<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR42317_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzalen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Diemer Courant, d.d. 03-01-2007, 65e jaargang, editie</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzalen Diemen 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 149.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-12-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>06-80</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>peuterspeelzalen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de “Verordening op de kinderopvang Diemen 2003”, vastgesteld bij raadsbesluit van 27 maart 2003.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzalen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Opmerkingen m.b.t. de regeling</vet></al><al/><al>Deze regeling vervangt de “Verordening op de kinderopvang Diemen 2003”,
                        vastgesteld bij raadsbesluit van 27 maart 2003.</al><al/><al/><al><vet>Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is
                            gebaseerd</vet></al><al/><al>1.Gemeentewet, artikel 149.</al><al/><al/><al><vet>Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde
                            regelgeving)</vet></al><al/><al>Geen.</al><al/><al/><al><vet>Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen</vet></al><al/><al/><al><vet>Datum</vet></al><al><vet>inwerkingtreding</vet></al><al>01-01-2007</al><al/><al><vet>Terugwerkende kracht t/m</vet></al><al/><al><vet>Betreft</vet></al><al>nieuwe regeling</al><al/><al><vet>Datum ondertekening</vet></al><al><vet>Bron bekendmaking</vet></al><al>21-12-2006</al><al>Diemer Courant</al><al>d.d. 03-01-2007,</al><al>65<sup>e</sup> jaargang, editie 7, nr. 1, pagina 2.</al><al/><al><vet>Kenmerk voorstel</vet></al><al>nr. 06-80</al><al/><al/><al><vet>Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzalen</vet></al><al/><al>Nr.: 06-80</al><al>De gemeenteraad van Diemen;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 5
                        december 2006;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al>overwegende dat het wenselijk is regels te stellen ten aanzien van de
                        kwaliteit van peuterspeelzalen;</al><al>B E S L U I T</al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al>Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzalen</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>burgemeester en wethouders</cursief> : het college van
                                    burgemeester en wethouders van de gemeente Diemen;</al></li><li nr="b."><al><cursief>peuterspeelzaalwerk:</cursief>het bieden van
                                    speelgelegenheid aan kinderen van 2 jaar tot 4 jaar gedurende
                                    een of meer dagdelen per week van maximaal 3 uur met als doel de
                                    ontwikkeling van deze kinderen te bevorderen en hen samen te
                                    laten spelen;</al></li><li nr="c."><al>peuterspeelzaal : een voorziening waar peuterspeelzaalwerk
                                    plaatsvindt;</al></li><li nr="d."><al><cursief>ouder</cursief> : de persoon die een minderjarig kind
                                    dat bij hem inwoont, opvoedt en verzorgt;</al></li><li nr="e."><al><cursief>houder:</cursief>degene die een peuterspeelzaal
                                    exploiteert;</al></li><li nr="f."><al><cursief>toezichthouder:</cursief>degene die de peuterspeelzaal
                                    controleert op naleving van de gestelde eisen;</al></li><li nr="g."><al><cursief>beroepskracht:</cursief>a. degene die in een
                                    peuterspeelzaal werkzaamheden verricht die zijn opgenomen in de
                                    voor het peuterspeelzaalwerk geldende CAO en die beschikt over
                                    een voor deze werkzaamheden passende beroepskwalificaties;</al></li><li nr="b."><al>in een peuterspeelzaal werkzame persoon van minimaal 18 jaar oud
                                    die de beroepsbegeleidende leerweg volgt, onder de voorwaarden
                                    dat het kindercentrum een erkend leerbedrijf is, beschikt over
                                    een scholings- en loopbaanbeleid en de betreffende persoon op
                                    een adequate manier begeleidt;</al></li><li nr="h."><al><cursief>begeleider</cursief>: degene die anders dan als
                                    beroepskracht is belast met de begeleiding van kinderen bij een
                                    peuterspeelzaal.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Meldingsplicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Vergunningplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden, zonder schriftelijke vergunning van burgemeester en
                                wethouders, een peuterspeelzaal in exploitatie te nemen en te
                                houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunningaanvraag vindt plaats met behulp van een door
                                burgemeester en wethouders vastgesteld en beschikbaar gesteld
                                formulier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Weigering en ontheffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders weigeren de vergunning indien niet wordt
                                voldaan aan de kwaliteitsregels die in hoofdstuk 3 van deze
                                verordening worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking op lid 1 zijn burgemeester en wethouders bevoegd
                                ontheffing te verlenen van de eisen zoals gesteld in hoofdstuk 3 van
                                deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien aan een ontheffing een termijn is verbonden en er binnen die
