<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR422819_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening Haarlemmerliede en Spaarnwoude 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haarlemmerliede en Spaarnwoude</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haarlemmerliede en Spaarnwoude</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Digitaal gemeenteblad, 26-10-2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening Haarlemmerliede en Spaarnwoude 2017</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=212">Gemeentewet, art. 212</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0014606">Besluit Begroting en Verantwoording</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-10-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>MID 16/013</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt Financiële verordening Haarlemmerliede en Spaarnwoude 2015.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële verordening Haarlemmerliede en Spaarnwoude 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 20
                        september 2016</al><al/><al>gelet op artikel 212 van de Gemeentewet ;</al><al/><al>gezien het advies van de Raadsvoorbereidende commissie;</al><al/><al>besluit:</al><al>1. vast te stellen de "Financiële verordening Haarlemmerliede en Spaarnwoude
                        2017" en deze in te laten gaan per 1 januari 2017;</al><al>2. vast te stellen de "Bijlage afschrijvingsbeleid artikel 9" en deze in te
                        laten gaan per 1 januari 2017.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="·"><al>- afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de
                                    gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse
                                    verantwoordelijkheid aan het college;</al></li><li nr="·"><al>- inkomsten: totaal van de baten voor onttrekking reserves;</al></li><li nr="·"><al>- netto schuld: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke
                                    bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak. Onder
                                    bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen,
                                    kortlopende schulden, crediteuren en overlopende passiva. Onder
                                    geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke
                                    taak wordt verstaan het totaal van langlopende uitzettingen,
                                    vorderingen, liquide middelen en overlopende activa;</al></li><li nr="·"><al>- overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke
                                    rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met
                                    rechtspersoonlijkheid, waarin een publiekrechtelijke
                                    rechtspersoon, al dan niet tezamen met een of meer andere
                                    publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te
                                    bepalen of een onderneming in de vorm van een
                                    personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke
                                    rechtspersoon deelneemt;</al></li><li nr="·"><al>- prioriteit: onderdeel van een programma bestaande uit een
                                    samenstel van een aantal samenhangende producten of een enkel
                                    product van de productenraming en productenrealisatie.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Programma-indeling</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een
                                programma-indeling voor die raadsperiode vast.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op basis van de
                                door het college aan de programma’s toegewezen producten de
                                onderverdeling van de programma’s in prioriteiten vast.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. De raad stelt op voorstel van het college per programma relevante
                                indicatoren vast voor het meten van en het afleggen van
                                verantwoording over de gemeentelijke productie van goederen en
                                diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke
                                beleid.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke
                                onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen
                                in de begroting en rekening kaders wil stellen en wil worden
                                geïnformeerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de lasten en
                                baten per prioriteit weergegeven en bij de jaarstukken worden onder
                                elk van de programma’s de gerealiseerde lasten en baten per
                                prioriteit weergegeven.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting
                                wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde
                                investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende
                                investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming
                                van de uitputting van het krediet in het lopende boekjaar
                                weergegeven.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt
                                in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het
                                Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht
                                gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de
                                begroting, de meerjarenraming en de investeringen.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. In de jaarrekening wordt van de investeringen en meerjarige
                                projecten de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten
                                en de actuele raming van de totale uitgaven weergegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het college biedt voor 1 oktober aan de raad een nota aan met een
                                voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting
                                voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad
                                stelt deze nota voor 15 oktober vast.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. In de begroting wordt een post onvoorzien van minimaal € 25.000
                                van de totale lasten opgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Autorisatie begroting en investeringskredieten</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten
