<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR424954_1</dcterms:identifier><dcterms:title>KGO-beleid "KGO-balansmodel"</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haaksbergen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-06-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haaksbergen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Rond Haaksbergen, 13 oktober 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>KGO-beleid "KGO-balansmodel"</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0020449/2016-04-14">Wet ruimeltijke ordening</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="HTTP://DECENTRALE.REGELGEVING.OVERHEID.NL/CVDR/XHTMLOUTPUT/HISTORIE/OVERIJSSEL/37463/37463_13.HTML">Omgevingsverordening Overijssel</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-07-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-10-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>geen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      KGO-beleid "KGO-balansmodel"
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>KGO-beleid "KGO-balansmodel" </label>
            <nr/>
          </kop>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label/>
            <nr>Ruimtelijke</nr>
            <titel>Ontwikkeling</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>
              <vet>Definitieve
                                versie, mei ’16</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Aanleiding</vet>
            </al>
            <al>In de omgevingsvisie van de provincie Overijssel is de Kwaliteitsimpuls
                            Groene Omgeving (hierna: KGO) geïntroduceerd als nieuw
                            kwaliteitsinstrument. Alhoewel wij in Haaksbergen in voorkomende
                            gevallen al toepassing hebben gegeven aan dit nieuwe
                            kwaliteitsinstrument is er vanuit de gemeenteraad behoefte aan een
                            beleidskader waarmee richting wordt gegeven aan de wijze van invulling
                            van KGO zodat er een eenduidige beoordeling van aanvragen in het
                            buitengebied ontstaat. KGO is een paraplu waaronder meerdere
                            gemeentelijke regelingen vallen waaronder Rood voor Rood en VAB
                            (Vrijkomende Agrarische Bebouwing). In dit beleidsstuk gaat het om de
                            initiatieven die niet binnen bestaande regelingen passen, maar die wel
                            moeten worden afgewogen op basis van KGO. We noemen dit het
                            KGO-balansmodel. </al>
            <al/>
            <al>Deze notitie legt dit beleidskader vast en legt uit op welke wijze in
                            Haaksbergen getoetst wordt aan initiatieven in het buitengebied, die
                            invloed hebben op de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied van
                            Haaksbergen. </al>
            <al/>
            <al>In maart 2014 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie 2030 vastgesteld.
                            Deze structuurvisie is onze routekaart voor de komende jaren en bevat de
                            gemeentelijke ambities tot 2030. Dit beleidskader is een vertaling van
                            de missie en ambities uit deze structuurvisie. In de structuurvisie
                            hebben we in onze missie over het buitengebied het volgende gezegd: “We
                            willen de kwaliteit van het buitengebied met zijn hoge
                            cultuurhistorische waarden en de bijzondere natuurgebieden op peil
                            houden en zorgen dat dorp en landschap optimaal met elkaar worden
                            verbonden”. Dit is verder vertaald in negen ambities, een aantal van
                            deze ambities zijn nadrukkelijk van toepassing op het buitengebied,
                            namelijk:</al>
            <lijst>
              <li nr="-"><al>Stimuleren van een gezonde plattelandseconomie en op peil houden
                                    van de ecologische en cultuurhistorische kwaliteiten van het
                                    buitengebied</al></li>
              <li nr="-"><al>Benutten van de toeristische potentie en de samenhang tussen
                                    dorp en landschap</al></li>
            </lijst>
            <al/>
            <al>Het begrip ruimtelijke kwaliteit is een subjectief begrip dat moeilijk
                            objectief te maken is, er zijn meerdere definities van ruimtelijke
                            kwaliteit. In onze Structuurvisie 2030 hebben wij beschreven hoe wij als
                            gemeente willen omgaan met de ruimtelijke opgaven in de komende jaren
                            binnen onze gemeente. In onze missie en negental ambities hebben we
                            verwoord hoe we de kwaliteiten van Haaksbergen willen behouden en verder
                            gaan versterken. Hoe meer een initiatief bijdraagt aan de ambities uit
