<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR424396_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de raadscommissies van de gemeente Bernheze 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bernheze</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-11-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bernheze</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">gemeenteblad </dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de raadscommissies van de gemeente Bernheze 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=82 lid 1">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-11-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-11-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2026-04-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>845861/845868</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de raadscommissies van de gemeente Bernheze 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Bernheze besluit, op basis van het bijbehorende
                        voorstel van de griffier en de voorzitter van de raad van 21 september
                        2016;</al><al>gelet op artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet;</al><al>vast te stellen de: </al><al><vet>Verordening op de raadscommissies van de gemeente Bernheze
                        2016</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens
                                    plaatsvervanger;</al></li><li nr="b."><al>commissielid: lid van een raadscommissie of diens
                                    plaatsvervanger;</al></li><li nr="c."><al>commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens
                                    plaatsvervanger;</al></li><li nr="d."><al>griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Instelling raadscommissies</titel></kop><al>Er is een:</al><lijst><li nr="a."><al>raadscommissie Bestuur en Strategie, waarvan de werkzaamheden de
                                    volgende onderwerpen betreffen: </al><lijst><li nr="-"><al>perspectiefnota</al></li><li nr="-"><al>jaarrekening</al></li><li nr="-"><al>bestuursrapportages</al></li><li nr="-"><al>begroting</al></li><li nr="-"><al>nota reserves en voorzieningen</al></li><li nr="-"><al>algemene beleidscoördinatie</al></li><li nr="-"><al>bestuurlijke zaken</al></li><li nr="-"><al>openbare orde en veiligheid</al></li><li nr="-"><al>communicatie / participatie</al></li><li nr="-"><al>regionale samenwerking</al></li><li nr="-"><al>informatisering en automatisering</al></li><li nr="-"><al>economische zaken</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Raadscommissie Maatschappelijke Zaken, waarvan de werkzaamheden
                                    de volgende onderwerpen betreffen: </al><lijst><li nr="-"><al>jeugd- en jongerenbeleid</al></li><li nr="-"><al>accommodatiebeleid</al></li><li nr="-"><al>ouderenbeleid</al></li><li nr="-"><al>sport</al></li><li nr="-"><al>recreatie en toerisme</al></li><li nr="-"><al>bibliotheekwerk</al></li><li nr="-"><al>internationale zaken</al></li><li nr="-"><al>kunst en cultuur</al></li><li nr="-"><al>mediabeleid</al></li><li nr="-"><al>volksgezondheid</al></li><li nr="-"><al>streekarchieven</al></li><li nr="-"><al>monumenten</al></li><li nr="-"><al>onderwijs</al></li><li nr="-"><al>sociale zaken</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>Raadscommissie Ruimtelijke Zaken, waarvan de werkzaamheden de
                                    volgende onderwerpen betreffen: </al><lijst><li nr="-"><al>volkshuisvesting</al></li><li nr="-"><al>ruimtelijke ordening</al></li><li nr="-"><al>natuur- en landschapsontwikkeling</al></li><li nr="-"><al>grondzaken</al></li><li nr="-"><al>bouwzaken</al></li><li nr="-"><al>openbare werken</al></li><li nr="-"><al>verkeer en vervoer</al></li><li nr="-"><al>milieu- en afvalbeleid</al></li><li nr="-"><al>groenvoorzieningen</al></li><li nr="-"><al>eigendommeneigendommen</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Taken</titel></kop><al>Een raadscommissie:</al><lijst><li nr="a."><al>brengt advies uit aan de raad over die onderwerpen waarop haar
                                    werkzaamheden betrekking hebben;</al></li><li nr="b."><al>kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan
                                    bedoeld onder a;</al></li><li nr="c."><al>voert overleg met het college of de burgemeester over in ieder
                                    geval de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde
                                    bestuur ten aanzien van de onderwerpen bedoeld onder a.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Samenstelling; benoeming commissievoorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadscommissie bestaat uit ten minste 1 commissielid en maximaal
                                4 commissieleden per fractie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissieleden worden door de raad op voordracht van de fracties
                                benoemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Zowel raadsleden als niet-raadsleden kunnen lid zijn. De artikelen
                                10, 11, 12 en 13 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige
                                toepassing op commissieleden die geen raadslid zijn. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden van de commissies mogen zich laten vervangen door een ander
                                raadslid of burgerlid uit hun fractie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad benoemt de commissievoorzitters en de plaatsvervangers uit
                                zijn midden. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De voorzitter is geen lid van de raadscommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Zittingsduur en vacatures</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zittingsperiode van een commissielid en -voorzitter eindigt in
                                ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een commissielid houdt op lid te zijn als niet meer voldaan wordt
                                aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan een commissielid ontslaan op voorstel van de fractie die
                                het lid voor benoeming heeft voorgedragen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad kan de commissievoorzitter ontslaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een commissielid en de commissievoorzitter kunnen te allen tijde
                                ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad.
