<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR425002_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Adviescommissie bezwaarschriften Stichtse Vecht 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Stichtse Vecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Stichtse Vecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 27-12-2016, nr. 184848</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Adviescommissie bezwaarschriften Stichtse Vecht 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/2017-01-01#Hoofdstuk7_Afdeling7.2_Artikel7:13">Algemene wet bestuursrecht, art. 7:13</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, art. 15</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-11-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-12-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>SV203</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>N.v.t.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Adviescommissie bezwaarschriften Stichtse Vecht 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester
                        en de werkgeverscommissie van de gemeente Stichtse Vecht, ieder voor zover
                        het hun bevoegdheden betreft;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 september
                        2016;</al><al/><al>gehoord de commissie Bestuur en Financiën van 11 oktober 2016;</al><al/><al>gelet op artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de
                        Gemeentewet en artikel 15 van het Rechtspositiebesluit raads- en
                        commissieleden;</al><al/><al><vet>besluiten</vet></al><al>vast te stellende</al><al><vet>Verordening Adviescommissie bezwaarschriften Stichtse Vecht
                            2016</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>verwerend orgaan : bestuursorgaan dat het bestreden besluit
                                    heeft genomen;</al></li><li nr="b."><al>werkgeverscommissie: een door de raad op grond van artikel 83
                                    van de Gemeentewet ingestelde commissie waaraan de
                                    werkgeversfunctie van de raad is gedelegeerd;</al></li><li nr="c."><al>commissie : vaste adviescommissie voor bezwaarschriften zoals
                                    bedoeld in zoals bedoeld in artikel 7:13 van de wet;</al></li><li nr="d."><al>kamer : de kamer van de commissie, zoals bedoeld in artikel 3,
                                    die het bezwaar behandelt;</al></li><li nr="e."><al>de wet : Algemene wet bestuursrecht (Awb);</al></li><li nr="f."><al>protocol : door het college vastgestelde procedureregels voor de
                                    behandeling van bezwaarschriften.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Instelling en taak van de commissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De Adviescommissie bezwaarschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op
                                bezwaarschriften gericht aan de raad, het college, de burgemeester
                                en de werkgeverscommissie van de gemeente Stichtse Vecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie adviseert ten aanzien van de beslissing op alle
                                bezwaarschriften gericht aan de in het voorgaande lid genoemde
                                bestuursorganen, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is
                                bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer een bezwaarschrift vergezeld gaat van een verzoek om
                                vergoeding van kosten zoals bedoeld in artikel 7:15, lid 2 van de
                                wet, adviseert de commissie eveneens omtrent al dan niet toekenning
                                van die vergoeding.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften:</al><lijst><li nr="a."><al>waarvoor een andere commissie is ingesteld ter voorbereiding
                                        van de beslissing op het bezwaar;</al></li><li nr="b."><al>tegen besluiten op grond van belastingwetgeving of de Wet
                                        waardering onroerende zaken;</al></li><li nr="c."><al>tegen besluiten op grond van artikel 4:86 (beschikking tot
                                        betaling), 4:94 (beschikking tot uitstel van betaling), 4:95
                                        (beschikking tot het verlenen van een voorschot), 4:96
                                        (beschikking tot het intrekken of wijzigen van een uitstel
                                        van betaling of een verlening van een voorschot) en artikel
                                        4:99 (beschikking tot vaststelling verschuldigde rente) van
                                        de wet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad, het college, de burgemeester en de werkgeverscommissie
                                kunnen, elk voor wat betreft zijn eigen competentie, besluiten om
                                voor een bepaalde periode en/of voor bepaalde categorieën
                                bezwaarschriften af te zien van advisering door de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Kamers van de commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie is onderverdeeld in drie raadkamers: de Algemene Kamer,
                                de Sociale Kamer en de Personele Kamer. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene Kamer adviseert over bezwaarschriften op het gebied van
                                omgevingsrecht in de ruimste zin, de Algemeen plaatselijke
                                verordening (APV), de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), de
                                Gemeentewet en verder over alle bezwaren die niet op het gebied van
                                de andere twee kamers liggen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Sociale Kamer is belast met de behandeling van bezwaarschriften
                                op het gebied van de sociale zekerheidswetgeving, subsidiebesluiten,
                                gehandicaptenparkeerkaarten, de Woningwet (huisvestingszaken), de
                                Wet maatschappelijke ondersteuning, de Wet jeugdzorg en de
                                Verordening Leerlingenvervoer. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Personele Kamer behandelt bezwaarschriften met betrekking tot de
                                rechtspositie van personeel dat werkzaam is bij de gemeente Stichtse
                                Vecht.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorzitter, leden en secretarissen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee
                                leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter en de leden worden benoemd, geschorst en ontslagen
                                door het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie regelt vervanging van de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter en de leden kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam
                                zijn onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de
                                gemeente Stichtse Vecht. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De commissie kent geen vast aantal leden; er worden zoveel leden
                                benoemd als er nodig zijn voor de bezetting van de kamers, rekening
                                houdend met de frequentie van de zittingen van de kamers en de
                                mogelijkheid van vervanging in geval van verhindering van de
