<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR425439_5</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van leges 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Groningen (Gr)</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Groningen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2017-19252.html">gmb-2017-19252</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Legesverordening 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=156">Gemeentewet, artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onder h</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=229">Gemeentwet, artikel 229, eerste lid, aanhef en onder b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005212&amp;artikel=2">Paspoortwet, artikelen 2, tweede lid</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005212&amp;artikel=7">Paspoortwet, artikel 7</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-11-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-02-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Bijlage UAV</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>5937407</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>legesverordening</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al><al>Deze verordening vervangt per 1 januari 2017 de <extref doc="1.1:CVDR383586_4">Legesverordening 2016</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van leges 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>DE RAAD VAN DE GEMEENTE GRONINGEN,</al><al>(5937407);</al><al>Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7
                        oktober 2016; </al><al>Gelet op de <extref doc="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=156" struct="BWB">artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onder
                            h</extref>, en <extref doc="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=229" struct="BWB">artikel 229, eerste lid, aanhef en onder b, van de
                            Gemeentewet</extref>, en de <extref doc="1.0:v:BWBR0005212&amp;artikel=2" struct="BWB">artikelen 2,
                            tweede lid</extref>, en <extref doc="1.0:v:BWBR0005212&amp;artikel=7" struct="BWB">7 van de
                            Paspoortwet</extref>;</al><al>HEEFT BESLOTEN:</al><al>de Verordening op de heffing en invordering van leges 2017 vast te
                        stellen.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>dag : </al><al>de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een
                                dag als een hele dag wordt aangemerkt;</al></li><li nr="b."><al>week : </al><al>een aaneengesloten periode van zeven dagen; </al></li><li nr="c."><al>maand : </al><al>het tijdvak dat loopt van n<sup>e</sup> dag in een kalendermaand tot
                                en met de (n-1)<sup>e</sup> dag in de volgende kalendermaand;</al></li><li nr="d."><al>jaar : </al><al>het tijdvak dat loopt van de n<sup>e</sup> dag in een kalenderjaar
                                tot en met de (n-1)<sup>e</sup> dag in het volgende
                                kalenderjaar;</al></li><li nr="e."><al>kalenderjaar : </al><al>de periode van 1 januari tot en met 31 december.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte
                                diensten;</al></li><li nr="b."><al>het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een
                                Nederlandse identiteitskaart of reisdocument;</al><al> een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij
                                behorende tarieventabel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst, de Nederlandse
                        identiteitskaart of het reisdocument, dan wel degene ten behoeve van wie de
                        dienst is verleend of de handelingen zijn verricht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>Leges worden niet geheven voor: </al><lijst><li nr="a."><al>diensten waarvan de kosten krachtens <extref doc="1.0:v:BWBR0020449" struct="BWB">afdeling 6.4 van de
                                    Wet ruimtelijke ordening</extref> (grondexploitatie) zijn of
                                worden verhaald;</al></li><li nr="b."><al>diensten met betrekking tot een aanvraag tot verlening of gehele of
                                gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning of wijziging
                                van voorschriften van een omgevingsvergunning, voor zover die
                                vergunning betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een
                                inrichting als bedoeld in<extref doc="1.0:v:BWBR0024779&amp;artikel=2.1" struct="BWB">
                                    artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht</extref>;</al></li><li nr="c."><al>het in behandelingen nemen van een aanvraag tot verlening van een
                                omgevingsvergunning als bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0024779&amp;artikel=2.1" struct="BWB">artikel 2.1, eerste lid, onderdeel i, van de Wet algemene
                                    bepalingen omgevingsrecht</extref>, voor zover het een
                                activiteit betreft als bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0027464&amp;artikel=2.2a" struct="BWB">artikel 2.2a van het Besluit omgevingsrecht</extref>
                                (omgevingsvergunning beperkte milieutoets);</al></li><li nr="d."><al>het afgeven van bewijzen van onvermogen;</al></li><li nr="e."><al>het afgeven van stukken, nodig voor de ontvangst van pensioenen,
                                lijfrenten, wachtgelden, loon, bezoldiging of riddersoldij;</al></li><li nr="f."><al>de aan belanghebbende uit te reiken beschikkingen of afschriften
                                daarvan houdende aanstelling, benoeming, bevordering, ontslag,
                                toekenning van bezoldiging, vergoeding of toelage, dan wel verhoging
                                hiervan, met betrekking tot enige gemeentelijke functie of
                                dienstverlening jegens de gemeente;</al></li><li nr="g."><al>het afgeven van beschikkingen op verzoekschriften en
                                bezwaarschriften;</al></li><li nr="h."><al>de aan belanghebbende uit te reiken beschikkingen of afschriften
                                daarvan, houdende beslissing op een aanvraag om subsidie uit de
                                gemeentekas;</al></li><li nr="i."><al>nasporingen in de bij het Gemeentearchief berustende stukken welke
                                uitsluitend strekken ten behoeve van een wetenschappelijk doel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaven van heffing en tarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de
                            bij deze verordening behorende tarieventabel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een
                            projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0027431&amp;artikel=2.10" struct="BWB">artikel
                                2.10 van de Crisis- en herstelwet</extref> bedraagt het tarief de
                            som van de bedragen die op grond van deze verordening verschuldigd
                            zouden zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het
                            verkrijgen van een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander
                            besluit in het kader van de ontwikkeling en verwezenlijking van het
                            project, voor zover het projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging
                            van deze besluiten, zoals bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0027431&amp;artikel=2.10" struct="BWB">artikel
                                2.10, derde lid, van de Crisis- en herstelwet</extref>.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de
                            tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een
                        gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een
                        stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt
                        mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke
                        kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van <extref doc="1.0:v:BWBR0004770&amp;artikel=9" struct="BWB">artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet
                                1990</extref> moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving
                            als bedoeld in artikel 6:</al><lijst><li nr="a."><al>mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de
                                    kennisgeving;</al></li><li nr="b."><al>schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de
                                    kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen
                                    veertien dagen na de dagtekening van de kennisgeving.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De <extref doc="1.0:v:BWBR0002448" struct="BWB">Algemene
                                termijnenwet</extref> is niet van toepassing op de in het eerste lid
                            gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vermindering of teruggaaf</titel></kop><al>Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de
                        bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt
                        verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in die
                        tarieventabel opgenomen bepaling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Overdracht van bevoegdheden</titel></kop><al>Het college is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de
                        wijzigingen:</al><lijst><li nr="a."><al>van zuiver redactionele aard zijn;</al></li><li nr="b."><al>een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in
                                werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van
                                de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en
                                het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de
                                tarieventabel betreft:</al></li><li nr="1."><al>onderdeel 1.2.6 (akten burgerlijke stand);</al></li><li nr="2."><al>hoofdstuk 3 (reisdocumenten);</al></li><li nr="3."><al>hoofdstuk 4 (rijbewijzen);</al></li><li nr="4."><al>onderdeel 1.5.6 (papieren verstrekking uit basisregistratie
                                personen);</al></li><li nr="5."><al>hoofdstuk 7 (verstrekkingen op grond van de Wet bescherming
                                persoonsgegevens);</al></li><li nr="6."><al>onderdeel 1.6.2 (verklaring omtrent het gedrag);</al></li><li nr="7."><al>hoofdstuk 12 (kansspelen);</al></li></lijst><al>een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen
                        of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is
                        gehouden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de leges.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ‘<extref doc="1.1:CVDR383586_4" struct="CVDR">Legesverordening
                                2016</extref>’ van 11 november 2015, nr. 2b, laatstelijk gewijzigd
                            bij besluit van het college van burgemeester en wethouders van 15
                            december 2015, nr. 3s, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2017,
                            met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten
                            die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2017 welke
                            datum tevens de datum van ingang van de heffing is. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het tweede lid, treedt onderdeel 2.2.1.3 van
                            de bij deze verordening behorende tarieventabel in werking met
                            terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2015 welke datum tevens de
                            datum van ingang van de heffing voor dat onderdeel is. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Legesverordening 2017’.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al/></slotformulering><gegeven><dagtekening><datum isodatum="2016-11-09">Gedaan te Groningen in de openbare
                            raadsvergadering van 9 november 2016.</datum></dagtekening></gegeven><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>Toon  Dashorst.</ondertekening><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Peter den Oudsten.</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel> TARIEVENTABEL LEGES</titel></kop><al-groep><al>Tarieventabel behorende bij de Legesverordening 2017</al></al-groep><al-groep><al>Indeling tarieventabel</al><lijst><li nr=""><table><tgroup cols="2"><tbody><row><entry colname="col1"><al>Titel 1</al></entry><entry colname="col2"><al>Algemene dienstverlening</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hoofdstuk 1</al></entry><entry colname="col2"><al>Algemeen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hoofdstuk 2</al></entry><entry colname="col2"><al>Burgerlijke stand</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hoofdstuk 3</al></entry><entry colname="col2"><al>Reisdocumenten</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hoofdstuk 4</al></entry><entry colname="col2"><al>Rijbewijzen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hoofdstuk 5</al></entry><entry colname="col2"><al>Verstrekkingen uit de basisregistratie
                                                  personen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hoofdstuk 6</al></entry><entry colname="col2"><al>Overige publiekszaken </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hoofdstuk 7</al></entry><entry colname="col2"><al>Verstrekkingen op grond van de Wet bescherming
                                                  persoonsgegevens</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hoofdstuk 8</al></entry><entry colname="col2"><al>Bestuursstukken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hoofdstuk 9</al></entry><entry colname="col2"><al>Vastgoedinformatie</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hoofdstuk 10</al></entry><entry colname="col2"><al>Leegstandwet</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hoofdstuk 11</al></entry><entry colname="col2"><al>Winkeltijdenwet</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hoofdstuk 12</al></entry><entry colname="col2"><al>Kansspelen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hoofdstuk 13</al></entry><entry colname="col2"><al>Openbare orde en veiligheid</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hoofdstuk 14</al></entry><entry colname="col2"><al>Telecommunicatie en graafwerkzaamheden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hoofdstuk 15</al></entry><entry colname="col2"><al>Verkeer en vervoer</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hoofdstuk 16</al></entry><entry colname="col2"><al>Diversen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Titel 2</al></entry><entry colname="col2"><al>Dienstverlening vallend onder fysieke
                                                  leefomgeving/omgevingsvergunning</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hoofdstuk 1</al></entry><entry colname="col2"><al>Begripsomschrijvingen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hoofdstuk 2</al></entry><entry colname="col2"><al>Omgevingsvergunning</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hoofdstuk 3</al></entry><entry colname="col2"><al>Teruggaaf</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Titel 3</al></entry><entry colname="col2"><al>Dienstverlening vallend onder Europese
                                                  dienstenrichtlijn</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hoofdstuk 1</al></entry><entry colname="col2"><al>Horeca</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hoofdstuk 2</al></entry><entry colname="col2"><al>Organiseren evenementen </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hoofdstuk 3</al></entry><entry colname="col2"><al>Seksbedrijven</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hoofdstuk 4</al></entry><entry colname="col2"><al>Huisvestingswet 2014</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hoofdstuk 5</al></entry><entry colname="col2"><al>Brandbeveiligingsverordening</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hoofdstuk 6</al></entry><entry colname="col2"><al>In deze titel niet benoemde vergunning,
                                                  ontheffing of andere beschikking</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Titel 1 Algemene dienstverlening</tussenkop><tussenkop>Hoofdstuk 1 Algemeen</tussenkop><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het verstrekken van
                                                  informatie, voor zover daarvoor niet elders in
                                                  deze tabel of in een andere wettelijke regeling
                                                  een tarief is opgenomen,</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.1.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>door middel van een fotokopie, per bladzijde
                                                </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 0,35</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.1.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>door middel van kaarten, tekeningen of
                                                  lichtdrukken, per kaart, tekening of
                                                  lichtdruk</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 5,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.1.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>door middel van een kopie van ander materiaal
                                                  dat informatie bevat: de uit een vooraf door of
                                                  vanwege het college van burgemeester en opgestelde
                                                  offerte blijkende kosten</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien het totale op grond van 1.1.1
                                                  verschuldigde bedrag aan leges niet meer dan €
                                                  10,– bedraagt, wordt het verschuldigde bedrag aan
                                                  leges niet geheven.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het verstrekken van
                                                  informatie door middel van een kopie in digitale
                                                  vorm nihil. In afwijking hiervan bedraagt het
                                                  tarief per bladzijde € 0,35 als de te verstrekken
                                                  informatie meer dan 100 bladzijden bedraagt en
                                                  voor het verstrekken van de informatie handelingen
                                                  moeten worden verricht zoals het scannen of
                                                  bewerken van documenten.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.1.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor een beschikking op
                                                  aanvraag voor zover daarvoor niet elders in deze
                                                  tabel of in een andere wettelijke regeling een
                                                  tarief is opgenomen</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 11,–</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Hoofdstuk 2 Burgerlijke stand</tussenkop><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een
                                                  administratief huwelijk of het aangaan van een
                                                  administratieve partnerschapsregistratie tijdens
                                                  de openingstijden in De Prefectenhof</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 97,40</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een
                                                  huwelijk of het registreren van een
                                                  partnerschapsrelatie </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 341,25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.2.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien de huwelijksvoltrekking of
                                                  partnerschapsregistratie plaatsvindt op woensdag
                                                  of donderdag wordt het in 1.2.2 genoemde tarief
                                                </al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>vermeerderd met </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 89,55</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.2.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien de huwelijksvoltrekking of
                                                  partnerschapsregistratie plaatsvindt op vrijdag
                                                  wordt het in 1.2.2 genoemde tarief vermeerderd
                                                  met</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 360,35</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.2.2.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien de huwelijksvoltrekking of
                                                  partnerschapsregistratie plaatsvindt op zaterdag
                                                  wordt het in 1.2.2 genoemde tarief vermeerderd
                                                  met</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 896,20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.2.2.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Voor de voltrekking van een huwelijk of het
                                                  aangaan van een partnerschapsregistratie op
                                                  woensdag om 09.00 uur en 09.30 uur, aan de balie
                                                  in De Prefectenhof, zonder toespraak en met
                                                  maximaal twee getuigen, bedraagt het tarief</al></entry><entry colname="col3"><al>nihil</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.2.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het op aanvraag
                                                  beschikbaar stellen van getuigen bij een
                                                  huwelijksvoltrekking of partnerschapsregistratie
                                                  per getuige</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 11,40</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.2.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor de omzetting van een
                                                  geregistreerd partnerschap in een huwelijk in ‘De
                                                  Prefectenhof’</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 97,40</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.2.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij omzetting van een geregistreerd partnerschap
                                                  in een huwelijk worden de in 1.2.2 tot en met
                                                  1.2.2.3 genoemde tarieven toegepast indien bij de
                                                  omzetting gebruik wordt gemaakt van de
                                                  trouwlocaties anders dan ‘De Prefectenhof’</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.2.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag
                                                  tot het verstrekken van een stuk als bedoeld in
                                                  artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand
                                                  geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het
                                                  Legesbesluit akten burgerlijke stand.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Hoofdstuk 3 Reisdocumenten</tussenkop><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het verrichten van
                                                  handelingen ten behoeve van een aanvraag</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>van een nationaal paspoort:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.3.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>voor een persoon die op het moment van de
                                                  aanvraag 18 jaar of ouder is</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 64,75</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.3.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>voor een persoon die op het moment van de
                                                  aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft
                                                  bereikt</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 51,45</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.3.2</al></entry><entry colname="col2"><al>van een nationaal paspoort, een groter aantal
                                                  bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort
                                                  als bedoeld in onderdeel 1.2.1
                                                  (zakenpaspoort):</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 64,75</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.3.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>voor een persoon die op het moment van de
                                                  aanvraag 18 jaar of ouder is</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 51,45</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.3.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>voor een persoon die op het moment van de
                                                  aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft
                                                  bereikt</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.3.3</al></entry><entry colname="col2"><al>van een reisdocument ten behoeve van een persoon
                                                  die op grond van de Wet betreffende de positie van
                                                  Molukkers als Nederlander wordt behandeld
                                                  (faciliteitenpaspoort):</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.3.3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>voor een persoon die op het moment van de
                                                  aanvraag 18 jaar of ouder is</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 64,75</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.3.3.2</al></entry><entry colname="col2"><al>voor een persoon die op het moment van de
                                                  aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft
                                                  bereikt</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 51,45</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.3.4</al></entry><entry colname="col2"><al>van een reisdocument voor vluchtelingen of een
                                                  reisdocument voor vreemdelingen</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 51,45</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.3.5</al></entry><entry colname="col2"><al>van een Nederlandse identiteitskaart</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.3.5.1</al></entry><entry colname="col2"><al>voor een persoon die op het moment van de
                                                  aanvraag 18 jaar of ouder is</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 50,65</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.3.5.2</al></entry><entry colname="col2"><al>voor een persoon die op het moment van de
                                                  aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft
                                                  bereikt</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 28,60</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.3.6</al></entry><entry colname="col2"><al>voor een spoedlevering van de in de onderdelen
                                                  1.3.1 tot en met 1.3.5 genoemde documenten, de in
                                                  die onderdelen genoemde leges vermeerderd met een
                                                  bedrag van</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 47,55</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.3.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien de aanvraag op het woon- of verblijfadres
                                                  van de aanvrager in behandeling wordt genomen
                                                  worden de overeenkomstig dit hoofdstuk geheven
                                                  leges vermeerderd met</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 36,55</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Hoofdstuk 4 Rijbewijzen</tussenkop><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.4.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling
                                                  nemen van een aanvraag tot afgifte van een
                                                  rijbewijs</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 38,95</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.4.2</al></entry><entry colname="col2"><al>De overeenkomstig het in 1.4.1 genoemde tarief
                                                  geheven leges worden vermeerderd met indien de
                                                  aanvrager een eerder aan hem afgegeven rijbewijs
                                                  bij het indienen van de aanvraag niet als zodanig
                                                  herkenbaar kan overleggen als gevolg van verlies,
                                                  diefstal of andere oorzaak</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 38,40</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.4.3</al></entry><entry colname="col2"><al>De onder 1.4.2 genoemde vermeerdering van leges
                                                  wordt niet geheven indien sinds het verlopen van
                                                  de geldigheidsdatum van het rijbewijs meer dan 13
                                                  jaren zijn verstreken</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.4.4</al></entry><entry colname="col2"><al>De overeenkomstig de in 1.4.1 tot en met 1.4.3
                                                  genoemde tarieven geheven leges worden bij een
                                                  spoedlevering vermeerderd met een bedrag van </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 34,10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.4.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling
                                                  nemen van een aanvraag tot teruggave van een
                                                  gevonden rijbewijs</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 11,10</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Hoofdstuk 5 Verstrekkingen uit de basisregistratie
                                personen</tussenkop><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.5.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Voor de toepassing van hoofdstuk 5 wordt onder
                                                  één verstrekking verstaan één of meer gegevens
                                                  omtrent één persoon waarvoor:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.de basisregistratie personen moet worden
                                                  geraadpleegd en/of</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.de voor de basisregistratie personen geldende
                                                  bevolkingsadministratie moet worden
                                                  geraadpleegd.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.5.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling
                                                  nemen van een aanvraag:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.5.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>tot het verstrekken van gegevens, per
                                                  verstrekking</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 15,85</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.5.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>tot het verstrekken van gegevens betreffende de
                                                  tot één gezin behorende personen
                                                  (gezinsuittreksel)</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 25,65</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.5.2.3</al></entry><entry colname="col2"><al>tot het verstrekken van gegevens aan
                                                  rechtspersonen zonder winstoogmerk op grond van
                                                  artikel 3.9 van de Wet basisregistratie personen,
                                                  per verstrekking</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 9,30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.5.2.4</al></entry><entry colname="col2"><al>tot het verstrekken van gegevens voor
                                                  historische, statistische of wetenschappelijke
                                                  doeleinden op grond van artikel 3.13 van de Wet
                                                  basisregistratie personen, per verstrekking</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 9,30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.5.3</al></entry><entry colname="col2"><al>In afwijking van de voorgaande onderdelen
                                                  bedraagt het tarief voor het verstrekken van
                                                  gegevens waarvoor een intensieve nasporing van de
                                                  registers vereist is, voor elk daaraan te besteden
                                                  kwartier of gedeelte daarvan </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 18,15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.5.4.</al></entry><entry colname="col2"><al>In afwijking van de voorgaande onderdelen
                                                  bedraagt het tarief voor het verstrekken van
                                                  gegevens</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.5.4.1</al></entry><entry colname="col2"><al>via een geautomatiseerde selectie</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 845,90</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.5.4.2</al></entry><entry colname="col2"><al>via een geautomatiseerde steekproef</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.218,10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.5.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling
                                                  nemen van een aanvraag tot het verstrekken aan een
                                                  ingeschreven persoon van een volledig overzicht
                                                  van zijn persoonslijst of een gedeelte daarvan, in
                                                  andere gevallen als bedoeld in artikel 2.54 van de
                                                  Wet basisregistratie personen</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 15,35</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.5.6</al></entry><entry colname="col2"><al>In afwijking van de voorgaande onderdelen geldt
                                                  voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot
                                                  het verstrekken van gegevens als bedoeld in
                                                  artikel 17, tweede lid, van het Besluit
                                                  basisregistratie personen het tarief zoals dat is