                                Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of
                                zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de
                                raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Als een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt
                                het lidmaatschap van commissieleden die op voordracht van die
                                fractie zijn benoemd van rechtswege.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>De commissiegriffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier van de raad benoemt ter ondersteuning van iedere
                                raadscommissie een op de griffie werkzame ambtenaar of, in
                                samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame
                                ambtenaar, als commissiegriffier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een commissiegriffier is aanwezig in vergaderingen of wordt
                                vervangen door een daartoe door de griffier van de raad aangewezen
                                op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de
                                secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een commissiegriffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter
                                aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Oproep en voorlopige agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissievoorzitter zendt ten minste vijf dagen voor een
                                    vergadering de commissieleden een schriftelijke oproep en de
                                    voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de
                                    Gemeentewet bedoelde stukken. De schriftelijke oproep wordt aan
                                    de commissieleden digitaal verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als een aanvullende agenda als bedoeld in artikel 8, eerste lid,
                                    wordt vastgesteld, wordt deze met de daarbij behorende stukken
                                    zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de
                                    vergadering aan de leden gezonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Aanvullende agenda; vaststellen agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter na het
                                    verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende
                                    voorlopige agenda opstellen. De daarbij behorende stukken worden
                                    openbaar gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als omtrent de inhoud van stukken op grond van artikel 86,
                                    eerste en tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is
                                    opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid
                                    onder berusting van de griffier en verleent deze de
                                    commissieleden op verzoek inzage.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de
                                    raadscommissie vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op
                                    een voorlopige agenda dienen, worden gelijktijdig met het
                                    verzenden van de schriftelijke oproep op het gemeentehuis ter
                                    inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep
                                    stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling
                                    gedaan aan de leden van de raadscommissie en zo mogelijk door
                                    middel van openbare kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Stukken die digitaal beschikbaar zijn, worden op de website van
                                    de gemeente geplaatst..</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als omtrent stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede
                                    lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                    stukken in afwijking van het eerste en tweede lid onder
                                    berusting van de griffier en verleent deze de commissieleden op
                                    verzoek inzage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><al>Commissievergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door
                                aankondiging op de gemeentepagina in een lokaal weekblad en op de
                                website van de gemeente.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Ter vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissiegriffier draagt zorg voor het bijhouden van
                                    presentielijsten van vergaderingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen commissieleden de
                                    presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die
                                    lijst door de commissievoorzitter en de commissiegriffier door
                                    ondertekening vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Opening vergadering en quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergadering wordt niet geopend voordat blijkens de
                                    presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende
                                    commissieleden tegenwoordig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als ingevolge het eerste lid de vergadering niet kan worden
                                    geopend, belegt de commissievoorzitter opnieuw een vergadering
                                    tegen een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het
                                    bezorgen van de oproeping is gelegen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op een vergadering als bedoeld in het tweede lid is het eerste
                                    lid niet van toepassing. Een raadscommissie kan echter over
                                    andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste
                                    lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of
                                    besluiten, als blijkens de presentielijst meer dan de helft van
                                    het aantal zitting hebbende commissieleden tegenwoordig is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Besluitenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een commissiegriffier draagt zorg voor de besluitenlijsten van
