<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR42462_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Monumentenverordening gemeente Tilburg</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2010, 51</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Monumentenverordening gemeente Tilburg</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Monumentenwet 1988</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet ruimtelijke ordening</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-09-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 1, 10 t/m 14 en 22 en 23</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010/139</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Gemeentelijke monumentenlijst</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Monumentenverordening gemeente Tilburg</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Tilburg;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders;</al><al>Besluit:</al><al>de navolgende verordening vast te stellen:</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr></kop><al><vet>Begripsbepalingen. </vet></al><al>Deze verordening verstaat onder: </al><lijst><li nr="a."><al>monument: </al><lijst><li nr="1"><al>zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid,
                                            betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische
                                            waarde; </al></li><li nr="2"><al>terrein dat van algemeen belang is wegens een daar
                                            aanwezige zaak als bedoeld onder 1; </al></li></lijst></li><li nr="b."><al>gemeentelijk archeologisch monument: monument, bedoeld in
                                    onderdeel a, onder 2; </al></li><li nr="c."><al>beschermd gemeentelijk monument: onroerende monumenten, dat
                                    overeenkomstig de bepalingen van deze verordening als beschermd
                                    gemeentelijke monument is aangewezen; </al></li><li nr="d."><al>gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn vermeld de
                                    overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk
                                    monument aangewezen zaken; </al></li><li nr="e."><al>beschermd rijksmonument: onroerend monument, dat is ingeschreven
                                    in de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers;
                                </al></li><li nr="f."><al>kerkelijk monument: onroerend monument, dat eigendom is van een
                                    kerkgenootschap, kerkelijke gemeente of parochie of van een
                                    kerkelijke instelling en dat uitsluitend of voor een overwegend
                                    deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst; </al></li><li nr="g."><al>monumentencommissie: de door de raad ingestelde commissie of
                                    aangewezen instantie, met als taak burgemeester en wethouders op
                                    verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing
                                    van de Monumentenwet 1988, deze verordening en het
                                    monumentenbeleid; </al></li><li nr="h."><al>bouwhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd
                                    onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische
                                    kwaliteit van een monument; </al></li><li nr="i."><al>stads- en dorpsgezichten: groepen van onroerende zaken,
                                    hieronder begrepen straten, wegen, pleinen, sloten en andere
                                    wateren, bruggen en bomen, die van algemeen belang zijn wegens
                                    hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele
                                    samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische
                                    waarde en in welke groepen zich een of meer monumenten bevinden;
                                </al></li><li nr="j."><al>beschermde gemeentelijke stads- en dorpsgezichten: stads- en
                                    dorpsgezichten die zijn vermeld op de gemeentelijke lijst van
                                    stads- en dorpsgezichten. </al></li><li nr="k."><al>beeldbepalend pand: object aangewezen door de gemeenteraad als
                                    onderdeel van een beschermd stadsgezicht op basis van de
                                    Monumentenverordening Tilburg of object dat in een
                                    bestemmingsplan is aangeduid als beeldbepalend,
                                    beeldondersteunend of cultuurhistorisch waardevol.</al></li><li nr="l."><al>slopen: geheel of gedeeltelijk afbreken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr></kop><al><vet>Het gebruik van het monument. </vet></al><al>Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het
                            gebruik van het monument. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Beschermde gemeentelijke monumenten.</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>De aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument en de
                                registratie op de gemeentelijke monumentenlijst.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr></kop><al><vet>De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument. </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op verzoek
                                        van belanghebbenden, een onroerend monument aanwijzen als
                                        beschermd gemeentelijk monument. </al></li><li nr="2."><al>Voordat burgemeester en wethouders over de aanwijzing een
                                        besluit nemen, vragen zij advies aan de monumentencommissie.