                                en de lasten per prioriteit.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe
                                investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor
                                autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. Dit dient in
                                ieder geval te gebeuren bij investering boven € 100.000. De overige
                                nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het
                                vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het college informeert de raad vooraf als ze verwacht dat de
                                lasten de geautoriseerde lasten of de investeringsuitgaven de
                                geautoriseerde investeringskredieten dreigen te overschrijden of de
                                baten de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. De raad
                                geeft vervolgens aan of hij hiervoor een voorstel wil voor wijziging
                                van het budget of een voorstel voor bijstelling van het beleid.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad doet het
                                college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde
                                budgetten en de investeringskredieten en het bijstellen van het
                                beleid.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>5. Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het
                                vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college
                                vooraf aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel
                                met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet
                                aan de raad voor. Bij investeringen groter dan € 250.000 informeert
                                het college de raad in het voorstel over het effect van de
                                investering op de schuldpositie van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het college informeert de raad door middel van tussentijdse
                                rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over
                                de eerste 6 maanden en de eerste 9 maanden van het lopende
                                boekjaar.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. De tussenrapportages bevatten een uiteenzetting over de
                                uitvoering en de bijstelling van het beleid en een overzicht met de
                                bijgestelde raming van: </al><lijst><li nr="o"><al>a. de baten en de lasten per programma uitgesplitst naar
                                        prioriteiten;</al></li><li nr="o"><al>b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen
                                        uitgesplitst naar prioriteiten;</al></li><li nr="o"><al>c. het totale saldo van de baten en de lasten volgend uit de
                                        onderdelen a en b;</al></li><li nr="o"><al>d. de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
                                        per programma; en</al></li><li nr="o"><al>e. het resultaat, volgend uit de onderdelen c en d, alsmede
                                        de realisatie en raming van de uitputting van de
                                        investeringskredieten.</al></li><li nr="o"><al>f. de realisatie en raming van de uitputting van de
                                        investeringskredieten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. In de tussenrapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke
                                ramingen van de baten en de lasten van prioriteiten en
                                investeringskredieten in de begroting groter dan € 5.000
                                toegelicht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Informatieplicht</titel></kop><al>Het college besluit niet over:</al><lijst><li nr="·"><al>a. de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten groter
                                    dan € 100.000;</al></li><li nr="·"><al>b. het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter
                                    dan € 100.000; en</al></li><li nr="·"><al>c. het verstrekken van kapitaal aan instellingen en
                                    ondernemingen, dan nadat de raad is geïnformeerd over het
                                    voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en
                                    bedenkingen ter kennis van het college te brengen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>EMU-saldo</titel></kop><al>Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het
                            collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel
                            3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën , hebben
                            overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de
                            begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het
                            college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Materiële vaste activa met een meerjarig maatschappelijk nut
                                worden onder aftrek van bijdragen van derden geactiveerd.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek
                                en de termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingsbeleid bij
                                deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten
                                laste van de exploitatie gebracht.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een
                                bepaald actief worden lineair in 4 jaar afgeschreven.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>5. Een saldo voor agio of disagio wordt lineair in 4 jaar
                                afgeschreven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een
                                voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele
                                beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor openstaande vorderingen betreffende:</al><lijst><li nr="o"><al>a. onroerende zaakbelasting eigenaren;</al></li><li nr="o"><al>b. precariobelasting;</al></li><li nr="o"><al>c. hondenbelasting;</al></li><li nr="o"><al>d. parkeerbelasting;</al></li><li nr="o"><al>e. forensenbelasting;</al></li><li nr="o"><al>f. rioolheffing;</al></li><li nr="o"><al>g. afvalstoffenheffing en</al></li><li nr="o"><al>h. bijstandsvertrekking, </al><al/></li></lijst><al>wordt, met uitzondering van individuele vorderingen groter dan €
