<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR425207_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening Waterschap Amstel, Gooi en Vecht</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Amstel, Gooi en Vecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Amstel, Gooi en Vecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/wsb-2016-8826.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dWaterschapsblad%26dpr%3dAnderePeriode%26spd%3d20161101%26epd%3d20161104%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dHoogheemraadschap%2bAmstel%252c%2bGooi%2ben%2bVecht%26orgt%3dwaterschap%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=6&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Elektronisch Waterschapsblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening Waterschap Amstel, Gooi en Vecht</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005537&amp;artikel=4:23">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005108&amp;artikel=56">Waterschapswet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005108&amp;artikel=77">Waterschapswet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005108&amp;artikel=78">Waterschapswet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-10-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-11-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BBV16.0417</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>subsidie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening Waterschap Amstel, Gooi en Vecht</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Inleiding</titel></kop><al>Deze subsidieverordening vormt de wettelijke grondslag voor de subsidies die
                        het waterschap verstrekt. In de verordening zijn regels opgenomen met
                        betrekking tot de behandeling en de wijze van beoordeling van
                        subsidieverzoeken. Deze regels vormen een aanvulling op de subsidietitel uit
                        de Algemene wet bestuursrecht, artikelen 4:21 tot en met 4:80. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Toepassingsbereik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening is van toepassing op subsidie die het waterschap
                            verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt deze verordening niet voor
                            subsidies op grond van de Subsidieregeling Riolering Woonboten of de
                            Stimuleringsregeling Natuurvriendelijke Oevers.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Bevoegdheid subsidieverstrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het verstrekken van subsidie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten binnen de taken van het
                            waterschap waarvoor de bijbehorende subsidieregeling als bedoeld in
                            artikel 3, in werking is getreden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Subsidieregelingen</titel></kop><al>Het algemeen bestuur stelt subsidieregelingen vast met betrekking tot de te
                        subsidiëren activiteiten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Begroting en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een subsidie die ten laste komt van eigen middelen van het waterschap,
                            wordt alleen verstrekt als daarvoor op de waterschapsbegroting voldoende
                            gelden zijn uitgetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld,
                            wordt verleend onder de voorwaarde dat daarvoor voldoende gelden ter
                            beschikking worden gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Subsidieplafond en verdeling beschikbaar bedrag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan subsidieplafonds vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als voor subsidieaanvragen een uiterste indieningsdatum geldt, krijgen
                            bij de verdeling van het beschikbare bedrag die activiteiten voorrang
                            die het dagelijks bestuur het meest geschikt acht voor het doel waarvoor
                            dat bedrag ter beschikking is gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als het tweede lid niet van toepassing is, vindt de beslissing op de
                            aanvragen plaats in volgorde van binnenkomst. Als datum van binnenkomst
                            geldt de datum waarop een volledige aanvraag is ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Bij aanvraag over te leggen gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag om subsidie wordt schriftelijk bij het dagelijks bestuur
                            ingediend. Als daarvoor een aanvraagformulier is vastgesteld, wordt van
                            dat formulier gebruik gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een aanvraag om subsidie overlegt de aanvrager tenminste de volgende
                            gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt
                                    aangevraagd;</al></li><li nr="b."><al>de doelen en de resultaten die worden nagestreefd, en hoe de
                                    activiteiten daaraan bijdragen;</al></li><li nr="c."><al>een begroting en een dekkingsplan van de kosten van de
                                    activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, mede in het
                                    licht van het totale project;</al></li><li nr="d."><al>bij een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie en indien van
                                    toepassing: de stand van de egalisatiereserve ten tijde van de
                                    aanvraag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dekkingsplan bevat een opgave van subsidies of vergoedingen die voor
                            dezelfde activiteiten bij andere bestuursorganen, private organisaties
                            of personen zijn aangevraagd, onder vermelding van de stand van zaken
                            daarvan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als een rechtspersoon voor de eerste keer subsidie aanvraagt, legt hij
                            tevens desgevraagd een recent uittreksel van de Kamer voor Koophandel,
                            de oprichtingsakte en de statuten over. Indien van toepassing, worden
                            bij een volgende aanvraag de inmiddels gewijzigde statuten
                            overgelegd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van,
                            de in het tweede en vierde lid genoemde gegevens te verlangen, indien
                            die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk,
                            respectievelijk voldoende, zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur beschikt op een aanvraag om subsidie binnen acht
                            weken na ontvangst van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan deze termijn eenmalig met vier weken
                            verlengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een aanvraag om subsidie een cofinancieringsbijdrage in het kader
                            van een Rijks of Europees programma betreft, beschikt het dagelijks
                            bestuur daarop binnen acht weken na het subsidiebesluit van het
                            bestuursorgaan dat leidend is binnen dat programma.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als een aanvraag om subsidie in verband met staatssteun aan de Europese
                            Commissie wordt voorgelegd, beschikt het dagelijks bestuur daarop binnen
                            acht weken na de beslissing van de Europese Commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In aanvulling op artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt
                            subsidie in ieder geval geweigerd als:</al><lijst><li nr="a."><al>minder dan € 1.000 wordt aangevraagd;</al></li><li nr="b."><al>voor dezelfde activiteiten door het waterschap reeds subsidie is
                                    verstrekt; of</al></li><li nr="c."><al>de subsidie is aangemerkt als ontoelaatbare staatssteun.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Subsidie kan worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende
                                    mate gericht zijn op het waterschap of zijn ingezetenen dan wel
                                    niet of onvoldoende ten goede komen aan het waterschap of zijn
                                    ingezetenen;</al></li><li nr="b."><al>als met de activiteiten waarvoor de subsidie is aangevraagd,
                                    reeds is begonnen voordat de aanvraag is ingediend.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Bij verlening keuze verantwoording</titel></kop><al>Bij de beschikking tot subsidieverlening bepaalt het dagelijks bestuur op
                        welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaats vindt.