                                    de commissievergaderingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een besluitenlijst bevat in ieder geval: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de namen van de commissievoorzitter, de griffier, de
                                    commissiegriffier, de burgemeester, de wethouders en de
                                    commissieleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de
                                    overige personen die het woord gevoerd hebben;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een aantekening van welke commissieleden afwezig waren;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een samenvatting van het advies aan de raad en de afwijkende
                                    (minderheids)standpunten; </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van
                                    de personen die van het spreekrecht gebruik hebben gemaakt en
                                    die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 16
                                    door de raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de
                                    beraadslagingen;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>de toezeggingen en afspraken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de
                                    commissievoorzitter en commissiegriffier.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De besluitenlijsten worden op de website van de gemeente
                                    geplaatst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Advies; geen stemmingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als een raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt,
                                    beslissen de leden op voorstel van de commissievoorzitter over
                                    de inhoud van het advies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het advies worden de standpunten van alle fracties
                                    opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een vergadering vinden geen stemmingen plaats, met
                                    uitzondering over geheimhouding en met betrekking tot de
                                    orde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten
                                    hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders
                                    beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Spreektermijnen worden door de commissievoorzitter
                                    afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Commissieleden mogen in een termijn niet meer dan éénmaal het
                                    woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de bepaling hoeveel malen een commissielid over hetzelfde
                                    onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet
                                    meegerekend het spreken over een voorstel van orde of een
                                    interruptie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><al>Een raadscommissie kan op enig moment besluiten dat anderen mogen
                                deelnemen aan de beraadslaging.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren (spreekrecht)
                                    over onderwerpen die geagendeerd zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit
                                    binnen een redelijke termijn voor de aanvang van de vergadering
                                    aan de commissiegriffier onder vermelding van zijn naam, adres
                                    en telefoonnummer en het onderwerp waarover het woord gevoerd
                                    wenst te worden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van
                                    aanmelding. De commissievoorzitter kan van de volgorde afwijken,
                                    als dit in het belang is van de orde van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De
                                    voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als
                                    er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in
                                    bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de
                                    spreektijd. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De spreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit
                                    heeft verleend. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De spreker mag vervolgens tijdens de eerste termijn deelnemen
                                    aan de beraadslagingen van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De spreker neemt geen deel aan de beraadslagingen in de tweede
                                    termijn. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel
                                    voor de behandeling van de inbreng van de burger.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Handhaving orde en schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissievoorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in
                                    de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij kan de raadscommissie voorstellen aan een commissielid dat
                                    door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het
                                    verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het
                                    voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat
                                    het commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de
                                    commissievoorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn
                                    gedrag kan het commissielid bovendien voor ten hoogste drie
                                    maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door
                                    hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde
                                    opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Hij roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of
                                    onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in
                                    behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk
                                    interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers
                                    die hieraan geen gevolg geven, kunnen door hem het woord
