<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR42368_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieverordening Welzijn Heerhugowaard</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heerhugowaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerhugowaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Heerhugowaards Nieuwsblad jrg.25, nr. 38 d.d. 15 september 2009, p.4.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieverordening Welzijn Heerhugowaard</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">gemeentewet, art. 149|</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-06-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-09-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2009-06-23</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB2009060</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>vaststellen subsidieverordening welzijn heerhugowaard</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Subsidieverordening Welzijn Heerhugowaard</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr.2009-060</al><al>de Raad van de gemeente Heerhugowaard;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 28 april 2009</al><al>gelet op het advies van de commissie MO d.d. 11 mei 2009</al><al>b e s l u i t</al><al>De (nieuwe) Subsidieverordening Welzijn Heerhugowaard vast te stellen met
                        terugwerkende kracht per 1 januari 2009 onder gelijktijdige intrekking van
                        de (huidige) Subsidieverordening Welzijn</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>Subsidiëring van activiteiten geschiedt door de gemeente Heerhugowaard
                            op basis van de bepalingen van deze verordening en op basis van het
                            Subsidiebeleid Welzijn. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>Subsidie</cursief>. Subsidie als bedoeld in artikel
                                    4:21 AWB, inhoudende de aanspraak op financiële middelen, door
                                    een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde
                                    activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan
                                    het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.</al></li><li nr="b."><al><cursief>Subsidiebeleid Welzijn</cursief>. Het door de Raad d.d.
                                    23-01-2001 vastgestelde subsidiebeleid.</al></li><li nr="c."><al><cursief>Subsidiebudget</cursief>. De totaal verleende subsidies
                                    voor enig jaar vormen het subsidiebudget, als overzicht op te
                                    nemen in het Integraal Subsidieplan Welzijn (ISP). Het ISP wordt
                                    jaarlijks als onderdeel van de gemeentebegroting
                                    vastgesteld.</al></li><li nr="d."><al><cursief>Subsidieplafond</cursief>. Het door de raad voor
                                    aanvang van ieder begrotingsjaar vast te stellen bedrag dat voor
                                    dat jaar ten hoogste beschikbaar is voor verlening van
                                    subsidies, op grond van artikel 4:25 van de AWB. </al></li><li nr="e."><al><cursief>Begrotingsjaar</cursief>. Het jaar waarvoor de
                                    begroting is opgesteld. </al></li><li nr="f."><al><cursief>Bedrijfsplan</cursief>. In het bedrijfsplan legt de
                                    instelling de bedrijfsvoering en uit te voeren activiteiten vast
                                    voor een vooraf overeengekomen aantal jaren. Dit plan dient als
                                    basis voor de bepaling van het budgetniveau voor de betreffende
                                    periode.</al></li><li nr="g."><al><cursief>Instelling</cursief>. Elke rechtspersoon of natuurlijke
                                    persoon die zonder winstoogmerk de behartiging van door het
                                    gemeentebestuur erkende belangen als hoofddoel heeft.</al></li><li nr="h."><al><cursief>Welzijnsactiviteiten</cursief>. Activiteiten die zich
                                    richten op de inwoners van Heerhugowaard op het gebied van
                                    welzijn, sport, recreatie, kunst, cultuur en zorg.</al></li><li nr="i."><al><cursief>Prestaties</cursief>. De schriftelijk vastgelegde
                                    afspraken over de resultaten die met gesubsidieerde activiteiten
                                    moeten worden behaald. Hierbij kan de activiteit zelf de
                                    prestatie zijn of de concrete effecten van de activiteit.</al></li><li nr="j."><al><cursief>Ontmoeting</cursief> is het in contact komen met
                                    anderen. Deze contacten kunnen incidenteel zijn maar ook
                                    uitmonden in een regelmatig contact, waardoor een sociaal
                                    netwerk ontstaat. Ontmoeting is voorloper van participatie en
                                    perspectief.</al></li><li nr="k."><al><cursief>Participatie</cursief> is het stimuleren en bieden van
                                    mogelijkheden om deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer
                                    en gebruik te maken van voorzieningen. </al></li><li nr="l."><al><cursief>Perspectief</cursief> is het vergoten van kansen op
                                    studie, werk en een zinvolle tijdsbesteding.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening is van toepassing op alle subsidieverzoeken ten
                                behoeve van welzijnsactiviteiten, gericht op inwoners van
                                Heerhugowaard. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening is niet van toepassing op regionale instellingen
                                die vallen onder een zogenoemde gemeenschappelijke regeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met de regionale instellingen die met een bedrijfsplan werken,
                                worden in regionaal verband afspraken gemaakt. Deze afspraken kunnen
                                afwijken van hetgeen in deze verordening is neergelegd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidie wordt alleen verleend aan rechtspersonen (stichtingen en
                                verenigingen) met notarieel vastgelegde statuten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een uitzondering kan worden gemaakt voor natuurlijke personen die
                                niet meer dan € 1.000 subsidie vragen of ontvangen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Verlening van een subsidie geschiedt na toetsing aan het
                                Subsidiebeleid Welzijn door het college van burgemeester en
                                wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Verlening van subsidie geschiedt altijd onder voorbehoud van
                                goedkeuring van de gemeentebegroting.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Verlening van subsidie geschiedt uitsluitend indien het
                                subsidieplafond nog niet is bereikt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Subsidie wordt voor een periode van maximaal vier jaar verleend.