                            de structuurvisie, hoe groter de ruimtelijke kwaliteit is. </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Doel</vet>
            </al>
            <al>Met de vaststelling van een beleidskader voor KGO willen we het volgende
                            bereiken:</al>
            <al>
              <cursief>Elke ontwikkeling in het buitengebied moet</cursief>
              <cursief>
                                op een eenduidige wijze worden beoordeeld en</cursief>
              <cursief>
                                leiden tot een kwaliteitsverbetering</cursief>
              <cursief> op het
                                g</cursief>
              <cursief>ebied van ruimtelijke kwaliteit passend binnen
                                de Structuurvisie 2030.</cursief>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Omgevingsvisie Overijssel</vet>
            </al>
            <al>De basis van KGO ligt in de Omgevingsvisie Overijssel. KGO is een aanpak
                            die er toe moet leiden dat ontwikkelingen in het buitengebied samengaan
                            met een impuls in de ruimtelijke kwaliteit. In haar Omgevingsvisie
                            definieert de provincie Overijssel ruimtelijke kwaliteit als volgt:
                            “Datgene wat ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en
                            dier belangrijk is”. Deze algemene definitie is in de Omgevingsvisie
                            concreet gemaakt met een sturingsmodel dat ook toegepast moet worden op
                            ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied. Sturen op ruimtelijke
                            kwaliteit betekent beoordelen of een ontwikkeling past binnen beleid,
                            waar de ontwikkeling past en hoe het uitgevoerd kan worden op basis van
                            de Catalogus Gebiedskenmerken. Ontwikkelingsruimte wordt dus alleen
                            geboden als men ook voldoet aan voorwaarden om de ruimtelijke kwaliteit
                            te verbeteren. Daarbij onderscheiden we een basisinspanning en een
                            aanvullende inspanning. </al>
            <al/>
            <al>Een <onderstreept>basisinspanning</onderstreept> is van toepassing op de
                            goede ruimtelijke inpassing van het totale erf waar de ontwikkeling deel
                            van uitmaakt, bijvoorbeeld het bouwen van een stal passend binnen het
                            bestemmingsplan vraagt om een goede landschappelijke inpassing ter
                            plekke. Ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing wordt het
                            hele erf in ogenschouw genomen.</al>
            <al/>
            <al>Een <onderstreept>aanvullende
                                </onderstreept><onderstreept>inspanning</onderstreept> is van
                            toepassing op ontwikkelingen (nieuw of uitbreiding van bestaand). Bij
                            dergelijke ontwikkelingen wordt naast de inpassing van de ontwikkeling
                            zelf ook geïnvesteerd in de omgevingskwaliteit, ofwel een
                            gebiedsgerichte benadering. Dit is dan een tegenprestatie voor de
                            geboden ontwikkelingsruimte. Een ruimtelijke onderbouwing moet aantonen
                            of de ontwikkeling en de kwaliteitsinvestering in balans is met elkaar.
                            Gemeenten hebben de mogelijkheid om dit in een beleidskader te vervatten
                            waarmee beoordeeld kan worden of er een balans bereikt is. De
                            aanvullende inspanning is van toepassing bij het KGO-beleid.</al>
            <al/>
            <al>Uitgangspunten provinciaal beleid:</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Elke ontwikkeling dient bij te dragen aan een versterking van de
                                    ruimtelijke kwaliteit (zoals gedefinieerd in de Omgevingsvisie);
                                </al></li>
              <li nr="2."><al>Bij ontwikkelingen (nieuw of uitbreiding van bestaand) wordt
                                    naast een investering in de ontwikkeling zelf tegelijkertijd
                                    geïnvesteerd in de omgevingskwaliteit. </al></li>
              <li nr="3."><al>De ontwikkelingsruimte die men krijgt dient in balans te zijn
                                    met investeringen (prestaties) in de ruimtelijke kwaliteit.</al></li>
              <li nr="4."><al>De principes van ruimtelijke kwaliteit gelden voor elk
                                    planproces en dienen bij elk initiatief/ontwerp/opgave te worden
                                    toegepast.</al></li>
              <li nr="5."><al>De grondslag voor ruimtelijke kwaliteit en de
                                    ontwerpingrediënten die daarbij gehanteerd worden, worden
                                    ontleend aan de gebiedskenmerken zoals opgenomen in de Catalogus
