<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR424069_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Erfgoedverordening Velsen 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Velsen</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-11-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Velsen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch gemeenteblad en Jutter/Hofgeest 3 november 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Erfgoedverordening Velsen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Erfgoedwet, artikel 3.16</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-10-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-11-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R16.057</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Monumentenverordening Velsen 2010 komt hiermee te vervallen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Erfgoedverordening Velsen 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Velsen; </al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        6 september 2016; </al><al>gelet op de artikelen 3.16 en 9.1 van de Erfgoedwet, gelezen in
                        samenhang met de artikelen 12, 15 en 38</al><al>van de Monumentenwet 1988 en de artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene
                        bepalingen omgevingsrecht;</al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening: Erfgoedverordening
                        Velsen 2016</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 1. Begripsbepalingen</label></kop><al>In deze verordening wordt, tenzij anders is bepaald, verstaan
                            onder:</al><al>a) cultureel erfgoed: uit het verleden geërfde materiële en immateriële
                            bronnen, in de loop van de tijd tot stand gebracht door de mens of
                            ontstaan uit de wisselwerking tussen mens en omgeving, die mensen,
                            onafhankelijk van het bezit ervan, identificeren als een weerspiegeling
                            en uitdrukking van zich voortdurend ontwikkelende waarden,
                            overtuigingen, kennis en tradities, en die aan hen en toekomstige
                            generaties een referentiekader bieden;</al><al>b) cultuurgoed: roerende zaak die deel uitmaakt van cultureel
                            erfgoed;</al><al>c) monument: vervaardigde zaken of terreinen die van algemeen belang
                            zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun
                            cultuurhistorische waarde;</al><al>d) gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument dat is
                            ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister;</al><al>e) gemeentelijk erfgoedregister: de lijst waarop zijn geregistreerd de
                            overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument aangewezen
                            onroerende en roerende zaken of terreinen bedoeld in onderdeel c;</al><al>f) provinciaal monument: monument of archeologisch monument dat is
                            ingeschreven in het provinciaal erfgoedregister;</al><al>g) rijksmonument: monument of archeologisch monument dat is ingeschreven
                            in het rijksmonumentenregister;</al><al>h) archeologisch monument: terrein dat deel uitmaakt van cultureel
                            erfgoed vanwege de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere
                            sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die
                            overblijfselen, voorwerpen en sporen;</al><al>i) beschermd dorpsgezicht: groep van onroerende zaken die van algemeen
                            belang is vanwege zijn schoonheid, zijn onderlinge ruimtelijke of
                            structurele samenhang dan wel zijn wetenschappelijke of
                            cultuurhistorische waarde en in welke groep zich één of meer monumenten
                            bevinden en welke groep is ingeschreven in het gemeentelijke
                            erfgoedregister;</al><al>j) commissie: een commissie van deskundigen als bedoeld in artikel 4.20
                            van de Erfgoedwet;</al><al>k) adviescommissie: een commissie van deskundigen ingevolge artikel 84
                            van de Gemeentewet ingesteld door het college van burgemeester en
                            wethouders, genaamd de commissie Stedelijk Schoon, met als taak het
                            college te adviseren over de toepassing over de toepassing van de
                            Monumentenwet 1988, de Omgevingswet, de verordening en het
                            monumentenbeleid;</al><al>l) minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;</al><al>m) omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2,
                            eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet algemene bepalingen
                            omgevingsrecht;</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2. Gemeentelijk erfgoedregister</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college van burgemeester en wethouders houden een door een
                                    ieder te raadplegen gemeentelijk register bij van krachtens deze
                                    verordening onherroepelijk aangewezen cultureel erfgoed
                                    (gemeentelijk erfgoedregister).</al></li><li nr="2."><al>Het gemeentelijk erfgoedregister bevat gegevens over de
                                    inschrijving en identificatie van het aangewezen gemeentelijk
                                    cultureel erfgoed.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 2. Aanwijzing van beschermde gemeentelijke cultuurgoederen en verzamelingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 3. Aanwijzing als beschermd gemeentelijke cultuurgoed of beschermde gemeentelijke verzameling</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college van burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve
                                    besluiten een cultuurgoed dat van bijzondere cultuurhistorische
                                    of wetenschappelijke betekenis of uitzonderlijke schoonheid is
                                    en dat als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden
