<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR425582_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening maatschappelijke ondersteuning Haaksbergen (4.15c)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haaksbergen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haaksbergen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, nr. 184408, 28 december 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening maatschappelijke ondersteuning Haaksbergen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="HTTP://WETTEN.OVERHEID.NL/BWBR0035362/2016-08-01#HOOFDSTUK2_PARAGRAAF1_ARTIKEL2.1.3">Artikel 2.1.3 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0035362/2016-08-01#Hoofdstuk2_Paragraaf1_Artikel2.1.4">Artikel 2.1.4 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0035362/2016-08-01#Hoofdstuk2_Paragraaf1_Artikel2.1.5">Artikel 2.1.5 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0035362/2016-08-01#Hoofdstuk2_Paragraaf1_Artikel2.1.6">Artikel 2.1.6 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0035362/2016-08-01#Hoofdstuk2_Paragraaf3_Artikel2.3.6">Artikel 2.3.6, vierde lid, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0035362/2016-08-01#Hoofdstuk2_Paragraaf3_Artikel2.6.6">Artikel 2.6.6, eerste lid, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/2016-07-01">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/2016-11-03">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-12-08</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>geen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Haaksbergen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening maatschappelijke ondersteuning Haaksbergen (4.15c)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Verordening maatschappelijke ondersteuning Haaksbergen</label><titel>(4.15c)</titel></kop><al/><al><vet>Samenvatting</vet></al><al>Deze verordening geeft aan hoe de gemeente Haaksbergen invulling geeft aan: </al><al>a. het bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en
                        vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en
                        ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de
                        gemeente, alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld, </al><al>b. het ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen
                        met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen
                        zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving en </al><al>c. het bieden van beschermd wonen en opvang. </al><al/><al><vet>De gemeenteraad van Haaksbergen;</vet></al><al>Voorstel van het college van: 22 november 2016</al><al/><al>Wettelijke basis: bepalingen van Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
                        (artikelen 2.1.3, 2.1.4, 2.1.5, 2.1.6, 2.3.6, vierde lid, en 2.6.6, eerste
                        lid), de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht.</al><al/><al><vet>Besluit:</vet></al><al>Vast te stellen de Verordening maatschappelijke ondersteuning
                        Haaksbergen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;</al></li><li nr="b."><al>Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet
                                speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking, dus ook door
                                anderen gebruikt wordt, algemeen verkrijgbaar is en niet –
                                aanzienlijk – duurder is dan vergelijkbare producten;</al></li><li nr="c."><al>Andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Wmo
                                2015;</al></li><li nr="d."><al>Bijdrage: bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid, van de
                                Wmo 2015;</al></li><li nr="e."><al>Collectief vervoer: collectief vervoer voor het lokaal vervoer van
                                personen met een beperking;</al></li><li nr="f."><al>Gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in
                                artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wmo 2015;</al></li><li nr="g."><al>Hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld
                                in artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wmo 2015;</al></li><li nr="h."><al>Melding: melding aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2,
                                eerste lid, van de Wmo 2015;</al></li><li nr="i."><al>Pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo
                                2015;</al></li><li nr="j."><al>Voorliggende voorzieningen: algemene voorziening of andere
                                voorziening waarmee aan de hulpvraag wordt tegemoetgekomen;</al></li><li nr="k."><al>Wettelijk voorliggende voorziening: een voorziening op grond van een
                                wettelijke bepaling anders dan de Wmo 2015 waarmee aan de hulpvraag
                                tegemoet wordt gekomen;</al></li><li nr="l."><al>Niet-wettelijk voorliggende voorziening: een voorziening waarop
                                aanspraak kan worden gemaakt anders dan op grond van een wettelijke
                                regeling en waarmee aan de hulpvraag tegemoet wordt gekomen;</al></li><li nr="m."><al>Overheadkosten: kosten die niet direct betrekking hebben op de
                                taken, maar betrekking hebben op de organisatie van de
                                zorgaanbieder, te weten:</al><lijst><li nr="·"><al>directie, management en secretariële ondersteuning;</al></li><li nr="·"><al>personeel en organisatie;</al></li><li nr="·"><al>informatisering en automatisering;</al></li><li nr="·"><al>financiën en control;</al></li><li nr="·"><al>communicatie;</al></li><li nr="·"><al>juridische zaken;</al></li><li nr="·"><al>facilitaire zaken.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Procedureregels aanvraag maatschappelijke ondersteuning</titel></kop><al>Het college bepaalt met inachtneming van de artikelen 2.3.1 tot en met 2.3.5
                        van de Wmo 2015 bij nadere regels op welke wijze in samenspraak met de
                        cliënt wordt vastgesteld of de cliënt voor een maatwerkvoorziening voor
                        zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen of opvang in aanmerking