                                leden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Secretariaat</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De commissie wordt bijgestaan door een of meer ambtelijk
                                secretarissen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college wijst de ambtelijk secretaris(sen) aan.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De secretaris is met betrekking zijn uit deze verordening
                                voortvloeiende taken uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de
                                commissie. Indien het college voornemens is de aanwijzing van de
                                secretaris in te trekken, wordt de commissie gehoord.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De uitgaande stukken van de commissie worden, voor zover niet anders
                                is bepaald, door de secretaris ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De secretaris wordt ondersteund door een medewerker administratieve
                                ondersteuning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Zittingsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd voor een
                                periode van 4 jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter en de leden kunnen eenmaal herbenoemd worden voor een
                                periode van maximaal 4 jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter en de leden kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij
                                doen daarvan schriftelijk mededeling aan het college.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college zal tot ontslag overgaan als de voorzitter of een lid
                                een ambt of functie heeft aanvaard die krachtens artikel 4, lid 4
                                van deze verordening onverenigbaar is met het lidmaatschap van de
                                commissie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De aftredende voorzitter en leden blijven hun functie vervullen
                                totdat in de opvolging is voorzien. Dit geldt niet voor de
                                voorzitter en leden die op grond van het bepaalde in het vierde lid
                                uit hun functie zijn ontheven.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college stelt een rooster van aftreden op zodat de continuïteit
                                van de commissie wordt gewaarborgd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Plenaire vergadering</titel></kop><al>Tenminste eenmaal per jaar vergadert de Commissie plenair.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Financiële vergoedingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elk lid ontvangt voor het deelnemen aan een hoorzitting/vergadering
                                van de commissie een vergoeding waarvan de hoogte door het college
                                wordt vastgesteld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij het vaststellen van de vergoeding naar boven
                                afwijken van de bedragen, genoemd in tabel IV van het
                                Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Door het college kan een afzonderlijke vergoedingsregeling worden
                                vastgesteld voor de behandeling van bezwaarschriften tegen
                                specifieke besluiten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Reis- en verblijfskosten worden op declaratiebasis vergoed
                                overeenkomstig de regeling “Reisbesluit binnenland”.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Mandaat en machtiging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Uitoefening van bevoegdheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De volgende in de wet neergelegde bevoegdheden worden, voor zover
                                de voorbereiding van de beslissing op bezwaar in handen van de
                                commissie is gesteld, uitgeoefend door de voorzitter: </al><lijst><li nr="a."><al>artikel 6:6 (het stellen van een hersteltermijn);</al></li><li nr="b."><al>artikel 6:10, lid 2 (het aanhouden van een prematuur
                                        bezwaar); </al></li><li nr="c."><al>artikel 7:6, lid 2 (het beslissen om gescheiden te horen) ;
                                    </al></li><li nr="d."><al>artikel 7:6, lid 4 (het beslissen om belanghebbenden van het
                                        verhandelde tijdens het horen buiten hun aanwezigheid niet
                                        op de hoogte te brengen). </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De volgende in de wet neergelegde bevoegdheden worden,
                                        voor zover de voorbereiding van de beslissing op bezwaar in
                                        handen van de commissie is gesteld, uitgeoefend door de
                                        secretaris: </al><lijst><li nr="a."><al>artikel 2:1, lid 2 (het vragen van een machtiging)</al></li><li nr="b."><al>artikel 6:17 (het de verzending van stukken aan
                                        gemachtigde); </al></li><li nr="c."><al>artikel 7:4, lid 2 (het ter inzage leggen); </al></li><li nr="d."><al>artikel 7:13, lid 2 (het mededelen aan indiener dat de
                                        commissie over zijn bezwaarschrift adviseert).</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Procedure</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Ingediend bezwaarschrift</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het ingediende bezwaarschrift wordt bij binnenkomst de datum van
                                ontvangst aangetekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De indiener van het bezwaarschrift, ontvangt zo spoedig mogelijk een
                                schriftelijke ontvangstbevestiging, zoals bedoeld in artikel 6:14
                                van de wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Formele behandeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo
                                spoedig mogelijk ter advisering in handen van de commissie
                                gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris draagt zorg voor het bericht aan de indiener van de
                                ontvangst van het bezwaarschrift door de commissie. Daarin wordt
                                tevens vermeld dat de commissie over het bezwaarschrift zal
                                adviseren, zoals bedoeld in artikel 7:13, tweede lid, van de
                                wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Informele behandeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verwerend orgaan onderzoekt of een bezwaarschrift zich leent
                                voor een informele behandeling. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De indiener van het bezwaarschrift kan het verwerend orgaan vragen
                                het bezwaarschrift informeel te behandelen. Het verwerend orgaan
                                beslist of een bezwaarschrift informeel wordt behandeld. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer het informele traject is ingezet maar deze niet leidt tot
                                het gewenste resultaat wordt de bezwaarprocedure voortgezet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Vooronderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en de secretaris zijn in verband met de voorbereiding
                                van de behandeling van het bezwaarschrift bevoegd rechtstreeks alle
