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met maatschappelijk
                    nut</vet></al><al/><al/><al>De volgende materiële vaste activa met maatschappelijk nut worden lineair
                    afgeschreven in:</al><al/><lijst><li nr="a."><al>10 jaar: parken, sportvelden en groenvoorzieningen;</al></li><li nr="b."><al>25 jaar: wegen, straten, pleinen en rotondes;</al></li><li nr="c."><al>25 jaar: tunnels, viaducten en bruggen; </al></li><li nr="d."><al>25 jaar: geluidswallen; </al></li><li nr="e."><al>15 jaar: openbare verlichting;</al></li><li nr="f."><al>10 jaar: belijningen en bebordingen, straatmeubilair en
                            rijwielstallingen;</al></li><li nr="g."><al>25 jaar: waterwegen, waterbergingen, kades, sluizen, waterkeringen en
                            walbeschoeiing;</al></li><li nr="h."><al>15 jaar: pompen en gemalen.</al></li><li nr="i."><al>25 jaar: fiets- en wandel/voetpaden </al></li><li nr="j."><al>25 jaar: parkeerplaatsen en verkeersafremmende voorzieningen </al></li><li nr="k."><al>15 jaar: verkeersregelinstallaties </al></li><li nr="l."><al>10 jaar: speeltoestellen </al></li></lijst></bijlage></regeling></body></cvdr>