<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR42106_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voorzieningen raads- en commissieleden 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dongen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dongen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeentelijke informatiekrant, 02-09-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening voorzieningen raads- en commissieleden 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit wethouders</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-07-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-09-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-04-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING VOORZIENINGEN RAADS- EN COMMISSIELEDEN 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad van de gemeente Dongen</al><al>Gelet op de artikelen 44 en 95 tot en met 99 van de Gemeentewet, het
                        Rechtspositiebesluit wethouders en het Rechtspositiebesluit raads- en
                        commissieleden,</al><al/><al>besluit vast te stellen de VERORDENING VOORZIENINGEN RAADS- EN
                        COMMISSIELEDEN 2010</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de
                                    Gemeentewet; </al></li><li nr="b."><al>Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk
                                    Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244;</al></li><li nr="c."><al>Reisbesluit binnenland: het Koninklijk Besluit van 1 maart 1993,
                                    Stb. 144;</al></li><li nr="d."><al>Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van
                                    Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt.
                                    56;</al></li><li nr="e."><al>Raadslid: lid van gemeenteraad, niet zijnde wethouder;</al></li><li nr="f."><al>Verplaatsingskostenbesluit 1989: het Koninklijk Besluit van 6
                                    oktober 1989, Stb. 424. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor raadsleden en
                            steunfractieleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergoeding voor de werkzaamheden</titel></kop><al>Aan het raadslid wordt een vergoeding voor de werkzaamheden toegekend
                            die gelijk is aan het bedrag, vermeld in tabel I van het
                            Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het raadslid wordt een onkostenvergoeding voor aan de
                                uitoefening van het raadslidmaatschap verbonden kosten toegekend die
                                gelijk is aan het bedrag, vermeld in tabel II van het
                                Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4,
                                aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                                toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, wordt
                                in afwijking van het eerste lid een onkostenvergoeding toegekend die
                                gelijk is aan het bedrag, vermeld in tabel III van het
                                Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Berekening en betaling vaste vergoedingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1, onder e, en 8 van het
                                Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden vangen de vergoedingen
                                bedoeld in de artikelen 2 en 3 aan op de dag van het afleggen van de
                                eed of belofte bedoeld in artikel 14 van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1, onder e, en 8 van het
                                Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden eindigen de
                                vergoedingen bedoeld in de artikelen 2 en 3 op de dag bedoeld in
                                artikel C4, tweede lid, van de Kieswet, dan wel het tijdstip bedoeld
                                in de artikelen X1, eerste en derde lid, X6 en X8, tweede, derde en
                                vijfde van de Kieswet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, worden maandelijks
                                uitbetaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Reiskosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten in verband met
                                    reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van
                                    een beslissing van het gemeentebestuur worden aan het raadslid
                                    vergoed.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:</al></li></lijst><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een (trein)taxi:
                            een volledige vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte
                            reiskosten;</al><al>bij gebruik van een eigen motorvoertuig of bromfiets: een vergoeding van
                            de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten overeenkomstig de
                            bedragen in artikel 2 van de Reisregeling binnenland.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van
                            reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het raadslid
                            vergoed, tot ten hoogste de bedragen, vastgesteld bij of krachtens het
                            Reisbesluit binnenland.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen,
                                seminars en symposia die in het gemeentebelang door of namens de