                                                  opgenomen in dit besluit. </al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Hoofdstuk 6 Overige publiekszaken </tussenkop><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.6.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.6.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>het legaliseren van een handtekening</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 15,85</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.6.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>het waarmerken van enig stuk</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 15,85</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.6.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>het in behandeling nemen van een aanvraag om
                                                  afgifte van een trouwboekje bij de voltrekking van
                                                  een huwelijk of het aangaan van een
                                                  partnerschapsregistratie als bedoeld in 1.2.1 en
                                                  1.2.2.4 of de afgifte van een
                                                  duplicaattrouwboekje</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 15,35</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.6.1.4</al></entry><entry colname="col2"><al>het in behandeling nemen van een aanvraag om
                                                  afgifte van een verklaring omtrent voorgenomen
                                                  vestiging</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 15,85</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.6.1.5</al></entry><entry colname="col2"><al>voor het, bij wijze van spoed, (per expresse/
                                                  telegrafisch/telefonisch/per fax) overbrengen van
                                                  gegevens vermeerderd met de kosten aan de gewenste
                                                  vorm van overbrenging verbonden</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 10,00</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.6.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag
                                                  om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag
                                                  geldt het maximumtarief zoals dat is vastgesteld
                                                  bij of krachtens de Wet justitiële gegevens</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.6.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag
                                                  tot het verkrijgen van het Nederlanderschap door
                                                  naturalisatie of via optie als bedoeld in de
                                                  Rijkswet op het Nederlanderschap geldt het tarief
                                                  zoals dat is opgenomen in het Besluit Optie- en
                                                  Naturalisatiegelden 2002.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Hoofdstuk 7 Verstrekkingen op grond van de Wet bescherming
                                persoonsgegevens</tussenkop><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.7.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling
                                                  nemen van een aanvraag voor een bericht als
                                                  bedoeld in artikel 35 van de Wet bescherming
                                                  persoonsgegevens:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.7.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>bij verstrekking op papier, indien het afschrift
                                                  bestaat uit:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.7.1.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>a.ten hoogste 100 pagina’s, per pagina</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 0,23</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>met een maximum per bericht van</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 5,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.7.1.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>b.meer dan 100 pagina's</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 22,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.7.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>bij verstrekking anders dan op papier</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 5,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.7.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>dat bestaat uit een afschrift van een, vanwege
                                                  de aard van de verwerking, moeilijk toegankelijke
                                                  gegevensverwerking</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 22,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.7.2</al></entry><entry colname="col2"><al>indien voor hetzelfde bericht op grond van de
                                                  onderdelen 1.7.1.1, 1.7.1.2 en 1.7.1.3 meerdere
                                                  vergoedingen kunnen worden gevraagd, wordt slechts
                                                  de hoogste gevraagd</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.7.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling
                                                  nemen van een verzet als bedoeld in artikel 40 van
                                                  de Wet bescherming persoonsgegevens</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 4,50</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Hoofdstuk 8 Bestuursstukken</tussenkop><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.8.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het verstrekken
                                                  van:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.8.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>een exemplaar van de gemeentebegroting met de
                                                  bijbehorende stukken</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 32,70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.8.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>een exemplaar van de begroting van een dienst
                                                  van de gemeente</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 10,05</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.8.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>een exemplaar van de voorjaarsnota of een
                                                  integraal beleidsplan </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 10,05</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.8.1.4</al></entry><entry colname="col2"><al>een exemplaar van de gemeenterekening met de
                                                  bijbehorende stukken </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 32,70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.8.1.5</al></entry><entry colname="col2"><al>een exemplaar van elk niet hiervoor afzonderlijk
                                                  genoemd document </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 5,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.8.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het verstrekken
                                                  van:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.8.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>een afschrift van het verslag van een
                                                  raadsvergadering, per bladzijde of gedeelte
                                                  daarvan</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 0,35</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.8.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>een afschrift van de stukken behorende bij een
                                                  raadsvergadering, per bladzijde of gedeelte
                                                  daarvan </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 0,35</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.8.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor;</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.8.3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>een abonnement op de verslagen van de
                                                  raadsvergaderingen, per jaargang</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 22,45</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.8.3.2</al></entry><entry colname="col2"><al>een abonnement op de stukken behorende bij de
                                                  raadsvergaderingen, per jaargang</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 82,80</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.8.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een
                                                  exemplaar van de bouwverordening</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 51,10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.8.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een
                                                  exemplaar van een andere dan de in 1.8.4 genoemde
                                                  verordening, per bladzijde of gedeelte daarvan
                                                </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 0,35</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>met een minimum van</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 0,80</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>en een maximum van</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 10,05</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Hoofdstuk 9 Vastgoedinformatie</tussenkop><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.9.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Voor het raadplegen van de bij de gemeente
                                                  berustende kadastrale stukken en het verstrekken
                                                  van informatie uit die stukken gelden de tarieven
                                                  als genoemd in de Regeling Tarieven Kadaster</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.9.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.9.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>het verstrekken van een lichtdruk/kopie van een
                                                  ruimtelijk plan, zoals bestemmingsplan,
                                                  voorbereidingsbesluit, exploitatieplan,
                                                  streekplan, structuurplan of
                                                  stadsvernieuwingsplan, per bladzijde of gedeelte
                                                  daarvan op formaat A4</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 0,35</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>met een minimum van </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 0,80</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>en een maximum van</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 10,05 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.9.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>het verstrekken van kaartmateriaal behorend bij
                                                  een plan als genoemd in 1.9.2.1 indien het
                                                  betreft:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.9.2.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Een zwart-wit kopie op A3-formaat</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 0,60</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.9.2.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Een zwart-wit kopie op A2-formaat</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 2,80</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.9.2.2.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Een zwart-wit kopie op A1-formaat</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 4,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.9.2.2.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Een zwart-wit kopie op A0-formaat</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 8,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.9.2.2.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Een kleur kopie op A3-formaat</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1,05</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.9.2.2.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Een kleur kopie op A2-formaat</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 9,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.9.2.2.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Een kleur kopie op A1-formaat</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 11,15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.9.2.2.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Een kleur kopie op A0-formaat</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 16,70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.9.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.9.3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>het verstrekken van een afschrift of uittreksel
                                                  van een in het gemeentelijke beperkingenregister
                                                  ingeschreven beperkingenbesluit, beslissing in
                                                  administratief beroep of rechterlijke uitspraak,
                                                  dan wel vervallenverklaring, als bedoeld in
                                                  artikel 9, eerste lid, onder a, van de Wet
                                                  kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen, per
                                                  bladzijde of gedeelte daarvan op formaat A4</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 0,35</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>met een minimum van </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 0,80 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>en een maximum van </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 10,05 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.9.3.2</al></entry><entry colname="col2"><al>het verstrekken van een schriftelijke verklaring
                                                  uit de gemeentelijke beperkingenregistratie, als
                                                  bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder c, van de
                                                  Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen,
                                                  dat er al dan niet publiekrechtelijke
                                                  beperking(en) van kracht is, per perceel </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 0,55</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.9.3.3</al></entry><entry colname="col2"><al>het verlenen van inzage tot het dossier behorend
                                                  bij een ingeschreven beperkingenbesluit</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 8,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.9.3.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien een afschrift, uittreksel of verklaring
                                                  als bedoeld in 1.9.3.1 en 1.9.3.2 op verzoek wordt
                                                  gewaarmerkt, worden de overeenkomstig die
                                                  onderdelen berekende leges vermeerderd met </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 13,40</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.9.4</al></entry><entry colname="col2"><al>In geval van verzending van de documenten als
                                                  bedoeld in dit hoofdstuk worden de overeenkomstig
                                                  dit hoofdstuk berekende leges vermeerderd met
                                                  verzendkosten</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.9.5</al></entry><entry colname="col2"><al>In geval van een spoedlevering van de documenten
                                                  als bedoeld in dit hoofdstuk worden de
                                                  overeenkomstig dit hoofdstuk berekende leges
                                                  vermeerderd met </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 11,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> 1.9.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling
                                                  nemen van een aanvraag van makelaars/taxateurs tot
                                                  het verstrekken van informatie over percelen ten
                                                  behoeve van taxatie-opdrachten, voor elk perceel
                                                  waarop de aanvraag betrekking heeft </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 39,90</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Hoofdstuk 10 Leegstandwet</tussenkop><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.10</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.10.1</al></entry><entry colname="col2"><al>het in behandeling nemen van een aanvraag tot
                                                  het verlenen van een vergunning tot tijdelijke
                                                  verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in
                                                  artikel 15, eerste lid, van de Leegstandswet</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 47,70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.10.2</al></entry><entry colname="col2"><al>het in behandeling nemen van een aanvraag tot
                                                  het verlengen van een vergunning tot tijdelijke
                                                  verhuur van woonruimte als bedoeld in artikel 15,
                                                  vijfde lid, van de Leegstandswet</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 35,90</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Hoofdstuk 11 Winkeltijdenwet</tussenkop><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.11</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.11.1</al></entry><entry colname="col2"><al>het in behandeling nemen van een aanvraag tot
                                                  het verlenen van een ontheffing in het kader van
                                                  de Winkeltijdenwet </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 53,70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.11.2</al></entry><entry colname="col2"><al>het in behandeling nemen van een aanvraag tot
                                                  het wijzigen van een in onderdeel 1.11.1 bedoelde
                                                  ontheffing </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 53,70</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Hoofdstuk 12 Kansspelen</tussenkop><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.12</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.12.1</al></entry><entry colname="col2"><al>het in behandeling nemen van een aanvraag tot
                                                  het verkrijgen van een aanwezigheidsvergunning
                                                  ingevolge artikel 30b van de Wet op de
                                                  Kansspelen</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.12.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>voor een periode van vier jaren voor één
                                                  kansspelautomaat</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 158,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.12.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>voor een periode van vier jaren voor twee of
                                                  meer kansspelautomaten</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 22,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>vermeerderd met een bedrag van</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 136,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>per kansspelautomaat</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.12.2</al></entry><entry colname="col2"><al>het in behandeling nemen van een aanvraag tot
                                                  het verkrijgen van elke andere vergunning
                                                  ingevolge de Wet op de Kansspelen</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 11,–</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Hoofdstuk 13 Openbare orde en veiligheid</tussenkop><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.13</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.13.1</al></entry><entry colname="col2"><al>het in behandeling nemen van een aanvraag om een
                                                  ontheffing van het verbod als bedoeld in artikel
                                                  2:4 van de APVG 2009 (het aanbieden e.d. van
                                                  geschreven of gedrukte stukken/afbeeldingen of het
                                                  uitdelen van goederen om niet) door een
                                                  commerciële partij </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 84,70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.13.2</al></entry><entry colname="col2"><al>het in behandeling nemen van een aanvraag om een
                                                  vergunning als bedoeld in artikel 2:6 van de APVG
                                                  2009 (het gebruiken van de weg anders dan
                                                  overeenkomstig de bestemming)</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 55,10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.13.3</al></entry><entry colname="col2"><al>het in behandeling nemen van een aanvraag om een
                                                  vrijstelling van de verplichtingen met betrekking
                                                  tot het verkoopregister als bedoeld in artikel
                                                  2:62 van de APVG 2009 </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 27,70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.13.4</al></entry><entry colname="col2"><al>het in behandeling nemen van een aanvraag om een
                                                  vergunning als bedoeld in artikel 2:65 van de APVG
                                                  2009 (het ter beschikking stellen van
                                                  consumentenvuurwerk)</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 185,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.13.5</al></entry><entry colname="col2"><al>het in behandeling nemen van een aanvraag om een
                                                  ontheffing van het verbod als bedoeld in artikel
                                                  5:35 van de APVG 2009 (het verbranden van
                                                  afvalstoffen of stoken van vuur) </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 104,60</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Hoofdstuk 14 Telecommunicatie en
                                graafwerkzaamheden</tussenkop><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.14.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling
                                                  nemen van een melding in verband met het
                                                  verkrijgen van instemming omtrent plaats, tijdstip
                                                  en wijze van uitvoering van werkzaamheden als
                                                  bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van de
                                                  Telecommunicatiewet</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 443,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.14.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>indien het betreft werkzaamheden in tegel-,
                                                  klinker- en sierbestratingen, alsmede gesloten
                                                  verhardingen, voor zover de werkzaamheden
                                                  plaatsvinden in of op openbare gemeentegrond, per
                                                  strekkende meter sleuf verhoogd met</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 2,20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.14.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>indien het betreft werkzaamheden in bermen,
                                                  groenstroken en dergelijke, voor zover de
                                                  werkzaamheden plaatsvinden in of op openbare
                                                  gemeentegrond, per strekkende meter sleuf verhoogd
                                                  met</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 2,20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.14.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>indien met betrekking tot een melding overleg
                                                  moet plaatsvinden tussen gemeente, andere
                                                  beheerders van openbare grond en de aanbieder van
                                                  het netwerk, verhoogd met</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 443,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.14.1.4</al></entry><entry colname="col2"><al>indien met betrekking tot een melding onderzoek
                                                  naar de status van de kabel plaatsvindt, verhoogd
                                                  met het bedrag van de voorafgaand aan het in
                                                  behandeling nemen van de melding aan de melder
                                                  meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die
                                                  ter zake door het college van burgemeester en
                                                  wethouders is opgesteld</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.14.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien een begroting als bedoeld in 1.14.1.4 is
                                                  uitgebracht, wordt een melding in behandeling
                                                  genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de
                                                  begroting aan de melder ter kennis is gebracht,
                                                  tenzij de melding voor deze vijfde werkdag
                                                  schriftelijk is ingetrokken</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.14.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling
                                                  nemen van een melding in verband met het
                                                  verkrijgen van instemming omtrent plaats, tijdstip
                                                  en wijze van uitvoering van werkzaamheden als
                                                  bedoeld in artikel 1, onder f, van de
                                                  Graafverordening gemeente Groningen</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 443,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.14.3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>indien het betreft werkzaamheden in tegel-,
                                                  klinker- en sierbestratingen, alsmede gesloten
                                                  verhardingen, voor zover de werkzaamheden
                                                  plaatsvinden in of op openbare gemeentegrond, per
                                                  strekkende meter sleuf verhoogd met</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 2,20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.14.3.2</al></entry><entry colname="col2"><al>indien het betreft werkzaamheden in bermen,
                                                  groenstroken en dergelijke, voor zover de
                                                  werkzaamheden plaatsvinden in of op openbare
                                                  gemeentegrond, per strekkende meter sleuf verhoogd
                                                  met </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 2,20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.14.3.3</al></entry><entry colname="col2"><al>indien met betrekking tot een melding onderzoek
                                                  naar de status van de kabel dan wel de
                                                  plaatsvindt, verhoogd met het bedrag van de
                                                  voorafgaand aan het in behandeling nemen van de
                                                  melding aan de melder meegedeelde kosten, blijkend
                                                  uit een begroting die ter zake door het college
                                                  van burgemeester en wethouders is opgesteld</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.14.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien een begroting als bedoeld in 1.14.3.3 is
                                                  uitgebracht, wordt een melding in behandeling
                                                  genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de
                                                  begroting aan de melder ter kennis is gebracht,
                                                  tenzij de melding voor deze vijfde werkdag
                                                  schriftelijk is ingetrokken.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Hoofdstuk 15 Verkeer en vervoer</tussenkop><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.15.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.15.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>het in behandeling nemen van een aanvraag om een
                                                  ontheffing als bedoeld in artikel 10 j° artikel
                                                  148 van de Wegenverkeerswet 1994 (het houden van
                                                  of deelnemen aan een wedstrijd met voertuigen op
                                                  een weg)</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 112,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.15.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>het in behandeling nemen van een aanvraag om een
                                                  ontheffing van de in artikel 87 van het Reglement
                                                  van verkeersregels en verkeerstekens bedoelde
                                                  verkeerstekens indien het betreft een
                                                  dagontheffing</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 15,40</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>met dien verstande dat in geval een aanvraag
                                                  meer dan drie voertuigen betreft de leges vanaf de
                                                  derde ontheffing met 50% worden verlaagd</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.15.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>het in behandeling nemen van een aanvraag om een
                                                  ontheffing van de in artikel 87 van het Reglement
                                                  van verkeersregels en verkeerstekens bedoelde
                                                  verkeerstekens indien het betreft een
                                                  jaarontheffing</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 101,70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>met dien verstande dat dat er geen leges worden
                                                  geheven indien deaanvraag om een ontheffing
                                                  betrekking heeft op een emissievrije taxi</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.15.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling
                                                  nemen van een aanvraag om een ontheffing als
                                                  bedoeld in artikel 9.1 van de Regeling
                                                  voertuigen</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 27,85</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.15.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.15.3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>het in behandeling nemen van een eerste aanvraag
                                                  voor een gehandicaptenparkeerkaart of een aanvraag
                                                  tot het verstrekken van een duplicaat (zonder
                                                  overhandigbaar proces verbaal van verlies of
                                                  diefstal) van een gehandicaptenparkeerkaart als
                                                  bedoeld in artikel 49 van het Besluit
                                                  administratieve bepalingen inzake het wegverkeer
                                                  (BABW)</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 99,25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.15.3.2</al></entry><entry colname="col2"><al>het in behandeling nemen van een aanvraag tot
                                                  het verstrekken van een duplicaat (met
                                                  overhandigbaar proces verbaal van verlies of
                                                  diefstal) van een gehandicaptenparkeerkaart als
                                                  bedoeld in artikel 49 van het Besluit
                                                  administratieve bepalingen inzake het wegverkeer
                                                  (BABW)</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 49,65</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.15.3.3</al></entry><entry colname="col2"><al>het in behandeling nemen van een aanvraag tot
                                                  verlenging met fysieke medische herkeuring als
                                                  bedoeld in artikel 49 van het Besluit
                                                  administratieve bepalingen inzake het wegverkeer
                                                  (BABW)</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 88,80</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.15.3.4</al></entry><entry colname="col2"><al>het in behandeling nemen van een aanvraag tot
                                                  verlenging met administratieve medische herkeuring
                                                  als bedoeld in artikel 49 van het Besluit
                                                  administratieve bepalingen inzake het wegverkeer
                                                  (BABW)</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 47,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.15.3.5</al></entry><entry colname="col2"><al>het in behandeling nemen van een aanvraag voor
                                                  een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken als
                                                  bedoeld in artikel 29 van het Besluit
                                                  administratieve bepalingen inzake het wegverkeer
                                                  (BABW)</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 78,40</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Hoofdstuk 16 Diversen</tussenkop><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.16.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het inschrijven op een
