<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR42352_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de raadscommissies 2002</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heerhugowaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerhugowaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Heerhugowaards Nieuwsblad 30-10-2002</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de raadscommissies 2002</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 82</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2002-10-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2002-11-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-03-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB2002118</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>verordeningen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Publicatiedatum is een geschatte datum.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de raadscommissies 2002</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr.RB.2002-118</al><al>De raad van de gemeente Heerhugowaard; gelezen het voorstel van burgemeester
                        en wethouders van 13 augustus en 24 september 2002; gezien het advies van de
                        commissie Middelen van 2 september 2002 en 7 oktober 2002; gelet op artikel
                        82 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: </al><al>Verordening op de raadscommissies 2002.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>BEGRIPSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><al>a lid: lid of buitengewoon lid van een raadscommissie; </al><al>b voorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens vervanger; </al><al>c commissiegriffier: secretaris van een raadscommissie of diens
                            vervanger; </al><al>d griffier: griffier van de raad of diens vervanger; </al><al>e vergadering: vergadering van een raadscommissie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>INSTELLING, TAKEN EN SAMENSTELLING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Instelling raadscommissies</titel></kop><al>1De raad stelt de volgende raadscommissies in: </al><al>a commissie Maatschappelijke Ontwikkeling (MO), </al><al>b commissie Middelen (MI), </al><al>c commissie Openbare Werken (OW), </al><al>d commissie Stadsontwikkeling (SO). </al><lijst><li nr="2"><al>De raadscommissie Maatschappelijke Ontwikkeling adviseert en
                                    overlegt over de op haar terrein liggende onderwerpen. </al></li><li nr="3"><al>De raadscommissie Middelen adviseert en overlegt over de op haar
                                    terrein liggende onderwerpen. </al></li><li nr="4"><al>De raadscommissie Openbare Werken adviseert en overlegt over de
                                    op haar terrein liggende onderwerpen. </al></li><li nr="5"><al>De raadscommissie Stadsontwikkeling adviseert en overlegt over
                                    de haar terrein liggende onderwerpen. </al></li><li nr="6"><al>Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, wordt het
                                    onderwerp in de afzonderlijke raadscommissies besproken, tenzij
                                    de voorzitters van de betrokken raadscommissies in overleg
                                    beslissen dat een gezamenlijke vergadering van de
                                    raadscommissies wordt belegd of de raadscommissie die het
                                    onderwerp het meest aangaat, het onderwerp behandelt. </al></li><li nr="7"><al>Indien een gezamenlijke vergadering van raadscommissies wordt
                                    belegd, vervult de voorzitter van de raadscommissie die het
                                    onderwerp het meest aangaat, de taken van de voorzitter.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taken</titel></kop><al>Een raadscommissie heeft de volgende taken: </al><al>a het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of onderwerp
                            dat betrekking heeft op de in artikel 2, tweede, derde, vierde of vijfde
                            lid, genoemde onderwerpen; </al><al>b het uitbrengen van advies aan de raad uit eigen beweging; </al><al>c voeren van overleg met het college of de burgemeester over in ieder
                            geval door het college of de burgemeester verstrekte inlichtingen en het
                            gevoerde bestuur ten aanzien van de in artikel 2, tweede, derde, vierde
                            of vijfde lid, genoemde onderwerpen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><al>1 Een raadscommissie bestaat uit een lid en een plaatsvervangend lid per
                            fractie. </al><al>2 De in het eerste lid genoemde leden worden door de raad op voordracht
                            van de fracties benoemd. </al><al>3 De raad kan daarnaast niet-raadsleden tot leden van een raadscommissie
                            benoemen indien deze leden op de kandidatenlijst van de laatstgehouden
                            verkiezingen voor de gemeenteraad hebben gestaan. </al><al>4 De artikelen 10,-11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van
                            overeenkomstige toepassing op een lid en plaatsvervangend lid van een
                            raadscommissie. De in het eerste lid genoemde leden dienen daarnaast
                            tijdens de laatste verkiezingen van de raad geplaatst te zijn op de
                            kandidatenlijst van een partij. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Voorzitter</titel></kop><al>1 De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden door de raad uit zijn
                            midden benoemd. </al><al>2 De voorzitter is geen lid van de raadscommissie. </al><al>3 De voorzitter is belast met: </al><al>a het leiden van de vergadering; </al><al>b het handhaven van de orde; </al><al>c het doen naleven van deze verordening; </al><al>d hetgeen deze verordening hem verder opdraagt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Zittingsduur en vacatures</titel></kop><al>1 De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers
                            eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad. </al><lijst><li nr="2"><al>Een lid en zijn plaatsvervanger houden op lid te zijn van een
                                    raadscommissie indien zij niet meer voldoen aan de in artikel 4,
                                    vierde lid, gestelde eisen. </al></li><li nr="3"><al>De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens
                                    voordracht het lid is benoemd. </al></li><li nr="4"><al>De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan.