                                        In spoedeisende gevallen kan het vragen van advies
                                        achterwege blijven. </al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de
                                        aanwijzing van een onroerend monument als beschermd
                                        gemeentelijk monument bepalen dat bouwhistorisch onderzoek
                                        wordt verricht. </al></li><li nr="4."><al>Voordat burgemeester en wethouders een kerkelijk monument
                                        aanwijzen, voeren zij overleg met de eigenaar. </al></li><li nr="5."><al>De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen
                                        op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat is
                                        aangewezen op grond van een monumentenverordening van de
                                        provincie Noord-Brabant. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr></kop><al><vet>Termijn advies en aanwijzingsbesluit. </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht
                                        weken na ontvangst van het verzoek van burgemeester en
                                        wethouders. </al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen twaalf weken na
                                        ontvangst van het advies van de monumentencommissie, maar in
                                        ieder geval binnen 20 weken na de adviesaanvraag. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr></kop><al><vet>Mededeling. </vet></al><al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt
                                medegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de
                                kadastrale legger bekend staan en aan de ingeschreven hypothecaire
                                schuldeisers. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr></kop><al><vet>Voorbescherming. </vet></al><al>Met ingang van de datum waarop de mededeling, bedoeld in artikel 5,
                                heeft plaatsgevonden tot het moment dat inschrijving in het
                                register, bedoeld in artikel 7, plaatsvindt, dan wel vaststaat dat
                                het monument niet wordt ingeschreven in het register, zijn de
                                artikelen 10 tot en met 14 van overeenkomstige toepassing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr></kop><al><vet>Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst. </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders registreren het beschermde
                                        gemeentelijke monument op de gemeentelijke monumentenlijst.
                                    </al></li><li nr="2."><al>De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke
                                        aanduiding, de datum van de aanwijzing, de kadastrale
                                        aanduiding, de tenaamstelling en een beschrijving van het
                                        beschermde gemeentelijke monument. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr></kop><al><vet>Wijzigen van de aanwijzing. </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de aanwijzing ambtshalve
                                        of op verzoek van een belanghebbende wijzigen. </al></li><li nr="2."><al>Artikel 3, tweede, derde en vierde lid, alsmede artikel 4,
                                        eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op
                                        de wijziging. </al></li><li nr="3."><al>Indien de wijziging naar het oordeel van burgemeester en
                                        wethouders van ondergeschikte betekenis is, blijft
                                        overeenkomstige toepassing van artikel 3, tweede, derde en
                                        vierde lid, alsmede artikel 4, eerste lid, achterwege. </al></li><li nr="4."><al>De inhoud en datum van de wijziging worden op de
                                        gemeentelijke monumentenlijst aangetekend. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr></kop><al><vet>Intrekken van de aanwijzing. </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de aanwijzing intrekken.
                                    </al></li><li nr="2."><al>Artikel 3, tweede lid, en artikel 4, eerste en tweede lid,
                                        zijn van overeenkomstige toepassing op de intrekking. </al></li><li nr="3."><al>De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien
                                        toepassing wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet
                                        1988. </al></li><li nr="4."><al>De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst
                                        aangetekend. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Vergunningen tot wijziging of afbraak van beschermde
                                gemeentelijke monumenten.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr></kop><al><vet>Verbodsbepaling.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een gemeentelijk monument als bedoeld in
                                        artikel 1, onder a, sub 1 te beschadigen of te vernielen.
                                    </al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college: </al><lijst><li nr="a."><al>een gemeentelijk monument als bedoeld in artikel 1,
                                                onder a, sub 1 af te breken, te verstoren, te
                                                verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen. </al></li><li nr="b."><al>een gemeentelijk monument als bedoeld in artikel 1,
                                                onder a, sub 1te herstellen, te gebruiken of te
                                                laten gebruiken op een wijze, waardoor het wordt
                                                ontsierd of in gevaar gebracht. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het verbod of de vergunningplicht als bedoeld in het tweede
                                        lid, geldt niet indien het college nadere regels stelt met
                                        betrekking tot de wijze waarop de werkzaamheden dienen te
                                        worden uitgevoerd.</al></li><li nr="4."><al>Het college verleent met betrekking tot een monument met
                                        religieuze bestemming geen vergunning als bedoeld in het
                                        tweede lid dan in overeenstemming met de eigenaar indien en
                                        voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke
                                        belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het
                                        geding zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr></kop><al><vet>De schriftelijke aanvraag. </vet></al><al>De aanvraag als bedoeld in artikel 4.2. Besluit omgevingsrecht voor