                                    ontnomen worden over het aanhangige onderwerp.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><al>Commissieleden kunnen tijdens een vergadering mondeling een voorstel
                                van orde betreffende de vergadering doen. De raadscommissie beslist
                                hier terstond over.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.</nr><titel>Besloten vergaderingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Toepassing verordening op besloten vergaderingen</titel></kop><al>Op besloten vergaderingen is deze verordening van overeenkomstige
                                toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter
                                van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Besluitenlijst besloten vergadering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Conceptbesluitenlijsten van besloten vergaderingen worden niet
                                    verspreid, maar uitsluitend voor de commissieleden ter inzage
                                    gelegd bij de commissiegriffier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten
                                    vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze
                                    vergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al dan
                                    niet openbaar maken van de besluitenlijst.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vastgestelde besluitenlijsten worden door de
                                    commissievoorzitter en de commissiegriffier ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Als de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de
                                Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen, wordt, als
                                de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt,
                                daarover in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg
                                gevoerd.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare
                                    vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde
                                    plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op
                                    andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissievoorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de
                                    vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord,
                                    deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de
                                    vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang
                                    tot de vergadering te ontzeggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die van een openbare vergadering geluid- of
                                beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de
                                commissievoorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Uitleg verordening</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de
                            toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel van
                            de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Intrekken oude verordening</titel></kop><al>De Verordening op de raadscommissies Bernheze 2012 wordt
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 10 november 2016.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de
                                    raadscommissies van de gemeente Bernheze 2016.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld door de raad van de gemeente Bernheze in zijn openbare
                        vergadering van 3 november 2016.</ondertekening><ondertekening>Jan van den Oever</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>griffier</ondertekening><ondertekening>Marieke Moorman</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 3. Taken</tussenkop><al>De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van
                    de Gemeentewet. De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor
                    en overleggen met het college of de burgemeester. Wat betreft de invulling van
                    de taken van de raadscommissies zijn ruwweg twee modellen te onderscheiden. In
                    het eerste model is een raadscommissie vooral gericht op voorbereiding en
                    informatievoorziening en vindt het politieke debat plaats in de raad, in het
                    tweede vindt het politieke debat plaats in een raadscommissie en geschiedt de
                    besluitvorming door de raad.</al><al>De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking
                    in de taak advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp. De
                    raadscommissie kan ook uit eigener beweging advies aan de raad uitbrengen, ook
                    dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de raad. De taken van de
                    raadscommissie zijn in essentie dezelfde als die van de raad, die van
                    kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend orgaan.</al><al>De raadscommissie bepaalt evenals de raad haar eigen agenda. Dit betekent dat
                    niet het college maar (de voorzitter van) de raadscommissie bepaalt of een
                    voorstel aan de raadscommissie wordt voorgelegd alvorens het in de raad wordt
                    besproken. In het reglement van orde voor de vergaderingen en andere
                    werkzaamheden van de raad is, om dit te coördineren, een agendacommissie
                    ingericht. Deze commissie is verantwoordelijk voor de inhoudelijke afstemming
                    van raads- en commissievergaderingen. Veelal zal het echter wel zo zijn dat een
                    onderwerp eerst in een raadscommissie wordt besproken.</al><tussenkop>Artikel 4. Samenstelling; benoeming commissievoorzitter</tussenkop><al>De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Wel schrijft artikel
                    82, derde lid, van de Gemeentewet voor dat de raad moet zorgen voor een
                    evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde politieke
                    groeperingen. Om dit te bereiken schrijft het eerste lid van dit artikel voor
                    dat een raadscommissie bestaat uit een minimum en maximum aantal leden per
                    fractie. De verhoudingen in de raadscommissies hoeven overigens blijkens
                    jurisprudentie niet exact overeen te komen met de verhoudingen in de raad.</al><al>De commissieleden worden door de raad benoemd, op voordracht van de fracties.