                                </al></li><li nr="5"><al>Een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers kunnen te allen
                                    tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling
                                    aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke
                                    mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.
                                </al></li><li nr="6"><al>Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist
                                    de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met
                                    inachtneming van artikel 4 en 5. </al></li><li nr="7"><al>Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                                    voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de
                                    raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van
                                    die fractie is benoemd, van rechtswege.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Griffier en commissiegriffier</titel></kop><al>1 Ter ondersteuning van de raadscommissies fungeert de raadsgriffier
                            vooralsnog als commissiegriffier. </al><al>2 Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door een
                            daartoe door de raad en het college aangewezen ambtenaar.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>AANWEZIGHEID COLLEGE, BURGEMEESTER EN SECRETARIS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Burgemeester en wethouders</titel></kop><al>1 De voorzitter kan de burgemeester en één of meer wethouders uitnodigen
                            in de vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te
                            nemen. </al><al>2 Indien de burgemeester of een wethouder bij een vergadering aanwezig
                            wil zijn en wil deelnemen aan de beraadslagingen, doet hij hiertoe een
                            verzoek aan de voorzitter. </al><al>3 De voorzitter neemt zo spoedig mogelijk een voorlopige beslissing op
                            het verzoek. </al><al>4 De raadscommissie kan bij aanvang van de vergadering beslissen dat de
                            burgemeester en één of meer wethouders niet in de vergadering aanwezig
                            mogen zijn of aan de beraadslagingen mogen deelnemen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Gemeentesecretaris</titel></kop><al>De raadscommissie kan het college verzoeken de secretaris aanwezig te
                            laten zijn in de vergadering en deel te laten nemen aan de
                            beraadslagingen als bedoeld in deze verordening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>VERGADERINGEN</titel></kop><paragraaf><kop><titel>PARAGRAAF 1 TIJDSTIP VAN VERGADEREN EN VOORBEREIDINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><al>1 De vergaderingen van de raadscomrriissies vinden plaats op de dag
                                die is vermeld op het jaarlijkse vergaderschema dat voorafgaand in
                                de maand december wordt vastgesteld. De vergaderingen van de
                                raadscommissies vangen als regel aan om 20.00 uur en vinden plaats
                                in de vergadervleugel van het gemeentehuis. </al><al>2 Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het nodig
                                oordeelt of indien tenminste twee fracties schriftelijk met opgaaf
                                van redenen daarom verzoeken. </al><al>3 De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of
                                aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij
                                voert hierover overleg met de griffier. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Oproep</titel></kop><al>1 Door of namens de voorzitter worden de leden en plaatsvervangende
                                leden – spoedeisende gevallen uitgezonderd - ten minste tien dagen
                                tevoren schriftelijk voor de te houden vergadering uitgenodigd onder
                                overlegging van tenminste een agenda van de te behandelen
                                onderwerpen. De onderwerpen dienen van een korte toelichting te
                                worden voorzien. De agenda heeft de volgende standaardindeling: </al><lijst><li nr="1."><al>Opening</al></li><li nr="2."><al>Mededelingen</al></li><li nr="3."><al>Publieksrondvraag</al></li><li nr="4."><al>Punten ter bespreking. De volgorde in de wijze van
                                        behandeling daarbij luidt;</al><lijst><li nr="-"><al>ter bespreking</al></li><li nr="-"><al>om advies</al></li><li nr="-"><al>ter informatie</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Rondvraag</al></li></lijst><al>2 De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de
                                Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de
                                schriftelijke oproep aan de leden verzonden. </al><al>3 Indien een aanvullende agenda wordt: vastgesteld als bedoeld in
                                artikel 12, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde
                                voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48
                                uur voor aanvang van de vergadering aan de leden gezonden. </al><al>4 De leden van het college van burgemeester en wethouders ontvangen
                                gelijktijdig met de leden de in de leden 2 en 3 vermelde stukken.