                                gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zij kunnen uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij
                                deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen, zo nodig,
                                uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan
                                kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college
                                vereist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Hoorzitting</titel></kop><al>De secretaris bepaalt dag, plaats en tijdstip van de zitting waarin de
                            belanghebbende(n) en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden
                            gesteld te worden gehoord.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Uitnodiging hoorzitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het secretariaat nodigt belanghebbenden en het verwerend orgaan ten
                                minste drie weken voor de zitting schriftelijk uit. De uitnodiging
                                gaat vergezeld van de op het bezwaar betrekking hebbende
                                stukken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen drie dagen na de dag van verzending van de uitnodiging kunnen
                                belanghebbenden of het verwerend orgaan onder opgaaf van redenen de
                                voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één
                                week voor het tijdstip van de zitting aan belanghebbenden en het
                                verwerend orgaan meegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In principe wordt slechts eenmaal uitstel gegund.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken
                                of afwijking toe te staan van de termijnen die genoemd zijn in het
                                eerste tot en met het derde lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het horen geschiedt door een voorzitter en ten minste twee leden.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op grond van artikel 7:13, lid 3, van de wet kan het houden van een
                                hoorzitting, in afwijking van het eerste lid, door de commissie
                                worden opgedragen aan de voorzitter of een lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Niet-deelneming aan de behandeling</titel></kop><al>De voorzitter en de leden nemen niet deel aan de behandeling van een
                            bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan
                            zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Openbaarheid zitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoorzittingen van de Algemene kamer zijn in beginsel
                                openbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deuren kunnen worden gesloten indien de voorzitter of een van de
                                aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende
                                daartoe een verzoek doet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De deuren worden gesloten wanneer de voorzitter van oordeel is dat
                                er gewichtige redenen zijn die zich tegen openbaarheid van de
                                hoorzitting verzetten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De hoorzittingen van de Sociale kamer en de Personele kamer zijn
                                niet openbaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Verslaglegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van de hoorzitting wordt een verslag zoals bedoeld in artikel 7:7
                                van de wet gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten behoeve van de verslaglegging kan een geluidsopname worden
                                gemaakt, deze wordt gewist zodra het verslag gereed is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verslag vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer
                                is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de zitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren
                                plaatsvond, of indien belanghebbenden, respectievelijk hun
                                gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt
                                het verslag hiervan melding.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden,
                                die aan het verslag kunnen worden gehecht.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de
                                secretaris.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Nader onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien tijdens of na afloop van de hoorzitting maar vóór het
                                uitbrengen van het advies blijkt dat het nodig is nadere
                                inlichtingen of adviezen in te winnen of nader onderzoek te (laten)
                                doen, kan de voorzitter in verband daarmee de behandeling van het
                                bezwaarschrift aanhouden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het vorige lid bedoelde nadere informatie wordt in afschrift
                                toegezonden aan de leden, de belanghebbende(n) en het verwerend
                                orgaan. Zij kunnen hierop binnen een door de voorzitter te bepalen
                                termijn schriftelijk een reactie geven of verzoeken een nieuwe
                                hoorzitting te beleggen. De voorzitter beslist omtrent een dergelijk
                                verzoek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer aan het inwinnen van inlichtingen, het vragen van advies of
                                het verrichten van onderzoek door deskundigen kosten zijn verbonden
                                die niet kunnen worden gedekt uit het de commissie ter beschikking
                                staande budget, is vooraf machtiging van het college vereist.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Advies</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Raadkamer en advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het
                                door haar aan het bestuursorgaan uit te brengen advies. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het advies wordt gegeven door minimaal drie personen, waaronder in
                                ieder geval de voorzitter en de leden die bij de hoorzitting
                                aanwezig zijn geweest.</al><lijst><li nr="a."><al>De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het
                                        uit te brengen advies;</al></li><li nr="b."><al>Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem
                                        van de voorzitter;</al></li><li nr="c."><al>De secretaris neemt deel aan de beraadslagingen, maar heeft
                                        geen stemrecht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen
                                beslissing op het bezwaarschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris
                                ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Uitbrengen advies en verdaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het advies worden schriftelijk uitgebracht aan het bestuursorgaan
                                dat op het bezwaarschrift dient te beslissen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het advies bevat het verslag zoals bedoeld in artikel 17 van deze
                                verordening en de eventueel door de commissie ontvangen nadere