                        komt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Criteria voor een maatwerkvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college neemt het verslag waarover het college nadere regels
                            vaststelt als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een
                            maatwerkvoorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening: </al><lijst><li nr="a."><al>ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of
                                    participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze
                                    beperkingen naar het oordeel van het college;</al><lijst><li nr="1."><al>niet op eigen kracht,</al></li><li nr="2."><al> met gebruikelijke hulp,</al></li><li nr="3."><al>met mantelzorg of</al></li><li nr="4."><al>met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk
                                            dan wel</al></li><li nr="5."><al>met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke
                                            voorzieningen of</al></li><li nr="6."><al> algemene voorzieningen</al><al>kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening
                                            levert, rekening houdend met de uitkomsten van het
                                            onderzoek waarover het college nadere regels vaststelt,
                                            een passende bijdrage aan het realiseren van een
                                            situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot
                                            zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in
                                            de eigen leefomgeving kan
                                                blijven,<onderstreept>of</onderstreept></al></li></lijst></li><li nr="b."><al>ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de
                                    samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale
                                    problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al
                                    dan niet in verband met risico's voor zijn veiligheid als gevolg
                                    van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar
                                    het oordeel van het college:</al><lijst><li nr="1."><al> niet op eigen kracht,</al></li><li nr="2."><al>met gebruikelijke hulp,</al></li><li nr="3."><al>met mantelzorg of</al></li><li nr="4."><al>met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk
                                            dan wel</al></li><li nr="5."><al>met gebruikmaking van algemene voorzieningen</al><al>kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening
                                            levert, rekening houdend met de uitkomsten van het
                                            onderzoek waarover het college nadere regels vaststelt,
                                            een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte
                                            van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het
                                            realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat
                                            wordt gesteld zo zich snel mogelijk weer op eigen kracht
                                            te handhaven in de samenleving<cursief>.</cursief></al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ten aanzien van een maatwerkvoorziening met betrekking tot
                            zelfredzaamheid en participatie geldt dat een cliënt alleen voor een
                            maatwerkvoorziening in aanmerking komt als:</al><lijst><li nr="a."><al>de noodzaak tot ondersteuning voor de cliënt redelijkerwijs niet
                                    vermijdbaar was, en</al></li><li nr="b."><al>de voorziening voorzienbaar was, maar van de cliënt
                                    redelijkerwijs niet verwacht kon worden maatregelen te hebben
                                    getroffen die de hulpvraag overbodig had gemaakt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een
                            eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts
                            verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is
                            afgeschreven, </al><al/><lijst><li nr="a."><al>tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als
                                    gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te
                                    rekenen; </al></li><li nr="b."><al>tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de
                                    veroorzaakte kosten, of </al></li><li nr="c."><al>als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing
                                    biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke
                                    ondersteuning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de
                            goedkoopst adequate voorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Inhoud beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college geeft in de beschikking tot verstrekking van een
                            maatwerkvoorziening in ieder geval aan of deze als voorziening in natura
                            of als pgb wordt verstrekt .</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura legt het
                            college in de beschikking in ieder geval vast:</al><lijst><li nr="a."><al>welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde
                                    resultaat daarvan is;</al></li><li nr="b."><al>wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is;</al></li><li nr="c."><al> hoe de voorziening wordt verstrekt en</al></li><li nr="d."><al>welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb
                            legt het college in de beschikking in ieder geval vast:</al><lijst><li nr="a."><al>voor welk resultaat het pgb kan worden aangewend;</al></li><li nr="b."><al>welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb;</al></li><li nr="c."><al>wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen;</al></li><li nr="d."><al>wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld,
