<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR425640_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rioolheffingen Haaksbergen 2017 (9.13i)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haaksbergen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haaksbergen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad nr. 184557, 28 december 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffingen 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=228a">Gemeentewet, artikel 228a</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005537">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rioolheffingen Haaksbergen 2017 (9.13i)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Verordening rioolheffingen Haaksbergen 2017 (9.13i)</al><al/><al/><al><vet>Samenvatting</vet></al><al>Deze verordening bevat de kaders voor het heffen van een directe belasting
                        ter dekking van de kosten voor de inzameling en het transport van
                        huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater, de zuivering van huishoudelijk
                        afvalwater en de inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater.</al><al/><al><vet>De gemeenteraad van Haaksbergen;</vet></al><al/><al>Voorstel van het college van: 22 november 2016</al><al/><al>Wettelijke basis: bepalingen van de Gemeentewet (artikel 228a) en de </al><al>Algemene wet bestuursrecht.</al><al/><al/><al><vet>Besluit:</vet></al><al/><al>Vast te stellen de </al><al/><al><vet>V</vet><vet>e</vet><vet>rordening op de heffing en invordering van
                        rioolheffingen </vet><vet>201</vet><vet>7</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder: </al><lijst><li nr="a)"><al>perceel:</al><lijst><li nr="1."><al>de onroerende zaak, bedoeld in Hoofdstuk III van de Wet
                                        waardering onroerende zaken;</al></li><li nr="2."><al>een binnen de gemeente gelegen roerende zaak; </al></li><li nr="3."><al>een gedeelte van een roerende zaak dat blijkens zijn
                                        indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden
                                        gebruikt;</al></li><li nr="4."><al>een samenstel van twee of meer roerende zaken of in
                                        onderdeel 3 bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde
                                        belastingplichtige in gebruik zijn en, naar de
                                        omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;</al></li><li nr="5."><al>het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel 2
                                        bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel 3 bedoeld
                                        gedeelte daarvan of van een in onderdeel 4 bedoeld
                                        samenstel. </al></li></lijst></li><li nr="b)"><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport
                                van afvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater, in
                                eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; </al></li><li nr="c)"><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                waterbedrijf betrekking heeft; </al></li><li nr="d)"><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater,
                                grondwater of oppervlaktewater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                                structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                                grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                                beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit
                            water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt
                            afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot de belasting, wordt als gebruiker aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan
                                    niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                    recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel voor gebruik is afgestaan:
                                    degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven voor:</al><lijst><li nr="a."><al>percelen die in hoofdzaak worden gebruikt voor de publieke dienst
                                van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>percelen die in hoofdzaak bestemd zijn voor de openbare eredienst of
                                voor openbare bijeenkomsten van genootschappen op geestelijke
                                grondslag - andere dan kerkgenootschappen - die rechtspersoon met
                                volledige rechtsbevoegdheid zijn voor het gezamenlijke beleven van
                                en zich bezinnen op de aan die genootschappen en grondslag liggende
                                levensovertuiging;</al></li><li nr="c."><al>garages en bergingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>voor percelen die uitsluitend of in hoofdzaak voor bewoning
                                        worden gebruikt, naar een vast bedrag per perceel.</al></li><li nr="b."><al>voor niet onder het eerste lid, onder a, van dit artikel
                                        begrepen percelen naar het aantal kubieke meters
                                        leidingwater, grondwater en oppervlaktewater dat vanuit het
                                        perceel wordt afgevoerd.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het aantal kubieke meters water als bedoeld in lid 1 onder b, wordt
                                gesteld op het aantal kubieke meters water dat in de laatste aan het
                                begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het
                                percelen is toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode
                                niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de
                                hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die
                                herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle
                                maand gerekend.</al></li><li nr="3."><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                                pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
                                        worden afgelezen, of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                        pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest,
                                        kan worden afgelezen.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
                                hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere
                                wettelijke bepaling.</al></li></lijst><lijst><li nr="4."><al>De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                                gepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als
                                afvalwater is afgevoerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedraagt voor een perceel als bedoeld in artikel 5, </al><al>eerste lid, onder a, bedraagt per belastingjaar € 354,00</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting € 303,36</al><al>als het waterverbruik voor een perceel in de laatste aan het </al><al> begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode </al><al> minder dan 60 m³ op jaarbasis is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De belasting bedraagt voor een perceel als bedoeld in artikel 5, </al><al>eerste lid, onder b, per belastingjaar bij een hoeveelheid: </al><lijst><li nr="a."><al>van 1 m³ tot en met 500 m³ water € 354,00</al></li><li nr="b."><al>indien in het in artikel 7 bedoelde belastingtijdvak de
                                    maatstaf</al><al> van heffing meer is dan 500 m³ water, is boven </al><al>het onder a verschuldigde bedrag een rioolheffing verschuldigd </al><al>van € 200,64 </al><al>voor elke eenheid van 500 m³ of een gedeelte daarvan </al><al>boven de 500 m³.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en bepalingen over aanvang en einde
                            van de belastingplicht in de loop van het tijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo
                            dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor de
                            belasting in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting
                            verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
                            verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor de
                            belasting in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op
                            ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
                            verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                            perceel in gebruik neemt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk twee kalendermaanden na de
                            op het aanslagbiljet vermelde dagtekening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kunnen op verzoek van de
                            belastingplichtige de aanslagen worden betaald in zoveel gelijke
                            termijnen als er na de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in
                            het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal
                            termijnen ten minste twee bedraagt en maximaal 10, indien aan het
                            navolgende wordt voldaan:</al><al> a het totaal bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
                            rioolheffing of andere belastingen moet minder zijn dan € 6.500,--;</al><al> b de verschuldigde bedragen moeten door middel van automatische
                            betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen
                            worden afgeschreven. </al><al> De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het
                            aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand
                            later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de rioolheffing wordt geen kwijtschelding verleend
                        indien en voor zover de belastingaanslag betrekking heeft op de belasting
                        als bedoeld in artikel 6, lid 2.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het dagelijks bestuur van het Gemeentelijk
                            Belastingkantoor Twente.</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur van het Gemeentelijk Belastingkantoor Twente kan
                        nadere regels geven over de heffing en invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Verordening rioolheffingen 2016 van 16 december 2015 wordt
                            ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum
                            van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                            blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                            voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in
                            artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, blijft
                            de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de
                            tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de
                            heffing van de rechten hiervoor in die periode plaatsvindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2017.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rioolheffingen 2017.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 21 december 2016.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mr. G. Raaben</ondertekening><ondertekening> G.J. Kok</ondertekening><ondertekening>griffier</ondertekening><ondertekening> burgemeester</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>