                                informatie. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het secretariaat constateert dat de termijn genoemd in
                                artikel 7:10, lid 1 van de wet ontoereikend is voor achtereenvolgens
                                het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing, wijst
                                het secretariaat het verwerend orgaan er op om tijdig de beslissing
                                te verdagen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de
                                belanghebbenden een afschrift.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Jaarverslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Jaarverslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie brengt jaarlijks een schriftelijk verslag uit over haar
                                werkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het jaarverslag bevat in ieder geval een overzicht van behandelde
                                zaken en daarop uitgebrachte adviezen. Verder kunnen in het
                                jaarverslag omstandigheden worden gesignaleerd die het indienen van
                                bezwaarschriften in de hand zouden kunnen werken en kunnen
                                voorstellen worden gedaan om gebleken gebreken in de organisatie of
                                in procedures te verbeteren.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>Protocol</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Protocol behandeling bezwaarschriften</titel></kop><al>Het college stelt een protocol vast voor de behandeling van
                            bezwaarschriften.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VII</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Intrekken oude verordeningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Verordening Adviescommissie bezwaarschriften 2011 zoals
                                vastgesteld bij raadsbesluit van 3 januari 2011, door het college en
                                de burgemeester op 4 januari 2011, wordt ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Verordening vergoeding externe leden adviescommissie voor de
                                bezwaarschriften, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 3 januari
                                2011, wordt ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ten aanzien van voor de inwerkingtreding van deze verordening
                                ingediende bezwaarschriften, waarop nog niet is beslist, geldt deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het vorige lid behoudt de voorheen geldende
                                verordening haar gelding als, indien nodig, al een hoorzitting is
                                gehouden en/of advies is uitgebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de datum van
                            bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Adviescommissie
                            bezwaarschriften Stichtse Vecht 2016”.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>15 november 2016</ondertekening><ondertekening>Griffier Voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>13 december 2016</ondertekening><ondertekening>Secretaris Burgemeester</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>13 december </ondertekening><ondertekening>Burgemeester</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Aldus vastgesteld door de werkgeverscommissie op 16 december 2016.</ondertekening><ondertekening>De voorzitter van de werkgeverscommissie, </ondertekening><ondertekening>mevr. R.G. Vis-de Ceuninck van Capelle</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING OP DE “VERORDENING ADVIESCOMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN STICHTSE
                        VECHT 2016”</titel></kop><al>In de verordening is bepaald dat de bestuursorganen van de gemeente, de raad,
                    het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester en de
                    werkgeverscommissie, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft, besluiten de
                    verordening vast te stellen. Duidelijk is dat de raad de verordende bevoegdheid
                    heeft (artikel 108 juncto 147 Gemeentewet). Het college, de burgemeester en de
                    werkgeverscommissie hebben deze bevoegdheid niet, maar nemen hiermee het besluit
                    tot instellen van de Adviescommissie bezwaarschriften. Op deze manier is het
                    mogelijk dat de bestuursorganen samen een en dezelfde commissie instellen om te
                    adviseren op bezwaren tegen besluiten van de raad, het college, de burgemeester
                    en de werkgeverscommissie. De ondertekening gebeurt eveneens door de drie
                    bestuursorganen.</al><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen</tussenkop><al>In dit artikel zijn slechts die begripsbepalingen opgenomen die niet in de
                    Algemene wet bestuursrecht (Awb) voorkomen. Zo ontbreekt er een omschrijving van
                    het begrip 'bestuursorgaan' hoewel dat op meerdere plaatsen in de verordening
                    voorkomt. Het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen, wordt in
                    de verordening aangeduid als 'verwerend orgaan'. Dit kan de gemeenteraad
                    betreffen, het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester, de
                    werkgeverscommissie of een commissie waaraan via delegatie bepaalde bevoegdheden
                    van de hiervoor genoemde bestuursorganen zijn overgedragen.</al><tussenkop>Artikel 2 Inleidende bepaling</tussenkop><al>Onder een bezwaarschrift wordt in deze verordening ook gerekend een schrijven
                    dat kennelijk bedoeld is als een bezwaarschrift, maar gericht is tegen een
                    handeling waartegen (nog) geen bezwaar open staat.</al><al>Het derde lid bepaalt dat de commissie tevens adviseert over de beslissing op
                    een verzoek om vergoeding van kosten van beroepsmatig juridisch advies in de
                    bezwaarfase (artikel 7:15 lid 2 Awb).</al><al>Het vierde lid vormt een uitzondering op de hoofdregel dat de commissie
                    bezwaarschriften adviseert over bezwaarschriften. Het betreft naast de
                    gebruikelijke belastingzaken en WOZ ook de bezwaarschriften die betrekking
                    hebben op de financiële zaken rondom de bestuurlijke geldschulden. Dergelijke
                    financiële bezwaren lenen zich meer voor behandeling door de Heffingsambtenaar.
                    Invorderingsbeschikkingen inzake verbeurde dwangsommen ex artikel 5:37 Awb zijn
                    geen betalingsbeschikking zoals bedoeld in artikel 4:86 Awb. Bezwaarschriften
                    tegen dergelijke invorderingsbeschikkingen worden dan ook wel ter advisering aan
                    de adviescommissie bezwaarschriften voorgelegd. Kamerstukken II 2003/04, 29 702,
                    nr. 3, p. 113.</al><tussenkop>Artikel 3 Kamers</tussenkop><al>De commissie bestaat uit een Algemene, een Sociale en een Personele kamer. De
                    opsomming van categorieën bezwaarschriften die elke kamer zal behandelen is niet
                    uitputtend.</al><tussenkop>Artikel 4 Samenstelling van de commissie</tussenkop><al>In verband met de onafhankelijkheid van de commissie bepaalt het vierde lid dat
                    ook de leden van de commissie geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder
                    verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente Stichtse Vecht.
