<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR421331_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde voor de gemeenteraad 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haaren</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-09-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haaren</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.officielebekendmakingen.nl">Gemeenteblad, 26 oktober 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde voor de gemeenteraad 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/bwbid=BWBR0005416/article=16">Gemeentewet art. 16</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-10-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-10-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-09-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Aanpassing enkele artikelen</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van orde voor de gemeenteraad 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr=""><al>a. voorzitter: de voorzitter van de raad of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr=""><al>b. amendement: voorstel tot wijziging van een besluit;</al></li><li nr=""><al>c. subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig
                                    amendement;</al></li><li nr=""><al>d. motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt
                                    uitgesproken;</al></li><li nr=""><al>e. motie vreemd aan de orde van de dag: een motie over een niet
                                    geagendeerd onderwerp;</al></li><li nr=""><al>f. voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de
                                    vergadering;</al></li><li nr=""><al>g. initiatiefvoorstel: een voorstel van een raadslid of
                                    raadsleden aan de raad.</al></li><li nr=""><al>h. hamerstuk: een raadsvoorstel waarover geen beraadslaging in
                                    de vergadering plaatsvindt;</al></li><li nr=""><al>i. besluitenlijst: een lijst met daarin opgenomen de tekst van
                                    alle genomen besluiten, incl. deaangenomen moties.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Het presidium</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. De raad heeft een presidium.</al></li><li nr=""><al>2. Het presidium bestaat uit de voorzitter en de
                                    fractievoorzitters met de griffier als ondersteuner.</al></li><li nr=""><al>3. De voorzitter kan voorstellen de secretaris en/of anderen uit
                                    te nodigen.</al></li><li nr=""><al>4. Elke fractievoorzitter wijst een raadslid aan als
                                    vervanger.</al></li><li nr=""><al>5. Het presidium heeft als taak:</al><lijst><li nr=""><al>a. opstellen van de agenda van de raadsvergadering en de
                                            voorbereidende vergadering;</al></li><li nr=""><al>b. vaststellen van het vergaderschema en de Lange
                                            Termijn Agenda;</al></li><li nr=""><al>c. voorstellen doen aan de raad over organisatorische
                                            aangelegenheden van de raad;</al></li><li nr=""><al>d. zorgdragen voor het regelen van de huishoudelijke
                                            zaken rondom de taken van de raad;</al></li><li nr=""><al>e. bewaken van de kwaliteit van het functioneren van de
                                            raad.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>TOELATING VAN NIEUWE LEDEN; BENOEMING WETHOUDERS; FRACTIES</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging raadsleden</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. Bij de benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad
                                    een commissie in bestaande uit drie leden van de raad.</al></li><li nr=""><al>2. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop
                                    betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde leden en doet
                                    daarover verslag aan de raad. In het verslag wordt melding
                                    gemaakt van een minderheidsstandpunt als dit aan de orde
                                    is.</al></li><li nr=""><al>3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal
                                    stembureau gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in oude
                                    samenstelling na de verkiezingen.</al></li><li nr=""><al>4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten
                                    leden van de raad op om in de eerste vergadering van de nieuwe
                                    raad de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te
                                    leggen.</al></li><li nr=""><al>5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de
                                    voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de
                                    vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt
                                    beslist om in dezelfde vergadering de voorgeschreven eed of
                                    verklaring en belofte af te leggen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Benoeming wethouder</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een
                                    commissie in bestaande uit ten minste drie leden van de raad die
                                    onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de
                                    Gemeentewet.</al></li><li nr=""><al>2. De commissie doet verslag aan de raad en maakt zonodig
                                    melding van een minderheidsstandpunt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Fractie</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. De leden van de raad die door het centraal stembureau op
                                    dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de
                                    aanvang van de zitting als één fractie beschouwd.</al></li><li nr=""><al>2. De fractie voert de partijnaam die op de kandidatenlijst
                                    staat. Als er geen naam is dan deelt de fractie in de eerste
                                    vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze
                                    fractie in de raad wil voeren.</al></li><li nr=""><al>3. De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als
                                    diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk
                                    doorgegeven aan de voorzitter.</al></li><li nr=""><al>4. Indien één of meer raadsleden van één of meer fracties als
                                    zelfstandige fractie gaan optreden of indien één of meer leden
                                    van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie wordt
                                    hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan
                                    de voorzitter.</al></li><li nr=""><al>5. De naam van de nieuwe fractie wordt gebruikt met ingang van
                                    de eerstvolgende vergadering van de raad. Wel behoort de naam te
                                    voldoen aan de eisen uit de Kieswet (art. g3).</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>VERGADERINGEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Tijdstip van vergaderen, voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Oproep</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. De voorzitter zendt tenminste 7 dagen voor een
                                        vergadering de leden van de raad een digitale oproep onder
                                        vermelding van dag, tijdstip en plaats van de
                                        vergadering.</al></li><li nr=""><al>2. De voorlopige agenda en de daarbij behorende openbare
                                        stukken zijn tegelijkertijd met de oproep digitaal
                                        beschikbaar voor de leden van de raad en ieder ander.</al></li><li nr=""><al>3. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het
                                        verzenden van de oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang
                                        van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. Deze
                                        wordt met de daarbij behorende stukken aan de leden van de
                                        raad digitaal verzonden en openbaar gemaakt.</al></li><li nr=""><al>4. Indien omtrent stukken geheimhouding is opgelegd zijn
                                        deze in te zien door de leden bij de griffier.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op
                                        donderdag in het gemeentehuis.</al></li><li nr=""><al>2. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag
                                        bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert
                                        hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie,
                                        overleg in het presidium.</al></li><li nr=""><al>3. Het presidium stelt het vergaderschema vast en maakt deze
                                        openbaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Agenda</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda
                                        vast.</al></li><li nr=""><al>2. Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter
                                        kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten
                                        wijzigen.</al></li><li nr=""><al>3. Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter
                                        kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen
                                        van de agenda afvoeren of er aan toevoegen.</al></li><li nr=""><al>4. Een raadsvoorstel wordt afgevoerd omdat de raad besluit
                                        dat het raadsvoorstel terug gaat naarhet college of omdat
                                        het raadsvoorstel in een volgende vergadering aan de orde
                                        zal komen. </al><al>5. Een agendapunt toevoegen kan alleen als het spoedeisend
                                        is en geen directe gevolgen heeftvoor inwoners of als het
                                        een motie vreemd aan de orde van de dag betreft. </al><al>6. De voorzitter inventariseert bij de vaststelling van de
                                        agenda welke voorstellenhamerstukken zijn, vraagt de raad of
                                        hij hiermee instemt en hamert die voorstellen af als zijnde
                                        aangenomen met de mededeling wie tegen heeft gestemd. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. Burgers mogen inspreken over onderwerpen die niet op de
                                        agenda staan en over geagendeerde onderwerpen, waarvoor 30
                                        minuten in totaal beschikbaar is. </al></li><li nr=""><al>2. Het woord kan niet gevoerd worden over:</al><lijst><li nr=""><al>a. benoemingen, keuzen, voordrachten of
                                                aanbevelingen van personen;</al></li><li nr=""><al>b. een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1
                                                van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden
                                                ingediend.</al></li></lijst></li><li nr=""><al>3. Insprekers dienen zich bij de griffier aan te melden voor
                                        12 uur op de dag van de vergadering met de vermelding van
                                        het onderwerp.</al></li><li nr=""><al>4. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding.