                                    en</al></li><li nr="e."><al>de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als sprake is van een te betalen bijdrage informeert het college de
                            cliënt daarover in de beschikking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Regels voor pgb</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van
                            de Wmo 2015. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de Wmo 2015
                            verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft
                            op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de
                            aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte
                            voorziening noodzakelijk was.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college bepaalt bij nadere regels aan welke voorwaarde een pgb-plan
                            moet voldoen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De hoogte van een pgb:</al><lijst><li nr="a."><al>wordt bepaald aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan
                                    over hoe hij het pgb gaat besteden;</al></li><li nr="b."><al>is toereikend om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede
                                    diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen
                                    die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken,
                                    en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor
                                    onderhoud en verzekering, en</al></li><li nr="c."><al>bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende
                                    situatie goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura,
                                    waarop overheadkosten in mindering zijn gebracht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De hoogte van een pgb voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een zaak wordt bepaald op ten hoogste de kostprijs van de zaak
                                    die de aanvrager op dat moment zou hebben ontvangen als de zaak
                                    in natura zou zijn verstrekt. Als de naturaverstrekking een
                                    tweedehands voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop
                                    gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte termijn
                                    waarop de zaak technisch is afgeschreven, rekening houdend met
                                    onderhoud en verzekering. Als de naturaverstrekking een nieuwe
                                    voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd,
                                    rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen
                                    korting en rekening houdend met onderhoud en verzekering;</al></li><li nr="b."><al>huishoudelijke ondersteuning door een niet daartoe opgeleid
                                    persoon wordt bepaald per resultaat van een schoon en leefbaar
                                    huis op basis van het laagste tarief per resultaat van een
                                    schoon en leefbaar huis voor huishoudelijke hulp in natura door
                                    een niet daartoe opgeleid persoon werkzaam bij een door de
                                    gemeente gecontracteerde instelling; </al></li><li nr="c."><al>huishoudelijke ondersteuning:</al><al> 1°. door een daartoe opgeleid persoon; of</al><al> 2°. waarvoor bijzondere deskundigheden zijn vereist;</al><al>wordt per resultaat van een schoon en leefbaar huis bepaald op
                                    basis van het laagste tarief per resultaat van een schoon en
                                    leefbaar huis voor huishoudelijke hulp in natura door een
                                    daartoe opgeleide beroepskracht werkzaam bij een door de
                                    gemeente gecontracteerde instelling;</al></li><li nr="d."><al>ondersteuning zelfstandig leven door een niet daartoe opgeleid
                                    persoon die afkomstig is uit het sociale netwerk van de cliënt,
                                    wordt bepaald per uur op basis van het tarief per uur voor
                                    mantelzorgers in de Wet langdurige zorg;</al></li><li nr="e."><al>ondersteuning zelfstandig leven:</al><al> 1°. door een daartoe opgeleid persoon; of</al><al> 2°. waarvoor bijzondere deskundigheden zijn vereist;</al><al>wordt per uur of per resultaat voor ondersteuning zelfstandig
                                    leven bepaald op basis van het laagste tarief per uur of per
                                    resultaat voor ondersteuning zelfstandig leven in natura door
                                    een daartoe opgeleide beroepskracht werkzaam bij een door de
                                    gemeente gecontracteerde instelling;</al></li><li nr="f."><al>ondersteuning maatschappelijke deelname met laag intensieve
                                    ondersteuning uitgevoerd door vrijwilligers met ondersteuning
                                    van een beroepskracht wordt per dagdeel of per groep bepaald op
                                    basis van het laagste tarief per dagdeel of per groep voor
                                    dergelijke begeleiding in natura door een daartoe opgeleide
                                    beroepskracht werkzaam bij een door de gemeente gecontracteerde
                                    instelling;</al></li><li nr="g."><al>ondersteuning maatschappelijke deelname met hoog intensieve
                                    ondersteuning uitgevoerd door daartoe opgeleide personen wordt
                                    per dagdeel of per groep bepaald op basis van het laagste tarief
                                    per dagdeel of per groep voor dergelijke begeleiding in natura
                                    door daartoe opgeleide beroepskrachten werkzaam bij een door de
                                    gemeente gecontracteerde instelling; </al></li><li nr="h."><al>kortdurend verblijf- en respijtzorg: </al><al>1°. met laag intensieve ondersteuning uitgevoerd door