                    Artikel 7:13 Awb stelt dit vereiste alleen aan de voorzitter.</al><tussenkop>Artikel 5 Secretariaat </tussenkop><al>Hoewel in de Awb nergens over een secretaris wordt gesproken, is het
                    gebruikelijk dat een commissie beschikt over een secretariaat ter ondersteuning
                    van de werkzaamheden. </al><al>De secretaris verleent de commissie de nodige ambtelijke bijstand; hij draagt
                    zorg voor de voorbereiding van de hoorzittingen; neemt (zonder stemrecht) deel
                    aan de beraadslagingen van de commissie; stelt concept-adviezen op en treedt op
                    namens de commissie en/of de voorzitter in door deze te bepalen gevallen.</al><al>De medewerker administratieve ondersteuning draagt zorg voor de registratie,
                    correspondentie, archivering en bewaking van het proces van
                    bezwaarafhandeling.</al><al>In verband met de onafhankelijkheid van de commissie, is de secretaris van de
                    commissie voor zover het betreft de uitvoering van zijn functie, uitsluitend
                    verantwoording verschuldigd aan de commissie.</al><tussenkop>Artikel 6 Zittingsduur </tussenkop><al>Bij de herbenoeming zoals bedoeld in het tweede lid, wordt het rooster van
                    aftreden (lid 6) in acht genomen.</al><al>Voorzitter en leden kunnen bij ontslag zoals bedoeld in het derde lid, zelf het
                    tijdstip van dat ontslag bepalen. Zij kunnen ook een later tijdstip kiezen om
                    zodoende eventueel nog bij de afhandeling van lopende zaken betrokken te kunnen
                    zijn. De bepaling van het vijfde lid is van orde. Een ontslagnemend lid kan niet
                    gedwongen worden ook feitelijk de functie te blijven vervullen.</al><tussenkop>Artikel 7 Plenaire vergadering </tussenkop><al>Het spreekt voor zich dat de secretaris(sen) en administratief ondersteuner(s)
                    mee vergaderen.</al><tussenkop>Artikel 8 Financiële vergoedingen</tussenkop><al>De vergoeding was geregeld in de Verordening vergoeding externe leden
                    adviescommissie voor de bezwaarschriften, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van
                    3 januari 2011. Deze verordening is ingetrokken (zie artikel 23). Het college
                    stelt voortaan namens de raad de vergoedingen zoals bedoeld in het eerste en
                    tweede lid vast.</al><al>De in artikel 8 genoemde vergoedingen worden toegekend op basis van de door de
                    secretaris ondertekende registraties.</al><tussenkop>Artikel 9 Uitoefening bevoegdheden </tussenkop><lijst><li nr=""><al>1.De volgende in de Awb neergelegde bevoegdheden worden, voor zover de
                            voorbereiding van de beslissing op bezwaar in handen van de commissie is
                            gesteld, uitgeoefend door de voorzitter:</al><lijst><li nr="a."><al>artikel 6:6: het stellen van een hersteltermijn; </al></li><li nr="b."><al>artikel 6:10, lid 2: het aanhouden van een prematuur bezwaar;
                                </al></li><li nr="c."><al>artikel 7:6, lid 2: het beslissen om gescheiden te horen ; </al></li><li nr="d."><al>artikel 7:6, lid 4: het achterwegen laten van het op de hoogte
                                    te stellen van belanghebbenden van het verhandelde tijdens het
                                    horen buiten hun aanwezigheid (namens het bestuursorgaan).</al><lijst><li nr="2."><al>De volgende in de Awb neergelegde bevoegdheden worden,
                                            voor zover de voorbereiding van de beslissing op bezwaar
                                            in handen van de commissie is gesteld, uitgeoefend door
                                            de secretaris:</al></li></lijst></li><li nr="a."><al>artikel 2:1, lid 2: het vragen van een machtiging (namens het
                                    bestuursorgaan);</al></li><li nr="b."><al>artikel 6:17: het de verzending van stukken aan gemachtigde
                                    (namens het orgaan dat bevoegd is op het bezwaar te beslissen);
                                </al></li><li nr="c."><al>artikel 7:4, lid 2: het ter inzage leggen (namens het
                                    bestuursorgaan); </al></li><li nr="d."><al>artikel 7:13, lid 2: het mededelen aan indiener dat de commissie
                                    over zijn bezwaarschrift adviseert (namens het bestuursorgaan).