                                                  lotingslijst van een potentiële koper van een
                                                  bouwkavel</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 41,80</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.16.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.16.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>het in behandeling nemen van een aanvraag tot
                                                  het verkrijgen van een ligplaatsvergunning als
                                                  bedoeld in artikel 8 van de Verordening openbaar
                                                  vaarwater 2006 in geval van overdracht van de
                                                  eigendom van een woonschip</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 214,70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.16.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>het in behandeling nemen van een aanvraag tot
                                                  het verkrijgen van een ligplaatsvergunning als
                                                  bedoeld in artikel 8 van de Verordening openbaar
                                                  vaarwater 2006 in geval van vervanging dan wel
                                                  vergroting of substantiële wijziging van een
                                                  woonschip </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 501,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.16.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Onverminderd het bepaalde in onderdeel 1.16.2
                                                  bedraagt het tarief, indien de in dat onderdeel
                                                  bedoelde aanvraag wordt ingediend na het innemen
                                                  van een ligplaats van de op grond van dat
                                                  onderdeel verschuldigde leges</al></entry><entry colname="col3"><al>200%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.16.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het verlenen van inzage
                                                  in een bouwdossier</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 8,35</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.16.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het verlenen van inzage
                                                  in een milieudossier </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 8,35</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.16.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.16.6.1.</al></entry><entry colname="col2"><al>het afgeven van een overzicht van de
                                                  geluidsbelasting van gevels van woningen (met een
                                                  maximum van 25 gevels per overzicht)</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 186,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.16.6.2.</al></entry><entry colname="col2"><al>het afstellen en verzegelen van
                                                  geluidsbegrenzers in inrichtingen die vallen onder
                                                  het Besluit horecabedrijven milieubeheer
                                                  voor:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.16.6.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>de eerste keer per inrichting </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 285,30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.16.6.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>elke volgende keer </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 285,30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.16.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het uitvoeren van
                                                  geluidsisolatiemetingen aan inrichtingen in de zin
                                                  van de Wet milieubeheer op verzoek van de eigenaar
                                                  of exploitant</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 462,605</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.16.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het verlenen van een
                                                  toegangspas voor een ondergrondse container in
                                                  verband met verlies van een eerder uitgegeven
                                                  pas:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.16.8.1</al></entry><entry colname="col2"><al>bij contante betalingen en betalingen via een
                                                  pinautomaat</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 17,80</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.16.8.2</al></entry><entry colname="col2"><al>bij betalingen via internet</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 15,80</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/
                                omgevingsvergunning</tussenkop><tussenkop>Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen</tussenkop><table><tgroup cols="2"><tbody><row><entry colname="col1"><al>2.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan
                                                  onder:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>bouwkosten:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>de aannemingssom exclusief omzetbelasting,
                                                  bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de
                                                  Uniforme administratieve voorwaarden voor de
                                                  uitvoering van werken en van technische
                                                  installatiewerken 2012 (UAV 2012), voor het uit te
                                                  voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een
                                                  raming van de kosten die voortvloeien uit
                                                  aangegane verplichtingen ten behoeve van de
                                                  fysieke realisatie (het bouwen) van de bouwwerken,
                                                  exclusief omzetbelasting. Indien het bouwen geheel
                                                  of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt
                                                  wordt in deze titel onder bouwkosten verstaan: de
                                                  prijs die aan een derde in het economisch verkeer
                                                  zou moeten worden betaald voor het tot stand
                                                  brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag
                                                  betrekking heeft; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Wabo: Wet algemene bepalingen
                                                  omgevingsrecht.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>In deze titel voorkomende begrippen die in de
                                                  Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis
                                                  als bij of krachtens de Wabo bedoeld.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>In deze titel voorkomende begrippen die niet
                                                  nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking
                                                  hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader
                                                  in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt,
                                                  hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk
                                                  voorschrift bedoeld.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Hoofdstuk 2 Omgevingsvergunning</tussenkop><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al>2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling
                                                  nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning
                                                  voor een project: de som van de verschuldigde
                                                  leges voor de verschillende activiteiten of
                                                  handelingen waaruit het project geheel of
                                                  gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag
                                                  betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de
                                                  extra toetsen die in verband met de aanvraag
                                                  moeten worden uitgevoerd, berekend naar de
                                                  tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit
                                                  hoofdstuk. </al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>In afwijking van de vorige volzin kan ook per
                                                  activiteit, handeling of andere grondslag een
                                                  legesbedrag worden gevorderd.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De grondslag voor de heffing van de leges wordt
                                                  bepaald naar het moment van de aanvraag.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Bouwactiviteiten</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning
                                                  betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld
                                                  in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo,
                                                  bedraagt het tarief:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.1.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>indien de bouwkosten € 455.000,– of minder
                                                  bedragen: </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 36,40</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>voor elk geheel bedrag van € 1.000,– van de
                                                  bouwkostenmet een minimum van</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 108,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.1.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>indien de bouwkosten meer dan € 455.000,–
                                                  bedragen:</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 16.562,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>vermeerderd met</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 29,90</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>voor elk geheel bedrag van € 1.000,– van de
                                                  bouwkosten boven </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 455.000,– </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien de vergunninghouder binnen achttien
                                                  maanden na verlening van de vergunning als bedoeld
                                                  in onderdeel 2.2.1.1 een nieuwe aanvraag indient
                                                  die strekt tot het bouwen van opties, worden de
                                                  voor deze aanvraag verschuldigde leges gebaseerd
                                                  op de bouwkosten van de opties, met dien verstande
                                                  dat de verschuldigde leges in ieder geval € 107,–
                                                  bedragen.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Indien de leges overeenkomstig dit onderdeel
                                                  zijn bepaald, kan geen beroep worden gedaan op
                                                  Hoofdstuk 3 van Titel 2.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien de vergunninghouder binnen achttien
                                                  maanden na verlening van de vergunning als bedoeld
                                                  in onderdeel 2.2.1.1 een nieuwe aanvraag indient
                                                  die strekt tot een - naar de omstandigheden
                                                  beoordeeld - geringe wijziging van het reeds
                                                  vergunde bouwplan, worden de voor deze aanvraag
                                                  verschuldigde leges gebaseerd op de bouwkosten van
                                                  de geringe wijziging, met dien verstande dat de
                                                  verschuldigde leges in ieder geval € 107,–
                                                  bedragen.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Indien de leges overeenkomstig dit onderdeel
                                                  zijn bepaald, kan geen beroep worden gedaan op
                                                  Hoofdstuk 3 van Titel 2.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.1.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien de vergunninghouder binnen achttien
                                                  maanden na verlening van de vergunning als bedoeld
                                                  in onderdeel 2.2.1.1 een nieuwe aanvraag indient
                                                  die strekt tot het bouwen in afwijking van de
                                                  reeds verleende vergunning op hetzelfde perceel
                                                  bedragen de leges 50% van de op grond van de
                                                  onderdelen 2.2.1.1.1 en 2.2.1.1.2 verschuldigde
                                                  leges.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Dit onderdeel vindt uitsluitend toepassing bij
                                                  vergunningaanvragen met bouwkosten hoger dan €
                                                  455.000,–</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Indien de leges overeenkomstig dit onderdeel
                                                  zijn bepaald, kan geen beroep worden gedaan op
                                                  Hoofdstuk 3 van Titel 2.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Aanlegactiviteiten</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning
                                                  betrekking heeft op een aanlegactiviteit als
                                                  bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van
                                                  de Wabo, bedraagt het tarief: </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 124,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.3</al></entry><entry colname="col2"><al>In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in
                                                  relatie tot brandveiligheid</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning
                                                  betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in
                                                  artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo,
                                                  bedraagt het tarief:</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 270,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.3.2</al></entry><entry colname="col2"><al>De overeenkomstig het in 2.2.3.1 genoemde tarief
                                                  geheven leges worden vermeerderd met de hierna
                                                  genoemde bedragen indien en voor zover deze op het
                                                  bouwwerk waarop de beschikking betrekking heeft,
                                                  van toepassing zijn:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.bouwwerken waarin aan meer dan tien personen
                                                  bedrijfsmatig of in het kader van verzorging
                                                  nachtverblijf zal worden verschaft;</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.bouwwerken waarin aan meer dan tien personen
                                                  jonger dan twaalf jaar of aan meer dan tien
                                                  lichamelijk of verstandelijk gehandicapten
                                                  dagverblijf zal worden verschaft;</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>met een oppervlakte van:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>minder dan 100 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 173,70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>100 tot 200 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 261,10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>200 tot 300 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 436,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>300 tot 500 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 697,90</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>500 tot 1.000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.022,80</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>1.000 tot 2.000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.563,80</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>2.000 tot 3.000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 2.058,30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>3.000 tot 4.000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 2.276,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>4.000 tot 5.000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 2.494,30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>5.000 tot 6.000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 2.852,60</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>6.000 tot 7.000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 3.162,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>7.000 tot 8.000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 3.218,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>8.000 tot 9.000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 3.292,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>9.000 tot 10.000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 3.511,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>10.000 tot 15.000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 4.170,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>15.000 tot 20.000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 4.388,90</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>20.000 tot 30.000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 5.486,60</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>30.000 tot 40.000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 5.852,20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>40.000 tot 50.000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 6.218,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>50.000 m² of meer</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 6.584,20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.3.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag
                                                  tot wijziging van een omgevingsvergunning die
                                                  betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in
                                                  artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo,
                                                  wordt uitsluitend het in onderdeel 2.2.3.1
                                                  genoemde bedrag in rekening gebracht. </al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Handelsreclame</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning
                                                  betrekking heeft op handelsreclame met behulp van
                                                  een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke
                                                  vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het
                                                  publiek toegankelijke plaats, waarvoor ingevolge
                                                  artikel 4:24 van de APVG 2009 een vergunning is
                                                  vereist, als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en
                                                  eerste lid, onder g of h, van de Wabo, en indien
                                                  niet tevens sprake is van activiteit als bedoeld
                                                  in onderdeel 2.2.1 (bouwactiviteit), bedraagt het
                                                  tarief: </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 133,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.5</al></entry><entry colname="col2"><al>Vellen van een houtopstand </al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.5.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien de aanvraag tot het verlenen van een
                                                  omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen
                                                  of doen vellen van houtopstand, waarvoor op grond
                                                  van artikel 4:9 van de APVG 2009 een vergunning is
                                                  vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid,
                                                  aanhef en onder g, van de Wabo, bedraagt het
                                                  tarief</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 63,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.5.2 </al></entry><entry colname="col2"><al>Indien de aanvraag meer dan één boom betreft,
                                                  bedraagt het tarief voor iedere extra boom</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 47,60</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.5.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien de aanvraag meer dan één are bosplantsoen
                                                  of (lint)begroeiing betreft, bedraagt het tarief
                                                  voor iedere extra are bosplantsoen of
                                                  (lint)begroeiing</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 53,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Achteraf ingediende aanvraag</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Onverminderd het bepaalde in de onderdelen
                                                  2.2.1, 2.2.2, 2.2.4 en 2.2.5 bedraagt het tarief,
                                                  indien de in deze onderdelen bedoelde aanvraag
                                                  wordt ingediend na aanvang of voltooiing van de
                                                  activiteit van de op grond van deze onderdelen
                                                  verschuldigde leges</al></entry><entry colname="col3"><al>200%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.7</al></entry><entry colname="col2"><al>Omgevingsvergunning in twee fasen </al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning op
                                                  verzoek in twee fasen plaatsvindt, als bedoeld in
                                                  artikel 2.5, eerste lid, van de Wabo, bedraagt het
                                                  tarief:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.7.1</al></entry><entry colname="col2"><al>voor het in behandeling nemen van de aanvraag
                                                  voor een beschikking met betrekking tot de eerste
                                                  fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing
                                                  van de tarieven in dit hoofdstuk voor de
                                                  activiteiten waarop de beschikking voor de eerste
                                                  fase betrekking heeft;</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.7.2</al></entry><entry colname="col2"><al>voor het in behandeling nemen van de aanvraag
                                                  voor een beschikking met betrekking tot de tweede
                                                  fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing
                                                  van de tarieven in dit hoofdstuk voor de
                                                  activiteiten waarop de beschikking voor de tweede
                                                  fase betrekking heeft.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.8</al></entry><entry colname="col2"><al>Advies</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.8.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Onverminderd het bepaalde in de voorgaande
                                                  onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief,
                                                  indien een daartoe bij wettelijk voorschrift
                                                  aangewezen bestuursorgaan of andere instantie
                                                  advies moet uitbrengen over de aanvraag of het
                                                  ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een
                                                  omgevingsvergunning: het bedrag van de voorafgaand
                                                  aan het in behandeling nemen van de aanvraag om
                                                  een omgevingsvergunning aan de aanvrager
                                                  meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die
                                                  door het college van burgemeester en wethouders is
                                                  opgesteld.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2.8.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien een begroting als bedoeld in 2.2.8.1 is
                                                  uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling
                                                  genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de
                                                  begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht,
                                                  tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag
                                                  schriftelijk is ingetrokken.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Hoofdstuk 3 Teruggaaf</tussenkop><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al>2.3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag
                                                  omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of
                                                  sloopactiviteiten</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Als een aanvrager zijn aanvraag om een
                                                  omgevingsvergunning voor een project dat geheel of
                                                  gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of
                                                  sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen
                                                  2.2.1, 2.2.2 en 2.2.4 intrekt, bestaat aanspraak
                                                  op teruggaaf van een deel van de leges. De
                                                  teruggaaf bedraagt:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.3.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>indien de aanvraag wordt ingetrokken binnen een
                                                  termijn van vier weken na het in behandeling nemen
                                                  ervan </al></entry><entry colname="col3"><al>75%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>van de op grond van die onderdelen voor de
                                                  betreffende activiteit verschuldigde leges</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.3.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>indien de aanvraag wordt ingetrokken na vier
                                                  weken en binnen acht weken na het in behandeling
                                                  nemen ervan</al></entry><entry colname="col3"><al>50%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>van de op grond van die onderdelen voor de
                                                  betreffende activiteit verschuldigde leges</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.3.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>indien de aanvraag wordt ingetrokken na acht
                                                  weken na het in behandeling nemen ervan</al></entry><entry colname="col3"><al>25%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>van de op grond van die onderdelen voor de
                                                  betreffende activiteit verschuldigde leges</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.3.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende
                                                  omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of
                                                  sloopactiviteiten</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Als de gemeente een verleende
                                                  omgevingsvergunning voor een project dat geheel of
                                                  gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of
                                                  sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen
                                                  2.2.1, 2.2.2 en 2.2.4, intrekt op aanvraag van de
                                                  vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf
                                                  van een deel van de leges, mits deze aanvraag is
                                                  ingediend binnen zes maanden na verlening van de
                                                  vergunning en van de vergunning geen gebruik is
                                                  gemaakt. De teruggaaf bedraagt </al></entry><entry colname="col3"><al>25%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>van de op grond van die onderdelen voor de
                                                  betreffende activiteit verschuldigde leges </al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.3.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een
                                                  omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of
                                                  sloopactiviteiten</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.3.3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Als de gemeente een omgevingsvergunning voor een
                                                  project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit
                                                  bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in
                                                  de onderdelen 2.2.1, 2.2.2 en 2.2.4, weigert,
                                                  bestaat aanspraak op teruggaaf </al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>van een deel van de leges. De teruggaaf
                                                  bedraagt</al></entry><entry colname="col3"><al>25%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>van de op grond van die onderdelen voor de
                                                  betreffende activiteit verschuldigde leges</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.3.3.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Onder een weigering bedoeld in onderdeel 2.3.3.1
                                                  wordt mede verstaan een vernietiging van de
                                                  beschikking waarbij de vergunning is verleend bij
                                                  rechterlijke uitspraak</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.3.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Minimumbedrag voor teruggaaf</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Een bedrag minder dan € 100,– wordt niet
                                                  teruggegeven.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese
                                dienstenrichtlijn</tussenkop><tussenkop>Hoofdstuk 1 Horeca</tussenkop><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al>3.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling
                                                  nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een
                                                  vergunning als bedoeld in artikel 2:27 van de APVG
                                                  2009 (exploitatievergunning horecabedrijf)</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>indien het betreft een coffeeshop</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.366,70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>indien het betreft een ander horecabedrijf dan
                                                  een coffeeshop</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 585,30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling
                                                  nemen van een aanvraag om een vergunning als
                                                  bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet
                                                  (het uitoefenen van een horeca- of
                                                  slijtersbedrijf)</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 385,70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling
                                                  nemen van een aanvraag tot wijziging van een
                                                  vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank-
                                                  en Horecawet</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>indien het betreft een wijziging van de
                                                  leidinggevende(n) die in het horeca- of
                                                  slijtersbedrijf werkzaam is (zijn)</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 134,90</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>met dien verstande dat de leges niet worden
                                                  geheven indien sinds het verstrekken van de
                                                  initiële vergunning minder dan zes maanden zijn
                                                  verstreken</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.3.2</al></entry><entry colname="col2"><al>indien het betreft een wijziging van de
                                                  inrichting van de lokaliteit waarin het horeca- of
                                                  slijtersbedrijf wordt uitgeoefend (met inbegrip
                                                  van de exploitatie van een nieuw terras of de
                                                  wijziging van een bestaand terras)</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 134,90</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling
                                                  nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een
                                                  ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Drank-
                                                  en Horecawet:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.4.1</al></entry><entry colname="col2"><al>indien de aanvraag tot doel heeft het verkrijgen