                                    gebiedskenmerken van de provinciale omgevingsvisie.</al></li>
              <li nr="6."><al>Er is ruimte voor sociaal-economische ontwikkeling, als deze
                                    vanuit zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik verantwoord is, past
                                    in het ontwikkelingsperspectief ter plekke en volgens de
                                    gebiedskenmerkencatalogus wordt uitgevoerd.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
            <al>
              <vet>Gemeentelijk KGO-beleid</vet>
            </al>
            <al>
              <cursief>Verhouding met andere regelingen</cursief>
            </al>
            <al>De basis voor het gemeentelijk beleid ligt in de omgevingsvisie van de
                            provincie Overijssel. Wij hanteren de uitgangspunten die de provincie
                            heeft opgesteld. Bestaande gemeentelijke regelingen zoals Rood voor Rood
                            en VAB (Vrijkomende Agrarische Bebouwing) blijven in stand. Dit zijn
                            uitgewerkte kaders die onder paraplu van KGO vallen. Rood voor Rood gaat
                            over de mogelijkheid om woningen toe te staan als daarvoor
                            landschapsontsierende gebouwen zijn gesloopt en er sprake is van een
                            landschappelijke investering op sloop- en nieuwbouwlocaties. Hierdoor
                            wordt de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied versterkt door
                            enerzijds het verdwijnen van landschapsontsierende gebouwen en
                            anderzijds de inpassing van de slooplocaties alsmede de
                            nieuwbouwlocatie. VAB beperkt zich tot ontwikkelingen binnen voormalige
                            agrarische bebouwing en is een vorm van het herbenutten van de
                            economische restwaarde. Het beleid is erop gericht nieuwe economische
                            dragers in het landelijk gebied te realiseren. Er worden mogelijkheden
                            geboden om bestaande gebouwen te hergebruiken voor andere activiteiten
                            dan de landbouw.</al>
            <al/>
            <al>
              <cursief>Toetsing aan het bestemmingsplan</cursief>
            </al>
            <al>Om initiatieven in goede banen te leiden maken we een onderscheid. Ten
                            eerste zijn er initiatieven die bij recht passen binnen het
                            bestemmingsplan Buitengebied. Deze initiatieven worden getoetst aan het
                            bestemmingsplan en elke ontwikkeling passend binnen het bestemmingsplan
                            is toegestaan. </al>
            <al/>
            <al>
              <cursief>(voor afbeelding; zie bijlage 1)</cursief>
            </al>
            <al/>
            <al>KGO-beleid richt zich op ontwikkelingen die maatwerk vragen en binnen
                            het huidige bestemmingsplan en reeds bestaande beleidskaders niet kunnen
                            worden opgelost. Wij willen door vaststelling van KGO-beleid ruimte
                            bieden aan diverse ontwikkelingen die de vitaliteit van het buitengebied
                            versterken. Dit kan enerzijds worden bereikt door investeringen naar
                            aanleiding van de aanvullende inspanning te doen in onderdelen waardoor
                            de beleefbaarheid van het buitengebied wordt vergroot. Een voorbeeld
                            hiervan is dat wordt geïnvesteerd in wandel- en fietspaden of in
                            onderhoud aan bos en natuur. Maar het kan ook zijn dat
                            landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied wordt gesloopt.
                            Anderzijds kan de vitaliteit worden vergroot door andersoortige
                            ontwikkelingen (anders dan agrarisch) wel toe te staan met behulp van
                            het KGO-balansmodel als blijkt dat dit een extra economische impuls
                            geeft aan het buitengebied. Deze ontwikkelingen moeten voldoen aan een
                            aantal randvoorwaarden: </al>
            <lijst>
              <li nr="-"><al>naar aard en omvang passend op de locatie </al></li>
              <li nr="-"><al>passend binnen het provinciaal- en rijksbeleid (zoals zuinig en
                                    zorgvuldig ruimtegebruik)</al></li>
              <li nr="-"><al>passend bij de gebiedskenmerken</al></li>
              <li nr="-"><al>bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. </al></li>
            </lijst>
            <al/>
            <al>Het beleidskader geeft handvaten op welke aspecten we toetsen.</al>
            <al/>
            <al>
              <onderstreept>Naar aard en omvang passend</onderstreept> nader
                            uitgelegd.</al>
            <al>Aard: gaat het om een gebiedsvreemde of een gebiedseigen functie?
