<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR424368_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening gemeente Venray</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Venray</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Venray</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">www.officielebekendmakingen.nl</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Venray</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=212">Gemeentewet, art. 212</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-11-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-11-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-10-23</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële verordening gemeente Venray</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De raad van Venray,</vet></al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 24
                        oktober 2016 (Gemeenteblad 2016, nr. );</al><al>gelet op artikel 212 van de Gemeentewet;</al><al>gezien het advies van de commissie Werken en Besturen12 oktober 2016;</al><al>besluit vast te stellen de Financiële verordening gemeente Venray:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>netto schuld: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke
                                    bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak. Onder
                                    bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen,
                                    kortlopende schulden, crediteuren en overlopende passiva. Onder
                                    geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke
                                    taak wordt verstaan het totaal van langlopende uitzettingen,
                                    vorderingen, liquide middelen en overlopende activa;</al></li><li nr="b."><al>overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke
                                    rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met
                                    rechtspersoonlijkheid, waarin een publiekrechtelijke
                                    rechtspersoon, al dan niet tezamen met een of meer andere
                                    publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te
                                    bepalen of een onderneming in de vorm van een
                                    personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke
                                    rechtspersoon deelneemt;</al></li><li nr="c."><al>Financiële organisatie: het stelsel van organisatorische
                                    maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand
                                    houden van de goede werkingen van de bestuurlijke en ambtelijke
                                    informatievoorziening.</al></li><li nr="d."><al>Financieel beheer: het uitoefenen van bestuur over en toezicht
                                    op het beheer van middelen en het uitoefenen van rechten van de
                                    gemeente Venray.</al></li><li nr="e."><al>Rechtmatigheid: handelen in overeenstemming met de begroting en
                                    van toepassing zijnde wettelijke regelingen.</al></li><li nr="f."><al>Financiële positie: het vermogen van gemeenten in relatie tot de
                                    exploitatie, met inachtneming van de risico’s. Belangrijk
                                    daarbij is dat het bij de financiële positie uitdrukkelijk gaat
                                    om het beeld van de financiën van de gemeente in het recente
                                    verleden (rekeningen), over het begrotingsjaar en de daarop
                                    volgende jaren (meerjarenraming).</al></li><li nr="g."><al>Onder administratie wordt verstaan het systematisch verzamelen,
                                    vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve
                                    van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke
                                    organisatie en de verantwoording die daarover moet worden
                                    afgelegd.</al></li><li nr="h."><al>Taakvelden: het resultaat van een samenhangend handelen,
                                    onderdeel van een programma, meetbaar gemaakt in tijd, geld en
                                    kwaliteit. Ieder taakveld maakt onderdeel uit van een programma.
                                    Taakvelden waaronder tevens producten worden begrepen. Onder het
                                    niveau van taakvelden hangen kostenplaatsen.</al></li><li nr="i."><al>Onvoorzienbaar: een onverwachte gebeurtenis of een niet vooruit
                                    te berekenen/bepalen voorstel bij het samenstellen van het MUIP
                                    en de programmabegroting;</al></li><li nr="j."><al>Onontkoombaar: </al><lijst><li nr="·"><al>een wettelijke verplichting, contract of overeenkomst;
                                        </al></li><li nr="·"><al>een uitgave waarbij uitstel leidt tot aansprakelijkheid;
                                        </al></li><li nr="·"><al>de ontwikkeling/gebeurtenis kan niet vermeden worden/ er
                                            is geen alternatief;</al></li><li nr="·"><al>of er is sprake van een zwaarwegende politieke
                                            toezegging/politiek belang.</al></li></lijst></li><li nr="k."><al>Onuitstelbaar: niet verschuifbaar in de tijd, (tot het volgende
                                    begrotingsjaar) dat wil zeggen tot de volgende ronde van
                                    integrale afweging.</al></li><li nr="l."><al>Extracomptabel: gegevens zijn niet rechtstreeks uit de
                                    administratie te generen en wordt buiten de administratie om
                                    geregistreerd</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Programma-indeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt de programma-indeling vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt op basis van de door het college aan de programma’s
                                toegewezen producten/ taakvelden de onderverdeling van de
                                programma’s vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad stelt op voorstel van het college per programma relevante
                                indicatoren vast voor het meten van en het afleggen van
                                verantwoording over de gemeentelijke productie van goederen en
                                diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke
                                beleid. Het voorstel van het college bevat ten minste de verplichte
                                beleidsindicatoren van de ministeriële regeling, welke is
                                vastgesteld krachtens het tweede lid van artikel 25 van het Besluit
                                begroting en verantwoording provincies en gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad stelt vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen,
                                naast de verplichte paragrafen in de begroting en rekening, kaders
                                wil stellen en wil worden geïnformeerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de lasten en
                                baten per deelprogramma weergegeven en bij de jaarstukken worden
                                onder elk van de programma’s de gerealiseerde lasten en baten per
                                deelprogramma weergegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt
                                van de nieuwe investeringen per investering het benodigde
                                investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende
                                investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming
                                van de uitputting van het krediet in het lopende boekjaar
                                weergegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in
                                aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het
                                Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht
                                gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de
                                begroting, de meerjarenraming en de investeringen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de jaarrekening wordt van de investeringen en meerjarige
                                projecten de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten
                                en de actuele raming van de totale uitgaven weergegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Kaders Begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt de raad voor 1 juni een nota aan met een voorstel
                                voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het
                                volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de begroting wordt een post onvoorzien opgenomen van € 3,00 per
                                inwoner van de gemeente Venray. Voor de post onvoorzien zijn de
                                volgende bepalingen van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>Tussentijds noodzakelijke bijstellingen met financiële
                                        consequenties boven de € 50.000,00 en/of politiek gevoelige
                                        onderwerpen en/of beleidswijzigingen die tot de bevoegdheid
                                        van de raad behoren dienen via een separaat voorstel aan de
                                        raad ter besluitvorming voorgelegd te worden.</al></li><li nr="b."><al>Om een beroep op de post onvoorziene uitgaven te
                                        rechtvaardigen moet het voorstel getoetst worden aan de
                                        volgende criteria:</al></li><li nr="c1."><al>Voordat een beroep wordt gedaan op de post onvoorziene
                                        uitgaven wordt eerst gemeentebreed beoordeeld of er ruimte
                                        is binnen andere budgetten.</al></li><li nr="c.2"><al>het voorstel voldoet aan de 3 O’s; Onvoorzienbaar,
                                        Onontkoombaar en Onuitstelbaar. Aan minimaal twee O’s dient
                                        te worden voldaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Autorisatie begroting en investeringskredieten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en
                                de lasten per programma.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe
                                investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor
                                autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige
                                nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het
                                vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college informeert de raad vooraf als het verwacht dat de lasten
                                de geautoriseerde lasten of de investeringsuitgaven de
                                geautoriseerde investeringskredieten dreigen te overschrijden of de
                                baten de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad doet het
                                college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde
                                budgetten en de investeringskredieten en het bijstellen van het
                                beleid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het
                                vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college
                                vooraf aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel
                                ter vaststelling voor aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college informeert de raad door middel van tussentijdse
                                rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over
