<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR42354_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heerhugowaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerhugowaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadnieuws december</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB2009-</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>verordeningen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Publicatiedatum is een geschatte datum.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr.2009-</al><al>De raad van de gemeente Heerhugowaard;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                            24 november 2009</al><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet gebaseerd op de nieuwe Wet
                            (Stb.2007, 276);</al><al>besluit vast te stellen de:</al><al>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2010</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Verordening rioolheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><al>a perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                            daarvan; </al><al>b gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                            voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van
                            afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in
                            onderhoud bij de gemeente; </al><al>c verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf
                            betrekking heeft; </al><al>d water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                            grondwater. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing worden twee directe belastingen geheven ter
                            bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><al>a de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                            bedrijfsafvalwater, verder te noemen: rioolheffing afvalwater; en </al><al>b de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                            ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                            structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                            grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken,
                            verder te noemen: rioolheffing hemel- en grondwater. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><al>1 De belastingen worden geheven: </al><lijst><li nr="a."><al>van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot
                                    heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel
                                    dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke
                                    riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en</al></li><li nr="b."><al>van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of
                                    indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder
                                    te noemen: gebruikersdeel.</al></li></lijst><al>2 Met betrekking tot het eigenarendeel van de belastingen wordt, ingeval
                            het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens
                            eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van
                            het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld,
                            tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens
                            eigendom, bezit of beperkt recht is.</al><al>3 Met betrekking tot het gebruikersdeel van de belastingen wordt als
                            gebruiker aangemerkt: </al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan
                                    niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                    recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als
                                    bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan: degene die dat
                                    gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun
                            indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt,
                            worden de belastingen geheven ter zake van elk als zodanig bestemd
                            gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten
                            tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden
                            aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing rioolheffing afvalwater</titel></kop><al>1 Het eigenarendeel van de rioolheffing afvalwater wordt geheven naar
                            een vast bedrag per perceel. </al><al>2 Het gebruikersdeel van de rioolheffing afvalwater wordt geheven naar
                            het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd,
                            voor zover dit uitgaat boven de 250 kubieke meters water, dat vanuit een
                            eigendom wordt afgevoerd. </al><al>3 Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke
                            meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin van
                            het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is
                            toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan
                            een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door
                            herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een
                            gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. </al><al>4 Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                            pompinstallatie zijn voorzien van een: </al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden
                                    afgelezen, of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                    pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan
                                    worden afgelezen.</al></li></lijst><al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
                            hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere
                            wettelijke bepaling. </al><al>5 De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                            opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is
                            afgevoerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><al>1De heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, bedraagt
                            per eigendom </al><al>€ 126,80.</al><lijst><li nr="2"><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, bedraagt het
                                    tarief van het eigenarendeel voor een perceel met een bruto
                                    vloeroppervlakte van minder dan 25 m² € 31,70 per jaar.</al></li><li nr="3"><al>De heffng als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b,
                                    bedraagt, na toepassing van artikel 5 tweede en derde lid, voor
                                    elke volle eenheid van 1 kubieke meter afvalwater € 0,50</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vrijstelling</titel></kop><al>Het eigenarendeel wordt niet geheven van percelen waarvoor de Provincie
                            Noord Holland de gemeente Heerhugowaard ontheffing van de zorgplicht
                            riolering heeft verleend. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><al>1 De belastingen zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar
                            of voor het gebruikersdeel van de belastingen, zo dit later is, bij de
                            aanvang van de belastingplicht. </al><al>2 Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                            gebruikersdeel van de belastingen in de loop van het belastingjaar
                            aanvangt, is het gebruikersdeel verschuldigd voor zoveel twaalfde
                            gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in
                            dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                            kalendermaanden overblijven. </al><al>3 Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                            gebruikersdeel van de belastingen in de loop van het belastingjaar
                            eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten
                            van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar,
                            na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                            overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan €
                            10,00 </al><al>4 Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><al>1 In afwijking van artikel 10, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
                            maanden later. </al><al>2 In afwijking van het eerste lid geldt ingeval het totaalbedrag van de
                            op een aanslagbiljet verenigde aanslagen rioolrechten of andere
                            heffingen van meer dan €112,50 doch minder dan € 2.500,00 de aanslagen
                            in 4 gelijke termijnen betaald moeten worden, waarvan de eerste termijn
                            vervalt op de laatste dag van de maand volgende op die welke in de
                            dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende
                            termijnen telkens een maand later.</al><al>3 In afwijking van het eerste en tweede lid kan, ingeval het
                            totaalbedrag van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen
                            rioolrechten of andere heffingen meer is dan €112,50 doch minder dan €
                            2.500,00 is, via automatische incasso in 10 gelijke termijnen worden
                            betaald, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de
                            maand volgende op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                            vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al><al>4 De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste
                            lid gestelde termijnen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>1 De 'Verordening rioolrechten 2009 van 25 november 2008, wordt
                            ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang
                            van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                            belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. </al><al>2 Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die
                            van de bekendmaking. </al><al>3 De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010.</al><al>4 Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening rioolheffing 2010'. </al><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 15 december
                            2009.</al><al>De griffier, De voorzitter,</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>