                                </al></li></lijst></li></lijst><al>Genoemde bevoegdheden worden in mandaat uitgevoerd namens het betreffende
                    bestuursorgaan.</al><al>In de verordening worden niet genoemd de al op grond van artikel 7:13, lid 4 Awb
                    aan de commissie toekomende (geattribueerde) bevoegdheden:</al><lijst><li nr="a."><al>het - voor zover geheimhouding om gewichtige redenen is geboden -
                            achterwege laten van het ter inzage leggen van het bezwaarschrift en de
                            op de zaak betrekking hebbende stukken (artikel 7:4, lid 6 Awb);</al></li><li nr="b."><al>het beslissen over de openbaarheid van de zitting, voor zover bij
                            wettelijk voorschrift niet anders is bepaald (artikel 7:5, lid 2 Awb)
                            en</al></li><li nr="c."><al>het beslissen om van het houden van een hoorzitting af te zien, voor
                            zover bij wettelijk voorschrift niet anders is bepaald (artikel 7:3
                            Awb).</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 10 Ingediend bezwaarschrift </tussenkop><al>Net als elke brief wordt een bezwaarschrift geregistreerd bij binnenkomst en
                    wordt de ontvangst automatisch aan de indiener bevestigd. Er is dan nog niet
                    beoordeeld of er sprake is van een bezwaarschrift dan wel of de brief als
                    zodanig is bedoeld.</al><al>Over de ontvangstbevestiging zoals bedoeld in artikel 10 wordt opgemerkt dat
                    naast verzending per post ook uitreiking van een ontvangstbewijs in aanmerking
                    komt.</al><al>Een bezwaarschrift verzenden per e-mail is in Stichtse Vecht (nog) niet
                    mogelijk. Wordt een bezwaarschrift per e-mail ingediend, dan brengt de
                    secretaris de verzender op de hoogte van het feit dat dit nog niet mogelijk is
                    en wordt de verzender gevraagd om het bezwaarschrift alsnog op de voorgeschreven
                    wijze te versturen. Een per e-mail ingediend bezwaarschrift kan niet zonder meer
                    niet-ontvankelijk worden verklaard, maar pas nadat de indiener in de gelegenheid
                    is gesteld dit verzuim te herstellen (artikel 6:6 Awb).</al><tussenkop>Artikel 11 Formele behandeling</tussenkop><al>Een bezwaarschrift wordt zo spoedig mogelijk ter advisering in handen van de
                    commissie gesteld.</al><al>De secretaris zal de indiener de ontvangst van zijn bezwaarschrift door de
                    commissie bevestigen.</al><tussenkop>Artikel 12 Informele behandeling</tussenkop><al>Veel waarde wordt gehecht aan het zo informeel mogelijk oplossen van geschillen.
                    De indiener van het bezwaarschrift kan zelf ook aangeven dat hij een informele
                    behandeling wenst. Wanneer het informele traject niet leidt tot het gewenste
                    resultaat wordt de bezwaarprocedure voortgezet. De indiener van het
                    bezwaarschrift ontvangt hiervan een schriftelijk bericht.</al><tussenkop>Artikel 13 Vooronderzoek</tussenkop><al>Het spreekt voor zich dat de voorzitter en de secretaris van de commissie er
                    zorg voor dienen te dragen dat al het noodzakelijke wordt gedaan om de
                    behandeling van het bezwaarschrift genoegzaam voor te bereiden. Dat geldt zowel
                    intern bij de gemeente – zij krijgen de bevoegdheid alle gewenste inlichtingen
                    in te winnen - als extern. Zo moet het mogelijk zijn om met de bezwaarmaker in
                    contact te treden om nadere informatie in te winnen.</al><al>De activiteiten van de commissie of haar voorzitter/secretaris bij de
                    voorbereiding van de te behandelen zaken kunnen kosten meebrengen. Daarbij
                    vallen gewone en bijzondere kosten te onderscheiden. Bij gewone kosten valt te
                    denken aan bijvoorbeeld de vergoedingen voor de leden. Het inschakelen van
                    externe deskundigen zal bijzondere kosten meebrengen. Deze kosten komen ten
                    laste van de gemeentebegroting. Normaal gesproken is er in de begroting voorzien
                    in de normale kosten van een commissie. Dat kan anders liggen als het om
                    bijzondere kosten gaat.</al><al>Aangezien het college belast is met de uitvoering van de begroting, ligt het
                    voor de hand dat bijzondere kosten niet gemaakt worden voordat dat college de
                    gelegenheid heeft gehad dit te toetsen aan een begrotingspost. Om deze reden is
                    in deze bepaling voor de kosten voor getuigen of deskundigen een machtiging
                    vooraf geïntroduceerd. Uiteraard mag het niet zo zijn dat het college door zo'n
                    toetsing het werk van de commissie frustreert en haar onafhankelijke positie
                    daardoor aantast.</al><al>In dit verband verdient ook artikel 3:7 Awb aandacht. Daarin is bepaald dat het
                    bestuursorgaan waaraan advies wordt uitgebracht, al dan niet op verzoek, de
                    gegevens ter beschikking stelt aan de adviseur die nodig zijn voor een goede
                    vervulling van diens taak.</al><al>Uit de hier gebezigde formulering volgt dat het ter beoordeling van het
                    bestuursorgaan blijft welke gegevens dat zullen zijn. Uit de aard van het advies
                    van de commissie vloeit evenwel voort dat dit alle op de zaak betrekking
                    hebbende gegevens zullen zijn. De commissie zal immers geen afgewogen oordeel
                    kunnen uitbrengen indien gegevens worden achtergehouden.</al><tussenkop>Artikel 14 Hoorzitting</tussenkop><al>Op grond van artikel 7:2 van de Awb dienen belanghebbenden te worden gehoord.