                                    voor het gemeentelijk cultuurbezit en dat in eigendom is van de
                                    gemeente of dat aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd aan
                                    te wijzen als beschermd gemeentelijk cultuurgoed.</al></li><li nr="2."><al>Het college van burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve
                                    besluiten een verzameling van bijzondere cultuurhistorische of
                                    wetenschappelijke betekenis, die als geheel of door een of meer
                                    van de cultuurgoederen die een wezenlijk onderdeel van de
                                    verzameling zijn, als onvervangbaar en onmisbaar behoort te
                                    worden behouden voor het gemeentelijk cultuurbezit en die in
                                    eigendom van de gemeente is of die aan de zorg van de gemeente
                                    is toevertrouwd, aan te wijzen als beschermde gemeentelijke
                                    verzameling.</al></li><li nr="3."><al>Voor de aanwijzing van een cultuurgoed dat of een verzameling
                                    die aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd is toestemming
                                    van de eigenaar vereist.</al></li><li nr="4."><al>Over het voornemen van een aanwijzing, bedoeld in het eerste of
                                    tweede lid, alsmede over de vervreemding van een beschermd
                                    gemeentelijk cultuurgoed of een beschermde gemeentelijke
                                    verzameling of over het afstand doen van de zorg daarvoor vraagt
                                    het college van burgemeester en wethouders advies aan een
                                    commissie als bedoeld in artikel 4.20 van de Erfgoedwet.</al></li><li nr="5."><al>Dit artikel is niet van toepassing op:</al></li></lijst><al>a) beschermde cultuurgoederen en beschermde verzamelingen als bedoeld in
                            artikel 1.1 van de Erfgoedwet, en</al><al>b) cultureel erfgoed dat is aangewezen op grond van een provinciale
                            erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de
                            Erfgoedwet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4. Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als beschermd gemeentelijke cultuurgoed of beschermde gemeentelijke verzameling</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college van burgemeester en wethouders kunnen een besluit
                                    tot aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste of tweede lid,
                                    ambtshalve wijzigen of intrekken. Artikel 3, vierde lid, is
                                    hierop van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing
                                    van ondergeschikte betekenis betreft of het cultuurgoed of de
                                    verzameling waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is
                                    tenietgegaan.</al></li><li nr="2."><al>Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het
                                    cultuurgoed of de verzameling waarop de aanwijzing betrekking
                                    heeft wordt aangewezen als:</al></li></lijst><al>a) beschermd cultuurgoed of beschermde verzameling als bedoeld in
                            artikel 1.1 van de Erfgoedwet, of </al><al>b) beschermd cultureel erfgoed op grond van een provinciale
                            erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de
                            Erfgoedwet. </al><al>3.Zodra de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing
                            onherroepelijk is geworden wordt dat onverwijld bijgehouden in het
                            gemeentelijk erfgoedregister.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 3. Aanwijzing gemeentelijk monument</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 5. Aanwijzing als gemeentelijk monument</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college van burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet
                                    op aanvraag van een belanghebbende, besluiten een monument of
                                    archeologisch monument dat van bijzonder belang is voor de
                                    gemeente vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap
                                    of cultuurhistorische waarde aan te wijzen als gemeentelijk
                                    monument.</al></li><li nr="2."><al>Dit artikel is niet van toepassing op:</al></li></lijst><al>a) rijksmonumenten en</al><al>b) provinciale monumenten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6. Voornemen tot aanwijzing</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Een voornemen om toepassing te geven aan artikel 5 wordt door
                                    het college van burgemeester en wethouders schriftelijk
                                    bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende
                                    zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in
                                    artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet.</al></li><li nr="2."><al>Voordat een kerkelijk monument wordt aangewezen, voert het
                                    college van burgemeester en wethouders overleg over het
                                    voornemen met de eigenaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7. Voorbescherming</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De bescherming van hoofdstuk 4 is van overeenkomstige toepassing
                                    op het monument of archeologisch monument ten aanzien waarvan
                                    een voornemen als bedoeld in artikel 6 is bekendgemaakt.</al></li><li nr="2."><al>De voorbescherming, bedoeld in het eerste lid, vervalt op het
                                    moment van inschrijving van de aanwijzing in het gemeentelijk
                                    erfgoedregister of op het moment waarop het aanwijzingsbesluit
                                    wordt herroepen of door de in de zaak bevoegde rechter wordt