                    Dit houdt in dat het aan de fracties zelf is om te bepalen wie de betreffende
                    fractie vertegenwoordigen in de verschillende commissies. Het is enkel mogelijk
                    – overeenkomstig het derde lid zelfs verplicht - de benoeming van een
                    voorgedragen lid te weigeren als het betreffende “burgerlid” niet voldoet aan de
                    vereisten van de Gemeentewet (zie verder de toelichting op het derde lid).</al><al>Uit het derde lid volgt dat de leden van een raadscommissie geen raadslid hoeven
                    te zijn. Wel zijn het de fracties die de leden voordragen. </al><al>De regel dat niet-raadsleden enkel zitting kunnen nemen in een raadscommissie
                    als zij tijdens de laatste raadsverkiezingen op een kandidatenlijst hadden
                    gestaan, is geschrapt uit het model reglement van orde. Een dergelijke beperking
                    lijkt voor de praktijk van weinig toegevoegde waarde. Hetzelfde geldt ook voor
                    de Bernhezer bepaling voor wat betreft het benodigde lidmaatschap van een
                    politieke partij of groepering.</al><al>Op grond van het derde lid moeten commissieleden, evenals raadsleden, voldoen
                    aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12 en 13 van de Gemeentewet. Dit
                    betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige
                    verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken en
                    geen functie als bedoeld in artikel 13 mogen vervullen. De verwijzing naar
                    artikel 15 van de Gemeentewet (‘verboden handelingen’) is geschrapt. Dit omdat
                    het enerzijds te ver lijkt gaan ten aanzien van commissieleden die niet ook
                    raadslid zijn en anderzijds omdat er een taak bij gedeputeerde staten belegd
                    werd (verlenen ontheffing) zonder dat gemeenten daar een expliciete grondslag
                    voor hebben. Om te beoordelen of wordt voldaan aan de eisen van de Gemeentewet,
                    ligt het voor de hand om gebruik te maken van een geloofsbrievenonderzoek. Het
                    verdient aanbeveling dit onderzoek uit te laten voeren door de commissie die
                    voor raadsleden en wethouders het op basis van artikel V 4 van de Kieswet
                    verplichte geloofsbrievenonderzoek uitvoert. De vereisten die onderzocht moeten
                    worden zijn immers gelijk. Dit onderzoek (alleen naar de niet-raadsleden) gaat
                    vooraf aan het raadsbesluit waarmee de commissieleden benoemd worden.</al><al>Artikel 82, vierde lid van de Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter van
                    een raadscommissie raadslid moet zijn. Om die reden bepaalt artikel 4, vijfde
                    lid dat de raad de voorzitters en hun plaatsvervangers ‘uit zijn midden’
                    benoemt. </al><al>Op basis van het zesde lid, is de (plaatsvervangend) voorzitter geen lid van de
                    raadscommissie. Dit is een bewuste keuze. Op deze wijze kan de voorzitter zich
                    concentreren op zijn taak als (technisch) voorzitter en zijn tijd en energie
                    aanwenden voor het bewaken van de positie van de raadscommissie. Hij hoeft zich
                    niet te bekommeren om de inbreng van zijn fractie in de raadscommissie. Een
                    andere keuze is ook denkbaar, de Gemeentewet verzet zich er niet tegen dat de
                    (plaatsvervangend) voorzitter tevens lid van een raadscommissie is.</al><tussenkop>Artikel 5. Zittingsduur en vacatures</tussenkop><al>De zittingsperiode van de leden en de voorzitter is even lang als de
                    zittingsperiode van raadsleden, in principe dus vier jaar. De benoeming eindigt
                    derhalve van rechtswege, de raad hoeft hen niet te ontslaan.</al><al>Het lidmaatschap van een raadscommissie eindigt eveneens van rechtswege indien
                    een lid niet meer voldoet aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen (tweede
                    lid) en indien een lid is benoemd op voordracht van een fractie die niet meer
                    vertegenwoordigd is in de raad (zevende lid).</al><al>De raad kan een lid van een raadscommissie op voorstel van de fractie die het
                    lid heeft voorgedragen ontslaan. Deze situatie kan zich voordoen in geval van
                    een splitsing van een fractie. De ontstane nieuwe fractie heeft dan overigens op
                    grond van artikel 5, eerste lid, recht op een eigen lid.</al><tussenkop>Hoofdstuk 2. Vergaderingen</tussenkop><tussenkop>Paragraaf 1. Voorbereidingen</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 7. Oproep en voorlopige agenda</tussenkop><al>Het eerste lid van dit artikel bepaalt dat de voorzitter een vastgesteld aantal
                    dagen vóór een vergadering de leden van zijn raadscommissie een schriftelijke
                    oproep stuurt, waarin de vergadering wordt aangekondigd. De oproep vermeldt de
                    dag, tijdstip en plaats van de vergadering. Het eerste lid stelt verplicht dat
                    de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in
                    artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken,
                    tegelijkertijd met de oproep aan de leden worden verzonden. In Bernheze worden
                    de genoemde stukken via een vergaderapplicatie aan de leden beschikbaar gesteld.