                                100.000, een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van
                                het historische percentage van oninbaarheid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het college biedt de raad eens in de 4 jaar een nota reserves en
                                voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en
                                behandelt: </al><lijst><li nr="o"><al>a. de vorming en besteding van reserves;</al></li><li nr="o"><al>b. de vorming en besteding van voorzieningen; en</al></li><li nr="o"><al>c. de rentetoerekening aan reserves en voorzieningen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve
                                voor een investeringsvoornemen wordt minimaal aangegeven: </al><lijst><li nr="o"><al>a. het specifieke doel van de reserve;</al></li><li nr="o"><al>b. de voeding van de reserve en</al></li><li nr="o"><al>c. de maximale hoogte van de reserve.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken
                                en diensten van de gemeente, die worden geleverd aan
                                overheidsbedrijven en derden, wordt een systeem van
                                kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast
                                de directe kosten de indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks
                                samenhangen met de door de gemeente verleende diensten. </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Bij de kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen
                                van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken
                                activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Voor rioolheffing en afvalstoffenheffing worden ook de
                                compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW), de kosten
                                van het kwijtscheldingsbeleid en een opslag voor overheadkosten
                                betrokken in de kostprijsberekening.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Voor de inzet van materiele activa worden naast directe kosten en
                                afschrijvingskosten, de rente voor de financiering van het actief
                                toegerekend. Overheadkosten worden hier niet in betrokken. De rente
                                is een vergoeding voor de inzet van vreemd vermogen en van eigen
                                vermogen. De rentepercentages voor deze vergoeding worden bij de
                                behandeling van de begroting vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>5. De berekening van overheadkosten vindt plaats op basis van
                                personeelskosten met een opslag voor de overige indirecte kosten.
                                Deze berekening wordt opgenomen in de paragraaf Bedrijfsvoering.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Prijzen economische activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Voor de levering van goederen, diensten of werken aan
                                overheidsbedrijven en derden en met welke bijbehorende activiteiten
                                de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt
                                tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij
                                afwijking doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten
                                afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek
                                belang van de activiteit wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Bij het verstrekken van leningen of garanties aan
                                overheidsbedrijven en derden brengt de gemeente de geraamde
                                integrale kosten in rekening. Bij afwijking doet het college vooraf
                                een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de
                                lening of garantie wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan
                                overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding
                                van tenminste de geraamde integrale kosten van de verstrekte
                                middelen. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor
                                een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de
                                kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>4. Raadbesluiten met de motivering van het publiekbelang als bedoeld
                                in de vorige leden zijn niet nodig als sprake is van: </al><lijst><li nr="o"><al>a. leveringen van goederen, diensten of werken en het
                                        verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere
                                        overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn
                                        bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die
                                        andere overheid;</al></li><li nr="o"><al>b. een bevoordeling van activiteiten in het kader van een
                                        bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak;</al></li><li nr="o"><al>c. een bevoordeling van activiteiten in het kader van een
                                        toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor
                                        prijsvoorschriften gelden;</al></li><li nr="o"><al>d. een bevoordeling van sociale werkplaatsen;</al></li><li nr="o"><al>e. een bevoordeling van onderwijsinstellingen;</al></li><li nr="o"><al>f. een bevoordeling van publieke media-instellingen; en</al></li><li nr="o"><al>g. een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de
                                        staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese
                                        Unie en daarmee verenigbaar is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en
                                prijzen</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>1. Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte
                                van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen (OZB, RZB,
                                honden-, toeristen-, reclame-, precario- en forensenbelasting), de
                                rioolheffingen, de afvalstoffenheffing en de leges.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>2. Het college biedt de raad eens in de 4 jaar een nota aan met de