                                een vergunning als bedoeld in artikel 10 en de daarbij te overleggen
                                gegevens worden in drievoud ingediend. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr></kop><al><vet>Termijnen advies.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college zendt onmiddellijk een afschrift van de
                                        ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een gemeentelijk
                                        monument aan de monumentencommissie voor advies.</al></li><li nr="2."><al>Binnen vier weken na de datum van verzending van het
                                        afschrift brengt de monumentencommissie schriftelijk advies
                                        uit aan het college.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr></kop><al><vet>Weigeringsgronden. </vet></al><al>De vergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de
                                monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing houdt
                                het college rekening met het gebruik van het monument.</al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen de in het derde lid
                                        genoemde termijn van 16 weken met ten hoogste 10 weken
                                        verlengen, mits zij de aanvrager daarvan kennis geven binnen
                                        de in het derde lid genoemde termijn van 16 weken. </al></li><li nr="2."><al>Een vergunning ingevolge deze verordening blijft buiten
                                        werking gedurende zes weken na de datum waarop zij is
                                        verleend of van rechtswege is verleend. Indien gedurende
                                        deze termijn bezwaar wordt gemaakt op grond van de Algemene
                                        wet bestuursrecht, blijft de vergunning buiten werking
                                        totdat op het bezwaar is beslist. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr></kop><al><vet>Intrekken van de vergunning. </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vergunning kan door burgemeester en wethouders worden
                                        ingetrokken indien: </al><lijst><li nr="a."><al>blijkt dat de vergunning ten gevolge van een
                                                onjuiste of onvolledige opgave is verleend; </al></li><li nr="b."><al>blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften,
                                                bedoeld in artikel 10, tweede lid, niet naleeft;
                                            </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich
                                        zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument
                                        zwaarder dient te wegen. </al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Beschermde rijksmonumenten.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr></kop><al><vet>Vergunning voor beschermde rijksmonumenten. </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders zenden onmiddellijk een afschrift van
                                    de aanvraag om vergunning voor een beschermd rijksmonument met
                                    de naar voren gebrachte zienswijzen aan de monumentencommissie
                                    na afloop van de termijn van 14 dagen, bedoeld in artikel 12,
                                    lid 2, van de Monumentenwet 1988. </al></li><li nr="2."><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag
                                    binnen acht weken na de datum van verzending van het afschrift.
                                </al></li><li nr="3."><al>Bij overschrijding van de in lid 2 genoemde termijn wordt de
                                    monumentencommissie geacht geadviseerd te hebben. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Schadevergoeding.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr></kop><al><vet>Schadevergoeding. </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien en voorzover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge
                                    van: </al><lijst><li nr="a."><al>de weigering van burgemeester en wethouders een
                                            vergunning tot wijziging, afbraak of verwijdering van
                                            een gemeentelijk monument te verlenen; </al></li><li nr="b."><al>voorschriften door burgemeester en wethouders verbonden
                                            aan een vergunning tot wijziging, afbraak of
                                            verwijdering van een gemeentelijk monument schade lijdt
                                            of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel
                                            te zijnen lasten behoort te blijven, kent de
                                            gemeenteraad hem op zijn verzoek een naar billijkheid te
                                            bepalen schadevergoeding toe. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor de behandeling van de verzoeken zijn de bepalingen van de
                                    procedureregeling voor de toepassing van afdeling 6.1 van de Wet
                                    ruimtelijke ordening van overeenkomstige toepassing. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Gemeentelijk beschermde stads- of dorpsgezichten.</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>De aanwijzing als beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht
                                en de registratie op de gemeentelijke monumentenlijst.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr></kop><al><vet>De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk stads- of
                                    dorpsgezicht. </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De gemeenteraad kan een stads- of dorpsgezicht aanwijzen als
                                        beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht. </al></li><li nr="2."><al>Voordat de gemeenteraad over de aanwijzing een besluit
                                        nemen, vragen zij advies aan de monumentencommissie. In
                                        spoedeisende gevallen kan het vragen van dit advies
                                        achterwege blijven. </al></li><li nr="3."><al>De aanwijzing kan geen stads- of dorpsgezicht betreffen dat
                                        is aangewezen op grond van artikel 35 van de Monumentenwet
                                        1988. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr></kop><al><vet>Termijn advies en aanwijzingsbesluit. </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen 8 weken
                                        na ontvangst van het verzoek van burgemeester en wethouders.