                                termijn niet aan de voorschriften wordt voldaan, wordt de vergunning
                                ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Ambitieniveau van het peuterspeelzaalwerk</titel></kop><al>De houder geeft in de vergunningaanvraag aan burgemeester en wethouders
                            aan voor welk ambitieniveau van het peuterspeelzaalwerk hij kiest,
                            waarbij de volgende ambitieniveaus worden onderscheiden: </al><lijst><li nr="a."><al>ambitieniveau 1 : ‘spelen, ontmoeten, ontwikkelen en signaleren’
                                    (reguliere peuterspeelzaal);</al></li><li nr="b."><al>ambitieniveau 2 : ‘spelen, ontmoeten, ontwikkelen, signaleren en
                                    ondersteunen’ (peuterspeelzaal plus).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Termijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om vergunning
                                of op een verzoek tot ontheffing binnen acht weken na de dag waarop
                                de aanvraag of het verzoek is ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen hun beslissing voor ten hoogste
                                acht weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Aanhouding</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders houden de beslissing op de aanvraag om
                            vergunning of het verzoek tot ontheffing aan, totdat zij een beslissing
                            hebben genomen over de aanvraag van een bouwvergunning zoals bedoeld in
                            artikel 40, lid 1 van de Woningwet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Duur van de vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing wordt verleend voor maximaal vijf jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning is niet overdraagbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De houder is verplicht gegevens te verstrekken die door het College
                                van burgemeester en wethouders in verband met de juiste naleving van
                                deze verordening van belang worden geacht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De houder is voorts verplicht om bij wijziging van de gegevens die
                                zijn verstrekt bij de vergunningsaanvraag daarvan onmiddellijk
                                schriftelijk mededeling te doen aan het College van burgemeester en
                                wethouders.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De houder is verplicht de vergunning op een zichtbare plaats in de
                                peuterspeelzaal op te hangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Intrekken vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning of ontheffing
                                intrekken of wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>Indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                        gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>Indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                        inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                        ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of
                                        wijziging daarvan wordt gevorderd door het belang of de
                                        belangen ter bescherming waarvan de vergunning is
                                        verstrekt;</al></li><li nr="c."><al>Indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                        voorschriften niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>Indien binnen de termijn van één jaar geen gebruik van de
                                        vergunning wordt gemaakt;</al></li><li nr="e."><al>Indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien burgemeester en wethouders een vergunning intrekken bepalen
                                zij tevens de termijn waarbinnen de peuterspeelzaal moet worden
                                gesloten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Wijzigingen van gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De houder doet van wijzigingen in de gegevens die bij de aanvraag
                                tot vergunning zijn verstrekt, onmiddellijk mededeling aan het
                                college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders delen de houder schriftelijk mee dat de
                                wijzigingen in de vergunning zijn aangetekend. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>De kwaliteitseisen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Algemene kwaliteitseisen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De houder van een peuterspeelzaal biedt peuterspeelzaalwerk aan dat
                                bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een
                                veilige en gezonde omgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De houder organiseert het peuterspeelzaalwerk op zodanige wijze,
                                voorziet de peuterspeelzaal zowel kwalitatief als kwantitatief
                                zodanig van personeel en materieel, draagt zorg voor een zodanige
                                verantwoordelijkheidstoedeling en voert een zodanig pedagogisch
                                beleid, dat een en ander leidt of moet leiden tot verantwoord
                                peuterspeelzaalwerk.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Eisen ten aanzien van veiligheid en gezondheid</titel></kop><al>De houder voert een beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en de
                            gezondheid van de op te vangen kinderen in elk door hem geëxploiteerde