                                                  van de bevoegdheid het verstrekken van zwak
                                                  alcoholhoudende drank bij een evenement als
                                                  bedoeld in artikel 2:18 van de APVG 2009 </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 259,20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.4.2</al></entry><entry colname="col2"><al>indien de aanvraag tot doel heeft het verkrijgen
                                                  van de bevoegdheid tot het verstrekken van zwak
                                                  alcoholhoudende drank bij een bijzondere
                                                  gelegenheid van zeer tijdelijke aard, niet zijnde
                                                  een evenement als bedoeld in artikel 2:18 van de
                                                  APVG 2009 </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 49,10</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen</tussenkop><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al>3.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling
                                                  nemen van een aanvraag om een vergunning als
                                                  bedoeld in artikel 2:19 van de APVG 2009 (het
                                                  organiseren van een evenement)</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>indien het betreft een evenement met 0 tot 200
                                                  bezoekers</al></entry><entry colname="col3"><al>nihil</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>indien het betreft een evenement met 200 tot
                                                  1.000 bezoekers</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 259,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>indien het betreft een evenement met 1.000 tot
                                                  2.000 bezoekers</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 800,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.1.4</al></entry><entry colname="col2"><al>indien het betreft een evenement met 2.000 tot
                                                  25.000 bezoekers</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.965,– </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.1.5</al></entry><entry colname="col2"><al>indien het betreft een evenement met meer dan
                                                  25.000 bezoekers</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 3.000,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>met dien verstande dat de leges niet worden
                                                  geheven indien de aanvraag van de vergunning
                                                  betrekking heeft op wijk- en straatfeesten,
                                                  kinderactiviteiten en de buitenspeeldag</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling
                                                  nemen van een aanvraag om een vergunning als
                                                  bedoeld in artikel 2:5 van de APVG 2009 (het geven
                                                  van een vertoning of het ten gehore brengen van
                                                  muziek of zang)</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 41,80</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Hoofdstuk 3 Seksbedrijven</tussenkop><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al>3.3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>het in behandeling nemen van een aanvraag om een
                                                  vergunning als bedoeld in artikel 3:3 van de APVG
                                                  2009 voor het uitoefenen van een seksbedrijf in de
                                                  vorm van een prostitutiebedrijf</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.912,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.3.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>het tarief van onderdeel 3.3.1 wordt per
                                                  seksinrichting van het betreffende seksbedrijf
                                                  vermeerderd met</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 608,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.3.2</al></entry><entry colname="col2"><al>het in behandeling nemen van een aanvraag om
                                                  verlenging van een vergunning als bedoeld in
                                                  artikel 3:3, zesde lid, van de APVG 2009 voor een
                                                  seksbedrijf zijnde een prostitutiebedrijf</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.611,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.3.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>het tarief van onderdeel 3.3.2 wordt per
                                                  seksinrichting van het betreffende seksbedrijf
                                                  vermeerderd met</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 608,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.3.3</al></entry><entry colname="col2"><al>het in behandeling nemen van een aanvraag om een
                                                  vergunning (of een verlenging daarvan) als bedoeld
                                                  in artikel 3:3 van de APVG 2009 voor een
                                                  seksbedrijf niet zijnde een prostitutiebedrijf
                                                </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.519,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.3.3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>het tarief van onderdeel 3.3.3 wordt per
                                                  seksinrichting van het betreffende seksbedrijf
                                                  vermeerderd met</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 608,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.3.4</al></entry><entry colname="col2"><al>het verlenen van een gewijzigde vergunning
                                                  vanwege gewijzigde omstandigheden als bedoeld in
                                                  artikel 3:9 van de APVG 2009 </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 408,–</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Hoofdstuk 4 Huisvestingswet 2014</tussenkop><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al>3.4.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling
                                                  nemen van een aanvraag:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.4.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>tot het verlenen van een vergunning tot
                                                  onttrekking van woonruimte aan de bestemming tot
                                                  bewoning als bedoeld in artikel 21, aanhef en
                                                  onder a, van de Huisvestingswet 2014 </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 620,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.4.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>tot het verlenen van een vergunning tot
                                                  samenvoeging van woonruimte met andere woonruimte
                                                  als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder b, van
                                                  de Huisvestingswet 2014</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 620,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.4.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>tot het verlenen van een vergunning tot
                                                  omzetting van zelfstandige woonruimte in
                                                  onzelfstandige woonruimte als bedoeld in artikel
                                                  21, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet
                                                  2014</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 620,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.4.1.4</al></entry><entry colname="col2"><al>tot het verlenen van een vergunning tot verbouw
                                                  van woonruimte tot twee of meer woonruimten als
                                                  bedoeld in artikel 21, aanhef en onder d, van de
                                                  Huisvestingswet 2014 </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 620,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.4.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling
                                                  nemen van een aanvraag tot het verlenen van een
                                                  splitsingsvergunning, als bedoeld in artikel 22
                                                  van de Huisvestingswet 2014, voor elk appartement
                                                  dat door de splitsing ontstaat</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 252,20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.4.3</al></entry><entry colname="col2"><al>In afwijking van onderdeel 3.4.2 bedraagt het
                                                  tarief voor het in behandeling nemen van een
                                                  aanvraag tot het verlenen van een
                                                  splitsingsvergunning als bedoeld in artikel 22 van
                                                  de Huisvestingswet 2014, waarbij bij de aanvraagis
                                                  gevoegd een concept van de splitsingsakte, de
                                                  opzet van een onderhoudsfonds en een
                                                  meerjarenonderhoudsplanning van tien of meer
                                                  jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 481,80</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.4.4</al></entry><entry colname="col2"><al>Onverminderd het bepaalde in de vorige
                                                  onderdelen bedraagt het tarief, indien de aanvraag
                                                  wordt ingediend na aanvang of voltooiing van de
                                                  activiteit van de op grond van dat onderdeel
                                                  verschuldigde leges</al></entry><entry colname="col3"><al>200%</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Hoofdstuk 5 Brandbeveiligingsverordening</tussenkop><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al>3.5.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.5.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>het verlenen van een vergunning tot het in
                                                  gebruik hebben of houden van een inrichting, als
                                                  bedoeld in artikel 2.1 van de
                                                  Brandbeveiligings-verordening </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 270,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.5.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>voor het wijzigen, aanvullen of intrekken van de
                                                  voorwaarden waaronder de vergunning als bedoeld in
                                                  3.5.1.1 is verleend</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 74,80</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.5.1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>voor het verlenen van een vergunning tot het in
                                                  gebruik hebben of houden van een tijdelijke
                                                  inrichting, als bedoeld in artikel 2.1 van de
                                                  Brandbeveiligingsverordening, voor een periode
                                                  van:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>maximaal drie dagen</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 270,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>vier tot en met zeven dagen</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 443,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>meer dan zeven dagen</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 443,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>vermeerderd met</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 86,20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>per week of gedeelte daarvan</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.5.2</al></entry><entry colname="col2"><al>De overeenkomstig het in 3.5.1.1 genoemde tarief
                                                  geheven leges worden vermeerderd met de hierna
                                                  genoemde bedragen indien en voor zover deze op de
                                                  inrichting waarop de verleende vergunning
                                                  betrekking heeft, van toepassing zijn</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.5.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>a.inrichtingen waarin aan meer dan tien personen
                                                  bedrijfsmatig of in het kader van verzorging
                                                  nachtverblijf zal worden verschaft;</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.inrichtingen waarin aan meer dan tien personen
                                                  jonger dan twaalf jaar of aan meer dan tien
                                                  lichamelijk of verstandelijk gehandicapten
                                                  dagverblijf zal worden verschaft;</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>met een oppervlakte van:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>minder dan 100 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 173,70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>100 tot 200 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 261,10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>200 tot 300 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 436,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>300 tot 500 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 697,90</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>500 tot 1000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.022,80</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>1000 tot 2000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.563,80</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>2000 tot 3000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 2.058,30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>3.000 tot 4000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 2.276,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>4000 tot 5000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 2.494,30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>5000 tot 6000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 2.852,60</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>6000 tot 7000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 3.162,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>7000 tot 8000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 3.218,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>8000 tot 9000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 3.292,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>9000 tot 10000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 3.511,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>10000 tot 15000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 4.170,–</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>15000 tot 20000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 4.388,90</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>20000 tot 30000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 5.486,60</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>30000 tot 40000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 5.852,20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>40000 tot 50000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 6.218,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>50000 m² of meer</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 6.584,20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.5.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>inrichtingen waarin meer dan vijftig personen
                                                  tegelijk aanwezig kunnen zijn met een oppervlakte
                                                  van:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>minder dan 100 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 86,10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>100 tot 200 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 130,60</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>200 tot 300 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 216,80</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>300 tot 500 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 349,10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>500 tot 1000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 521,70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>1000 tot 2000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 781,30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>2000 tot 3000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.043,60</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>3000 tot 4000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.176,80</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>4000 tot 5000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.301,60</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>5000 tot 6000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.623,90</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>6000 tot 7000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.741,90</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>7000 tot 8000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.814,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>8000 tot 9000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.842,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>9000 tot 10000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.951,30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>10000 tot 15000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 2.010,10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>15000 tot 20000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 2.230,60</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>20000 tot 30000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 2.338,60</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>30000 tot 40000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 2.668,70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>40000 tot 50000 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 2.971,10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>50000 m² of meer</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 3.734,70</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Hoofdstuk 6 In deze titel niet benoemde vergunning,
                                ontheffing of andere beschikking</tussenkop><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al>3.6</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling
                                                  nemen van een aanvraag om een andere, in deze
                                                  titel niet benoemde vergunning, ontheffing of
                                                  andere beschikking.</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 11,– </al></entry></row></tbody></tgroup></table></li></lijst><al/></al-groep></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>Tekst van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken
                    en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012)</al><al/><al><vet>Hoofdstuk I. Algemeen</vet></al><al><vet><cursief>§ 1. Aanduidingen, begripsbepalingen</cursief></vet></al><al>1. Verstaan wordt onder:</al><al><cursief>de aannemer: </cursief>de natuurlijke of rechtspersoon, aan wie het
                    werk is opgedragen;</al><al><cursief>de aannemingsom: </cursief>het bedrag, waarvoor de aannemer zich heeft
                    verbonden het werk tot stand te brengen, de omzetbelasting daarin niet
                    begrepen;</al><al><cursief>het bestek: </cursief>de beschrijving van het werk, de daarbij
                    behorende tekeningen, de voor het werk geldende voorwaarden,de nota van
                    inlichtingen en het proces-verbaal van aanwijzing;</al><al><cursief>bouwstoffen: </cursief>de in het werk te brengen materialen,
                    voorwerpen, onderdelen, installaties of onderdelen daarvan, grond van allerlei
                    soort en dergelijke;</al><al><cursief>dag: </cursief>kalenderdag;</al><al><cursief>de opdrachtgever: </cursief>de natuurlijke of rechtspersoon, die het
                    werk opdraagt;</al><al><cursief>de overeenkomst: </cursief>de tussen opdrachtgever en aannemer tot
                    stand gekomen overeenkomst van aanneming van werk;</al><al><cursief>UAV: </cursief>deze Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de
                    uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012;</al><al><cursief>het werk: </cursief>het uit te voeren werk, technische installatiewerk
                    of de te verrichten levering;</al><al><cursief>werkdag: </cursief>een kalenderdag, tenzij deze valt op een algemeen of
                    ter plaatse van het werk erkende, of door de overheid dan wel bij of krachtens
                    collectieve arbeidsovereenkomst voorgeschreven rust- of feestdag, vakantiedag of
                    andere niet individuele vrije dag.</al><al>2. Indien in het bestek een afzonderlijke termijn is gesteld, binnen welke een
                    deel van het werk moet worden opgeleverd, wordt voor de toepassing van de §§ 6,
                    vierde lid, 8, Ba, 9, 10, 11, 12, 42 en 44 dat deel als een afzonderlijk werk
                    aangemerkt.</al><al>3. Indien in het bestek een afzonderlijke termijn is gesteld, binnen welke de
                    uitvoering van het werk tot een bepaalde stand moet zijn gevorderd, voordat de
                    oplevering plaats vindt, is het bepaalde in de §§ 8, Ba, 9 en 42 van
                    overeenkomstige toepassing.</al><al>4. Indien aan de totstandkoming van de overeenkomst geen aanbesteding is
                    voorafgegaan, wordt voor de toepassing van de §§ 2, tweede lid, 6, elfde en
                    dertiende lid, 48,tweede lid, en 49, tweede lid, in plaats van ‘de dag van
                    aanbesteding’ gelezen ‘de dag van de prijsaanbieding van de aannemer’.</al><al>5. Bij meerjarige onderhoudswerken, opgedragen voor een bepaalde som per jaar
                    wordt, indien sprake is van ‘aannemingssom’ of van ‘termijn van betaling’,
                    bedoeld de aannemingssom per jaar of de termijn van betaling van het betrokken
                    onderhoudsjaar.</al><al/><al><vet><cursief>§ 2. Van toepassing zijnde voorschriften, tegenstrijdige
                            bepalingen</cursief></vet></al><al>1. De bepalingen van de UAV gelden voor zover daarvan in het bestek niet
                    uitdrukkelijk is afgeweken.</al><al>2. Tot het bestek behoren mede, als waren zij er letterlijk in opgenomen, de op
                    het werk van toepassing verklaarde technische normvoorschriften zoals deze drie
                    maanden voor de dag van aanbesteding luiden.</al><al>3. Op de overeenkomst is van toepassing het Nederlandse recht.</al><al>4. Indien onderdelen van het bestek onderling tegenstrijdig zijn, wordt, tenzij
                    een andere bedoeling uit het bestek voortvloeit, de rangorde daarvan bepaald aan
                    de hand van de volgende regels:</al><al>a. een nieuw geschreven of getekend document gaat voor een oud geschreven of
                    getekend document;</al><al>b. de beschrijving gaat voor een tekening;</al><al>c. een bijzondere regeling gaat voor een algemene regeling; </al><al/><al>met dien verstande, dat regel a gaat voor de regels b en c, en regel b voor
                    regel c.</al><al>Indien toepassing van deze regels geen uitkomst biedt, wordt de
                    tegenstrijdigheid, met inachtneming van de billijkheid, uitgelegd ten nadele van
                    degene door of namens wie het bestek is opgesteld.</al><al>5. Het in het vierde lid bepaalde laat onverlet de verplichting van de aannemer
                    om de directie te waarschuwen in geval van een klaarblijkelijke
                    tegenstrijdigheid tussen onderdelen van het bestek.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk II. Vertegenwoordiging van partijen</vet></al><al/><al><vet><cursief>§ 3. Directie</cursief></vet></al><al>1. De opdrachtgever is gerechtigd een of meer personen aan te wijzen om als
                    directie op te treden of de directie bij te staan dan wel als zodanig aangewezen
                    personen door anderen te vervangen.</al><al>2. Indien de opdrachtgever niet een of meer personen wil aanwijzen om als
                    directie op te treden, is hij verplicht hiervan vóór de uitvoering van het werk
                    schriftelijk mededeling te doen aan de aannemer. Indien door het niet aanwijzen
                    of niet vervangen van een of meer personen om als directie op te treden meer van
                    de aannemer wordt verlangd dan redelijkerwijs van hem kan worden gevergd, heeft
                    hij recht op bijbetaling.</al><al>3. De opdrachtgever geeft van elke aanwijzing als bedoeld in het eerste lid,
                    indien deze niet reeds in het bestek is gedaan, en van elke wijziging of
                    intrekking daarvan, onverwijld schriftelijk kennis aan de aannemer.</al><al>4. Zolang en voor zover de opdrachtgever niet schriftelijk aan de aannemer van
                    het tegendeel doet blijken, vertegenwoordigt de directie de opdrachtgever in
                    alle zaken het werk betreffende. In de gevallen echter, waar in de UAV
                    uitdrukkelijk de opdrachtgever is genoemd, is alleen deze bevoegd.</al><al>5. Indien meer dan één persoon als directie is aangewezen, wordt ieder der
                    aangewezen personen geacht de directie te vertegenwoordigen.</al><al>6. De directie oefent het toezicht uit op de uitvoering van het werk en op de
                    naleving van de overeenkomst.</al><al>7. Personen, die zijn aangewezen om de directie bij te staan, binden deze in
                    zoverre het tegendeel niet schriftelijk aan de aannemer is medegedeeld.</al><al>8. De directie is bevoegd te bepalen, dat door haar aan te duiden werkzaamheden
                    niet mogen worden uitgevoerd dan in tegenwoordigheid van de directie of van door
                    haar aangewezen personen.</al><al>9. Indien en zolang de opdrachtgever van zijn in het eerste lid bedoelde
                    bevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt, treedt hij daar, waar in de UAV sprake
                    is van de directie, in haar plaats.</al><al/><al><vet><cursief>§ 4. Gevolmachtigde van de aannemer</cursief></vet></al><al>1. De aannemer is te allen tijde gerechtigd één of meer personen aan te wijzen
                    om hem in zaken het werk betreffende te vertegenwoordigen. Oe aanwijzing door de
                    aannemer van personen die hem in zaken het werk betreffende zullen
                    vertegenwoordigen, moet geschieden met gebruikmaking van een volmacht
                    overeenkomstig Bijlage A van de UAV. Ditzelfde geldt bij wijziging van bedoelde
                    volmacht.</al><al>2. Een door de aannemer gewaarmerkt afschrift van de volmacht wordt onverwijld
                    aan de directie verschaft.</al><al>3. De aanwijzing van iedere gevolmachtigde geschiedt voor het werk of voor een
                    bepaald gedeelte ervan.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk III. Algemene verplichtingen van partijen</vet></al><al/><al><vet><cursief>§ 5. Verplichtingen van de opdrachtgever</cursief></vet></al><al>1. De opdrachtgever zorgt er voor, dat de aannemer tijdig kan beschikken:</al><al>a. over de publiekrechtelijke en privaatrechtelijke toestemmingen, die voor de
                    opzet van het werk volgens het bestek vereist zijn;</al><al>b. over het terrein of het water, waarop of waarin het werk moet worden
                    uitgevoerd;</al><al>c. over de benodigde tekeningen en andere gegevens:</al><al>d. over de verstrekkingen, die de opdrachtgever ingevolge de overeenkomst doet. </al><al/><al>Indien de aard van het werk hiertoe aanleiding geeft,houdt de directie vóór de
                    aanvang van het werk een bouwbespreking met de aannemer en de leidingbeheerders,
                    waarbij de aannemer wordt ingelicht omtrent de juiste ligging van de zich in of
                    nabij het werk en het werkterrein bevindende ondergrondse kabels en leidingen en
                    waarbij wordt vastgesteld wat daarmee moet geschieden. Indien de directie deze
                    bouwbespreking niet houdt, zal de aannemer vóór de aanvang van het werk om het
                    houden van die bespreking verzoeken. Oe directie zal aan dit verzoek gevolg
                    geven.</al><al>2. De opdrachtgever draagt de verantwoordelijkheid voor de door of namens hem
                    voorgeschreven constructies en werkwijzen, daaronder begrepen de invloed die
                    daarop door de bodemgesteldheid wordt uitgeoefend, alsmede voor de door of
                    namens hem gegeven orders en aanwijzingen.</al><al>3. Indien bouwstoffen of hulpmiddelen, die de opdrachtgever ter beschikking
                    heeft gesteld, gebreken mochten hebben, is de opdrachtgever aansprakelijk voor
                    de daardoor veroorzaakte schade.</al><al>4. De opdrachtgever is aansprakelijk voor de functionele ongeschiktheid:</al><al>a. van door hem voorgeschreven bouwstoffen;</al><al>b. van bouwstoffen, die bij een door hem voorgeschreven leverancier moeten
                    worden betrokken, tenzij de aannemer een keuzemogelijkheid had met betrekking
                    tot deze bouwstoffen. </al><al/><al>Onder de functionele ongeschiktheid van bouwstoffen wordt verstaan het naar hun
                    aard niet geschikt zijn van deze bouwstoffen voor het doei waarvoor zij blijkens
                    het bestek zijn bestemd.</al><al>5. (Vervallen).</al><al>6. Indien wettelijke voorschriften of beschikkingen van overheidswege hogere
                    eisen aan het werk stellen dan in de overeenkomst is bepaald, zullen wijzigingen
                    van het werk, welke nodig zijn om aan die eisen te voldoen, worden verrekend als
                    meer werk.</al><al>7. De opdrachtgever zal het aan de aannemer toekomende volgens de in de
                    overeenkomst gestelde regelen voldoen.</al><al>8. Indien het bouwterrein, de uit het werk komende oude bouwstoffen of de door
                    de opdrachtgever ter beschikking gestelde bouwstoffen verontreinigd zijn, wordt
                    de aard en de omvang daarvan, voor zover voor de uitvoering van het werk van
                    belang, in het bestek vermeld. De opzet van het werk zal zodanig zijn, dat
                    daardoor schade aan personen, goederen of milieu zoveel mogelijk wordt
                    beperkt</al><al/><al><vet><cursief>§ 6. Verplichtingen van de aannemer</cursief></vet></al><al>1. De aannemer is verplicht het werk uit te voeren naar de bepalingen van de
                    overeenkomst zonder aanspraak op verrekening, bijbetaling of schadevergoeding te
                    kunnen doen gelden dan in de gevallen, waarin dat bepaaldelijk voorgeschreven of
                    kennelijk bedoeld is.</al><al>Hij is verplicht al datgene te verrichten.wat naar de aard van de overeenkomst
                    door de wet,de billijkheid of het gebruik wordt gevorderd of tot een behoorlijke
                    aanwending der bouwstoffen behoort.</al><al>2. De aannemer is verplicht het werk uit te voeren volgens de door de directie
                    te verstrekken en de door haar goed te keuren tekeningen.Hij is verplicht de
                    orders en aanwijzingen op te volgen, die hem door de directie worden
                    gegeven.</al><al>3. De verplichtingen van de aannemer omvatten mede:</al><al>a. de levering van de nodige bouwstoffen en het verrichten van de nodige
                    werkzaamheden;</al><al>b. de beschikbaarstelling van gereedschap, materieel, hulpmaterialen,
                    hulpstoffen, hulpwerken en andere hulpmiddelen, nodig voor de uitvoering van het
                    werk en het verrichten van de nodige hulpwerkzaamheden;</al><al>c. de betaling van precario, kosten van aansluiting van hulpleidingen en
                    dergelijke.</al><al>4. Het werk en de uitvoering daarvan zijn voor rekening van de aannemer met
                    ingang van de datum van aanvang of zoveel eerder als de aannemer ingevolge § 7,
                    tweede lid, met het werk begint, tot en met de dag waarop het werk
                    overeenkomstig het bepaalde in § 10, eerste of tweede lid, als opgeleverd wordt
                    beschouwd..Onder het werk en de uitvoering daarvan worden mede begrepen de
                    voorbereiding, de aanvoer van bouwstoffen, de uitvoering van hulpwerken, de
                    doelmatigheid en capaciteit van werktuigen en gereedschappen.</al><al>5. De uitvoering van het werk moet zodanig zijn, dat de totstandkoming van het
                    werk overeenkomstig de volgens § 8, eerste lid, in het bestek voorgeschreven
                    termijn verzekerd is.</al><al>6. De wijze van uitvoering van het werk moet zodanig zijn, dat voor de
                    opdrachtgever dan wel voor derden geen nodeloze hinder is te duchten. De
                    aannemer dient het werk zodanig uit te voeren, dat daardoor schade aan personen,
                    goederen of milieu zoveel mogelijk wordt beperkt.</al><al>7. Onvoldoend werk wordt binnen een door de directie in billijkheid te stellen
                    termijn tot haar genoegen door de aannemer verbeterd of vernieuwd. Deze
                    verbetering of vernieuwing geschiedt op kosten van de aannemer, tenzij het
                    onvoldoend werk het gevolg is van een omstandigheid die voor rekening van de
                    opdrachtgever komt.</al><al>8. De aannemer is aansprakelijk voor schade aan met het werk in verband staande
                    werken van de opdrachtgever en aan andere werken en eigendommen van de
                    opdrachtgever, voor zover deze door de uitvoering van het werk is toegebracht en
                    is toe te rekenen aan nalatigheid, onvoorzichtigheid of verkeerde handelingen
                    van de aannemer, zijn personeel, zijn onderaannemers of zijn leveranciers.</al><al>9. De aannemer vrijwaart de opdrachtgever tegen aanspraken van derden tot
                    vergoeding van schade, voor zover deze door de uitvoering van het werk is
                    toegebracht en is toe te rekenen aan nalatigheid, onvoorzichtigheid of verkeerde
                    handelingen van de aannemer, zijn personeel, zijn onderaannemers of zijn
                    leveranciers.</al><al>10. De aannemer zorgt voor de tijdige verkrijging van publiekrechtelijke en
                    privaatrechtelijke toestemmingen, die hij nodig heeft of wenst, voor zover zij
                    niet behoren tot die, waarvoor de opdrachtgever ingevolge het bepaalde in § 5,
                    eerste lid, sub a zorg draagt.</al><al>11. De aannemer wordt geacht bekend te zijn met de voor de uitvoering van het
                    werk van belang zijnde wettelijke voorschriften en beschikkingen van
                    overheidswege, voor zover deze op de dag van aanbesteding in werking zijn