                            </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De subsidie bedraagt niet meer dan het exploitatietekort van de
                                instelling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidie kan in ieder geval worden geweigerd indien een gegronde
                                reden bestaat om aan te nemen dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten niet of niet geheel zullen
                                        plaatsvinden;</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager niet zal of kan voldoen aan de aan het subsidie
                                        verbonden verplichtingen;</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en
                                        verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte
                                        activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten,
                                        voor zover deze voor de vaststelling van het subsidie van
                                        belang zijn;</al></li><li nr="d."><al>De activiteiten een overwegend religieus of politiek
                                        karakter hebben, hetgeen o.a. kan blijken uit de
                                        doelstelling, inhoud, accommodatie, doelgroep of
                                        toegankelijkheid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidie kan ook in ieder geval worden geweigerd indien de
                                aanvrager:</al><lijst><li nr="a."><al>in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige
                                        gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze
                                        gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou
                                        hebben geleid;</al></li><li nr="b."><al>failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is
                                        verleend, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is
                                        ingediend;</al></li><li nr="c."><al>de aanvraag of bijbehorende stukken te laat heeft
                                        ingediend;</al></li><li nr="d."><al>beroepskrachten inschakelt die niet beschikken over een op
                                        de functie gerichte opleiding;</al></li><li nr="e."><al>gebruik maakt van een accommodatie die voor de uitvoering
                                        van de activiteiten onvoldoende geschikt of toegerust is.
                                    </al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Algemene subsidievoorwaarden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>Subsidie kan slechts voor een activiteit worden verleend, indien de
                            activiteit bijdraagt aan:</al><lijst><li nr="·"><al>ontmoeting</al></li><li nr="·"><al>participatie</al></li><li nr="·"><al>perspectief.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Landelijke of regionale instellingen kunnen alleen voor subsidie in
                                aanmerking komen indien het aanbod aanwijsbaar gericht is op de
                                inwoners van Heerhugowaard én er een aantoonbare belangstelling of
                                behoefte is vanuit de inwoners van Heerhugowaard. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het algemeen belang het lokale belang duidelijk overstijgt,
                                komen instellingen niet voor subsidie in aanmerking. Het gaat
                                hierbij o.a. om bovenlokale liefdadigheidsinstellingen of
                                belangengroeperingen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>1.<onderstreept>De vraag</onderstreept>.</al><al>De vraag / behoefte dient duidelijk door de
                            aanvrageraangetoond en door het college van burgemeester en
                            wethouders onderschreven te worden. Indien dit niet of onvoldoende het
                            geval is, wordt geen subsidie verleend. </al><al>2.<onderstreept>De financiële
                                noodzaak</onderstreept><cursief>.</cursief></al><al>Indien de activiteit, naar het oordeel van het college van burgemeester
                            en wethouders, zichzelf kan bedruipen door bijv. het innen van
                            contributies, het heffen van toegangsgelden, barinkomsten, sponsorgelden
                            of andere vormen van inkomsten, en/of het bedrag van de
                            egalisatiereserve hoger is dan de vastgestelde norm op basis van art. 13
                            lid 5<cursief>, </cursief>vindt geen subsidiëring plaats. Het college
                            van burgemeester en wethouders kunnen ter ondersteuning daarvan normen
                            vaststellen. Deze normen kunnen als bijlage bij de verordening worden
                            gevoegd.</al><al>3.<onderstreept>De markt</onderstreept>.</al><al>Indien de markt mogelijkheden ziet om de activiteit aan te bieden, vindt
                            geen subsidiëring plaats, tenzij het college van burgemeester en
                            wethouders vinden dat het voor iedereen toegankelijk moet zijn. Onder de
                            markt verstaan wij alle aanbieders die niet van gemeentelijke subsidie
                            afhankelijk zijn. Dat kunnen zowel commerciële als non-profit
                            instellingen zijn.</al><al>4.<onderstreept>De prestaties</onderstreept>.</al><al>De aanvrager zal de te verwachten prestaties of resultaten aan moeten
                            tonen. Vooraf wordt overeengekomen welke prestaties worden geleverd.