                    De in artikel 25, eerste en tweede lid, bedoelde stukken zijn stukken ten
                    aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd. Hier wordt melding van gemaakt op de
                    stukken. Deze kunnen worden ingezien bij de griffier (artikel 9, derde
                    lid).</al><al>Het opstellen van de voorlopige agenda gebeurt door de agendacommissie. De
                    instelling en taken van deze commissie zijn geregeld in het reglement van orde
                    voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad.</al><tussenkop>Artikel 8. Aanvullende agenda; vaststellen agenda</tussenkop><al>In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om
                    ruim voor de commissievergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft
                    op de actualiteiten. In een dergelijke situatie kan de commissievoorzitter na
                    het verzenden van de schriftelijke oproep zo nodig een aanvullende agenda en
                    stukken rondsturen.</al><al>Uiteindelijk bepaalt een raadscommissie zijn eigen agenda. De agenderende rol
                    van een raadscommissie komt tot uitdrukking in het derde lid.</al><tussenkop>Artikel 9. Ter inzage leggen van stukken</tussenkop><al>Geïnteresseerden moeten de mogelijkheid hebben om stukken in te zien. Daarom
                    worden alle stukken gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep
                    ter inzage aangeboden. Naast de fysieke terinzagelegging in het gemeentehuis,
                    worden de stukken aangeboden via de website van de gemeente.</al><al>De griffier vervult de secretariaatsfunctie ten dienste van de raad. Daarom
                    worden stukken die betrekking hebben op de agenda en de voorstellen van de
                    raadsvergadering en die geheim moeten blijven bij hem ter inzage gelegd. Op
                    verzoek van de leden van de raad kan de griffier inzage aan hen verlenen.</al><tussenkop>Artikel 10. Openbare kennisgeving</tussenkop><al>Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 82,
                    vijfde lid, van de Gemeentewet. Voor wat betreft de wijze van publicatie is
                    aangesloten bij artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).
                    Hier wordt expliciet vastgelegd in welke dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen de
                    aankondiging van de vergadering van de raad wordt geplaatst. Indien de
                    kennisgeving uitsluitend elektronisch plaatsvindt, dan dient er een grondslag te
                    zijn, zie artikel 3:12 juncto 2:14 van de Awb.</al><tussenkop>Paragraaf 2. Ter vergadering</tussenkop><tussenkop>Artikel 11. Presentielijst</tussenkop><al>De presentielijst en de ondertekening door de voorzitter en de commissiegriffier
                    zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum aanwezig is.
                    Daarnaast is de presentielijst van belang om de vergoedingen van de
                    niet-raadsleden die lid zijn van de raadscommissie te kunnen vaststellen.</al><tussenkop>Artikel 12. Opening vergadering en quorum</tussenkop><al>Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de
                    raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Dit artikel
                    voorziet hierin. Indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden
                    aanwezig is en de presentielijst heeft getekend, kan worden vergaderd.</al><al>Het derde lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering indien het
                    quorum niet bereikt is, anders zou de afwezigheid van leden van een
                    raadscommissie de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard staat
                    op het moment dat de voorzitter bepaalt op welke datum en tijdstip, nog niet
                    vast op welk moment de schriftelijke oproep uitgaat. Indien er enkele dagen
                    tussen de twee vergaderingen zitten, mag er vanuit worden gegaan dat het
                    mogelijk is om 24 uur van tevoren een schriftelijke oproep te versturen.
