<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR421074_1</dcterms:identifier><dcterms:title>PROTOCOL CALAMITEITEN EN GEWELD WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GOOISE MEREN 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gooise Meren</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gooise Meren</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Incidenteel handelingsprotocol calamiteiten en geweld Gooise Meren 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-10-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-12-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>PROTOCOL CALAMITEITEN EN GEWELD WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GOOISE MEREN
            2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al><vet>PROTOCOL CALAMITEITEN EN GEWELD WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING
                                GOOISE MEREN 2016</vet></al><al><vet>Wet maatschappelijke ondersteuning 2015</vet></al><al>In artikel 3.4 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015)
                            is geregeld dat aanbieders in de zin van de Wmo 2015 bij de
                            toezichthoudende ambtenaar onverwijld melding moeten doen van: </al><lijst><li nr="·"><al>iedere calamiteit die bij de verstrekking van de voorziening
                                    heeft plaatsgevonden;</al></li><li nr="·"><al>geweld bij de verstrekking van de voorziening.</al></li></lijst><al>De meldingsverplichting strekt ertoe te zorgen dat de toezichthouder op
                            de hoogte is van ernstige incidenten en situaties die door hem mogelijk
                            moeten worden onderzocht of ingrijpen vereisen. </al><al>Een calamiteit is in de wet omschreven als: ‘niet-beoogde of onverwachte
                            gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van een voorziening en
                            die tot een ernstig schadelijk gevolg voor of de dood van een cliënt
                            heeft geleid’ Een calamiteit is daarmee onder meer: </al><lijst><li nr="-"><al>elk onverwacht en onbedoeld overlijden van een cliënt; </al></li><li nr="-"><al>elke suïcide van een cliënt. </al></li></lijst><al>De aanbieder en de beroepskrachten die voor hem werkzaam zijn,
                            verstrekken bij en naar aanleiding van een melding (van een calamiteit
                            of geweld) aan de toezichthoudende ambtenaar de gegevens, daaronder
                            begrepen persoonsgegevens, gegevens betreffende de gezondheid en andere
                            bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in de Wet bescherming
                            persoonsgegevens, voor zover deze voor het onderzoeken van de melding
                            noodzakelijk zijn.</al><al><vet>Aanleiding</vet></al><al>Recent heeft een aanbieder aangegeven wellicht een melding te zullen
                            doen. De toezichthoudend ambtenaar van de gemeente Gooise Meren dient
                            een melding van het RIBW af te handelen. Dit dient deze toezichthouder
                            te doen aan de hand van een protocol voor uitvoering van de
                            toezichtstaak en de te nemen stappen naar aanleiding van bovengenoemde
                            melding. </al><al>Er is door de gemeente Gooise Meren geen standaardprotocol opgesteld.
                            Daarom is n.a.v. de te verwachten melding een protocol vastgesteld. Dit
                            protocol wordt vooruitlopend op vaststelling door het college van
                            burgemeester en wethouders na overleg met de portefeuillehouder Wmo en
                            de betrokken beleidsafdeling gehanteerd. Dit protocol dient bekrachtigd
                            te worden door het college van burgemeester en wethouders. </al><al>In dit protocol zijn (procedure)bepalingen opgenomen voor de behandeling
                            van meldingen die betrekking hebben op calamiteiten en geweld. </al><al><vet>Gelet op bovenstaand, besluit het college van burgemeester en
                                wethouders van de gemeente Gooise Meren vast te stellen het protocol
                                meldingen calamiteiten en geweld:</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit protocol wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="·"><al><cursief>cliënt</cursief>: persoon die gebruik maakt van een
                                    algemene voorziening of aan wie een maatwerkvoorziening is
                                    verstrekt of door of namens wie een melding is gedaan als
                                    bedoeld in artikel 2.3.2 eerste lid van de Wmo 2015; </al></li><li nr="·"><al><cursief>melding</cursief>: een bericht van de aanbieder aan de
                                    toezichthouder calamiteiten en geweld, over een calamiteit of
                                    geweld bij de verstrekking van een voorziening; </al></li><li nr="·"><al><cursief>toezichthouder calamiteiten en geweld</cursief>: de
                                    toezichthoudende ambtenaar die belast is met het toezicht op de
                                    meldingen van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een
                                    voorziening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Melden bij toezichthoudend ambtenaar</titel></kop><al>Een aanbieder doet bij de toezichthouder calamiteiten en geweld,
                            onverwijld melding van: </al><lijst><li nr="·"><al>iedere calamiteit die bij de verstrekking van een voorziening
                                    heeft plaatsgevonden;</al></li><li nr="·"><al>geweld bij de verstrekking van een voorziening. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Wijze van melden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanbieder kan een melding indienen bij de toezichthouder
                                calamiteiten en geweld, aangewezen door het college van burgemeester
                                en wethouders van de gemeente Gooise Meren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wijze van indienen van een melding is vormvrij.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een melding niet schriftelijk of elektronisch is gedaan, legt
                                de toezichthouder calamiteiten en geweld de melding schriftelijk of
                                elektronisch vast en zendt hij de aanbieder een afschrift
                                daarvan.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Procedure meldingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Melding calamiteit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een melding van een calamiteit door een aanbieder bevat:</al><lijst><li nr="o"><al>de naam van de aanbieder en de naam en de functie van de
                                        contactpersoon;</al></li><li nr="o"><al>de dagtekening van de melding;</al></li><li nr="o"><al>een omschrijving van de calamiteit; </al></li><li nr="o"><al>de naam en de contactgegevens van de betrokken
                                        beroepskracht;</al></li><li nr="o"><al>de naam, de contactgegevens en de geboortedatum van de