                                de eerste 3 maanden en de eerste 8 maanden van het lopende
                                boekjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de tussenrapportages worden afwijkingen op de te bereiken
                                doelstellingen en de oorspronkelijke ramingen van de baten en de
                                lasten van deelprogramma’s en investeringskredieten in de begroting
                                toegelicht en bijgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Informatieplicht</titel></kop><al>Het college informeert de raad actief over nieuwe ontwikkelingen met
                            eventuele financiële consequenties die ingrijpende gevolgen hebben voor
                            de gemeente. Het college besluit niet over: </al><lijst><li nr="a."><al>het verstrekken van kapitaal en leningen aan instellingen en
                                    ondernemingen; en</al></li><li nr="b."><al>een voorgenomen verkoop van gemeentelijk (maatschappelijk)
                                    vastgoed onder de recente taxatiewaarde en/of WOZ-waarde;</al></li></lijst><al>dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de
                            gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het
                            college te brengen. Ten aanzien van hetgeen dat opgenomen is in lid b
                            worden (kandidaat)kopers tijdens de onderhandelingen tijdig
                            geïnformeerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>EMU-saldo</titel></kop><al>Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het
                            collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel
                            3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben
                            overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de
                            begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het
                            college een voorstel voor het wijzigen van de begroting. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Financieel Beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het waarderen en afschrijven van vaste activa worden de regels
                                uit Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten
                                gehanteerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Vaste activa wordt afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen
                                zoals vermeld in de bijlage afschrijvingsbeleid bij deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vaste activa wordt onder aftrek van bijdragen van derden
                                geactiveerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste
                                van de exploitatie gebracht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor investeringen en grondexploitaties wordt een systematiek van
                                rente toerekening toegepast. Over de boekwaarde per één januari
                                wordt rente berekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor het opstellen van een beleidsnota
                                “oninbare vorderingen” en stelt deze nota vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de openstaande vorderingen wordt een voorziening wegens
                                oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op
                                inbaarheid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor openstaande vorderingen betreffende belastingen, heffingen en
                                terugvorderbare bijstandsuitkeringen wordt een voorziening wegens
                                oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage
                                oninbaarheid. Indien individuele vorderingen groter zijn dan €
                                5.000,00 wordt een voorziening gevormd op basis van een individuele
                                beoordeling op inbaarheid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt de raad eens in de 4 jaar een nota reserves en
                                voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en
                                behandelt:</al><lijst><li nr="a."><al>de vorming en besteding van reserves;</al></li><li nr="b."><al>de vorming en besteding van voorzieningen</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor
                                een bestedingsvoornemen wordt minimaal aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>het specifieke doel van de reserve;</al></li><li nr="b."><al>de voeding van de reserve;</al></li><li nr="c."><al>de maximale hoogte van de reserve; en</al></li><li nr="d."><al>de maximale looptijd.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.Kostprijsberekening</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en
                                diensten van de gemeente<cursief>,</cursief> die tegen vergoeding
                                worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een
                                extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij de
                                kostentoerekening worden naast de directe kosten de indirecte kosten
                                betrokken, die meer dan zijdelings samenhangen met de door de
                                gemeente verleende diensten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de kosten worden betrokken:</al><lijst><li nr="a."><al>de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de
                                        noodzakelijke vervanging van de betrokken activa;</al></li><li nr="b."><al>de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa;</al></li><li nr="c."><al>voor rioolheffing, afvalstoffenheffing en leges de
                                        compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW)
                                        en</al></li><li nr="d."><al>de kosten van het kwijtscheldingsbeleid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van door de
                                gemeente te leveren goederen, werken en diensten, gebeurt op basis
                                van de directe uren op de betreffende activiteit. Tot de
                                overheadkosten wordt ook gerekend de compensabele belasting over de
                                toegevoegde waarde (BTW) over die kosten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Kosten die meer dan zijdelings van belang zijn voor een ander
                                product/taakveld, worden voor het bepalen van de kostprijs naar
                                evenredigheid toebedeeld aan dat andere product/ taakveld. Een
                                activiteit wordt over niet meer dan 5 producten/taakvelden
                                verdeeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van de rente
                                voor de financiering van de in gebruik zijnde activa, als bedoeld in
                                het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Prijzen economische activiteiten</titel></kop><al>Het college past bij economische activiteiten de gedragsregels als
                            bedoeld in hoofdstuk 4b (Overheden en overheidsbedrijven) van de
                            Mededingingswet toe, tenzij het activiteiten betreft die de gemeenteraad
                            heeft aangewezen als activiteiten die plaatsvinden in het algemeen
                            belang.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en
                                prijzen</titel></kop><al>Het college doet de raad jaarlijks en indien nodig tussentijds, een
                            voorstel voor de tariefhoogte van de gemeentelijke belastingen, rechten,
                            heffingen en prijzen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen
                                de volgende kaders in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het aantrekken van financieringen met een looptijd
                                        langer dan één jaar worden tenminste twee prijsopgaven bij
                                        verschillende financiële instellingen gevraagd; en</al></li><li nr="b."><al>er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als
                                        bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering
                                        decentrale overheden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college informeert de raad vooraf als de wettelijke
                                kasgeldlimiet, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet
                                financiering decentrale overheden, of de wettelijke renterisiconorm,
                                bedoeld in artikel 1, onder h, van de Wet financiering decentrale
                                overheden, dreigt te worden overschreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en
                                het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college
                                indien mogelijk zekerheden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college legt ten minste eens in de 4 jaar een treasurystatuut
                                aan de raad ter vaststelling voor.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Lokale heffingen</titel></kop><al>In de paragraaf lokale heffingen bij de begroting en de jaarstukken
                            neemt het college naast de verplichte onderdelen van artikel 10 van het
                            Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten een verslag
                            op van de kostendekkendheid van de rioolrechten en de
                            afvalstofheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt
                            het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van
                            het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder
                            geval op: </al><lijst><li nr="a."><al>de kasgeldlimiet;</al></li><li nr="b."><al>de renterisico norm;</al></li><li nr="c."><al>de ontwikkeling in de liquiditeitsplanning en de
                                    financieringsbehoefte voor de komende vier jaar;</al></li><li nr="d."><al>de verwachte renteontwikkeling;</al></li><li nr="e."><al>de rentekosten en renteopbrengsten verbonden aan de
                                    financieringsfunctie;</al></li><li nr="f."><al>de verstrekte leningen, beleggingen en garanties;</al></li><li nr="g."><al>het emu-saldo;</al></li><li nr="h."><al>de schuldpositie;</al></li><li nr="i."><al>het schatkistbankieren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Weerstandsvermogen &amp; risicobeheersing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de
                                begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte
                                onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en
                                verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval het
                                weerstandsvermogen op. De kengetallen zoals opgenomen in artikel 11
                                van het Besluit begroting en verantwoording worden meerjarig
                                gepresenteerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt ten minste eens in de 4 jaar een nota risicobeleid
                                aan de raad ter vaststelling voor. In de nota wordt aandacht besteed
                                aan:</al><lijst><li nr="-"><al>Visie op risicobeheersing</al></li><li nr="-"><al>Methode van risicocalculatie</al></li><li nr="-"><al>Normering van de financiële kengetallen</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor het opstellen van de benodigde
                                beheersplannen voor riolering, water, wegen, openbaar groen, bossen,
                                natuurgebieden en landschappelijke elementen, gebouwen, openbare
                                verlichting en haven en legt deze ter vaststelling voor aan de raad.