                                    vrijwilligers met ondersteuning van een beroepskracht, of</al><al>2°. met hoog intensieve ondersteuning uitgevoerd door daartoe
                                    opgeleide personen;</al><al>wordt per dagdeel of per resultaat voor kortdurend verblijf- en
                                    respijtzorg bepaald op basis van het laagste tarief per dagdeel
                                    of per resultaat voor kortdurend verblijf- en respijtzorg in
                                    natura door een daartoe opgeleide beroepskracht(en) werkzaam bij
                                    een door de gemeente gecontracteerde instelling;</al></li><li nr="i."><al>vervoer van en naar de ondersteuning maatschappelijke deelname
                                    wordt bepaald op basis van het tarief voor vervoer per dag van
                                    en naar de maatschappelijke deelname en is afhankelijk van of
                                    cliënt is aangewezen op rolstoel of overig vervoer;</al></li><li nr="j."><al>taxikosten en rolstoeltaxikosten wordt bepaald op basis van een
                                    onderzoek naar marktconforme tarieven en uitgaande van een
                                    maximaal aantal kilometers per jaar;</al></li><li nr="k."><al>een autoaanpassing wordt bepaald op basis van het programma van
                                    eisen voor de aanpassing en de laagste kostprijs voor een
                                    vergelijkbare aanpassing in natura;</al></li><li nr="l."><al>verhuiskosten wordt bepaald op basis van:</al><al> 1°. de omvang van de verhuizing; </al><al>2°. de keuze van de cliënt om al dan niet gebruik te maken van
                                    een erkende verhuizer, en;</al><al>3°. de laagste kostprijs van een verhuizing in natura;</al></li><li nr="m."><al>aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel wordt bepaald op
                                    basis van het laagste tarief;</al></li><li nr="n."><al>het bezoekbaar maken van een woning wordt bepaald op basis
                                    van:</al><al>1°. de omvang van de aanpassing;</al><al>2°. het programma van eisen voor de aanpassing;</al><al>3°. de keuze van de cliënt om al dan niet gebruik te maken van
                                    een erkende aannemer, en;</al><al>4°. de laagste kostprijs voor het bezoekbaar maken van een
                                    woning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan dienste, hulpmiddelen,
                            woningaanpassingen en andere maatregelen onder de volgende voorwaarden
                            betreffende het tarief, betrekken van een persoon die behoort tot het
                            sociaal netwerk: </al><lijst><li nr="a."><al>dat deze persoon een lager tarief krijgt betaald voor zijn
                                    diensten dan het op grond van de Wet langdurige zorg geldende
                                    pgb-uurtarief voor hulp van niet-professionele zorgverleners,
                                    en</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>dat tussenpersonen of belangbehartigers niet uit het pgb mogen
                                    worden betaald<cursief>.</cursief></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Cliënt wendt het volledige pgb aan voor de levering van de
                            maatwerkvoorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Hoogte pgb</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de vaststelling van de hoogte van het pgb wordt per kalenderjaar uit
                            gegaan van de werkelijke kosten met een maximum van:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het gebruik van een taxi € 1.500,00;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>voor het gebruik van rolstoeltaxi € 2.000,00; </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de vaststelling van de hoogte van het pgb wordt uitgegaan van de
                            werkelijke kosten met een maximum van:</al><lijst><li nr="a."><al>voor verhuiskosten € 1.250,00;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>aanschaf en onderhoud van een handbewogen sportrolstoel
                                    bedraagt: € 2.450,00;</al></li><li nr="c."><al>aanschaf en onderhoud van een elektrische sportrolstoel
                                    bedraagt: € 4.900,00;</al></li><li nr="d."><al>voor het bezoekbaar maken van een woning voor een Wlz-bewoner
                                    bedraagt € 1.889,00;</al><al/></li><li nr="e."><al>voor huishoudelijke ondersteuning door een niet daartoe opgeleid
                                    persoon 75% van de kosten in natura gedurende de looptijd van de
                                    maatwerkvoorziening;</al></li><li nr="f."><al>voor huishoudelijke ondersteuning door een daartoe opgeleid
                                    persoon of waarvoor bijzondere deskundigheden zijn vereist 100%
                                    van de kosten in natura gedurende de looptijd van de
                                    maatwerkvoorziening;</al></li><li nr="g."><al>voor ondersteuning zelfstandig leven door een daartoe opgeleid
                                    persoon 85% van de kosten in natura gedurende de looptijd van de
                                    maatwerkvoorziening;</al></li><li nr="h."><al>voor ondersteuning zelfstandig leven door een persoon die
                                    behoort tot het sociaal netwerk € 20,00 per uur gedurende de
                                    looptijd van de maatwerkvoorziening;</al></li><li nr="i."><al>voor ondersteuning maatschappelijke deelname 85% van de kosten
                                    in natura gedurende de looptijd van de maatwerkvoorziening;</al></li><li nr="j."><al>voor ondersteuning maatschappelijke deelname door een persoon
                                    die behoort tot het sociaal netwerk € 20,00 per dagdeel
                                    gedurende de looptijd van de maatwerkvoorziening;</al></li><li nr="k."><al>voor ondersteuning kortdurend verblijf uitgevoerd door
                                    vrijwilligers of daartoe opgeleide personen 100% van de kosten