                                gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                                symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag
                                gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                                kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente
                                als deelname van belang is in verband met de vervulling van het
                                raadslidmaatschap.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Computer en laptop</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een raadslid, steunfractielid en griffier wordt voor de
                                uitoefening van het raadslidmaatschap op aanvraag een vergoeding
                                uitgekeerd, voor het gebruik van een privé computer of laptop.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van de vergoeding wordt voor de bestuursperiode 2010-2014
                                vastgesteld op 20 Euro (bruto) per maand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een raadslid, steunfractielid en griffier kan verzoeken een bedrag
                                van maximaal 960 Euro (bruto), ten behoeve van aanschaf ven een PC,
                                laptop en aanverwante apparatuur, ineens uit te keren. Hiervoor doen
                                het raadslid den de griffier schriftelijk een verzoek bij de
                                voorzitter van de gemeenteraad. Bij dit verzoek dient een
                                aankoopbewijs overlegd te worden. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een raadslid, steunfractielid en griffier op basis van het
                                derde lid van dit artikel vraagt om uitbetaling van de vergoeding
                                ineens, vervalt de vergoeding zoals beschreven in lid twee van
                                ditzelfde artikel.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als het raadslidmaatschap tussentijds eindigt, een steunfractielid
                                stopt met zijn werkzaamheden of de dienstbetrekking van de griffier
                                eindigt en een raadslid, steunfractielid of griffier heeft de
                                vergoeding als genoemd in artikel 8, lid 3 ontvangen, dan zal de
                                vergoeding in evenredigheid naar het aantal resterende maanden van
                                de bestuursperiode terug betalen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Internetaansluiting via ISDN, ADSL of kabel</titel></kop><al>Een raadslid, steunfractielid en griffier ontvangen op aanvraag
                            maandelijks een vergoeding van 20 Euro (bruto) voor het gebruik van een
                            eigen internetaansluiting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Spaarloonregeling</titel></kop><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en
                            onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van
                            die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, kan op aanvraag deelnemen
                            aan de voor het gemeentepersoneel geldende spaarloonregeling.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor commissieleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het lid van een commissie ontvangt voor het bijwonen van de
                                vergaderingen van een commissie een vergoeding die gelijk is aan het
                                bedrag, vermeld in tabel IV van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                commissieleden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die
                                als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden
                                als bedoeld in artikel 96, tweede lid, van de Gemeentewet
                                ontvangt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen vergoeding ontvangt degene die:</al><lijst><li nr="b."><al>zitting heeft in een commissie als raadslid of wethouder;
                                        uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een
                                        ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een
                                        functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege
                                        wordt gesubsidieerd;</al></li><li nr="c."><al>als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling,
                                        organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de
                                        commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang
                                        dient.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad kan in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een
                                hogere vergoeding vaststellen, zulks tot ten hoogste 15% van het in
                                het eerste lid bedoelde bedrag van de vergoeding, ten aanzien van
                                een lid van een commissie die op grond van zijn bijzondere
                                beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie voor
                                deelname aan haar werkzaamheden is aangetrokken, en een lid van een
                                commissie ten aanzien waarvan de vergoeding niet geacht kan worden
                                in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en
