<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR423816_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ommen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ommen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 13-12-2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening afvalstoffenheffing 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet milieubeheer, art. 15.33</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-11-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-12-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2020828</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-7585</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING AFVALSTOFFENHEFFING 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ommen;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 1 november 2016,
                        kenmerk 2020828;</al><al/><al>gelet op artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer;</al><al/><al><vet>Besluit:</vet></al><al/><al>vast te stellen de:</al><al/><al><vet><onderstreept>VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN
                                AFVALSTOFFENHEFFING 2017</onderstreept></vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al><onderstreept>G.F.T.-afval: </onderstreept></al><al> groente-, fruit- en tuinafval;</al></li><li nr="2."><al><onderstreept>P.M.D.-afval</onderstreept></al><al>plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankenkartons</al></li><li nr="3."><al><onderstreept>restafval</onderstreept><onderstreept>: </onderstreept></al><al> huishoudelijk afval niet zijnde G.F.T.-afval en P.M.D.-afval;</al></li><li nr="4."><al><onderstreept>mini-container:</onderstreept></al><al> de vanwege de gemeente uitgezette ophaalbakken, waaronder
                                city-bins, onderverdeeld in de verschillende volumes;</al></li><li nr="6."><al><onderstreept>verzamelcontainer:</onderstreept></al><al> de vanwege de gemeente geplaatste verzamelcontainers, die kunnen
                                worden ontsloten door middel van chipkaarten;</al></li><li nr="7."><al><onderstreept>grof huishoudelijk afval:</onderstreept></al><al> huishoudelijke afvalstoffen die met enige regelmaat in een
                                huishouden vrij komen, doch die te groot en/of te zwaar zijn om op
                                dezelfde wijze als andere huishoudelijke afvalstoffen aan de
                                inzameldienst te worden aangeboden;</al></li><li nr="8."><al><onderstreept>hoogbouwlocatie:</onderstreept></al><al> een verzameling percelen, gesitueerd in één gebouw over
                                verschillende bouwlagen, die niet afzonderlijk afvalcontainers in
                                bruikleen hebben, doch gebruik kunnen maken van (een)
                                gemeenschappelijke afvalcontainer(s), die ten behoeve van dat
                                hoogbouwcomplex daar door de gemeente is/zijn geplaatst.</al></li><li nr="9."><al><onderstreept>'gebruik maken':</onderstreept></al><al>gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet Milieubeheer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven
                            als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij
                            behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter
                            zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens
                            de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot
                            het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de
                        omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                        recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan
                        ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een
                        verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven,opgenomen in
                        bij deze verordening behorende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het
                        belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening horende
                            tarieventabel wordt bij wege van aanslag geheven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid wordt de belasting bedoeld in hoofdstuk
                            2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, geheven door
                            middel van een mondelinge dan wel schriftelijke gedagtekende
                            kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling , dan wel door
                            toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de
                            belastingschuldige bekendgemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 1.1 en 1.1.1 van de
                            tarieventabel, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of,
                            zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 1.2 en 1.3 van de
                            tarieventabel, is verschuldigd na afloop van het belastingjaar of, zo
                            dit eerder is, na beëindiging van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het gevorderde bedrag, als bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel,
                            is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is
                            de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 1.1 en 1.1.1 van de
                            tarieventabel, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor
                            dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van
                            de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                            bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                            voor dat jaar verschuldigde belasting, als bedoeld in hoofdstuk 1,
                            onderdeel 1.1 en 1.1.1 van de tarieventabel, als er in dat jaar na het
                            einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                            overblijven.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het vierde en vijfde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander
                            perceel gebruik maakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
                            maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, voor aanslagen die
                            worden opgelegd in het belastingjaar waarop zij betrekking hebben,
                            ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
                            , of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan,
                            meer is dan € 100,-- doch minder dan € 2.000,-- en zolang de
                            verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van
                            de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven,
                            dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen waarvan
                            de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de
                            maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elke van