                            peuterspeelzaal zoveel mogelijk is gewaarborgd. De houder legt, voor
                            zover hierin niet wordt voorzien bij of krachtens andere wet- en
                            regelgeving, in een risico-inventarisatie schriftelijk vast welke
                            risico’s de opvang van kinderen met zich meebrengt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Oppervlakte speelruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor ieder kind is minimaal 3,5 m<sup>2</sup> bruto-oppervlakte aan
                                binnenspeelruimte beschikbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor ieder kind is buitenspeelruimte beschikbaar, waarvan de
                                bruto-oppervlakte minimaal 4 m<sup>2</sup> per kind bedraagt en die
                                voor kinderen bereikbaar is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Groepen en groepsgrootte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De opvang van kinderen vindt plaats in vaste groepen in passend
                                ingerichte vaste afzonderlijke ruimtes.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In een groep zijn ten hoogste zestien kinderen gelijktijdig
                                aanwezig. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Aantal beroepskrachten of begeleiders per groep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het aantal beroepskrachten of begeleiders per groep is afhankelijk
                                van het door de houder gekozen ambitieniveau.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de houder heeft gekozen voor ambitieniveau 1: ‘spelen,
                                ontmoeten, ontwikkelen en signaleren’ zijn er in elke groep ten
                                minste één beroepskracht en één begeleider aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de houder heeft gekozen voor ambitieniveau 2: ‘spelen,
                                ontmoeten, ontwikkelen, signaleren en ondersteunen’ zijn er in elke
                                groep ten minste twee beroepskrachten aanwezig. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Overeenkomst tussen houder en ouder</titel></kop><al>Opvang in een peuterspeelzaal geschiedt op basis van een schriftelijke
                            overeenkomst tussen de houder en een ouder. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Informatieplicht aan de ouders</titel></kop><al>De houder van een peuterspeelzaal informeert de ouder voorafgaand aan
                            het aangaan van deze overeenkomst in ieder geval over:</al><lijst><li nr="a."><al>de plaatsingsprocedure en leveringsvoorwaarden;</al></li><li nr="b."><al>het gekozen ambitieniveau als bedoeld in artikel 4;</al></li><li nr="c."><al>het te voeren beleid, waaronder het beleid inzake veiligheid en
                                    gezondheid, alsmede het pedagogisch beleid waarin vanuit de
                                    visie op de ontwikkeling van kinderen de visie op de omgang met
                                    kinderen is beschreven;</al></li><li nr="d."><al>de wijze en frequentie van informatie-uitwisseling na plaatsing
                                    van het kind bij de peuterspeelzaal;</al></li><li nr="e."><al>de wijze waarop klachten worden behandeld;</al></li><li nr="f."><al>de wijze waarop inspraak op het beleid is geregeld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Verklaring omtrent het gedrag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Personen die als beroepskracht werkzaam zijn bij een peuterspeelzaal
                                zijn in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven
                                volgens de Wet justitiële gegevens.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verklaring wordt aan de houder overlegt voordat een persoon
                                zijn werkzaamheden aanvangt. De verklaring is op het moment dat zij
                                wordt overlegd niet ouder dan twee maanden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de houder of de toezichthouder redelijkerwijs vermoedt dat
                                een persoon niet langer voldoet aan de eisen voor het afgeven van
                                een verklaring omtrent het gedrag, verlangt de houder dat die
                                persoon opnieuw een verklaring omtrent het gedrag overlegt die niet
                                ouder is dan twee maanden. De desbetreffende persoon overlegt de
                                verklaring binnen een door de houder vast te stellen termijn. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>De aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering</titel></kop><al>De houder van een peuterspeelzaal moet ten behoeve van de
                            beroepskrachten, begeleiders en kinderen een passende
                            aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering afsluiten. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Het gemeentelijk toezicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Aanwijzing van toezichthouders</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders wijzen toezichthouders aan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Onderzoek door de toezichthouder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toezichthouder onderzoekt na een aanvraag tot vergunning als
                                bedoeld in artikel 2, eerste lid, binnen 8 weken of de exploitatie
                                redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met de
                                voorschriften in hoofdstuk 3 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het eerste lid onderzoekt de toezichthouder jaarlijks