                            Afhankelijk van de aard van de activiteit kunnen zowel input- als
                            output-prestaties worden geëist. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt jaarlijks in haar begrotingsvergadering de hoogte van
                                het subsidiebudget voor het volgende jaar vast. Dit budget dient als
                                subsidieplafond voor dat begrotingsjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het subsidieplafond kan vastgesteld en verdeeld worden per werkveld.
                                In dat geval geeft de raad de volgorde in prioriteiten per werkveld
                                aan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>Indien het subsidiebedrag, voor de in beginsel voor honorering in
                            aanmerking komende aanvragen, het subsidieplafond overtreft, moeten
                            prioriteiten worden gesteld. Daarvoor gelden achtereenvolgens de
                            onderstaande verdeelregels: </al><lijst><li nr="1."><al>Instellingen die vóór 1 april voorafgaande aan het betreffende
                                    subsidiejaar, hun aanvraag hebben ingediend (groep A) gaan voor
                                    instellingen die op of ná 1 april voorafgaand aan het
                                    betreffende subsidiejaar hun aanvraag hebben ingediend (groep
                                    B);</al></li><li nr="2."><al>Indien het subsidiebedrag voor de in beginsel voor honorering in
                                    aanmerking komende aanvragen van groep A het subsidieplafond
                                    overtreft, wordt het subsidiebudget naar rato van de in beginsel
                                    te verlenen subsidie verdeeld over de subsidieaanvragen van
                                    groep A.</al></li><li nr="3."><al>Indien het resterende subsidiebedrag voor de in beginsel voor
                                    honorering in aanmerking komende aanvragen van groep B
                                    ontoereikend is om alle aanvragen uit groep B te honoreren,
                                    wordt het subsidiebudget in volgorde van ontvangst van de
                                    subsidieaanvragen.</al></li><li nr="4."><al>Indien bij toepassing van lid 3 blijkt dat het resterende budget
                                    dient te worden verdeeld tussen twee of meer instellingen van
                                    wie de aanvraag die op dezelfde datum zijn ontvangen, waarbij
                                    het budget ontoereikend is om deze aanvragen volledig te
                                    honoreren, dan wordt het budget naar rato van de in beginsel te
                                    verlenen subsidie verdeeld over de betreffende
                                    subsidieaanvragen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De percentages voor loon- en prijsstijgingen wordt jaarlijks
                                    door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld als
                                    onderdeel van de uitgangspunten van de begroting van de
                                    gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Bij de bepaling van de loon- en prijscompensatie wordt een
                                    onderscheid gemaakt tussen bedrijfsplangefinancierde
                                    instellingen en niet-bedrijfsplangefinancierde
                                    instellingen.</al></li><li nr="3."><al>Het bedrijfsplan, de begroting en jaarrekening van een
                                    bedrijfsplangefinancierde instelling dient inzicht te
                                    verschaffen in het loongevoelige- prijsgevoelige- en constante
                                    deel van de uitgaven. De looncompensatievoor het subsidiejaar
                                    (X+1) wordt berekend over het loongevoelige deel van
                                    hetsubsidiebedrag van het daaraan voorafgaande jaar (X) en
                                    de</al></li></lijst><al>prijscompensatie voor het subsidiejaar (X+1) wordt berekendover het
                            prijsgevoelige deel van het subsidiebedrag van het daaraan voorafgaande
                            jaar (X).</al><lijst><li nr="4."><al>Binnen de niet-bedrijfsplangefinancierde instellingen wordt een
                                    onderscheid gemaakt tussen instellingen die een subsidie
                                    ontvangen tot € 5.000,- per jaar en instellingen die € 5.000,-
                                    of meer subsidie ontvangen per jaar.</al></li><li nr="5."><al>Instellingen met een subsidie tot € 5.000,- per jaar ontvangen
                                    alleen een prijscompensatie De prijscompensatie voor het
                                    subsidiejaar (X+1) wordt berekend over het totale subsidiebedrag
                                    van het daaraan voorafgaande jaar (X).</al></li><li nr="6."><al>Instellingen met een subsidie van € 5.000,- of hoger per jaar
                                    ontvangen conform lid 3 een loon- en prijscompensatie. De
                                    begroting en jaarrekening van deze instellingen dient inzicht te