                        Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een strenger verantwoordingsregime
                        door de artikelen 19 of 20 op een lager subsidiebedrag van overeenkomstige
                        toepassing te verklaren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Hoogte subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidies tot € 5.000,- worden verstrekt in de vorm van een vast bedrag
                            op grond van door het algemeen bestuur te geven regels, tenzij bij een
                            hogere regeling anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Subsidies vanaf € 5.000,- bedragen ten hoogste een door het algemeen
                            bestuur vast te stellen percentage van de subsidiabele kosten. Het
                            algemeen bestuur kan een maximum bedrag bepalen en andere regels voor de
                            berekening van de subsidie geven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval niet:</al><lijst><li nr="a."><al>de vaste personeelslasten van de aanvrager, tenzij het algemeen
                                    bestuur voor een categorie subsidies anders bepaalt;</al></li><li nr="b."><al>de kosten van gebruik van ruimten, apparatuur en deskundigheid
                                    waarover de aanvrager permanent beschikt;</al></li><li nr="c."><al>andere kosten die behoren tot de normale exploitatielasten van
                                    de aanvrager en die niet direct en uitsluitend noodzakelijk zijn
                                    ten behoeve van de aanvraag om subsidie, en</al></li><li nr="d."><al>de kosten van reguliere werkzaamheden van de aanvrager, zoals
                                    onderhoud of herstelwerkzaamheden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het derde lid is niet van toepassing op een subsidie die is gericht op
                            de instandhouding van een instelling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Directe en ambtshalve vaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidies tot € 5.000,- worden direct vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het vorige lid kan het dagelijks bestuur eerst over de
                            subsidieverlening besluiten als:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvraag is ingediend voor afloop van de activiteiten of het
                                    tijdvak waarvoor de subsidie wordt gevraagd; en</al></li><li nr="b."><al>het opleggen van verplichtingen of gebruik van een strenger
                                    verantwoordingsregime als bedoeld in artikel 9 daartoe
                                    aanleiding geven. In dat geval vindt de vaststelling ambtshalve
                                    plaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ambtshalve vaststelling vindt plaats binnen acht weken na afloop van de
                            activiteiten of het tijdvak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Aanvraag vaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als de vaststelling van de subsidie op aanvraag plaatsvindt, wordt de
                            aanvraag daartoe ingediend binnen zes maanden na afloop van de
                            activiteiten of het tijdvak waarvoor de subsidie is verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Betreft het een jaarlijkse subsidie, dan wordt de aanvraag tot
                            vaststelling ingediend vóór 1 juli van het jaar na afloop van het jaar
                            of de jaren waarvoor de subsidie is verstrekt. Dit geldt niet als bij
                            een hogere regeling anders is bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Voorschotten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als een beschikking tot subsidievaststelling als bedoeld in artikel 11,
                            eerste lid, wordt gegeven, vindt de betaling van de gehele subsidie in
                            één bedrag plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de overige gevallen wordt bij de subsidieverlening ambtshalve
                            besloten over bevoorschotting. Daarbij worden de hoogte en de termijnen
                            van de voorschotten bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Vaststelling subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur stelt de subsidie vast binnen acht weken na
                            ontvangst van de aanvraag daartoe.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de aanvraag niet tijdig is ontvangen, kan het dagelijks bestuur zes
                            weken na een eenmalig rappèl overgaan tot ambtshalve vaststelling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Betreft het een jaarlijkse subsidie, dan stelt het dagelijks bestuur de
                            subsidie vast uiterlijk 1 oktober van het jaar na afloop van het jaar of
                            de jaren waarvoor de subsidie is verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Betaling</titel></kop><al>Het subsidiebedrag wordt binnen vier weken na de subsidievaststelling
                        betaald, indien van toepassing onder verrekening met reeds betaalde
                        voorschotten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Kennisgevingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger stuurt het dagelijks bestuur onverwijld een
                            schriftelijke kennisgeving als:</al><lijst><li nr="a."><al>de gesubsidieerde activiteiten niet of niet geheel zullen worden
                                    verricht;</al></li><li nr="b."><al>aan de opgelegde verplichtingen niet of niet geheel zal worden
                                    voldaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving als bedoeld in het eerste lid wordt door
                            subsidieontvanger adequaat gemotiveerd en onderbouwd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Informatieplicht en toestemmingsvereiste</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger informeert het dagelijks bestuur zo spoedig
                            mogelijk schriftelijk over:</al><lijst><li nr="a."><al>besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van