                                of de exploitatie van elke peuterspeelzaal plaatsvindt in
                                overeenstemming met de voorschriften in hoofdstuk 3 van deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Naast het onderzoek bedoeld in het eerste en tweede lid kan de
                                toezichthouder incidenteel onderzoek verrichten naar de naleving
                                door een houder van de voorschriften in hoofdstuk 3 van deze
                                verordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Het inspectierapport</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een
                                onderzoek bij een peuterspeelzaal vast in een inspectierapport.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder de
                                voorschriften van deze verordening niet zijn of zullen worden
                                nageleefd, vermeldt hij dat in het rapport.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alvorens het rapport vast te stellen, stellen burgemeester en
                                wethouders de houder in de gelegenheid van het ontwerprapport kennis
                                te nemen en daarover zijn zienswijze kenbaar te maken. De
                                toezichthouder vermeldt de zienswijze van de houder in een bijlage
                                bij het rapport.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De toezichthouder zendt het inspectierapport onverwijld aan de
                                houder, die een afschrift daarvan zo spoedig mogelijk ter inzage
                                legt op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie weken na
                                de vaststelling daarvan openbaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Aanwijzing en bevel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de houder een schriftelijke aanwijzing geven indien
                                op basis van het inspectierapport blijkt dat deze de voorschriften
                                in deze verordening niet of in onvoldoende mate naleeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanwijzing geeft het college met redenen omkleed aan op welke
                                punten de voorschriften niet of in onvoldoende mate worden
                                nageleefd, alsmede de in verband daarmee te nemen maatregelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de toezichthouder oordeelt dat de kwaliteit van de opvang bij
                                een peuterspeelzaal zodanig tekortschiet dat het nemen van
                                maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan lijden, kan de
                                toezichthouder een schriftelijk bevel geven. Het bevel heeft een
                                geldigheidsduur van zeven dagen, die door het college kan worden
                                verlengd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De houder neemt de maatregelen binnen de bij de aanwijzing
                                onderscheidenlijk het bevel gestelde termijn. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van de artikelen 2, eerste lid, en de artikelen in hoofdstuk
                            3 van deze verordeningen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste
                            drie maanden of een geldboete van de tweede categorie. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Slot- en overgangsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een jaar na de inwerkingtreding van deze verordening dienen alle
                                houders van een peuterspeelzaal te voldoen aan de in deze
                                verordening gestelde eisen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Vergunningen en ontheffingen die zijn verleend onder de werking van
                                de Verordening Kinderopvang Diemen 2003 blijven gedurende één jaar
                                na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Beroepskrachten die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                verordening werkzaam zijn bij een peuterspeelzaal, leggen aan de
                                houder binnen twee maanden na de inwerkingtreding een verklaring
                                omtrent het gedrag over. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                2007.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Verordening op de kinderopvang Diemen 2003, vastgesteld op 27
                                maart 2003, wordt ingetrokken op de in het eerste lid bedoelde
                                datum.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening kwaliteitsregels
                            peuterspeelzalen Diemen 2006.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Diemen in zijn openbare
                        vergadering van 21 december 2006. </ondertekening><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al>Gemeenten zijn niet verplicht kwaliteitsregels te stellen voor het
                    peuterspeelzaalwerk. Het peuterspeelzaalwerk valt niet onder de Wet
                    kinderopvang. Dit betekent dat de grondslag voor deze verordening de autonome
                    bevoegdheid van gemeenten vormt die is neergelegd in artikel 149 van de
                    Gemeentewet. Dit is ook in de aanhef van de verordening opgenomen.</al><al>De verordening sluit zoveel mogelijk aan bij de Wet Collectieve Preventie
                    Volksgezondheid (WCPV) en de kwaliteitseisen die de Wet kinderopvang stelt ten
                    aanzien van kinderopvang. Voor dit laatste is een reden: het peuterspeelzaalwerk
                    is een vorm van kinderopvang in een daarvoor geschikte ruimtelijke voorziening.