                            Gebiedsvreemde functies in het buitengebied kunnen niet op een nieuwe
                            locatie ontwikkeld worden. Een gebiedsvreemde functie op een bestaande
                            locatie is wel passend, het bestemmingsplan laat immers deze functie op
                            deze plek al toe.</al>
            <al/>
            <al>Omvang: de verhouding tussen de grootte van de ontwikkeling ten opzichte
                            van de specifieke locatie. De catalogus gebiedskenmerken en het
                            Landschapsontwikkelingsplan zijn de basis om te beoordelen of de
                            ontwikkeling geen afbreuk doet aan de aanwezige kwaliteiten. Daarnaast
                            kijken we ook naar milieu- en verkeersaspecten.</al>
            <al/>
            <al>
              <cursief>Proces aanvraag</cursief>
            </al>
            <al>Het is dus duidelijk voor een initiatiefnemer waaraan een ontwikkeling
                            in het buitengebied moet voldoen indien het niet passend is binnen het
                            bestemmingsplan. Om het proces te verhelderen is er een schema opgesteld
                            “van aanvraag tot antwoord” welke als bijlage is toegevoegd. Nadat de
                            aanvraag is ingediend wordt deze besproken in het atelier RO van de
                            afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling. Nadat daar is geconcludeerd dat de
                            ontwikkeling wenselijk is en mogelijke medewerking kan worden verleend
                            binnen het KGO-balansmodel moet bepaald worden welke
                            kwaliteitsinvestering daar tegenover moet staan. Er moet een balans
                            ontstaan tussen de geboden ontwikkelingsruimte en de
                            kwaliteitsinvestering (extra inspanning).</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>
                <cursief>Op zoek naar balans</cursief>
              </vet>
            </al>
            <al>Hoe gaan we de kwaliteitsinvestering waarderen ten opzichte van de
                            ontwikkelingsruimte? Ofwel, hoe ziet het KGO-balansmodel eruit. Hiervoor
                            is binnen de gemeente Haaksbergen een model ontwikkelt. Dit model
                            lichten we nu nader toe.</al>
            <al>Allereerst worden een aantal zaken omtrent de huidige situatie
                            gevraagd.</al>
            <al/>
            <al/>
            <al>
              <cursief>(voor afbeelding; zie bijlage 2)</cursief>
            </al>
            <al>
              <cursief>Toelichting</cursief>
            </al>
            <al>Dit zijn zaken die eenvoudig kunnen worden ingevuld. De
                            milieucategorieën zijn wettelijk vastgesteld. We hanteren het
                            uitgangspunt dat elke functie die op een legale wijze in een gebied is
                            opgenomen gebiedsgebonden of gebiedsgerelateerd is. </al>
            <al/>
            <al/>
            <al>
              <cursief>(voor afbeelding; zie bijlage 3)</cursief>
            </al>
            <al>
              <cursief>Toelichting</cursief>
            </al>
            <al>In dit onderdeel wordt de door de aanvrager gewenste situatie geschetst.