                                    de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel
                                    ontbinding van de rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al>relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische
                                    verhouding met derden;</al></li><li nr="c."><al>ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de beschikking
                                    tot subsidieverlening verbonden verplichtingen geheel of
                                    gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de
                                    rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van
                                    de rechtspersoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het dagelijks bestuur
                            voor de handelingen, bedoeld in artikel 4:71 van de Algemene wet
                            bestuursrecht, als zij van invloed zijn op de gesubsidieerde
                            activiteiten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Melding en steekproefsgewijze verantwoording (subsidies tot €
                            5.000,-)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij een directe vaststelling als bedoeld in artikel 11, eerste lid,
                            meldt de subsidieontvanger schriftelijk aan het dagelijks bestuur
                            wanneer de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht binnen twee weken
                            na afloop van de activiteiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een vaststelling als bedoeld in artikel 11 tweede en derde lid, kan
                            het dagelijks bestuur de subsidieontvanger verplichten om op de door hem
                            aangegeven wijze aan te tonen dat de gesubsidieerde prestatie is
                            gerealiseerd en dat aan de opgelegde verplichtingen is voldaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Prestatieverantwoording (subsidies van €5.000,- tot
                            €50.000,-)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als de subsidieverlening een bedrag van € 5.000 tot € 50.000 betreft,
                            bevat de aanvraag tot vaststelling, bedoeld in artikel 14, een
                            inhoudelijk verslag waaruit blijkt dat de gesubsidieerde prestatie of
                            een bij de subsidieverlening bepaald minimum resultaat overeenkomstig de
                            opgelegde verplichtingen is gerealiseerd. Bijkomende financiële
                            verantwoording over de werkelijke kosten van de activiteiten wordt niet
                            gevraagd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan bepalen dat meer gegevens en bescheiden die
                            voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Uitgebreide verantwoording (subsidies vanaf 50.000 euro)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als de subsidieverlening een bedrag vanaf € 50.000 betreft, bevat de
                            aanvraag tot vaststelling, bedoeld in artikel 14:</al><lijst><li nr="a."><al>een inhoudelijk verslag waaruit blijkt dat de gesubsidieerde
                                    activiteiten overeenkomstig de opgelegde verplichtingen hebben
                                    plaatsgevonden, en</al></li><li nr="b."><al>een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden
                                    uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur kan voorschrijven dat bij de aanvraag tot
                            subsidievaststelling een accountantsverklaring wordt overgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Overige verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de subsidieverlening kan het dagelijks bestuur de subsidieontvanger
                            ook andere verplichtingen tot verwezenlijking van het doel van de
                            subsidie opleggen dan die bedoeld in artikel 4:37 van de Algemene wet
                            bestuursrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als een subsidie is aangemerkt als toelaatbare staatssteun, voldoet de
                            subsidieontvanger aan de daaraan door de Europese Commissie gestelde
                            verplichtingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan een subsidie kan het dagelijks bestuur de verplichting verbinden dat
                            de subsidieontvanger in zijn bekendmakingen het waterschap als
                            subsidiegever vermeldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Ontoelaatbare staatssteun</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur wijzigt of trekt de beschikking tot subsidieverlening
                        of subsidievaststelling in, als de Europese Commissie dat in verband met
                        ontoelaatbare staatsteun vordert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><al>Conform art 4:24 Algemene wet bestuursrecht wordt ten minste eenmaal in de
                        vijf jaren een verslag gepubliceerd over de doeltreffendheid en de effecten
                        van de subsidie in de praktijk.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 november 2016</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening
                        Waterschap Amstel, Gooi en Vecht.</al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van
                        het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht van 13 oktober 2016.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Het algemeen bestuur,</ondertekening><ondertekening>dr. ir. G.M. van den Top</ondertekening><ondertekening>dijkgraaf</ondertekening><ondertekening>drs. H.J. Kelderman</ondertekening><ondertekening>secretaris-directeur</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>De Algemene Subsidie Verordening AGV (ASV) heeft als doel een algemeen kader te
                    geven voor alle subsidieverstrekkingen, in aanvulling op titel 4.2 van de
                    Algemene wet bestuursrecht (Awb). </al><al>Dat betekent dat de gebruiker van de ASV zich ervan bewust moet zijn dat er
                    naast de ASV ook veel algemene bepalingen in titel 4.2 van de Awb te vinden zijn