                                De plannen geven het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau,
                                de planning van het onderhoud en de bijbehorende kosten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uit lid 1 voortvloeiende beheersplannen dienen minimaal één keer
                                per vier jaar te worden geactualiseerd. Bij significante afwijkingen
                                van het beheersplan dient het beheersplan eerder geactualiseerd te
                                worden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de Begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf
                                onderhoud kapitaalgoederen naast de verplichte onderdelen op grond
                                van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording
                                provincies en gemeenten in ieder geval op:</al><lijst><li nr="a)"><al>de voortgang van het geplande onderhoud;</al></li><li nr="b)"><al>de omvang van het achterstallig onderhoud.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Verbonden partijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de paragraaf verbonden partijen bij de begroting en de
                                jaarstukken neemt het college de verplichte onderdelen van artikel
                                15 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                gemeenten op.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beoordeelt eens in de 4 jaar of het beleid over
                                Verbonden partijen geactualiseerd dient te worden. Vaststelling van
                                beleid vindt plaats door de raad. In de nota wordt aandacht besteed
                                aan:</al><lijst><li nr="-"><al>Definitie Verbonden partijen;</al></li><li nr="-"><al>regionale visie, doel en effecten op verbonden
                                        partijen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken neemt
                                het college de verplichte onderdelen op grond van artikel van 16 van
                                het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten
                                op.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt de raad ten minste eens in de 4 jaar een nota
                                grondbeleid aan. De raad stelt de nota vast. In de nota wordt
                                aandacht besteed aan:</al><lijst><li nr="a."><al>De relatie met de programma’s van de begroting;</al></li><li nr="b."><al>de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de
                                        gemeente;</al></li><li nr="c."><al>te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;</al></li><li nr="d."><al>de voorraadverwerving en het verloop van de
                                        grondvoorraad;</al></li><li nr="e."><al>de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden;</al></li><li nr="f."><al>de risicobeheersing binnen het grondbedrijf.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Financiële organisatie en financieel beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval
                            dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                                    gemeente als geheel en in de diensten;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang
                                    van activa met economische nut, activa met maatschappelijk nut,
                                    voorraden, vorderingen, schulden, enzovoorts.</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie aan de budgethouders en voor het
                                    maken van kostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al>het verschaffen van informatie ten behoeve van indicatoren met
                                    betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en
                                    diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke
                                    beleid;</al></li><li nr="e."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                    doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in
                                    relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante
                                    wet- en regelgeving; en</al></li><li nr="f."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van
                                    de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de
                                    rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                    gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                    begroting en relevante wet- en regelgeving;</al></li><li nr="g."><al>de inrichting en de werking van de financiële administratie
                                    voldoet aan het gestelde in het Besluit begroting en
                                    verantwoording provincies en gemeenten;</al></li><li nr="h."><al>het verstrekken van de vereiste informatie aan het rijk, de
                                    provincie en de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen
                                    die specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen aan
                                    gemeenten</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt zorgt voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                    eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken en
                                    verantwoordelijkheden aan de afdelingen en functionarissen;</al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden;</al></li><li nr="c."><al>de verlening van volmachten en machtigen voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten;</al></li><li nr="d."><al>de interne regels voor taken en bevoegdheden, de
                                    verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening
                                    van de financieringsfunctie;</al></li><li nr="e."><al>de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren
                                    prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
                                    frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten
                                    en uitputting van middelen;</al></li><li nr="f."><al>voor het eenduidig toewijzen van de lasten en baten aan de
                                    producten van de productenraming en de productenrealisatie;</al></li></lijst><al>opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt
                            voldaan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de
                                rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de jaarlijkse interne
                                toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking, en de
                                rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het
                                college maatregelen tot herstel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt eens in de vier jaar een nota aan inzake de
                                bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de gemeentelijke
                                regelingen. De raad stelt deze nota vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor het jaarlijks actualiseren van een
                                intern controleplan, waarin de te controleren processen voor het
                                begrotingsjaar worden vastgesteld. Dit wordt bepaald op basis van
                                een risicoanalyse en een geactualiseerd normenkader, tevens wordt
                                het interne controleplan afgestemd met de accountant.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de toetsing dient het college aan de volgende minimale eisen te
                                voldoen:</al><lijst><li nr="-"><al>De jaarlijkse toetsingen moeten eenduidig en dus
                                        vergelijkbaar zijn;</al></li><li nr="-"><al>De uitvoering van de toetsing vindt plaats onder
                                        verantwoordelijkheid van de concerncontroller;</al></li><li nr="-"><al>Op basis van de uitgevoerde interne controles wordt een
                                        rapport van bevindingen en aanbevelingen opgesteld en
                                        aangeboden aan de concerncontroller en het management</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Aanbesteding en inkoop</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor het beleid en de interne regels voor de
                            inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten. Deze regels
                            waarborgen dat wordt gehandeld in overeenstemming met de regels van de
                            Europese Unie en Aanbestedingswet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Subsidieverstrekking en steunverlening</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor het beleid en de interne regels voor de
                            toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen. Deze regels
                            waarborgen, dat wordt gehandeld in overeenstemming met de regels van de