                    getreden. De aan de naleving van deze voorschriften en beschikkingen verbonden
                    gevolgen zijn voor zijn rekening.</al><al>12. De gevolgen van de naleving van voorschriften van bijzondere aard zijn voor
                    rekening van de aannemer, tenzij redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat hij
                    deze voorschriften niet behoefde te kennen. In dit laatste geval heeft hij
                    aanspraak op bijbetaling.</al><al>13. De gevolgen van de naleving van wettelijke voorschriften of beschikkingen
                    van overheidswege, die na de dag van aanbesteding in werking treden, komen voor
                    rekening van de opdrachtgever, tenzij redelijkerwijs moet worden aangenomen dat
                    de aannemer die gevolgen reeds op de dag van aanbesteding had kunnen voorzien.
                    Indien echter in de overeenkomst bepalingen zijn opgenomen betreffende de
                    verrekening van wijzigingen van lonen en sociale lasten of van prijzen, huren en
                    vrachten, komen de gevolgen daarvan slechts voor rekening van de opdrachtgever,
                    indien en voor zover zulks uit die bepalingen voortvloeit.</al><al>14. Indien de constructies, werkwijzen, orders en aanwijzingen, bedoeld in§ 5,
                    tweede lid, dan wel de bouwstoffen of hulpmiddelen, bedoeld in § 5, derde lid,
                    klaarblijkelijk zodanige fouten bevatten of gebreken vertonen, dat de aannemer
                    in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid zou handelen door zonder
                    de directie daarop te wijzen tot uitvoering van het desbetreffende onderdeel van
                    het werk over te gaan, is hij voor de schadelijke gevolgen van zijn verzuim
                    aansprakelijk. Het in dit lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de
                    in § 5, vierde lid, en deze paragraaf, zevenentwintigste lid, bedoelde
                    gevallen.</al><al>15. Indien de aannemer meent, behalve op de aannemingssom, op de vergoeding van
                    de omzetbelasting en op de verrekening ingevolge de §§ 35 tot en met 39, nog
                    andere aanspraken jegens de opdrachtgever te hebben, geeft hij daarvan zo
                    spoedig mogelijk schriftelijk aan deze kennis en in elk geval op zodanig
                    tijdstip dat de directie de ter zake nodige gegevens kan verzamelen. Aan het
                    verzamelen van die gegevens verleent de aannemer zijn medewerking. De
                    opdrachtgever of de directie kan van de aannemer nadere inlichtingen verlangen
                    omtrent de door hem kenbaar gemaakte aanspraken.</al><al>16. De aannemer zorgt voor orde en veiligheid op het werk. Hij zorgt tevens voor
                    een zodanige verlichting, dat een goede uitvoering van het werk gewaarborgd
                    is.</al><al>16a. Wanneer bij de uitvoering van het werk voorwerpen of stoffen worden
                    aangetroffen, waarvan redelijkerwijs geacht kan worden dat deze schade kunnen
                    toebrengen aan personen, goederen of milieu, brengt de aannemer dit onmiddellijk
                    ter kennis van de directie. Hij neemt terstond, zo mogelijk in overleg met de
                    directie, de door de omstandigheden vereiste veiligheidsmaatregelen.</al><al>17. De aannemer is verplicht alle onbekwame dan wel ongeschikte personen, die
                    van zijnentwege of vanwege een onderaannemer of leverancier op het werk aanwezig
                    zijn, op verlangen van de directie onverwijld daarvan te doen verwijderen.</al><al>18. De aannemer moet gedurende de uitvoering van het werk op of in de nabijheid
                    van de plaats, waar het wordt uitgevoerd, aanwezig zijn, tenzij de directie
                    zulks onnodig oordeelt of een gevolmachtigde hem overeenkomstig§ 4
                    vertegenwoordigt.</al><al>19. De aannemer zorgt er voor, dat bij de uitvoering van het werk, tenzij
                    hijzelf of zijn gevolmachtigde ter plaatse is, steeds een persoon aanwezig is,
                    die de opdracht heeft orders of aanwijzingen van de directie op te volgen en
                    deze onverwijld aan hem of zijn gevolmachtigde over te brengen.</al><al>20. De aannemer verleent toegang tot het werk en het werkterrein aan de
                    personen, die door de opdrachtgever of de directie tot toegang zijn gemachtigd,
                    voor zover hij daartegen geen redelijke bezwaren heeft.</al><al>21. Behalve het te werk gestelde personeel en uit anderen hoofde bevoegde
                    personen mag de aannemer andere personen op het werk en het werkterrein toelaten
                    voor zover de opdrachtgever of de directie daartegen geen redelijke bezwaren
                    kenbaar maakt.</al><al>22. De aannemer zorgt er voor, dat de directie en door de directie aangewezen
                    personen, voor zover fabrieksgeheim zich daartegen niet verzet, vrije toegang
                    hebben tot de terreinen, fabrieken, werkplaatsen en loodsen, zowel van de
                    aannemer als van onderaannemers en leveranciers, waar werkzaamheden ten behoeve
                    van het werk worden verricht of voor het werk bestemde bouwstoffen zijn
                    opgeslagen, teneinde de werkzaamheden respectievelijk de bouwstoffen te
                    inspecteren.</al><al>23. Indien uit hoofde van fabrieksgeheim vrije toegang als bedoeld in het
                    voorgaande lid niet of niet ten volle kan worden gegeven, moet hiervan kennis
                    worden gegeven:</al><al>a. bij de inschrijving, indien de bevoegdheid tot het verlenen van vrije toegang
                    bij de aannemer berust;</al><al>b. bij de aanvraag tot goedkeuring van de betrokken onderaannemer of
                    leverancier, indien de bevoegdheid bij een van hen berust.</al><al>24. Indien twee of meer personen tezamen een werk hebben aangenomen, zijn zij
                    hoofdelijk voor de gehele uitvoering daarvan aansprakelijk .Zij zijn verplicht
                    een van hen schriftelijk aan te wijzen om hen in alle opzichten te
                    vertegenwoordigen.</al><al>25. De aannemer mag het werk niet geheel of ten dele aan een ander overdragen
                    zonder schriftelijke goedkeuring van de opdrachtgever.</al><al>26. De aannemer kan bepaalde onderdelen van het werk in onderaanneming laten
                    uitvoeren, mits voor de keuze van deze onderdelen en van de daarvoor in te
                    schakelen onderaannemers de schriftelijke goedkeuring van de directie is
                    verkregen; deze goedkeuring zal niet mogen worden onthouden op onredelijke
                    gronden. De aannemer blijft niettemin jegens de opdrachtgever voor die
                    onderdelen ten volle verantwoordelijk.</al><al>27. Indien door of namens de opdrachtgever het inschakelen van een bepaalde
                    onderaannemer of leverancier is of wordt voorgeschreven, Is de aannemer voor wat
                    het presteren van die onderaannemer of leverancier betreft jegens de
                    opdrachtgever tot niet meer gehouden dan tot datgene, waartoe de aannemer die
                    onderaannemer of leverancier kan houden krachtens de voorwaarden door deze
                    gehanteerd en zoals deze door de opdrachtgever zijn aanvaard of
                    goedgekeurd.</al><al>Indien de voorgeschreven onderaannemer of leverancier niet, niet tijdig of niet
                    deugdelijk presteert en de aannemer het redelijkerwijs nodige heeft gedaan om
                    nakoming en/of schadevergoeding te verkrijgen, zal de opdrachtgever de voor de
                    aannemer ontstane meerdere kosten aan hem vergoeden, voor zover deze hem niet
                    zijn vergoed door de onderaannemer of leverancier.</al><al>Daartegenover zal de aannemer, op eerste verzoek van de opdrachtgever, aan deze
                    zijn vordering op de voorgeschreven onderaannemer of leverancier cederen tot aan
                    het door de opdrachtgever aan hem vergoede bedrag.</al><al>28. Indien onderdelen van het werk in onderaanneming worden uitgevoerd, zal de
                    aannemer de onderaannemer volledig inlichten omtrent de bepalingen van het
                    bestek, die bij het desbetreffende onderdeel van belang kunnen zijn, en omtrent
                    de wijze van uitvoering.</al><al>29. Orders en aanwijzingen betreffende die onderdelen zullen door de directie
                    uitsluitend aan de aannemer worden kenbaar gemaakt en zullen door deze aan de
                    onderaannemer worden doorgegeven, tenzij de aannemer na overleg met de
                    onderaannemer schriftelijk verzoekt bedoelde orders en aanwijzingen tevens
                    rechtstreeks aan de onderaannemer mede te delen.</al><al>30. De aannemer is verplicht ter zake van de overeenkomst in Nederland domicilie
                    te hebben voor zover hij niet reeds in Nederland is gevestigd.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk IV. Aanvang, uitvoeringsduur, oplevering</vet></al><al/><al><vet><cursief>§ 7. Datum van aanvang</cursief></vet></al><al>1. Als datum van aanvang zal worden aangemerkt de vijfde werkdag na de dag
                    waarop de aannemer het werk is opgedragen.</al><al>2. Tenzij in het bestek anders is bepaald, staat het de aannemer vrij, behoudens
                    bezwaar van de directie, ook vóór de datum van aanvang met het werk te
                    beginnen.</al><al/><al><vet><cursief>§ 8. Uitvoeringsduur, uitstel van oplevering</cursief></vet></al><al>1. De termijn, binnen welke het werk moet worden opgeleverd, wordt in het bestek
                    uitgedrukt:</al><al>a. hetzij in een aantal werkbare werkdagen;</al><al>b. hetzij in een aantal kalenderdagen, -weken of -maanden;</al><al>c. hetzij door een bepaalde dag te noemen.</al><al>2. Indien een termijn is uitgedrukt in een aantal werkbare werkdagen. worden
                    werkdagen, respectievelijk halve werkdagen, als onwerkbaar beschouwd, wanneer
                    daarop door omstandigheden buiten de aansprakelijkheid van de aannemer gedurende
                    ten minste vijf uren, respectievelijk ten minste twee uren, door het grootste
                    deel van de arbeiders of machines niet kon worden gewerkt.</al><al>3. Als de oplevering van het werk zou moeten geschieden op een dag die geen
                    werkdag is, geldt de eerstvolgende werkdag als de overeengekomen dag van
                    oplevering.</al><al>4. De termijn, binnen welke het werk moet worden opgeleverd, kan door de
                    opdrachtgever worden verlengd, hetzij eigener beweging, hetzij op een daartoe
                    strekkend verzoek van de aannemer. Een verzoek van de aannemer om
                    termijnverlenging zal slechts in overweging kunnen worden genomen, indien dit
                    schriftelijk geschiedt en – behoudens ontheffing door de directie – ten minste
                    veertien dagen voor het verstrijken van de termijn bij de directie is
                    bezorgd.</al><al>5. Indien door overmacht, door voor rekening van de opdrachtgever komende
                    omstandigheden, of door het door of namens de opdrachtgever aanbrengen van
                    bestakswijzigingen dan wel van wijzigingen in de uitvoering van het werk, niet
                    van de aannemer kan worden gevergd dat het werk binnen de overeengekomen termijn
                    wordt opgeleverd, heeft hij recht op termijnverlenging.</al><al/><al><vet><cursief>§ 8a. Beproeving</cursief></vet></al><al>1. Beproeving van het technische installatiewerk of een of meer onderdelen
                    daarvan vindt plaats, indien dit is overeengekomen. De beproeving geschiedt door
                    de aannemer in aanwezigheid van de directie en dient om vast te stellen of het
                    technische installatiewerk, of het desbetreffende onderdeel daarvan, op het
                    gebied bestreken door de beproeving, voldoet aan hetgeen is overeengekomen voor
                    zover dit op het tijdstip van de beproeving mogelijk is.</al><al>2. Aannemer en directie stellen in onderling overleg het tijdstip van de
                    beproeving vast. Indien aannemer en directie niet komen tot gemeenschappelijke
                    vaststelling van het tijdstip van de beproeving, stelt de aannemer dit tijdstip
                    vast en geeft van dit tijdstip ten minste acht dagen tevoren schriftelijk kennis
                    aan de directie.</al><al>3. Ten behoeve van de beproeving stelt de aannemer voor zijn rekening het nodige
                    materieel en het personeel voor de bediening daarvan beschikbaar. De kosten van
                    de voor de beproeving benodigde hoeveelheid water en energie zijn voor rekening
                    van de opdrachtgever.</al><al>4. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vijf dagen na de beproeving, stelt
                    de aannemer een rapport op waarin het beproevingsresultaat is opgenomen,
                    alsmede, indien zulks is overeengekomen, een meetstaat die de meetresultaten en
                    andere relevante gegevens vermeldt. Door de ondertekening van dit intweevoud op
                    te maken rapport door de aannemer en de directie staan de resultaten van de
                    beproeving vast. Indien de directie tijdens de beproeving niet aanwezig is
                    geweest, staan de resultaten van de beproeving vast door de enkele vermelding
                    daarvan in het rapport.</al><al>5. Indien op grond van de beproeving is vastgesteld dat het technische
                    installatiewerk, op het gebied bestreken door de beproeving, niet voldoet aan
                    hetgeen is overeengekomen, zal, nadat de aannemer de nodige verbeteringen heeft
                    aangebracht, de beproeving worden herhaald. Op deze herhaalde beproeving zijn de
                    vorige leden van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in dit geval
                    de kosten voor water en energie, benodigd voor de beproeving, voor rekening van
                    de aannemer zijn.</al><al>6. Indien op grond van de beproeving is vastgesteld dat het technische
                    installatiewerk, op het gebied bestreken door de beproeving, voldoet aan hetgeen
                    is overeengekomen en het technische installatiewerk ook overigens is voltooid,
                    vindt opneming van het technische installatiewerk plaats zoals bedoeld in §
                    9.</al><al/><al><vet><cursief>§ 9. Opneming en goedkeuring</cursief></vet></al><al>1. De opneming van het werk geschiedt op schriftelijke, tot de directie gerichte
                    aanvrage van de aannemer, waarin deze mededeelt op welke dag het werk naar zijn
                    oordeel voltooid zal zijn. De directie kan genoegen nemen met een mondelinge
                    mededeling, welke in het dagboek of weekrapport, bedoeld in § 27, wordt
                    aangetekend.</al><al>2. De opneming geschiedt zo spoedig mogelijk en in de regel binnen acht dagen na
                    de in het eerste lid bedoelde dag. De dag en het tijdstip van opneming worden
                    aan de aannemer tijdig en zo mogelijk ten minste drie dagen tevoren schriftelijk
                    medegedeeld. De directie kan verlangen, dat de aannemer of zijn gevolmachtigde
                    bij de opneming tegenwoordig is.</al><al>3. Nadat het werk is opgenomen, wordt aan de aannemer binnen acht dagen
                    schriftelijk medegedeeld, of het al dan niet is goedgekeurd, in het laatste
                    geval met opgaaf van de gebreken, die de redenen voor de onthouding van de
                    goedkeuring zijn. Wordt het werk goedgekeurd, dan wordt als dag van goedkeuring
                    aangemerkt de dag waarop de desbetreffende mededeling aan de aannemer is
                    verzonden.</al><al>4. Met toestemming van de aannemer kan, in plaats van de schriftelijke
                    mededeling bedoeld in het vorige lid, worden volstaan met een overeenkomstige
                    aantekening in het dagboek of weekrapport, met vermelding van de datum der
                    aantekening. Alsdan wordt, indien het werk wordt goedgekeurd, als dag van
                    goedkeuring aangemerkt de dag waarop de desbetreffende aantekening is
                    geplaatst.</al><al>5. Wordt niet binnen acht dagen na de opneming een schriftelijke mededeling, of
                    het werk al dan niet is goedgekeurd, aan de aannemer verzonden dan wel, in het
                    geval bedoeld in het vierde lid, een overeenkomstig aantekening in het dagboek
                    of weekrapport geplaatst, dan wordt het werk geacht op de achtste dag na de
                    opneming te zijn goedgekeurd.</al><al>6. Geschiedt de opneming niet binnen vijftien dagen na de in het eerste lid
                    bedoelde dag, dan kan de aannemer bij aangetekende brief een nieuwe aanvrage tot
                    de directie richten,met verzoek het werk binnen acht dagen op te nemen. Voldoet
                    de directie niet aan dit verzoek, dan wordt het werk geacht op de achtste dag na
                    de verzending van die brief te zijn goedgekeurd.</al><al>7. Kleine gebreken, die gevoeglijk vóór een nog volgende betalingstermijn kunnen
                    worden hersteld, zullen geen reden tot onthouding van goedkeuring mogen zijn,
                    mits zij een eventuele ingebruikneming niet in de weg staan. De aannemer is
                    gehouden de in dit lid bedoelde gebreken zo spoedig mogelijk te herstellen.</al><al>8. Met betrekking tot een heropneming na onthouding van goedkeuring vinden de
                    bovenvermelde bepalingen overeenkomstige toepassing.</al><al>9. Bij een heropneming zullen andere gebreken dan die, welke overeenkomstig het
                    zevende lid aan de aannemer zijn opgegeven, alleen dan reden tot hernieuwde
                    onthouding van goedkeuring kunnen zijn, indien zij eerst na de voorafgegane
                    opneming aan de dag zijn getreden.</al><al/><al><vet><cursief>§ 10. Oplevering</cursief></vet></al><al>1. Het werk wordt als opgeleverd beschouwd, indien het overeenkomstig het
                    bepaalde in § 9 is of geacht wordt te zijn goedgekeurd.</al><al>De dag, waarop het werk is of geacht wordt te zijn goedgekeurd, geldt als dag
                    waarop het werk als opgeleverd wordt beschouwd.</al><al>1a. Indien in het bestek is voorgeschreven dat de aannemer de opdrachtgever
                    bedienings- en onderhoudsvoorschriften zal verstrekken met betrekking tot het
                    technische installatiewerk, overhandigt hij deze op het tijdstip van
                    ingebruikneming van het technische installatiewerk, of van het desbetreffende
                    onderdeel daarvan, dan wel uiterlijk op de dag waarop het technische
                    installatiewerk als opgeleverd wordt beschouwd. Indien in het bestek is
                    voorgeschreven dat de aannemer de opdrachtgever revisietekeningen met betrekking
                    tot het technische installatiewerk zal verstrekken, overhandigt hij deze
                    uiterlijk drie maanden na de dag waarop het technische installatiewerk als
                    opgeleverd wordt beschouwd.</al><al>2. Indien de aannemer niet een aanvrage om opneming als bedoeld in § 9, eerste
                    lid, tot de directie heeft gericht, doch de opdrachtgever het werk voltooid
                    acht, kan deze de aannemer zulks schriftelijk mededelen. De vijfde dag na de
                    verzending van deze mededeling geldt dan als dag waarop het werk als opgeleverd
                    wordt beschouwd.</al><al>3. De opdrachtgever kan het werk, voordat dit voltooid is, of een al dan niet
                    voltooid onderdeel daarvan,in gebruik nemen of doen nemen mits de
                    ingebruikneming een voldoende voortgang van het werk niet in gevaar brengt. De
                    opdrachtgever gaat hiertoe niet over dan nadat hij dit schriftelijk aan de
                    aannemer heeft medegedeeld en hij deze heeft gehoord en een opneming, dan wel –
                    indien het een technisch installatiewerk betreft – een beproeving en opneming
                    als bedoeld in § Ba van het in gebruik te nemen werk of onderdeel daarvan heeft
                    plaatsgevonden. Indien door de ingebruikneming meer wordt verlangd van de
                    aannemer dan redelijkerwijs van hem kan worden gevergd, zal dit worden verrekend
                    als meer werk. Indien door de ingebruikneming schade aan het werk ontstaat komt
                    deze schade niet voor rekening van de aannemer. Door de in dit lid bedoelde
                    ingebruikneming en opneming wordt het werk, dan wel dat onderdeel, niet als
                    opgeleverd beschouwd. Voor technische installatiewerken geldt dat indien in het
                    bestek een onderhoudstermijn als bedoeld in § 11 is voorgeschreven, door de in
                    dit lid bedoelde ingebruikneming de onderhoudstermijn onmiddellijk ingaat na de
                    dag van ingebruikneming.</al><al/><al><vet><cursief>§ 11. Onderhoudstermijn</cursief></vet></al><al>1. Indien in het bestek een onderhoudstermijn is voorgeschreven, gaat deze
                    termijn in onmiddellijk na de dag waarop het werk overeenkomstig het bepaalde in
                    § 10, eerste of tweede lid, als opgeleverd wordt beschouwd.</al><al>2. De aannemer is gehouden gebreken, welke in de onderhoudstermijn aan de dag
                    treden, te herstellen, met uitzondering echter van die,waarvoor de opdrachtgever
                    op grond van § 5, tweede lid de verantwoordelijkheid draagt of waarvoor hij op
                    grond van § 5, derde of vierde lid, aansprakelijk is. Onder de in dit lid
                    bedoelde gebreken vallen niet die gebreken die het gevolg zijn van onjuist of
                    onzorgvuldig gebruik dan wel gekwalificeerd kunnen worden als normaal te
                    verwachten slijtage als gevolg van het feitelijke gebruik.</al><al>3. Het in het tweede lid bedoelde herstel geschiedt voor rekening van de
                    aannemer, tot genoegen van de directie en binnen een door haar in billijkheid te
                    stellen termijn.</al><al>4. In de onderhoudstermijn optredende schade aan het werk is voor rekening van
                    de opdrachtgever, met uitzondering echter van die schade, welke het gevolg is
                    van door de aannemer verricht onvoldoend werk. In het laatste gevat is het
                    bepaalde in het derde lid van overeenkomstige toepassing.</al><al>5. Indien de aannemer zich desgevraagd verbindt tot herstel van niet voor zijn
                    rekening komende gebreken of schade aan het werk, geschiedt de verrekening
                    daarvan als meer werk.</al><al>6. Na afloop van de onderhoudstermijn zal het werk wederom worden opgenomen om
                    te constateren, of de aannemer aan zijn verplichtingen heeft voldaan, waarbij
                    wordt gehandeld overeenkomstig het bepaalde in § 9.</al><al/><al><vet><cursief>§ 12. Aansprakelijkheld van de aannemer na de
                        oplevering</cursief></vet></al><al>1. Na de dag, waarop het werk overeenkomstig het bepaalde in § 10, eerste of
                    tweede lid, als opgeleverd wordt beschouwd, is de aannemer niet meer
                    aansprakelijk voor tekortkomingen aan het werk.</al><al>2. Het in het eerste lid bepaalde lijdt uitzondering indien sprake is van een
                    gebrek:</al><lijst><li nr="a."><al>dat toe te rekenen is aan de aannemer en </al></li><li nr="b."><al>dat bovendien ondanks nauwlettend toezicht tijdens de uitvoering dan wet
                            bij de opneming van het werk als bedoeld in § 9, tweede lid, door de
                            directie redelijkerwijs niet onderkend had kunnen worden en waarvan</al></li><li nr="c."><al>de aannemer binnen een redelijke termijn na de ontdekking mededeling is
                            gedaan.</al></li></lijst><al>3. (Vervallen).</al><al>4. De rechtsvordering uit hoofde van een gebrek waarvoor de aannemer krachtens
                    het tweede lid aansprakelijk is, is niet ontvankelijk indien zij wordt ingesteld
                    na verloop van:</al><lijst><li nr="a."><al>vijf jaren na de in het eerste lid bedoelde dag, of</al></li><li nr="b."><al>tien jaren na de in het eerste lid bedoelde dag, indien het werk geheel
                            of gedeeltelijk is ingestort of dreigt in te storten dan wel ongeschikt
                            is geraakt of ongeschikt dreigt te geraken voor de bestemming waarvoor
                            het blijkens de overeenkomst bedoeld is en dit slechts kan worden
                            verholpen of kan worden voorkomen door het treffen van zeer kostbare
                            voorzieningen.</al></li></lijst><al>5. Indien in het bestek een onderhoudstermijn is voorgeschreven, treedt voor de
                    toepassing van deze paragraaf de dag na het verstrijken van die termijn in de
                    plaats van de in het eerste lid bedoelde dag en wordt onder opneming van het
                    werk verstaan: de opneming genoemd in § 11, zesde lid.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk V. Wijziging tijdstippen van uitvoering, schorsing, beëindiging
                        In onvoltooide staat</vet></al><al/><al><vet><cursief>§ 13. Wijziging tijdstippen van uitvoering</cursief></vet></al><al>1. De directie is bevoegd:</al><al>a. indien in het bestek een onderhoudstermijn als bedoeld in § 11, eerste lid,
                    is voorgeschreven, de uitvoering van ondergeschikte werkzaamheden tot in die
                    onderhoudstermijn te verschuiven;</al><al>b. bij meerjarig onderhoud de uitvoering van werken, waartoe de aannemer in een
                    bepaald jaar verplicht is, in een ander jaar binnen de duur van dit onderhoud te
                    verlangen.</al><al>2. Indien het voorafgaande aanleiding tot verrekening geeft, wordt daarvoor
                    overeenkomstig het bepaalde in § 36 een regeling getroffen.</al><al/><al><vet><cursief>§ 14. Schorsing van het werk en beëindiging van het werk in
                            onvoltooide staat</cursief></vet></al><al>1. De opdrachtgever is bevoegd de uitvoering van het werk voor het geheel of
                    voor een gedeelte te schorsen.</al><al>2. In spoedeisende gevallen is de directie, hangende de beslissing van de
                    opdrachtgever, voorlopig tot zodanige schorsing bevoegd.</al><al>3. Gedurende de schorsing is de aannemer verplicht:</al><al>a. in overleg met de directie gepaste maatregelen te nemen ter voorkoming en
                    beperking van schade, die aan het werk zou kunnen ontstaan;</al><al>b. na te laten zowel hetgeen schade aan het werk ten gevolge zou kunnen hebben
                    als hetgeen de latere voortzetting zou kunnen bemoeilijken.</al><al>4. Voorzieningen, die de aannemer ten gevolge van de schorsing moet treffen,
                    worden als meer werk met hem verrekend. Schade, die de aannemer ten gevolge van
                    de schorsing lijdt, wordt hem vergoed.</al><al>5. Indien de schorsing langer dan één maand duurt, kan de aannemer bovendien
                    vorderen, dat een evenredige betaling voor het uitgevoerde gedeelte van het werk
                    plaats heeft. Daarbij wordt rekening gehouden met de nog niet verwerkte
                    bouwstoffen, voor zover deze in verband met het bepaalde in § 19 eigendom van de
                    opdrachtgever zijn geworden. Nog niet verwerkte voor keuring gereed zijnde
                    bouwstoffen worden op verzoek van de aannemer eerst nog gekeurd.</al><al>6. Indien de schorsing van het gehele werk langer duurt dan zes maanden, is de
                    aannemer bevoegd het werk in onvoltooide staat te beëindigen.</al><al>7. De opdrachtgever is bevoegd de aannemer op te dragen het werk in onvoltooide
                    staat te beëindigen.</al><al>8. Wanneer door voor rekening van de opdrachtgever komende omstandigheden de
                    uitvoering van het werk gedurende meer dan twee maanden ononderbroken is
                    vertraagd, is de aannemer bevoegd het werk in onvoltooide staat te
                    beëindigen.</al><al>9. In de gevallen bedoeld in het zesde, zevende en achtste lid zal de
                    opdrachtgever zo spoedig mogelijk na de beëindiging het werk overnemen. De
                    aannemer is tot aan de overneming van het werk door de opdrachtgever gehouden de
                    in het derde lid bedoelde verplichtingen na te komen.</al><al>10. De aannemer heeft alsdan recht op de aannemingssom, vermeerderd met de
                    kosten die hij als gevolg van de niet voltooiing heeft moeten maken en
                    venninderd met de hem door de beëindiging bespaarde kosten. Aanspraken van de
                    aannemer en de opdrachtgever op hetgeen overigens ter zake van de overeenkomst
                    verschuldigd is blijven onverlet.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk Vl. Werkterrein, reclame</vet></al><al/><al><vet><cursief>§ 15. Werkterrein</cursief></vet></al><al>1. Indien in het bestek oppervlakten van grond of water als werkterrein zijn
                    aangeduid, heeft de aannemer daarover de kosteloze beschikking, zolang de
                    uitvoering van het werk dit nodig maakt. Gebruik van ander terrein of water als
                    werkterrein is voor rekening van de aannemer.</al><al>2. De directie wijst aan, na overleg met de aannemer, welke gedeelten van het
                    werkterrein in gebruik mogen worden genomen als opslagplaatsen en voor de
                    plaatsing van keten, loodsen, hulpwerken en andere hulpmiddelen.</al><al>3. De aannemer kan vóór de aanvang van het werk schriftelijk vorderen, dat de
                    toestand van het werkterrein zo goed mogelijk wordt vastgesteld, in welk geval
                    de opneming door de directie in samenwerking met en voor rekening van de
                    aannemerten spoedigste plaats vindt. Indien daarbij afwijkingen ten opzichte van
                    de in het bestek omschreven toestand aan het licht komen, is het bepaalde in §
                    29, derde lid, van toepassing.</al><al>4. Na gebruik en uiterlijk bij de oplevering moet het werkterrein naar genoegen
                    van de directie zoveel mogelijk weder in de oorspronkelijke toestand worden
                    opgeleverd.</al><al/><al><vet><cursief>§ 16. Afsluiting, reclame</cursief></vet></al><al>1. Indien de opdrachtgever afsluiting van het werk en het werkterrein nodig
                    oordeelt, wordt de wijze van afsluiting in het bestek omschreven.</al><al>2. De opdrachtgever heeft het recht om na overleg met de aannemer op schuttingen
                    en afrasteringen, welke dienen ter afsluiting van het werk of het werkterrein,
                    alsmede elders op het werkterrein of aan het werk reclame of andere
                    kennisgevingen aan te brengen.</al><al>3. Aan de aannemer is het evenwel toegestaan op een deel van die plaatsen
                    aanduidingen van zijn naam en bedrijf aan te brengen, mits plaats, uiterlijk en
                    afmetingen hiervan door de directie zijn goedgekeurd. Hetzelfde kan door de
                    directie op een door tussenkomst van de aannemer gedaan verzoek aan
                    onderaannemers en leveranciers worden toegestaan.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk VII. Bouwstoffen</vet></al><al/><al><vet><cursief>§ 17. Verwerking van bouwstoffen</cursief></vet></al><al>1. Met inachtneming van § 5, derde en vierde lid, alsmede § 6, zevenentwintigste
                    lid, staat de aannemer in voor de goede hoedanigheid van de bouwstoffen, voor de
                    geschiktheid voor hun bestemming en het voldoen aan de gestelde eisen, alsmede
                    voor de tijdige levering.</al><al>2. Indien en voor zover in het bestek is bepaald dat bouwstoffen gekeurd moeten
                    worden, mag de aannemer deze niet verwerken voordat deze zijn goedgekeurd.</al><al>3. De directie kan verlangen, dat goedgekeurde bouwstoffen ook nadat zij zijn
                    verwerkt alsnog worden vervangen, indien daaraan na de keuring nog gebreken
                    worden geconstateerd. Deze vervanging geschiedt voor rekening van de
                    opdrachtgever en wordt als meer werk verrekend, onvenninderd het recht van de
                    aannemer op schadevergoeding, indien daartoe gronden zijn. Indien echter het
                    gebrek redelijkerwijs niet door de directie had kunnen worden onderkend en het
                    gebrek aan de aannemer kan worden toegerekend, komt deze vervanging voor
                    rekening van de aannemer.</al><al>4. De directie is bevoegd een bewijs van oorsprong van bouwstoffen te
                    verlangen.</al><al>5. Indien de directie zulks goed vindt, zal de aannemer in plaats van met een
                    fabrieksnaam aangeduide bouwstoffen andere mogen leveren, mits van
                    overeenkomstige hoedanigheid. De directie onthoudt de goedkeuring niet op
                    onredelijke gronden.</al><al/><al><vet><cursief>§ 18. Keuring van bouwstoffen</cursief></vet></al><al>1. Indien en voor zover in het bestek is bepaald dat bouwstoffen door de
                    directie worden gekeurd, worden deze in geval van goedkeuring zo nodig gemerkt.
                    Door de opdrachtgever ter beschikking gestelde bouwstoffen worden geacht te zijn
                    goedgekeurd.</al><al>Indien voorgeschreven is dat bouwstoffen moeten worden geleverd met een
                    kwaliteitsverklaring afkomstig van een door de Raad voor de Accreditatie erkende
                    certificatie-instelling, wordt in het kader van de keuring volstaan met een
                    uitwendige visuele beoordeling. De kwaliteitsverklaring wordt door de aannemer
                    ter gelegenheid van de beoordeling door de directie aan haar ter beschikking
                    gesteld.</al><al>2. Ten behoeve van de keuring moeten de monsters en bouwstoffen tijdig op het
                    werk of in de werkplaatsen worden aangevoerd. Zolang de directie zulks nodig
                    oordeelt, blijven door de aannemer ingediende monsters onder haar berusting; zij
                    zijn evenwel voor zijn rekening en blijven voor hem toegankelijk.</al><al>3. De aannemer verleent bij de keuring, alsmede bij het merken van goedgekeurde
                    bouwstoffen, de nodige hulp en stelt daartoe personeel en eenvoudige
                    hulpmiddelen ter beschikking.</al><al>4. De aannemer is bevoegd bij de keuring aanwezig te zijn of zich te doen
                    vertegenwoordigen; de directie kan dit van hem verlangen.</al><al>5. De directie is bevoegd bouwstoffen door derden te doen onderzoeken; de
                    hieraan verbonden kosten zijn voor rekening van de opdrachtgever, behoudens het
                    bepaalde in het zesde lid, onder d.</al><al>6. Voor rekening van de aannemer komen de kosten van:</al><al>a. het beschikbaar stellen van de voor de keuring nodige bouwstoffen;</al><al>b. het brengen van de bouwstoffen in een voor de keuring geschikte samenstelling
                    en vonn;</al><al>c. de emballage en de verzending van elders te keuren bouwstoffen;</al><al>d. het in het vijfde lid bedoelde onderzoek, indien dit tot afkeuring leidt,
                    tenzij het een bouwstof betreft, in het bestek aangeduid met een fabrieksnaam,
                    of waarvan de leverancier door of namens de opdrachtgever is aangewezen;</al><al>e. de in het twaalfde lid bedoelde herkeuring, indien de deskundige de afkeuring
                    handhaaft.</al><al>7. De in het vorige lid bedoelde kosten worden zo nodig overeenkomstig§ 42,
                    zesde lid, verrekend.</al><al>8. De keuring geschiedt – ter keuze van de directie – op het werk, in de
                    middelen van vervoer of elders, zo spoedig mogelijk na aanvoer of gereedkom ing.