                    Overigens ligt het in de rede dat de voorzitter overlegt met de raadscommissie
                    over de datum van een nieuwe vergadering.</al><tussenkop>Artikel 14. Advies; geen stemmingen</tussenkop><al>Het gebruik van het woord beslissen in het eerste lid kan de suggestie gewekt
                    worden dat in de commissievergadering ook ‘echte’ Awb-besluiten kunnen worden
                    genomen. Dit is echter niet het geval. Een raadscommissie neemt geen
                    beslissingen maar bereidt de besluitvorming in de raad voor en overlegt met het
                    college en de burgemeester. Alleen in de raadsvergadering kunnen besluiten
                    worden genomen. Wel kan een raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies
                    uitbrengen aan de raad. Ten behoeve van het debat in de raad en om recht te doen
                    aan de mening van alle fracties, inclusief minderheidsstandpunten, wordt in het
                    advies de standpunten van alle fracties opgenomen. Het ligt voor de hand dat
                    indien een lid het niet eens is met het fractiestandpunt, dat hier afzonderlijk
                    melding van wordt gemaakt in het advies aan de raad.</al><tussenkop>Artikel 15. Aantal spreektermijnen</tussenkop><al>Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een
                    spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. Dit hoeft overigens niets te
                    veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng
                    van de raadsleden in de eerste en tweede termijn. Een verzoek van een raadslid
                    na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, dient de
                    voorzitter niet te honoreren. Indien de raadscommissie van mening is dat na de
                    tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan zij daartoe uitdrukkelijk
                    besluiten.</al><tussenkop>Artikel 16. Deelname aan beraadslaging door anderen</tussenkop><al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 van de
                    Gemeentewet geregelde verschoningsrecht, dat in artikel 82, vijfde lid, van de
                    Gemeentewet van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van
                    raadscommissies en andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het is
                    uiteraard ook mogelijk dat een raadscommissie bepaalt dat een bepaalde
                    functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen. Het
                    gaat in deze bepaling om anderen dan de leden, de voorzitter, de burgemeester en
                    de wethouders. Deze hebben op grond van artikel 82, vijfde lid, van de
                    Gemeentewet de mogelijkheid om aan de beraadslagingen deel te nemen. Op grond
                    van dit artikel kan bijvoorbeeld de secretaris uitgenodigd worden. Uiteraard
                    hebben deze andere sprekers niet dezelfde rechten als de leden. Een andere
                    spreker heeft onder meer geen recht om een voorstel over de spreektijd of over
                    de orde van de vergadering te doen.</al><tussenkop>Artikel 17. Spreekrecht burgers</tussenkop><al>Het geven van spreekrecht aan burgers is een manier om burgers meer te betrekken
                    bij de besluitvorming van de raad. Doordat de raadsvergadering het sluitstuk is
                    van het besluitvormingsproces dat lang daarvoor is begonnen (ambtelijke
                    organisatie, college, commissies) is ervoor gekozen het spreekrecht op te nemen
                    in de commissieverordening. Op dit moment zijn de fracties nog bezig hun mening
                    te vormen. Een inspreekmogelijkheid tijdens de raadsvergadering is doorgaans
                    minder effectief (‘schijnspreekrecht’).</al><al>Het spreekrecht geldt alleen voor onderwerpen die op de agenda van de commissie
                    staan. In veel gemeenten is er een mogelijkheid voor een burgerinitiatief.