                    die in een concreet geval van toepassing kunnen zijn. Het gaat daarbij niet
                    alleen om facultatieve bepalingen maar ook om bepalingen van dwingend recht. </al><al>Zo is het begrip subsidie niet opgenomen in de ASV evenmin als het begrip
                    subsidie-plafond: wat hieronder moet worden verstaan is immers te vinden in de
                    artikelen 4:21 en 4: 22 van de Awb.</al><al>Evenmin zijn algemene bepalingen opgenomen over onderwerpen zoals de verlening
                    van de subsidie, het begrotingsvoorbehoud, algemene weigeringsgronden,
                    verplichtingen van de subsidieontvanger, de vaststelling van de subsidie en het
                    verlenen van een voorschot. Deze onderwerpen worden achtereenvolgens gevonden in
                    de artikelen 4:29 e.v., 4:34, 4:35, 4:37 e.v., 4:43 e.d. en 4:95 Awb.</al><al>Naast de bepalingen in de Awb en de ASV kunnen ook subsidiebepalingen worden
                    gevonden in subsidieregelingen. Tenslotte kunnen ook in de beschikking waarmee
                    de subsidie wordt verleend verplichtingen en voorwaarden voor de subsidie worden
                    opgenomen.</al><al>Uitgangspunt is een sobere verordening die de grondslag vormt voor een proces
                    van subsidieverstrekking waarin niet meer gegevens worden gevraagd dan nodig is,
                    met zo min mogelijk administratieve lasten als gevolg, zowel voor de
                    subsidieontvanger als voor de subsidieverstrekker.</al><al>Bij het opstellen van de ASV is gebruik gemaakt van de model subsidieverordening
                    van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, van de Algemene Subsidieverordening
                    Amsterdam 2013 en van de Algemene Subsidieverordening van de Provincie
                    Utrecht</al><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Toepassingsbereik</tussenkop><al>In het eerste lid is bepaald dat de ASV van toepassing is op alle subsidies die
                    het waterschap verstrekt. Het tweede lid bepaalt dat de ASV niet van toepassing
                    is op de twee bijzondere subsidieverordeningen die het waterschap kent op het
                    moment van inwerkingtreden van de Algemene Subsidieverordening. Deze twee
                    bijzondere subsidieverordeningen hebben eigen procedureregels.</al><al/><tussenkop>Artikel 2 Bevoegdheid subsidieverstrekking</tussenkop><al>Het dagelijks bestuur is het bevoegde orgaan voor het verstrekken van subsidies. </al><al>Onder de in lid 2 vermelde taken van het waterschap wordt verstaan de wettelijke
                    taken van het waterschap, het watersysteembeheer en zuiveringsbeheer. </al><al/><tussenkop>Artikel 3 Subsidieregeling</tussenkop><al>Algemeen bestuur bepaalt in een subsidieregeling voor welke specifieke
                    activiteiten subsidie kan worden verstrekt en geeft de daarbij passende regels
                    voor de betreffende subsidie.</al><al/><tussenkop>Artikel 4 Begroting en begrotingsvoorbehoud</tussenkop><al>In dit artikel is bepaald dat het dagelijks bestuur bij het verstrekken van
                    subsidie uit eigen middelen aan de begroting is gebonden. Er kan slechts
                    subsidie verstrekt worden als het waterschap daarvoor op de waterschapsbegroting
                    voldoende gelden heeft uitgetrokken. De begroting vormt dus een van de kaders
                    waarbinnen het dagelijks bestuur opereert. Als de begroting nog niet formeel is
                    vastgesteld, wordt de subsidie slechts verleend onder de voorwaarde dat het
                    algemeen bestuur daarvoor geld beschikbaar stelt, het zogenoemde
                    begrotingsvoorbehoud. Dit moet uitdrukkelijk in het verleningsbesluit worden
                    opgenomen (artikel 4:34 Awb). De gesubsidieerde moet namelijk weten waar hij aan
                    toe is. Het is belangrijk dat dit gebeurt: zonder het begrotingsvoorbehoud kan
                    de subsidie niet worden geweigerd met het argument dat er onvoldoende geld
                    is.</al><al/><tussenkop>Artikel 5 Subsidieplafond en verdeling beschikbaar bedrag</tussenkop><al>De Awb bevat een aantal bepalingen over het subsidieplafond (afdeling 4.2.2). De
                    bevoegdheid tot het vaststellen van een subsidieplafond houdt ook de bevoegdheid
                    in om daarbinnen voor kortere periodes deelplafonds te geven. De Awb eist dat
                    het subsidieplafond bekend wordt gemaakt, vóórdat de periode waarop het
                    betrekking heeft, ingaat. Zo kunnen potentiële aanvragers weten hoeveel geld er
                    beschikbaar is. In het tweede en derde lid is bepaald hoe het beschikbare bedrag
                    wordt verdeeld (verdelingsmaatstaf). Er zijn twee mogelijkheden.</al><al>Tweede lid: een tendersysteem. Het beschikbare budget wordt verdeeld na
                    onderlinge vergelijking van de aanvragen. De beste aanvragen ontvangen subsidie.
                    Derde lid: toekenning op volgorde.</al><al/><tussenkop>Artikel 6 Bij de aanvraag over te leggen gegevens</tussenkop><al>Op grond van artikel 4:29 van de Awb begint de procedure om subsidie te krijgen
                    met een aanvraag. Wat een aanvraag is en aan welke eisen deze moet voldoen staat
                    in afdeling 4.1.1. van de Awb. Dit artikel geeft voorschriften voor een
                    subsidieaanvraag. Eerste lid: een aanvraag moet schriftelijk bij het dagelijks
                    bestuur worden ingediend. Als een aanvraagformulier is vastgesteld, moet dat
                    formulier worden gebruikt. Doel van een aanvraagformulier is om aan de aanvrager
                    te verduidelijken wat voor informatie hij bij de aanvraag moet geven. Een
                    subsidieregeling kan ook digitale indiening van aanvragen mogelijk maken.</al><al>In het tweede, derde en vierde lid is bepaald welke gegevens de aanvrager bij
                    zijn subsidieaanvraag moet overleggen. De aanvrager moet onder meer een
                    begroting en een dekkingsplan overleggen. Als de te subsidiëren activiteiten
                    deel uitmaken van een breder project, is inzicht in het totale project nodig.