                                        De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in
                                        het belang is van de orde van de vergadering.</al></li><li nr=""><al>5. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De
                                        voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers
                                        als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan in
                                        bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de
                                        spreektijd.</al></li><li nr=""><al>6. De voorzitter biedt de leden de gelegenheid om aan de
                                        inspreker een korte, verhelderende vraag te stellen.</al></li><li nr=""><al>7. De voorzitter of een lid doet voor zover aan de orde een
                                        voorstel voor nadere behandeling van de inbreng van de
                                        inspreker.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Het college</titel></kop><al>Het college is in principe in de vergadering van de raad
                                aanwezig.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of
                                        voorstellen op een voorlopige agenda dienen, worden
                                        gelijktijdig met de voorlopige agenda op de website gezet.
                                    </al></li><li nr=""><al>2. Voor een ieder is het mogelijk om de stukken digitaal op
                                        het gemeentehuis in te komen zien onder de openingstijden
                                        van het gemeentehuis. </al></li><li nr=""><al>3. Als omtrent stukken geheimhouding is opgelegd, blijven
                                        deze stukken onder berusting van de griffier en verleent
                                        deze alleen de leden op verzoek inzage.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><al>De vergadering wordt door aankondiging op de raadspagina Nieuws uit
                                de Raad in een huis-aan-huisblad of op de voor afkondigingen in de
                                gemeente gebruikelijke wijze en door plaatsing op de gemeentelijke
                                website openbaar gemaakt. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Opening vergadering; quorum</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde
                                        tijdstip als minstens de helft van de leden volgens de
                                        presentielijst aanwezig is.</al></li><li nr=""><al>2. Mocht tot een kwartier na het vastgestelde tijdstip nog
                                        niet het vereiste aantal leden aanwezig zijn, dan verdaagt
                                        de voorzitter de vergadering.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Primus bij hoofdelijke stemming</titel></kop><al>Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt
                                de voorzitter mede, bij welk lid van de raad, de hoofdelijke
                                stemming zal beginnen bij loting. Vervolgens is het eerstvolgende
                                raadslid op alfabetische volgorde aan de beurt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Besluitenlijst</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. De vergadering wordt digitaal opgenomen op geluidsband en
                                        openbaar gemaakt via de website. Zodra geconstateerd wordt
                                        dat de opnameapparatuur niet naar behoren functioneert,
                                        wordt overgegaan tot een beknopte schriftelijke
                                        verslaglegging.</al></li><li nr=""><al>2. De besluitenlijst met daarin opgenomen de tekst van alle
                                        genomen besluiten, waaronder de aangenomen moties, wordt zo
                                        spoedig mogelijk na de vergadering digitaal openbaar
                                        gemaakt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Ingekomen stukken</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke
                                        mededelingen van het college aan de raad, worden bij
                                        binnenkomst op de ingekomen stukkenlijst geplaatst.</al></li><li nr=""><al>2. Deze lijst is via de website beschikbaar voor de leden en
                                        ieder ander.</al></li><li nr=""><al>3. De raad stelt de wijze van afdoening van de ingekomen
                                        stukken vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt
                                        in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders
                                        beslist.</al></li><li nr=""><al>2. Elk spreektermijn wordt door de voorzitter
                                        afgesloten.</al></li><li nr=""><al>3. Een lid mag in de eerst termijn niet meer dan één maal
                                        het woord voeren over hetzelfdeonderwerp of voorstel</al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>4. Het derde lid is niet van toepassing op het lid dat een
                                        (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft
                                        ingediend, voor wat betreft het ingediende.</al></li><li nr=""><al>5. Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde
                                        onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet
                                        meegerekend het spreken over een voorstel van orde.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Voorstel van orde en Spreektijd</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. Een lid kan tijdens een raadsvergadering mondeling een
                                        voorstel van orde indienen.</al></li><li nr=""><al>2. Een lid van de raad kan een voorstel doen over de
                                        spreektijd van de leden en de overige aanwezigen.</al></li><li nr=""><al>3. De raad neemt een besluit over een voorstel van
                                        orde.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord,
                                        tenzij:</al><lijst><li nr=""><al>a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het in
                                                acht nemen van dit reglement te herinneren;</al></li><li nr=""><al>b. een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan
                                                bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties
                                                zijn betoog zal afronden.</al></li></lijst></li><li nr=""><al>2. Indien een spreker zich in beledigende of onbetamelijke
                                        uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                        onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert,
                                        dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de
                                        voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende
                                        spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem
                                        het woord ontzeggen.</al></li><li nr=""><al>3. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de
                                        vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en -
                                        indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de
                                        vergadering sluiten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van
                                        de raad beslissen over één of meer onderdelen van een
                                        onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al></li><li nr=""><al>2. Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de
                                        voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een
                                        door hem te bepalen tijd te schorsen ten einde het college
                                        of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader
                                        beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de
                                        schorsingsperiode verstreken is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. De raad kan bepalen dat ook anderen dan de in de
                                        vergadering aanwezige leden van de raad, collegeleden,
                                        griffier of gemeentesecretaris kunnen deelnemen aan de
                                        beraadslaging.</al></li><li nr=""><al>2. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de
                                        voorzitter of lid genomen voor het begin van de
                                        beraadslaging van het aan de orde zijnde agendapunt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Stemverklaring</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad
                                        tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn
                                        stemgedrag toe te lichten.</al></li><li nr=""><al>2. Een raadslid kan tevens een stemverklaring afleggen bij
                                        raadsvoorstellen waarover geen debat plaatsvindt, de
                                        zogenaamde hamerstukken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Besluit</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of
                                        voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de
                                        beraadslaging, tenzij de raad anders beslist.</al></li><li nr=""><al>2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel
                                        plaatsvindt, formuleert de voorzitter het te nemen
                                        besluit.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.</nr><titel>Procedures bij stemmingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Algemene bepalingen over stemming</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. De voorzitter hamert de voorstellen af en meldt daarbij
                                        dat het voorstel is aangenomen bij het vaststellen van de
                                        hamerstukken door de raad aan het begin van de vergadering
                                        bij de vaststelling van de agenda.</al></li><li nr=""><al>2. De voorzitter vraagt de voor – of tegenstem van elke
                                        fractie na afronding van de bespreking van het voorstel als
                                        de raad geen hoofdelijke stemming verlangt en hamert dan af
                                        onder vermelding of het voorstel is aangenomen of niet.</al></li><li nr=""><al>3. In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening op
                                        de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te
                                        hebben voor- of tegengestemd. In de besluitenlijst wordt
                                        aangetekend wie zich op grond van stemming heeft onthouden
                                        volgens de wet of wie de raad verlaten heeft tijdens de
                                        stemming, dan wel op onderdelen zich van stemming
