<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR423720_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bergen (NH)</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bergen (NH)</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2016 nr. 179199 20 december 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet 1994, art. 2a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-04</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Parkeerverordening 2016</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Parkeerverordening 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Bergen;</al><al>gelezen het voorstel van het college van 1 november 2016;</al><al>gezien het advies van de Algemene raadscommissie d.d. 24 november 2016;</al><al>overwegende dat het wenselijk is om regels vast te stellen voor een goede
                        verdeling van de beschikbare parkeerruimte en voor het uitgeven van
                        vergunningen voor het parkeren; </al><al>gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2a van de
                        Wegenverkeerswet 1994;</al><al><vet>b e s l u i t:</vet></al><al>vast te stellen de Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de
                        verlening van vergunningen voor het parkeren
                            <vet>(PARKEERVERORDENING 2017)</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>Definities en begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>RVV 1990</cursief>: het Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens van 26 juli 1990, Stb. 459;</al></li><li nr="b."><al><cursief>motorvoertuig</cursief>: hetgeen daaronder wordt
                                    verstaan in het RVV 1990;</al></li><li nr="c."><al><cursief>autobus: </cursief>hetgeen daaronder wordt verstaan in
                                    het RVV 1990;</al></li><li nr="d."><al><cursief>brommobiel</cursief>: hetgeen daaronder wordt verstaan
                                    in het RVV 1990;</al></li><li nr="e."><al><cursief>parkeren</cursief>: het gedurende een aaneengesloten
                                    periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan
                                    gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het
                                    onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het
                                    onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente
                                    gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of
                                    weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een
                                    wettelijk voorschrift is verboden;</al></li><li nr="f."><al><cursief>houder</cursief>: degene die naar de omstandigheden als
                                    houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien
                                    verstande dat voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in het
                                    krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475) aangehouden
                                    register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt
                                    degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven
                                    kenteken ten tijde van het parkeren in het register was
                                    ingeschreven;</al></li><li nr="g."><al><cursief>parkeerapparatuur</cursief>: parkeermeters,
                                    parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters en
                                    hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder
                                    parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li><li nr="h."><al><cursief>parkeerapparatuurplaats</cursief>: een parkeerplaats
                                    behorend bij parkeerapparatuur;</al></li><li nr="i."><al><cursief>vergunninghoudersparkeerplaats</cursief>: een
                                    parkeerplaats die</al><lijst><li nr="1."><al>is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990,
                                            of</al></li><li nr="2."><al>gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit
                                            bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor
                                            zover deze plaats niet is uitgezonderd;</al></li></lijst></li><li nr="j."><al><cursief>vergunning</cursief>: een door burgemeester en
                                    wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is
                                    toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen
                                    parkeerapparatuur- en/of vergunninghoudersparkeerplaatsen;</al></li><li nr="k."><al><cursief>bewonersvergunning:</cursief> een door burgemeester en
                                    wethouders verleende vergunning als bedoeld onder k. aan
                                    bewoners in een op grond van artikel 2 aangewezen gebied conform
                                    de nadere regels als bedoeld in artikel 4;</al></li><li nr="l."><al><cursief>vergunninghouder</cursief>: de natuurlijke persoon of
                                    rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend;</al></li><li nr="m."><al><cursief>college</cursief>: college van burgemeester en
                                    wethouders van de gemeente Bergen.</al></li><li nr="n."><al><cursief>zone A</cursief> : zone waarbinnen in een bepaalde
                                    tijdsperiode niet langer mag worden geparkeerd dan 1½ uur en
                                    waarvoor in die tijdsperiode een parkeerbelasting verschuldigd
                                    is;</al></li><li nr="o."><al><cursief>zone E</cursief> : vergunninghoudersgebied waarbinnen
                                    in een bepaalde tijdsperiode niet-vergunninghouders met gebruik
                                    van een parkeerschijf maximaal 1 uur mogen parkeren.</al></li><li nr="p."><al><cursief>autodate</cursief>: het herhaald en opeenvolgend
                                    gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een
                                    overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of