                    Het tweede lid, onder d, heeft betrekking op de egalisatiereserve van een
                    instelling. Een egalisatiereserve is een financiële buffer waarmee tekorten in
                    het ene jaar zijn op te vangen met overschotten in het andere jaar. Als sprake
                    is van een egalisatiereserve, moet dit bij een aanvraag voor een jaarlijkse
                    subsidie worden toegelicht. In artikel 4:72 van de Awb is de wettelijke regeling
                    voor het vormen van een egalisatiereserve terug te vinden. In het vijfde lid is
                    de mogelijkheid opgenomen dat het dagelijks bestuur ook andere, of slechts
                    enkele van de genoemde gegevens opvraagt. Zo nodig kan het dagelijks bestuur
                    aanvullende informatie inwinnen. Uitgangspunt is dat de administratieve en
                    bestuurlijke lasten voor de betrokkenen zo beperkt mogelijk blijven. </al><al/><tussenkop>Artikel 7 Beslistermijn</tussenkop><al>Eerste lid: Binnen 8 weken beslist het dagelijks bestuur op een aanvraag voor
                    subsidie. Deze termijn staat ook in de Awb als uitgangspunt. De beslistermijn
                    begint te lopen na ontvangst van de aanvraag.</al><al>Derde lid: Als een aangevraagde subsidie een cofinancieringsbijdrage in het
                    kader van een Rijks- of Europees samenwerkingsprogramma betreft , begint de
                    termijn te lopen na het besluit van het bestuur dat verantwoordelijk is voor de
                    hoofdbeslissing over de subsidie. Projecten in het kader van Rijks- of Europese
                    samenwerkingsprogramma’s zijn ingewikkeld, met verschillende soorten
                    activiteiten (deelprojecten) en vele partners. Bij de hoofdbeslissing wordt een
                    zeer uitgebreide technische toets uitgevoerd: over de vraag of het project aan
                    de eisen voor subsidie voldoet, de gehanteerde tarieven, begrotingen,
                    staatssteun e.a. Omdat speciale deskundigheid nodig is, wordt deze technische
                    toets door één orgaan uitgevoerd en niet door alle medefinanciers. Dat is ook in
                    het belang van de klant. De beslistermijn voor cofinanciering maakt het mogelijk
                    om rekening te houden met het hoofdbesluit van de autoriteit die leidend is in
                    het samenwerkingsprogramma. Daarmee wordt voorkomen dat we vanwege de termijn
                    over cofinanciering moeten beslissen, zonder dat we het besluit over de
                    hoofdmoot van de subsidie kennen. We hoeven niet voortijdig te beslissen, en
                    beperken het risico dat het cofinancieringsbesluit later moet worden
                    teruggedraaid (klantonvriendelijk en bewerkelijk voor de uitvoering). Verder
                    wordt voorkomen dat budget voor cofinanciering wordt vastgezet, met de kans dat
                    dit later onnodig blijkt.</al><al>Het derde lid geeft de ruimte het hoofdbesluit te volgen. Uiteraard blijft het
                    mogelijk om sneller te beslissen, gelet op de prioriteit van het project. In dat
                    geval kan een voorwaardelijke beschikking worden genomen, d.w.z. onder de
                    opschortende voorwaarde dat anderen ook (voldoende) cosubsidie verlenen.</al><al/><tussenkop>Artikel 8 Weigeringsgronden</tussenkop><al>In artikel 4:35 van de Awb zijn enkele weigeringsgronden vastgelegd. Zo kan
                    subsidie bijvoorbeeld geweigerd worden als er duidelijke aanwijzingen zijn dat
                    het gesubsidieerde project niet wordt uitgevoerd. Eerste lid:</al><lijst><li nr="a."><al>De eerste weigeringsgrond geeft een minimumbedrag voor subsidie:
                            subsidie beneden € 1000 wordt niet verstrekt. De reden is dat de
                            uitvoeringskosten te hoog zijn.</al></li><li nr="b."><al>Ook wordt subsidie geweigerd als volgens de Europese Commissie sprake is
                            van ongeoorloofde staatssteun.</al></li></lijst><al>De regeling van staatssteun staat in de artikelen 107, 108 en 109 van het
                    Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU). Voor meer informatie
                    wordt verwezen naar het algemene deel van de toelichting en de website van
                    Europa Decentraal. In het tweede lid is een aantal facultatieve
                    weigeringsgronden vastgelegd. Het betreft situaties waarin subsidie kàn worden
                    geweigerd. Een belangenafweging is nodig.</al><lijst><li nr="a."><al>Subsidie kan worden geweigerd als de activiteiten waarvoor de subsidie
                            is gevraagd, onvoldoende relatie hebben met het waterschap of zijn
                            ingezetenen. Dit is het geval als de subsidie niet ten goede komt aan
                            waterschapsdoelen.</al></li><li nr="b."><al>Een aanvraag achteraf (als de activiteiten al gestart zijn) kan eveneens
                            afgewezen worden. De reden is dat het waterschap minder kan sturen als
                            de aanvrager al met het project begonnen is.</al></li></lijst><al>Bovenstaande weigeringsgronden gelden voor alle aanvragen. Daarnaast kunnen in
                    een subsidieregeling weigeringsgronden worden opgenomen (artikel 3).</al><al/><tussenkop>Artikel 9 Bij verlening keuze verantwoording</tussenkop><al>Het subsidiesysteem gaat uit van drie categorieën: - kleine subsidies tot €
                    5.000, - middelgrote subsidies van € 5.000 tot € 50.000, en - grote subsidies