                    Artikel 7:3 van de Awb geeft aan in welke gevallen van het horen kan worden
                    afgezien. Voor een ingediend bezwaarschrift is dat indien: </al><lijst><li nr="a."><al>het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is;</al></li><li nr="b."><al>het bezwaar kennelijk ongegrond is;</al></li><li nr="c."><al>de belanghebbenden verklaard hebben geen gebruik te willen maken van het
                            recht te worden gehoord, of</al></li><li nr="d."><al>aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en andere
                            belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden
                            geschaad.</al></li></lijst><al>Ad d: Het ligt voor de hand dat indien het verwerend orgaan aan het bezwaar van
                    appellant volledig tegemoet denkt te kunnen komen, het daarover met de
                    voorzitter van de commissie contact opneemt.</al><al>Op grond van artikel 7:13, lid 4, Awb beslist de commissie over de toepassing
                    van artikel 7:3 Awb.</al><al>Telefonisch horen: </al><al>De Adviescommissie bezwaarschriften beschikt het niet over de faciliteiten voor
                    telefonisch horen.</al><al>Op grond van artikel 7:13, lid 5, van de Awb wordt ook het bestuursorgaan in de
                    gelegenheid gesteld om bij het horen een toelichting te geven. Nu aldus
                    verschillende partijen en personen bij het horen door de commissie dienen te
                    worden betrokken, is het met het oog op het belang van een overzichtelijk en
                    zorgvuldig verloop van het horen gerechtvaardigd dat geen gelegenheid wordt
                    geboden voor telefonisch horen (RvS 25 maart 2015 ECLI:NL:RVS:2015:917).</al><tussenkop>Artikel 15 Uitnodiging zitting</tussenkop><al>Ingevolge artikel 7:13, lid 5, van de Awb wordt ook het verwerend orgaan
                    uitgenodigd voor de zitting. Het is van belang dat dit orgaan zich ook ter
                    zitting laat vertegenwoordigen. Daarmee kan worden voorkomen dat er, vanwege de
                    inbreng van bezwaarmaker, een eenzijdig beeld ontstaat. Voorts is het voor een
                    externe commissie van belang om van bestuurlijke zijde te vernemen hoe een
                    beslissing tot stand is gekomen. Anders kan het voor de commissie moeilijk
                    worden om een goede afweging te maken.</al><al>Het verdient aanbeveling een termijn vast te stellen die ligt tussen de
                    oproeping en de zitting zelf. Gekozen is voor een termijn van drie weken, mede
                    in verband met de termijn van twaalf weken gerekend vanaf de dag na die waarop
                    de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken, waarbinnen,
                    behoudens verdaging, op het bezwaar moet zijn beslist (zie artikel 7:10 Awb) en
                    de termijn voor het indienen van stukken (artikel 7:4 Awb).</al><al>Voorts is een regeling opgenomen over het desgevraagd wijzigen van het tijdstip
                    van de zitting. Een gemotiveerd verzoek om uitstel hoeft niet per definitie
                    gehonoreerd worden. Betrokkene dient tijdig uitsluitsel over zijn verzoek om
                    uitstel te krijgen. Inwilliging van een verzoek om uitstel dient beperkt te
                    worden tot een eenmalig uitstel, omdat anders de afwikkeling van het
                    bezwaarschrift te grote vertraging oploopt. Wanneer de verzoeker om uitstel de
                    indiener van het bezwaarschrift is wordt deze geacht in te stemmen met het
                    uitstellen van de beslistermijn gedurende de periode die is gelegen tussen de
                    datum van de aanvankelijke hoorzitting en de datum van de nieuwe hoorzitting
                    (artikel 7:10, vierde lid en onder b, Awb). Verzoeker wordt daarvan schriftelijk
                    op de hoogte gebracht.</al><tussenkop>Artikel 16 Quorum</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al>In het tweede lid is de mogelijkheid opgenomen dat er gehoord wordt door de
                    voorzitter of een lid. Van belang is wel dat het advies door de commissie, dat
                    wil zeggen de voorzitter en tenminste twee leden, wordt uitgebracht (zie artikel
                    19).</al><tussenkop>Artikel 17 Niet-deelneming aan de behandeling</tussenkop><al>Wanneer het de voorzitter betreft wijst de commissie uit haar midden een
                    plaatsvervangend voorzitter aan.</al><tussenkop>Artikel 18 Openbaarheid zitting</tussenkop><al>Op grond van artikel 7:13, lid 4 van de wet besluit de commissie, voor zover
                    niet bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, of het horen in het openbaar
                    plaatsvindt. In deze verordening is bepaald dat de zittingen van de Algemene
                    kamer openbaar zijn, behoudens de in artikel 16, lid 2 en 3 genoemde gevallen.
                    In lid 4 is bepaald dat de zittingen van de Sociale en Algemene kamer besloten
                    zijn.</al><al>Hoorzittingen van de Algemene Kamer vinden in principe in het openbaar plaats.
