<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR42105_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voorzieningen burgemeester en wethouders 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dongen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dongen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeentelijke informatiekrant, 02-09-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening voorzieningen burgemeester en wethouders 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit wethouders</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-07-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-09-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-04-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING VOORZIENINGEN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad van de gemeente Dongen</al><al>Gelet op de artikelen 44 en 95 tot en met 99 van de Gemeentewet, het
                        Rechtspositiebesluit wethouders en het Rechtspositiebesluit raads- en
                        commissieleden.</al><al/><al>Besluit vast te stellen de VERORDENING VOORZIENINGEN BURGEMEESTER EN
                        WETHOUDERS 2010</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22
                                    maart 1994, Stb. 243;</al></li><li nr="b."><al>Reisbesluit binnenland: het Koninklijk Besluit van 1 maart 1993,
                                    Stb. 144;</al></li><li nr="c."><al>Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van
                                    Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt.
                                    56;</al></li><li nr="d."><al>Verplaatsingskostenbesluit 1989: het Koninklijk Besluit van 6
                                    oktober 1989, Stb. 424. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor Burgemeester en
                            wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Onkostenvergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de Burgemeester en wethouder wordt een onkostenvergoeding
                                toegekend voor overige aan de uitoefening van het ambt verbonden
                                kosten die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 25, eerste
                                lid, van het Rechtspositiebesluit Burgemeester wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan de Burgemeester en wethouder van wie de arbeidsverhouding
                                ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de
                                loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als
                                dienstbetrekking wordt aangemerkt, wordt in afwijking van het eerste
                                lid een onkostenvergoeding toegekend die gelijk is aan het bedrag,
                                vermeld in artikel 25, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit
                                wethouders.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de Burgemeester en wethouder op grond van artikel 10 van deze
                                verordening een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking is
                                gesteld bedraagt de onkostenvergoeding voor overige aan de
                                uitoefening van het ambt verbonden kosten, in afwijking van het
                                eerste en tweede lid, 94% van het voor hem ingevolge het eerste of
                                tweede lid geldende bedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Reiskosten woon-werkverkeer</titel></kop><al>Aan de Burgemeester en wethouder wordt voor het reizen tussen zijn
                            woning en zijn plaats van tewerkstelling, indien de afstand daartussen
                            meer dan tien kilometer bedraagt, een tegemoetkoming in de kosten van
                            het reizen verleend overeenkomstig de bedragen die bij of krachtens
                            artikel 12 van het Verplaatsingskostenbesluit 1989 zijn
                            vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zakelijke reiskosten</titel></kop><al>Aan de Burgemeester en wethouder wordt naast de tegemoetkoming, bedoeld
                            in artikel 3, vergoeding verleend voor gemaakte reiskosten ter zake van
                            andere dan de in artikel 3 bedoelde reizen ten behoeve van de gemeente.
                            De vergoeding betreft:</al><al>bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een (trein)taxi:
                            een volledige vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte
                            reiskosten;</al><al>bij gebruik van een eigen motorvoertuig of bromfiets: een vergoeding van
                            de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten overeenkomstig de
                            bedragen in artikel 2 van de Reisregeling binnenland.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verblijfkosten</titel></kop><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfkosten ter zake van
                            reizen, bedoeld in artikel 4 worden volledig aan de Burgemeester en
                            wethouder vergoed. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Buitenlandse dienstreis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de Burgemeester en wethouder in het gemeentelijk belang een
                                reis buiten Nederland maakt, worden de in redelijkheid noodzakelijk
                                gemaakte reis- en verblijfkosten vergoed. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet
                                zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming
                                van het college vereist. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen,
                                seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens
                                de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Burgemeester en wethouder die wil deelnemen aan een cursus,
                                congres, seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente
                                wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde
                                aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie
                                en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de
                                gemeente als deelname van belang is in verband met de uitoefening
                                van het ambt van wethouder. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Computer en laptop</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de Burgemeester, wethouder en secretaris wordt voor de
                                uitoefening van zijn werkzaamheden op aanvraag een vergoeding
