<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR425354_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Maasgouw houdende regels omtrent rioolheffing Verordening rioolheffing Maasgouw 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Maasgouw</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Maasgouw</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-186238.html">Gemeenteblad 2016, 186238</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing Maasgouw 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=228a">art. 228a Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-12-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R16.1078</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de <extref doc="1.1:CVDR382724_1">Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing Maasgouw 2016.</extref></al><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Maasgouw houdende regels omtrent rioolheffing Verordening rioolheffing Maasgouw 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Raadsvergadering </vet><vet>1</vet><vet>5</vet><vet> december
                        201</vet><vet>6</vet></al><al><vet>BESLUIT</vet></al><al><vet>Verordening rioolheffing Maasgouw 201</vet><vet>7</vet></al><al>De raad van de gemeente Maasgouw,</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;</al><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al>B E S L U I T :</al><al>vast te stellen de “Verordening op de heffing en de invordering van
                        rioolheffing Maasgouw 2017” (Verordening rioolheffing Maasgouw 2017).</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel : een onroerende zaak als bedoeld in Hoofdstuk III van de Wet
                        waardering onroerende zaken of een roerende zaak, of een zelfstandig gedeelte
                        daarvan.</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering : een voorziening of combinatie van voorzieningen
                        voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater, grondwater in
                        eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>verbruiksperiode : de periode waarop de afrekening van het
                                waterbedrijf betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>water : huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater,
                                grondwater of oppervlaktewater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al> Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                                structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                                grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                                beperken. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot
                                    heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel
                                    dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke
                                    riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en</al></li><li nr="b."><al>van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of
                                    indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder
                                    te noemen gebruikersdeel;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een
                            onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                            beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar
                            als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt
                            dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                            beperkt recht is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot het gebruikersdeel wordt als gebruiker
                            aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeelt het perceel al dan
                                    niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                    recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel - niet een gedeelte als
                                    bedoeld in artikel 4 - voor gebruik is afgestaan: degene die dat
                                    gedeelte in gebruik heeft afgestaan;</al></li><li nr="c."><al>ingeval een perceel voor volgtijdig gebruik ter beschikking is
                                    gesteld: degene die dat perceel voor volgtijdig gebruik ter
                                    beschikking heeft gesteld; degene die het perceel ter
                                    beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te
                                    verhalen op degene aan wie dat perceel ter beschikking is
                                    gesteld.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al> Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de
                        belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel
                        worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters water
                            dat vanuit het perceel wordt afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke
                            meters leidingwater en grondwater en oppervlaktewater dat in de laatste
                            aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar
                            het perceel is toegevoerd en/of is opgepompt. Indien dit aan het begin
                            van het belastingjaar niet bekend is, wordt het aantal kubieke meters
                            water gesteld op het aantal kubieke meters water dat naar het perceel is
                            toegevoerd en/of is opgepompt van de laatst bekende verbruiksperiode.
                            Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf
                            maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang
                            bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand
                            voor een volle maand gerekend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                            pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden
                                    afgelezen, of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                    pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan
                                    worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien
                                    vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op
                                    grond van enige andere wettelijke bepaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                            opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is
                            afgevoerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het eigenarendeel bedraagt € 102,30.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gebruikersdeel bedraagt bij een hoeveelheid water:</al><al> van 0 m³ tot en met 400 m³ : € 113,67</al><al> alsmede per eenheid water van 400 m³</al><al> boven de 400 t/m 4.800 m3 : € 172,68</al><al> boven de 4.800 t/m 10.000 m3 : € 150,86</al><al> boven de 10.000 t/m 20.000 m3 : € 129,67</al><al> boven de 20.000 : € 107,85</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van het bepaalde in het tweede lid wordt een gedeelte
                            van een eenheid aangemerkt als een volle eenheid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al> Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al> De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of voor
                            het gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van de
                            belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                            gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de
                            belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat
                            jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de aanvang van
                            de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                            gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat
                            aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat
                            jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het einde van
                            de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in de voorgaande leden bepaalde is niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                            perceel in gebruik neemt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet
                        de aanslag worden betaald:</al><lijst><li nr="a"><al><onderstreept>Bij niet-automatische incasso:</onderstreept></al><al>in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste
                        dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het
                        aanslagbiljet is vermeld en de tweede een maand later;</al></li><li nr="b"><al><onderstreept>Bij automatische incasso:</onderstreept></al><al>in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het
                        aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven,
                        met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste vier en maximaal tien
                        bedraagt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid, onder b geldt, dat de aanslagen
                                moeten worden betaald in twee gelijke betaaltermijnen, ingeval het
                                totaalbedrag van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als
                                het aanslagbiljet maar een aanslag bevat, het bedrag van deze
                                aanslag hoger is dan € 20.000,00. De eerste termijn vervalt op de
                                laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening
                                van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand
                                later;</al></li><li nr="3."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al> Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De “Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing Maasgouw 2016”
                        van 10 december 2015 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13,
                        tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat
                        zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum
                        hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening rioolheffing Maasgouw
                        2017'.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Maasgouw,</ondertekening><ondertekening>d.d. 15 december 2016.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd;</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>H.M.L. van Soest</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>S.H.M. Strous</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>