                                    </al></li><li nr="2."><al>De gemeenteraad beslist binnen 16 weken na ontvangst van het
                                        advies van de monumentencommissie, maar in ieder geval
                                        binnen 20 weken na de adviesaanvraag. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr></kop><al><vet>Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst. </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders registreren het gemeentelijke
                                        stads- of dorpsgezicht op de gemeentelijke monumentenlijst.
                                    </al></li><li nr="2."><al>De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke
                                        aanduiding, de datum van aanwijzing, de gebiedsaanwijzing
                                        van het beschermde stads- of dorpsgezicht en een
                                        beschrijving van de daarin vervatte cultuurhistorische
                                        waarden. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr></kop><al>De artikelen 8 en 9 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien
                                verstande dat aan artikel 9, derde lid, nog wordt toegevoegd artikel
                                35 van de Monumentenwet 1988. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr></kop><al><vet>Bestemmingsplan. </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De gemeenteraad stelt, ter bescherming van een beschermd
                                        stads- of dorpsgezicht een bestemmingsplan vast als bedoeld
                                        in de Wet ruimtelijke ordening. </al></li><li nr="2."><al>Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- of
                                        dorpsgezicht wordt door burgemeester en wethouders bepaald
                                        in hoeverre geldende bestemmingsplannen als beschermend plan
                                        in de zin van het eerste lid kunnen worden aangemerkt. </al></li><li nr="3."><al>Alvorens burgemeester en wethouders de gemeenteraad ter zake
                                        een voorstel doen, wordt de monumentencommissie gehoord.
                                    </al></li><li nr="4."><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen 8 weken
                                        na ontvangst van het verzoek van burgemeester en wethouders.
                                    </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Vergunningen tot wijziging of afbraak binnen een beschermd stads-
                                of dorpsgezicht.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr></kop><al><vet>Verbodsbepalingen. </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een door het
                                        college verleende vergunning beeldbepalende panden die
                                        gelegen zijn in een beschermd stads- of dorpsgezicht te
                                        slopen.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod of de vergunningsplicht als bedoeld in het eerste
                                        lid geldt niet indien het slopen noodzakelijk is voor het
                                        uitvoeren van vergunningvrije bouwwerkzaamheden.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod of de vergunningsplicht als bedoeld in het eerste
                                        lid geldt niet indien het college nadere eisen stelt met
                                        betrekking tot de wijze waarop de werkzaamheden dienen te
                                        worden uitgevoerd.</al></li><li nr="4."><al>De vergunning kan slechts worden verleend indien het belang
                                        van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr></kop><al><vet>Vergunningverlening. </vet></al><al>Voor het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid
                                van artikel 22 zijn de artikelen 11 tot en met 14 van
                                overeenkomstige toepassing. </al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Slot- en overgangsbepalingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr></kop><al><vet>Strafbepaling. </vet></al><al>Hij, die handelt in strijd met artikel 10 van deze verordening, wordt
                            gestraft met een geldboete van de tweede categorie. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr></kop><al><vet>Opsporingsbevoegdheid. </vet></al><al>De opsporing van de in artikel 24 strafbaar gestelde feiten is, naast de
                            in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde
                            opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door burgemeester en
                            wethouders met de zorg voor de naleving van deze verordening zijn
                            belast, ieder voor zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn
                            vermeld. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr></kop><al><vet>Binnentreden. </vet></al><al>Zo dikwijls de zorg voor de naleving van deze verordening dit vereist,
                            wordt hierbij de last verstrekt al dan niet besloten ruimten en
                            plaatsen, met uitzondering van woningen, desnoods tegen de wil van de
                            rechthebbende, bewoner of gebruiker te betreden, aan hen die en voor
                            zover zij door het bevoegd gezag belast zijn met het toezicht op de
                            naleving van deze verordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr></kop><al><vet>Inwerkingtreding. </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die
                                    waarop zij is bekendgemaakt, voorzover zij betrekking heeft op
                                    gemeentelijke monumenten en gemeentelijk beschermde
                                    stadsgezichten. </al></li><li nr="2."><al>Op die dag vervallen, voor zover het gemeentelijke monumenten