                                        onthoudt.</al></li><li nr=""><al>4. Bij hoofdelijke stemming roept de voorzitter of de
                                        griffier de leden van de raad bij naam op hun stem uit te
                                        brengen en begint daarmee bij het lid dat daarvoor volgens
                                        de loting is aangewezen. Vervolgens worden de leden van de
                                        raad in alfabetische volgorde gevraagd hun stem uit te
                                        brengen.</al></li><li nr=""><al>5. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering
                                        aanwezig lid dat zich niet volgens de Gemeentewet (art.28)
                                        moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen.</al></li><li nr=""><al>6. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem
                                        vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen tot dat
                                        het volgende lid stemt.</al></li><li nr=""><al>7. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming
                                        mede, met vermelding van het aantal voor en tegen
                                        uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van
                                        het genomen besluit.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Volgorde stemming over amendementen en moties</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. Indien een amendement op een voorstel is ingediend, wordt
                                        eerst over dat amendement gestemd.</al></li><li nr=""><al>2. Indien op een amendement een subamendement is ingediend,
                                        wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens
                                        over het amendement.</al></li><li nr=""><al>3. Indien twee of meer amendementen of subamendementen op
                                        een voorstel zijn ingediend, wordt het meest verstrekkende
                                        amendement of subamendement het eerst in stemming
                                        gebracht.</al></li><li nr=""><al>4. Indien aangaande een voorstel een motie is ingediend,
                                        wordt eerst over het voorstel gestemd en daarna over de
                                        motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te
                                        wijken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Stemming over personen</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. Bij stemming over personen voor voordrachten of het
                                        opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de
                                        voorzitter drie raadsleden tot stembureau.</al></li><li nr=""><al>2. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn
                                        te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan
                                        op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde
                                        stemmingen worden samengevat op één stembriefje.</al></li><li nr=""><al>3. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje
                                        beslist de raad, op voorstel van de voorzitter.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Herstemming over personen</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte
                                        meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming
                                        overgegaan.</al></li><li nr=""><al>2. Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de
                                        volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde
                                        stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede
                                        stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij
                                        de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee
                                        personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming
                                        uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal
                                        plaatshebben.</al></li><li nr=""><al>3. Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de
                                        stemmen staken, beslist terstond het lot.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Beslissing door het lot</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. Wanneer het lot beslist, worden de namen van hen tussen
                                        wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op
                                        afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.</al></li><li nr=""><al>2. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                        gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal
                                        gedeponeerd en omgeschud.</al></li><li nr=""><al>3. Vervolgens neemt de voorzitter één van de briefjes uit de
                                        stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is
                                        gekozen.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>INSTRUMENTEN VAN RAADSLEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Amendementen</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de
                                    beraadslagingen (sub)amendementen indienen. Er kan alleen
                                    beraadslaagd worden over (sub)amendementen die ingediend zijn
                                    door leden van de raad die de presentielijst getekend hebben en
                                    in de vergadering aanwezig zijn.</al></li><li nr=""><al>2. Elk amendement of subamendement en elk voorstel wordt
                                    schriftelijk en ondertekend bij de voorzitter ingediend, tenzij
                                    de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het
                                    voorgestelde -oordeelt, dat met mondelinge indiening kan worden
                                    volstaan.</al></li><li nr=""><al>3. Intrekking, door de indiener(s), van het amendement of
                                    subamendement is mogelijk, tot de besluitvorming door de
                                    raad.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Moties</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie
                                    indienen.</al></li><li nr=""><al>2. Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden
                                    genomen schriftelijk en ondertekend bij de voorzitter worden
                                    ingediend.</al></li><li nr=""><al>3. De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of
                                    voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp
                                    of voorstel plaats.</al></li><li nr=""><al>4. Een motie ‘vreemd aan de orde van de dag’ komt aan het einde
                                    van de vergadering aan de orde, tenzij de raad anders beslist
                                    bij de vaststelling van de agenda.</al></li><li nr=""><al>5. Intrekking, door de indiener(s), van de motie is mogelijk tot
                                    de besluitvorming door de raad plaatsvindt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Initiatiefvoorstel</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te
                                    kunnen worden schriftelijk in de lay-out van een raadsvoorstel
                                    bij de voorzitter worden ingediend . Deze brengt een ingediend
                                    voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college.</al></li><li nr=""><al>2. Het college kan binnen twee weken nadat het ter kennis is
                                    gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met
                                    betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen.</al></li><li nr=""><al>3. De verdere procedure voor de besluitvorming van het
                                    initiatiefvoorstel is gelijk aan die van een door het college
                                    ingediend raadsvoorstel en verloopt via het presidium.</al></li><li nr=""><al>4. Op een spoedeisend initiatiefvoorstel, inhoudende het ontslag
                                    van een wethouder, zijn de bepalingen in dit artikel niet van
                                    toepassing. Een dergelijk voorstel kan na instemming van de raad
                                    terstond aan de agenda toegevoegd worden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32.</nr><titel>Interpellatie</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt,
                                    behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende
                                    gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering
                                    schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een
                                    duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen
                                    worden verlangd alsmede de te stellen vragen.</al></li><li nr=""><al>2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig
                                    mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en de
                                    wethouders. Bij de vaststelling van de agenda van de
                                    eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het
                                    verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip
                                    tijdens de vergadering de interpellatie zal worden
                                    gehouden.</al></li><li nr=""><al>3. De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de
                                    overige leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet
                                    meer dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33.</nr><titel>Schriftelijke vragen</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd,
                                    waarbij duidelijk is aangegeven dat het gaat om vragen op basis
                                    dit artikel. De vragen kunnen van een toelichting worden
                                    voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven of schriftelijke of
                                    mondelinge beantwoording wordt verlangd.</al></li><li nr=""><al>2. De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er
                                    zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de
                                    overige leden van de raad en het college of de burgemeester
                                    worden gebracht.</al></li><li nr=""><al>3. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats,
                                    in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn
                                    binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de
                                    eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen
                                    deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid
                                    van het college of de burgemeester de vragensteller hiervan