                                    in natura gedurende de looptijd van de maatwerkvoorziening;</al></li><li nr="l."><al>voor vervoer van en naar maatschappelijke deelname per retour
                                    85% van de kosten in natura gedurende de looptijd van de
                                    maatwerkvoorziening.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en
                            algemene voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde
                                    cliëntondersteuning, en,</al></li><li nr="b."><al>voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang hij van de
                                    maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode
                                    waarvoor het pgb wordt verstrekt, en afhankelijk van het inkomen
                                    en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van de bijdrage voor een algemene voorziening wordt bepaald
                            aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van deze
                            voorziening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De kostprijs van een maatwerkvoorziening en pgb wordt bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>door een aanbesteding;</al></li><li nr="b."><al>na een consultatie in de markt, of;</al></li><li nr="c."><al>in overleg met de aanbieder.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de Wmo 2015,
                            worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK
                            vastgesteld en geïnd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als de bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een
                            woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd, is de
                            bijdrage verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder
                            begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het
                            Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is afgewezen, en degene die anders
                            dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een
                            cliënt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De bedragen per vier weken, de inkomensbedragen en de percentages die
                            gelden voor de berekening van de eigen bijdrage zijn gelijk aan die
                            genoemd in artikel 3.8, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo
                            2015.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Huishoudelijke Hulp Toelage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het jaar 2017 kan de cliënt, die een maatwerkvoorziening
                            huishoudelijke ondersteuning heeft, dan wel aanvraagt, gebruik maken van
                            de Huishoudelijke Hulp Toelage (HHT). De cliënt maakt hiervoor gebruik
                            van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bijdrage voor de cliënt is € 5,00 per uur en de cliënt kan voor
                            maximaal 52 uren gebruik maken van de HHT.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De cliënt kan van de 52 uren maximaal twee uren HHT inzetten voor degene
                            die mantelzorg aan hem/haar verleent.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De HHT kan worden ingezet voor onder andere de volgende huishoudelijke
                            taken:</al><lijst><li nr="-"><al>wassen en strijken;</al></li><li nr="-"><al>ramenlappen buitenzijde;</al></li><li nr="-"><al>het halen en opbergen van boodschappen;</al></li><li nr="-"><al>het verzorgen van een koude of warme maaltijd.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met
                            betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen,
                            door:</al><lijst><li nr="a."><al>het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van
                                    de cliënt;</al></li><li nr="b."><al>het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg;</al></li><li nr="c."><al>erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden
                                    in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in
                                    overeenstemming met de professionele standaard.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij nadere regels bepalen welke verdere eisen worden
                            gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de
                            deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de
                            naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders,
                            een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met
                            de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Meldingsregeling calamiteiten en geweld</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en
                            geweldsincidenten bij de verstrekking van een voorziening door een
                            aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich
                            heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onverwijld aan
                            de toezichthoudend ambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1, van de Wmo 2015,
                            doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert
                            het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het
                            bestrijden van geweld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan bij nadere regels bepalen welke verdere eisen gelden
                            voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een
                            voorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of
                            terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2.3.8 van de Wmo 2015 doet een cliënt aan het
                            college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle
                            feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn
                            dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als