                    vanaf € 50.000. Bij deze categorieën hangt de zwaarte van de
                    verantwoordingseisen af van het subsidiebedrag (van licht, middelzwaar naar
                    zwaar). Het dagelijks bestuur besluit bij de subsidieverlening hoe de
                    verantwoording plaatsvindt. Uitgangspunt is het subsidiebedrag. Een strenger
                    verantwoordingsregime is aan de orde als uit een risico-analyse een verhoogde
                    kans op misbruik blijkt. Doordat bij de verlening wordt aangegeven welke
                    verantwoordingsregime van toepassing is, weet de subsidieontvanger tijdig wat
                    van hem wordt verwacht.</al><al/><tussenkop>Artikel 10 Hoogte subsidie</tussenkop><al>In het eerste en tweede lid is vastgelegd hoe de hoogte van het subsidiebedrag
                    wordt berekend. Bij klein en middelgrote subsidies (tot € 50.000,-) is de
                    subsidie een vast bedrag voor een vooraf bepaalde prestatie. De subsidie is een
                    vast bedrag dat men voor de prestatie krijgt. De subsidieontvanger hoeft geen
                    “bonnetjes” te laten zien. In de subsidieregeling wordt uitgewerkt hoe dit
                    bedrag wordt berekend. Dit kan door het stellen van een maximum subsidiebedrag,
                    het omschrijven van subsidieposten, het geven van percentages voor het berekenen
                    van de subsidie e.a. Bij grote subsidies (vanaf € 50.000,-) is de subsidie een
                    bijdrage aan de werkelijke kosten van het project. Dit is een traditionele
                    verantwoording op basis van de gerealiseerde kosten. Er moet een overzicht van
                    inkomsten en uitgaven worden overgelegd. Het dagelijks bestuur kan een
                    accountantsverklaring vragen. In het derde lid is bepaald voor welke kosten geen
                    subsidie wordt verstrekt. Dit zijn onder meer de vaste exploitatielasten van een
                    aanvrager (huur ruimte e.a.). In een subsidieregeling kunnen andere kosten
                    worden vastgesteld die buiten de subsidie vallen. In het vierde lid is een
                    uitzondering gemaakt voor de instandhoudingssubsidie. Bij een subsidie die is
                    gericht op de instandhouding van een instelling, worden de vaste personeels- en
                    exploitatielasten wel meegenomen.</al><al/><tussenkop>Artikel 11 Directe en ambtshalve vaststelling</tussenkop><al>Eerste lid: Uitgangspunt is dat subsidies tot € 5.000 direct worden vastgesteld.
                    Omdat in deze situatie het verleningsbesluit wordt overgeslagen, is het een
                    versnelde procedure. Tweede lid: Als het nodig is, kan het dagelijks bestuur de
                    subsidie wel eerst verlenen en daarna pas vaststellen. a. De activiteit of
                    periode waarvoor subsidie wordt verstrekt, is nog niet afgerond. Na afloop van
                    de gesubsidieerde activiteit of het subsidietijdvak kan de definitieve hoogte
                    van de subsidie meteen worden vastgesteld.</al><al>b.Een verleningsbesluit is nodig:</al><lijst><li nr="o"><al>om verplichtingen op te leggen die de subsidieontvanger bij de
                            uitvoering van de activiteit moet naleven, of</al></li><li nr="o"><al> om een strenger verantwoordingsregime van toepassing te verklaren (zie
                            artikel 11,bij verlening keuze verantwoording). </al></li></lijst><al>Derde lid:</al><al>Bij toepassing van een verleningsbesluit verleent het dagelijks bestuur de
                    subsidie en wordt de subsidie ambtshalve vastgesteld.</al><al/><tussenkop>Artikel 12 Aanvraag vaststelling</tussenkop><al>Meestal moet een subsidieontvanger voor de vaststelling van subsidie een
                    aanvraag indienen. Bij de aanvraag moet de subsidieontvanger informatie
                    overleggen die van belang is voor de verantwoording. Op basis daarvan is na te
                    gaan of de subsidie juist is besteed. Zie de artikelen 18, 19 en 20. In dit
                    artikel is bepaald wanneer de aanvraag tot vaststelling van de subsidie moet
                    zijn ingediend. Soms is voor het vaststellen van subsidie geen aanvraag van de
                    subsidieontvanger nodig. In dat geval is sprake van ambtshalve vaststelling. Zie
                    artikel 11.</al><al/><tussenkop>Artikel 13 Voorschotten</tussenkop><al>Eerste lid: Bij subsidies tot € 5.000,- wordt het gehele subsidiebedrag in één
                    keer betaald. Als het dagelijks bestuur de subsidie eerst verleent en niet
                    meteen vaststelt, wordt het volledige bedrag als voorschot verstrekt. </al><al>Tweede lid: Bij de andere subsidies (vanaf € 5.000,-) beslist het dagelijks
                    bestuur bij de subsidieverlening ambtshalve (zonder aanvraag van de
                    subsidieontvanger) over de bevoorschotting. Daarbij bepalen zij hoe hoog het
                    voorschot is en over welke termijnen het wordt uitbetaald. Als blijkt dat de
                    activiteit niet (helemaal) volgens afspraak plaatsvindt, kan het dagelijks
                    bestuur het voorschot aanpassen.</al><al/><tussenkop>Artikel 14 Vaststelling subsidie</tussenkop><al>In dit artikel is bepaald binnen welke termijn het dagelijks bestuur de subsidie
                    moet vaststellen. Er gelden termijnen voor de vaststelling op aanvraag (eerste
                    lid), de vaststelling van een jaarlijkse subsidie (derde lid) en de ambtshalve