                            Europese Unie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 6.</label><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Intrekken oude verordening</titel></kop><al>De ‘Financiele verordening Gemeente Venray’ vastgesteld bij raadsbesluit
                            van 14 maart 2016, wordt ingetrokken met ingang van de in het eerste lid
                            van artikel 28 genoemde datum van ingang van deze verordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van
                                bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening
                                gemeente Venray.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van 1 november 2016.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>,voorzitter ,raadsgriffier </ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage afschrijvingsbeleid bij artikel 9</label></kop><al>Voor het activabeleid worden de volgende aanvullende uitgangspunten
                    gehanteerd.</al><lijst><li nr="-"><al>Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 25.000 worden niet
                            geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen
                            worden altijd geactiveerd.</al></li><li nr="-"><al>Het moment van afschrijven hangt samen met de ingebruikname van het
                            actief. Er wordt gestart met afschrijven vanaf het eerst volgende
                            begrotingsjaar na het jaar van ingebruikname.</al></li><li nr="-"><al>In principe wordt de lineaire afschrijvingsmethode gehanteerd. De keuze
                            voor annuïtaire afschrijvingen wordt beschouwd als een afwijking van de
                            standaard en dient te allen tijde expliciet en gemotiveerd te worden
                            aangegeven. De annuïtaire methode wordt alleen bij die activa toegestaan
                            waar het van belang wordt geacht de lasten gedurende looptijd gelijk te
                            houden.</al></li><li nr="-"><al>Bij omvangrijke investeringen wordt alleen componentenbenadering
                                    <noot id="d2708e877"><noot.nr> 1
                                    </noot.nr><noot.al>De
                                    componentenbenadering houdt in dat verschillende samenstellende
                                    delen van een materieel vast actief, afzonderlijk worden
                                    gewaardeerd en afgeschreven op basis van het waarde verloop van
                                    die individuele delen. Per samenstellend deel kan de economische
                                    gebruiksduur namelijk verschillen. Bij toepassen van deze
                                    benadering, worden afzonderlijke vervangingen opnieuw
                                    geactiveerd.</noot.al></noot>toegepast na een specifiek
                            raadsbesluit. Bijvoorbeeld een gebouw bestaat uit de componenten grond,
                            gebouw, verwarmingsinstallaties en liftinstallaties.</al></li><li nr="-"><al>Voor het bepalen van de hoogte van de afschrijving wordt op grond van
                            het voorzichtigheidsbeginsel geen rekening gehouden met de restwaarde
                            van het actief.</al></li><li nr="-"><al>In beginsel geldt dat bij investeringen de inzet van capaciteit gedekt
                            wordt uit de exploitatie. Deze uren worden dus niet geactiveerd en
                            moeten passen binnen de reguliere werkzaamheden. Een uitzondering wordt
                            gemaakt voor de kosten van inzet van capaciteit voor investeringen,
                            zoals infrastructurele werken, het grondbedrijf en de totstandkoming van
                            een gebouw. In de toerekening naar investeringen (m.u.v. het
                            grondexploitaties) worden geen overheadkosten meegenomen.</al></li><li nr="-"><al>Afschrijvingstermijnen van investeringen die niet voorkomen in deze
                            lijst worden na goedkeuring van betreffende investeringskrediet
                            vastgesteld en toegevoegd aan deze lijst.</al></li><li nr="-"><al>Uitgangspunt bij het uitvoeren van investeringskredieten is dat deze
                            binnen twee jaar na autorisatie afgewikkeld moeten zijn. Kredieten die
                            na beschikbaarstelling door de raad, per ultimo van het begrotingsjaar
                            ouder zijn dan twee jaar, worden niet voor verdere uitvoering in het
                            volgend begrotingsjaar in stand gehouden. Indien een krediet in
                            afwijking op deze regel in stand dient te worden gehouden, kan het
                            college hiertoe aan de raad in de P&amp;C producten een voorstel
                            doen.</al></li><li nr="-"><al>Kredieten/ investeringen van voor 2014 worden op basis oude systematiek
                            gewaardeerd en afgeschreven.</al></li><li nr="-"><al>De bevoegdheid van stelselwijzigingen en schattingswijzigingen ligt bij
                            de gemeenteraad<noot id="d2708e901"><noot.nr> 1
                                    </noot.nr><noot.al>Een
                                        <onderstreept>stelselwijziging</onderstreept> betreft een
                                    wijziging van de “vrij te kiezen” waarderingsgrondslagen. Bij
                                    een stelselwijziging worden bestaande (rest)boekwaarden niet
                                    herrekend, maar over de langere, dan wel kortere, dan wel
                                    gelijkblijvende verwachte gebruiksperiode
                                    afgeschreven.</noot.al><noot.al>Een
                                        <onderstreept>schattingswijziging</onderstreept> betreft een
                                    wijziging van een verwachte toekomstige gebruiksduur c.q.
                                    gebruiksintensiteit dan wel de “naar verwachting” duurzaam
                                    lagere gebruikswaarde. De bestaande (rest)boekwaarde wordt niet
                                    herrekend, maar over de langere, dan wel kortere, dan wel
                                    gelijkblijvende verwachte toekomstige gebruiksduur
                                    afgeschreven.</noot.al></noot>.</al><al/><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colwidth="3*"/><colspec colname="col3" colwidth="71*"/><colspec colname="col4" colwidth="18*"/><colspec colname="col5" colwidth="4*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al><vet>Afschrijvings-</vet></al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al><vet>Termijn miv 2016</vet></al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al><vet>Immateriële vaste activa</vet></al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Kosten van onderzoek en ontwikkeling (max. termijn
                                                BBV)</al></entry><entry colname="col4"><al>5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Agio en disagio</al></entry><entry colname="col4"><al>Looptijd geldlening</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al><vet>Materiële vaste activa</vet></al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>a</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Gronden en terreinen</al></entry><entry colname="col4"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b-c</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Woonruimten en bedrijfsgebouwen</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>Nieuwbouw gebouwen (permanent)</al></entry><entry colname="col4"><al>40</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>Renovatie, restauratie en verbouw</al></entry><entry colname="col4"><al>25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>Tijdelijke gebouwen (bijv. noodlokalen)</al></entry><entry colname="col4"><al>10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>Voorzieningen aan gebouwen</al></entry><entry colname="col4"><al>10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Grond-, weg- en waterbouwkundige werken</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>Riolering aanleg en vervanging vrijverval riolen en
                                                hemelwaterafvoer</al></entry><entry colname="col4"><al>80</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>Riolering aanleg en vervanging persleidingen</al></entry><entry colname="col4"><al>60</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>Riolering aanleg en vervanging gemalen civiel</al></entry><entry colname="col4"><al>60</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>Wegen, straten, pleinen, rotondes, trottoirs (binnen
                                                bebouwde kom)</al></entry><entry colname="col4"><al>25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>Wegen, straten, pleinen, rotondes, trottoirs (buiten