                                    gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt,
                                    waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt
                                    behandeld als een antwoord.</al></li><li nr=""><al>4. De antwoorden van het college of de burgemeester worden door
                                    tussenkomst van de griffier aan de leden van de raad
                                    toegezonden.</al></li><li nr=""><al>5. De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
                                    eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording
                                    in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de
                                    agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen
                                    omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven
                                    antwoord, tenzij de raad anders beslist.</al></li><li nr=""><al>6. De vragen met de antwoorden worden openbaar gemaakt door
                                    plaatsing op de website.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34.</nr><titel>Vragenhalfuur</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. In de raadsvergadering is er een vragenhalfuur. In bijzondere
                                    gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenhalfuur op een
                                    ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk
                                    tijdstip het vragenhalfuur eindigt.</al></li><li nr=""><al>2. Het lid van de raad dat tijdens het vragenhalfuur vragen wil
                                    stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste
                                    24 uur voor aanvang van het vragenhalfuur bij de griffier. De
                                    voorzitter kan na overleg met het presidium weigeren een
                                    onderwerp tijdens het vragenhalfuur aan de orde te stellen
                                    indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht
                                    aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering op
                                    diezelfde dag aan de orde komt.</al></li><li nr=""><al>3. De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde
                                    onderwerpen tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden
                                    gesteld.</al></li><li nr=""><al>4. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de
                                    vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de
                                    overige leden van de raad rekening houdend met het half
                                    uur.</al></li><li nr=""><al>5. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend
                                    om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te
                                    stellen en een toelichting daarop te geven.</al></li><li nr=""><al>6. Na de beantwoording door het college of de burgemeester
                                    krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende
                                    vragen te stellen.</al></li><li nr=""><al>7. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het
                                    woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het
                                    college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde
                                    onderwerp.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35.</nr><titel>Verslag en verantwoording</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de
                                    secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van
                                    het algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling of in
                                    een andere organisatie of institutie, heeft het recht om in
                                    aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken
                                    of voor het sluiten van de vergadering verslag te doen over
                                    zaken die in het algemeen bestuur of gemeenschappelijk orgaan
                                    aan de orde zijn. Door de raad gewenste bespreking van dit
                                    verslag kan de voorzitter verwijzen naar de voorbereidende
                                    vergadering.</al></li><li nr=""><al>2. Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het
                                    eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze
                                    van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan
                                    daarvan.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>BESLOTEN VERGADERING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36.</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van
                            overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37.</nr><titel>Besluitenlijst</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. De besluitenlijst van een besloten vergadering wordt niet
                                    verspreid, maar ligt uitsluitend voor de leden ter inzage.</al></li><li nr=""><al>2. De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een besloten
                                    vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze
                                    vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet
                                    openbaar maken van de besluitenlijst. De vastgestelde
                                    besluitenlijst wordt door de voorzitter en de griffier
                                    ondertekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38.</nr><titel>Geheimhouding en opheffing daarvan</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. Voor de afloop van een besloten vergadering beslist de raad
                                    of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde
                                    geheimhouding zal gelden.</al></li><li nr=""><al>2. De geheimhouding dient in acht te worden genomen door een
                                    ieder die bij de vergadering aanwezig is en door een ieder die
                                    op een andere wijze kennis heeft van de stukken.</al></li><li nr=""><al>3. De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen, op
                                    verzoek van het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd of op
                                    eigen initiatief.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6.</nr><titel>TOEHOORDERS EN PERS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39.</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen
                                    uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare
                                    vergaderingen bijwonen.</al></li><li nr=""><al>2. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere
                                    wijze verstoren van de orde is verboden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40.</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare raadsvergadering
                            geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling
                            aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze
                            aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers
                            aantasten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41.</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering gebruik van mobiele telefoons of andere
                            communicatiemiddelen, dat inbreuk kan maken op de orde van de
                            vergadering, zonder toestemming van de voorzitter, niet toegestaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7.</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42.</nr><titel>Uitleg reglement</titel></kop><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent
                            de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de
                            voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr=""><al>1. Dit Reglement treedt in werking op één dag na
                                    bekendmaking.</al></li><li nr=""><al>2. Het Reglement van orde voor de gemeenteraad 2015 van de
                                    gemeente, vervalt op dat moment.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>De raad van de gemeente Haaren,</ondertekening><ondertekening>Eric Dammingh Griffier</ondertekening><ondertekening>Jeannette Zwijnenburg-van der Vliet Voorzitter</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING</titel></kop><tussenkop>HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN</tussenkop><tussenkop>Artikel 2. Het presidium</tussenkop><al>Het presidium is geen beslisorgaan als wel een adviserend orgaan van de raad.
                    Toch is het beter werkbaar als het presidium de bevoegdheid heeft om over
                    huishoudelijke aangelegenheden te kunnen beslissen. Als raadsleden het niet eens
                    zijn met wat het presidium heeft bedacht dan kan dit altijd voorgelegd worden
                    aan de raad, waar de raad dan een besluit over kan nemen. De voorzitter heeft in
                    het presidium recht van stemmen, want hij is lid van het presidium. Dit wijkt
                    dus af van de bevoegdheid van de voorzitter in de raadsvergadering. De plv.
                    voorzitter van de raad heeft wel in zowel de raad als in het presidium stemrecht
                    als hij de voorzitter vervangt. </al><al>De secretaris ontvangt standaard een uitnodiging om de LTA toe te lichten. Elk
                    lid wijst zelf een vervanger aan op het moment dat dit aan de orde is.</al><al>De taken zijn omschreven in lijn met wat de praktijk is. Het presidium stelt de
                    agenda van de raad vast totdat de raad deze in de vergadering definitief
                    vaststelt. Het presidium stelt ook de agenda vast van de voorbereidende
                    vergadering (raadsplein) voor zover dat mogelijk is. De versie van de agenda die
                    het presidium vaststelt kan dan nog aangepast worden aan verzoeken voor
                    tafelgesprekken. </al><tussenkop>HOOFDSTUK 2. TOELATING VAN NIEUWE LEDEN; BENOEMING WETHOUDERS;
                    FRACTIES</tussenkop><tussenkop>Artikel 3. Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging raadsleden</tussenkop><al>De benoeming van het raadslid gaat via het stembureau waar de burgemeester
                    verantwoordelijk voor is. De voorzitter van het stembureau zorgt dat de raad de
                    geloofsbrieven en alle bijbehorende documenten ontvangt. Dit omvat de volgende
                    stukken: een ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij
                    bekleedt, een uittreksel uit de basisregistratie personen met zijn woonplaats,
                    geboorteplaats en -datum, en (indien niet-Nederlander) stukken waaruit blijkt
                    dat hij voldoet aan de vereisten van artikel 10, tweede lid, van de Gemeentewet
                    (artikel V 3 van de Kieswet). Het onderzoek van de geloofsbrieven gebeurt in een
                    openbare vergadering. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode betrokken worden.