                                kaders voor de prijzen voor de levering van gemeentelijke goederen,
                                werken en diensten aan overheidsbedrijven en derden en voor de huren
                                en de erfpachten.</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>3. Het college legt bij een tussentijdse wijziging van prijzen,
                                huren en erfpachten ten opzichte van de kaders uit de nota vooraf
                                een besluit voor aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen
                                de volgende kaders in acht:</al><lijst><li nr="o"><al>a. voor het aantrekken van financieringen met een looptijd
                                        langer dan één jaar worden tenminste twee prijsopgaven bij
                                        verschillende financiële instellingen gevraagd en</al></li><li nr="o"><al>b. er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten
                                        als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering
                                        decentrale overheden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college informeert de raad vooraf als de wettelijke
                                kasgeldlimiet, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet
                                financiering decentrale overheden, of de wettelijke renterisiconorm,
                                bedoeld in artikel 1, onder h, van de Wet financiering decentrale
                                overheden, dreigt te worden overschreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en
                                het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college,
                                indien mogelijk, zekerheden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Bij het verstrekken van een garantie wordt een voorziening ten
                                laste van de begroting gevormd ter grote van het risico dat de
                                gemeente met de garantie loopt. Als in de begroting niet is voorzien
                                in budget voor deze voorziening dan doet het college vooraf aan de
                                garantieverlening een voorstel aan de raad voor een
                                begrotingswijziging.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Lokale heffingen</titel></kop><al>Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf
                            lokale heffingen naast de verplichte onderdelen op grond
                            vanartikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording
                            provincies en gemeenten in ieder geval op:</al><lijst><li nr="A."><al>de wijze waarop de tarieven zijn berekend;</al></li><li nr="b."><al>een inhoudelijke toelichting over de tot standkoming van de
                                    tarieven en de beleidskeuzes die daaraan ten grondslag
                                    liggen;</al></li><li nr="c."><al>De werkelijke belastingopbrengsten volgens de laatste
                                    vastgestelde jaarrekening;</al></li><li nr="d."><al>de begrote belastingopbrengsten volgens de laatst vastgestelde
                                    begroting;</al></li><li nr="e."><al>een raming van de belastingopbrengsten voor het volgende
                                    dienstjaar;</al></li><li nr="f."><al>Het verloop van de belastingtarieven over de laatste 3
                                    jaren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt
                            het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van
                            het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder
                            geval op:</al><lijst><li nr="·"><al>a. de schulden met een looptijd korter dan een jaar en het
                                    verschuldigde rentepercentage;</al></li><li nr="·"><al>b. de schulden met een looptijd langer dan een jaar en het
                                    verschuldigde rentepercentage;</al></li><li nr="·"><al>c. de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de
                                    komende vier jaar;</al></li><li nr="·"><al>d. de rentevisie voor de komende vier jaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Weerstandsvermogen &amp; risicobeheersing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de
                                begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte
                                onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en
                                verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:</al><lijst><li nr="o"><al>a. de solvabiliteitsratio;</al></li><li nr="o"><al>b. de ontwikkeling van de netto schuld per inwoner;</al></li><li nr="o"><al>c. de ontwikkeling van de netto schuld als percentage van de
                                        gemeentelijke inkomsten;</al></li><li nr="o"><al>d. de ontwikkeling van de som van de voorraden bouwgrond, de
                                        voorraden onderhanden werk en overige voorraden als
                                        percentage van de gemeentelijke inkomsten; en</al></li><li nr="o"><al>e. de ontwikkeling van de som van de leningen aan derden en
                                        de leningen aan verbonden partijen als percentage van de
                                        gemeentelijke inkomsten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Voor het in beeld brengen van de weerstandscapaciteit van de
                                gemeente wordt beoordeeld of de gemeente bij een risicoscenario de
                                schuldverplichtingen in de toekomst kan blijven nakomen zonder dat
                                de uitgaven aan en de investeringen in noodzakelijke publieke
                                voorzieningen in de knel komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf
                                onderhoud kapitaalgoederen naast de verplichte onderdelen op grond
                                van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording
                                provincies en gemeenten in ieder geval op:</al><lijst><li nr="o"><al>a. de voortgang van het geplande onderhoud;</al></li><li nr="o"><al>b. de omvang van het achterstallig onderhoud</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college biedt de raad tenminste eens in de 4 jaar een
                                onderhoudsplan openbare ruimte aan. Het plan geeft het kader weer
                                voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en