                                    verschaffen in het loongevoelige- prijsgevoelige- en constante
                                    deel van de uitgaven.</al></li><li nr="7."><al>Indien de loon- en/of prijscompensatie hoger is dan de
                                    feitelijke loon en/of prijsstijging, dan dient het meerdere na
                                    afloop van het subsidiejaar te worden toegevoegd aan de
                                    egalisatiereserve. Indien de loon- en/of prijscompensatie lager
                                    is dan de feitelijke loon en/of prijsstijging, dan kan het
                                    tekort worden onttrokken aan de egalisatiereserve.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bestemmingsreserveringen en voorzieningen zijn alleen toegestaan
                                indien zij onderdeel uitmaken van de subsidieaanvraag en in de
                                beschikking tot toekenning zijn vermeld<cursief>.</cursief></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De volgende reserves en voorzieningen worden onderscheiden:</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Egalisatiereserve: voor het opvangen van schommelingen in de
                                exploitatie</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Bestemmingsreserve: voor periodieke investeringen op basis van een
                                meerjarenplan </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Voorzieningen: voor redelijkerwijs te verwachten
                                betalingsverplichtingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De hoogte van de toegestane reserves en voorzieningen is afhankelijk
                                van de aard van de organisatie en haar activiteiten. Het college van
                                burgemeester en wethouders kunnen hiervoor normen vaststellen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is instellingen toegestaan het positieve verschil tussen het
                                bedrag van de subsidieverlening en de (lagere) subsidievaststelling
                                toe te voegen aan de egalisatiereserve.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De egalisatiereserve mag maximaal 10% bedragen van de gemiddelde
                                inkomsten van de instelling over de afgelopen 4 jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>Het subsidiebedrag kan alleen op verzoek en na schriftelijke toestemming
                            van het college van burgemeester en wethouders voor andere dan de
                            afgesproken activiteiten worden aangewend. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De instelling is bij beëindiging van de subsidie op grond van
                                artikel 22 lid 1, bij vervreemding van roerende en onroerende zaken
                                of bij wijziging van de bestemming, zoals deze door het college van
                                burgemeester en wethouders met de instelling is overeengekomen, aan
                                de gemeente Heerhugowaard een vergoeding verschuldigd, die na
                                overleg met de instelling door het college van burgemeester en
                                wethouders, gehoord de desbetreffende raadscommissie(s) voor advies,
                                wordt vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de bepaling van de vergoeding houdt het college van burgemeester
                                en wethouders rekening met de mate waarin de subsidie van de
                                gemeente heeft bijgedragen tot het verwerven en/of verbeteren van de
                                eigendommen en met eventuele bijdragen van andere geldschieters en
                                van particulieren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan aan de subsidiëring
                                aanvullende voorwaarden verbinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan in uitzonderlijke
                                gevallen afwijken van hetgeen in deze verordening is geregeld, na
                                overleg met de desbetreffende raadscommissie(s) voor advies.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Aanvraag en verlening</titel></kop><paragraaf><kop><titel>De aanvraag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag geldt voor een periode van maximaal vier jaar;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag voor subsidie dient bij voorkeur voor 1 april van
                                    het jaar voorafgaand aan het eerste subsidiejaar, maar uiterlijk
                                    14 weken voor aanvang van de activiteiten bij het college van
                                    burgemeester en wethouders te worden ingediend. De subsidie
                                    wordt aangevraagd op het daartoe door de gemeente verstrekte
                                    aanvraagformulier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanvragen om subsidie vanaf € 50.000 dienen vergezeld te gaan
                                    van een bedrijfsplan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een bedrijfsplan dient te bevatten:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Beleidsplan:</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>doelstelling organisatie</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>beschrijving van de gestelde doelen, activiteiten en prestaties,