                    Het ligt dan ook voor de hand om zoveel mogelijk dezelfde kwaliteitseisen te
                    stellen, uiteraard voorzover die eisen aansluiten bij het specifieke doel van
                    het peuterspeelzaalwerk. Evenals in de Wet kinderopvang is in de verordening
                    gekozen voor algemene kwaliteitseisen die voor alle peuterspeelzalen in de
                    gemeente gelden. </al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Ten aanzien van beroepskwalificaties kan worden gesteld dat de leidsters een
                        opleiding tot peuterleider hebben gevolgd dan wel een andere geschikte
                        vooropleiding hebben en die zijn aangesteld volgens de CAO Welzijn. </al><al>In artikel 1, lid b wordt de leeftijd van de peuters gesteld op van 2 tot 4
                        jaar. Dit sluit aan de bij de huidige praktijk van de peuterspeelzalen in
                        Diemen. Dit laat onverlet dat een peuterspeelzaal er voor kan kiezen
                        kinderen pas vanaf 2,5 jaar te plaatsen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Vergunningplicht</titel></kop><al>Dit artikel regelt de vergunningplicht voor degenen die een peuterspeelzaal
                        willen gaan exploiteren. De aanvraag moet plaatsvinden met behulp van een
                        door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld en beschikbaar
                        gesteld formulier. Het stelsel van vergunningen maakt aan iedereen duidelijk
                        welke instellingen actief zijn op het terrein van het peuterspeelzaalwerk.
                        De vergunning en de daaraan te verbinden voorschriften zijn het
                        instrumentarium van de gemeente om te toetsen of een nieuw initiatief aan de
                        kwaliteitseisen voldoet.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Weigering en ontheffing</titel></kop><al>In het 1<sup>e</sup> lid wordt aangegeven dat burgemeester en wethouders
                        uiteraard de vergunning kunnen weigeren als er niet wordt voldaan aan de
                        noodzakelijke voorschriften. De bepaling in het 2<sup>e</sup> lid is
                        opgenomen om in bijzondere omstandigheden toch een vergunning te kunnen
                        afgeven. Aan zo´n ontheffing wordt meestal aan een termijn gebonden, die ook
                        wordt opgenomen in de vergunning. Hierbij kan gedacht worden aan het
                        volgende: voor een bepaalde periode wordt een ontheffing verleend voor
                        afwijking van het aantal kinderen per groep. Als er na afloop van die
                        termijn aan de eisen van de verordening wordt voldaan, blijft de vergunning
                        van kracht. Wordt er echter niet aan de voorschriften voldaan, dan wordt de
                        vergunning ingetrokken en dient er een nieuwe aanvraag te worden ingediend.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Ambitieniveau van het peuterspeelzaalwerk</titel></kop><al>Dit artikel bepaalt dat de houder in de vergunningaanvraag aan het college
                        van burgemeester en wethouders aangeeft voor welk ambitie niveau van het
                        peuterspeelzaalwerk hij kiest. Het gekozen ambitieniveau bepaalt het aantal
                        functionarissen. Het ambitieniveau 1 (‘spelen, ontwikkelen en ontmoeten’) is
                        het minimumkwaliteitsniveau. Aan dit kwaliteitsniveau dienen alle
                        peuterspeelzalen in ieder geval te voldoen. Door de registratie van
                        vergunningen en ontheffingen worden de ouders op de hoogte gesteld van het
                        ambitieniveau. De toezichthouder kan controleren of een peuterspeelzaal zich
                        houdt aan het gestelde ambitie niveau. Ambitieniveau 2 (‘spelen, ontmoeten,
                        ontwikkelen, signaleren en ondersteunen’) is het kwaliteitsniveau waar een
                        peuterspeelzaal Plus aan moet voldoen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>Dit artikel bevat de termijn die de gemeente (i.c. toezichthouder) nodig
                        heeft om te beoordelen of een nieuwe peuterspeelzaal zal voldoen aan de