                                    vernietigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8. Adviescommissie </label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college van burgemeester en wethouders vraagt over het
                                    voornemen om toepassing te geven aan artikel 5 advies aan zijn
                                    commissie Stedelijk Schoon. Leden van het college van
                                    burgemeester en wethouders maken geen deel uit van de
                                    adviescommissie.</al></li><li nr="2."><al>De adviescommissie betrekt in ieder geval de leden die deskundig
                                    zijn op het gebied van de monumentenzorg bij het advies.</al></li><li nr="3."><al>De adviescommissie brengt binnen acht weken na ontvangst van de
                                    adviesaanvraag schriftelijk en deugdelijk gemotiveerd advies
                                    uit.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9. Beslistermijn en inhoud aanwijzingsbesluit</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college van burgemeester en wethouders beslist binnen
                                    zestien weken na ontvangst van de aanvraag van een
                                    belanghebbende op de aanvraag om een aanwijzing als gemeentelijk
                                    monument.</al></li><li nr="2."><al>Deze termijn kan eenmaal met acht weken verlengd worden;</al></li><li nr="3."><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van
                                    toepassing.</al></li><li nr="4."><al>De aanwijzing bevat in ieder geval de plaatselijke aanduiding
                                    van het gemeentelijke monument, de datum van aanwijzing, de
                                    kadastrale aanduiding en een beschrijving van het gemeentelijke
                                    monument.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10. Bekendmaking aanwijzingsbesluit aan rechthebbenden en inschrijving</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanwijzing wordt schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk
                                    gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de
                                    openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de
                                    Kadasterwet.</al></li><li nr="2."><al>Zodra een aanwijzing onherroepelijk is geworden wordt deze
                                    onverwijld opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11. Aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument</label></kop><lijst><li nr="1."><al>In een spoedeisend geval kan het college van burgemeester en
                                    wethouders een monument of archeologisch monument aanwijzen als
                                    voorlopig gemeentelijk monument. In afwijking van artikel 8
                                    wordt in dat geval aan de gemeentelijke adviescommissie advies
                                    gevraagd over de vastgestelde aanwijzing als voorlopig
                                    gemeentelijk monument.</al></li><li nr="2."><al>Een aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument vervalt na 26
                                    weken of zoveel eerder als het college van burgemeester en
                                    wethouders een besluit heeft genomen over de aanwijzing, bedoeld
                                    in artikel 5.</al></li><li nr="3."><al>Hoofdstuk 4 van deze verordening is van overeenkomstige
                                    toepassing vanaf het moment dat belanghebbenden schriftelijk in
                                    kennis worden gesteld van het besluit van burgemeester en
                                    wethouders tot aanwijzing van het monument of archeologisch
                                    monument als voorlopig gemeentelijk monument. Artikel 10 is van
                                    overeenkomstige toepassing op deze aanwijzing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12. Wijziging gemeentelijk erfgoedregister, vervallen aanwijzing monument</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college van burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien
                                    van gemeentelijke monumenten en voorlopige gemeentelijke
                                    monumenten ambtshalve wijzigingen aanbrengen in het gemeentelijk
                                    erfgoedregister.</al></li><li nr="2."><al>Als de wijziging ziet op het schrappen uit het register is
                                    hoofdstuk 3 van deze verordening van overeenkomstige toepassing,
                                    tenzij het monument of het archeologisch monument waarop de
                                    aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan.</al></li><li nr="3."><al>Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het monument
                                    of het archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking
                                    heeft is ingeschreven in het rijksmonumentenregister of een
                                    provinciaal erfgoedregister als bedoeld in artikel 3.17, derde
                                    lid, van de Erfgoedwet. Het vervallen van de aanwijzing wordt
                                    onverwijld bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 4. Bescherming gemeentelijk monument</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 13. Instandhoudingsplicht gemeentelijk monument</label></kop><al>Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te
                            vernielen, of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding
                            daarvan noodzakelijk is. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 14. Omgevingsvergunning gemeentelijk monument</label></kop><al>1.Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college van
                            burgemeester en wethouders een gemeentelijk monument:</al><al>a) te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te
                            wijzigen, of</al><al>b) te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze
                            waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.</al><al>2.Het eerste lid is niet van toepassing op:</al><al>a) de uitvoering van normaal onderhoud, voor zover detaillering,