                                                bebouwde kom)</al></entry><entry colname="col4"><al>40</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>Openbare verlichting aanleg en vervanging</al></entry><entry colname="col4"><al>20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>Brug</al></entry><entry colname="col4"><al>60</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>Parkeervoorzieningen:</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>-Parkeergarage</al></entry><entry colname="col4"><al>40</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>-Parkeerplaatsen</al></entry><entry colname="col4"><al>20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>Haven aanleg en reconstructie</al></entry><entry colname="col4"><al>50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>Damwand</al></entry><entry colname="col4"><al>50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>Plantsoenen / parken</al></entry><entry colname="col4"><al>25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>Sportterreinen</al></entry><entry colname="col4"><al>20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>Kunstgrasvelden (toplaag)</al></entry><entry colname="col4"><al> Max 15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>Kunstgrasvelden (onderlaag)</al></entry><entry colname="col4"><al> Max 30 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>Speelvoorzieningen:</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>-Speelterreinen</al></entry><entry colname="col4"><al>15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>-Speeltoestellen etc.</al></entry><entry colname="col4"><al>10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>Ondergrondse afvalcontainer:</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>-Ondergrondse afval container glas en kunststof</al></entry><entry colname="col4"><al>8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>-Ondergrondse afval container overig</al></entry><entry colname="col4"><al>15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Vervoermiddelen</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>Overige vervoermiddelen</al></entry><entry colname="col4"><al>5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>Bruikleenvoorzieningen WMO</al></entry><entry colname="col4"><al>7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>Voertuig</al></entry><entry colname="col4"><al>10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>Zoutstrooiers</al></entry><entry colname="col4"><al>10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Machines, apparaten en installaties</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>Verkeersregelinstallaties, borden en
                                                bewegwijzering</al></entry><entry colname="col4"><al>15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>Mechanische riolering en gemalen
                                                elektronisch/mechanisch</al></entry><entry colname="col4"><al>15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>Parkeermeters en parkeerautomaten</al></entry><entry colname="col4"><al>5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>Zonnepanelen</al></entry><entry colname="col4"><al>20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Overige materiele vaste activa</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>Informatie Communicatie Technologie
                                                (hardware/software)</al></entry><entry colname="col4"><al>4</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li></lijst></bijlage><nota-toelichting><kop><label>Toelichting op de artikelen</label></kop><al><vet>Artikel 1. Begripsbepaling</vet></al><al>In artikel 1 zijn diverse begrippen gedefinieerd. Bijvoorbeeld het begrip netto
                    schuld is gedefinieerd. Hiervoor is de definitie gevolgd die de Vereniging van
                    Nederlandse Gemeenten toepast voor het jaarlijkse overzicht met kengetallen over
                    de financiële positie van gemeenten.</al><al>Daarnaast is ook het begrip overheidsbedrijf gedefinieerd om nadere invulling te
                    kunnen geven aan de verplichtingen die volgen uit de Mededingingswet voor het
                    vaststellen van de hoogte van prijzen.</al><al/><al><vet>Artikel 2. Programma-indeling</vet></al><al>Dit artikel bevat bepalingen over de inrichting van de begroting en de
                    jaarstukken. De indeling van de programma’s worden door de raad vastgesteld. Het
                    BBV bepaalt in aanvulling hierop dat het college de producten/taakvelden aan de
                    programma’s toewijst. In dit lid wordt gesproken over producten/ taakvelden,
                    omdat een aangestelde werkgroep op dit moment bezig is met de doorontwikkeling
                    van de BBV. Eén van de ontwikkelingen is dat uniforme taakvelden worden
                    ingevoerd, zodat de vergelijkbaarheid tussen gemeenten groter wordt. </al><al>Op grond van artikel 189 Gemeentewet berust het budgetrecht bij de raad. De raad
                    neemt uiteindelijk de beslissing welke bedragen zij voor taken en activiteiten
                    op de begroting beschikbaar stelt. Gedurende het begrotingsjaar kan de raad op
                    grond van artikel 192 Gemeentewet besluiten nemen tot wijziging van de
                    begroting. De gemeente kan slechts uitgaven doen voor de bedragen die hiervoor
                    op de begroting zijn gebracht (derde lid artikel 189 Gemeentewet).</al><al>Het derde lid van artikel 2 van de financiële verordening bepaalt dat op
                    voorstel van het college de raad niet-financiële indicatoren per programma
                    vaststelt. Het is het zogenaamde SMART maken van de begroting. Het derde lid van
                    artikel 8 BBV stelt namelijk dat per programma wordt aangegeven wat de
                    doelstelling – in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten – is en hoe
                    er naar wordt gestreefd deze effecten te bereiken. </al><al>Het BBV schrijft een aantal verplichte paragrafen voor. In een paragraaf wordt
                    de raad integraal over een bepaald thema dat dwars door de begroting loopt,
                    geïnformeerd. Het vierde lid van artikel 2 van de financiële verordening bepaalt
                    dat de raad kan aangeven welke paragrafen hij nog meer wenst.</al><al/><al><vet>Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken</vet></al><al>In dit artikel zijn aanvullend op het BBV bepalingen opgenomen voor de
                    inrichting van de begroting. Het artikel bevat de bepaling dat de lasten en
                    baten onder de programma’s in de begroting per deelprogramma worden
                    weergegeven.</al><al>In het tweede lid wordt de verplichting in het BBV (artikel 20) om in de
                    begroting aandacht te besteden aan de investeringen nader uitgewerkt door te
                    bepalen dat er bij de uiteenzetting van de financiële positie een overzicht van
                    de investeringen wordt gegeven. In het vierde lid wordt dit geregeld voor de
                    jaarrekening</al><al>Het derde bepaalt dat in aanvulling op het bepaalde in het Besluit begroting en
                    verantwoording provincies en gemeenten de gevolgen van de begroting en
                    meerjarenraming voor de gemeentelijke schuldpositie inzichtelijk worden
                    gemaakt.</al><al/><al><vet>Artikel 4. Kaders begroting</vet></al><al>Artikel 4 van de financiële verordening biedt de kaders voor het opstellen van
                    de begroting en de meerjarenraming. Hierin staan een aantal uitgangspunten die
                    het college bij het opstellen van deze stukken in acht moet nemen. Dit in
                    aanvulling op de bepalingen van de artikelen 189 en 193 Gemeentewet en het BBV. </al><al>Het eerste lid van het artikel bepaalt dat de gemeenteraad vooraf aan het
                    opstellen van de begroting een voorjaarsnota vaststelt waarin de hoofdlijnen
                    voor het beleid en de financiële kaders voor de komende jaren zijn vastgelegd.
                    De kaders geven richting aan het college voor het opstellen van de begroting en
                    de meerjarenraming. </al><al>Artikel 8 van het BBV zegt dat het bedrag voor onvoorzien moet zijn opgenomen in
                    het programmaplan. In het tweede lid van artikel 4 wordt een nadere invulling
                    aan deze wettelijke verplichtingen gegeven door de omvang van het bedrag voor
                    onvoorzien vast te leggen. Daarnaast zijn in lid 2 kaders gesteld over het
                    gebruik van de post onvoorzien. Het voorstel moet voldoen aan de drie O’s;
                    Onvoorzienbaar, Onontkoombaar en Onuitstelbaar (in de begrippenlijst is de
                    definitie van de drie O’s opgenomen). Er dient minimaal aan twee O’s te worden
                    voldaan. Onvoorzienbaar is niet altijd een criterium waaraan moet zijn voldaan.
                    Een goede verklaring voor het niet opnemen van een uitgaaf of investering, dan
                    wel een verlaging van een inkomst, is dan wel het minste waaraan moet worden
                    voldaan. Bij elk B&amp;W- en raadsvoorstel met financiële gevolgen, waarvan
                    dekking via de post onvoorziene uitgaven loopt, dient onder ‘Argumenten’ of
                    ‘Financiële gevolgen’ “de 3 O’s” toegelicht te worden. </al><al/><al><vet>Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten</vet></al><al>Artikel 5 van de financiële verordening bevat nadere regels voor de autorisatie
                    van de baten en lasten in de begroting en van de investeringskredieten.