                        eisen van de verordening. De gemeente zal in overleg met de toezichthouder
                        moeten bepalen welk termijn haalbaar is. Het moet gaan om een termijn die
                        enerzijds de toezichthouder de mogelijkheid biedt een deugdelijk onderzoek
                        te doen naar de wijze waarop de nieuwe peuterspeelzaal zal worden
                        geëxploiteerd en anderzijds degene die voornemens is een peuterspeelzaal in
                        exploitatie te nemen niet onnodig te laten wachten op het moment dat de
                        exploitatie kan worden gestart.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Aanhouding</titel></kop><al>Dit is een zogenaamde “coördinatiebepaling”, waarmee de behandelingstermijn
                        van een vergunningaanvraag wordt gekoppeld aan de behandeling van een, in
                        sommige gevallen, eveneens benodigde bouwvergunning. Dat betekent dat pas
                        vergunning wordt verleend als het gebouw waarin de peuterspeelzaal gevestigd
                        wordt, voldoet aan de eisen gesteld in het Bouwbesluit, de gemeentelijke
                        Bouwverordening, het bestemmingsplan en de gebruiksvergunning van de
                        brandweer.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Geldigheidsduur van de vergunning</titel></kop><al>De vergunning wordt verleend voor een periode van maximaal vijf jaar. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Verplichtingen</titel></kop><al>Het eerste lid voorkomt dat er onduidelijkheid ontstaat over de persoon van
                        de houder en omstandigheden waaronder de vergunning is aangevraagd cq.
                        verleend. Bij het verstrekken van gegevens op grond van het tweede lid dient
                        vanzelfsprekend de bescherming van de privacy van personen te zijn
                        gewaarborgd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Intrekking van de vergunning</titel></kop><al>Zijn er te veel tekortkomingen, of heeft het opleggen van
                        handhavingmaatregelen niet het gewenste effect, dan kan het college van
                        burgemeester en wethouders besluiten de vergunning in te trekken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Wijziging van gegevens</titel></kop><al>Om de vergunningen actueel te houden, bepaalt het eerste lid dat de houder
                        onmiddellijk melding doet aan het college van burgemeester en wethouders van
                        wijzigingen van gegevens die bij de vergunningaanvraag verstrekt zijn.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Algemene Kwaliteitseisen</titel></kop><al>Het eerste lid bevat een algemene kwaliteitsnorm die ontleend is aan artikel
                        48 van de Wet kinderopvang. Het gaat om een globale norm waaraan de houders
                        zelf, met inachtneming van de verordening, invulling moeten geven. In deze
                        bepaling wordt vastgelegd dat het welbevinden van de kinderen richtsnoer
                        moet zijn het uitvoeren van peuterspeelzaalwerk.</al><al>Het tweede lid is ontleend aan artikel 50, eerste lid, van de Wet
                        kinderopvang. Deze bepaling geeft aan dat verantwoord peuterspeelzaalwerk
                        mede het product is van de wijze waarop de houder het peuterspeelzaalwerk
                        organiseert en vormgeeft. De wijze waarop de houder het peuterspeelzaalwerk
                        organiseert en aan welke aspecten daarbij aandacht moet worden besteed,
                        wordt naast de eigen verantwoordelijkheid mede bepaald door de voorschriften
                        in deze verordening. Hierbij is de schoonmaak van lokalen belangrijk, zo zal
                        er in het kader van de hygiëne de vloeren dagelijks gereinigd dienen te
                        worden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Eisen ten aanzien van veiligheid en gezondheid</titel></kop><al>Dit artikel is gelijk aan artikel 51 van de Wet kinderopvang. De houders van
                        peuterspeelzalen moeten een risico-inventarisatie uitvoeren ten aanzien van
                        de domeinen veiligheid en gezondheid. De risico inventarisatie heeft tot