                    vaststelling (tweede lid).</al><al/><tussenkop>Artikel 15 Betaling</tussenkop><al>Dit artikel geeft de termijn waarbinnen de betaling van de subsidie moet
                    plaatsvinden.</al><al/><tussenkop>Artikel 16 Kennisgevingsplicht</tussenkop><al>De subsidieontvanger moet het waterschap tijdig mededelen als hij de
                    gesubsidieerde activiteit, om welke reden dan ook, niet of maar gedeeltelijk zal
                    uitvoeren. Ook moet hij melden als blijkt dat hij niet aan een verplichting zal
                    voldoen. De melding kan gevolgen hebben voor de subsidie. Het kan zijn dat de
                    subsidie niet wordt uitbetaald of op een lager bedrag wordt vastgesteld. Ook
                    kunnen waterschap en subsidieontvanger nadere afspraken maken: bijvoorbeeld door
                    meer tijd te geven voor het uitvoeren van de activiteit. De meldingsplicht is
                    niet vrijblijvend. Als een subsidieontvanger zich er niet aan houdt, treedt het
                    waterschap streng op. Bij misbruik is terugvordering van de subsidie, inclusief
                    wettelijke rente over het hele subsidiebedrag, mogelijk.</al><al/><tussenkop>Artikel 17 Informatieplicht en toestemmingsvereiste</tussenkop><al>Eerste lid: Het is belangrijk dat het waterschap op de hoogte is van
                    ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de uitvoering van de
                    gesubsidieerde activiteit. Als de activiteit bijvoorbeeld door een gemeente
                    wordt verboden of als de organisatie die de subsidie ontvangt, ophoudt te
                    bestaan, moet het waterschap als subsidieverstrekker dit weten. In het eerste
                    lid is bepaald in welke gevallen de subsidieontvanger het dagelijks bestuur moet
                    informeren. Het gaat om relevante veranderingen die van invloed kunnen zijn op: </al><lijst><li nr="-"><al>het kunnen realiseren van de activiteit,</al></li><li nr="-"><al>het kunnen nakomen van een opgelegde verplichting,</al></li><li nr="-"><al>het voortbestaan van de organisatie die de subsidie ontvangt,</al></li><li nr="-"><al>het wijzigen van de statuten inzake bestuur en doel van de organisatie,
                            en</al></li><li nr="-"><al>de relatie met een externe partij die mede betrokken is bij de
                            uitvoering van de activiteit.</al></li></lijst><al>Tweede lid: De subsidieontvanger heeft toestemming van het dagelijks bestuur
                    nodig voor een aantal handelingen die van invloed kunnen zijn op het gebruik van
                    subsidiegelden en de uitvoering van de activiteit. Deze handelingen zijn in
                    artikel 4:71 van de Awb vermeld. Als onduidelijk is of het toestemmingsvereiste
                    geldt, kan dit bij het waterschap worden nagevraagd. Het zijn de volgende
                    handelingen (zie artikel 4:71 van de Awb): </al><lijst><li nr="-"><al>het oprichten van of deelnemen in een rechtspersoon;</al></li><li nr="-"><al>het wijzigen van de statuten;</al></li><li nr="-"><al>het in eigendom verwerven, het vervreemden of het bezwaren van
                            registergoederen indien zij mede zijn verworven door middel van de
                            subsidiegelden, dan wel de lasten daarvoor mede worden bekostigd uit de
                            subsidiegelden;</al></li><li nr="-"><al>het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging,
                            vervreemding of bezwaring van registergoederen of tot huur, verhuur of
                            pacht daarvan indien deze goederen geheel of gedeeltelijk zijn verworven
                            door middel van de subsidie dan wel de uitgaven daarvoor mede zijn
                            bekostigd uit de subsidie;</al></li><li nr="-"><al>het aangaan van kredietovereenkomsten en van overeenkomsten van
                            geldlening;</al></li><li nr="-"><al>het aangaan van overeenkomsten waarbij de subsidieontvanger zich
                            verbindt tot zekerheidstelling met inbegrip van zekerheidstelling voor
                            schulden van derden of waarbij hij zich als borg of hoofdelijk
                            medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde sterk maakt;</al></li><li nr="-"><al>het vormen van fondsen en reserveringen;</al></li><li nr="-"><al>het vaststellen of wijzigen van tarieven voor door de subsidieontvanger
                            in de gewone uitoefening van zijn gesubsidieerde activiteiten te
                            verrichten prestaties;</al></li><li nr="-"><al>het ontbinden van de rechtspersoon;</al></li><li nr="-"><al>het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen van zijn
                            surseance van betaling.</al></li></lijst><al/><tussenkop>Artikel 18 Melding en steeksproefsgewijze verantwoording (subsidies tot €
                    5.000)</tussenkop><al>Kenmerkend voor subsidies tot € 5.000 is een licht verantwoordingsregime. Er
                    zijn twee varianten. Als de subsidie direct wordt vastgesteld (artikel 11, lid
                    1) bestaat de verantwoording uit een melding door de subsidieontvanger als de
                    gesubsidieerde activiteit is verricht. Uit de schriftelijke melding moet blijken
                    of de activiteit geheel is uitgevoerd en de verplichtingen zijn nagekomen. </al><al>Als de subsidie eerst wordt verleend (artikel 11, lid 2 en 3), wordt bij de
                    verlening bepaald wanneer de gesubsidieerde activiteit moet zijn verricht.