                                    alsmede de wijze waarop de prestaties worden gemeten en
                                    geregistreerd</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>werkgebied</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>doelgroepenbeleid</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>toegankelijkheid van de voorziening (fysiek, financieel)</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>afstemming van activiteiten in relatie tot andere beleidsvelden
                                    of instellingen</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Organisatieplan:</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>bestuurs- en personeelsplan</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>visie op vrijwilligersbeleid</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>public relations en marketingplan</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Financieel plan:</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>investerings-, reserverings- en onderhoudsplan, inclusief
                                    doelbeschrijving en termijnvisie</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>exploitatiebegroting voor het eerstkomende jaar en een
                                    meerjarenraming voor de drie daaropvolgende jaren, waaronder
                                    financiële termijnvisie en toelichting</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>balans</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het vigerende bedrijfsplan van een instelling geldt financieel
                                    als uitgangspunt voor de nieuw overeen te komen
                                    bedrijfsplanperiode.</al><al> De gemeentelijke kaders waarbinnen het bedrijfsplan opgesteld
                                    dient te worden, zijn:</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>bestuurlijke doelstellingen</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>beleidsplannen binnen diverse werkvelden </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>subsidiebeleid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor het tot stand komen van een bedrijfsplan geldt de procedure
                                    in de bijlage van deze verordening.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>De verlening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><al>1.Het college van burgemeester en wethouders deelt het besluit op de
                                aanvraag uiterlijk 14 weken na ontvangst van de complete aanvraag
                                aan de instelling mee.</al><al>2 In de toekenning wordt de hoogte van het subsidie, de te leveren
                                prestaties, de</al><al>subsidieperiode, toegestane reserveringen en eventuele aanvullende
                                voorwaarden vermeld.</al><lijst><li nr="3."><al>Het subsidie wordt betaalbaar gesteld, overeenkomstig het
                                        betaalschema in de bijlage van deze verordening.</al></li><li nr="4."><al>Het college van burgemeester en wethouders kan bepalen tot
                                        welk bedrag gelijktijdig tot subsidieverlening en
                                        vaststelling kan worden besloten. </al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>verantwoording en vaststelling</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Rekening en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Uiterlijk 31 maart van het jaar, volgend op ieder
                                        subsidiejaar, dient bij het college van burgemeester en
                                        wethouders te worden ingediend:</al></li><li nr="a."><al>een financieel verslag;</al></li><li nr="b."><al>de balans plus toelichting, waaronder overzicht van reserves
                                        en voorzieningen;</al></li><li nr="c."><al>een inhoudelijk verslag;</al></li></lijst><al>Voor instellingen van wie op grond van lid 4 een
                                accountantsverklaring wordt verlangd geldt een uiterste
                                indieningstermijn van 1 mei.</al><lijst><li nr="2."><al>Het financieel verslag dient zodanig ingericht te zijn dat
                                        per activiteit kan worden beoordeeld hoeveel subsidie is
                                        aangewend.</al></li><li nr="3."><al>In het inhoudelijk verslag van de activiteiten dient
                                        duidelijk aangegeven te worden of de resultaten voldoen aan
                                        de vooraf overeengekomen prestaties.</al></li><li nr="4."><al>Een accountantsverklaring wordt verlangd met betrekking tot
                                        die activiteiten en/of projecten die tenminste € 50.000
                                        subsidie hebben ontvangen (bedrijfsplan gefinancierde
                                        instellingen). De verklaring geeft o.a. een oordeel over de
                                        juistheid, tijdigheid, volledigheid en rechtmatigheid van de