                                de omvang van de door hem te verrichten arbeid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Reis- en verblijfkosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het lid van een commissie dat geen raadslid of wethouder is en
                                niet in zijn hoedanigheid van ambtenaar tot lid van de commissie is
                                benoemd worden de reiskosten voor het bijwonen van de vergaderingen
                                van de commissie vergoed. De vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="b."><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer: een volledige
                                        vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte
                                        reiskosten;</al></li><li nr="c."><al>bij gebruik van een eigen motorvoertuig of bromfiets: een
                                        vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte
                                        reiskosten overeenkomstig de bedragen in artikel 2 van de
                                        Reisregeling binnenland.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan het in het eerste lid bedoelde lid van de commissie worden
                                vergoed de noodzakelijk gemaakte verblijfkosten voor het bijwonen
                                van de vergaderingen van de commissie tot ten hoogste de bedragen,
                                vastgesteld bij of krachtens het Reisbesluit binnenland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Buitenlandse excursie of reis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad kan een commissie uit gemeenteraad toestemming
                                verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland. De
                                gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde excursie of reis wordt door of vanwege
                                de gemeente georganiseerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor
                                rekening van de gemeente.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Betaling van kosten</titel></kop><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door </al><lijst><li nr="a."><al>betaling uit eigen middelen; of</al></li><li nr="b."><al>rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente; of</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 5, 6, en
                                12 wordt gebruik gemaakt van een declaratieformulier, waarvan het
                                model door het college is vastgesteld, indien deze kosten uit eigen
                                middelen vooruit zijn betaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend en
                                binnen 2 maanden </al><lijst><li nr="a."><al>indien het een raadslid betreft bij de griffier, </al></li><li nr="b."><al>of een door hem aangewezen ambtenaar ingediend, onder
                                        bijvoeging van de originele bewijsstukken.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergoeding van kosten, bedoeld in artikel 7 kan plaatsvinden door
                                rechtstreekse toezending van de door het raadslid voor akkoord
                                ondertekende factuur aan de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het
                                begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is
                                vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen.</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Het begeleidingsformulier en de factuur worden binnen 2 maanden
                                ingediend bij</al><lijst><li nr="b."><al>indien het een raadslid betreft bij de griffier, </al></li><li nr="c."><al>of een door hem aangewezen ambtenaar.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking daags na publicatie.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Dongen, Datum Raadsvergadering 15 juli 2010</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening>voorzitter griffier</ondertekening><ondertekening>S.P.H.M. Dirven- van Aalst drs. W.N. Vulto</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING</titel></kop><tussenkop>ALGEMEEN</tussenkop><al>Wettelijke regelingen </al><al>De regeling van de rechtspositie van wethouders, raadsleden en leden van
                    gemeentelijke commissies vindt op drie niveaus plaats, te weten bij wet, AMvB en
                    gemeentelijke verordening. Wettelijk is voor wethouders in de Algemene
                    pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) de uitkering na aftreden en het
                    pensioen geregeld. In de Gemeentewet is aangegeven dat de nadere invulling van
                    de rechtspositie van wethouders, raads- en commissieleden moet worden geregeld
                    bij AMvB. Daartoe zijn totstandgekomen het Rechtspositiebesluit wethouders en
                    het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Daarin zijn alle voor de
                    rechtspositie van belang zijnde onderwerpen geregeld. Een aantal voorzieningen,
                    zoals de hoogte van de bezoldiging en de verschillende onkostenvergoedingen,
                    zijn in beide rechtspositiebesluiten overwegend geregeld in dwingende
                    bepalingen. Voor de secundaire voorzieningen van raadsleden, zoals bijvoorbeeld
                    een regeling beschikbaarstelling van computer- en communicatieapparatuur, geldt
                    dat de gemeente de vrijheid heeft om deze voorzieningen te treffen.</al><tussenkop>Hoofdlijnen gemeentelijke verordening </tussenkop><al>In de verordening zijn bepalingen opgenomen inzake de rechtspositie van