                            profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet
                            wijzigen, en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg,
                            niet wijzigt, of</al><al>b) inpandige veranderingen van het monument, voor zover het een
                            onderdeel daarvan betreft dat vanuit het oogpunt van monumentenzorg
                            zonder betekenis is.</al><al>3.Het college van burgemeester en wethouders kan in het belang van de
                            monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering
                            van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument. Deze regels kunnen mede
                            inhouden een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het eerste
                            lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 15. Weigeringsgronden</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning kan slechts worden verleend als het belang van de
                                    monumentenzorg zich daartegen niet verzet.</al></li><li nr="2."><al>Een omgevingsvergunning voor een kerkelijk monument wordt niet
                                    verleend zonder overeenstemming met de eigenaar.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 5. Rijksmonumenten en provinciale monumenten</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 16. Advies omgevingsvergunning rijksmonument </label></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders zenden onverwijld een
                            afschrift van de ontvankelijke aanvraag om omgevingsvergunning voor een
                            rijksmonument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder f,
                            van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor advies aan de
                            adviescommissie, bedoeld in artikel 8, eerste lid. Artikel 8, tweede en
                            derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 17. Advies omgevingsvergunning provinciaal monument </label></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders zenden onverwijld een
                            afschrift van de ontvankelijke aanvraag om omgevingsvergunning voor een
                            provinciaal monument als bedoeld in artikel 6 van de
                            Monumentenverordening Noord-Holland 2010 voor advies aan de
                            adviescommissie, bedoeld in artikel 8, eerste lid. Artikel 8, tweede en
                            derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 6. Gemeentelijk dorpsgezicht</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 18. Aanwijzing als beschermd gemeentelijk dorpsgezicht</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad kan, op voorstel van het college van burgemeester en
                                    wethouders, dorpsgezichten aanwijzen als beschermd gemeentelijk
                                    dorpsgezicht.</al></li><li nr="2."><al>Het college van burgemeester en wethouders zendt het voorstel
                                    voor advies aan de adviescommissie, bedoeld in artikel 8, eerste
                                    lid. Artikel 8, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></li><li nr="3."><al>De raad beslist binnen 26 weken na verzending van het voorstel,
                                    bedoeld in het tweede lid.</al></li><li nr="4."><al>Een aangewezen gemeentelijk dorpsgezicht wordt onverwijld
                                    opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister.</al></li><li nr="5."><al>De raad stelt ter bescherming van een op grond van het eerste
                                    lid aangewezen beschermd dorpsgezicht een bestemmingsplan vast
                                    als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. Bij het besluit tot
                                    aanwijzing van een beschermd dorpsgezicht kan hiertoe een
                                    termijn worden gesteld.</al></li><li nr="6."><al>Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd dorpsgezicht
                                    wordt bepaald of en in hoeverre geldende bestemmingsplannen als
                                    beschermend plan in de zin van het vorige lid kunnen worden
                                    aangemerkt, dan wel of een beheersverordening als bedoeld in de
                                    Wet ruimtelijke ordening kan worden vastgesteld.</al></li><li nr="7."><al>Als een bestemmingsplan als bedoeld in het vijfde of zesde lid,
                                    opnieuw moet worden vastgesteld ingevolge artikel 3.1, tweede
                                    lid, van de Wet ruimtelijke ordening, kan de raad in afwijking
                                    van artikel 3.1, eerste lid, van die wet, voor het
                                    desbetreffende gebied een beheersverordening als bedoeld in die
                                    wet vaststellen.</al></li><li nr="8."><al>Dit artikel is niet van toepassing op beschermde stads- en
                                    dorpsgezichten die zijn aangewezen op grond van artikel 35,
                                    eerste lid, van de Monumentenwet 1988 of een provinciale
                                    verordening als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en
                                    onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 19. Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als beschermd gemeentelijk dorpsgezicht</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad kan, op voorstel van het college van burgemeester en
                                    wethouders, een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel
                                    18, eerste lid, wijzigen of intrekken. Artikel 18, tweede en
                                    derde lid, is hierop van overeenkomstige toepassing, tenzij het
                                    een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het
                                    dorpsgezicht waarop aanwijzing betrekking heeft als zodanig is
                                    tenietgegaan.</al></li><li nr="2."><al>Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het
                                    dorpsgezicht waarop de aanwijzing betrekking heeft wordt