                                        betrokken cliënt tenzij deze daarmee niet instemt;</al></li><li nr="o"><al>een feitelijke omschrijving van de calamiteit en de datum
                                        waarop deze heeft plaatsgehad;</al></li><li nr="o"><al>de naam, de contactgegevens en de functie van de personen,
                                        anders dan de betrokken cliënt, die bij de calamiteit waren
                                        betrokken;</al></li><li nr="o"><al>een beknopte omschrijving van de acties die door of namens
                                        de aanbieder zijn en zullen worden ondernomen, en de termijn
                                        waarbinnen een en ander zal plaatsvinden: </al><lijst><li nr="•"><al>om de calamiteit te onderzoeken;</al></li><li nr="•"><al>ter beperking of tot bevordering van herstel van de
                                                gevolgen van de calamiteit;</al></li><li nr="•"><al>om de cliënt, diens wettelijke vertegenwoordiger of
                                                diens nabestaanden in te lichten over de calamiteit
                                                en de maatregelen die de aanbieder naar aanleiding
                                                van de calamiteit neemt of zal nemen.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de melding van een calamiteit wordt vermeld of de calamiteit met
                                een redelijk vermoeden van het plegen van een strafbaar feit ter
                                kennis is of zal worden gebracht van het openbaar ministerie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanbieder verstrekt na de melding desgevraagd aan de
                                toezichthouder calamiteiten en geweld alle gegevens die deze nodig
                                heeft voor het onderzoeken van de melding.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Melding geweld bij de verstrekking van een voorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een melding van geweld bij de verstrekking van een voorziening door
                                een aanbieder bevat:</al><lijst><li nr="o"><al>de naam van de aanbieder en de naam en de functie van de
                                        contactpersoon;</al></li><li nr="o"><al>de dagtekening van de melding;</al></li><li nr="o"><al>een omschrijving van het geweld bij de vertrekking van een
                                        voorziening; </al></li><li nr="o"><al>de naam en de contactgegevens van de betrokken
                                        beroepskracht;</al></li><li nr="o"><al>de naam, de contactgegevens en de geboortedatum van de
                                        betrokken cliënt, tenzij deze daarmee niet instemt.</al></li><li nr="o"><al>een feitelijke omschrijving van het geweld en de datum
                                        waarop dit heeft plaatsgehad;</al></li><li nr="o"><al>de naam, de contactgegevens en de functie van de personen,
                                        anders dan de cliënt, jegens wie het geweld is gepleegd, die
                                        bij het geweld waren betrokken;</al></li><li nr="o"><al>een beknopte omschrijving van de acties die door of namens
                                        de aanbieder zijn en zullen worden ondernomen, en de termijn
                                        waarbinnen een en ander zal plaatsvinden:</al><lijst><li nr="•"><al>om het geweld te onderzoeken;</al></li><li nr="•"><al>ter beperking of tot bevordering van herstel van de
                                                gevolgen van het geweld;</al></li><li nr="•"><al>om de cliënt jegens wie het geweld is gepleegd of
                                                diens wettelijke vertegenwoordiger in te lichten
                                                over het geweld, de maatregelen die de aanbieder
                                                naar aanleiding daarvan neemt of zal nemen. </al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de melding van geweld bij de verstrekking van een voorziening
                                wordt vermeld of het geweld in verband met een redelijk vermoeden
                                van het plegen van een strafbaar feit ter kennis is of zal worden
                                gebracht van het openbaar ministerie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanbieder verstrekt na de melding desgevraagd aan de
                                toezichthouder calamiteiten en geweld alle gegevens die deze nodig
                                heeft voor het onderzoeken van de melding.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6a</nr><titel>Ontvangstbevestiging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toezichthouder calamiteiten en geweld bevestigt de ontvangst van
                                een melding zo spoedig mogelijk schriftelijk of elektronisch aan de
                                aanbieder en stelt de volgende betrokkenen op de hoogte:</al><lijst><li nr="a."><al>het college van burgemeester en wethouder van de gemeente
                                        Gooise Meren;</al></li><li nr="b."><al>het hoofd van de uitvoeringsdienst Sociaal domein van de
                                        gemeente Gooise Meren;</al></li><li nr="c."><al>de gemeentelijke beleidsafdeling die adviseert over de Wet
                                        maatschappelijke ondersteuning van de gemeente Gooise
                                        Meren;</al></li><li nr="d."><al>Contractbeheer van de Regio Gooi en Vechtstreek (indien de
                                        aanbieder is ingekocht via de Regio) ;</al></li><li nr="e."><al>Gemeente waar familie van de betrokken cliënt staat
                                        ingeschreven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien niet voldaan is aan de artikelen 4 of 5, stelt de
                                toezichthouder calamiteiten en geweld de aanbieder in de gelegenheid
                                binnen een daarbij te stellen termijn de melding aan te vullen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De toezichthouder calamiteiten en geweld doet binnen vier weken na
                                de ontvangstbevestiging onderscheidenlijk de termijn, bedoeld in het
                                tweede lid, schriftelijk of elektronisch aan de aanbieder een
                                beknopte omschrijving toekomen van de acties die de toezichthouder
                                calamiteiten en geweld zal ondernemen en doet daarbij mededeling van
                                de termijn waarbinnen een en ander zal plaatsvinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6b</nr><titel>Calamiteitenprotocol/communicatie</titel></kop><al>Het hoofd van de uitvoeringsdienst start zo spoedig mogelijk na
                            binnenkomst van de melding een afstemmingsoverleg met de wethouder Wmo,
                            de communicatie adviseur en zo nodig de burgemeester ter bepaling of
                            opschaling naar een bestuurlijk calamiteitenoverleg nodig is conform het
                            calamiteitenprotocol Sociaal domein (mei 2016).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na een melding vergaart de toezichthouder calamiteiten en geweld de
                                kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen die