                    Daarna stelt het dagelijks bestuur de subsidie ambtshalve vast. Hierbij kan het
                    dagelijks bestuur de subsidieontvanger steekproefsgewijs om nadere informatie
                    vragen. De subsidieontvanger moet, als het dagelijks bestuur daarom vraagt,
                    aantonen dat de activiteit is uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan.
                    Het dagelijks bestuur kan daarbij voorschrijven hoe de verantwoording moet
                    plaatsvinden.</al><al/><tussenkop>Artikel 19 Prestatieverantwoording (subsidies van € 5.000 tot €
                    50.000)</tussenkop><al>Voor subsidies van € 5.000,- tot € 50.000,- geldt een
                    prestatieverantwoording.</al><al>Eerste lid: Prestatieverantwoording betekent: de subsidieontvanger moet bij de
                    aanvraag tot vaststelling van de subsidie aantonen dat de afgesproken prestatie
                    of het afgesproken minimum resultaat in overeenstemming met de verplichtingen is
                    uitgevoerd. Dit gebeurt met een inhoudelijk verslag. Er zijn verschillende
                    mogelijkheden, zoals bestuurs- en activiteitenverslagen, een
                    managementverklaring, een deskundigenverklaring of andere bewijsstukken (bijv.
                    publicatie). Er wordt geen financiële verantwoording over de werkelijke kosten
                    van de gesubsidieerde activiteiten gevraagd. Dat is een belangrijk verschil met
                    de uitgebreide verantwoording van grote subsidies waar sprake is van een
                    traditionele afrekening op basis van de gerealiseerde kosten (artikel 20). </al><al>Tweede lid: Het dagelijks bestuur kan zo nodig aanvullende gegevens vragen. Dit
                    is voor een goede verantwoording van belang.</al><al/><tussenkop>Artikel 20 Uitgebreide verantwoording (subsidies vanaf €
                    50.000)</tussenkop><al>Voor subsidies vanaf € 50.000,- geldt een uitgebreide verantwoording. Eerste
                    lid: Uitgebreide verantwoording is een traditionele afrekening van subsidies,
                    uitgaande van de gerealiseerde kosten. De vaststelling van de subsidie vindt
                    plaats op basis van prestaties en een overzicht van uitgaven en inkomsten
                    (financieel verslag of jaarrekening). In het eerste lid is bepaald welke
                    informatie de subsidieontvanger daarvoor moet overleggen, zoals bijvoorbeeld een
                    financieel verslag of jaarrekening.</al><al>Tweede lid: Bij subsidies vanaf € 50.000,- kan een accountantsverklaring worden
                    gevraagd. Een accountantsverklaring is een schriftelijke verklaring van een
                    accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
                    Andere verklaringen die in de praktijk voorkomen, zoals een
                    beoordelingsverklaring of een samenstellingsverklaring, zijn geen
                    accountantsverklaring.</al><al/><tussenkop>Artikel 21 Overige verplichtingen</tussenkop><al>Eerste lid: Het dagelijks bestuur kan de subsidieontvanger bij de verlening van
                    subsidie verplichtingen opleggen. Het gaat om verplichtingen die nodig zijn om
                    het doel van de subsidie te realiseren. De verplichtingen kunnen betrekking
                    hebben op de gesubsidieerde activiteit. De verplichtingen kunnen ook
                    ondersteunend zijn. Voorbeeld: de verplichting om een overzichtelijke
                    administratie bij te houden. Tweede lid:</al><al>De subsidieontvanger moet zich houden aan de verplichtingen die de Europese
                    Commissie bij de toetsing op staatssteun heeft gesteld. </al><al>Derde lid: Het dagelijks bestuur kan de subsidieontvanger verplichten om het
                    waterschap als subsidieverstrekker te vermelden in de communicatie naar buiten
                    toe. Deze verplichting kan in het subsidiebesluit worden opgenomen.</al><al/><tussenkop>Artikel 22 Ontoelaatbare staatssteun</tussenkop><al>Als een subsidie volgens de Europese Commissie ongeoorloofde staatssteun is, zal
                    het subsidiebesluit gewijzigd of ingetrokken worden.</al><al/><tussenkop>Artikel 23 Evaluatie</tussenkop><al>In dit artikel is een evaluatieplicht opgenomen. </al><al/><tussenkop>Artikel 24 Inwerkingtreding</tussenkop><al>De Asv gaat op 1 november 2016 gelden. </al><al/><tussenkop>Artikel 25 Citeertitel</tussenkop><al>Deze verordening heeft als citeertitel: Algemene subsidieverordening Waterschap
                    Amstel, Gooi en Vecht.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>