                    De commissie welke de geloofsbrieven onderzoekt brengt verslag uit. Dit kan
                    zowel mondeling als schriftelijk.</al><al>Het onderzoek van het proces verbaal (onderzoek naar het verloop van de
                    verkiezing of de vaststelling van de uitslag) gebeurt door de oude raad vlak
                    voor de eerste samenkomst van de nieuwe raad na de gemeenteraadsverkiezingen. De
                    raad heeft de bevoegdheid heeft om te besluiten tot het hertellen van de stemmen
                    en zelfs de bevoegdheid om te besluiten tot een herstemming, beide eventueel in
                    een deel van de gemeente bij een aantal specifieke stembureaus. Het
                    proces-verbaal vormt de aanleiding tot een besluit tot hertelling of
                    herstemming.</al><al>Na een raadsverkiezing kunnen de raadsleden op de eerste vergadering van de raad
                    in nieuwe samenstelling de eed of verklaring en belofte afleggen. De voorzitter
                    zal hen hiervoor oproepen. Bij tussentijdse vacaturevervulling kan de eed of
                    verklaring en belofte aansluitend aan de beslissing van de raad over de
                    toelating van het betrokken raadslid plaatsvinden. De tekst van de eed of
                    verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het
                    raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de Gemeentewet
                    vastgelegd.</al><tussenkop>Artikel 4. Benoeming wethouder</tussenkop><al>Het ligt voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor
                    het onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen. Dit artikel is ook van
                    toepassing als er geen wethouder van buiten maar uit de raad wordt benoemd, de
                    nevenfuncties dienen immers opnieuw beoordeeld te worden of het gerechtigd is om
                    deze naast het wethouderschap te behouden.</al><al>Bij de benoeming van een wethouder zal er een integriteitstoets plaatsvinden. De
                    gedragscode van de gemeente Haaren geldt. Daarnaast kan een verklaring omtrent
                    het gedrag (VOG) worden gevraagd. De raad kan aangeven dat zij deze procedure
                    wil volgen bij de benoeming van wethouders. De raad kan er voor kiezen om met de
                    kandidaat een interview te houden om te bezien of de kandidaat voldoet aan de
                    wensen van de raad. De raad kan er voor kiezen om dit in beslotenheid te doen of
                    in de openbaarheid.</al><tussenkop>Artikel 5. Fractie</tussenkop><al>De term fractie staat nergens in een wet aangegeven, daarom is dit opgenomen in
                    dit reglement van orde. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad
                    en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan voorkomen
                    dat een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan of dat een
                    raadslid zelf een fractie tussentijds begint. Aan de naam van een fractie zijn
                    de zelfde eisen gesteld dan aan die van de partijen. De naam mag niet teveel
                    lijken op andere partijnamen of bijvoorbeeld misleidend is. Hele lange namen
                    zijn ook uit den boze.</al><tussenkop>HOOFDSTUK 3. VERGADERINGEN</tussenkop><tussenkop>Paragraaf 1. Tijdstip van vergaderen, voorbereidingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 6. Oproep</tussenkop><al>De oproep gebeurt digitaal, zo ook de beschikbaarheid van de stukken. Zonodig
                    kan er uiteraard altijd nog iets op papier geleverd worden mocht dat nodig zijn.
                    In feite zijn de stukken al een maand van te voren beschikbaarheid; de ingekomen
                    stukken lijst wordt continue aangevuld en gepubliceerd. De stukken voor de raad
                    zijn al beschikbaar vanaf de publicatie van de voorbereidende vergadering. </al><tussenkop>Artikel 7. Vergaderfrequentie</tussenkop><al>Het aantal vergaderingen en het tijdstip van aanvang is hier niet gemeld zodat
                    enige flexibiliteit mogelijk is. Gebruikelijk is één raadsvergadering per maand,
                    met uitzondering van de recesperiodes. Voor de begroting is doorgaans een extra
                    vergadering ingepland. </al><tussenkop>Artikel 8. Agenda</tussenkop><al>De raad beslist zelf over de agenda en stelt daarom in de vergadering zijn eigen
                    agenda vast. Het presidium geeft in feite de aanzet tot de vaststelling, die de
                    voorzitter benut voor de uitnodiging. Het wijzigen van de agenda gebeurt dan ook
                    bij het vaststellen van de agenda. Bij dit agendapunt neemt de raad ook het
                    besluit om een voorstel terug te geven aan het college omdat het onvoldoende
                    besluitrijp bevonden wordt of om het voorstel door te schuiven naar een volgende
                    raadsvergadering. Als een raadsvoorstel terug gaat naar het college, dan gebeurt
                    dit ook fysiek en geeft de griffier het ondertekende raadsvoorstel met de
                    stukken terug aan de gemeentesecretaris. </al><al>De voorzitter stelt voor raadsvoorstellen als hamerstuk aan te merken als het
                    niet nodig is dat de raad daar nog over spreekt. Het gaat dan om
                    raadsvoorstellen waar heel duidelijk een grote meerderheid voor is. De
                    tegenstemmers krijgen dan de gelegenheid om voor het afhameren aan te geven dat
                    zij tegen zijn eventueel met korte toelichting waarom. De agendapunten blijven
                    dan hetzelfde genummerd, alleen geeft de voorzitters aan welke agendapunten
                    worden afgehamerd en daarmee afgehandeld. Vervolgens worden de overgebleven
                    agendapunten doorlopen in volgorde van de agenda.</al><tussenkop>Artikel 9. Spreekrecht burgers</tussenkop><al>Het inspreekrecht op de raadsvergadering is een aanvulling op het meedoen aan
                    gesprekken op het raadsplein. Het doel is om burgers zoveel mogelijk mee te
                    laten doen bij de gesprekken over de geagendeerde raadsvoorstellen, zodat de
                    raadsleden de inbreng daadwerkelijk mee kunnen nemen bij de voorbereiding van de
                    raadsvergadering. </al><al>Het spreekrecht in de raad is vooral bedoeld om burgers de kans te bieden om
                    andere onderwerpen onder de aandacht van de raad te brengen dan de onderwerpen
                    op de agenda. De raad kan er dan voor kiezen om het onderwerp voor een volgend
                    raadsplein te agenderen of om te vragen aan het college om er actie op te
                    ondernemen of anderszins. </al><tussenkop>Artikel 10. Het college</tussenkop><al>Het college ontvangt standaard digitaal de uitnodiging en de leden ervan worden
                    tijdens de vergadering door de voorzitter zonodig verzocht om een reactie dan
                    wel een antwoord te geven op vragen van raadsleden. </al><tussenkop>Artikel 11. Ter inzage leggen van stukken</tussenkop><al>De stukken zijn digitaal in te zien op het gemeentehuis, zodat iedereen alle
                    stukken kan inzien. Niet alle stukken zijn op papier beschikbaar, denk aan met
                    name aan stukken bij een bestemmingsplan. Het doel is om zo min mogelijk papier
                    te gebruiken. Het is wel mogelijk om een print te ontvangen mocht dit gewenst