                                    tussen natuurlijke personen uit meer dan één huishouden;</al></li><li nr="q."><al><cursief>autodateplaats</cursief>: een parkeerplaats aangewezen
                                    voor een motorvoertuig bestemd voor autodate;</al></li><li nr="r."><al><cursief>oplaadpunt
                                        </cursief><cursief>elektrisch</cursief><cursief>
                                        rijden</cursief>: parkeerplaats met infrastructuur voor het
                                    opladen van een elektrisch voertuig;</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en
                            vergunningbewijzen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten
                                aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door
                                vergunninghouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen
                                vaststellen waarop het parkeren alleen aan vergunninghouders is
                                toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning
                                verlenen voor het parkeren op vergunninghoudersparkeerplaatsen en/of
                                parkeerapparatuurplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde vergunning kan worden onderscheiden
                                in: bewonersvergunning, bezoekersvergunning, bedrijfsvergunning,
                                tijdelijke bedrijfsvergunning, verblijfsrecreantenvergunning,
                                strandhuisjesvergunning, marktliedenvergunning, zorgvergunning en
                                bijzondere vergunning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4</label></kop><lid><lidnr/><al>Het college kan nadere regels geven voor het aanvragen en verlenen
                                van een vergunning als bedoeld in artikel 3.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van een aanvraag
                                voor een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten
                                hoogste acht weken verlengen. Van een verlenging van deze termijn
                                wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning wordt voor ten hoogste één jaar verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan het college voor
                                een bewonersvergunning voor de eerste auto een langere duur
                                vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de periode waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="b."><al>het gebied of de gebieden waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="c."><al>het kenteken van het motorvoertuig van de vergunninghouder
                                        of postcode en huisnummer van de vergunninghouder of
                                        huisjesnummer en naam van de kampeervereniging;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij verlies of diefstal van een vergunning binnen de
                                geldigheidstermijn kan op een daartoe strekkend verzoek een nieuwe
                                vergunning worden verstrekt mits er een verklaring van vermissing is
                                ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de
                                        vergunning is verleend, metterwoon verlaat of het daar
                                        uitgeoefende beroep of bedrijf beëindigt;</al></li><li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
                                        omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                        vergunning;</al></li><li nr="d."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van
                                        vergunningen komt te vervallen;</al></li><li nr="e."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                                        vergunning verbonden voorschriften;</al></li><li nr="f."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning
                                        onjuiste gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="g."><al>om redenen van openbaar belang;</al></li><li nr="h."><al>indien de vergunningverlening onjuist was en de
                                        vergunninghouder dit wist of behoorde te weten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een besluit tot het intrekken van of wijzigen van een vergunning is
                                met redenen omkleed. De betrokkene wordt van het intrekken of
                                wijzigen van de vergunning schriftelijk in kennis gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunninghouder is verplicht wijzigingen in één van de
                                omstandigheden, die relevant waren voor het verlenen van de
                                vergunning, binnen een maand te melden bij het college.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig of
                                een brommobiel te plaatsen of te laten staan:</al><lijst><li nr="a."><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></li><li nr="b."><al>op een vergunninghoudersparkeerplaats;</al></li><li nr="c."><al>op een autodateplaats;</al></li><li nr="d."><al>op een oplaadpunt elektrisch rijden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik ervan wordt belemmerd
                                of verhinderd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid onder a en b gestelde verbod geldt niet voor
                                het doen of laten staan op een weg van een kampeermiddel e.a.
                                overeenkomstig het bepaalde in artikel 5:6 van de Algemene
                                Plaatselijke Verordening gemeente Bergen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                                middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving
                                op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een parkeerapparatuurplaats gedurende de tijden
                                waarop het parkeren daar slechts tegen betaling is toegestaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een motorvoertuig/brommobiel te parkeren indien de
                                        parkeerapparatuur niet in werking is gesteld of niet
                                        onmiddellijk na aanvang van het parkeren in werking wordt
                                        gesteld;</al></li><li nr="b."><al>een motorvoertuig/brommobiel geparkeerd te houden indien de