                                de kosten van het onderhoud voor het openbaar groen, water, wegen,
                                kunstwerken en straatmeubilair. De raad stelt het plan vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college biedt de raad tenminste eens in de 4 jaar een
                                rioleringsplan aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde
                                onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de uitbreiding van
                                de riolering en de kosten van het onderhoud en de eventuele
                                uitbreidingen. De raad stelt het plan vast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college biedt de raad tenminste eens in de 4 jaar een
                                onderhoudsplan gebouwen aan. Het plan bevat voorstellen voor het te
                                plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke
                                gebouwen. De raad stelt het plan vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><al>In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt
                            het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van
                            het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder
                            geval op:</al><lijst><li nr="·"><al>a. beleidsmatige ontwikkelingen op het gebied van
                                    bedrijfsvoering;</al></li><li nr="·"><al>b. de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand
                                    en de loonkosten;</al></li><li nr="·"><al>c. de kosten van extern personeel;</al></li><li nr="·"><al>d. de tariefstelling voor projecten en doorberekening naar
                                    derden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Verbonden partijen</titel></kop><al>Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf
                            verbonden partijen naast de verplichte onderdelen op grond
                            vanartikel 15 van het Besluit begroting en verantwoording
                            provincies en gemeenten in ieder geval op een korte omschrijving op van
                            de doelstelling van de betreffende verbonden partij.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken neemt
                                het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel van
                                16 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                gemeenten in ieder geval op:</al><lijst><li nr="o"><al>a. het verloop van de grondvoorraad;</al></li><li nr="o"><al>b. de te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen
                                        projecten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt de raad ten minste eens in de 4 jaar een nota
                                grondbeleid aan. De raad stelt de nota vast. In de nota wordt
                                aandacht besteed aan:</al><lijst><li nr="o"><al>a. de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van
                                        de gemeente;</al></li><li nr="o"><al>b. te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;</al></li><li nr="o"><al>c. het verloop van de grondvoorraad;</al></li><li nr="o"><al>d. de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van
                                        gronden.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Financiële organisatie en financieel beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Administratie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder
                                geval dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="o"><al>a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen
                                        in de gemeente als geheel en in de afdelingen;</al></li><li nr="o"><al>b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de
                                        omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen,
                                        schulden, contracten;</al></li><li nr="o"><al>c. het verschaffen van informatie over uitputting van de
                                        toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het
                                        maken van kostencalculaties;</al></li><li nr="o"><al>d. het verschaffen van informatie over indicatoren met
                                        betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en
                                        diensten en de maatschappelijke effecten van het
                                        gemeentelijke beleid;</al></li><li nr=""><al>e. het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid,
                                        de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
                                        bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                        begroting en relevante wet- en regelgeving; en</al></li><li nr="o"><al>f. de controle van de registratie van gegevens als zodanig
                                        en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de
                                        controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                        doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de
                                        gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en
                                        regelgeving.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Onder administratie wordt verstaan het systematisch verzamelen,
                                vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van
                                het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke
                                organisatie en de verantwoording die daarover moet worden
                                afgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt zorgt voor:</al><lijst><li nr="·"><al>a. een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en
                                    een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                    afdelingen;</al></li><li nr="·"><al>b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden;</al></li><li nr="·"><al>c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten;</al></li><li nr="·"><al>d. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de
                                    verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening
                                    van de financieringsfunctie;</al></li><li nr="·"><al>e. de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren
                                    prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
                                    frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten
                                    en uitputting van middelen;</al></li><li nr="·"><al>f. de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de
                                    lasten en baten aan de producten van de productenraming en de
                                    productenrealisatie;</al></li><li nr="·"><al>g. het beleid en de interne regels voor de inkoop en de
                                    aanbesteding van goederen, werken en diensten;</al></li><li nr="·"><al>h. het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de
                                    toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen;
                                    en</al></li><li nr="·"><al>i. het beleid en de interne regels voor het voorkomen van
                                    misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en
                                    eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en
                                    verantwoording wordt voldaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de
                                jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a, van de
                                Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de
                                balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b, van de
                                Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid
                                van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheers
                                handelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot
                                herstel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie
                                en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de
                                gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de
                                uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de
                                opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van
                                crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en
                                bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal in de 4 jaar. Bij afwijkingen in
                                de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de
                                tekortkomingen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Intrekken oude verordening en overgangsrecht</titel></kop><al>De Financiële verordening Haarlemmerliede en Spaarnwoude 2015 wordt
                            ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                            jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het
                            begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in
                            werking treedt en op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en
                            bijbehorende stukken van het begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar
                            waarin deze verordening in werking treedt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="·"><al>1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2017.</al></li><li nr="·"><al>2. Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening
                                    Haarlemmerliede en Spaarnwoude 2017.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van 25 oktober.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage afschrijvingsbeleid bij artikel 9</titel></kop><al>Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan €. 2.500 worden niet
                    geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden
                    altijd geactiveerd.</al><al/><tussenkop><vet>Afschrijvingsbeleid immateriële vaste activa</vet></tussenkop><lijst><li nr="·"><al>Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald
                            actief en het saldo van agio en disagio worden lineair in 4 jaar
                            afgeschreven.</al></li><li nr="·"><al>Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van
                            de exploitatie gebracht.</al></li></lijst><tussenkop>Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut</tussenkop><al/><al>De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair
                    afgeschreven in maximaal:</al><lijst><li nr="·"><al>40 jaar: nieuwbouw woonruimten en schoolgebouwen;</al></li><li nr="·"><al>25 jaar: kantoren en bedrijfsgebouwen;</al></li><li nr="·"><al>30 jaar: rioleringen;</al></li><li nr="·"><al>25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop woonruimten, kantoren,
                            bedrijfsgebouwen en schoolgebouwen;</al></li><li nr="·"><al>20 jaar: motorvaartuigen;</al></li><li nr="·"><al>15 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen; </al></li><li nr="·"><al>10 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen,
                            telefooninstallaties, kantoormeubilair, schoolmeubilair, aanleg
                            tijdelijke terreinwerken, nieuwbouw tijdelijke woonruimten en
                            bedrijfsgebouwen; </al></li><li nr="·"><al>10 jaar: zware transportmiddelen en schuiten;</al></li><li nr="·"><al>5 jaar: personenauto’s, aanhangwagens, lichte motorvoertuigen en
                            automatiseringsapparatuur;</al></li><li nr="·"><al>niet afgeschreven wordt op gronden en terreinen.</al></li></lijst><tussenkop>Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met maatschappelijk
                    nut</tussenkop><al/><al>De volgende materiële vaste activa met maatschappelijk nut worden lineair
                    afgeschreven in maximaal:</al><lijst><li nr="·"><al>40 jaar: parken, sportvelden en groenvoorzieningen;</al></li><li nr="·"><al>40 jaar: wegen, pleinen en rotondes;</al></li><li nr="·"><al>30 jaar: tunnels, viaducten en bruggen;</al></li><li nr="·"><al>50 jaar: geluidswallen;</al></li><li nr="·"><al>40 jaar: openbare verlichting;</al></li><li nr="·"><al>15 jaar: straatmeubilair;</al></li><li nr="·"><al>50 jaar: havens, kades, sluizen en waterkeringen;</al></li><li nr="·"><al>20 jaar: waterwegen, waterbergingen en walbeschoeiing;</al></li><li nr="·"><al>15 jaar: pompen en gemalen.</al></li></lijst><al/><al>Bijlage behorende bij de Financiële verordening Haarlemmerliede en Spaarnwoude
                    2017 vastgesteld bij besluit van de raad d.d. 25 oktober 2016, Mid 16/013.</al><al>De griffier,</al></bijlage></regeling></body></cvdr>