                        doel het in kaart brengen van veiligheid- en gezondheidsrisico’s die
                        kinderen in peuterspeelzalen lopen. Daarbij wordt uitgegaan van het gedrag
                        van kinderen. De risico inventarisatie dient als basis om de omstandigheden
                        voor kinderen te verbeteren en om te stimuleren dat personeel en de kinderen
                        adequaat met risico’s omgaan. Deze risico inventarisatie vervangt niet de
                        risico inventarisaties die op grond van andere wetgeving verplicht is (zie
                        artikel 5 Arbeidsomstandighedenwet en artikel 7 Infectieziektewet). Ook
                        vervangt de risico inventarisatie niet de veiligheidsnormen waaraan de zalen
                        op grond van andere wetgeving zijn gebonden, zoals brandveiligheidseisen in
                        het Bouwbesluit en de bouwverordening. Ook laat de risico inventarisatie
                        toepassing van de Wet Collectieve Preventieve Volksgezondheid onverlet.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Oppervlakte speelruimte</titel></kop><al>Gekozen is voor minimum bruto-oppervlaktematen (in plaats van
                        netto-oppervlaktematen) omdat deze eenvoudiger door de toezichthouder zijn
                        vast te stellen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Groepen en groepsgrootte</titel></kop><al>Het tweede lid bepaalt dat de maximum groepsgrootte zestien kinderen
                        bedraagt. Dit maximum geldt voor beide ambitieniveaus.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Aantal beroepskrachten of begeleiders per groep</titel></kop><al>Het gekozen ambitieniveau bepaalt het aantal beroepskrachten of begeleiders
                        dat in elke groep aanwezig moet zijn.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Overeenkomst tussen houder en ouder</titel></kop><al>Voor houders van peuterspeelzalen en ouders is het van belang om in een
                        overeenkomst te expliciteren wat wederzijds de rechten en verplichtingen
                        zijn. Vandaar dat in dit artikel wordt bepaald dat het peuterspeelzaalwerk
                        plaatsvindt op basis van een schriftelijke overeenkomst tussen houder en
                        ouder.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Informatieplicht aan de ouders</titel></kop><al>De houders van peuterspeelzalen zijn verplicht om de ouders, voordat ze een
                        contract tekenen, te informeren over een aantal essentiële onderwerpen. Deze
                        informatie biedt ouders de mogelijkheid om zich een oordeel te vormen over
                        de kwaliteit van een peuterspeelzaal en eventueel op basis van een
                        onderlinge vergelijking een keuze voor een bepaalde peuterspeelzaal te
                        maken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Verklaring omtrent het gedrag</titel></kop><al>Dit artikel draagt de houder van een peuterspeelzaal op er voor te zorgen
                        dat alle beroepskrachten die bij zijn peuterspeelzaal werkzaam zijn, op hun
                        gedrag zijn getoetst. Dit gebeurt in de vorm van een recente verklaring
                        omtrent het gedrag die aan de houder moet worden overlegt voordat een
                        persoon zijn werkzaamheden aanvangt. Omdat een verklaring omtrent het gedrag
                        niet meer dan een momentopname is, voorziet het derde lid in de mogelijkheid
                        opnieuw een verklaring omtrent het gedrag te vragen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering</titel></kop><al>Dit artikel moet gezien worden als het sluitstuk van een systeem van
                        kwaliteitszorg.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Aanwijzing van toezichthouders</titel></kop><al>Dit artikel geeft het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid
                        om toezichthouders aan te wijzen. Afdeling 5.2 van de Algemene wet
                        bestuursrecht (Awb) bevat een algemene regeling van de bevoegdheden van
                        toezichthouders, zoals het recht op het betreden van plaatsen, op het