                                nodig is om te kunnen vaststellen of sprake is van een situatie die
                                voor de veiligheid van cliënten of de maatschappelijke ondersteuning
                                of anderszins voor het leveren van verantwoorde maatschappelijke
                                ondersteuning een bedreiging kan betekenen en aanleiding kan geven
                                tot het nemen van maatregelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De toezichthouder calamiteiten en geweld stelt in de bevestiging,
                                bedoeld in artikel 6, eerste lid, de aanbieder in de gelegenheid
                                binnen een termijn van zes weken met inachtneming van door de in de
                                bijlage bij dit protocol “Richtlijn rapportage over een calamiteit
                                of geweld bij de verstrekking van een voorziening” gestelde eisen,
                                eerst zelf onderzoek te doen naar de relevante feiten, tenzij de
                                aard van de melding of andere informatie over de aanbieder de
                                toezichthouder calamiteiten of geweld aanleiding geeft dit niet te
                                doen. De toezichthouder calamiteiten en geweld kan op verzoek van de
                                aanbieder de termijn verlengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de toezichthouder calamiteiten en geweld vaststelt dat de
                                aanbieder niet zelf het gevraagde onderzoek doet, of het onderzoek
                                dat de aanbieder verricht, niet voldoet aan de gestelde eisen,
                                verricht de toezichthouder calamiteiten en geweld zelf het nodige
                                onderzoek.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de toezichthouder calamiteiten en geweld zelf het onderzoek
                                doet:</al><lijst><li nr="o"><al>deelt de toezichthouder calamiteiten en geweld schriftelijk
                                        of elektronisch aan de aanbieder mede binnen welke termijn
                                        het onderzoek zal plaatsvinden;</al></li><li nr="o"><al>hoort de toezichthouder calamiteiten en geweld de aanbieder
                                        zo mogelijk, andere personen die direct zijn betrokken bij
                                        de feiten waarop de melding betrekking heeft, tenzij dit
                                        naar zijn oordeel niet relevant is voor het onderzoek;</al></li><li nr="o"><al>wint de toezichthouder calamiteiten en geweld het advies in
                                        van een of meer deskundigen, indien dat naar zijn oordeel
                                        van belang is voor het onderzoek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Van het horen als bedoeld in het vierde lid, onder b, wordt een
                                verslag gemaakt. Het verslag wordt voorgelegd aan degenen met wie
                                gesproken is. Zij krijgen de gelegenheid om binnen twee weken
                                schriftelijk of elektronisch te reageren op eventuele feitelijke
                                onjuistheden in het verslag. De ontvangen correcties worden in het
                                verslag verwerkt dan wel gemotiveerd terzijde gelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Beëindiging onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de toezichthouder calamiteiten en geweld op grond van het
                                onderzoek door de aanbieder vaststelt dat de aangelegenheid waarop
                                de melding betrekking heeft, door de aanbieder naar zijn oordeel
                                zorgvuldig is onderzocht en voldoende maatregelen zijn genomen,
                                beëindigt de toezichthouder calamiteiten en geweld het onderzoek
                                naar aanleiding van de melding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De toezichthouder calamiteiten en geweld doet van de beëindiging
                                schriftelijk of elektronisch en gemotiveerd mededeling aan de
                                aanbieder en informeert en adviseert de betrokken colleges.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Concept-rapport</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na beëindiging van het onderzoek legt de toezichthouder calamiteiten
                                en geweld de relevante feiten vast in een conceptrapport.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een conceptrapport wordt zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht van
                                de aanbieder en natuurlijke personen die gehoord zijn tijdens het
                                onderzoek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degenen aan wie het conceptrapport ter kennis is gebracht, krijgen
                                de gelegenheid binnen vier weken schriftelijk of elektronisch te
                                reageren op de inhoud hiervan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Rapport en advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Zo spoedig mogelijk na ontvangst van de reacties, bedoeld in artikel
                                9, derde lid, doch in ieder geval binnen vier weken na de in dat lid
                                genoemde termijn, stelt de toezichthouder calamiteiten en geweld een
                                rapport vast omtrent het onderzoek van de melding. Het rapport bevat
                                de relevante feiten, de conclusies van de toezichthouder
                                calamiteiten en geweld en advies over de te nemen maatregelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de vaststelling van het rapport betrekt de toezichthouder
                                calamiteiten en geweld de reacties, bedoeld in artikel 9, derde lid.
                                Indien degenen aan wie het conceptrapport op grond van artikel 9 ter
                                kennis is gebracht, wezenlijk met de toezichthouder calamiteiten en
                                geweld van mening verschillen over de relevante feiten, zoals
                                vastgelegd in het conceptrapport, en de toezichthouder een reactie
                                niet of niet geheel overneemt, deelt hij dit schriftelijk of
                                elektronisch gemotiveerd aan de betrokkene mede.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De toezichthouder calamiteiten en geweld stuurt het rapport zo
                                spoedig mogelijk aan de aanbieder en informeert en adviseert het
                                college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gooise
                                Meren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De toezichthouder calamiteiten en geweld stuurt een afschrift van
                                het rapport aan de bij het onderzoek betrokken natuurlijke personen
                                of rechtspersonen..</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>Indien de toezichthouder calamiteiten en geweld van oordeel is dat het