                                        verstrekte informatie en de gedeclareerde subsidie. De
                                        accountant dient te verklaren dat de gestelde
                                        subsidievoorwaarden zijn nageleefd en de ontvangen
                                        subsidiegelden zijn aangewend voor het beoogde doel. </al></li><li nr="5."><al>Het college van burgemeester en wethouders kan instellingen
                                        verplichten volledige inzage in de boekhouding te
                                        verlenen.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Vaststelling van subsidie </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidievaststelling vindt plaats na afloop van de
                                    afgesproken subsidieperiode op basis van de ingeleverde rekening
                                    en verantwoording. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders deelt het besluit op
                                    de aanvraag tot subsidievaststelling uiterlijk 14 weken na
                                    ontvangst van de complete aanvraag aan de instelling mee. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bedrag van de subsidievaststelling is per instelling nooit
                                    hoger dan bedrag van de subsidieverlening.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Terugvordering van subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan een subsidie geheel
                                of gedeeltelijk terugvorderen. Onder andere, indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de geleverde prestaties niet volledig voldaan hebben aan de vooraf
                                overeengekomen prestaties;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in het inhoudelijk verslag opzettelijk onjuiste of onvolledige
                                informatie wordt verstrekt;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in het financieel verslag opzettelijk onjuiste of onvolledige
                                informatie wordt verstrekt;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>het subsidie zonder schriftelijke toestemming van het college van
                                burgemeester en wethouders aan andere doeleinden is of wordt besteed
                                dan waarvoor het is verleend;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>er sprake is van opheffing, faillissement of surséance van
                                betaling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Terugvordering kan jaarlijks plaats vinden, ongeacht de afgesproken
                                subsidieperiode. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij toepassing van het eerste lid kan aan de betreffende instelling
                                de verplichting worden opgelegd een accountantsverklaring in te
                                leveren. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Subsidieverordening
                                    Welzijn Heerhugowaard’.</al></li><li nr="2."><al>Zij treedt in werking op 1 januari 2009 en vervangt de
                                    Subsidieverordening Welzijn.</al></li><li nr="3."><al>In die gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist
                                    het college van burgemeester en wethouders. </al></li><li nr="4."><al>De Algemene Wet Bestuursrecht titel 4.2 is van toepassing. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Heerhugowaard, 23 juni 2009</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage subsidieverordening normen voor berekenen subsidie conform
                        artikel 9.2.</titel></kop><tussenkop>Emancipatie</tussenkop><al><cursief>Criteria</cursief>:</al><al>Minimum aantal deelnemers: 15</al><al>Contributienorm: €3,-- per persoon per jaar</al><al>Bijdrage in vormende activiteiten: 50% van de uitgaven</al><tussenkop>subsidienorm:</tussenkop><al>Organisatiekosten: €409,--</al><al>Huisvestingskosten: 100% van de vooraf goedgekeurde kosten</al><al>Afdracht overkoepelend orgaan: de werkelijke kosten</al><al>Activiteiten: €227,-- per vormende activiteit met een maximum van 2
                    activiteiten.</al><tussenkop>Amateurkunst: Koren</tussenkop><tussenkop>Criteria:</tussenkop><al>Minimum aantal leden: 15</al><al>Contributienorm: € 55,-- per persoon per jaar voor volwassenen en</al><al> € 25,-- per persoon per jaar voor jongeren tot 18 jaar</al><al>Contributienorm professioneel koor: € 137,--per persoon per jaar voor
                    volwassenen</al><al>Neveninkomsten: 15% van de totale minimum contributienorm</al><al>Uitvoeringen: minimaal één openbare uitvoering per organisatie per jaar</al><al><cursief>Subsidienorm</cursief>:</al><al>Organisatiekosten: €14,--per lid</al><al>Huisvestingskosten: 100% van de vooraf goedgekeurde kosten</al><al>Kostennorm dirigent: €2.269,--voor volwassenenkoor en</al><al> €1.816,-- voor jongerenkoor</al><al>Uitvoeringskosten: tot 50% van de uitgaven met een maximum van </al><al> € 2.269,--.</al><tussenkop>Amateurkunst: Muziek</tussenkop><al><cursief>Criteria</cursief>:</al><al>Minimum aantal leden: 15</al><al>Contributienorm: € 69,-- per persoon per jaar voor volwassenen en</al><al> € 57,-- per persoon per jaar voor jongeren tot 18 jaar</al><al>Contributienorm fanfare: € 91,-- per persoon per jaar voor volwassenen</al><al>Neveninkomsten: 15% van de totale minimum contributienorm</al><al><cursief>Subsidienorm</cursief>:</al><al>Organisatiekosten: € 14,--per lid</al><al>Huisvestingskosten: 100% van de vooraf goedgekeurde kosten</al><al>Kostennorm dirigent: € 3.177,--voor het eerste orkest en</al><al> € 1.135,-- voor elk volgend orkest</al><al>Kostennorm kleding/instrumenten: € 2.269,--</al><al>Kostennorm optredens: € 227,--per openbare manifestatie met een