                    raadsleden en leden van gemeentelijke commissies. De grondslag hiervoor is te
                    vinden in de Gemeentewet en genoemde rechtspositiebesluiten. Buiten hetgeen hun
                    bij of krachtens de wet is toegekend genieten de raadsleden als zodanig geen
                    inkomsten, in welke vorm dan ook, ten laste van de gemeente (artikel 99 van de
                    Gemeentewet). Het tweede lid van die bepaling voegt daaraan toe dat bij
                    gemeentelijke verordening aan raads- en commissieleden voordelen, anders dan in
                    de vorm van vergoedingen en tegemoetkomingen, mogen worden toegekend. Daarvoor
                    is wel de goedkeuring van de gedeputeerde staten vereist. </al><al>De verordening bevat bepalingen inzake:</al><lijst><li nr="-"><al>de beloning voor de werkzaamheden van raads- en commissieleden
                            (artikelen 2 en 11);</al></li><li nr="-"><al>een vaste algemene onkostenvergoeding voor raadsleden (artikel 3);</al></li><li nr="-"><al>reis- en verblijfkosten van raads- en commissieleden, (artikelen 5, 6,
                            12 en 13);</al></li><li nr="-"><al>beschikbaarstelling van computer- en communicatieapparatuur aan
                            raadsleden (artikelen 8 en 9) en faciliteiten in de vorm van deelname
                            van raadsleden aan cursussen, congressen e.d. (artikel 7);</al></li><li nr="-"><al>de mogelijkheid voor een aantal secundaire voorzieningen voor
                            raadsleden, zoals een zoals de spaarloonregeling (artikel 10)</al></li><li nr="-"><al>de procedure van declareren (artikelen 14 t/m 18)</al></li></lijst><tussenkop>De arbeidsverhouding van het raadslid</tussenkop><al>Raadsleden zijn niet in dienstbetrekking bij de gemeente. De gemeente is dus
                    niet de werkgever. Dat betekent bijvoorbeeld dat zij niet vallen onder de
                    werknemersverzekeringen zoals de Werkloosheidswet, Ziektewet en WAO. Evenmin
                    geldt voor hen de pensioenvoorziening van bijvoorbeeld het ABP. </al><al>Omdat er geen dienstbetrekking met de gemeente is vallen raadsleden niet onder
                    de Wet op de loonbelasting 1964 maar worden hun inkomsten getoetst aan de Wet
                    inkomstenbelasting 2001. </al><tussenkop>De loon- en inkomstenbelasting </tussenkop><al>´Opting-in-regeling´</al><al>Raadsleden kunnen opteren voor de loonbelasting. Het raadslid kan met de
                    gemeente overeenkomen dat deze loonheffing inhoudt. Dat wordt de
                    ´opting-in-regeling´ genoemd. De administratie van de gemeente is zodanig
                    ingericht dat wordt voldaan aan de daaraan gestelde wettelijke eisen. In een
                    gezamenlijke verklaring melden de gemeente en het raadslid aan de
                    Belastingdienst dat wordt geopteerd voor de loonbelasting. Een model voor een
                    verklaring is als bijlage opgenomen in de VNG-ledenbrief van 15 december 2000
                    (MARZ/CvA/2000005423). </al><al>Als gezamenlijk wordt gekozen voor het loonbelastingsysteem dan draagt de
                    gemeente de ingehouden loonheffing af aan de Belastingdienst. De inkomsten
                    worden als loon belast in box 1. Het raadslid hoeft in dat geval geen
                    administratie bij te houden. Kosten die worden gemaakt kunnen niet worden
                    afgetrokken. Wel kan de gemeente onder voorwaarden bepaalde vergoedingen
                    onbelast verstrekken en bepaalde faciliteiten onbelast in bruikleen beschikbaar
                    stellen. Genoemd kunnen worden de vergoeding van reis- en verblijfkosten, de
                    zakelijke beschikbaarstelling van computer- en communicatieapparatuur en
                    zakelijke deelname aan cursussen en congressen.</al><al> Er zijn ook vergoedingen die niet belastingvrij kunnen worden verstrekt. Deze
                    vergoedingen worden gebruteerd toegekend waardoor na inhouding van de
                    loonheffing de netto bedoelde vergoeding resteert. Ook kan betrokkene tegen een
                    forfaitaire fiscale bijtelling in verband met privé-gebruik, een GSM ter
                    beschikking worden gesteld die hij mede voor privé-doeleinden kan aanwenden, en
                    kan hij deelnemen in de spaarloonregeling die er voor het gemeentelijk personeel
                    is. </al><tussenkop>Fiscale standaardpositie</tussenkop><al>Als niet voor de loonbelasting wordt geopteerd dan geldt voor het raadslid dat
                    hij voor de Wet inkomstenbelasting 2001 resultaat uit een werkzaamheid geniet.
                    In dat geval is het winstsysteem van toepassing. Betrokkene moet dan alle
                    ontvangsten verantwoorden als winst en kan de gemaakte kosten daarop in
                    mindering brengen. Zij kan niet deelnemen aan de spaarloonregeling. </al><al>Betrokkenen kunnen bij de aangifte inkomstenbelasting hun werkelijke
                    beroepskosten, met inachtneming van een aantal wettelijke beperkingen en
                    normeringen, in mindering brengen op hun belastbaar inkomen (belastbare
                    resultaat). De gemeente dient jaarlijks alle betalingen en verstrekkingen op
                    grond van deze verordening aan de Belastingdienst te melden middels een opgave
                    IB47. Verstrekkingen moeten naar de waarde in het economische verkeer worden
                    opgegeven (niet naar de forfaitaire bedragen die gelden voor hen die van de
                    ´opting-in-regeling´ gebruik maken).Ook voor de hoogte van de vaste