                            onverwijld nemen van maatregelen noodzakelijk is met het oog op de
                            veiligheid van cliënten of de maatschappelijke ondersteuning, is de
                            toezichthouder bevoegd af te wijken van de artikelen 3 tot en met
                            10.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Dit protocol treedt in werking op 11 oktober 2016. Het college van
                            burgemeester en wethouders bekrachtigt hierbij de toepassing van dit
                            protocol met ingang van 1 oktober 2016.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als incidenteel handelingsprotocol
                            calamiteiten en geweld Gooise Meren 2016. </al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in de collegevergadering van 11 oktober 2016,</al></slotformulering><ondertekening><functie>de gemeentesecretaris</functie><naam><voornaam>D.J. van</voornaam><achternaam>Huizen</achternaam></naam></ondertekening><ondertekening><functie>de burgemeester</functie><naam><voornaam>Mevrouw A. van</voornaam><achternaam>Vliet-Kuiper</achternaam></naam></ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><titel>“Richtlijn rapportage over een calamiteit of geweld bij de verstrekking
                        van een voorziening”</titel></kop><al>In deze richtlijn wordt uiteengezet aan welke voorwaarden de rapportage moet
                    voldoen die de aanbieder stuurt aan de toezichthouder calamiteiten en geweld
                    naar aanleiding van een calamiteit of geweld bij de verstrekking van een
                    voorziening. Op basis van de rapportage kijkt de toezichthouder calamiteiten en
                    geweld zowel naar de inhoud van de calamiteit of het geweld als naar de
                    onderzoeksmethode: verloopt het onderzoeksproces adequaat en zorgvuldig en kan
                    geconcludeerd worden dat tekortkomingen leiden tot SMART<noot id="d12565e515"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>SMART Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch,
                            Tijdgebonden</noot.al></noot> geformuleerde verbetermaatregelen die worden geborgd door de bestuurder
                    van de aanbieder<noot id="d12565e521"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Indien er geen bestuurder is wordt bedoeld de eigenaar of
                            hoofdverantwoordelijke van de aanbieder</noot.al></noot></al><al>De colleges van burgemeester en wethouders hechten veel belang aan de inbreng
                    van de betrokken cliënt, diens wettelijk vertegenwoordiger of nabestaande bij
                    het vaststellen van de feiten en het beschrijven van de gebeurtenissen. </al><al>De analyse van de aanbieder geschiedt door een commissie die voldoende deskundig
                    is en bij voorkeur bestaat uit onafhankelijke personen. Waar mogelijk wordt deze
                    analyse uitgevoerd door een team dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van
                    alle betrokken disciplines. Vervolgens is het de verantwoordelijkheid van de
                    bestuurder van de aanbieder om ervoor te zorgen dat de zakelijke inhoud van de
                    rapportage met alle betrokkenen wordt gedeeld.</al><al>Deze richtlijn is geen in te vullen format maar een handleiding waarin de
                    aspecten worden benoemd die in de rapportage aan de orde moeten komen, tenzij
                    die niet van toepassing zijn. </al><al>Het gaat om de volgende aspecten:</al><lijst><li nr="1."><al>Gegevens van de cliënt: naam, geboortedatum, geslacht, juridische
                            status, zorgzwaarte.</al></li><li nr="2."><al>Datum calamiteit of geweld, datum van melden bij de bestuurder,
                            referentienummer van de ontvangstbevestiging.</al></li><li nr="3."><al>Samenstelling van de onderzoekscommissie:</al><lijst><li nr="-"><al>Functie en achtergrond van de leden.</al></li><li nr="-"><al>Mate van betrokkenheid bij de calamiteit of het geweld.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Betrokken zorgverleners bij de calamiteit of het geweld: functies van
                            alle betrokkenen.</al></li><li nr="5."><al>Wijze waarop het onderzoek is verricht:</al><lijst><li nr="-"><al>Welke medewerkers zijn gehoord en op welke wijze?</al></li><li nr="-"><al>Is de betrokken cliënt, diens vertegenwoordiger of nabestaande
                                    gehoord?</al></li><li nr="-"><al>Zo ja, op welke wijze? Zo nee, geef een toelichting.</al></li><li nr="-"><al>Welke informatiebronnen zijn geraadpleegd?</al></li><li nr="-"><al>Welke literatuur, richtlijnen en protocollen zijn bij het
                                    onderzoek betrokken?</al></li><li nr="-"><al>Is er een externe deskundige geraadpleegd? Zo ja, op welke
                                    wijze?</al></li><li nr="-"><al>Welke analysemethode is toegepast? </al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Beschrijving van de feiten, met bijbehorend tijdschema, zodanig dat het
                            verloop van de calamiteit of geweld inzichtelijk is voor de lezer.
                            Betrek daarbij, voor zover van toepassing, de volgende aspecten:</al><lijst><li nr="-"><al>Opname-indicatie en behandeling.</al></li><li nr="-"><al>Locatie, setting en context van de maatschappelijke
                                    ondersteuning .</al></li><li nr="-"><al>Voorgeschiedenis en comorbiditeit.</al></li><li nr="-"><al>Risicotaxatie, bijvoorbeeld bij suïcide of delier.</al></li><li nr="-"><al>Toezicht op cliënt.</al></li><li nr="-"><al>Gehanteerde landelijke of interne richtlijnen en protocollen
                                    c.q. motivatie ter afwijking.</al></li><li nr="-"><al>Bevoegd- en bekwaamheid van betrokken medewerkers en een
                                    reflectie daarop.</al></li><li nr="-"><al>Betrokkenheid farmacotherapie.</al></li><li nr="-"><al>Betrokkenheid medische hulpmiddelen en eventuele melding bij de
                                    fabrikant.</al></li><li nr="-"><al>Beschrijving van toegepaste vrijheid beperkende
                                    maatregelen.</al></li><li nr="-"><al>Beschrijving van de communicatie tussen de zorgverleners, zowel
                                    intern als extern.</al></li><li nr="-"><al>Beschrijving van de communicatie met de cliënt, diens wettelijk
                                    vertegenwoordiger en familie.</al></li><li nr="-"><al>Betrokkenheid ketenpartners: benoem en beschrijf de
                                    betrokkenheid en samenwerking in onderhavige casus.</al></li><li nr="-"><al>Bij overlijden: afgifte natuurlijke dood verklaring.</al></li><li nr="-"><al>Betrokkenheid Openbaar Ministerie met beschrijving.</al></li><li nr="-"><al>Aangifte bij de politie met wijze, datum en plaats.</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>Analyse van basisoorzaken met behulp van de aangegeven methode.
                            Classificatie in technische, organisatorische en/of menselijke
                            basisoorzaken.</al></li><li nr="8."><al>Hoe luiden de conclusies van de onderzoekscommissie?</al></li><li nr="9."><al>Wat zijn de verbetermaatregelen en sluiten die aan op de basisoorzaken?