                            </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>De agenda</titel></kop><al>1 Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt de
                                voorzitter de agenda van de vergadering voorlopig vast. </al><al>2 In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de
                                schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een
                                vergadering een aanvullende agenda opstellen. </al><al>3 Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda
                                vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda
                                toevoegen of van de agenda afvoeren. </al><al>4 Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende
                                voor de beraadslaging voorbereid acht, kan zij aan het college of de
                                burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. De raadscommissie
                                bepaalt in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw
                                geagendeerd wordt. </al><al>5 Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie de
                                volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><al>1 Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op
                                de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de
                                schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter inzage
                                gelegd. De voorzitter maakt van de terinzagelegging melding in de
                                openbare kennisgeving, bedoeld in artikel 14. Indien na het
                                verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden
                                gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden en zo mogelijk
                                in een openbare kennisgeving. </al><al>2 Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het
                                gemeentehuis gebracht. </al><al>3 Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede lid,
                                van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken
                                in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en
                                verleent de griffier een lid inzage.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><al>1 De vergadering wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep
                                door aankondiging in een huis-aan-huis blad en, indien aanwezig, in
                                het gemeentelijk informatieblad of op de voor afkondigingen in de
                                gemeente gebruikelijke wijze en zo mogelijk door plaatsing op de
                                internetsite van de gemeente ter openbare kennis gebracht. </al><al>2 De openbare kennisgeving vermeldt: a de datum, aanvangstijd en
                                plaats van de vergadering; b de wijze waarop en de plaats waar een
                                ieder de agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien; c de
                                mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in
                                artikel 17.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><al>Als blijk van zijn/haar aanwezigheid tijdens een
                                commissievergadering vult een commissielid dat niet raadslid is een
                                formulier in dat door het commissielid en de griffier wordt
                                ondertekend.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>PARAGRAAF 2 ORDE DER VERGADERING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Opening vergadering</titel></kop><al>1 De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien
                                meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. </al><al>2 Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder
                                verwijzing naar dit artikel, dag en uur van de volgende vergadering,
                                op en tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van
                                de schriftelijke oproep is gelegen. </al><al>3 Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid
                                niet van toepassing. De raadscommissie kan echter over andere
                                aangelegenheden alleen beraadslagen of besluiten, indien meer dan de
                                helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><al>1 Na de opening van de vergadering worden de aanwezige burgers, die
                                daarom hebben gevraagd in de gelegenheid gesteld omtrent één of
                                meerdere tot het werkterrein van de commissie behorende onderwerpen
                                vragen te stellen. Zo mogelijk laat de voorzitter die vragen
                                beantwoorden. Indien de beantwoording niet direct mogelijk is, zal
                                de vraag beknopt in het verslag worden opgenomen en zo spoedig
                                mogelijk schriftelijk worden beantwoord. Voorts kunnen de aanwezige
                                burgers met beisrekking tot de te behandelen agendapunten steeds na
                                de eerste termijn van de commissieleden en de beantwoording van de
                                vragen opmerkingen maken omtrent dat onderwerp. </al><al>2 Het woord kan niet gevoerd worden over: a een besluit van het
                                gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep open staat of heeft
                                opengestaan; b benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen
                                van personen; c een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van
                                de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. </al><al>3 De spreekregels van artikel 19 zijn van toepassing op de burgers
                                die van het spreekrecht gebruik maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Notulen</titel></kop><al>1 De ontwerp-notulen van de voorgaande vergadering worden, zo
                                mogelijk, aan de leden toegezonden gelijktijdig met de schriftelijke
                                oproep. De ontwerp-notulen worden op hetzelfde moment aan de overige
                                personen die het woord gevoerd hebben, toegezonden. </al><al>2 Bij het begin van de vergadering worden, zo mogelijk, de notulen
                                van de vorige vergadering vastgesteld. </al><al>3 De leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders, hebben
                                het recht, een voorstel tot wijziging van de notulen aan de
                                raadscommissie te doen, indien de notulen onjuistheden bevatten of
                                niet duidelijk weergeven hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel
                                tot verandering dient voor de vaststelling van de notulen bij de
                                commissiegriffier te worden ingediend. </al><al>4 De notulen moeten inhouden: </al><al>a de namen van de voorzitter, de griffier, de commissiegriffier, de
                                burgemeester en een wethouder, de secretaris en de ter vergadering
                                aanwezige leden, allen voorzover aanwezig, alsmede van de overige
                                personen die het woord gevoerd hebben, afzonderlijk wordt vermeld
                                welke leden afwezig waren. </al><al>b een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; </al><al>c een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van
                                de namen der aanwezigen die het woord voerden; </al><al>d een samenvatting van het advies aan de raad onder vermelding van
                                de namen van de leden die mededeling hebben gedaan van hun goed- of
                                afkeuring, en met aantekening van de namen van de leden die zich
                                niet uitgelaten hebben; </al><al>e bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van
                                die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 26
                                door de raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de
                                beraadslagingen. </al><lijst><li nr="5"><al>De notulen worden opgesteld onder de zorg van de griffier.