                    Indien, ondanks een door de directie ontvangen schriftelijk verzoek van de
                    aannemer om bouwstoffen te keuren, uiterlijk op een in dat verzoek venneld
                    redelijk tijdstip de schriftelijke mededeling van de uitslag van de keuring niet
                    door de aannemer is ontvangen, worden die bouwstoffen geacht te zijn
                    goedgekeurd. Onder een schriftelijk verzoek en onder een mededeling als in dit
                    lid bedoeld wordt mede verstaan een aantekening in het dagboek of weekrapport,
                    bedoeld in § 27.</al><al>9. Verzoekt de aannemer om keuring op een andere plaats dan door de directie is
                    voorgeschreven, dan wordt dat niet geweigerd, indien toestaan niet in strijd is
                    met de belangen van een goede hoedanigheid van het werk en van doeltreffende
                    controle en mits de aannemer de hogere kosten ervan voor zijn rekening
                    neemt.</al><al>10. Waardevennindering en verlies van voor de keuring gebezigde bouwstoffen
                    worden aan de aannemer niet vergoed.</al><al>11. Ingeval van afkeuring van bouwstoffen kan zowel de directie als de aannemer
                    vorderen, dat een in onderlinge overeenstemming getrokken monster uit die
                    bouwstoffen tot na de beslechting van het uit die afkeuring mogelijk
                    voortvloeiend geschil wordt bewaard. Deze monsters worden door beiden
                    gewaarmerkt. De bewaring geschiedt op een in onderlinge overeenstemming te
                    bepalen plaats.</al><al>12. De aannemer heeft de bevoegdheid om ingeval van afkeuring van bouwstoffen
                    herkeuring aan te vragen door een in overeenstemming met de opdrachtgever aan te
                    wijzen deskundige, aan wiens uitspraak partijen ook in een later geschil
                    gebonden zijn.</al><al>13. Afgekeurde bouwstoffen worden zo spoedig mogelijk afgezonderd en van het
                    werk verwijderd, ook indien zij reeds mochten zijn verwerkt.</al><al/><al><vet><cursief>§ 19. Eigendom van bouwstoffen</cursief></vet></al><al>1. Alle voor het werk bestemde bouwstoffen worden – zonder dat de opdrachtgever
                    daardoor aansprakelijk wordt voor betalingen aan leveranciers of andere
                    rechthebbenden – eigendom van de opdrachtgever, zodra zij zijn goedgekeurd en de
                    aannemer door overlegging van (een) verklaring(en) volgens het bij de UAV
                    behorende bijlage B heeft aangetoond, dat de leveranciers en eventuele andere
                    rechthebbenden afstand doen van alle aanspraken op die bouwstoffen ten behoeve
                    van de opdrachtgever.</al><al>2. Geen overdracht van eigendom aan de opdrachtgever als bedoeld in het eerste
                    lid wordt geacht te hebben plaats gevonden:</al><al>a. indien een schuldeiser van de opdrachtgever beslag legt op de in het eerste
                    lid bedoelde bouwstoffen;</al><al>b. indien de opdrachtgever failliet wordt verklaard of hem surseance van
                    betaling wordt verleend en het werk door de curator dan wel door de
                    opdrachtgever en diens bewindvoerders niet wordt voortgezet.</al><al>3. Na voltooiing van het werk overgebleven bouwstoffen worden aan de aannemer
                    teruggegeven en als niet geleverd beschouwd, behoudens toepassing van § 36,
                    achtste lid.</al><al/><al><vet><cursief>§ 20. Zorg voor bouwstoffen</cursief></vet></al><al>De aannemer draagt zorg voor de goedgekeurde en de door de opdrachtgever ter
                    beschikking gestelde bouwstoffen, alsmede voor de uit het werk komende
                    bouwstoffen. Verlies, vermissing of beschadiging van deze bouwstoffen is voor
                    zijn rekening, behoudens het bepaalde in § 44.</al><al/><al><vet><cursief>§ 21. Oude bouwstoffen</cursief></vet></al><al>1. Tenzij het bestek anders bepaalt, blijven de uit het werk komende oude
                    bouwstoffen eigendom van de opdrachtgever.</al><al>2. (Vervallen).</al><al>3. (Vervallen).</al><al>4. De aannemer is niet verantwoordelijk voor de hoedanigheid van uit het werk
                    komende bouwstoffen, voor zover achteruitgang van die hoedanigheid niet aan hem
                    is toe te rekenen.</al><al/><al><vet><cursief>§ 22. Garantie voor een onderdeel</cursief></vet></al><al>1. Het bepaalde in deze paragraaf is van toepassing, tenzij het bestek anders
                    bepaalt.</al><al>2. Indien in het bestek is vermeld dat één of meer onderdelen van het werk
                    moeten worden gegarandeerd, zal de aannemer op eerste aanzegging van de
                    opdrachtgever zo spoedig mogelijk de tijdens de garantieperiode optredende
                    gebreken voor zijn rekening herstellen. Gebreken in de zin van deze bepaling
                    zijn gebreken, waarvan de opdrachtgever aannemelijk maakt dat die met grote mate
                    van waarschijnlijkheid moeten worden toegeschreven aan een omstandigheid, die
                    aan de aannemer kan worden toegerekend.</al><al>3. Indien in het bestek is vermeld dat een onderdeel van het werk door een
                    onderaannemer of een leverancier moet worden gegarandeerd, draagt de aannemer
                    zorg voor het verstrekken van de garantie door de onderaannemer of leverancier
                    aan de opdrachtgever. Indien deze garantie niet door de onderaannemer of
                    leverancier wordt verstrekt, wordt een dienovereenkomstige garantie door de
                    aannemer verstrekt.</al><al>4. Een op grond van deze paragraaf overeengekomen garantie geldt vanaf het
                    gereedkomen of de levering van het gegarandeerde onderdeel gedurende de in het
                    bestek genoemde periode.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk VIII. Hulpmiddelen</vet></al><al/><al><vet><cursief>§ 23. Loodsen en andere hulpmiddelen</cursief></vet></al><al>1. De verplichtingen van de aannemer met betrekking tot het ter beschikking
                    stellen, onderhouden, en verwijderen van loodsen en/of directieverblijf en
                    andere hulpmiddelen worden in het bestek omschreven.</al><al>2. (Vervallen).</al><al>3. (Vervallen).</al><al/><al><vet><cursief>§ 24. Hulpmiddelen van de opdrachtgever</cursief></vet></al><al>1. Indien aan de aannemer het gebruik van gebouwen, terreinen en hulpmiddelen
                    van de opdrachtgever is opgedragen of vergund, komen het onderhoud en het
                    herstel, zolang het gebruik duurt, voor rekening van de aannemer.</al><al>2. Ingeval van verloren gaan door het in het eerste lid bedoelde gebruik, is hij
                    verplicht tot vergoeding van de schade.</al><al>3. Zodra het in gebruik genomene voor de uitvoering van het werk niet meer nodig
                    is, stelt de aannemer het, zoveel doenlijk in gelijke staat als hij het heeft
                    ontvangen, weer ter beschikking van de opdrachtgever en bergt de hulpmiddelen op
                    door of namens hem aan te wijzen plaatsen op.</al><al/><al><vet><cursief>§ 25. Gezonken materieel</cursief></vet></al><al>1. Indien ten behoeve van het werk in gebruik zijnde hulpmiddelen, zoals
                    vaartuigen en werktuigen, dan wel voor het werk bestemde bouwstoffen gezonken
                    zijn in wateren, welke bij de opdrachtgever in eigendom of beheer zijn, is de
                    aannemer verplicht ze met inbegrip van lading en toebehoren te lichten en te
                    verwijderen.</al><al>2. Hij is in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, verplicht dadelijk de
                    vereiste aanduiding en verlichting aan te brengen, zo spoedig mogelijk de eerste
                    maatregelen tot lichting, zoals het onderdoor brengen van kettingen, te nemen en
                    de lichting in zo kort mogelijke tijd te voltooien.</al><al>3. De in de voorgaande leden bedoelde werkzaamheden geschieden op kosten van de
                    aannemer, tenzij het in het eerste lid bedoelde zinken is veroorzaakt door een
                    omstandigheid die voor rekening van de opdrachtgever komt.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk IX. Uitvoering</vet></al><al><vet><cursief>§ 26. Algemeen tijdschema, werkplan</cursief></vet></al><al>1. De aannemer stelt zo spoedig mogelijk een op de aard van het werk afgestemd
                    algemeen tijdschema op.</al><al>In dit algemene tijdschema wordt duidelijk aangegeven op welke wijze, in welke
                    volgorde, met welk materieel en met welke hulpmiddelen de aannemer voornemens is
                    het werk en zijn onderdelen uit te voeren alsmede welke tijdsduur hij voor elk
                    onderdeel nodig acht.</al><al>Tevens wordt daarin aangegeven op welke tijdstippen de aannemer ten behoeve van
                    de voortgang van het werk en de volgorde van de onderdelen ervan zal dienen te
                    beschikken over datgene waarvoor de opdrachtgever of de directie volgens de
                    overeenkomst dient te zorgen. Het algemene tijdschema dient te voldoen aan de
                    eisen, die ten aanzien van de uitvoering van het werk in de overeenkomst zijn
                    gesteld, en wordt door de aannemer van een behoorlijke toelichting
                    voorzien.</al><al>2. De aannemer legt het algemene tijdschema, gedateerd en ondertekend, in
                    tweevoud aan de directie ter goedkeuring over, uiterlijk op de vijftiende
                    werkdag na de dag waarop hem het werk is opgedragen onderscheidenlijk de
                    directie om een algemeen tijdschema heeft verzocht.</al><al>3. De directie beslist zo spoedig mogelijk omtrent de goedkeuring van het
                    algemene tijdschema en deelt haar beslissing, in elk geval uiterlijk op de
                    tiende werkdag, nadat zij het heeft ontvangen, schriftelijk aan de aannemer
                    mede. De goedkeuring wordt slechts aan het algemene tijdschema onthouden, indien
                    uit de inhoud daarvan blijkt, dat niet aan de uit de overeenkomst voortvloeiende
                    eisen wordt voldaan.</al><al>4. Ingeval van goedkeuring worden de beide exemplaren van het algemene
                    tijdschema ook door de directie gedateerd en ondertekend, waarna een van de
                    exemplaren aan de aannemer wordt toegezonden. In geval het algemene tijdschema
                    niet wordt goedgekeurd, wordt de aannemer met de redenen hiervan schriftelijk in
                    kennis gesteld. De aannemer legt in dat geval zo spoedig mogelijk, doch binnen
                    tien werkdagen, een nieuw algemeen tijdschema, waarbij met de bezwaren van de
                    directie rekening is gehouden, ter goedkeuring aan de directie over. Ten aanzien
                    van de beslissing op het nieuwe algemene tijdschema is het derde lid van
                    overeenkomstige toepassing.</al><al>5. Het algemene tijdschema geldt als een leidraad voor de aannemer en verzwaart
                    de voor hem uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen niet. De
                    goedkeuring door de directie van het algemene tijdschema en daarin onder haar
                    goedkeuring aangebrachte wijzigingen ontheffen de aannemer niet van zijn
                    verplichtingen om het werk naar de uit de overeenkomst voortvloeiende eisen uit
                    te voeren en tijdig te voltooien.</al><al>6. Indien van de aannemer wordt verlangd, dat hij in plaats van of naast het in
                    deze paragraaf bedoelde algemene tijdschema een gedetailleerd werkplan aan de
                    directie overlegt, wordt zulks, onder vermelding van de aan dit werkplan te
                    stellen eisen, in de overeenkomst vermeld. Voor zover de overeenkomst niet
                    anders vermeldt, is het bepaalde in het eerste tot en met het vijfde lid alsdan
                    van overeenkomstige toepassing.</al><al> 7. Wijzigingen door de directie in het goedgekeurde algemene tijdschema of
                    gedetailleerde werkplan aangebracht geven de aannemer aanspraak op bijbetaling,
                    indien van hem meer wordt verlangd dan redelijkerwijs van hem kan worden
                    gevergd.</al><al/><al><vet><cursief>§ 27. Dagboek, lijsten, rapporten, verslagen van
                            bouwvergaderingen</cursief></vet></al><al>1. De directie maakt weekrapporten op. Hierin worden onder meer aantekeningen
                    opgenomen betreffende:</al><al>2. De in het eerste lid bedoelde aantekeningen worden telkens uiterlijk op de
                    vijfde werkdag na het verstrijken van de werkweek, waarop zij betrekking hebben,
                    opgenomen in het weekrapport, dat terstond na het opmaken door de directie wordt
                    ondertekend.</al><al>3. Het door de directie ondertekende weekrapport wordt zo spoedig mogelijk, doch
                    uiterlijk op de vijftiende werkdag na het verstrijken van de werkweek, waarop
                    het betrekking heeft, aan de aannemer ter ondertekening voorgelegd. Aan de
                    aannemer wordt afschrift van de weekrapporten verstrekt.</al><al>4. Indien de aannemer zich met de inhoud van het weekrapport kan verenigen,
                    tekent hij dit voor akkoord uiterlijk op de vijfde werkdag, nadat het hem is
                    voorgelegd.</al><al>5. Indien de aannemer zich met de inhoud van het weekrapport niet kan verenigen,
                    ondertekent hij dit eveneens uiterlijk op de vijfde werkdag, nadat het hem is
                    voorgelegd, doch onder toevoeging van een aantekening, waaruit blijkt tegen
                    welke gedeelten en om welke redenen hij bezwaar heeft.</al><al>6. Ingeval de directie niet alleen weekrapporten opmaakt maar ook een dagboek
                    bijhoudt, is op dit dagboek het bepaalde in het eerste tot en met het vijfde lid
                    van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat geen afschrift van het
                    dagboek aan de aannemer wordt verstrekt, tenzij deze daarom verzoekt.</al><al>7. Indien dit in de overeenkomst is voorgeschreven of na de opdracht door de
                    directie wordt verlangd, verstrekt de aannemer telkens uiterlijk op de vijfde
                    werkdag na het verstrijken van een werkweek een op die week betrekking hebbende,
                    door hem gedateerde en ondertekende lijst, bevattende opgaven omtrent het
                    personeel en voorts zodanige verdere mededelingen als door de directie worden
                    gewenst.</al><al>8. Indien ten behoeve van het werk buiten het werkterrein werkzaamheden worden
                    verricht, kan de directie vorderen, dat de aannemer daaromtrent uiterlijk op de
                    vijfde werkdag na het verstrijken van een werkweek een door hem ondertekend
                    rapport in tweevoud bij haar indient. In dit rapport worden aantekeningen als in
                    het eerste lid bedoeld en betrekking hebbend op de invoornoemde werkweek
                    verrichte werkzaamheden opgenomen.</al><al>9. Indien is overeengekomen dat tijdens de uitvoering van het werk
                    bouwvergaderingen worden gehouden, maakt de directie daarvan verslagen. De
                    verslagen worden zo spoedig mogelijk aan de aannemer ter ondertekening
                    voorgelegd. Indien de aannemer zich met de inhoud van het verslag niet kan
                    verenigen, wordt aan het verslag een aantekening toegevoegd waaruit blijkt tegen
                    welke gedeelten en om welke reden hij bezwaar heeft. Het verslag wordt in de
                    daarop volgende bouwvergadering vastgesteld.</al><al/><al><vet><cursief>§ 28. Afbakening, peilingen en opmetingen</cursief></vet></al><al>De aannemer zal voor zijn rekening:</al><al>a. het werk uitzetten en de vereiste profielen en bakens stellen;</al><al>b. ten behoeve van afbakening, peilingen en opmetingen geschikt personeel en
                    hulpmiddelen, als: roei- en peilboten, meetinstrumenten, bakens, enz., ter
                    beschikking van de directie stellen;</al><al>c. de gedane uitzetting en afbakening in goede staat onderhouden, zolang de
                    directie dit nodig oordeelt.</al><al/><al><vet><cursief>§ 29. Verschillen In afmetingen of in de toestand van bestaande
                            werken en terreinen</cursief></vet></al><al>1. Indien de in de beschrijving van het werk vermelde afmetingen niet
                    overeenkomen met die, voorkomende op de tekening, is de aannemer verplicht de
                    door hem geconstateerde afwijking ter kennis te brengen van de directie, opdat
                    deze, zo zij zulks nodig acht, kan besluiten van de in § 2, vierde lid, bedoelde
                    rangorde af te wijken. Een zodanig besluit van de directie wordt als een
                    bestakswijziging aangemerkt.</al><al>2. Indien de in het bestek aangegeven afmetingen niet overeenkomen met die,
                    voorkomende in de werkelijkheid, is de aannemer verplicht de door hem
                    geconstateerde afwijking ter kennis te brengen van de directie, teneinde met
                    deze overleg te plegen omtrent hetgeen moet geschieden om, gelet op de
                    afwijking, het werk juist uit te voeren. De gebleken afwijking geeft, afgezien
                    van de verrekening van meer en minder werk, welke uit het bestek mocht
                    voortvloeien, de aannemer aanspraak op bijbetaling, indien die afwijking van
                    zodanige aard is, dat de gevolgen daarvan redelijkerwijs niet voor zijn rekening
                    dienen te komen.</al><al>3. Verschillen tussen de tijdens de uitvoering blijkende toestand van bestaande
                    gebouwen, werken en terreinen enerzijds en de in het bestek aangeduide toestand
                    anderzijds geven, afgezien van de verrekening van meer en minder werk, welke uit
                    het bestek mocht voortvloeien, de aannemer aanspraak op bijbetaling, indien die
                    verschillen van zodanige aard zijn,dat de gevolgen daarvan redelijkerwijs niet
                    voor zijn rekening dienen te komen. Overigens draagt de opdrachtgever de
                    verantwoordelijkheid voor de juistheid van de door of namens hem verstrekte
                    gegevens. Het in dit lid bepaalde is ook van toepassing indien in het bestek
                    geen toestand of gegevens zijn aangeduid, doch de tijdens de uitvoering
                    blijkende toestand afwijkt van die welke de aannemer redelijkerwijs had mogen
                    verwachten.</al><al/><al><vet><cursief>§ 30. Voorziening in waterkering, waterdoorlaat en
                            verkeer</cursief></vet></al><al>1. De aannemer mag het werk of onderdelen daarvan, waardoor de belangen van
                    waterkering of waterdoorlaat zouden kunnen worden geschaad of stremming of
                    stoornis in of hinder aan of gevaar voor het verkeer te land, te water of door
                    de lucht zou kunnen worden veroorzaakt, slechts uitvoeren, indien en zolang hij
                    met het oog op die belangen de nodige voorzieningen heeft getroffen.</al><al>2. Onder de in het eerste lid bedoelde voorzieningen worden verstaan: tijdelijke
                    werken, afsluitingen, waarschuwingsborden , kentekens, verlichting en andere
                    veiligheidsmaatregelen, die door wettelijke voorschriften worden vereist of uit
                    anderen hoofde nodig mochten zijn.</al><al>3. Zolang hinder aan of stoornis in het verkeer te land, te water of door de
                    lucht wordt toegebracht, moet ten behoeve van dat verkeer de nodige hulp worden
                    beschikbaar gesteld.</al><al>4. De in deze paragraaf bedoelde voorzieningen en hulp zijn voor rekening van de
                    aannemer, met dien verstande,dat dit voor tijdelijke werken van betekenis of
                    maatregelen van ingrijpende aard slechts geldt, indien deze in de overeenkomst
                    zijn omschreven.</al><al/><al><vet><cursief>§ 31. Verband met andere werken</cursief></vet></al><al>1. Indien verschillende werken in elkander grijpen, wordt dit in het bestek
                    vermeld.</al><al>2. Tenzij in het bestek anders is bepaald, geschiedt de coördinatie van in
                    elkander grijpende werken door de directie.</al><al>3. De aannemer gedoogt – zonder aanspraak op andere vergoedingen dan de in het
                    volgende lid bedoelde – dat door derden, aan wie de directie zulks toestaat,
                    tegelijkertijd en te zelfder plaatse wordt gewerkt.</al><al>4. Hij gedoogt, dat daarbij gebruik wordt gemaakt van reeds gemaakt werk en
                    gemaakte hulpwerken. Voor dit gebruik kan de aannemer aanspraak op bijbetaling
                    doen gelden, indien meer van hem wordt verlangd dan redelijkerwijs van hem kan
                    worden gevergd.</al><al/><al><vet><cursief>§ 32. Gevonden voorwerpen</cursief></vet></al><al>De aannemer is verplicht de vondst van alle voorwerpen, die bij de uitvoering
                    van het werk worden gevonden en die van waarde zijn of uit een historisch of
                    wetenschappelijk oogpunt van belang kunnen zijn, terstond aan de directie te
                    melden en deze voorwerpen zo mogelijk in handen van de directie te stellen,
                    tenzij het bestek anders bepaalt.</al><al/><al><vet><cursief>§ 33. Vermoeden van onvoldoend werk</cursief></vet></al><al>Indien de directie vermoedt, dat het werk niet aan de bij de overeenkomst
                    gestelde eisen voldoet, is de aannemer verplicht de maatregelen te nemen of te
                    gedogen, die nodig zijn om vast te stellen of zulks al dan niet het geval is.
                    Ingeval het werk niet aan deze eisen voldoet, komen de kosten van bedoelde
                    maatregelen voor rekening van de aannemer. In het tegengestelde geval worden
                    zij, evenals de kosten van herstel, verrekend als meer werk en wordt eventuele
                    schade vergoed.</al><al/><al><vet><cursief>§ 34. Wijzigingen In de uitvoering</cursief></vet></al><al>Wijzigingen door de directie in de uitvoering van het werk aangebracht geven de
                    aannemer aanspraak op bijbetaling, indien van hem meer wordt verlangd dan
                    redelijkerwijs van hem kan worden gevergd.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk X. Meer en minder werk</vet></al><al/><al><vet><cursief>§ 35. Verrekening van meer en minder werk</cursief></vet></al><al>1. Verrekening van meer en minder werk vindt plaats:</al><al>a. ingeval van bestakswijzigingen (§ 36);</al><al>b. ingeval van afwijkingen van de bedragen van de stelposten (§ 37);</al><al>c. ingeval van afwijkingen van geschatte hoeveelheden (§ 38,tweede lid);</al><al>d. ingeval van afwijkingen van verrekenbare hoeveelheden (§ 39);</al><al>e. in de gevallen waarin verrekening als meer en minder werk in deze UAV of in
                    de overeenkomst is voorgeschreven. In deze gevallen is het bepaalde in par. 36
                    lid 1a van overeenkomstige toepassing. </al><al/><al>Aanspraken van de aannemer en de opdrachtgever op hetgeen overigens ter zake van
                    de overeenkomst verschuldigd is blijven onverlet.</al><al>2. De verrekening van het meer werk geschiedt door bijbetaling, die van het
                    minder werk door inhouding op de aannemingssom. De opdrachtgever en de aannemer
                    komen overeen op welke wijze – ineens of in gedeelten – en wanneer de
                    verrekening geschiedt van het meer en het minder werk of, indien er zowel van
                    meer als van minder werk sprake is, van het saldo daarvan.</al><al>3. Indien omtrent wijze en tijdstip van de verrekening van het meer werk niets
                    is overeengekomen, geschiedt deze verrekening ineens na de voltooiing van het
                    meer werk.</al><al>4. Indien omtrent wijze en tijdstip van de verrekening van het minder werk niets
                    is overeengekomen, geschiedt deze verrekening, met inachtneming van het bepaalde
                    in § 40, zevende lid, ineens bij de eindafrekening van het werk.</al><al>5. Indien bij de eindafrekening van het werk blijkt, dat het totaal van het
                    reeds verrekende en het nog te verrekenen minder werk dat van het reeds
                    verrekende en het nog te verrekenen meer werk overtreft, heeft de aannemer recht
                    op een bedrag gelijk aan 10% van het verschil van deze totalen. Het in dit lid
                    bepaalde lijdt uitzondering, voor zover het minder werk het gevolg is van een
                    verzoek van de aannemer om minder te mogen uitvoeren dan in de overeenkomst is
                    bepaald.</al><al>6. Voor de toepassing van het bepaalde in het vijfde lid wordt onder het werk
                    verstaan:</al><al>a. bij aanneming in massa, de werken van de percelen gezamenlijk;</al><al>b. bij meerjarige onderhoudsbestekken de werken van de onderhoudsjaren
                    gezamenlijk .</al><al/><al><vet><cursief>§ 36. Bestekswijzigingen</cursief></vet></al><al>1. Onder bestekswijzigingen worden verstaan wijzigingen in het bestek, het werk
                    of de voorwaarden van uitvoering van het werk.</al><al>1a. In geval van door de opdrachtgever gewenste bestekswijzigingen kan de
                    aannemer slechts dan een verhoging van de prijs vorderen, wanneer hij de
                    opdrachtgever tijdig heeft gewezen op de noodzaak van een daaruit voortvloeiende
                    prijsverhoging, tenzij de opdrachtgever die noodzaak uit zichzelf had moeten
                    begrijpen.</al><al>2. De directie is bevoegd voor of tijdens de uitvoering van het werk
                    bestekswijzigingen aan te brengen. Indien en voor zover deze bevoegdheid in het
                    bestek aan de opdrachtgever is voorbehouden, is voor deze bestakswijzigingen een
                    door de opdrachtgever aan de aannemer te verstrekken schriftelijke opdracht
                    vereist.</al><al>3. De aannemer zal aan opdrachten tot bestekswijzigingen gevolg geven, ook
                    indien daardoor de omvang van het werk wordt vermeerderd of verminderd, mits
                    dientengevolge de totalen van de bijbetalingen en inhoudingen elk niet meer
                    bedragen dan 15% van de aannemingssom dan wel het saldo van die bijbetalingen en
                    inhoudingen niet meer bedraagt dan 10% van de aannemingssom.</al><al>4. Bestekswijzigingen worden verrekend tegen bedragen of prijzen die vóór de
                    uitvoering van die wijzigingen of, indien hun aard dit belet, zo spoedig
                    mogelijk tussen de opdrachtgever en de aannemer worden overeengekomen. Indien de
                    directie overweegt om een bestakswijziging aan te brengen en daartoe de aannemer
                    verzoekt een prijsaanbieding te doen, plegen de directie en de aannemer op
                    verzoek van de aannemer tevoren overleg omtrent de vraag of, en zo ja onder
                    welke omstandigheden, de aannemer aanspraak zal kunnen maken op een redelijke
                    vergoeding van de aan het doen van de prijsaanbieding verbonden kosten.</al><al>5. Bestekswijzigingen zullen de aannemer schriftelijk worden opgedragen. De
                    aannemer kan genoegen nemen met een overeenkomstige aantekening in het dagboek,
                    het weekrapport of het verslag van de bouwvergadering, welke dan als
                    schriftelijke opdracht zal worden aangemerkt. Het gemis van een schriftelijke
                    opdracht of van een aantekening in het dagboek of weekrapport laat de aanspraken
                    van de aannemer en van de opdrachtgever op verrekening van meer en minder werk
                    onverlet.</al><al>6. Ten aanzien van bestekswijzigingen zal op verzoek van de directie of van de
                    aannemer een afzonderlijke termijn worden overeengekomen, binnen welke het meer
                    werk zal worden voltooid, hetgeen dan in de schriftelijke opdracht wordt
                    vermeld.</al><al>7. Bij meerjarige onderhoudsbestekken wordt bij de in het derde lid vermelde
                    totalen van bijbetalingen en van inhoudingen elk onderhoudsjaar op zichzelf
                    beschouwd.</al><al>8. De opdrachtgever zal de reeds aangevoerde, de blijkens de vrachtbrief
                    afgezonden en de uitsluitend ten behoeve van het werk bestelde bouwstoffen, die
                    tengevolge van bestakswijzigingen niet kunnen worden gebruikt, voor zover deze
                    bouwstoffen aan de gestelde eisen voldoen, overnemen of deswege een billijke
                    schadevergoeding verlenen.</al><al/><al><vet><cursief>§ 37. Stelposten</cursief></vet></al><al>1. Onder stelposten worden verstaan in het bestek als zodanig aangeduide
                    geldbedragen, welke in de aannemingssom zijn begrepen en ten laste waarvan nader
                    in het bestek beschreven uitgaven worden gebracht.</al><al>2. Indien de som van de uitgaven, die ten laste van een stelpost worden gedaan,
                    hoger of lager blijkt te zijn dan het bedrag van die stelpost, zal de afwijking
                    worden verrekend.</al><al>3. Bij de ten laste van stelposten te brengen uitgaven, die betrekking hebben op
                    de aanschaffing van bouwstoffen, wordt gerekend met prijzen, welke zijn
                    samengesteld uit:</al><al>a. de prijzen op basis van franco levering op of in het vervoermiddel bij het
                    werkterrein;</al><al>b. een aannemersvergoeding van 10% van de onder a bedoelde prijzen.</al><al>4. (Vervallen).</al><al>5. Kosten van emballage en de terugzending daarvan komen voor rekening van de
                    aannemer, behalve voor zover die kosten, door de invulling die aan de stelpost
                    wordt gegeven, hoger zijn dan die waarmee de aannemer redelijkerwijs rekening
                    heeft moeten houden.</al><al>6. De kosten van het in het werk brengen van ten laste van stelposten