                            Welke verbetermaatregelen zijn al getroffen en welke moeten nog
                            geëffectueerd worden?</al></li><li nr="10."><al>Beschrijving van de nazorg die is verleend aan de betrokkenen en aan de
                            betrokken zorgverleners. Geef eveneens aan wat de reactie is van de
                            cliënt, diens wettelijk vertegenwoordiger of nabestaande op de wijze
                            waarop de calamiteit of het geweld is afgehandeld en op de nazorg die is
                            geboden.</al></li><li nr="11."><al>Acties van de bestuurder:</al><lijst><li nr="-"><al>Op welke wijze onderschrijft de bestuurder de analyse,
                                    conclusies en verbetermaatregelen?</al></li><li nr="-"><al>Sluiten de verbetermaatregelen in de ogen van de bestuurder aan
                                    bij de conclusies? Zo nee, geef een toelichting.</al></li><li nr="-"><al>Zijn de verbetermaatregelen SMART geformuleerd? Hoe gaat de
                                    bestuurder de verbetermaatregelen implementeren? Is het
                                    duidelijk voor wie deze zijn bestemd en hoe deze worden
                                    geborgd?</al></li></lijst></li></lijst></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting algemeen</titel></kop><al>Met de inwerkingtreding van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 ( hierna:
                    Wmo 2015) krijgen alle gemeenten er een nieuwe taak bij: het toezicht op
                    calamiteiten en geweld voorgevallen bij de verstrekking van Wmo-voorzieningen. </al><al>Op grond van artikel 3.4 van de Wmo 2015 doet de aanbieder bij de
                    toezichthoudende ambtenaar als bedoeld in artikel 6.1 van de wet, onverwijld
                    melding van:</al><lijst><li nr="a."><al>iedere calamiteit die bij de verstrekking van de voorziening heeft
                            plaatsgevonden;</al></li><li nr="b."><al>geweld bij de verstrekking van de voorziening. </al></li></lijst><al>De meldingsverplichting strekt ertoe te zorgen dat de gemeenten op de hoogte
                    zijn van ernstige incidenten en geweld bij de verstrekking van voorzieningen die
                    door de toezichthouder mogelijk moeten worden onderzocht of ingrijpen vereisen. </al><al>De aanbieder en de beroepskrachten die voor hem werkzaam zijn, verstrekken bij
                    en naar aanleiding van een melding (van een calamiteit of geweld) aan de
                    toezichthoudende ambtenaar de gegevens, daaronder begrepen persoonsgegevens,
                    gegevens betreffende de gezondheid en andere bijzondere persoonsgegevens als
                    bedoeld in de Wet bescherming persoonsgegevens, voor zover deze voor het
                    onderzoeken van de melding noodzakelijk zijn.</al><al-groep><al>In het protocol is vastgelegd wat de toezichthouder calamiteiten en geweld
                        met een melding doet en wanneer deze toezichthouder een onderzoek zal
                        instellen naar hetgeen is gemeld. Ook wordt in dit protocol de wijze van
                        behandelen van meldingen geregeld.</al><al>Ook regelt het protocol welke gegevens de toezichthouder calamiteit en
                        geweld nodig heeft ten behoeve van een eventueel onderzoek. Voorts is
                        geëxpliciteerd dat de toezichthouder calamiteiten en geweld indien hij een
                        melding onderzoekt, in principe de aanbieder vraagt dit onderzoek allereerst
                        zelf uit te voeren. </al><al>Aan dit onderzoek worden eisen gesteld die ook gelden als de toezichthouder
                        calamiteiten en geweld zelf onderzoek doet. Deze eisen worden vermeld in de
                        bijlage bij dit Protocol. Termijnen verbonden aan het onderzoek zijn in het
                        protocol vastgelegd.</al></al-groep><al>De toezichthouder calamiteiten en geweld zal in alle gevallen het college van
                    burgemeester en wethouders mede adviseren over de eventuele noodzaak tot het
                    inzetten van handhavingsmaatregelen.</al><al>De bevoegdheden die de toezichthouder calamiteiten en geweld in het kader van
                    zijn toezichthoudende taak heeft, zijn neergelegd in de Algemene wet
                    bestuursrecht (Awb) en in de Wmo 2015.</al><tussenkop>Meldingen</tussenkop><al-groep><al>Uitgangspunt is dat de toezichthouder calamiteiten en geweld de aanbieder
                        verzoekt om zelf onderzoek te doen naar aanleiding van de meldingen en pas
                        daarna zijn eigen oordeel daarover bepaalt. </al><al>Na onderzoek van een verplichte melding kan blijken dat de melding geen
                        calamiteit of geweld betreft. In dat geval is sprake van een andere melding,
                        waarvoor de bepalingen die gelden voor behandeling en onderzoek naar
                        aanleiding van andere meldingen gevolgd moeten worden. </al></al-groep><al>Als een cliënt van een gebeurtenis melding doet die na onderzoek een calamiteit
                    of geweld blijkt te betreffen, zal de toezichthouder calamiteiten en geweld,
                    parallel aan de behandeling van deze niet-verplichte melding overeenkomstig het
                    protocol de aanbieder aanspreken op het niet-nakomen van haar wettelijke
                    meldplicht. </al><tussenkop>Toelichting artikelsgewijs</tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>In dit artikel is een aantal definities opgenomen. In het protocol worden
                    daarnaast definities gehanteerd die ontleend zijn aan de Wmo 2015. Dit zijn de
                    volgende definities: </al><lijst><li nr="a."><al><cursief>aanbieder</cursief>: natuurlijke persoon of rechtspersoon die
                            jegens het college van burgemeester en wethouders gehouden is een
                            algemene voorziening of een maatwerkvoorziening te leveren;</al></li><li nr="b."><al><cursief>beroepskracht</cursief>: natuurlijke persoon die in persoon
                            beroepsmatig werkzaam is voor een aanbieder;</al></li><li nr="c."><al>calamiteit: niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking
                            heeft op de kwaliteit van een voorziening en die tot ernstig schadelijk
                            gevolg voor of de dood van een cliënt en die tot ernstig schadelijk
                            gevolg voor of de dood van een cliënt heeft geleid; </al></li><li nr="d."><al><cursief>geweld bij de verstrekking van een voorziening</cursief>:
                            seksueel binnendringen van het lichaam van of ontucht met een cliënt,
                            alsmede lichamelijk en geestelijk geweld jegens een cliënt, door een
                            beroepskracht dan wel door een andere cliënt met wie de cliënt gedurende
                            het etmaal of dagdeel in een accommodatie van een aanbieder
                            verblijft;</al></li><li nr="e."><al><cursief>voorziening</cursief>: algemene voorziening of