                    zijn, maar dit staat niet nadrukkelijk beschreven. </al><tussenkop>Artikel 12. Openbare kennisgeving</tussenkop><al>De openbaarmaking gebeurt vooral digitaal via de website, de agenda met beknopte
                    informatie komt op de gemeentelijke pagina in de huis-aan-huis krant ruim voor
                    de vergadering. </al><al>Paragraaf 2. Orde der vergadering</al><tussenkop>Artikel 13. Opening vergadering; quorum</tussenkop><al>Het benodigde quorum is bij wet vastgesteld, maar hier staat nog eens expliciet
                    vermeld dat dit via de handtekening op de presentielijst gebeurt. In feite kan
                    een raadslid daarna de vergadering verlaten, dus is het daarnaast nodig om op te
                    letten of bij de besluitneming daadwerkelijk het quorum deelneemt. De raad
                    beslist zelf hoe veel tijd hij neemt om te wachten op het voldoende aantal
                    leden, hier is gekozen voor een kwartier. </al><tussenkop>Artikel 14. Primus bij hoofdelijke stemming</tussenkop><al>Aan het begin van de vergadering wordt er een naam getrokken, de eerstvolgende
                    op de alfabetische lijst is vervolgens aan de beurt. </al><tussenkop>Artikel 15. Besluitenlijst</tussenkop><al>De besluitenlijst is er om voor iedereen duidelijk te hebben welke besluiten de
                    raad heeft genomen. Het is daarom nodig dat de teksten van de besluiten hierin
                    zijn opgenomen. Het is uiteraard niet de bedoeling om de volledige tekst van een
                    verordening of van een heel plan in de besluitenlijst te zetten; in zo’n geval
                    wordt er volstaan met de korte tekst van de vaststelling. Een aangenomen motie
                    is ook een besluit van de raad, daar wordt dus bij vermeld wat het verzoek, wens
                    of oordeel is. </al><al>De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering digitaal
                    gepubliceerd. </al><al>Mocht het nodig zijn om een kort verslag te maken dan wordt daarin vermeld de
                    beknopte weergave van de inbreng van de verschillende fracties en de inbreng van
                    het college of anderen. </al><tussenkop>Artikel 16. Ingekomen stukken</tussenkop><al>De ingekomen stukkenlijst is digitaal organisch, dat wil zeggen dat alle
                    ingekomen stukken zo spoedig mogelijk op de site komen te staan in de lijst van
                    de raadsvergadering. Als de sluitingsdatum van die vergadering (de
                    presidiumvergadering) voorbij is dan worden de stukken op de lijst van de
                    eerstvolgende raadsvergadering gezet. </al><al>Het is mogelijk om een ingekomen stuk al te agenderen voor het raadsplein
                    voordat de raad beslist heeft over de afhandeling. Het presidium neemt deze
                    beslissing bij de vaststelling van de agenda van het raadsplein. Voorwaarde is
                    in ieder geval dat het tijdig publiek gemaakt kan worden, dus ruim 7 dagen voor
                    de vergadering. </al><tussenkop>Artikel 17. Aantal spreektermijnen</tussenkop><al>De hantering van de termijnen heeft als doel om de bespreking te reguleren, met
                    name in de tweede termijn zal er voldoende ruimte zijn voor debat. De raad kan
                    in de vergadering besluiten dat er meer dan twee termijnen nodig zijn, maar dat
                    is dan een uitzondering op de regel. </al><tussenkop>Artikel 18. Voorstel van orde en Spreektijd</tussenkop><al>Ieder raadslid kan de voorzitter verzoeken om een orde voorstel te doen. Een
                    raadslid kan bijvoorbeeld vinden dat er teveel of juist te weinig tijd dan wel
                    aandacht besteed wordt aan een voorstel. Hij vraagt dan om te stoppen met het
                    debatteren en over te gaan tot besluitvorming of verzoekt juist om nog
                    bijvoorbeeld een derde termijn. Een ordevoorstel kan ook zijn om alsnog een
                    raadsvoorstel door te schuiven naar een volgende raadsvergadering.</al><tussenkop>Artikel 19. Handhaving orde; schorsing</tussenkop><al>De voorzitter kan ingrijpen, maar ook raadsleden kunnen de voorzitter erop
                    wijzen als zij vinden dat een raadslid of wel een collegelid zich onbetamelijk
                    gedraagt dan wel uitdrukt. </al><tussenkop>Artikel 20. Beraadslaging</tussenkop><al>Als het goed is zijn de beraadslagingen over raadsvoorstellen al grotendeels in
                    de voorbereidende vergadering aan de orde geweest. In de raad vindt vooral het
                    politieke debat plaats. Toch kan het zijn dat er tussen de voorbereidende
                    vergadering en de raadsvergadering zich omstandigheden voordoen die van invloed
                    zijn op het voorliggende raadsvoorstel. Dan kan het wenselijk zijn voor nadere
                    beraadslagingen en/of te schorsen. Bij schorsing vraagt de voorzitter hoeveel
                    tijd men denkt nodig te hebben en meldt dan hoelang de schorsing zal duren.</al><tussenkop>Artikel 21. Deelname aan de beraadslaging door anderen </tussenkop><al>De raad kan betrokkenen bij een raadsvoorstel in de vergadering uitnodigen om
                    het één en ander toe te lichten of mogelijke vragen te beantwoorden. In principe
                    is dit al gebeurd in de voorbereidende vergadering, maar er kan zich tussentijds
                    iets hebben voorgedaan waardoor de raad deze wens heeft. </al><tussenkop>Artikel 22. Stemverklaring</tussenkop><al>Een raadslid motiveert kort waarom hij voor of tegen stemt.</al><al>Een stemverklaring is ook mogelijk bij de raadsvoorstellen die verder niet
                    besproken worden in de raad, een hamerstuk. Een raadsvoorstel kan ook een
                    hamerstuk zijn als er tegenstemmers zijn, zij laten weten voordat het afgehamerd
                    wordt dat zij tegen zijn, eventueel met een korte toelichting. </al><tussenkop>Artikel 23. Beslissing</tussenkop><al>Het conceptbesluit is zoals het college de raad voorstelt om te beslissen. De
                    raad besluit dan of de tekst blijft zoals deze is of wordt aangepast middels een
                    amendement. Is de raad in meerderheid voor dan stemt de raad in met het voorstel
                    en wordt het conceptbesluit het besluit van de raad. Als de raad in meerderheid
                    tegen stemt dan is het raadsvoorstel verworpen. </al><al>Het kan zijn dat in de voorbereidende vergadering geconstateerd wordt dat het
                    wenselijk is dat het besluit wordt aangepast. Dit is dan toch alleen mogelijk
                    met het indienen van een amendement; de griffier kan dan een amendement
                    voorbereiden voor de fracties. Het college kan niet het al ingediende
                    conceptbesluit, dat gelijk met het getekende raadsvoorstel aan de raad, via de
                    griffier, is overhandigd, aanpassen. Als het gaat om een raadsvoorstel ingediend
                    door de raad zelf dan kan het concept raadsbesluit ook alleen worden aangepast
                    met een amendement in de raadsvergadering.</al><al>De voorzitter formuleert het te nemen besluit met daarin opgenomen de tekst van
                    de aangenomen amendementen voordat de stemming plaatsvindt. </al><al>Paragraaf 3. Procedures bij stemmingen</al><tussenkop>Artikel 24. Algemene bepalingen over stemming</tussenkop><al>Aan het begin van de vergadering bij de vaststelling van de agenda