                    aangeschafte bouwstoffen zijn in de aannemingssom begrepen en worden niet
                    afzonderlijk verrekend. Deze kosten zullen echter worden verrekend ten laste van
                    de stelpost, waarop ook de aanschaffing van die bouwstoffen wordt verrekend,
                    indien zij betrekking hebben op het in het werk brengen van installaties, zoals
                    liften, centrale verwarming en dergelijke, of voor zover zij door de invulling
                    die aan de stelpost wordt gegeven hoger zijn dan die waarmee de aannemer
                    redelijkerwijs rekening heeft moeten houden.</al><al>7. De aanschaffing van bouwstoffen, waarvoor stelposten zijn opgenomen,
                    geschiedt door de aannemer volgens nadere opdracht van de directie en, tenzij de
                    directie de aannemer daarin vrijlaat, bij leveranciers die daartoe door haar
                    worden aangewezen.</al><al>8. Bij de ten laste van stelposten te brengen uitgaven, die betrekking hebben op
                    de verrichting van werkzaamheden, wordt gerekend met prijzen, welke zijn
                    samengesteld uit:</al><al>a. de voor de uitvoering nodige kosten, voor zover deze rechtstreeks op de
                    uitvoering betrekking hebben;</al><al>b. een aannemersvergoeding van 10% van de onder a bedoelde kosten. </al><al>De kosten op de bouwplaats voor algemene inrichting, verzorging en uitvoering
                    worden niet afzonderlijk verrekend, maar worden geacht in de aannemingssom te
                    zijn begrepen, behalve voor zover die kosten, door de invulling die aan de
                    stelpost wordt gegeven, hoger zijn dan die waarmee de aannemer redelijkerwijs
                    rekening heeft moeten houden.</al><al>9. De verrichting van werkzaamheden als bedoeld in het achtste lid geschiedt
                    volgens nadere opdracht van de directie door de aannemer of door derden, die
                    daartoe door haar worden aangewezen.</al><al>10. Bij de ten laste van stelposten te brengen uitgaven, die betrekking hebben
                    op het doen van betalingen aan derden, wordt gerekend met bedragen, welke zijn
                    samengesteld uit:</al><al>a. het bedrag van de aan derden gedane betaling, de omzetbelasting daarin niet
                    begrepen;</al><al>b. een aannemersvergoeding van 5% van het onder a bedoelde bedrag.</al><al>11. Betalingen aan derden, waarvoor stelposten zijn opgenomen, geschieden door
                    de aannemer volgens nadere opdracht van de directie.</al><al>12. Alvorens een uitgave ten laste van een stelpost te brengen, kan de directie
                    van de aannemer overlegging van bewijsstukken verlangen.</al><al/><al><vet><cursief>§ 38. Hoeveelheden</cursief></vet></al><al>1. Onder verrekenbare hoeveelheden worden verstaan de in het bestek als zodanig
                    aangeduide hoeveelheden; afwijkingen worden verrekend overeenkomstig het
                    bepaalde in § 39.</al><al>2. Onder geschatte hoeveelheden worden verstaan de met de toevoeging ‘naar
                    schatting‘, ‘ongeveer’of dergelijke aanduidingen in het bestek genoemde
                    hoeveelheden. Een afwijking van een geschatte hoeveelheid wordt verrekend indien
                    en voor zover er sprake is van een afwijking die meer bedraagt dan 10% van die
                    geschatte hoeveelheid, tenzij zulks aanleiding tot onbillijkheid zou geven.</al><al>3. Afwijkingen van andere dan de in het eerste of tweede lid bedoelde
                    hoeveelheden, welke door de directie worden verlangd of voorgeschreven, worden
                    beschouwd als bestakswijzigingen en verrekend overeenkomstig het bepaalde in §
                    36.</al><al>4. Indien in het bestek hoeveelheden bouwstoffen zijn vermeld, worden daaronder
                    verstaan, voor zover niet anders is bepaald, hoeveelheden in het werk
                    gemeten.</al><al>5. De meting van geleverde of verwerkte bouwstoffen geschiedt door de aannemer
                    ten overstaan van de directie en op door haar goed te keuren wijze.</al><al/><al><vet><cursief>§ 39. Afwijkingen van verrekenbare
                    hoeveelheden</cursief></vet></al><al>1. Indien in het bestek verrekenbare hoeveelheden zijn opgenomen en deze blijken
                    te hoog of te laag te zijn om het werk overeenkomstig de bepalingen van het
                    bestek of de aard van het werk tot stand te brengen, zullen de afwijkingen van
                    deze hoeveelheden worden verrekend tegen verrekenprijzen, die daartoe bij de
                    totstandkoming van de overeenkomst zijn overeengekomen.</al><al>2. Indien een verrekenprijs voor afwijkingen van een in het bestek opgenomen
                    verrekenbare hoeveelheid te laag of te hoog blijkt te zijn, zal een gewijzigde
                    verrekenprijs tussen de opdrachtgever en de aannemer worden overeengekomen. De
                    herziening zal slechts kunnen plaats vinden, indien meer dan 110% of minder dan
                    90% van de in het bestek opgenomen verrekenbare hoeveelheid is of zal worden
                    verwerkt.</al><al>3. Indien overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid een verrekenprijs wordt
                    gewijzigd, wordt de afwijking van de in het bestek opgenomen verrekenbare
                    hoeveelheid verrekend tegen die gewijzigde verrekenprijs; zodanige wijziging
                    leidt echter niet tot wijziging van de aannemingssom.</al><al>4. Indien voor een bepaalde bouwstof of voor een bepaald soort werk meer dan één
                    verrekenbare hoeveelheid in het bestek is opgenomen en voor die hoeveelheden een
                    zelfde verrekenprijs geldt,wordt voor de toepassing van het bepaalde in het
                    tweede en derde lid het totaal van deze hoeveelheden als de in het bestek
                    opgenomen verrekenbare hoeveelheid beschouwd.</al><al>5. In de in deze paragraaf bedoelde verrekenprijzen worden geacht begrepen te
                    zijn alle rechtstreeks of zijdelings voor de uitvoering nodige kosten en een
                    aannemersvergoeding. In de aannemersvergoeding worden de algemene kosten van de
                    aannemer en een normale aannemerswinst geacht begrepen te zijn.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk XI. Betaling, omzetbelasting, kortingen, verpanding</vet></al><al/><al><vet><cursief>§ 40. Betaling</cursief></vet></al><al>1. Het ingevolge de overeenkomst aan de aannemertoekomende bedrag is het saldo,
                    gevormd door de aannemingssom, verhoogd onderscheidenlijk verlaagd met hetgeen
                    overigens aan of door hem ter zake van de overeenkomst verschuldigd is.</al><al>2. Indien de aannemer volgens de overeenkomst recht heeft op betaling in
                    termijnen, heeft met het oog op het verschijnen van een betalingstermijn
                    opneming van het uitgevoerde gedeelte van het werk plaats.</al><al>3. Bij de opneming, bedoeld in het tweede lid, wordt rekening gehouden met de
                    waarde van goedgekeurde, doch nog niet verwerkte bouwstoffen, voor zover deze
                    krachtens § 19 eigendom van de opdrachtgever zijn geworden.</al><al>4. Geschiedt de opneming, bedoeld in het tweede lid, niet binnen acht dagen
                    nadat de aannemer daarom heeft verzocht, dan kan de aannemer schriftelijk een
                    nieuwe aanvrage tot de directie richten, met verzoek binnen vier dagen tot
                    opneming over te gaan. Voldoet de directie niet aan dit verzoek, dan wordt de
                    opneming geacht te zijn geschied en wordt het door de aannemer in zijn verzoek
                    opgegeven termijnbedrag uitbetaald overeenkomstig het in het zesde lid
                    bepaalde.</al><al>5. Indien de directie na een opneming, bedoeld in het tweede lid, nalaat binnen
                    vier dagen nadat de aannemer daarom schriftelijk heeft verzocht, het resultaat
                    van de opneming bekend te maken, wordt het door de aannemer in zijn verzoek
                    opgegeven termijnbedrag uitbetaald overeenkomstig het in het zesde lid
                    bepaalde.</al><al>6. De uitbetaling van een termijn zal plaats vinden binnen vier weken, nadat bij
                    de opneming, bedoeld in het tweede lid, is gebleken, dat de aannemer recht heeft
                    op betaling van die termijn. Indien in het bestek is bepaald, dat de betaling
                    van een termijn eerst zal geschieden nadat de aannemer een declaratie heeft
                    ingediend, zal de betaling plaats vinden binnen vier weken nadat de declaratie
                    in goede orde bij de directie is ingekomen. De declaratie wordt geacht in goede
                    orde bij de directie te zijn ingekomen indien de directie niet binnen zeven
                    dagen na ontvangst van de declaratie aan de aannemer heeft medegedeeld dat
                    daaraan documenten ontbreken welke nodig zijn ter beoordeling van de juistheid
                    van de declaratie. Indien de directie tegen de inhoud van de declaratie bezwaar
                    heeft, stelt zij de aannemer onder opgave van redenen daarvan zo spoedig
                    mogelijk, doch uiterlijk binnen vierweken na ontvangst van de declaratie, op de
                    hoogte.</al><al>7. Indien een termijn verschenen is, waarvan het bedrag beïnvloed kan worden
                    door de eindafrekening van het gehele werk, wordt die termijn gesteld op het
                    bedrag, dat de aannemer, gegeven de voortgang van het werk, ontwijfelbaar
                    toekomt en wordt dit bedrag aan hem uitbetaald.</al><al>8. Indien een termijn nog niet verschenen is, kan de opdrachtgever niettemin, zo
                    daartoe aanleiding bestaat, tot gedeeltelijke betaling daarvan overgaan.</al><al>9. Indien niet is overeengekomen, dat betaling in termijnen zal geschieden,
                    ontvangt de aannemer, vooruitlopend op de eindafrekening, binnen vier weken
                    nadat het werk is opgeleverd het bedrag, dat hem ontwijfelbaar toekomt.</al><al>10. Op de betaling van bedragen buiten de aannemingssom of van bedragen buiten
                    de termijnen van de aannemingssom is het bepaalde in het zesde lid van
                    overeenkomstige toepassing.</al><al>11. Zo spoedig mogelijk na de oplevering van het werk, of, indien in het bestek
                    een onderhoudstermijn is voorgeschreven, zo spoedig mogelijk na het verstrijken
                    daarvan, wordt de eindafrekening van het werk opgesteld. Hetgeen reeds is
                    betaald wordt dan in mindering gebracht op hetgeen de aannemer volgens het
                    eerste lid toekomt en het restant wordt hem binnen vier weken betaald. Indien de
                    aannemer bij de eindafrekening een bedrag aan de opdrachtgever verschuldigd
                    blijkt, is hij binnen vier weken tot betaling daarvan gehouden.</al><al>12. Indien door in gebreke blijven of onvermogen van de aannemer de
                    opdrachtgever het werk geheel of gedeeltelijk uitvoert, of door anderen doet
                    uitvoeren, wordt de betaling opgeschort, totdat zal zijn gebleken, welk bedrag
                    dientengevolge door of aan de aannemer verschuldigd is. Het bepaalde in § 45,
                    eerste en tweede lid, is niet van toepassing over het tijdvak van de
                    opschorting.</al><al>13. In de in het voorgaande lid bedoelde gevallen heeft de opdrachtgevertevens
                    het recht om voor rekening van de aannemer rechtstreeks aan onderaannemers en
                    leveranciers een billijke vergoeding uit te keren voor de werkzaamheden en
                    leveringen, waarvoor deze nog geen betaling genoten. De opdrachtgever gaat
                    hiertoe niet over dan na de aannemer of diens wettelijke vertegenwoordiger ter
                    zake te hebben gehoord.</al><al/><al><vet><cursief>§ 41. Omzetbelasting</cursief></vet></al><al>1. De ter zake van het werk verschuldigde omzetbelasting is niet begrepen in de
                    tussen opdrachtgever en aannemer overeengekomen of overeen te komen bedragen en
                    prijzen, doch het bedrag daarvan wordt door de aannemer in zijn prijsopgaven
                    afzonderlijk vermeld.</al><al>2. De opdrachtgever vergoedt de aannemer de ter zake van het werk verschuldigde
                    omzetbelasting.</al><al>3. De aannemer ontvangt echter geen vergoeding van de ter zake van het werk
                    verschuldigde omzetbelasting voor zover deze van de opdrachtgever wordt
                    geheven.</al><al>4. De berekening van hetgeen de aannemer ingevolge de overeenkomst toekomt
                    geschiedt met inachtneming van bedragen en prijzen, waarin de omzetbelasting
                    niet is begrepen; de berekening van de door de opdrachtgever aan de aannemer te
                    vergoeden omzetbelasting geschiedt afzonderlijk.</al><al>5. De vergoeding van omzetbelasting aan de aannemer geschiedt gelijktijdig met
                    de ter zake van het werk aan hem te verrichten betalingen.</al><al/><al><vet><cursief>§ 42. Kortingen</cursief></vet></al><al>1. De opdrachtgever kan wegens te late oplevering van het werk aan de aannemer
                    kortingen op de aannemingssom opleggen. Voor de toepassing van deze
                    paragraafwordt als dag van oplevering aangemerkt de dag, welke door de aannemer
                    overeenkomstig het bepaalde in § 9, eerste lid, of, ingeval van heropneming na
                    onthouding van goedkeuring, overeenkomstig het bepaalde in § 9, achtste lid, is
                    opgegeven, mits het werk vervolgens is of geacht wordt te zijn goedgekeurd.</al><al>2. Het bedrag der kortingen wordt in het bestek bepaald. Bij gebreke van
                    zodanige bepaling bedraagt het € 60 per dag.</al><al>3. Geen korting wordt opgelegd voor na de opleveringstermijn verstreken dagen
                    die geen werkdag zijn. Evenmin wordt korting opgelegd voor de zowel binnen als
                    na bedoelde termijn gevallen dagen, dat de oplevering door overmacht is
                    vertraagd, voor zover daarmede bij een verleende termijnverlenging geen rekening
                    is gehouden. Vertraging in de voortgang van het werk door bedrijfsstoomissen en
                    – indien de opleveringstermijn niet is bepaald in werkbare werkdagen­ – door
                    onwerkbare dagen, wordt daarbij slechts als overmacht aangemerkt, voor zover die
                    vertraging van ongewone duur is geweest.</al><al>4. Geen korting wordt opgelegd wegens overschrijding van een termijn, indien en
                    voor zover deze overschrijding het gevolg is van overschrijding van een eerder
                    geêindigde termijn, waarvoor reeds korting is opgelegd, mits de bedoelde
                    termijnen met elkaar in verband staan.</al><al>5. Kortingen worden verbeurd enkel ten gevolge van het verschijnen van de
                    bepaalde dag, zonder dat deswege een ingebrekestelling nodig is om daarvan te
                    doen blijken.</al><al>6. Kortingen en andere bedragen, die ingevolge de overeenkomst door de aannemer
                    verschuldigd zijn, worden bij de eerstvolgende betalingstermijn en zo nodig bij
                    volgende termijnen van betaling ingehouden of op andere wijze op de aannemer
                    verhaald.</al><al/><al><vet><cursief>§ 43. Verpanding of cessie door de aannemer aan
                        derden</cursief></vet></al><al>1. De aannemer zal het recht op het saldo, bedoeld in § 40, eerste lid, geheel
                    of gedeeltelijk kunnen cederen of in pand geven.</al><al>2. Indien een cessie aan de opdrachtgever is betekend, is de aannemer verplicht
                    de akte van cessie aan de opdrachtgever over te leggen, indien deze zulks
                    wenst.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk Xla. Zekerheidstelling, verzekering</vet></al><al><vet><cursief>§ 43a. Zekerheidstelling</cursief></vet></al><al>1. Het bepaalde in deze paragraaf is van toepassing, tenzij het bestek anders
                    bepaalt.</al><al>2. Met inachtneming van hetgeen in het zevende lid is bepaald, is de
                    opdrachtgever gerechtigd om van de aannemer te bedingen dat deze zekerheid stelt
                    voor de nakoming van zijn verplichtingen die voortvloeien uit de overeenkomst;
                    indien door de aannemer zekerheid dient te worden gesteld, geldt het bepaalde in
                    het derde tot en met het zesde lid van deze paragraaf.</al><al>3. De waarde van de zekerheid is gelijk aan 5% van de aannemingssom en de
                    zekerheid dient te worden gesteld in de vorm van een bankgarantie.</al><al>4. Indien de opdrachtgever voornemens is de bankgarantie in te roepen geeft hij
                    de aannemer daarvan bij aangetekende brief kennis. De opdrachtgever is
                    gerechtigd de bankgarantie in te roepen, tenzij de Raad van Arbitrage voor de
                    Bouw, in een door de aannemer binnen tien werkdagen na de verzending van de in
                    dit lid bedoelde kennisgeving aanhangig te maken spoedgeschil, in eerste aanleg
                    anders beslist.</al><al>5. De zekerheid blijft van kracht tot het tijdstip waarop het werk als
                    opgeleverd wordt beschouwd, met dien verstande dat, indien sprake is van kleine
                    gebreken als bedoeld in § 9, zevende lid, de zekerheid van kracht blijft tot het
                    tijdstip waarop de aannemer deze gebreken heeft hersteld. Indien in het bestek
                    een onderhoudstermijn is voorgeschreven, blijft de zekerheid van kracht tot
                    overeenkomstig § 11, zesde lid, is geconstateerd dat de aannemer aan zijn
                    verplichtingen heeft voldaan.</al><al>6. Na de dag waarop het werk als opgeleverd wordt beschouwd, of indien een
                    onderhoudstermijn is voorgeschreven, na afloop van de onderhoudstermijn, is de
                    aannemer gerechtigd vervangende zekerheid te stellen tot een bedrag dat in
                    redelijkheid is gemoeid met herstel van de voor zijn rekening komende gebreken.
                    De opdrachtgever is gehouden de oorspronkelijke zekerheidstelling terug te geven
                    nadat hij met de vervangende zekerheid heeft ingestemd en deze heeft
                    ontvangen.</al><al>7. De opdrachtgever is niet gerechtigd om van de aannemer te bedingen dat deze
                    zekerheid stelt voor de nakoming van zijn verplichtingen indien is
                    overeengekomen dat de aannemingssom geheel of ten dele wordt ingehouden. Van een
                    zodanige inhouding is sprake indien, de termijn van § 40, zesde lid, eerste zin,
                    buiten beschouwing gelaten, aan de aannemer minder wordt betaald dan overeenkomt
                    met de som der waarden van het werk dat reeds is uitgevoerd en van de
                    goedgekeurde nog onverwerkte bouwstoffen, die eigendom van de opdrachtgever zijn
                    geworden.</al><al>8. Indien de opdrachtgever hetgeen de aannemer volgens de overeenkomst toekomt,
                    niet of niet tijdig betaalt, of de aannemer gegronde redenen heeft om aan te
                    nemen dat de opdrachtgever het de aannemer toekomende niet of niet tijdig zal
                    betalen, is de aannemer gerechtigd om van de opdrachtgever genoegzame zekerheid
                    te verlangen. Indien de opdrachtgever in gebreke blijft met het stellen van de
                    door de aannemer verlangde genoegzame zekerheid, is de aannemer bevoegd, hetzij
                    de uitvoering van het werk te schorsen, hetzij het werk in onvoltooide staat te
                    beëindigen. Met betrekking tot de schorsing respectievelijk de beêindiging in
                    onvoltooide staat is het bepaalde in § 14 van overeenkomstige toepassing. Op de
                    in dit lid bedoelde zekerheid is hetgeen in het vierde lid is gesteld van
                    overeenkomstige toepassing.</al><al/><al><vet><cursief>§ 43b. Verzekering</cursief></vet></al><al>1. Tenzij het bestek anders bepaalt, dient de aannemer verzekeringen aan te gaan
                    waarin de opdrachtgever en de directie als mede-verzekerden zijn opgenomen, een
                    en ander voor zover dit naar de aard en de omvang van het werk nodig en
                    gebruikelijk is. De aannemer zorgt ervoor dat de directie ten spoedigste
                    schriftelijk bewijs van het bestaan en de inhoud van vorenbedoelde verzekeringen
                    ontvangt.</al><al>2. Indien door de opdrachtgever verzekeringen in verband met het werk zijn
                    aangegaan of zullen worden aangegaan,worden de condities en bepalingen daarvan
                    aan het bestek gehecht en zorgt de opdrachtgever ervoor dat de aannemer ten
                    spoedigste schriftelijk bewijs van het bestaan en de inhoud van vorenbedoelde
                    verzekeringen ontvangt.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk XII. Schade aan het werk</vet></al><al/><al><vet><cursief>§ 44. Schade aan het werk</cursief></vet></al><al>1. Onder schade aan het werk in de zin van deze paragraaf wordt verstaan schade
                    aan het geheel of gedeeltelijk door de aannemer ten behoeve van de opdrachtgever
                    gebouwde of gemaakte, aan de hulpwerken, aan de op of bij het werk aangevoerde
                    bouwstoffen en voor het werk noodzakelijke hulpmiddelen. Onder schade aan
                    bouwstoffen wordt tevens verstaan het verlies daarvan.</al><al>2. Van het ontstaan van schade aan het werk geeft de aannemer zo spoedig
                    mogelijk, in elk geval binnen een week nadat hem daarvan is gebleken of had
                    kunnen blijken, kennis aan de directie.</al><al>3. Onverminderd de aansprakelijkheid van partijen krachtens de overeenkomst of
                    de wet is schade aan het werk voor rekening van de aannemer, tenzij deze schade
                    het gevolg is van buitengewone omstandigheden tegen de schadelijke gevolgen
                    waarvan de aannemer in verband met de aard van het werk geen passende
                    maatregelen heeft behoeven te nemen, en het onredelijk zou zijn de schade voor
                    zijn rekening te doen komen.</al><al>4. Na het ontstaan van schade aan het werk is de aannemer verplicht tijdig de
                    nodige maatregelen tot beperking daarvan te treffen. Bij aanwezigheid van de
                    directie handelt hij daarbij onder haar goedkeuring.</al><al>5. Schade aan het werk, die is ontstaan tengevolge van het niet nakomen van de
                    in het tweede of vierde lid genoemde verplichting, is voor rekening van de
                    aannemer.</al><al>6. Schade aan het werk, welke voor rekening van de aannemer is, zal door deze
                    worden hersteld binnen door de directie eventueel te stellen termijnen, tenzij
                    van de aannemer redelijkerwijs niet kan worden verlangd, dat het herstel door
                    hem geschiedt. In dit geval, alsmede indien redelijkerwijs van de opdrachtgever
                    niet kan worden verlangd, dat hij het herstel door de aannemer laat verrichten,
                    kan de opdrachtgever in plaats daarvan een geldelijke vergoeding van de aannemer
                    vorderen.</al><al>7. Niet voor rekening van de aannemer komende schade aan het werk zal, indien de
                    opdrachtgever daartoe de wens te kennen geeft en dit redelijkerwijs van de
                    aannemer kan worden verlangd, eveneens door deze worden hersteld binnen door de
                    directie eventueel te stellen termijnen. In dit geval wordt het herstel als meer
                    werk verrekend.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk XIII. In gebreke blijven, onvermogen of overlijden van een der
                        partijen</vet></al><al/><al><vet><cursief>§ 45. In gebreke blijven, onvermogen of overlijden van de
                            opdrachtgever</cursief></vet></al><al>1. Indien de opdrachtgever de in gevolge de overeenkomst verschuldigde
                    betalingen niet tijdig verricht en de vertraging niet het gevolg is van een
                    omstandigheid waarvoor de aannemer verantwoordelijk is, heeft deze aanspraak op
                    vergoeding van rente tegen het wettelijk percentage met ingang van de dag,waarop
                    de betaling uiterlijk had moeten geschieden. De rentevordering van de aannemer
                    zal nimmer omvatten rente van rente.</al><al>2. Indien na verloop van twee weken sedert de dag waarop de betaling uiterlijk
                    had moeten geschieden, deze nog niet heeft plaats gevonden en een nadien door de
                    aannemer verzonden schriftelijke aanmaning na verloop van veertien dagen evenmin
                    tot betaling heeft geleid, wordt het in het voorgaande lid bepaalde percentage
                    na het verstrijken van die veertien dagen met 2 verhoogd, en is de aannemer
                    bevoegd, mits hij zulks in de aanmaning heeft vermeld, hetzij de uitvoering van
                    het werk te schorsen tot de opdrachtgever het door hem verschuldigde heeft
                    betaald, hetzij het werk in onvoltooide staat te beëindigen. Met betrekking tot
                    de schorsing respectievelijk de beëindiging in onvoltooide staat is het bepaalde
                    in § 14 van overeenkomstige toepassing.</al><al>3. Het bepaalde in het tweede lid omtrent schorsen en beëindigen in onvoltooide
                    staat is niet van toepassing, indien de vordering van de aannemer betrekking
                    heeft op een bedrag, waaromtrent de opdrachtgever een spoedgeschil aanhangig
                    heeft gemaakt.</al><al>4. Indien de opdrachtgever in staat van faillissement wordt verklaard, is de
                    aannemer bevoegd de curator te sommeren om binnen acht dagen te verklaren of hij
                    bereid is het werk te doen voortzetten onder zodanige genoegzame
                    zekerheidstelling als de aannemer blijkens de sommatie verlangt. Indien de
                    curator zich bereid verklaart het werk te doen voortzetten, is hij verplicht bij
                    die verklaring de verlangde zekerheid te stellen. Indien de curator niet bereid
                    is het werk te doen voortzetten,is de aannemer gerechtigd het werk in
                    onvoltooide staat te beëindigen. Met betrekking tot de beëindiging in
                    onvoltooide staat is het bepaalde in§ 14 van overeenkomstige toepassing.</al><al>5. Ingeval de opdrachtgever onder curatele wordt gesteld, is het bepaalde in het
                    vierde lid van overeenkomstige toepassing. Ingeval de opdrachtgever surseance
                    van betaling wordt verleend of hij met rechterlijke machtiging in een
                    psychiatrisch ziekenhuis wordt geplaatst,is het bepaalde in het vierde lid
                    eveneens van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor ‘de
                    curator’wordt gelezen ‘de opdrachtgever en de bewindvoerder’onderscheidenlijk
                    ‘de provisionele bewindvoerder of de curator‘.</al><al>6. Ingeval de opdrachtgever overlijdt, is de overeenkomst niet uit dien hoofde
                    ontbonden. Het bepaalde in het vierde lid is alsdan van overeenkomstige
                    toepassing, met dien verstande dat voor ‘de curator’wordt gelezen ‘de
                    erfgenamen‘. Indien de aannemer zulks verlangt, zijn de erfgenamen verplicht één
                    van hen of een derde schriftelijk aan te wijzen om hen in alle opzichten te
                    vertegenwoordigen.</al><al/><al><vet><cursief>§ 46. In gebreke blijven, onvermogen of overlijden van de
                            aannemer</cursief></vet></al><al>1. Ingeval de aannemer de op hem rustende verplichtingen niet nakomt en de
                    opdrachtgever hem deswege in gebreke stelt, zal de ingebrekestelling
                    schriftelijk geschieden en zal de opdrachtgever de aannemer daarbij een
                    redelijke termijn stellen om alsnog zijn verplichtingen na te komen. Reeds
                    voordat de gestelde termijn is verstreken, is de opdrachtgever in dringende
                    gevallen gerechtigd voor rekening van de aannemer zodanige maatregelen te nemen
                    als hij ten nutte van het werk dienstig oordeelt. Indien de aannemer nalatig
                    blijft zijn verplichtingen na te komen, is de opdrachtgever gerechtigd het werk
                    voor rekening van de aannemer te voltooien of te doen voltooien, onverminderd
                    des opdrachtgevers recht op schadevergoeding.</al><al>2. Ingeval de aannemer voor de uitvoering van het werk te weinig personeel of
                    hulpmiddelen, dan wel hulpmiddelen van onvoldoend vermogen of gebrekkige
                    hulpmiddelen bezigt, waardoor naar het oordeel van de directie ontoelaatbare
                    vertraging in de uitvoering ontstaat, zal de directie de aannemer schriftelijk
                    aanmanen de uitvoering te bespoedigen. Indien de aannemer nalatig blijft, is de
                    directie gerechtigd voor rekening van de aannemer zodanige maatregelen te nemen
                    als zij voor de vlotte totstandkoming van het werk dienstig oordeelt.</al><al>3. Ingeval de aannemer in staat van fail1issement wordt verklaard, is de
                    opdrachtgever bevoegd de curator te sommeren om binnen acht dagen te verklaren
                    of hij bereid is het werk voort te zetten onder zodanige genoegzame
                    zekerheidstelling als de opdrachtgever blijkens de sommatie verlangt. In
                    afwachting van de beslissing omtrent de voortzetting van het werk is de
                    opdrachtgever in dringende gevallen gerechtigd voor rekening van de aannemer
                    zodanige maatregelen te nemen als hij ten nutte van het werk dienstig oordeelt.