                            maatwerkvoorziening in de zin van de Wmo 2015.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>Dit artikel komt overeen met artikel 3.4, lid 1 Wmo 2015. </al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al-groep><al>Als een aanbieder zich telefonisch tot de toezichthouder calamiteiten en
                        geweld wendt, zal de toezichthouder calamiteiten en geweld de aanbieder in
                        principe vragen de melding elektronisch of schriftelijk in te dienen. Is dit
                        voor de aanbieder niet mogelijk, dan zal de toezichthouder calamiteiten en
                        geweld de telefonisch gedane melding, indien mogelijk, schriftelijk of
                        elektronisch bevestigen.</al><al>De heer P. Keereweer van de Uitvoeringsdienst Sociaal domein is de
                        toezichthouder calamiteiten en geweld van de gemeente Gooise Meren.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al-groep><al>Dit artikel regelt in lid 1 de basisgegevens die een aanbieder moet indienen
                        bij de melding van een calamiteit. </al><al>Lid 1 onder e geeft aan dat de naam, contactgegevens en de geboortedatum van
                        de betrokken cliënt in de melding moeten staan tenzij deze daarmee niet
                        instemt. </al><al>Het tweede lid van artikel 3.4 Wmo 2015 legt aan de aanbieder en aan de
                        betrokken beroepskrachten de verplichting op persoonsgegevens en gegevens
                        betreffende de gezondheid en andere bijzondere persoonsgegevens te
                        verstrekken, voor zover dat voor de behandeling van de melding noodzakelijk
                        is. Deze verplichting doorkruist het beroepsgeheim. Met het oog op een
                        zorgvuldige omgang met persoonsgegevens moet per geval door de
                        toezichthouder calamiteiten en geweld worden getoetst of die gegevens in dat
                        geval ook noodzakelijk zijn.</al></al-groep><al>Op de hulpverlener rust een beroepsgeheim voor alles wat de cliënt hem in
                    vertrouwen heeft medegedeeld. Dit beroepsgeheim zou zich kunnen verzetten tegen
                    het geven van informatie aan de aanbieder (lees: de door deze daarvoor
                    aangewezen functionaris) over calamiteiten die zich in de hulpverlening hebben
                    voorgedaan of over het geweld. De hulpverlener mag dergelijke informatie in
                    beginsel niet zonder toestemming van de cliënt aan anderen doorgeven. Het ligt
                    dan ook in de rede dat de hulpverlener die intern melding zou willen maken van
                    een calamiteit of een geval van geweld tegen een cliënt, in eerste instantie
                    tracht daarvoor de instemming van de cliënt te verwerven. Er zijn echter
                    situaties denkbaar waarin de cliënt niet of niet meer in staat is die instemming
                    te geven of waarin het ‘hogere’ belang van bescherming van de afhankelijke
                    cliënt toch actie van de hulpverlener verlangt. Met het oog daarop is in de Wmo
                    2015 expliciet bepaald dat de hulpverlener zo nodig zonder toestemming gegevens
                    kan verstrekken die noodzakelijk zijn voor het onderzoek. </al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al-groep><al>Dit artikel regelt in lid 1 de basisgegevens die een aanbieder moet indienen
                        bij de melding van geweld bij de verstrekking van een voorziening. </al><al>Bij lid 1 onder e geldt dezelfde toelichting als bij artikel 4, lid 1 onder
                        e. </al></al-groep><tussenkop>Artikel 6a</tussenkop><al-groep><al>Eerste lid</al><al>Om voor de aanbieder duidelijk te maken dat hij aan zijn meldingsplicht
                        heeft voldaan, schrijft het eerste lid voor dat de toezichthouder
                        calamiteiten en geweld een ontvangstbevestiging moet sturen. Daarnaast
                        moeten alle betrokken colleges worden geïnformeerd. </al><al>Er kunnen bij een calamiteit of geweld bij de verstrekking van een
                        voorziening meerdere gemeenten betrokken zijn:</al><lijst><li nr="1)"><al>de gemeente waar de calamiteit of het geweld heeft
                                plaatsgevonden;</al></li><li nr="2)"><al>de gemeente die een inkoopcontract heeft gesloten met
                                instelling;</al></li><li nr="3)"><al>de gemeente waar de cliënt verblijft en</al></li><li nr="4)"><al>de gemeente waar cliënt ingeschreven staat. </al></li></lijst><al>De toezichthouder calamiteiten en geweld heeft de verantwoordelijkheid om
                        alle gemeenten die betrokken zijn te informeren en te zorgen voor onderlinge
                        afstemming wanneer dit noodzakelijk is.</al></al-groep><al-groep><al>Tweede lid</al><al>In het tweede lid is geregeld dat een aanbieder als deze niet op de
                        voorgeschreven wijze melding doet, alsnog in de gelegenheid gesteld wordt de
                        vereiste gegevens aan te vullen. Indien de aanbieder op dit verzoek niet de
                        vereiste gegevens verstrekt, kan de toezichthouder calamiteiten en geweld
                        deze gegevens op grond van de bevoegdheden in hoofdstuk 5.2 van de Algemene
                        wet bestuursrecht vorderen, indien zij deze gegevens nodig heeft voor haar
                        toezichthoudende taak.</al></al-groep><al-groep><al>Derde lid</al><al>Het derde lid bepaalt dat binnen vier weken na de ontvangstbevestiging moet
                        worden aangegeven wat de vervolgstappen zullen zijn, inclusief de termijnen
                        waarbinnen deze zullen plaatsvinden. Onder vervolgstappen is ook begrepen
                        dat de toezichthouder calamiteiten en geweld in het merendeel van de
                        gevallen aan de aanbieder vraagt zelf onderzoek te doen naar de gebeurtenis
                        overeenkomstig artikel 6, tweede lid.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 6 b </tussenkop><al>Het hoofd van de uitvoeringsdienst is de spilfiguur in de uitvoering van dit
                    calamiteitenprotocol. Hij/zij is de eerste contactpersoon: degene die de melding
                    kort analyseert op te verwachtte gevolgen voor de gemeente. De 24/7
                    bereikbaarheid van het hoofd uitvoeringsdienst of plaatsvervangers is in iedere
                    gemeente georganiseerd. In een afstemmingsoverleg met de wethouder, de
                    communicatie adviseur en zo nodig de burgemeester wordt bepaald of opschaling
                    naar een bestuurlijk calamiteitenoverleg nodig is. </al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al-groep><al>Eerste lid</al><al>In dit artikel is geregeld hoe het onderzoek van calamiteitenmeldingen en
                        meldingen van geweld bij de vertrekking van een voorziening plaatsvindt. Het
                        is van belang dat de toezichthouder calamiteiten en geweld allereerst de
                        nodige kennis vergaart over de feiten en belangen die aan de orde zijn.