                        vorderen van inlichtingen en het inzien van schriftelijke stukken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Onderzoek door toezichthouder</titel></kop><al>In dit artikel worden drie soorten van onderzoek door toezichthouders
                        onderscheiden:</al><lijst><li nr="-"><al>het eerste lid: het onderzoek naar aanleiding van een aanvraag voor
                                een vergunning om een peuterspeelzaal te exploiteren;</al></li><li nr="-"><al>het tweede lid: het reguliere onderzoek bij bestaande
                                peuterspeelzalen in de gemeente;</al></li><li nr="-"><al>het derde lid: het incidentele onderzoek bij een peuterspeelzaal,
                                bijvoorbeeld naar aanleiding van klachten of tips.</al></li></lijst><al>Wat betreft de termijn in het 1<sup>e</sup> lid wordt verwezen naar de
                        termijnen, genoemd in artikel 5. Het 2<sup>e</sup> lid bevat de opdracht aan
                        het college van burgemeester en wethouders om ervoor zorg te dragen
                        tenminste dat tenminste één keer per jaar een controle wordt
                        uitgevoerd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Het inspectierapport</titel></kop><al>De resultaten van het onderzoek worden door de toezichthouder vastgelegd in
                        een inspectierapport. Het inspectierapport vormt de basis voor het
                        handhavend optreden door het college van burgemeester en wethouders. Het
                        gaat met name om het opleggen van dwangsommen, het toepassen van
                        bestuursdwang en in de toekomst ook het opleggen van bestuurlijke boetes.
                        Bestuursdwang houdt een waarschuwing in dat wanneer er niet binnen een
                        bepaalde termijn maatregelen worden getroffen, het college deze kosten van
                        de houder kan laten uitvoeren. Is bestuursdwang niet goed mogelijk, dan kan
                        een dwangsom worden opgelegd. Deze bevoegdheden zijn geregeld in de
                        Gemeentewet en de Awb.</al><al>Het derde lid bepaalt dat het college van burgemeester en wethouders (en
                        niet de toezichthouder) de houder in de gelegenheid stelt van het
                        ontwerprapport kennis te nemen en daarover zijn zienswijze kenbaar te maken.
                        Het bieden van gelegenheid om een zienswijze kenbaar te maken is op te
                        vatten als het uitoefenen van een publiekrechtelijke bevoegdheid. Op grond
                        van de Awb (artikel 10:14) is delegatie van bevoegdheden aan ambtenaren niet
                        toegestaan. Het is wel mogelijk dat deze bevoegdheid in mandaat wordt
                        overgedragen. In dat geval handelt de toezichthouder namens het College van
                        burgemeester en wethouders.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Aanwijzing en bevel</titel></kop><al>Indien de houder de aanwijzing of het bevel niet opvolgt, kan het college
                        overgaan tot het toepassen van bestuursdwang of het opleggen van een
                        dwangsom. Het gaat om algemene bevoegdheden van het college die zijn
                        neergelegd in de Gemeentewet en de Awb. Deze worden dan ook niet nader in de
                        verordening geregeld.</al><al>Bestuursdwang houdt een waarschuwing in dat wanneer niet binnen een bepaalde
                        termijn maatregelen worden getroffen, het college deze op kosten van de
                        houder kan laten uitvoeren. Is bestuursdwang niet goed mogelijk, dan kan een
                        dwangsom worden opgelegd. Zijn er zoveel tekortkomingen dan kan het college
                        in de aanwijzing of bevel gelasten de exploitatie van de peuterspeelzaal te
                        staken. Geeft de exploitant daaraan geen gehoor, dan gaat het college
                        hiertoe over. Ook dit is een vorm van bestuursdwang.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Deze bepaling spreekt voor zich.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>tot en met 27.</titel></kop><al>Deze bepalingen spreken voor zich</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>