                            Hieruit wordt ook de nieuwe situatie duidelijk ten aanzien van
                            milieucategorie en bebouwingspercentage. Beide zijn niet voor andere
                            interpretatie vatbaar. Hoe hoger de milieucategorie, hoe hoger
                            investeringsbijdrage. </al>
            <al>Categorie 3.2 is de maximale milieucategorie in het buitengebied omdat
                            bedrijven die in een hogere milieucategorie vallen wat betreft hun aard
                            alleen thuishoren op een bedrijventerrein.</al>
            <al/>
            <al>Minder feitelijk is de relatie van de gewenste functie met het landelijk
                            gebied en de gebiedseigen uitstraling van de bebouwing. Deze laatste
                            twee keuzes worden ingevuld door het atelier RO.</al>
            <al/>
            <al> We lichten de wegingsfactoren kort toe:</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>
                  <cursief>Gebiedseigen</cursief>
                  <cursief>,
                                        gerelateerd</cursief>
                  <cursief> of gebiedsvreemd</cursief>:
                                    een <cursief>gebiedseigen</cursief> functie past in het
                                    ontwikkelingsperspectief van een gebied, bijvoorbeeld een
                                    grondgebonden agrarisch bedrijfsgebouw. Gebiedseigen functies,
                                    zijn functies die in de Structuurvisie zijn benoemd als passende
                                    functies in het buitengebied.</al><al/><al>
                  <cursief>Gerelateerde </cursief>functies zijn functies die naast
                                    een bestaande, gebiedseigen, functie bestaan. Ze vormen een
                                    aanvulling op het geheel, bijvoorbeeld de kinderopvang naast de
                                    agrarische functie. Zelfstandig horen deze functies niet in het
                                    buitengebied thuis, maar ze kunnen wel een nevenfunctie
                                    vervullen naast een bestaande hoofdfunctie. </al><al/><al>Bij een <cursief>gebiedsvreemde</cursief> functie is er eerder
                                    sprake van gebruikseffecten die een negatieve invloed kunnen
                                    hebben op de omgeving. Er is dan geen sprake van gebondenheid
                                    met het buitengebied. Een nieuwe ontwikkeling die gebiedsvreemd
                                    is en in dat kader ook nieuwe bebouwing vraagt, zal altijd
                                    negatief worden beoordeeld. Twee uitzonderingen zijn mogelijk.
                                    De eerste is uitbreiding van een bestaande ontwikkeling die op
                                    zichzelf niet past binnen het gebied maar waar vanuit de
                                    historie een ontwikkeling is gegroeid. Dit soort uitbreidingen
                                    vragen wel een hogere kwaliteitsinvestering. De tweede
                                    uitzondering zijn de ontwikkelingen die voldoen aan het
                                    VAB-beleid. Deze worden getoetst aan het VAB-beleid en mits ze
                                    daarin passen zullen deze ook niet voor het KGO-balansmodel in
                                    aanmerking komen. Niet passend binnen het VAB-beleid betekent
                                    dat een dergelijke ontwikkeling op basis van dit criterium
                                    ongewenst is. </al><al/></li>
            </lijst>
            <lijst>
              <li nr="2."><al>De gebiedseigen uitstraling van de extra bebouwing kan worden
                                        <cursief>versterkt, passend zijn </cursief>of
                                        <cursief>afwijkend </cursief>zijn van hetgeen er al staat.
                                    Uitgangspunt is bij een uitbreiding van een bestaande
                                    ontwikkeling dat er een relatie wat betreft bebouwing ontstaat
                                    met hetgeen er al staat. Als een bebouwing “meegaat” in het
                                    landschap kan het versterkend zijn. In eerste aanleg doet het
                                    atelier RO een voorstel voor een categorie, daarna wordt dit
                                    voorstel doorgeleid naar de Welstand (’t Oversticht) die ook
                                    gemotiveerd aangeeft waarom de te realiseren bebouwing als
                                    versterkend, passend of afwijkend beoordeeld moet worden.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
            <al/>
            <al>
              <cursief>(voor afbeelding; zie bijlage 4)</cursief>
            </al>
            <al>
              <cursief>Toelichting </cursief>
            </al>
            <al>Op basis van bovenstaande criteria is een rekenmodel ontwikkeld. De
                            hoogte van de investering hangt dus af van:</al>
            <lijst>
              <li nr="-"><al>toename van m2 bebouwing</al></li>
              <li nr="-"><al>wijziging in milieucategorie</al></li>
              <li nr="-"><al>relatie met het landelijk gebied</al></li>
              <li nr="-"><al>uitstraling van de bebouwing</al></li>
            </lijst>
            <al/>
            <al/>
            <al>
              <cursief>(voor afbeelding; zie bijlage 5)</cursief>
            </al>
            <al>
              <cursief>Toelichting</cursief>
            </al>
            <al>We onderscheiden twee mogelijke investeringen die kunnen leiden tot een
                            afname van de investering. De eerste is een grotere investering,
                            namelijk in een maatschappelijke <cursief>ontwikkeling</cursief>.