                                        parkeerapparatuur aangeeft dat de parkeertermijn is
                                        verstreken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet:</al><lijst><li nr="a."><al>wanneer aan de eigenaar of houder van het
                                        motorvoertuig/brommobiel een vergunning is verleend voor het
                                        parkeren op de betreffende categorie
                                        parkeerapparatuurplaatsen, het motorvoertuig/brommobiel
                                        duidelijk zichtbaar is voorzien van een vergunning achter de
                                        voorruit van het motorvoertuig/brommobiel en niet gehandeld
                                        wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden
                                        voorschriften;</al></li><li nr="b."><al>voor plaatsen die zijn bedoeld voor het parkeren van
                                        autobussen en die als zodanig zijn aangeduid;</al></li><li nr="c."><al>indien er door een voertuig langer dan 6 meter wordt
                                        geparkeerd op een plaats waar dit volgens artikel 5:8, lid
                                        2, van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Bergen
                                        is toegestaan;</al></li><li nr="d."><al>indien eigenaar of houder van het motorvoertuig/brommobiel
                                        met behulp van een mobiele telefoon of vergelijkbare middel
                                        aan de belastingsverplichting voldoet;</al></li><li nr="e."><al>voor autodateplaatsen indien de eigenaar of houder van het
                                        motorvoertuig de parkeerplaats feitelijk gebruikt ten
                                        behoeve van autodate;</al></li><li nr="f."><al>voor elektrische oplaadpunten indien het motorvoertuig een
                                        elektrisch voertuig betreft en de eigenaar of houder hiervan
                                        de parkeerplaats gebruikt ten behoeve van het opladen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt voorts niet:</al><lijst><li nr="a."><al>in zone A: voor de eigenaar of houder van een
                                        motorvoertuig/brommobiel die in het bezit is van een geldige
                                        en leesbare gehandicaptenparkeerkaart (GPK) en deze op een
                                        zichtbare plaats achter de voorruit van het voertuig heeft
                                        aangebracht en tevens het motorvoertuig/brommobiel
                                        overeenkomstig het Besluit Parkeerschijf van 15 december
                                        1997 (Staatscourant 245/1997) heeft voorzien van een
                                        duidelijk zichtbare parkeerschijf, waarop het tijdstip staat
                                        aangegeven waarop met parkeren is begonnen en waarbij de
                                        toegestane parkeerduur van maximaal 1<sup>1/2</sup> uur niet
                                        is verstreken;</al></li><li nr="b."><al>in de overige zones: voor de eigenaar of houder van een
                                        motorvoertuig/brommobiel die in het bezit is van een geldige
                                        en leesbare gehandicaptenparkeerkaart (GPK) en deze op een
                                        zichtbare plaats achter de voorruit van het
                                        motorvoertuig/brommobiel heeft aangebracht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                parkeerapparatuur-plaatsen waar op grond van de geldende Verordening
                                Parkeerbelastingen naheffingsaanslagen worden opgelegd wegens het
                                niet betalen van het verschuldigde parkeergeld.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het tweede
                                lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                vergunninghoudersparkeerplaats, een autodateplaats of oplaadpunt
                                elektrisch rijden slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar
                                een motorvoertuig of brommobiel te parkeren of geparkeerd te
                                houden:</al><lijst><li nr="a."><al>zonder vergunning;</al></li><li nr="b."><al>zonder dat het motorvoertuig of brommobiel duidelijk
                                        zichtbaar is voorzien van de vergunning achter de voorruit
                                        van het motorvoertuig/brommobiel dan wel bij gebreke van een
                                        voorruit op een anderszins zichtbare plaats;</al></li><li nr="c."><al>in strijd met de aan de vergunning verbonden
                                        voorschriften.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig/brommobiel die
                                        in het bezit is van een geldige en leesbare
                                        gehandicaptenparkeerkaart (GPK) en deze op een zichtbare
                                        plaats achter de voorruit van het voertuig heeft aangebracht
                                        voor zover deze eigenaar/houder het motorvoertuig/brommobiel
                                        heeft geparkeerd op een vergunninghoudersparkeerplaats;</al></li><li nr="b."><al>vergunninghoudersparkeerplaatsen in zone E, indien de
                                        eigenaar of houder van een motorvoertuig/brommobiel
                                        overeenkomstig het Besluit Parkeerschijf van 15 december
                                        1997 (Staatscourant 245/1997) heeft voorzien van een
                                        duidelijk zichtbare parkeerschijf, waarop het tijdstip staat
                                        aangegeven waarop met parkeren is begonnen en waarbij de
                                        toegestane parkeerduur van maximaal 1 uur niet is
                                        verstreken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden om de vergunning al dan niet tegen betaling
                                oneigenlijk te (laten) gebruiken, te (foto)kopiëren, na te tekenen