                                    aangewezen als:</al></li></lijst><al>a) beschermd stads- en dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste
                            lid, van de Monumentenwet 1988, of </al><al>b) beschermd stads- en dorpsgezicht op grond van een provinciale
                            erfgoedverordening als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en
                            onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al><al>3.Zodra de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing
                            onherroepelijk is geworden wordt dat onverwijld bijgehouden in het
                            gemeentelijk erfgoedregister.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 20. Verbodsbepaling en aanvraag vergunning</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is in een beschermd gemeentelijk dorpsgezicht verboden om
                                    zonder omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste
                                    lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht, een bouwwerk te slopen.</al></li><li nr="2."><al>De omgevingsvergunning kan in ieder geval worden geweigerd als
                                    naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders
                                    niet aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen bouwwerk
                                    een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.</al></li><li nr="3."><al>De artikelen 14 en 15 zijn van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="4."><al>Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen ingevolge
                                    een verplichting als bedoeld in de artikelen 13, 13a of 13b van
                                    de Woningwet.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 7. Handhaving en toezicht</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 21. Strafbepaling</label></kop><al>Degene die handelt in strijd met artikel 13 of het bepaalde krachtens
                            artikel 14, derde lid, van deze verordening wordt gestraft met een
                            geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie
                            maanden. </al><al>Artikel 22. Toezichthouders</al><lijst><li nr="1."><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                    krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het
                                    bevoegd gezag aangewezen ambtenaren.</al></li><li nr="2."><al>Het college van burgemeester en wethouders kunnen daarnaast
                                    andere personen met dit toezicht belasten.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 8. Vangnet archeologie</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 23. Vangnet archeologie</label></kop><al>1.Het is verboden de bodem te verstoren in een archeologisch monument of
                            een gebied waar archeologische vondsten worden verwacht als in het daar
                            vigerende bestemmingsplan niet is voldaan aan artikel 3.1.6, vijfde lid,
                            van het Besluit ruimtelijke ordening, tenzij:</al><al>a) voor de activiteit een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel
                            2.12, eerste of tweede lid, van de Wet algemene bepalingen
                            omgevingsrecht is verleend; </al><al>b) het de verstoring betreft van een archeologisch monument of
                            verwachtingsgebied dat is aangegeven op de provinciale archeologische
                            monumentenkaart of de landelijke indicatieve kaart van archeologische
                            waarden en het verrichten van de activiteiten geen strijd oplevert met
                            door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde regels over
                            de toegestane mate van verstoring;</al><al>c) de activiteit plaatsvindt op basis van een deugdelijke beschrijving
                            van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische
                            waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening
                            wordt gehouden en onevenredige schade voor archeologische waarden wordt
                            voorkomen, of</al><al>d) met een vooronderzoek is aangetoond dat er geen archeologische
                            waarden aanwezig zijn.</al><al>2.Het college van burgemeester en wethouders kunnen nadere regels
                            stellen over het verrichten van archeologisch onderzoek.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 9. Slotbepalingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 24. Intrekken oude verordening</label></kop><al>De Monumentenverordening Velsen 2010, zoals vastgesteld op 1 juli 2010,
                            wordt ingetrokken op de datum waarop deze verordening in werking
                            treedt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 25. Overgangsbepalingen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Een krachtens de Monumentenverordening Velsen aangewezen en
                                    geregistreerd gemeentelijk monument, wordt geacht aangewezen en
                                    geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze
                                    verordening.</al></li><li nr="2."><al>Aanvragen om vergunningen die zijn ingediend voorafgaand aan de
                                    inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met
                                    inachtneming van de Monumentenverordening Velsen 2010..</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 27. Inwerkingtreding en citeertitel</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking de dag na bekendmaking;</al></li><li nr="2."><al>Besluiten die zijn genomen voor de inwerkingtreding van deze
                                    verordening blijven gehandhaafd;</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Erfgoedverordening Velsen
                                    2016.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Velsen
                        van 27 oktober 2016,</ondertekening><ondertekening> de raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter, </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>