                    kostenvergoeding maakt het verschil uit of het raadslid wel of niet heeft
                    geopteerd voor de loonbelasting (zie daarvoor hieronder de toelichting op
                    artikel 3).</al><al>Zoals hierboven naar voren is gekomen kan de keuze om al of niet te opteren voor
                    de loonbelasting voor het raadslid ingrijpende gevolgen hebben. De beslissing om
                    voor de loonbelasting te opteren kan eenmaal per zittingsperiode worden gemaakt
                    en geldt in beginsel voor de (resterende) zittingsperiode. Wel kan betrokkene
                    als spijtoptant terugkomen op deze beslissing voor de resterende periode.
                    Opteren voor de loonbelasting hoeft niet bij aanvang van de zittingsperiode te
                    gebeuren maar kan ook gedurende de zittingsperiode voor de resterende
                    periode.</al><tussenkop>De vergoedingssystematiek</tussenkop><al>Voor de uitoefening van het politieke ambt moeten bestuurders niet het eigen
                    inkomen hoeven aan te spreken Een adequate vergoedingssystematiek is daarom van
                    belang. Waar er functionele uitgaven zijn verdient het aanbeveling terughoudend
                    te zijn met een financieringswijze waarin de bestuurder deze uit eigen middelen
                    vooruit betaalt en de gemeente ze terugbetaalt. Eigen middelen en publieke
                    middelen moeten zoveel mogelijk gescheiden worden gehouden. Vanuit die
                    overweging heeft het de voorkeur de kosten direct in rekening te brengen bij de
                    gemeente. Aan de mogelijkheid om zo nodig declaraties in te dienen zal echter
                    behoefte blijven bestaan. Als vergoedingssystematiek is gekozen voor de volgende
                    wijze van redeneren:</al><lijst><li nr="-"><al>welke voorzieningen worden aangeboden door de organisatie
                            (bedrijfsvoering en bestuurskosten);</al></li><li nr="-"><al>welke voorzieningen zijn noodzakelijk voor de uitoefening van het ambt,
                            maar zijn niet rechtstreeks aan te bieden door de organisatie;</al></li><li nr="-"><al>kan voor deze voorzieningen nog een onbelaste vergoeding worden
                            aangeboden (indien is geopteerd voor de loonbelasting);</al></li><li nr="-"><al>voor voorzieningen die niet onbelast aangeboden kunnen worden, kan een
                            (bruto) vergoeding worden verstrekt.</al></li></lijst><al>Concreet betekent deze vergoedingssystematiek het volgende.</al><al>Voorzieningen die zijn ondergebracht in de bedrijfsvoering</al><lijst><li nr="-"><al>bruikleen van computer- en communicatieapparatuur;</al></li><li nr="-"><al>deelname aan cursussen en congressen e.d.</al></li></lijst><al>De zakelijke uitgaven hoeven niet te worden voorgeschoten door het raadslid maar
                    worden direct door de gemeente voldaan en de voorzieningen worden om niet in
                    bruikleen gegeven. Zij vallen derhalve buiten de vergoedingssfeer. </al><al>Voorzieningen die niet in de bedrijfsvoering zitten maar onbelast kunnen worden
                    vergoed</al><al>Voor een aantal zakelijke uitgaven, zoals reis- en verblijfkosten, blijft het
                    systeem overeind dat de gedane zakelijke uitgaven het raadslid op basis van
                    declaratie worden vergoed. Deze kunnen, als is voldaan aan de gestelde
                    voorwaarden, onbelast worden vergoed. </al><al>Voorzieningen die niet in de bedrijfsvoering zitten en niet onbelast kunnen
                    worden vergoed </al><al>Voor een aantal andere beroepskosten wordt een vaste (bruto) kostenvergoeding
                    verstrekt. In de toelichting op artikel 3 is aangegeven om welke beroepskosten
                    het gaat.</al><al>Voor hen die niet voor de loonbelasting hebben geopteerd geldt dezelfde
                    systematiek maar zijn de fiscale gevolgen anders. Zij dienen alle vergoedingen
                    en verstrekkingen naar de waarde in het economische verkeer als opbrengst te
                    verantwoorden. Omdat zij hun werkelijk gemaakte kosten fiscaal kunnen verrekenen
                    worden hun vergoedingen niet gebruteerd toegekend.</al><tussenkop>Controle en verantwoording</tussenkop><al>Voor de bestuurlijke uitgaven is - net als voor de besteding van alle andere
                    publieke middelen - transparantie van groot belang. Daartoe dienen enerzijds
                    inzichtelijke regels en richtlijnen die voor het vergoedingen- en
                    voorzieningenstelsel gelden en anderzijds een duidelijke verantwoording van het
                    daadwerkelijk gebruik. Op deze wijze kan worden voorkomen dat er onnodige
                    discussies plaatsvinden omtrent het gebruik van onkostenregelingen of
                    voorzieningen door gemeentebestuurders. </al><al>Dat is ook in hun belang omdat zij hun functie moeten kunnen uitoefenen zonder
                    te worden gehinderd door onzekerheden omtrent de financiering van de functionele
                    uitgaven. Daartoe is vereist dat er een zodanig sluitende financiële en
                    administratieve organisatie is ingericht dat er vertrouwen kan bestaan omtrent
                    de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven.</al><al>In hoofdstuk III is in verband hiermee een aantal belangrijke procedures
                    vastgelegd over rechtstreekse facturering van functionele uitgaven, declaratie
                    van vooruit betaalde kosten. Daarnaast zijn er in de bruikleenovereenkomsten