                    Uitzondering op deze regel blijft mogelijk. Bijvoorbeeld indien bijzondere
                    persoonlijke omstandigheden van familiaire, medische of financiële aard of
                    andere omstandigheden met een vertrouwelijk karakter aan de orde komen. Zaken
                    waarover de Sociale kamer of de Personele kamer adviseert worden altijd achter
                    gesloten deuren behandeld in verband met het vertrouwelijke karakter van de
                    onderwerpen waarover deze kamers adviseren.</al><al>De openbaarheid dan wel beslotenheid van de hoorzitting dient te worden
                    onderscheiden van de beslotenheid van de beraadslaging door de commissie. Het
                    raadkameroverleg vindt altijd achter gesloten deuren plaats.</al><tussenkop>Artikel 19 Schriftelijke verslaglegging</tussenkop><al>Volgens artikel 7:7 Awb bevat het advies een verslag. Uit de memorie van
                    toelichting bij artikel 7:7 Awb volgt dat het verslag schriftelijk moet
                    zijn:</al><al>“Ten behoeve van de beslissing op het bezwaarschrift en ten behoeve van de
                    vorming van het dossier dat in een later stadium eventueel bij een
                    beroepsinstantie dient te worden overgelegd, is het noodzakelijk dat het
                    verhandelde op de hoorzitting schriftelijk wordt vastgelegd. Het zal van de
                    omstandigheden van het geval en van het bestuursorgaan afhangen in welke vorm
                    een verslag wordt gegoten en hoe uitgebreid het is. Zeer bepalend daarvoor is,
                    in hoeverre op de hoorzitting nieuwe feiten of omstandigheden naar voren komen,
                    die nog niet in de schriftelijke stukken aan de orde zijn geweest. Uit het
                    voorgaande vloeit voort dat de plicht tot verslaglegging op verschillende wijzen
                    vorm kan worden gegeven. Zo kan, in plaats van een afzonderlijk verslag, ook uit
                    de beslissing op het bezwaar blijken van hetgeen tijdens de hoorzitting is
                    verhandeld. Samengevat: niet zozeer is van belang, hoe hetgeen op een
                    hoorzitting naar voren is gekomen, wordt vastgelegd, als wel dàt het wordt
                    vastgelegd. In ieder geval moet op enige wijze een korte weergave van de kern
                    van hetgeen naar voren gebracht is, schriftelijk vastgelegd worden. Bij een
                    uitgebreide hoorzitting zal eerder een uitgebreid verslag in aanmerking kunnen
                    komen dan bij een informeel horen van een belanghebbende die volstaat met een
                    verwijzing naar zijn bezwaarschrift. Het gaat er immers om dat dit op enigerlei
                    wijze schriftelijk wordt vastgelegd.”</al><al>In plaats van een afzonderlijk verslag kan het advies dus ook een korte
                    (schriftelijke) weergave bevatten van de kern van hetgeen tijdens de zitting
                    naar voren gebracht is.</al><tussenkop>Artikel 20 Nader onderzoek</tussenkop><al>Een nader onderzoek kan feiten of omstandigheden aan het licht brengen die op
                    het moment van de zitting nog niet bekend waren. Dit kan aanleiding zijn om
                    belanghebbenden en het verwerend orgaan opnieuw te horen. De onderhavige
                    bepaling voorziet in enkele organisatorische regels.</al><al>Een zorgvuldige procedure houdt ook in dat het bestuursorgaan zich niet
                    rechtstreeks tot de adviescommissie kan wenden zonder dat andere belanghebbenden
                    in de gelegenheid worden gesteld om hun standpunt dienaangaande kenbaar te maken
                    (rechtsbeginsel hoor en wederhoor. Rb. Rotterdam, 10 november 1999, JB,
                    1999/311).</al><tussenkop>Artikel 21 Raadkamer en advies</tussenkop><al>De beraadslaging vindt achter gesloten deuren plaats.</al><al>Volgens het tweede lid, aanhef, wordt het advies gegeven door minimaal drie
                    personen, waaronder in ieder geval de voorzitter en de leden die bij de
                    hoorzitting aanwezig zijn geweest. Op grond van artikel 7:17, lid 3 kan de
                    commissie het horen opdragen aan alleen de voorzitter of alleen een lid. In het
                    geval het horen is opgedragen aan de voorzitter, adviseren minimaal twee leden
                    mee, die niet bij de zitting aanwezig waren. In het geval het horen is
                    opgedragen aan een lid, adviseren de voorzitter en minimaal één ander lid
                    mee.</al><al>Het tweede lid, onder b, is opgenomen voor die gevallen waarin de commissie
                    tijdens de besluitvorming uit een even aantal personen bestaat. Dit is nog niet
                    voorgekomen: het advies wordt standaard gegeven door drie personen: de
                    voorzitter en twee leden.</al><al>Een adviescommissie mag alleen adviseren: ze kan geen (gedelegeerde)
                    beslisbevoegdheid krijgen, (Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak
                    06-01-1997).</al><al>De adviescommissie is een adviseur in de zin van artikel 3:5 Awb. Het
                    bestuursorgaan is verplicht om te onderzoeken of het advies zorgvuldig tot stand
                    is gekomen (artikel 3:9 Awb).</al><tussenkop>Artikel 22 Uitbrengen advies en verdaging</tussenkop><al>Op grond van artikel 7:13, zesde lid Awb wordt het advies schriftelijk
                    uitgebracht en bevat het een verslag van het horen.</al><al>De beslistermijn bedraagt ingevolge artikel 7:10 van de Awb twaalf weken,
                    behoudens in het geval van opschorting of met gebruikmaking van de mogelijkheid
                    van verdaging. De onderhavige bepaling verlangt van de secretaris dat, indien
                    hij voorziet dat de termijn als hiervoor bedoeld niet wordt gehaald, hij tijdig
                    het bestuursorgaan verzoekt de beslissing op het bezwaar te verdagen.</al><tussenkop>Hoofdstukken V Jaarverslag, VI Protocol en VII Slotbepalingen</tussenkop><al>Spreken voor zich.</al><tussenkop>-.-.-.-.-.-.-.-.-</tussenkop></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>