                            bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de Wmo 2015.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2.3.10 van de Wmo 2015 kan het college een
                            beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de Wmo 2015 herzien
                            dan wel intrekken als het college vaststelt dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de
                                    verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere
                                    beslissing zou hebben geleid;</al></li><li nr="b."><al>de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het pgb is
                                    aangewezen;</al></li><li nr="c."><al>maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend is te
                                    achten;</al></li><li nr="d."><al>de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het
                                    pgb verbonden voorwaarden, of</al></li><li nr="e."><al>de cliënt de maatwerkvoorziening of het pgb niet of voor een
                                    ander doel gebruikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als
                            blijkt dat het pgb binnen zes maandenna uitbetaling niet is
                            aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening
                            heeft plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a,
                            heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige
                            gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het
                            college van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking
                            heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de
                            ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten
                            pgb.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is
                            ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is
                            ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde
                            zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van pgb’s.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Nadere regels waardering mantelzorgers</titel></kop><al>Het college bepaalt bij nadere regels waaruit de jaarlijkse blijk van
                        waardering voor mantelzorgers van cliënten in de gemeente Haaksbergen
                        bestaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door
                            derden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding
                            bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te
                            leveren diensten, in ieder geval rekening met:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en omvang van de te verrichten taken;</al></li><li nr="b."><al>een redelijke toeslag voor overheadkosten;</al></li><li nr="c."><al>een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het
                                    personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en
                                    werkoverleg; </al></li><li nr="d."><al>kosten voor bijscholing van het personeel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding
                            bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te
                            leveren overige voorzieningen, in ieder geval rekening met:</al><lijst><li nr="a."><al>de marktprijs van de voorziening, en</al></li><li nr="b."><al>de eventuele extra taken die in verband met de voorziening van
                                    de leverancier worden gevraagd, zoals:</al><al>1<sup>o</sup>. aanmeten, leveren en plaatsen van de voorziening; </al><al>2<sup>o</sup>. instructie over het gebruik van de voorziening; </al><al>3<sup>o</sup>. onderhoud van de voorziening, en</al><al>4°. verplichte deelname in bepaalde samenwerkingsverbanden.
                                </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Klachtregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van klachten
                            van cliënten ten aanzien van alle voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de
                            naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke
                            overleggen met de aanbieders, en een jaarlijks
                            cliëntervaringsonderzoek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke
                            ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanbieders stellen een regeling vast voor de medezeggenschap van
                            cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de
                            gebruikers van belang zijn ten aanzien van alle voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de
                            naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders door
                            periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks
                            cliëntervaringsonderzoek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Betrekken van ingezetenen bij het beleid</titel></kop><al>Het college betrekt ingezetenen bij het beleid over de Wmo 2015 op de wijze
                        zoals vast gelegd in de Verordening Participatieraad Haaksbergen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afwijken van
                        de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de verordening tot
                        onbillijkheden van overwegende aard leidt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2017.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op het moment, dat deze verordening in werking treedt, wordt de door de
                            raad op 29 oktober 2014 vastgestelde Verordening maatschappelijke
                            ondersteuning Haaksbergen ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke
                        ondersteuning Haaksbergen.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 21 december 2016.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mr. G. Raaben </ondertekening><ondertekening>griffier</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>G.J. Kok MDR</ondertekening><ondertekening>burgemeester</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>