                    heldere afspraken vastgelegd over het gebruik van computer- en
                    communicatieapparatuur die beschikbaar wordt gesteld voor de uitoefening van de
                    politieke functie. In aanvulling hierop is een gedragscode ontwikkeld waarin
                    nadere gedragsregels zijn vastgelegd. De gedragscode is opgenomen in de
                    handreiking ´Integriteit van bestuurders bij gemeenten en provincies´ welke bij
                    VNG/ledenbrief van 22 oktober 2001(kenmerk CvA/2001004348) aan de gemeenten is
                    toegezonden. Daarbij gaat het onder meer om afspraken omtrent de bestuurlijke
                    uitgaven die in aanmerking komen voor bespreking en zonodig besluitvorming in
                    het college. In die gedragscode is ook het beleid rond buitenlandse reizen en de
                    bekostiging van zakendiners met derden opgenomen. Verder zijn er aanvullende
                    administratieve procedures beschreven over de afwikkeling van declaraties en
                    facturen en de daarbij te hanteren verdeling van verantwoordelijkheden en hoe
                    bijvoorbeeld om te gaan met interpretatie- of meningsverschillen. </al><tussenkop>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</tussenkop><tussenkop>Artikel 2 Vergoeding voor de werkzaamheden van het
                    raadslid</tussenkop><al>In het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is geregeld dat raadsleden
                    voor hun werkzaamheden een vergoeding ontvangen. De hoogte van de vergoeding
                    wordt bij gemeentelijke verordening bepaald. Wel is in het Rechtspositiebesluit
                    het maximale bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden aangegeven. In
                    artikel 2 is de hoogte van de vergoeding bepaald op het maximale bedrag. Het
                    bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden is geïndexeerd. Het wordt
                    jaarlijks per 1 januari herzien aan de hand van het indexcijfer CAO lonen
                    overheid voor volwassenen, inclusief bijzondere beloningen. Hiervoor is in de
                    gemeente geen nadere besluitvorming nodig omdat het bedrag van de vergoeding is
                    gekoppeld aan het maximumbedrag dat de minister van BZK jaarlijks bijstelt. </al><al>Op grond van het bepaalde in de artikelen 3 en 4 van het Rechtspositiebesluit
                    raads- en commissieleden kan de raad besluiten dat voor alle leden tot ten
                    hoogste 20% naar beneden wordt afgeweken van de door de minister vastgestelde
                    maximumbedragen. De raad kan bovendien besluiten ten hoogste 20% van de
                    (eventueel verlaagde) raadsvergoeding als presentiegeld uit te betalen.</al><al>De raadsvergoeding wordt aangepast bij indeling in een hogere gemeenteklasse of
                    bij overgang naar een andere klasse bij stijging of daling van het
                    inwonertal.</al><tussenkop>Artikel 3 Vaste onkostenvergoeding</tussenkop><al>Hierin is de vaste vergoeding geregeld voor het raadslidmaatschap verbonden
                    kosten. De vergoeding is opgebouwd op basis van de volgende
                    kostencomponenten:</al><lijst><li nr="-"><al>representatie</al></li><li nr="-"><al>vakliteratuur</al></li><li nr="-"><al>contributies, lidmaatschappen</al></li><li nr="-"><al>telefoonkosten</al></li><li nr="-"><al>bureaukosten, porti</al></li><li nr="-"><al>zakelijke giften</al></li><li nr="-"><al>bijdrage aan fractiekosten</al></li><li nr="-"><al>ontvangsten thuis</al></li><li nr="-"><al>excursies.</al></li></lijst><al>Sedert 1 januari 2001 zitten daarin niet langer de kostensoorten fax/pc en
                    cursussen en congressen. Daarvoor zijn vanaf dat tijdstip specifieke
                    voorzieningen getroffen (zie de artikelen 7 t/m 9). De onkostenvergoeding is in
                    verband met deze overheveling naar de gemeentelijke bedrijfsvoering vanaf die
                    datum neerwaarts bijgesteld. De vaste kostenvergoeding kan sinds 1 januari 2001
                    niet meer onbelast worden verstrekt. Om netto het bedrag van de vaste
                    kostenvergoeding gelijk te houden is het (neerwaarts bijgestelde) bedrag
                    gebruteerd tegen het belastingtarief van 52%. Deze brutering heeft echter geen
                    betrekking op raadsleden die niet hebben geopteerd voor het loonbelastingregime. </al><al>Voor hen blijven de aftrekmogelijkheden van de werkelijk gemaakte kosten op het
                    resultaat uit onderneming bestaan. Zij ontvangen de vaste kostenvergoeding
                    zonder de brutering.</al><al>De hoogte van de kostenvergoeding wordt bij gemeentelijke verordening bepaald.
                    Wel is in de rechtspositiebesluiten voor raadsleden het maximale bedrag van de
                    kostenvergoeding aangegeven. In artikel 3 is de hoogte van de kostenvergoeding
                    bepaald op het maximale bedrag. Het bedrag van de kostenvergoeding is
                    geïndexeerd. Het wordt jaarlijks per 1 januari herzien aan de hand van de
                    consumentenprijsindex. Hiervoor is in de gemeente geen nadere besluitvorming
                    nodig omdat het bedrag van de kostenvergoeding is gekoppeld aan het
                    maximumbedrag dat de minister van BZK jaarlijks bijstelt. </al><al>Ook voor de onkostenvergoeding geldt dat deze met toepassing van artikel 3 van
                    het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden met 20% kan worden verlaagd.