                    maximum van 5 presentaties.</al><tussenkop>Amateurkunst: Toneel</tussenkop><al><cursief>Criteria</cursief>:</al><al>Minimum aantal leden: 15</al><al>Contributienorm: € 91,--per persoon per jaar</al><al>Neveninkomsten: 15% van de totale contributienorm</al><al>Uitvoeringen: minimaal één openbare uitvoering per organisatie per jaar</al><al><cursief>Subsidienorm</cursief>:</al><al>Organisatiekosten: € 14,--per lid</al><al>Huisvestingskosten: 100% van de vooraf goedgekeurde kosten</al><al>Kostennorm regisseur: € 1.362,--</al><al>Uitvoeringskosten: tot 50% van de uitgaven met een maximum van </al><al> € 2.269,--.</al><tussenkop>Amateurkunst: Straattheater Stoepjee</tussenkop><al><cursief>Criteria</cursief>:</al><al>Minimum aantal leden: <cursief>3</cursief></al><al>Contributienorm: € 196,--per persoon per jaar</al><al>Uitvoeringskosten: tot 50% van de uitgaven</al><tussenkop>Amateurkunst: Volksdansen</tussenkop><tussenkop>Criteria:</tussenkop><al>Minimum aantal leden: 15</al><al>Contributienorm: € 69,-- per persoon per jaar voor volwassenen en</al><al> € 35,-- per persoon per jaar voor jongeren tot 18 jaar</al><al>Neveninkomsten: 15% van de totale contributienorm</al><al>Uitvoeringen: minimaal één openbare uitvoering per organisatie</al><al> per jaar</al><al><cursief>Subsidienorm</cursief>:</al><al>Organisatiekosten: € 14<cursief>,</cursief><cursief>-</cursief><cursief>-
                    </cursief>per lid</al><al>Huisvestingskosten: 100% van de vooraf goedgekeurde kosten</al><al>Kostennorm instructeur: € 1.135,--</al><al>Uitvoeringskosten: tot 50% van de uitgaven met een maximum van</al><al> € 1.135,--.</al><tussenkop>Jeugdwerk </tussenkop><al>Binnen het jeugdwerk wordt onderscheid gemaakt in:</al><lijst><li nr="·"><al>verenigingen met leden die wekelijks een activiteit hebben </al></li><li nr="·"><al>verenigingen die een paar keer per jaar een activiteit hebben waar
                            incidenteel aan deelgenomen kan worden </al></li><li nr="·"><al>het Zeekadettenkorps die een hele speciale plaats inneemt, omdat hier
                            activiteiten plaatsvinden op en bij het schip. De leden betalen een fors
                            hogere contributie. De contributienorm is hierop gebaseerd en bedraagt €
                            125,-- per persoon per jaar voor volwassenen en €
                                91<cursief>,</cursief><cursief>-</cursief><cursief>- </cursief>per
                            persoon per jaar voor jongeren. Voor het overige worden de criteria
                            gevolgd van de jeugdverenigingen met leden.</al></li></lijst><al><cursief>Criteria</cursief>:</al><al>Minimum aantal leden: 25</al><al>Contributienorm: € 14,--per persoon per jaar</al><al>Neveninkomsten: 15% van de totale contributienorm</al><al><cursief>Subsidienorm</cursief>:</al><al>Organisatiekosten: € 14,--per lid</al><al>Huisvestingskosten: 100% van de vooraf goedgekeurde kosten</al><al>Afschrijvingskosten: € 7,-- per lid</al><al>organisatie met leden: € 681,-- per organisatie.</al><al>organisatie zonder leden: € 454,-- per organisatie</al><tussenkop>Sport: Buitensport</tussenkop><al><cursief>Criteria</cursief>:</al><al>Minimum aantal leden: 50</al><al>De contributienorm en het % van de neveninkomsten zijn als volgt opgebouwd:</al><al> contributienorm contributienorm % neven-</al><al> jeugd volwassenen inkomsten</al><al>Atletiek € 46,--€ 69,--30</al><al>Honk-/softbal € 46,--€ 69,-- 50</al><al>Handbal € 46,--€ 69,-- 50</al><al>Voetbal € 46,--€ 69,--65</al><al>Kanoën € 46,--€ 69,-- 15</al><al>Dutch Triathion C € 46,--€ 69,-- 15</al><al>Korfbal € 46,--€ 91,--30</al><al>Hockey € 46,--€ 91,--30</al><al>Roeien € 69,--€ 91,--15</al><al><cursief>Subsidienorm</cursief>:</al><al>Organisatiekosten: € 14,--per lid</al><al>Huisvestingskosten: 100% van de vooraf goedgekeurde kosten</al><al>Afdracht centrale organen: € 35,-- per lid</al><al>Kostennorm trainer senioren: € 2.269,-- tot/per 100 leden</al><al>Kostennorm trainer jeugd: € 2.269,-- tot/per 100 leden</al><al>Indien de restnorm voor jeugd- en seniorleden meer dan 100 is, volgt nog een
                    bijdrage</al><al>Van € 2.269,-.</al><tussenkop>Sport: Binnensport</tussenkop><al><cursief>Criteria</cursief>:</al><al>Minimum aantal leden: 30</al><al>De contributienorm en het % van de neveninkomsten zijn als volgt opgebouwd:</al><al> contributienorm contributienorm % neven-</al><al> jeugd volwassenen inkomsten</al><al>Reddingsbrigade € 35,--€ 69,--15</al><al>Gymnastiek € 35,--€ 69,--15</al><al>Tafeltennis € 35,--€ 69,--15</al><al>Volleybal € 46,--€ 69,--15</al><al>Badminton € 69,--€ 91,--15</al><al>Zwemmen en waterpolo € 100,--€ 130,--15</al><al>Basketbal € 69,--€ 103,--15</al><al>Aangepaste Sporten € 69,--15</al><tussenkop>Subsidienorm:</tussenkop><al>Organisatiekosten: € 14<cursief>,</cursief><cursief>-</cursief><cursief>-