                        Zonder deze kennis kan hij geen zorgvuldig oordeel vormen over de vraag of
                        er sprake is van een situatie die voor de veiligheid van cliënten of de
                        maatschappelijke ondersteuning of anderszins voor het leveren van
                        verantwoorde maatschappelijke ondersteuning een bedreiging kan betekenen en
                        deswege aanleiding kan geven tot het nemen van maatregelen.</al></al-groep><al-groep><al>Tweede lid</al><al>Het tweede lid legt vast dat het proces van verwerven van de benodigde
                        kennis in beginsel start met het bieden van de gelegenheid aan de aanbieder
                        om zelf onderzoek te doen naar de gebeurtenissen (als dat niet reeds is
                        gebeurd). De aanbieder is immers verantwoordelijk voor de kwaliteit van de
                        ondersteuning. </al><al>Als de aanbieder ook na het verzoek van de toezichthouder calamiteiten en
                        geweld niet adequaat handelt, zal, zoals in artikel 6, vierde lid, bepaald,
                        de toezichthouder calamiteiten en geweld tot eigen onderzoek overgaan.</al><al>Ten aanzien van het onderzoek door de aanbieder is bepaald dat de
                        toezichthouder calamiteiten en geweld dan een termijn vaststelt, waarbinnen
                        dat onderzoek moet plaatsvinden. De termijn bedraagt zes weken en kan
                        eventueel verlengd worden. Voor de verlenging is geen vaste termijn
                        opgenomen omdat dit van de wijze van onderzoek af kan hangen (bijvoorbeeld
                        door de complexiteit van het onderzoek).</al><al>Voor de eisen die gelden voor dit onderzoek en de rapportage, wordt verwezen
                        naar de bijlage in dit protocol met de titel “Richtlijn rapportage over een
                        calamiteit of geweld bij de verstrekking van een voorziening”.</al></al-groep><al>Niet in alle gevallen zal eerst onderzoek door de aanbieder gevraagd worden. Een
                    melding kan dermate ernstig van aard zijn dat de toezichthouder calamiteiten en
                    geweld besluit zelf onderzoek te doen naar de gebeurtenis. Dit zal bijvoorbeeld
                    het geval zijn indien een calamiteit zich heeft afgespeeld in een situatie
                    waarin een cliënt in een individueel gesloten setting is opgenomen -zoals
                    bijvoorbeeld in een separeerruimte– en is komen te overlijden, of in een
                    situatie waarin een aanbieder onder verscherpt toezicht is gesteld. </al><al-groep><al>Derde lid</al><al>Indien blijkt dat de aanbieder geen onderzoek doet, dan wel dat het
                        onderzoek door de aanbieder niet voldoet aan in de bijlage gestelde eisen,
                        dan kan de toezichthouder calamiteiten en geweld eveneens besluiten zelf
                        onderzoek te doen naar de gebeurtenis.</al></al-groep><al-groep><al>Vierde en vijfde lid</al><al>Het vierde en vijfde lid formuleren eisen waaraan het onderzoek door de
                        toezichthouder calamiteiten en geweld (als hij besloten heeft zelf onderzoek
                        te doen) moet voldoen.</al><al>Het vierde lid, onder a, bevat de verplichting van de toezichthouder
                        calamiteiten en geweld om de aanbieder op de hoogte te stellen van het
                        besluit om zelf onderzoek te doen waarbij de toezichthouder calamiteiten en
                        geweld de termijn noemt waarbinnen hij het onderzoek zal verrichten.</al><al>Het vierde lid schrijft voor dat de toezichthouder calamiteiten en geweld de
                        aanbieder en zo mogelijk en zo nodig andere direct betrokkenen hoort of bij
                        hen advies inwint. De term ‘direct betrokkenen’ ziet op personen die actief
                        bij de gebeurtenissen betrokken waren, onder wie de cliënt c.q. zijn
                        nabestaanden, maar ook zorgverleners die bij de calamiteit dan wel het
                        geweld betrokken zijn. De bewoording “zo mogelijk” wordt gebezigd omdat niet
                        iedere cliënt of nabestaande betrokken wil worden bij het onderzoek. Ook kan
                        het door de toezichthouder calamiteiten en geweld niet nodig bevonden worden
                        deze bij haar onderzoek te betrekken. Dit kan bijvoorbeeld zo zijn als uit
                        het onderzoek van de aanbieder blijkt dat de cliënt of nabestaanden in hun
                        onderzoek afdoende betrokken zijn geweest. Horen kan ook telefonisch of
                        schriftelijk geschieden.</al><al>De toezichthouder calamiteiten en geweld kan één of meer deskundigen
                        raadplegen als dat naar zijn oordeel van belang is voor het onderzoek.