                            Bijvoorbeeld de ontwikkeling van een Schaapskooi. Dit zijn unieke
                            ontwikkelingen die slechts zeer beperkt voorkomen in het buitengebied
                            maar wel van grote maatschappelijke waarde zijn. De tweede is een
                            investering in het maatschappelijk <cursief>belang. </cursief>Om dit
                            punt te kunnen beoordelen hanteren we de volgende uitgangspunten:</al>
            <lijst>
              <li nr="-"><al>voldoet aan één of meerdere ambities uit de Structuurvisie</al></li>
              <li nr="-"><al>dient een groter belang dan het belang van de aanvrager zelf
                                    (bijvoorbeeld het inbrengen van gronden om een fietspad mede te
                                    realiseren, omzetten van agrarische grond naar natuur)</al></li>
            </lijst>
            <al/>
            <al>Uiteindelijk wordt binnen het atelier RO, met inbegrip van adviezen van
                            derden zoals het Oversticht, bepaald óf een ontwikkeling wenselijk is en
                            zo ja, welke investering daarbij passend is. </al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Tot slot</vet>
            </al>
            <al>Dit beleid heeft als doel om ontwikkelingen in het buitengebied die niet
                            passen binnen het bestemmingsplan maar die wel wenselijk geacht worden
                            altijd te koppelen aan een kwaliteitsverbetering in de (nabije) omgeving
                            van de ontwikkeling. Er is hier een kader gesteld om een objectieve
                            beoordeling van dergelijke initiatieven te borgen. Ieder verzoek zal
                            apart worden beoordeeld zoals in het bijgevoegde processchema is
                            opgenomen. Door de verzoeken te behandelen in het atelier RO voorkomen
                            we willekeur en is er sprake van een heldere, transparante en eenduidige
                            beoordeling van dergelijke verzoeken.</al>
            <al>Tot slot zullen gemaakte afspraken worden vastgelegd in een overeenkomst
                            tussen gemeente en initiatiefnemer wat een voorwaarde is voor het
                            starten van een bestemmingsplanprocedure</al>
            <al>
              <cursief>(</cursief>
              <cursief>voor bijgevoegde bijlage bij het
                                KGO-beleid; zie bijlage 6: "Bijlage 1 KGO-beleid: van Aanvraag tot
                                Antwoord")</cursief>
            </al>
            <al/>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <bijlage>
        
        <al>
          <extref doc="http://www.haaksbergen.nl/Docs/Verordeningen/1.35-KGO-beleid-bijlage1.pdf" struct="INTERNET">Bijlage 1</extref>
        </al>
        <al>
          <extref doc="http://www.haaksbergen.nl/Docs/Verordeningen/1.35-KGO-beleid-bijlage2.pdf" struct="INTERNET">Bijlage 2</extref>
        </al>
        <al>
          <extref doc="http://www.haaksbergen.nl/Docs/Verordeningen/1.35-KGO-beleid-bijlage3.pdf" struct="INTERNET">Bijlage 3</extref>
        </al>
        <al>
          <extref doc="http://www.haaksbergen.nl/Docs/Verordeningen/1.35-KGO-beleid-bijlage4.pdf" struct="INTERNET">Bijlage 4</extref>
        </al>
        <al>
          <extref doc="http://www.haaksbergen.nl/Docs/Verordeningen/1.35-KGO-beleid-bijlage5.pdf" struct="INTERNET">Bijlage 5</extref>
        </al>
        <al>
          <extref doc="http://www.haaksbergen.nl/Docs/Verordeningen/1.35-KGO-beleid-bijlage6.pdf" struct="INTERNET">Bijlage 6: "Bijlage 1 KGO-beleid: van Aanvraag tot
                        Antwoord)</extref>
        </al>
      </bijlage>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>