                    Tevens wordt de onkostenvergoeding aangepast bij wijziging van de
                    gemeenteklasse.</al><al>In de vaste kostenvergoeding zit ook een component telefoonkosten.</al><al>In het eerste lid van dit artikel is aangegeven vanaf wanneer de raadsvergoeding
                    aanvangt. Een raadslid dat tijdens de demissionaire periode ook nog wethouder is
                    heeft geen aanspraak op de raadsvergoedingen, maar blijft tot hij aftreedt als
                    wethouder in het genot van de wethouderswedde en de bijbehorende
                    onkostenvergoeding. Dit blijkt onder meer uit de definitie van raadslid in
                    artikel 1, onder c, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al><al>Het tweede lid bevat de artikelen dat aangeven wanneer de raadsvergoeding
                    eindigt. Voor een raadslid dat tussentijds ontslag neemt is dat uiterlijk één
                    maand nadat hij zijn ontslag heeft ingediend of zoveel eerder als dat de
                    geloofsbrieven van zijn opvolger zijn onherroepelijk (lees goedgekeurd) zijn
                    geworden.</al><tussenkop>Artikel 5 Reiskosten raadsleden</tussenkop><al>In dit artikel is het recht op vergoeding van reiskosten voor raadsleden
                    geregeld. De grondslag hiervoor is te vinden in artikel 97 van de Gemeentewet.
                    De vergoeding kan worden toegekend als het raadslid een dienstreis maakt ter
                    uitvoering van een besluit van de raad, het college of de burgemeester. Vergoed
                    kunnen worden de kosten van openbaar vervoer of bij gebruik van eigen
                    vervoermiddelen een km-vergoeding zoals die voor het rijkspersoneel geldt. </al><tussenkop>Artikel 6 Verblijfkosten raadsleden</tussenkop><al>Dit artikel regelt de vergoeding van verblijfkosten. De grondslag hiervoor is te
                    vinden in artikel 97 van de Gemeentewet. De vergoeding kan worden toegekend als
                    het raadslid een dienstreis maakt ter uitvoering van een besluit van de raad,
                    het college of de burgemeester. Daarvoor gelden dezelfde maxima als voor het
                    rijkspersoneel. </al><al>Voor raadsleden die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt dat de
                    vergoedingen en verstrekkingen naar de waarde in het economische verkeer bij de
                    aangifte inkomstenbelasting als opbrengst moeten worden verantwoord en dat de
                    gemaakte kosten binnen de geldende randvoorwaarden als aftrekbare beroepskosten
                    kunnen worden opgevoerd.</al><tussenkop>Artikel 7 Cursus, congres, seminar of
                    symposium</tussenkop><al>Zoals hierboven al aangegeven is deze voorziening in de bedrijfsvoering gebracht
                    en komen de kosten rechtstreeks voor rekening van de gemeente. Zij zijn in
                    verband hiermee uit de vaste kostenvergoeding gehaald. Een onderscheid is
                    gemaakt tussen cursussen, congressen e.d. die door of vanwege de gemeente in het
                    gemeentelijk belang zijn georganiseerd en cursussen, congressen e.d. waaraan het
                    individuele raadslid in verband met de vervulling van het raadslidmaatschap op
                    eigen initiatief deelneemt. In het laatste geval zijn er aanvullende voorwaarden
                    gesteld (inhoudelijke informatie over de cursus of het congres en een
                    kostenspecificatie). Hierbij kan de fractievoorzitter een rol spelen. In het
                    aanvraagformulier is een vraag opgenomen of de fractievoorzitter de aanvraag
                    ondersteunt.</al><al>De in dit artikel bedoelde cursussen en congressen hebben een zakelijk karakter
                    en zijn aan te merken als beroepskosten waarvan de vergoeding c.q. verstrekking
                    van loonbelasting is vrijgesteld. Voor raadsleden die niet hebben geopteerd voor
                    de loonbelasting geldt dat de vergoedingen en verstrekkingen naar de waarde in
                    het economische verkeer bij de aangifte inkomstenbelasting als opbrengst moeten
                    worden verantwoord en dat de gemaakte kosten binnen de geldende randvoorwaarden
                    als aftrekbare beroepskosten kunnen worden opgevoerd.</al><tussenkop>Artikel 8 en 9 Computer en laptop met ISDN of
                    internetaansluiting </tussenkop><al>Op aangeven van de VNG heeft de minster aangegeven dat gemeenten niet langer
                    PC’s hoeven aan te schaffen die in bruikleen wordt gegeven aan raadsleden en/of
                    wethouders. De gemeente kan ook kiezen om raadsleden en wethouders te
                    compenseren voor het gebruik van een eigen pc en internetverbinding.</al><al>Op basis van de verordening kan een raadslid kiezen voor ofwel een maandelijkse