                    Burgers hebben daarmee het instrument van een initiatief om onderwerpen op de
                    agenda te plaatsen. Onderwerpen die burgers belangrijk vinden kunnen op deze
                    manier geagendeerd worden.</al><al>De burgers die wensen in te spreken moeten zich binnen een ‘redelijke termijn’
                    voor de vergadering melden bij de commissiegriffier. Procedureel is het handig
                    om als ‘redelijke termijn’ circa 48 uur aan te houden. Door niet uitdrukkelijk
                    een termijn op te nemen, kan hiermee flexibel worden omgegaan en de
                    servicegerichtheid naar de burger worden vergroot.</al><al>In Bernheze kunnen insprekers tijdens de eerste termijn van de beraadslaging
                    over een onderwerp of voorstel meepraten. Dit betekent dat de commissieleden
                    vragen kunnen stellen aan de inspreker, maar ook dat de inspreker zelf actief
                    kan bijdragen aan de discussie. Bij aanvang van de tweede termijn keert de
                    inspreker terug naar de publieke tribune.</al><al>In Bernheze houden wij als richtlijn 5 minuten spreektijd per burger aan. Op
                    voorstel van de voorzitter, die in eerste instantie voor een ordentelijk verloop
                    van de vergadering moet zorgen en dus moet kunnen aanvoelen of een verkorting of
                    verlenging van de spreektijd gewenst is, kan van deze richtlijn worden
                    afgeweken.</al><tussenkop>Artikel 18. Handhaving orde en schorsing</tussenkop><al>Artikel 26 Gemeentewet geeft aan dat de voorzitter bij een raadsvergadering
                    bevoegd is om de orde te handhaven. Voor de commissievergaderingen ontbreekt een
                    dergelijke bepaling, deze is daarom hier opgenomen. Op basis van het tweede lid
                    kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de voorzitter tot de orde worden
                    geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige onderwerp het woord ontzegd
                    worden. Ook kan de voorzitter de vergadering schorsen en bij herhaling van de
                    verstoring van de orde, de vergadering sluiten. In het uiterste geval kan hij
                    een lid het verdere verblijf ontzeggen en hem uit de vergadering doen
                    verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn gedrag kan hem de toegang
                    tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden worden ontzegd. Onder
                    interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed- of
                    afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor wat
                    betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar
                    artikel 23 van deze verordening.</al><al>Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet belemmerd voelen om hun
                    mening te uiten, bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet bovendien
                    dat artikel 22 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing is op leden van
                    raadscommissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte te
                    vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij
                    in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt voor zowel
                    raadsleden als niet-raadsleden.</al><tussenkop>Artikel 19. Voorstellen van orde</tussenkop><al>Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen. De
                    beslissing of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de
                    raadscommissie. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging,
                    besloten door de raadscommissie. Bij het staken van stemmen is het voorstel niet
                    aangenomen (artikel 32, vierde lid, van de Gemeentewet is hierop niet van
                    toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de
                    vergadering voor een (overleg) pauze of een voorstel over de (beperking van de)
                    spreektijden van de leden en overige deelnemers aan de
                    commissievergadering.</al><tussenkop>Paragraaf 3. Besloten vergaderingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 20. Toepassing verordening op besloten vergaderingen</tussenkop><al>Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht
                    worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het
                    vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn
                    echter niet van toepassing, voor zover de toepassing van die bepalingen strijdig
                    is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen
                    beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten
                    aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het
                    behandelde zal een raadscommissie moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld
                    in artikel 86 van de Gemeentewet wordt opgelegd dan wel opgeheven.</al><tussenkop>Artikel 21. Besluitenlijst besloten vergadering </tussenkop><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet is artikel 23 van de
                    Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de
                    Gemeentewet schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijk
                    verslag wordt opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad en in
                    casu dus een raadscommissie anders beslist. In aanvulling hierop bepaalt het
                    eerste lid van deze bepaling dat de besluitenlijst van een besloten vergadering
                    ter inzage ligt bij de commissiegriffier.</al><tussenkop>Artikel 22. Opheffing geheimhouding</tussenkop><al>De raad kan de geheimhouding die een raadscommissie aan de raad oplegt,
                    opheffen. Wel bestaat er een overlegverplichting, waarmee recht wordt gedaan aan
                    het principe van hoor en wederhoor.</al><tussenkop>Paragraaf 4. Toehoorders en pers</tussenkop><tussenkop>Artikel 23. Toehoorders en pers</tussenkop><al/><al>Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de voorzitter
                    van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij
                    volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor raadscommissies
                    ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet, het derde lid van dit
                    artikel voorziet hierin.</al><tussenkop>Artikel 24. Geluid- en beeldregistraties</tussenkop><al>Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn,
                    kunnen radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is
                    uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>