                    Autorisatie van de baten en lasten vindt plaats op het niveau van de
                    programma’s. </al><al>Ook uitgaven voor investeringen moeten worden geautoriseerd. De autorisatie van
                    deze investeringskredieten vindt plaats bij de begrotingsbehandeling (tweede
                    lid).</al><al>Wel kan de raad bij de begrotingsbehandeling aangeven welke
                    investeringskredieten hij op een later tijdstip wenst te autoriseren. Zo kan de
                    raad de autorisatie van politiek belangrijke investeringen combineren met de
                    behandeling van de inhoudelijke kant van het investeringsvoorstel. Het bedrag
                    voor een dergelijke investering blijft wel op de begroting staan als voorziene
                    uitgaaf, maar de raad autoriseert de uitgaaf nog niet. Het college is nog niet
                    bevoegd verplichtingen voor de investering aan te gaan, met uitzondering van de
                    voorbereidingskosten om tot een voorstel te komen.</al><al>Het college dient dreigende overschrijdingen van geautoriseerde lasten en
                    investeringskredieten en dreigende onderschrijdingen van geautoriseerde baten
                    bij het bekend worden aan de raad te melden, zodat de raad kan besluiten of het
                    budget moet worden gewijzigd of dat het beleid moet worden bijgesteld.</al><al>Voor het behandelen van de daadwerkelijke begrotingswijzigingen en bijstellingen
                    van beleid is er voor gekozen deze mee te nemen bij de behandeling van de
                    tussenrapportages (vierde lid). </al><al>Meestal komen gedurende het begrotingsjaar nieuwe investeringsvoornemens op
                    tafel die bij het opstellen van de begroting niet waren voorzien. Het vijfde lid
                    van het artikel regelt de autorisatie van de investeringskredieten anders dan
                    bij vaststelling van de begroting. Dit zijn ook de investeringskredieten waarvan
                    de raad bij de begrotingsbehandeling aangegeven heeft welke
                    investeringskredieten hij op een later tijdstip wenst te autoriseren. </al><al/><al><vet>Artikel 6. Tussentijdse rapportage</vet></al><al>Een belangrijk onderdeel van de planning- en controlcyclus voor de raad zijn de
                    tussenrapportages. Op basis van tussenrapportages wordt de raad geïnformeerd
                    over de voortgang van de uitvoering van het beleid en de uitputting van
                    budgetten en investeringskredieten.</al><al>Het tweede lid bepaalt dat het college de afwijkingen ten opzichte van de
                    begroting in de tussenrapportages moet toelichten.</al><al/><al><vet>Artikel 7. Informatieplicht</vet></al><al>In artikel 7 van de financiële verordening is een nadere invulling van de
                    informatieplicht van het college aan de raad opgenomen. Het betreft een
                    uitwerking van het vierde lid van artikel 169 Gemeentewet. Dat artikel verplicht
                    het college vooraf aan het aangaan van bepaalde verplichtingen de raad
                    inlichtingen te verstrekken indien de raad daar om verzoekt of indien de
                    uitoefening van deze bevoegdheden van het college ingrijpende gevolgen heeft
                    voor de gemeente. Het college informeert de raad actief over nieuwe
                    ontwikkelingen met eventuele financiële consequenties die ingrijpende gevolgen
                    hebben voor de gemeente. In artikel 7 verplicht de raad het college om
                    informatie vooraf aan het aangaan van de opgesomde rechtshandelingen met een
                    financieel gevolg, indien het aangaan van deze verplichtingen de in het artikel
                    genoemde bedragen overschrijden. </al><al>Ook moeten besluiten van het college voor het doen van privaatrechtelijke
                    rechtshandelingen passen binnen de kaders van het beleid dat door de raad is
                    uiteengezet. Het artikel schept slechts duidelijkheid tussen het college en de
                    raad over wanneer de raad in elk geval vóóraf wenst te worden geïnformeerd en in
                    de gelegenheid wil worden gesteld zijn wensen en bedenkingen aan het college
                    kenbaar te maken.</al><al/><al><vet>Artikel 8. EMU-saldo</vet></al><al>Voor gemeenten is in de Wet houdbare overheidsfinanciën vastgelegd dat ze
                    aandeel hebben in plafond voor het totale EMU-tekort van Nederland. Wordt dit
                    gemeentelijk aandeel in het EMU-tekort door de gezamenlijke gemeenten
                    overschreden dan kan dat tot een correctieve maatregel van het Rijk leiden of
                    tot een boete uit Europa die naar gemeenten wordt door vertaald. Maar het kan
                    ook zijn dat de overschrijding niet erg is. </al><al>Gemeenten krijgen in het voorjaar van het Rijk bericht of het gemeentelijk
                    aandeel in het nationale toegestane EMU-tekort met de lopende begroting dreigt
                    te worden overschreden. Ook wordt dan duidelijk of daarop actie van gemeenten is
                    gewenst. Pas als dit laatste het geval is, moeten gemeenten met een individueel
                    EMU-saldo hoger dan gemeentelijke EMU-referentiewaarde hun begroting neerwaarts
                    bijstellen om de overschrijding van het collectieve aandeel ongedaan te
                    maken.</al><al>In het artikel is opgenomen dat het college de raad informeert bij een
                    overschrijding van het toegestane EMU-tekort voor alle gemeenten. Als daarop
                    actie nodig is van de gemeente, doet het college een voorstel voor het wijzigen
                    van de begroting.</al><al/><al><vet>Artikel 9. Waardering &amp; afschrijving vaste activa</vet></al><al>In het tweede lid, onder a, van artikel 212 Gemeentewet is opgenomen dat de
                    financiële verordening in elk geval de regels voor waardering en afschrijving
                    van activa bevat. Hieraan is in artikel 9 invulling gegeven. In het eerste lid
                    is geregeld dat voor het waarderen en afschrijven de regels van het besluit
                    begroting en verantwoording worden gehanteerd. Voor de bepalingen over
                    afschrijvingsmethodieken en afschrijvingstermijnen van activa, wordt in de
                    verordening verwezen naar een bijlage. In de bijlage zijn naast de methodiek, de
                    afschrijvingstermijnen voor de verschillende categorieën vaste activa opgenomen.
                    Ook zijn maatschappelijke investeringen in de bijlage opgenomen. Met ingang van
                    2017 wordt het activeren van maatschappelijke investeringen verplicht. Dit komt
                    voort uit de doorontwikkeling van het Besluit begroting en verantwoording. </al><al>Door enerzijds een bijlage op te nemen bij de financiële verordening waar de
                    methodiek van afschrijven en de afschrijvingstermijn zijn vastgelegd. Anderzijds
                    dat voor de waarderingsgrondslagen een verwijzing is opgenomen naar het Besluit
                    begroting en verantwoording wordt afgeschreven, wordt het opstellen van een
                    afzonderlijke nota activa niet als noodzakelijk gezien. Dit betekent dat met de
                    invoering van de financiële verordening, de nota ‘beleid vaste activa 2006’,
                    wordt ingetrokken.</al><al>Daarnaast is in lid vijf bepaald dat een systematiek van rente toerekening wordt
                    toegepast. De systematiek wordt bepaald volgens de grondslagen die zijn
                    opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording. </al><al/><al><vet>Artikel 10. Voorziening voor oninbare vorderingen</vet></al><al>Voor de oninbaarheid van vorderingen moet een gemeente een voorziening vormen.