                    vergoeding ofwel voor een eenmalige uitkering van het totaalbedrag ten behoeve
                    van de aanschaf van een laptop of pc.</al><al>De vergoeding voor de internetaansluiting wordt maandelijks uitgekeerd. Het is
                    niet mogelijk om deze ineens te laten uitbetalen.</al><tussenkop>Artikel 13 Buitenlandse dienstreis</tussenkop><al>Ook raadscommissies maken wel eens in het gemeentelijk belang excursies of
                    reizen naar het buitenland. Hiervoor moeten gemeenteraad expliciet toestemming
                    verlenen. De reis of excursie wordt in alle gevallen door of vanwege de gemeente
                    georganiseerd.</al><al>Bij buitenlandse dienstreizen in het gemeentelijk belang kunnen de
                    commissieleden de in redelijkheid gemaakte werkelijke reis- en verblijfkosten
                    worden vergoed. De tarieven in het voor het rijkspersoneel geldende Reisbesluit
                    buitenland zijn daarbij richtsnoer. In de eerder genoemde gedragscode zijn
                    nadere gedragsregels vastgesteld. Daarbij gaat het om expliciete besluitvorming
                    in het college over buitenlandse reizen en over uitnodigingen daartoe op kosten
                    van derden. Maar ook om bijvoorbeeld de rekening en verantwoording achteraf
                    (zowel inhoudelijk als financieel), het meereizen van de partner en het
                    combineren van een dienstreis met een (direct voorafgaande of aansluitende)
                    privé-reis.</al><al>Voor degenen die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt dat de
                    vergoedingen en verstrekkingen naar de waarde in het economische verkeer bij de
                    aangifte inkomstenbelasting als opbrengst moeten worden verantwoord en dat de
                    gemaakte kosten binnen de geldende randvoorwaarden als aftrekbare beroepskosten
                    kunnen worden opgevoerd.</al><tussenkop>Artikel 11 Vergoeding voor het bijwonen van
                    commissievergaderingen</tussenkop><al>In dit artikel is het presentiegeld voor leden van gemeentelijke commissies
                    geregeld. Deze bepaling geldt niet voor raadsleden en wethouders die in de
                    commissie zitten. Hun vergoeding is immers al geregeld in de
                    rechtspositiebesluiten en elders in deze verordening. Uitgezonderd zijn verder
                    onder meer ambtenaren en bestuurders die in die hoedanigheid in de commissie
                    zitting hebben. Uitgezonderd zijn tenslotte vertegenwoordigers van
                    belangengroepen e.d. tenzij hun lidmaatschap tevens in belangrijke mate het
                    gemeentelijk belang dient. De hoogte van het presentiegeld wordt bij
                    gemeentelijke verordening bepaald. Wel is in het Rechtspositiebesluit raads- en
                    commissieleden het maximale bedrag aangegeven. In artikel 14, eerste lid, van
                    het Rechtspositiebesluit is de hoogte van de vergoeding bepaald op het maximale
                    bedrag. Het bedrag van het presentiegeld is geïndexeerd. Het wordt jaarlijks per
                    1 januari herzien aan de hand van het indexcijfer CAO lonen overheid voor
                    volwassenen, inclusief bijzondere beloningen. Hiervoor is in de gemeente geen
                    nadere besluitvorming nodig omdat het bedrag van het presentiegeld is gekoppeld
                    aan het maximumbedrag dat de minister van BZK jaarlijks bijstelt. Het
                    Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden biedt de mogelijkheid om in de
                    gemeentelijke verordening te regelen dat in bepaalde gevallen een hoger bedrag
                    aan presentiegeld wordt toegekend dan het eerder bedoelde maximumbedrag. Dat is
                    geregeld in artikel 15 van het Rechtspositiebesluit. Wanneer daartoe wordt
                    besloten, dan is in artikel 28, vierde lid, een voorbeeldbepaling
                    opgenomen.</al><tussenkop>Artikelen 14 t/m 16 De procedure van
                    declaratie</tussenkop><al>In artikel 14 zijn de drie wijzen van betaling aangegeven. In de artikelen 15 en
                    16 is vervolgens aangegeven in welke gevallen welke betalingswijze aan de orde
                    is en welke procedurevoorschriften in achtgenomen moeten worden. </al><al>Declaratie van vooruitbetaalde kosten</al><al>Daarbij gaat het om vergoeding van de volgende kosten:</al><lijst><li nr="-"><al>reis- en verblijfkosten van raadsleden;</al></li><li nr="-"><al>reis- en verblijfkosten van leden van gemeentelijke commissies</al></li></lijst><al>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</al><al>Rekeningen kunnen rechtstreeks bij de gemeente in rekening worden gebracht bij
                    deelname aan cursussen, congressen, seminars en symposia door raadsleden;</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>