                    inventariseert de voorzitter over welke voorstellen geen bespreking nodig is; de
                    hamerstukken. De voorzitter hamert deze stukken dan af waarmee de raad heeft
                    besloten. Een voorstel kan een hamerstuk zijn ook al zijn er tegenstemmers, dan
                    melden de tegenstemmers dat zij tegen stemmen, waarna de voorzitter afhamert
                    onder vermelding wie er tegen gestemd hebben. </al><al>Bij de overgebleven voorstellen vraagt de voorzitter na bespreking van een
                    voorstel aan de fractievoorzitters of de fractie voor of tegen stemt als er geen
                    hoofdelijke stemming nodig is. </al><al>Als een raadslid volgens de wet niet mee mag stemmen dan geeft de voorzitter aan
                    dat het betreffende raadslid geacht heeft niet te hebben gestemd. Voor de
                    overige raadsleden die zich van stem willen onthouden is dit alleen mogelijk
                    door de raadsvergadering tijdens de stemming te verlaten. Hiervan wordt melding
                    gemaakt door de voorzitter, zodat duidelijk is dat die raadsleden niet hebben
                    meegestemd ook al staat hun handtekening op de presentielijst. Uitzondering is
                    een raadsvoorstel waarbij het raadslid slechts op een onderdeel niet meestemt,
                    dan meldt deze met een stemverklaring om welk onderdeel het gaat. Bijvoorbeeld
                    bij de begroting of algemeen subsidiebeleid kan zich dat voordoen.</al><tussenkop>Artikel 25. Stemming over amendementen en moties</tussenkop><al>Het voorliggende besluit kan alleen worden aangepast door het indienen van een
                    amendement. De griffier en de voorzitter letten er bij een amendement op dat de
                    tekst van de wijziging zo is dat de raad een besluit neemt dat juridisch klopt,
                    zodat het besluit ook daadwerkelijk uitgevoerd kan worden. </al><al>Een raadslid kan vinden dat het amendement onvolledig is of aangepast moet
                    worden, dan kan het raadslid een subamendement indienen. Het is vervolgens
                    mogelijk om daarop weer een subamendement in te dienen. De voorzitter kan dan de
                    raadsleden aanraden om de vergadering te schorsen om tot overeenstemming te
                    komen over het amendement dan wel subamendement, zodat het besluitvormingsproces
                    voor iedereen helder blijft en er niet teveel sub- op subamendementen zijn.
                    Eerst wordt gestemd over het subamendement. Als dat wordt aangenomen wordt het
                    amendement daarop aangepast en ter besluitvorming voorgelezen door de voorzitter
                    zodat duidelijk is waarover men stemt.</al><al>Een motie is geen besluit maar een verzoek, wens of oordeel over het onderwerp
                    van het raadsvoorstel. Dit staat dan ook los van het te nemen besluit en
                    hierover wordt daarom gestemd nadat over het besluit is gestemd. </al><al>Soms kan een motie dermate zwaar wegen voor een fractie dat de steun voor het
                    gehele voorstel hiervan afhangt. Dan is het nuttig als de raad – in de praktijk
                    op voorstel van de betreffende fractie – kan besluiten om van de voorgeschreven
                    stemvolgorde af te wijken. Die mogelijkheid is gecreëerd.</al><tussenkop>Artikel 26. Stemming over personen</tussenkop><al>De raad stelt in de raadsvergadering een stembureau in als er gestemd wordt over
                    personen. De voorzitter let er op dat de samenstelling van het stembureau
                    wisselt en dat niet degenen, over wie gestemd wordt, lid van het stembureau
                    zijn. </al><al>Er zijn vooraf stembriefjes rondgedeeld door de griffier, deze zijn identiek en
                    het aantal ervan is gelijk aan het aantal stemgerechtigde raadsleden. Het
                    stembureau telt de stembriefjes in de openbaarheid en deelt de uitslag mondeling
                    mee aan de voorzitter in de raadsvergadering. De griffier neemt de uitslag op in
                    het besluit. </al><tussenkop>Artikel 27. Herstemming over personen</tussenkop><al>Hier gaat het om stemming tussen meerdere personen voor een te benoemen functie.
                    Als het gaat om twee kandidaten of één kandidaat dan bepaalt het lot na de
                    tweede stemming al bij gelijk aantal stemmen of evenveel stemmen voor als tegen. </al><tussenkop>Artikel 28. Beslissing door het lot</tussenkop><al>Het loten vindt plaats in de vergadering. </al><tussenkop>HOOFDSTUK 4. INSTRUMENTEN VAN RAADSLEDEN</tussenkop><tussenkop>Artikel 29. Amendementen</tussenkop><al>Elk raadslid kan een amendement indienen voor de vergadering of in de
                    vergadering. De griffier zet het amendement op de website zodat iedereen er
                    kennis van kan nemen, ook als dit tijdens de vergadering wordt ingediend. Als de
                    indiener niet zelf aanwezig is in de raadsvergadering dan wordt het amendement
                    als niet ingediend beschouwd.</al><al>Een amendement is een wijziging van het besluit; in het amendement staat precies
                    de tekst waarover de raad besluit dat die opgenomen wordt in het nog te nemen
                    besluit. De tekst van de wijziging is zodanig dat de raad een besluit neemt dat
                    juridisch klopt en ook daadwerkelijk uitgevoerd kan worden. Een raadslid kan
                    vinden dat het amendement onvolledig is of aangepast moet worden, dan kan het
                    raadslid een subamendement indienen. Het is vervolgens mogelijk om daar weer een
                    subamendement in te dienen. De voorzitter kan dan de raadsleden aanraden om de
                    vergadering te schorsen om tot overeenstemming te komen over het amendement dan
                    wel subamendement, zodat het besluitvormingsproces voor iedereen helder blijft
                    en er niet teveel sub- op subamendementen zijn. Eerst wordt gestemd over het
                    subamendement, als dat wordt aangenomen wordt het amendement daarop aangepast en
                    ter besluitvorming voorgelezen door de voorzitter zodat duidelijk is waarover
                    men stemt. </al><al>De indiener kan een amendement intrekken tot op het moment van stemming, er
                    wordt dan niet meer over gestemd. Wordt het amendement verworpen dan wordt dit
                    ook niet opgenomen in de besluitenlijst. </al><tussenkop>Artikel 30. Moties</tussenkop><al>In de vergadering of daarvoor kan ieder raadslid een motie indienen. Een motie
                    is geen besluit maar een verzoek, wens of oordeel over het onderwerp van het
                    raadsvoorstel. Dit staat dan ook los van het te nemen besluit en hierover wordt
                    daarom gestemd nadat over het besluit is gestemd. Wel is de motie onderdeel van
                    de bespreking van het voorstel. </al><al>Een motie vreemd aan de orde van de dag is een motie over een onderwerp dat niet
                    op de agenda staat. Hiervoor gelden dezelfde regels als voor het indienen van
                    een motie. Alleen is deze motie een apart agendapunt aan het einde van de
                    vergadering. </al><al>Het is mogelijk om een motie van wantrouwen, afkeuring of treurnis in te dienen.