                                dan wel op enige andere wijze te (laten) reproduceren of om
                                eigenmachtig wijzigingen op de vergunning aan te brengen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                lid van dit artikel.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de
                            eerste categorie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Met de opsporing van overtredingen van deze verordening zijn, behalve de
                            in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde
                            opsporingsambtenaren, de door burgemeester en wethouders aangewezen
                            ambtenaren belast. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: ‘Parkeerverordening
                            2017’.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op een door het college bij
                                openbaar besluit bekend te maken datum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij inwerkingtreding van deze verordening vervalt de
                                Parkeerverordening 2016.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vergunningen die zijn verleend krachtens de Parkeerverordening 2016
                                worden geacht te zijn verleend krachtens deze verordening.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de</ondertekening><ondertekening>raad van de gemeente Bergen op 15 december 2016 </ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>ARTIKELSGEWIJZE Toelichting op de Parkeerverordening 2017</label></kop><al>Artikel 1</al><al>In dit artikel is een aantal definities opgenomen en wordt een aantal in de
                    parkeerverordening gehanteerde begrippen nader omschreven.</al><al/><al>Artikel 2</al><al>Dit artikel spreekt voor zich. In het zogenaamde Aanwijzingsbesluit worden door
                    het college de betreffende weggedeelten aangewezen en worden de in dit artikel
                    bedoelde tijdstippen vastgesteld.</al><al/><al>Artikel 3</al><al>Op grond van het eerste lid van dit artikel is het college bevoegd
                    parkeervergunningen te verlenen. In het tweede lid zijn de door het college te
                    verlenen vergunningen opgenomen in de parkeerverordening. </al><al/><al>Artikel 4</al><al>Voor het aanvragen en verlenen van een vergunning worden door het college nadere
                    regels vastgesteld.</al><al/><al>Artikel 5</al><al>De beginselen van behoorlijk bestuur eisen dat binnen een redelijke termijn een
                    beslissing wordt genomen op een aanvraag voor een vergunning. Om op dit punt
                    voor de aanvrager duidelijkheid te verschaffen, zijn de termijnen in de
                    verordening zelf opgenomen. Een termijn van acht weken wordt in het
                    bestuursrecht als redelijk aangemerkt. </al><al/><al>Artikel 6</al><al>Een vergunning wordt in beginsel voor maximaal 1 jaar verleend. In lid 2 van dit
                    artikel is de bepaling opgenomen dat het college bevoegd is voor een
                    bewonersvergunning voor de eerste auto een langere duur vast te stellen. Het
                    derde lid spreekt voor zich. In het vierde lid is een regeling opgenomen in
                    geval van verlies of diefstal van een vergunning. In dat geval wordt ten hoogste
                    éénmaal een nieuwe vergunning verleend.</al><al/><al>Artikel 7</al><al>In dit artikel zijn de intrekkings- en wijzigingsgronden opgesomd. Deze
                    opsomming van intrekkings- en wijzigingsgronden is limitatief. Om andere redenen
                    kan een vergunning dus niet worden ingetrokken. Na intrekking van de vergunning
                    kan deze niet meer gebruikt worden bij het parkeren van voertuigen in het
                    betaald parkeergebied. Indien dit wel geschiedt kan een naheffingsaanslag worden
                    opgelegd.</al><al/><al>Artikel 8</al><al>In de eerste twee leden van dit artikel zijn verbodsbepalingen opgenomen
                    teneinde ervoor te zorgen dat parkeerplaatsen en parkeerautomaten in het betaald
                    parkeergebied ook als zodanig gebruikt kunnen worden. In het derde lid van dit
                    artikel is een bepaling over het parkeren van kampeermiddel e.a. in het betaald
                    parkeergebied opgenomen. Het stallen van een kampeermiddel e.a. is geregeld in
                    artikel 5:6 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Bergen.In dit
                    artikel wordt ook binnen de Parkeerverordening de mogelijkheid geschapen om drie
                    dagen de caravan e.d. op de openbare weg te stallen. </al><al/><al>Artikel 9</al><al>In dit artikel zijn verbodsbepalingen opgenomen betreffende het gebruik van
                    parkeerapparatuur en het gebruik van parkeerplaatsen. Verder zijn in dit artikel
                    de uitzonderingen opgenomen waarvoor het in het tweede lid gestelde verbod niet
                    geldt. Een van deze uitzonderingen betreft het gehandicaptenparkeren een en
                    ander overeenkomstig het raadsbesluit van 28 september 2004. In de kort betaald
                    parkeergebieden (zone A) dienen gehandicapten wel gebruik te maken van een
                    parkeerschijf aangezien in deze zones de maximale parkeerduur 1,5 uur
                    bedraagt.</al><al>Ook is het mogelijk gemaakt om met behulp van de mobiele telefoon te betalen. </al><al/><al> Artikel 10</al><al>In dit artikel is een verbodsbepaling opgenomen betreffende het gebruik van een
                    parkeerplaats op een vergunninghoudersparkeerplaats of een autodateplaats. In
                    het tweede lid is een uitzondering op dit verbod opgenomen voor wat betreft het
                    gehandicaptenparkeren een ander overeenkomstig het raadsbesluit van 28 september
                    2004. Tevens is een uitzondering op dit verbod opgenomen voor wat betreft zone E
                    van het betaald parkeergebied, waar gedurende maximaal 1 uur met een
                    parkeerschijf als bedoeld in het Besluit Parkeerschijf van 15 december 1997
                    (Staatscourant 245/1997) mag worden geparkeerd.</al><al/><al> Artikel 11 en 12</al><al>Deze artikelen behoeven geen nadere toelichting.</al><al/><al>Artikel 13 en 14</al><al>Deze artikelen behoeven geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>