                    Bij het artikel is onderscheid gemaakt tussen gemeentelijke aanslagen en
                    heffingen die het karakter hebben van bulkfacturen en overige vorderingen. </al><al>Vorderingen worden individueel beoordeeld op oninbaarheid. Maar voor de in het
                    tweede lid genoemde gemeentelijke aanslagen, heffingen en
                    bijstandsverstrekkingen wordt een voorziening getroffen op basis van het
                    historisch percentage van oninbaarheid. Een individuele beoordeling per aanslag
                    of heffing is bij dit soort vorderingen namelijk zeer bewerkelijk. Om de
                    juistheid en volledigheid van de voorziening te borgen is het van belang om
                    grote bedragen onder deze vorderingen toch individueel te beoordelen. Hiervoor
                    is een aanvullende bepaling opgenomen.</al><al/><al><vet>Artikel 11. Reserves en voorzieningen </vet></al><al>Het eerste lid bepaalt dat het college eens in de vier jaar een nota over de
                    reserves en voorzieningen aan de raad aanbiedt. Met het vaststellen van deze
                    nota stelt de raad de kaders vast voor de vorming van reserves en
                    voorzieningen.</al><al>Voor een bestedingsvoornemen kan de raad een bestemmingsreserve vormen. Een deel
                    van de algemene reserve wordt hiervoor afgezonderd. Hiermee wordt op de balans
                    van de gemeente tot uitdrukking gebracht dat een toekomstige besteding een
                    beslag op het eigen vermogen gaat leggen. In het tweede lid zijn de voorwaarden
                    voor een voorstel voor een dergelijke bestemmingsreserve opgenomen.</al><al/><al><vet>Artikel 12. Kostprijsberekening</vet></al><al>Artikel 212 Gemeentewet bepaalt in het tweede lid, onder b, dat de verordening
                    in ieder geval bevat de grondslagen voor de berekening van de door het
                    gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en tarieven voor rechten en
                    heffingen. De grondslag voor de prijzen en tarieven vormt de opbouw van de
                    kostprijs van de goederen en diensten waarvoor prijzen en heffingen in rekening
                    worden gebracht. In artikel 12 van de verordening staan de kaders voor de
                    bepaling van de kostprijzen van de gemeentelijke diensten die worden geleverd
                    aan derden.</al><al>Met de herziening van het BBV met ingang van 2017 moeten de overheadkosten apart
                    worden verantwoord. Ze worden bij de gemeente niet meer doorberekend aan de
                    producten/taakvelden. Daarmee vervalt de mogelijkheid om de integrale
                    kostprijzen in de administratie van de baten en lasten op producten/taakvelden
                    van de programmabegroting en -verantwoording in beeld te brengen. De kostprijzen
                    moeten daarom extracomptabel worden berekend.</al><al>Het eerste lid van het artikel bepaalt dat de kostprijs bestaat uit de directe
                    kosten en de indirecte kosten die meer dan zijdelings samenhangen met de door de
                    gemeente verleende diensten. Het tweede lid bepaalt dat bijdragen aan en
                    onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de
                    betrokken activa en de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa betrokken
                    worden bij de kosten. Voor de rioolheffing, afvalstoffenheffing en leges is
                    specifiek een bepaling opgenomen dat de compensabele BTW en de kosten van het
                    kwijtscheldingsbeleid betrokken worden bij de kosten.</al><al>Het derde lid bepaalt de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van
                    door de gemeente te leveren goederen, werken en diensten. Dit gebeurt op basis
                    van de directe uren op de betreffende activiteit. Het vierde lid bepaalt dat
                    kosten die meer dan zijdelings van belang zijn voor een ander product/taakveld,
                    voor het bepalen van de kostprijs naar evenredigheid toebedeeld worden naar dat
                    andere product/taakveld.</al><al>Daarnaast is in lid 5 bepaald dat het percentage van de omslagrente voor de
                    toerekening van de rente voor de financiering van de in gebruik zijnde activa,
                    als bedoeld in het eerste lid, jaarlijks met de begroting wordt
                    vastgesteld.</al><al/><al><vet>Artikel 13. Prijzen economisch activiteiten</vet></al><al>Als een gemeente goederen, diensten of werken levert aan overheidsbedrijven of
                    derden dan mag zij deze activiteiten niet bevoordelen als het economische
                    activiteiten betreft. Economische activiteiten zijn hier activiteiten waarmee de
                    gemeenten in concurrentie met ander ondernemingen treedt. Het
                    bevoordelingsverbod houdt feitelijk in dat tenminste een integrale kostprijs in
                    rekening moet worden gebracht.</al><al>Van deze verplichting kan worden afgeweken als de activiteiten worden ontplooid
                    in het kader van het algemeen belang. Daarvoor is wel nodig dat in een
                    raadbesluit het algemeen belang van de activiteit wordt gemotiveerd. Het
                    raadbesluit moet worden aangemerkt als een concretiserend besluit van algemene
                    strekking. In een besluit van 7 april 2015 heeft de gemeenteraad activiteiten
                    aangewezen die plaatsvinden in het algemeen belang.</al><al/><al><vet>Artikel 14. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en
                        prijzen</vet></al><al>Het vaststellen van de tarieven voor belastingen, rechten en leges is een
                    bevoegdheid van de raad. Deze bevoegdheid kan niet worden gedelegeerd (artikel
                    156 Gemeentewet). Het eerste lid van het artikel bepaalt dat de raad de tarieven
                    voor de belastingen, rioolheffingen en afvalstoffenheffing jaarlijks
                    vaststelt.</al><al/><al><vet>Artikel 15. Financieringsfunctie</vet></al><al>Artikel 212 Gemeentewet bevat de bepaling dat de financiële verordening in elk
                    geval regels voor de algemene doelstelling en de te hanteren richtlijnen en
                    limieten van de financieringsfunctie bevat. Artikel 15 geeft invulling aan deze
                    plicht. Het artikel bevat kaders voor het financieringsbeleid. De kaders voor de
                    financiële organisatie van de financieringsfunctie staan in artikel 17. </al><al>In aanvulling op de regels uit de wet Financiering decentrale overheden en
                    daaruit volgende besluiten en regelingen stelt het eerste lid een aantal
                    aanvullende kaders. Zo mag geen gebruik worden gemaakt van financiële derivaten.
                    Daarnaast is opgenomen dat voor het aantrekken van financieringen tenminste 2
                    prijsopgaven moeten worden opgevraagd. Dit is sluit aan bij het treasurystatuut
                    van de gemeente Venray.</al><al>Het tweede lid bepaalt dat het college de raad informeert als de kasgeldlimiet
                    of de renterisiconorm dreigt te worden overschreden. Artikel 4 respectievelijk 6
                    van de Wet financiering decentrale overheden (hierna: Wet Fido) geeft aan dat de
                    toezichthouder (provincie) wordt geïnformeerd als de gemeente de renterisiconorm
                    of voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet overschrijdt en
                    dat de gemeente aan de toezichthouder een plan voorlegt om weer binnen deze norm
                    dan wel limiet te komen.</al><al>Dit plan dient door de provincie goed gekeurd te worden. Indien hier niet aan
                    wordt voldaan, kan de toezichthouder correctieve maatregelen treffen. </al><al>Gemeenten mogen alleen leningen en garanties verstrekken en financiële
                    participaties aangaan voor het behartigen van een publiek belang (artikel 2 Wet
                    Fido). Daarbij bepaalt het tweede lid van artikel 160 Gemeentewet dat een
                    besluit tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen,
                    vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen
                    niet eerder wordt genomen dan nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en
                    hij zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college heeft kunnen brengen.