                            de volgende termijnen telkens een maand later, met dien verstande dat,
                            indien na de kalendermaand, waarin de aanslagen worden opgelegd, minder
                            dan tien kalendermaanden in het belastingjaar overblijven, de aanslagen
                            moeten worden betaald in zoveel bedoelde termijnen al er nog
                            kalendermaanden in het jaar overblijven, met een minimum van vier.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, voor aanslagen die
                            worden opgelegd na afloop van het belastingjaar waarop zij betrekking
                            hebben, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde
                            aanslagen , of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag
                            daarvan, meer is dan € 100,-- doch minder dan € 2.000,-- en zolang de
                            verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van
                            de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven,
                            dat de aanslagen moeten worden betaald in vier gelijke termijnen waarvan
                            de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de
                            maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elke van
                            de volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het derde lid geldt, voor aanslagen die betrekking
                            hebben op de belasting als bedoeld in onderdeel 1.2 en 1.3 uit de bij
                            deze verordening behorende tarieventabel en die worden opgelegd na
                            afloop van het belastingjaar waarop zij betrekking hebben, en die worden
                            gecombineerd op één aanslagbiljet met aanslagen voor het direct
                            daaropvolgende belastingjaar, dat ingeval het totaalbedrag van de op één
                            aanslagbiljet verenigde aanslagen, meer is dan € 100,-- doch minder dan
                            € 2.000,-- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van
                            automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de
                            belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten
                            worden betaald in tien gelijke termijnen waarvan de eerste termijn
                            vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de
                            dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elke van de volgende
                            termijnen telkens een maand later, met dien verstande dat, indien na de
                            kalendermaand, waarin de aanslagen worden opgelegd, minder dan tien
                            kalendermaanden in het belastingjaar overblijven, de aanslagen moeten
                            worden betaald in zoveel bedoelde termijnen als er nog kalendermaanden
                            in het jaar overblijven, met een minimum van vier.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening
                            behorende tarieventabel welke bij wege van een mondelinge dan wel een
                            schriftelijk gedagtekende kennisgeving wordt geheven, moet worden
                            betaald:</al><lijst><li nr="a."><al>ingeval van een mondelinge kennisgeving:</al><al>op het moment van doen van de kennisgeving</al></li><li nr="b."><al>ingeval van uitreiking van de schriftelijke kennisgeving:</al><al> op het tijdstip van de uitreiking;</al></li><li nr="b."><al>ingeval van toezending van de kennisgeving:</al><al> binnen 30 dagen na dagtekening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de belastingplichtige of personen die behoren tot zijn
                            huishouden, extra afvalstoffen moeten aanbieden als gevolg van medische
                            omstandigheden (incontinentiemateriaal en stomamateriaal) kan hiervoor
                            per huishouden één verzoek tot tegemoetkoming in de kosten van de
                            afvalstoffenheffing worden aangevraagd. Het verzoek moet samen met een
                            schriftelijke verklaring van een huisarts of medisch specialist worden
                            ingediend bij de heffingsambtenaar van de gemeente. Uit de verklaring
                            van de huisarts of medisch specialist moet blijken dat als gevolg van
                            medische omstandigheden substantieel meer afvalstoffen ontstaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien wordt voldaan aan de criteria genoemd in het eerste lid van dit
                            artikel, wordt de grondslag van de afvalstoffenheffing bedoeld in
                            artikel 1.2 en 1.3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel
                            verminderd met:</al><lijst><li nr="a."><al>indien er belasting verschuldigd is op grond van artikel 1.3.1
                                    van de bij de verordening behorende tarieventabel: de helft van
                                    het aantal aanbiedingen met een maximum van 6 aanbiedingen per
                                    belastingjaar;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>indien er belasting verschuldigd is op grond van artikel 1.3.2
                                    van de bij de verordening behorende tarieventabel: de helft van
                                    het aantal aanbiedingen met een maximum van 10 aanbiedingen per
                                    belastingjaar;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>indien er belasting verschuldigd is op grond van artikel 1.2 van
                                    de bij de verordening behorende tarieventabel: de helft van het
                                    aantal aanbiedingen met een maximum van 46 ledigingen per
                                    belastingjaar;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het aantal aanbiedingen, genoemd in het tweede lid van dit artikel,
                            waarmee de grondslag van de afvalstoffenheffing wordt verminderd, wordt
                            in voorkomende gevallen naar boven afgerond op een heel getal.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De ‘Verordening reinigingsheffingen 2016’ van 3 december 2015, met
                        documentkenmerk 1505550, wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede
                        lid van artikel 12 genoemde datum van ingang van de heffing, met dien
                        verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich
                        voor die datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die
                            van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening reinigingsheffingen
                        2017'.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Ommen d.d. 17november 2016.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>J.A.R. Tenkink mr. M. Boumans MPM</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Ommen/i280969.pdf">Tarieventabel Verordening afvalstoffenheffing 2017</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>