                        Raadplegen van deskundigen houdt in dat hij door de toezichthouders
                        calamiteiten en geweld om een deskundigenoordeel gevraagd worden. </al></al-groep><al>Het vijfde lid bepaalt dat van het horen van aanbieders en andere betrokkenen
                    een conceptverslag wordt gemaakt, dat een zakelijke weergave bevat van hetgeen
                    besproken is. Dit conceptverslag wordt voorgelegd aan degene die gehoord is.
                    Deze wordt in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken te reageren op
                    eventuele feitelijke onjuistheden in het concept verslag. Feitelijke
                    onjuistheden zullen worden gecorrigeerd. Indien correctie niet aan de orde is,
                    zal dat worden aangegeven onder vermelding van de reden daarvan. Daarna zal het
                    definitieve verslag worden toegezonden aan de gesprekspartner.</al><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al-groep><al>Eerste lid</al><al>In het eerste lid is geregeld dat de toezichthouder calamiteiten en geweld,
                        als hij op basis van het onderzoek vaststelt dat de aanbieder de gemelde
                        gebeurtenis adequaat heeft onderzocht en voldoende maatregelen heeft
                        genomen, het onderzoek kan beëindigen.</al></al-groep><al-groep><al>Tweede lid</al><al>Het tweede lid regelt aan wie de toezichthouder calamiteiten en geweld
                        mededeling doet van die vaststelling. Deze vaststelling bevat een weergave
                        van het onderzoek en de conclusies uit het eigen onderzoek van de aanbieder
                        en de genomen maatregelen. De toezichthouder calamiteiten en geweld gaat er
                        hierbij van uit dat de aanbieder zelf betrokkenen, onder wie de cliënt of
                        zijn vertegenwoordigers, in kennis stelt van de vaststelling.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al>Dit artikel vermeldt dat op grond van het onderzoek een conceptrapport wordt
                    opgesteld, aan wie het conceptrapport ter kennis moet worden gebracht en binnen
                    welke termijn zij kunnen reageren op de in het conceptrapport neergelegde
                    feiten. De reactie kan slechts feitelijke onjuistheden betreffen.</al><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><al-groep><al>Eerste lid</al><al>Binnen vier weken na de voorlegging van het conceptrapport aan betrokkenen
                        moet de toezichthouder calamiteiten en geweld zijn rapport vaststellen. Dat
                        rapport bevat een zakelijke weergave van de melding, van het daarop volgende
                        onderzoek, van de bevindingen, de conclusies die de toezichthouder
                        calamiteiten en geweld aan het onderzoek verbindt en de maatregelen die hij
                        eventueel nodig acht. De toezichthouder calamiteiten en geweld moet zijn
                        rapport uiterlijk vier weken na ontvangst van de reacties van betrokkenen
                        c.q. het verstrijken van de reactietermijn vaststellen. Het rapport kan ook
                        als conclusie hebben dat er bij de aanbieder op meerdere fronten structurele
                        tekortkomingen in de kwaliteit van de ondersteuning zijn. De toezichthouder
                        calamiteiten en geweld kan dan in opdracht het college de kwaliteit van
                        maatschappelijke ondersteuning in bredere zin gaan onderzoeken. </al></al-groep><al-groep><al>Tweede lid</al><al>Dit lid bepaalt hoe de toezichthouder calamiteiten en geweld zal omgaan met
                        de in het eerste lid bedoelde reacties. Het is ter beoordeling van de
                        toezichthouder calamiteiten en geweld of het conceptrapport naar aanleiding
                        van eventuele reacties wordt aangepast. Indien besloten wordt bepaalde
                        reacties niet over te nemen, zullen deze, indien het om essentiële aspecten
                        gaat, gemotiveerd terzijde worden gelegd.</al></al-groep><al-groep><al>Derde lid</al><al>De toezichthouder calamiteiten en geweld zendt het rapport aan de aanbieder.
                        Daarnaast stuurt de toezichthouder calamiteiten en geweld het rapport naar
                        de colleges van burgemeester en wethouders waarvoor dit relevant is. Het is
                        uiteindelijk aan de aanbieder, als verantwoordelijke voor de kwaliteit van
                        de ondersteuning, om eventuele maatregelen te nemen, onverlet de bevoegdheid
                        van de colleges om op advies van de toezichthouder calamiteiten en geweld in
                        voorkomend geval handhavend op te treden.</al></al-groep><al-groep><al>Vierde lid</al><al>Andere bij het onderzoek betrokkenen ontvangen een afschrift van het
                        rapport.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><al>Indien er een acuut gevaar is voor de veiligheid van cliënten en ingrijpen
                    noodzakelijk is, kunnen niet alle procedurestappen van dit protocol (volledig)
                    gevolgd worden, bijvoorbeeld de termijn voor een aanbieder om te reageren op het
                    conceptrapport van de toezichthouder calamiteiten en geweld. In die situatie
                    kunnen op onderdelen bijvoorbeeld kortere termijnen dan vermeld in het protocol
                    gehanteerd worden of stappen worden overgeslagen.</al><tussenkop>Artikel 12</tussenkop><al>De colleges van burgemeester en wethouders zijn op basis van de Wmo 2015
                    verplicht een toezichthouder aan te wijzen die onder meer belast is met het
                    toezicht op de calamiteitenmeldingen en de meldingen over geweld bij de
                    verstrekking van een voorziening. Vanwege deze verantwoordelijkheid dient het
                    college het jaarverslag en eventuele aanbevelingen van de toezichthouder
                    calamiteiten en geweld vast te stellen. Dit besluit dient vervolgens ter kennis
                    gebracht te worden van de gemeenteraden. Persoonsgegevens van betrokken
                    cliënten, beroepskrachten en andere individuen zullen niet in de jaarlijkse
                    rapportages van de toezichthouder calamiteiten en geweld worden opgenomen. </al><al>De overige artikelen spreken voor zich</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>