                                    betreft: </al></li><li nr="·"><al>de 'gemeentelijke monumentenverordening' zoals die door de raad
                                    van de gemeente Tilburg is vastgesteld bij besluit van 1
                                    december 1980 en laatstelijk is gewijzigd bij besluit van 10
                                    juni 1991; </al></li><li nr="·"><al>de 'Monumentenverordening 1996' zoals die door de raad van de
                                    gemeente Berkel-Enschot is vastgesteld bij besluit van 29 april
                                    1996; </al></li><li nr="·"><al>de 'Monumentenverordening 1995' zoals die door de raad van de
                                    gemeente Udenhout is vastgesteld bij besluit van 31 augustus
                                    1995. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr></kop><al><vet>Overgangsregeling. </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Beschermde gemeentelijke monumenten en gemeentelijk beschermde
                                    stads en dorpsgezichten welke als zodanig zijn aangewezen op
                                    grond van de in artikel 27, lid 2 genoemde verordeningen worden
                                    geacht te zijn aangewezen overeenkomstig de bepalingen van deze
                                    verordening. </al></li><li nr="2."><al>Beschermde gemeentelijke monumenten en gemeentelijk beschermde
                                    stads- en dorpsgezichten welke zijn geregistreerd op de
                                    gemeentelijke monumentenlijsten als bedoeld in artikel 27, lid 2
                                    genoemde verordeningen worden geacht geregistreerd te zijn
                                    overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. </al></li><li nr="3."><al>De gemeentelijke monumentenlijsten en de gemeentelijke lijsten
                                    van stads- en dorpsgezichten als bedoeld in de artikel 27, lid 2
                                    genoemde verordeningen vormen tezamen de gemeentelijke
                                    monumentenlijst als bedoeld in deze verordening. </al></li><li nr="4."><al>Vergunningen, vrijstellingen en ontheffingen - hoe ook genaamd -
                                    verleend krachtens de in artikel 27, lid 2 genoemde
                                    verordeningen blijven, indien en voorzover de voorschriften
                                    waarop zij betrekking hebben ook zijn vervat in deze verordening
                                    en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken, van
                                    kracht tot de tijd waarvoor zij werden verleend is verstreken of
                                    totdat zij worden ingetrokken. </al></li><li nr="5."><al>Voorschriften en beperkingen - hoe ook genaamd - gegeven danwel
                                    opgelegd krachtens de in artikel 27, lid 2 genoemde
                                    verordeningen blijven van kracht, indien en voor zover de
                                    bepalingen ingevolge welke zij zijn gegeven dan wel opgelegd ook
                                    zijn vervat in deze verordening en voor zover zij niet zijn
                                    vervallen of ingetrokken. </al></li><li nr="6."><al>Een advies gegeven door een monumentencommissie als bedoeld in
                                    de in artikel 27, lid 2 genoemde verordeningen geldt als een
                                    door de monumentencommissie gegeven advies als bedoeld in deze
                                    verordening. </al></li><li nr="7."><al>Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                    verordening een aanvraag om vergunning op grond van de in
                                    artikel 27, lid 2 genoemde verordeningen is ingediend en vóór
                                    het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet
                                    op die aanvraag is beslist, worden daarop de bepalingen van deze
                                    verordening toegepast. </al></li><li nr="8."><al>Het bepaalde in het vorige lid is van overeenkomstige toepassing
                                    op een verzoek om schadevergoeding als bedoeld in de in artikel
                                    27, lid 2 genoemde verordeningen. </al></li><li nr="9."><al>Op een voornemen tot plaatsing van een monument op de
                                    gemeentelijke monumentenlijst als bedoeld in de in artikel 27,
                                    lid 2 genoemde 'gemeentelijke monumentenverordening van de
                                    gemeente Tilburg' en waarvan kennis gegeven vóór de datum van
                                    inwerkingtreding van deze verordening, blijft het bepaalde in
                                    artikel 7, lid 1 tot en met 5 van de eerstgenoemde verordening
                                    van toepassing. </al></li><li nr="10."><al>Op een aanhangig beroep- of bezwaarschrift betreffende een
                                    plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst, een vergunning,
                                    vrijstelling, of ontheffing als bedoeld in het vierde lid, dat
                                    voor of na het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                    verordening is ingekomen binnen de voordien geldende bezwaar- of
                                    beroepstermijn, wordt beslist met toepassing van de
                                    desbetreffende, in artikel 27, lid 2 bedoelde verordeningen.
                                </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel/></kop><al><vet>Citeertitel. </vet></al><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Monumentenverordening
                            gemeente Tilburg".</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 28 april 1997</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de secretaris,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>