                    </cursief>per lid</al><al>Huisvestingskosten: 100% van de vooraf goedgekeurde kosten</al><al>Afdracht centrale organen: €
                        35<cursief>,</cursief><cursief>-</cursief><cursief>- </cursief>per lid</al><al>Kostennorm trainer senioren: € 2.269,--tot/per 100 leden</al><al>Kostennorm trainer jeugd: € 2.269,-- tot/per 100 leden</al><al>Indien de restnorm voor jeugd- en seniorleden meer dan 100 is, volgt nog een
                    bijdrage</al><al>Van€ 2.269,--.</al><tussenkop>Peuterspeelzaalwerk</tussenkop><al>Het peuterspeelzaalwerk wordt onderverdeeld in peuterspeelzalen met betaalde
                    krachten en zonder betaalde krachten. Voor de peuterspeelzalen met betaalde
                    krachten wordt geen contributienorm gehanteerd, omdat de ouderbijdragen de
                    kosten van de leidsters moeten dekken.</al><al><cursief>Criteria </cursief><cursief>peuterspeelzalen </cursief><cursief>met
                        betaalde krachten</cursief>:</al><al>Minimum aantal peuters: 15</al><al><cursief>Subsidienorm</cursief>:</al><al>Organisatiekosten: € 14,--per kind</al><al>Huisvestingskosten: 100% van de vooraf goedgekeurde kosten</al><al>Afschrijvingskosten: € 681,--per groep</al><al><cursief>Criteria </cursief><cursief>peuterspeelzalen </cursief><cursief>zonder
                        betaalde krachten</cursief>:</al><al>Minimum aantal peuters: 15</al><al>Norm ouderbijdrage: € 14,--voor 2 dagdelen per kind per maand</al><al><cursief>Subsidienorm</cursief>:</al><al>Organisatiekosten: € 14,-- per kind</al><al>Huisvestingskosten: 100% van de vooraf goedgekeurde kosten</al><al>Afschrijvingskosten: € 681,-- per groep</al><tussenkop>Algemeen:</tussenkop><lijst><li nr="·"><al>Algemeen dient nog gesteld te worden, dat de bijdrage voor de
                            onderscheiden werkvelden nooit meer kan zijn dan het
                            exploitatietekort.</al></li><li nr="·"><al>Alle hiervoor gehanteerde normbedragen / bedragen per lid e.d. zijn
                            maximumbedragen. Indien de werkelijke kosten lager zijn, wordt van de
                            werkelijke kosten uitgegaan.</al></li><li nr="·"><al>De percentages neveninkomsten zijn gebaseerd op ervaringsgetallen.</al></li><li nr="·"><al>Heerhugowaardse verenigingen, met leden van buiten de gemeente, kunnen
                            aanspraak maken op de volledige bekostigingsbijdrage indien het aantal
                            Heerhugowaardse leden minimaal 50% is.Er vindt een korting op de
                            bijdrage plaats gelijk aan 3x het percentage van de niet-Heerhugowaardse
                            leden boven de 50%.</al><al><cursief>Voorbeeld:</cursief>Een Heerhugowaardse vereniging met 70%
                            leden van buiten de gemeente krijgt een korting op de
                            bekostigingsbijdrage van 60%.</al></li></lijst><al/></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage subsidieverordening: procedure bedrijfsplan conform artikel
                        18.4</titel></kop><tussenkop>Bijlage subsidieverordening: procedure bedrijfsplan conform artikel
                    18.4</tussenkop><al><vet>Start: </vet>Twee jaar voor het verstrijken van de bedrijfsplanperiode</al><tussenkop>Periode januari tot juli: </tussenkop><al>-De lopende bedrijfsplanperiode wordt met de instelling tussentijds geëvalueerd.
                    De maatschappelijke ontwikkelingen worden betrokken bij de beleidsverwachting
                    voor de nieuwe bedrijfsplanperiode.</al><tussenkop>Aansluitende periode juli tot oktober:</tussenkop><al>-De instelling ontwikkelt op basis van het subsidiebeleid een
                    concept-bedrijfsplan en geeft de financiële consequenties aan.</al><tussenkop>Aansluitende periode oktober en november:</tussenkop><lijst><li nr="-"><al>Gemeente en de instelling voeren overleg over het concept-bedrijfsplan
                            en het budgettaire beslag;</al></li><li nr="-"><al>Over de uitvoering van gemeentelijk beleid en het daarop betrekking
                            hebbend budget dient tussen gemeente en instelling consensus te worden
                            bereikt.</al></li></lijst><tussenkop>Aansluitende periode december en januari:</tussenkop><al>-Het college van burgemeester en wethouders neemt een voorlopig standpunt in
                    over het concept-bedrijfsplan.</al><tussenkop>Aansluitende periode februari en maart:</tussenkop><al>-De instelling stelt de definitieve versie van het bedrijfsplan op.</al><tussenkop>Aansluitende periode april tot en met december; </tussenkop><al>voorafgaand aan het eerste jaar van de nieuwe bedrijfsplanperiode:</al><al>Besluitvorming door het college van burgemeester en wethouders vindt plaats
                    binnen de procedure van het Integraal Subsidieplan Welzijn (ISP). </al></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage subsidieverordening: betaalschema conform artikel 19.3</titel></kop><al/><al>Subsidiebedragen tot € 5.000 : betaling in de maand februari</al><al>Subsidiebedragen vanaf € 5.000 tot € 50.000 : betaling 50% in de maand
                    februari</al><al> : betaling 50% in de maand mei</al><al>Subsidiebedragen vanaf € 50.000 : betaling 25% in de maand februari</al><al> : betaling 50% in de maand mei</al><al> : betaling 25% in de maand september</al></bijlage></regeling></body></cvdr>