                    Het derde lid draagt het college op bij het verstrekken van leningen, garanties
                    en kapitaal zo mogelijk zekerheden te bedingen om zo het financiële risico
                    waaraan de gemeente bloot komt te staan te verminderen. Nadere regels over het
                    verstrekken van garanties zijn opgenomen in de verordening
                    garantstellingen.</al><al>Het vierde lid bepaalt dat het college eens in de vier jaar aan de raad een
                    treasurystatuut aanbiedt. Met dit statuut kan de raad de kaders voor de
                    financieringsfunctie vaststellen.</al><al/><al><vet>Paragrafen</vet></al><al>In het Besluit begroting en verantwoording wordt in titel 2.3 ‘de paragrafen’
                    aangegeven welke paragrafen verplicht zijn en welke informatie minimaal moet
                    worden opgenomen.</al><al/><al><vet>Artikel 16. Lokale heffingen</vet></al><al>In artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording is geregeld welke
                    onderdelen opgenomen moeten worden in de paragraaf lokale heffingen. Daarnaast
                    doet het college bij de begroting en jaarstukken verslag van de
                    kostendekkendheid van de rioolrechten en de afvalstofheffing.</al><al/><al><vet>Artikel 17. Financiering</vet></al><al>In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in
                    artikel 13 welke informatie de paragraaf financiering in elk geval moet
                    bevatten. In deze paragraaf wordt de raad ook geïnformeerd over onder andere de
                    kasgeldlimiet, de ontwikkelingen in de liquiditeitsplanning, het emu-saldo, het
                    schatkistbankieren. </al><al/><al><vet>Artikel 18. Weerstandsvermogen &amp; risicobeheersing</vet></al><al>In het Besluit begroting en verantwoording staat in artikel 11 welke informatie
                    de paragraaf weerstandsvermogen in elk geval moet bevatten. De financiële
                    kengetallen zoals opgenomen in artikel 11 worden meerjarig gepresenteerd.</al><al>In lid 2 is vastgelegd dat het college eens in de vier jaar een nota
                    risicobeleid aanbiedt aan de raad. Dit wordt voorgesteld omdat risicomanagement
                    er voor zorgdraagt dat de gemeente Venray grip houdt op de risico’s die men
                    loopt en daardoor in control blijft.</al><al/><al><vet>Artikel 19. Onderhoud kapitaalgoederen</vet></al><al>Het vaststellen van de beheersplannen is een bevoegdheid van de raad. De plannen
                    geven het kader mee voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het
                    onderhoud en bijbehorende kosten. Het college zorgt dat de benodigde
                    beheersplannen eens in de vier jaar worden geactualiseerd. Bij significante
                    afwijkingen dient het beheersplan eerder geactualiseerd te worden.</al><al>Lid 3 gaat in op de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen. In het Besluit
                    begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in artikel 12 welke
                    informatie de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen in elk geval moet bevatten.
                    Aanvullend wordt de voortgang van het geplande onderhoud en de omvang van het
                    achterstallig onderhoud opgenomen. Het is belangrijk om de raad ook hierover te
                    informeren want dit kan financiële consequenties hebben. Bijvoorbeeld kan
                    geconstateerd worden of te veel of te weinig is begroot of dat een voorziening
                    ontoereikend is. </al><al/><al><vet>Artikel 20. Verbonden partijen</vet></al><al>Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf verbonden
                    partijen de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het Besluit
                    begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.</al><al/><al><vet>Artikel 21. Grondbeleid</vet></al><al>In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in
                    artikel 16 welke informatie de paragraaf grondbeleid in elk geval moet bevatten.
                    Het tweede lid bepaalt dat het college eens in de vier jaar aan de raad een nota
                    grondbeleid aanbiedt. Met de nota kan de raad de kaders voor het toekomstig
                    grondbeleid vaststellen. In het tweede lid van het artikel is ook opgenomen
                    welke onderdelen minimaal opgenomen moeten worden in de nota grondbeleid.</al><al/><al><vet>Artikel 22. Administratie</vet></al><al>Onder artikel 22 zijn algemene bepalingen opgenomen voor de inrichting van de
                    gemeentelijke administratie. Op hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens
                    systematisch moeten worden vastgelegd en aan welke eisen deze gegevens en de
                    vastlegging er van moeten voldoen. </al><al/><al><vet>Artikel 23. Financiële organisatie</vet></al><al>Artikel 23 geeft de uitgangspunten voor de financiële organisatie en draagt het
                    college op hiervoor zorg te dragen. Het college is op grond van artikel 160
                    Gemeentewet bevoegd regels te stellen over de ambtelijke organisatie. Deze
                    bevoegdheid betreft ook het stellen van regels voor de financiële organisatie,
                    blijkt uit het advies van de Raad van State en het Nader rapport uit 2003 over
                    de wijziging van artikel 212 Gemeentewet. </al><al>In artikel 23 wordt vastgelegd op welke terreinen van de financiële organisatie
                    het college interne regels moet stellen. Bijvoorbeeld dat het college zorgdraagt
                    voor de volmachten en machtigen voor het aangaan van verplichtingen en de
                    kostenverdeelsleutels voor de kostentoerekening. </al><al>De uitgangspunten voor de financiële organisatie zijn nodig om voor het
                    financieel beheer en beleid aan de eisen voor rechtmatigheid, controle en
                    verantwoording te voldoen. Ze creëren de randvoorwaarden waarop de interne
                    controle en de accountantscontrole kan steunen bij het onderzoek naar de
                    rechtmatigheid van de beheershandelingen en getrouwheid van de jaarrekening. </al><al/><al><vet>Artikel 24. Interne controle</vet></al><al>De accountant toetst jaarlijks of de gemeenterekening een getrouw beeld geeft
                    van de gemeentelijke financiën en of de (financiële) beheershandelingen die
                    eraan ten grondslag liggen rechtmatig zijn verlopen. Artikel 24 draagt het
                    college op maatregelen te treffen opdat gedurende het jaar of vooraf aan de
                    accountantscontrole de gemeente zelf nagaat of de cijfers in de administraties
                    een getrouw beeld geven en of de financiële beheershandelingen die aan de baten,
                    de lasten en de balansmutaties ten grondslag liggen rechtmatig (zijn)
                    verlopen.</al><al>Het tweede lid bepaalt dat het college een nota inzake de bestrijding van
                    misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen eens in de vier
                    jaar aanbied aan de raad.</al><al>Het derde lid bepaalt dat jaarlijks een intern controleplan wordt opgesteld
                    gebaseerd op een risicoanalyse en een geactualiseerd normenkader. Het interne
                    controleplan wordt tevens afgestemd met de accountant van de gemeente Venray en
                    de opgestelde rapporten van de bevindingen en aanbeveling van de uitgevoerde
                    controles worden beschikbaar gesteld aan de accountant t.b.v. de interim- en
                    jaarrrekeningcontrole.</al><al/><al><vet>Artikel 25. Aanbesteding en inkoop</vet></al><al>In artikel 25 is een bepaling opgenomen dat het college voor beleid en interne
                    regels zorgt voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten.
                    Deze regels moeten waardborgen dat voldaan wordt aan Europese regelgeving en de
                    Aanbestedingswet.</al><al/><al><vet>Artikel 26. Subsidieverstrekking</vet></al><al>In artikel 26 is een bepaling opgenomen dat het college zorgdraagt dat beleid en
                    interne regels opgesteld worden voor het verstrekken van subsidies aan
                    ondernemingen en instellingen.</al><al/><al><vet>Artikel 27. Intrekken oude verordening en overgangsrecht</vet></al><al>De financiële verordening, vastgesteld in het raadsbesluit van 14 maart, wordt
                    ingetrokken. </al><al/><al><vet>Artikel 28. Inwerkingtreding en citeertitel</vet></al><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>