                                    </al></li><li nr="6"><al>De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de
                                        commissiegriffier ondertekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Spreekregels</titel></kop><al>1 Een lid, de voorzitter, de burgemeester, een wethouder en de
                                secretaris spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en
                                richten zich tot de voorzitter. </al><al>2 Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de in
                                het eerste lid genoemde personen vanaf een andere plaats spreken.
                            </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Volgorde sprekers</titel></kop><al>1 Een lid, de burgemeester, een wethouder of de secretaris, voeren
                                het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te
                                hebben. </al><al>2 De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer het woord
                                wordt gevraagd over de orde van de vergadering. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><al>1 De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten
                                hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist. </al><al>2 Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. </al><al>3 Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren
                                over hetzelfde onderwerp of voorstel. Bij de bepaling hoeveel malen
                                een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft
                                gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van
                                orde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><al>Een lid kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><al>1 De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling
                                een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. </al><al>2 Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                betreffen. </al><al>3 Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie
                                terstond.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><al>1 Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: </al><al>a de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze
                                verordening te herinneren; </al><al>b een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de
                                spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. </al><al>2 Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen
                                veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een
                                andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de
                                orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen.
                                Indien de spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem
                                gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het
                                aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. </al><al>3 De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening
                                de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. </al><al>4 De voorzitter kan een raadscommissie: voorstellen aan een lid dat
                                door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het
                                verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel
                                wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de
                                vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem
                                verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien
                                voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden
                                ontzegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><al>1 De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid
                                beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel
                                afzonderlijk te beraadslagen. </al><al>2 Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te
                                schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven
                                tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat
                                de schorsingsperiode verstreken is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><al>1 De raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de
                                beraadslaging. </al><al>2 Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een
                                lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de
                                orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Advies</titel></kop><al>1 Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel
                                voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de
                                raadscommissie anders beslist. </al><al>2.Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de raadscommissie of
                                er een advies aan de raad wordt uitgebracht.</al><al>3 Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt
                                beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud van
                                het advies. </al><al>4 In het advies worden de standpunten van alle fracties en
                                buitengewone leden opgenomen. </al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>BESLOTEN VERGADERING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van
                            overeenkomstige toepassing voorzover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Notulen</titel></kop><al>1 De notulen van een besloten vergadering worden niet rondgedeeld, maar
                            liggen uitsluitend voor de leden ter inzage bij de griffier. </al><al>2 Deze notulen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering
                            ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de
                            raadscommissie een beslissing over het al dan niet openbaar maken van
                            deze notulen. De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de
                            commissiegriffier ondertekend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie
                            overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de
                            inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De
                            raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover,
                            indien de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom
                            verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg
                            gevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>TOEHOORDERS EN PERS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><al>1 De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op
                            de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. </al><al>2 Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                            verstoren van de orde is verboden. </al><al>3 De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde
                            van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die bij
                            herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten hoogste
                            drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid-dan wel
                            beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter
                            en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik, alsmede het stand-by houden van mobiele
                            telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de
                            orde van de vergadering zonder toestemming van de voorzitter niet
                            toegestaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Uitleg verordening</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over
                            de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel
                            van de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>1 Deze verordening treedt in werking op 1 november 2002. </al><al>2 Op dat tijdstip vervalt de Verordening vaste commissies van advies en
                            bijstand van de raad van de gemeente Heerhugowaard, vastgesteld bij
                            raadsbesluit van 12 juni 1984, nadien gewijzigd.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Heerhugowaard, 22 oktober 2002</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de loco-secretaris, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>