                    Een dergelijke motie betreft dan het hebben als raad van een oordeel over het
                    college of een collegelid. Deze moties gelden dus ook niet als een besluit van
                    de raad maar zijn ‘slechts’ een oordeel. Het is dan aan het college of
                    collegelid hoe om te gaan met een dergelijke motie. </al><tussenkop>Artikel 31. Initiatiefvoorstel</tussenkop><al>Een initiatiefvoorstel is in feite gelijk aan een raadsvoorstel, alleen dan niet
                    in gediend door het college of het presidium. Het is daarom wenselijk dat over
                    een dergelijk voorstel net zo zorgvuldig wordt besloten als over overige
                    raadsvoorstellen. Daarom volgt een initiatiefvoorstel dezelfde route als de
                    overige raadsvoorstellen. Wel kan het presidium het college verzoeken om een
                    reactie voordat het voorstel de besluitprocedure ingaat. Het kan zijn dat de
                    initiatiefnemer zelf al het college heeft betrokken bij het voorstel.</al><al>Aan een initiatiefvoorstel inhoudend het ontslag van een wethouder gaat een
                    motie van wantrouwen vooraf, waardoor een dergelijk voorstel niet helemaal
                    onaangekondigd op de agenda komt. </al><al>Uit het nieuw aan de Gemeentewet toegevoegde vierde lid van artikel 147a volgt
                    dat de gemeenteraad geen besluit mag nemen over een initiatiefvoorstel dan nadat
                    het college in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis
                    van de raad te brengen. Uiteraard moet het college daarvoor een redelijke
                    termijn krijgen.</al><tussenkop>Artikel 32. Interpellatie</tussenkop><al>Een interpellatiedebat wordt als een zwaar middel beschouwd. Het gaat dan om
                    iets dat zich ineens voordoet en waarover haast is geboden om hier een debat
                    over te hebben. Behandeling volgens de gebruikelijke wijze is dan niet mogelijk
                    volgens de aanvrager van dit debat. De raadsleden worden meteen op de hoogte
                    gebracht van het verzoek dat dus wel minstens 2 dagen voor de raadsvergadering
                    is ingebracht. In de raadsvergadering wordt bij de vaststelling van de agenda
                    bepaald wanneer de interpellatie aan de orde komt in de vergadering. Het zal
                    afhangen van het onderwerp of dit aan het begin of aan het eind zal zijn. </al><tussenkop>Artikel 33. Schriftelijke vragen</tussenkop><al>Schriftelijke vragen volgens dit artikel hebben een andere status dan de vragen
                    die gesteld worden bij het vragenhalfuurtje in de raad of tussendoor via de mail
                    of mondeling. Het gaat hier om formele vragen die ook als zodanig gearchiveerd
                    worden en gepubliceerd. Bij vragen volgens dit artikel wordt dit duidelijk
                    aangegeven in de titel; Vragen volgens art. 33 RvO.</al><al>Als een vragensteller aangeeft de antwoorden in de raadsvergadering mondeling te
                    willen ontvangen, dan noteert de griffier deze en verwerkt deze zoals ook de
                    schriftelijk antwoorden worden verwerkt.</al><tussenkop>Artikel 34. Vragenhalfuur</tussenkop><al>Het vragen halfuur neemt ook maximaal een half uur in beslag. Het college zal
                    hier bij de beantwoording rekening houden en kort antwoorden als er veel vragen
                    zijn. De vragen worden van te voren ingediend wat het mogelijk maakt om te
                    bezien of het wenselijk is dat alle vragen daadwerkelijk gesteld gaan worden.
                    Alleen op die vragen die uiteindelijk gesteld worden in de vergadering antwoordt
                    het college of diegene aan wie de vraag is gesteld. </al><tussenkop>Artikel 35. Verslag en verantwoording</tussenkop><al>Bij de agendering zou hier al rekening mee gehouden kunnen worden. Vooral voor
                    raadsleden die lid zijn van het algemeen bestuur van een gemeenschappelijke
                    regeling is het aandachtspunt om de raad goed te informeren over de invulling
                    van zijn lidmaatschap, die hij namens de raad vervult. </al><tussenkop>HOOFDSTUK 5. BESLOTEN VERGADERING</tussenkop><tussenkop>Artikel 36. Algemeen</tussenkop><al>Een besloten vergadering is alleen aan de orde als er sprake is van zaken waar
                    het legitiem is om in het geheim hierover de spreken. Hierbij geldt met name
                    art. 10 van de wet openbaarheid van bestuur. Het gaat dan om bijvoorbeeld over
                    persoonlijke belangen of zaken die de gemeente kunnen schaden. Een besluit is
                    niet geheim, omdat het besluit anders niet uitgevoerd kan worden. Wel kan de
                    stemming over een besluit geheim zijn, dit is bijvoorbeeld aan de orde bij de
                    voordracht van een burgemeesterskandidaat.</al><tussenkop>Artikel 37. Besluitenlijst</tussenkop><al>De besluitenlijst van een besloten vergadering is niet vanzelf geheim, hierover
                    neemt de raad een besluit of de besluitenlijst geheim is of openbaar. Als de
                    raad geheimhouding oplegt op de besluitenlijst is het wenselijk om te bezien
                    wanneer de geheimhouding eraf kan. </al><tussenkop>Artikel 38. Geheimhouding en opheffing daarvan</tussenkop><al>De raad neemt een besluit over de geheimhouding van de stukken en heft de
                    geheimhouding op zodra dat mogelijk is. De geheimhouding geldt een ieder die bij
                    de besloten vergadering aanwezig is, dus ook eventueel genodigden. </al><tussenkop>HOOFDSTUK 6. TOEHOORDERS EN PERS</tussenkop><tussenkop>Artikel 39. Toehoorders en pers</tussenkop><al>De pers heeft een eigen plek aan een tafel en het publiek kan plaatsnemen op de
                    losse stoelen. </al><al>De voorzitter grijpt in als toehoorders of pers de vergadering (ver)storen. </al><tussenkop>Artikel 40. Geluid- en beeldregistraties</tussenkop><al>Filmen en geluid opnemen mag iedereen. Als de pers wil opnemen dat faciliteert
                    de griffier zodanig dat dit kan gebeuren zonder dat de vergadering wordt
                    verstoord maar wel dat de pers optimaal zijn werk kan doen. </al><tussenkop>Artikel 41. Verbod gebruik mobiele telefoons</tussenkop><al>Het geluid van mobiel en Ipad staat bij iedereen uit en er worden geen telefoon-
                    of andere gesprekken gevoerd tijdens de vergadering. </al><tussenkop>HOOFDSTUK 7. SLOTBEPALINGEN</tussenkop><tussenkop>Artikel 42. Uitleg reglement</tussenkop><al>De voorzitter stelt een uitleg voor aan de raad als er discussie is over hoe het
                    desbetreffende artikel uit te leggen of als er iets niet is opgenomen in dit
                    reglement van orde. </al><tussenkop>Artikel 43. Inwerkingtreding</tussenkop><al>Spreekt voor zich</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>