                    Indien de curator zich bereid verklaart het werk voort te zetten, is hij
                    verplicht bij die verklaring de verlangde zekerheid te stellen. Indien de
                    curator niet bereid is het werk voort te zetten, is de opdrachtgever gerechtigd
                    het werk voor rekening van de aannemer te voltooien of te doen voltooien,
                    onverminderd des opdrachtgevers recht op schadevergoeding.</al><al>4. Ingeval de aannemer onder curatele wordt gesteld, is het bepaalde in het
                    derde lid van overeenkomstige toepassing. Ingeval de aannemer surseance van
                    betaling wordt verleend of hij met rechterlijke machtiging in een psychiatrisch
                    ziekenhuis wordt geplaatst, is het bepaalde in het derde lid eveneens van
                    overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor ‘de curator’ wordt
                    gelezen ‘de aannemer en de bewindvoerder’ onderscheidenlijk ‘de provisionele
                    bewindvoerder of de curator’.</al><al>5. Ingeval de aannemer overlijdt, is de overeenkomst niet uit dien hoofde
                    ontbonden. Het bepaalde in het derde lid is alsdan van overeenkomstige
                    toepassing, met dien verstande dat voor ‘de curator’ wordt gelezen ‘de
                    erfgenamen’. Indien de opdrachtgever zulks verlangt, zijn de erfgenamen
                    verplicht één van hen of een derde schriftelijk aan te wijzen om hen in alle
                    opzichten te vertegenwoordigen.</al><al>6. De opdrachtgever zorgt er voor, dat de kosten, die voor de aannemer
                    voortvloeien uit de toepassing van de bepalingen in deze paragraaf, binnen
                    redelijke grenzen blijven.</al><al>7. Ingeval de opdrachtgever overeenkomstig de bepalingen in deze paragraaf
                    maatregelen ten dienste van het werk neemt dan wel het werk zelf voltooit of
                    door derden doet voltooien, is hij gerechtigd daarbij van alle ter beschikking
                    van de aannemer staande hulpmiddelen gebruik te maken of te doen maken.</al><al>8. De opdrachtgever is verplicht de in het voorgaande lid bedoelde hulpmiddelen
                    in goede staat te onderhouden of te doen onderhouden en deze zo spoedig
                    mogelijk, nadat zij voor de uitvoering van het werk niet meer nodig zijn, weer
                    ter beschikking van de aannemer te stellen. Schade, gedurende de periode van het
                    gebruik aan deze hulpmiddelen toegebracht, is voor rekening van de
                    opdrachtgever, tenzij hij bewijst, dat de schade niet aan hem is toe te
                    rekenen.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk XIV. Kostenverhogende omstandigheden</vet></al><al/><al><vet><cursief>§ 47. Kostenverhogende omstandigheden</cursief></vet></al><al>1. Onder kostenverhogende omstandigheden worden in deze paragraaf verstaan
                    omstandigheden die van dien aard zijn dat bij het tot stand komen van de
                    overeenkomst geen rekening behoefde te worden gehouden met de kans dat zij zich
                    zouden voordoen, die de aannemer niet kunnen worden toegerekend en die de kosten
                    van het werk aanzienlijk verhogen.</al><al>2. Indien kostenverhogende omstandigheden als bedoeld in het eerste lid intreden
                    heeft de aannemer aanspraak op bijbetaling, in voege als omschreven in het
                    volgende lid en behoudens het bepaalde in het vierde lid.</al><al>3. Indien de aannemer van oordeel is dat kostenverhogende omstandigheden zijn
                    ingetreden dient hij de opdrachtgever hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk
                    op de hoogte te stellen. Alsdan zal de opdrachtgever op korte termijn met de
                    aannemer overleg plegen omtrent de vraag of kostenverhogende omstandigheden zijn
                    ingetreden en zo ja, in hoeverre de kostenverhoging naar redelijkheid en
                    billijkheid zal worden vergoed.</al><al>4. De opdrachtgever is gerechtigd om in plaats van toe te stemmen in een
                    vergoeding als bedoeld in het derde lid het werk te beperken, te vereenvoudigen
                    of te beëindigen; alsdan zal het door de opdrachtgever verschuldigde naar
                    maatstaven van redelijkheid en billijkheid worden vastgesteld.</al><al>5. Indien in de UAV of elders in de overeenkomst bijzondere voorschriften zijn
                    opgenomen omtrent kostenverhogende of buitengewone omstandigheden, is voor wat
                    de in die voorschriften geregelde gevallen betreft het bepaalde in deze
                    paragraaf niet van toepassing.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk XV. Vastleggen van de toestand, beslechting van
                    geschillen</vet></al><al><vet><cursief>§ 48. Vastleggen van de toestand</cursief></vet></al><al>1. Indien de directie of de aannemer tijdens de loop van het werk de toestand,
                    waarin enig onderdeel van het werk op zeker tijdstip verkeert , of enig ander
                    feit of feitenverloop betreffende de uitvoering of voorbereiding van het werk
                    wenst vast te leggen, kan zij of hij schriftelijk vorderen, dat die toestand
                    gemeenschappelijk wordt opgenomen of dat feit of feitenverloop gemeenschappelijk
                    wordt geconstateerd en in een op te maken en door hen beiden te ondertekenen
                    proces-verbaal wordt beschreven.</al><al>2. Indien de directie of de aannemer aan de in het eerste lid bedoelde vordering
                    niet voldoet, kan de wederpartij de toestand in een proces-verbaal doen
                    vastleggen overeenkomstig het arbitragereglement van de Raad van Arbitrage voor
                    de Bouw, zoals dit drie maanden voor de dag van de aanbesteding luidt, onverlet
                    de bevoegdheid van de wederpartij zelf de verlangde opnemingen en constateringen
                    in aanwezigheid van getuigen te verrichten en vast te leggen in een met de
                    getuigen te ondertekenen proces-verbaal. De waardering van het aan dit
                    proces-verbaal toe te kennen bewijs is aan het scheidsgerecht van genoemde Raad
                    overgelaten.</al><al>3. Het proces-verbaal, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt in tweevoud
                    opgemaakt; één exemplaar is bestemd voor de directie en één voor de
                    aannemer.</al><al><vet><cursief>§ 49. Beslechting van geschillen</cursief></vet></al><al>1. Voor de beslechting van de in deze paragraaf bedoelde geschillen doen
                    partijen uitdrukkelijk afstand van hun recht de tussenkomst van de gewone
                    rechter in te roepen.</al><al>2. Alle geschillen, welke ook – daaronder begrepen die, welke slechts door één
                    der partijen als zodanig worden beschouwd – die naar aanleiding van de
                    overeenkomst of van overeenkomsten, die daarvan een uitvloeisel mochten zijn,
                    tussen opdrachtgever en aannemer mochten ontstaan, worden beslecht door
                    arbitrage overeenkomstig het arbitragereglement van de Raad van Arbitrage voor
                    de Bouw, zoals dit drie maanden voor de dag van aanbesteding luidt.</al><al>3. De aannemer, die een geschil betreffende de eindafrekening aan de in het
                    tweede lid genoemde Raad ter beslechting voorlegt, nadat de opdrachtgever zijn
                    definitieve beslissing omtrent de eindafrekening schriftelijk ter kennis van de
                    aannemer heeft gebracht, is niet ontvankelijk in hetgeen hij meer of anders
                    vordert dan die eindafrekening inhoudt, indien hij het geschil aanhangig maakt
                    later dan zes maanden nadat de opdrachtgever bij aangetekende brief de aandacht
                    van de aannemer op deze termijn heeft gevestigd, tenzij de vordering voortvloeit
                    uit een omstandigheid, welke eerst na het verloop van die termijn is
                    gebleken.</al><al>4. Indien bij een in kracht van gewijsde gegaan rechterlijk vonnis een uitspraak
                    van het scheidsgerecht geheel of gedeeltelijk nietig wordt verklaard, heeft
                    ieder der partijen het recht het geschil, voor zover het dientengevolge
                    onbeslist is gebleven, opnieuw overeenkomstig deze paragraaf te doen beslechten.
                    De vordering is niet ontvankelijk, indien zij bij de in het tweede lid genoemde
                    Raad wordt aanhangig gemaakt later dan drie maanden na het in kracht van
                    gewijsde gaan van de rechterlijke uitspraak. Degene die als scheidsman of
                    secretaris aan de nietig verklaarde beslissing heeft medegewerkt, zal aan de
                    nieuwe behandeling niet mogen medewerken.</al><al>5. Indien beide partijen inonderling overleg hieraan de voorkeur geven, worden
                    de in het tweede lid bedoelde regelen vervangen door die, gegeven in de statuten
                    van de Raad van Arbitrage voor Metaalnijverheid en -handel, met dien verstande
                    dat in aanvulling dezer regelen de bepaling geldt, dat scheidslieden niet
                    bevoegd zijn het tussen partijen overeengekomene te wijzigen.</al><al/><al><vet><cursief>§ 50. Voortzetting van het werk</cursief></vet></al><al>1. De aannemer is gehouden, in afwachting van de totstandkoming van een
                    uitspraak in het geschil, opvordering van de directie het werk volgens haar
                    aanwijzingen voort te zetten, tenzij de Raad van Arbitrage in spoedgeschil
                    anders beslist en onverminderd zijn rechten, die uit bedoelde uitspraak voor hem
                    mochten voortvloeien.</al><al>2. Voor zover de uitkering van enige termijn van betaling vertraging zou
                    ondervinden in verband met een aanhangig geschil, zal de opdrachtgever tot
                    zodanige betaling overgaan als in verband met de stand van het werk en de
                    wederzijdse vorderingen toelaatbaar is. Zodanige betaling zat niet in het geding
                    kunnen worden gebruikt als bewijs van de erkenning door de opdrachtgever van
                    enig recht van de aannemer.</al><al/></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>A</nr><titel>Volmacht</titel></kop><al>De ondergetekende(n)</al><al>..... 1),</al><al>..... 5)</al><al>aannemer(s) van .....</al><al>..... 2)</al><al>Wijst/wijzen als zijn /hun gevolmachtigde aan ..... 3)</al><al>die hem/hun in alle opzichten vertegenwoordigt voor alle zaken betreffende
                    .....</al><al>..... 4)</al><al>....., ..... 20.... 6)</al><al>De aannemer(s) ..... 7)</al><al>..... 1 ..... 20.... 6)</al><al>Goedgekeurd,</al><al>de Directie, ..... 7)</al><al>1) Naam en voornamen van de aannemer of de aannemers, indien hij een natuurlijk
                    persoon is of zij natuurlijke personen zijn of – in andere gevallen – de hiermee
                    overeenkomende gegevens.</al><al>2) Vermelding van het aangenomen werk.</al><al>3) Naam en voornamen van de gevolmachtigde.</al><al>4) Vermelding van het werk of gedeelte ervan alsmede eventuele bijzondere
                    voorwaarden.</al><al>5) Indien de aannemer zelf gevolmachtigde is van gezamenlijke aannemers, wordt
                    hier ingevoegd:</al><al>‘gevolmachtigde van de’.</al><al>6) Plaats en datum van ondertekening.</al><al>7) Handtekening van de aannemers(s) c.q. de Directie.</al><al/></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>B</nr></kop><al>Ondergetekende</al><al>..... 1),</al><al>gevestigd te ..... 2),</al><al>in aanmerking nemende:</al><al>1e. dat .....3),</al><al>gevestigd te ..... 4),</al><al>hierna genoemd ‘de opdrachtgever’, aan</al><al>..... 5),</al><al>gevestigd te ..... 6),</al><al>hierna genoemd ‘de aannemer’,</al><al>heeft opgedragen :</al><al>·····7),</al><al>op welke overeenkomst de Uniforme Administratieve</al><al>Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken
                    2012 van toepassing zijn;</al><al>2e. dat de aannemer voornemens is daarin de in onderstaande Lijst van
                    Bouwstoffen vermelde bouwstoffen te verwerken; verklaart :</al><al>dat hij/zij afstand doet van alle aanspraken op bedoelde bouwstoffen en deze na
                    de goedkeuring beschouwt als eigendom van de opdrachtgever ingevolge § 19,
                    eerste lid, der Uniforme</al><al>Administratieve Voorwaarden voormeld.</al><al>Lijst van Bouwstoffen: 8),</al><al>.....)</al><al>.....)</al><al>.....)</al><al>.....)</al><al>.....)</al><al>.....)</al><al>.....)</al><al>.....)</al><al>.....)</al><al>.....)</al><al>....., ..... 20.... 9)</al><al>..... 10)</al><al>1) Naam van de leverancier van c.q. rechthebbende op de bouwstoffen.</al><al>2) Volledig adres van deze.</al><al>3) Naam van de opdrachtgever.</al><al>4) Volledig adres van deze.</al><al>5) Naam van de aannemer.</al><al>6) Volledig adres van deze.</al><al>7) Korte beschrijving van het werk.</al><al>8) Opsomming der betrokken bouwstoffen.</al><al>9) Plaats en datum van ondertekening.</al><al>10) Handtekening van de leverancier van c.q. rechthebbende op de
                    bouwstoffen.</al><al/></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>2</nr><titel>Wijzigingen in de UAV 2012 ten opzichte van de UAV 1989:</titel></kop><lijst><li nr="-"><al>Paragraaf 1: aan de begripsbepaling van de UAVen van het werk is
                            toegevoegd ‘technisch installatiewerk’. Door integratie van de
                            UAV-T11992 was deze toevoeging noodzakelijk geworden.</al></li><li nr="-"><al>Paragraaf 4: Het formulier A met betrekking tot de vertegenwoordiging
                            van de aannemer bij volmacht wordt verplicht voorgeschreven. Het
                            formulier dient daarmee niet meer louter als voorbeeld.</al></li><li nr="-"><al>Paragraaf 51id 1en paragraaf 6 lid 10: De begrippen ‘vergunningen,
                            ontheffingen of dergelijke beschikkingen’ zijn vervangen door
                            ‘publiekrechtelijke en privaatrechtelijke toestemmingen’.</al></li><li nr="-"><al>Paragraaf 5 lid 5: de specifieke bepaling over de aansprakelijkheid van
                            de opdrachtgever voor de niet of niet tijdige levering van bouwstoffen
                            die bij een voorgeschreven leverancier worden betrokken, dan wel
                            bouwstoffen die door de opdrachtgever zijn voorgeschreven, is vervallen.
                            Hiermee wordt de positie van de voorgeschreven leverancier
                            gelijkgetrokken met die van de voorgeschreven onderaannemer.</al></li><li nr="-"><al>Paragraaf 5 lid 8 en paragraaf 6 lid 6: de zorg voor veiligheid en
                            milieu is aangescherpt. Deze aanscherping is daarnaast terug te vinden
                            in de toevoeging aan paragraaf 6 van lid 16a dat voorziet in een
                            meldingsplicht voor het aantreffen van voorwerpen of stoffen waarvan
                            redelijkerwijs geacht kan worden dat deze schade kunnen toebrengen aan
                            personen, goederen of milieu.</al></li><li nr="-"><al>Paragraaf 6 lid 14: ‘Goede trouw’ is vervangen door ‘de eisen van
                            redelijkheid en billijkheid’.</al></li><li nr="-"><al>Paragraaf 6 lid 26: De zin ‘deze goedkeuring zal niet mogen worden
                            onthouden op onredelijke gronden’ is toegevoegd.</al></li><li nr="-"><al>Paragraaf 6 lid 27: het woord ‘uitvoeringskosten’ is vervangen door
                            ‘kosten’.</al></li><li nr="-"><al>Paragraaf 8 lid 4 en 5: De redactie is aangepast om een duidelijk
                            onderscheid te maken tussen de situatie dat een aannemer recht heeft op
                            termijnverlenging en de situatie dat hij bij wijze van gunst om
                            termijnverlenging vraagt.</al></li><li nr="-"><al>Paragraaf 8a: de beproeving van het technische installatiewerk,
                            afkomstig uit de UAV-TI1992, is opgenomen.</al></li><li nr="-"><al>Paragraaf 10: lid 1a is toegevoegd waarin is opgenomen een bepaling
                            betreffende de verstrekking van revisietekeningen en bedienings- en
                            onderhoudsvoorschriften van het technische installatiewerk.</al></li><li nr="-"><al>Paragraaf 10 lid 3: een uitgebreidere regeling is opgenomen voor
                            deingebruikname van een werk voordat dit voltooid is dan wel voor de
                            ingebruikname van een al dan niet voltooid onderdeel daarvan. Ten
                            aanzien van het technische installatiewerk is hier een specifieke
                            bepaling opgenomen.</al></li><li nr="-"><al> Paragraaf 11: bij het herstellen van gebreken door de aannemer is
                            toegevoegd dat hieronder niet vallen die gebreken die het gevolg zijn
                            van onjuist of onzorgvuldig gebruik dan wel gekwalificeerd kunnen worden
                            als normaal te veiWachten slijtage als gevolg van het feitelijke
                            gebruik.</al></li><li nr="-"><al>Paragraaf 12 lid 2: formuleert de aansprakelijkheid van de aannemer na
                            oplevering. Betreft deels een samenvoeging met lid 3 en deels een
                            aanpassing aan het huidige Burgerlijk Wetboek (BW).</al></li><li nr="-"><al>Paragraaf 12 lid 4:voor de rechtsvordering wordt nu onderscheid gemaakt
                            naar de duur van de aansprakelijkheid voor verborgen gebreken,
                            afhankelijk van de aard van het verborgen gebrek.</al></li><li nr="-"><al>Paragraaf 17 lid 2: de opdrachtgever is niet langer verplicht
                            bouwstoffen te keuren. In het bestek moet worden bepaald of en in
                            hoeverre bouwstoffen moeten worden gekeurd.</al></li><li nr="-"><al>Paragraaf 17 lid 3: de formulering over gebreken na de keuring is
                            aangepast met de termen ‘redelijkeiWijs niet door de directie had kunnen
                            worden onderkend’ en ‘het gebrek aan de aannemer kan worden
                            toegerekend’.</al></li><li nr="-"><al>Paragraaf 17 lid 5: is aangevuld met de bepaling dat de directie de
                            goedkeuring voor andere bouwstoffen in plaats van met een fabrieksnaam
                            aangeduide bouwstoffen, mits van overeenkomstige hoedanigheid, niet
                            onthoudt op onredelijke gronden.</al></li><li nr="-"><al>Paragraaf 18 lid 1: keuring in de vorm van visuele beoordeling is
                            opgenomen indien in het bestek is voorgeschreven dat bouwstoffen moeten
                            worden geleverd met een kwaliteitsverklaring afkomstig van een door de
                            Raad voor de Accreditatie erkende certificatie-instelling. Hiermee wordt
                            aangesloten bij de praktijk.</al></li><li nr="-"><al>Paragraaf 21: is in overeenstemming gebracht met de Wet milieubeheer
                            door de term ‘niet van waarde zijn’ bij uit het werk komende oude
                            bouwstoffen te schrappen. In het bestek kan worden afgeweken van de
                            hoofdregel dat de uit het werk komende oude bouwstoffen eigendom blijven
                            van de opdrachtgever. Voorts is verwijtbaarheid vervangen door
                            toerekenbaarheid.</al></li><li nr="-"><al>Paragraaf 22 lid 2: gebreken in relatie tot een garantie over één of
                            meer onderdelen van het werk zijn duidelijker geformuleerd. In afwijking
                            van het advies is niet overgenomen de voorgestelde toevoeging ‘op grond
                            van de U.A.V.’. Een omstandigheid die aan de aannemer kan worden
                            toegerekend kan namelijk bijvoorbeeld zijn gebaseerd op de UAV maar ook
                            op het bestek voor het betreffende werk.</al></li><li nr="-"><al>Paragraaf 23: de verplichtingen van de aannemer in relatie tot het ter
                            beschikking stellen en onderhouden van loodsen en andere hulpmiddelen
                            zijn algemener geformuleerd en er wordt verwezen naar het omschrijven
                            van de verplichtingen in het bestek. De rest van paragraaf 23 is
                            vervallen. In afwijking van het advies is verder toegevoegd ‘en
                            verwijderen’ en ‘en/of directieverblijf in de zin: ‘De verplichtingen
                            van de aannemer met betrekking tot het ter beschikking stellen,
                            onderhouden en verwijderen van loodsen en/of directieverblijf en andere
                            hulpmiddelen worden in het bestek omschreven.’ Ook over het ter
                            beschikking stellen en onderhouden van een eventueel directieverblijf en
                            het verwijderen van de loodsen en andere hulpmiddelen in zijn
                            algemeenheid (inclusief een eventueel directieverblijf) dient in het
                            bestek te worden voorzien. Hiermee wordt een verduidelijking gegeven van
                            de hulpmiddelen waar in het bestek op moet worden ingegaan.</al></li><li nr="-"><al>Paragraaf 26: opgenomen is dat de aannemer een algemeen tijdschema
                            opstelt en wat daarin moet zijn opgenomen. Hiermee wordt aangesloten bij
                            de praktijk.</al></li><li nr="-"><al>Paragraaf 27: in de titel is toegevoegd ‘verslagen van
                            bouwvergaderingen’. Uit de rechtspraak blijkt dat, indien is
                            overeengekomen om tijdens de uitvoering van het werk bouwvergaderingen
                            te houden, dit belangrijke stukken zijn.</al></li><li nr="-"><al>Paragraaf 27 lid 1: is aangescherpt zodat het nu ook voorziet in een
                            verplichting om een aantekening in het weekrapport te maken over
                            voorvallen betreffende de veiligheid en/of gezondheid van personen.</al></li><li nr="-"><al>Paragraaf 36: lid 1a is toegevoegd die de gevolgen voor de prijs vanwege
                            een door de opdrachtgever gewenste bestakswijziging regelt.</al></li><li nr="-"><al>Paragraaf 42 lid 2: het bedrag der kortingen is gewijzigd van een bedrag
                            in guldens naar een bedrag in euro‘s.</al></li><li nr="-"><al>Paragraaf 48: over het vastleggen van de toestand in een proces-verbaal
                            is bepaald, dat het arbitragereglement van de Raad van Arbitrage voor de
                            Bouw geldt, zoals dit drie maanden voor de dag van de aanbesteding
                            luidt.</al></li><li nr="-"><al>Overig: ‘geldsbedragen’ is gewijzigd in ‘geldbedragen’, ‘netto-prijzen’
                            is gewijzigd in ‘prijzen’, ‘netto-kosten’ is gewijzigd in ‘kosten’, de
                            actuele naam van de Raad van Arbitrage voor de Bouw is opgenomen,
                            ‘krankzinnigengesticht’ is gewijzigd in ‘psychiatrisch ziekenhuis’, ‘is
                            te wijten aan schuld’ en ‘is te wijten aan’ is gewijzigd in ‘is toe te
                            rekenen’, cursivering van de begrippen in paragraaf 1, verwijdering van
                            de definitie van BW uit paragraaf 1, omdat die definitie niet meer in de
                            tekst voorkomt, verwijdering van punten in de definitiebepaling van UAV
                            in paragraaf 1 en overige paragrafen, toevoeging van ‘hij’ in paragraaf
                            10, derde lid, verwijdering van een tussenstreepje in de tweede zin van
                            paragraaf 26, vierde lid en ‘formulier A’ is gewijzigd in ‘bijlage
                            A’.</al></li></lijst></bijlage></regeling></body></cvdr>