                                uitgekeerd, voor het gebruik van een privé computer of laptop.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van de vergoeding wordt voor de bestuursperiode 2010-2014
                                vastgesteld op 20 Euro (bruto) per maand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Burgemeester, wethouder en secretaris kan verzoeken een bedrag
                                van maximaal 960 Euro (bruto), ten behoeve van aanschaf ven een PC,
                                laptop en aanverwante apparatuur, ineens uit te keren. Hiervoor doen
                                een wethouder en de secretaris schriftelijk een verzoek bij de
                                burgemeester. De Burgemeester overlegt zijn verzoek aan de
                                plaatsvervangend raadsvoorzitter. Bij dit verzoek dient een
                                aankoopbewijs overlegd te worden. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de Burgemeester, wethouder en secretaris op basis van het
                                derde lid van dit artikel vraagt om uitbetaling van de vergoeding
                                ineens, vervalt de vergoeding zoals beschreven in lid twee van
                                ditzelfde artikel.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als de Burgemeestersbenoeming, het wethouderschap of de
                                dienstbetrekking van de secretaris tussentijds eindigt en de
                                Burgemeester, wethouder of secretaris heeft de vergoeding als
                                genoemd in artikel 8, lid 3 ontvangen, dan zal de vergoeding in
                                evenredigheid naar het aantal resterende maanden van de
                                bestuursperiode terug betalen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Internetaansluiting via ISDN, ADSL of
                                kabel</titel></kop><al>De Burgemeester, wethouder en secretaris ontvangt op aanvraag
                            maandelijks een vergoeding van 20 Euro (bruto) voor het gebruik van een
                            eigen internetaansluiting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Mobiele telefoon</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de Burgemeester, wethouder en secretaris wordt voor de
                                uitoefening van zijn ambt op aanvraag een mobiele telefoon in
                                bruikleen ter beschikking gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Burgemeester, wethouder en secretaris ondertekent daartoe een
                                bruikleenovereenkomst met de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de bezoldiging van de Burgemeester en wethouder die de mobiele
                                telefoon voor meer dan 10% mede gebruikt voor privé-doeleinden wordt
                                een bedrag ingehouden dat gelijk is aan het bedrag dat voor de
                                loonbelasting tot het loon wordt of zou worden gerekend ingeval alle
                                kosten van de mobiele telefoon voor rekening van de gemeente
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Spaarloonregeling</titel></kop><al>De Burgemeester en wethouder van wie de arbeidsverhouding ingevolge
                            artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de wet op de loonbelasting 1964
                            voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt,
                            kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel
                            geldende spaarloonregeling.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Betaling van kosten</titel></kop><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door </al><lijst><li nr="a."><al>betaling uit eigen middelen; of</al></li><li nr="b."><al>rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente; of</al></li><li nr="c."><al>een gemeentelijke creditcard.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 4, 5 en 6
                                wordt gebruik gemaakt van een declaratieformulier, waarvan het model
                                door het college is vastgesteld, indien deze kosten uit eigen
                                middelen vooruit zijn betaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend en
                                binnen 2 maanden ingediend bij de gemeentesecretaris, onder
                                bijvoeging van de originele bewijsstukken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Rechtstreekse facturering bij de
                                gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 4, 5, 6 en 7 kan
                                plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door de wethouder
                                voor akkoord ondertekende factuur aan de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het
                                begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is
                                vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen. Het
                                begeleidingsformulier en de factuur worden binnen 2 maanden
                                ingediend bij de gemeentesecretaris</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking daags na publicatie.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Dongen, Datum Raadsvergadering 15 juli 2010</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening>voorzitter griffier</ondertekening><ondertekening>S.P.H.M. Dirven- van Aalst drs. W.N. Vulto</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING</titel></kop><tussenkop>ALGEMEEN</tussenkop><al>Wettelijke regelingen </al><al>De regeling van de rechtspositie van wethouders, raadsleden en leden van
                    gemeentelijke commissies vindt op drie niveaus plaats, te weten bij wet, AMvB en
                    gemeentelijke verordening. Wettelijk is voor wethouders in de Algemene
                    pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) de uitkering na aftreden en het
                    pensioen geregeld. In de Gemeentewet is aangegeven dat de nadere invulling van
                    de rechtspositie van wethouders, raads- en commissieleden moet worden geregeld
                    bij AMvB. Daartoe zijn totstandgekomen het Rechtspositiebesluit wethouders en
                    het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Daarin zijn alle voor de
                    rechtspositie van belang zijnde onderwerpen geregeld. Een aantal voorzieningen,
                    zoals de hoogte van de bezoldiging en de verschillende onkostenvergoedingen,
                    zijn in beide rechtspositiebesluiten overwegend geregeld in dwingende
                    bepalingen. Voor de secundaire voorzieningen van raadsleden, zoals bijvoorbeeld
                    een regeling beschikbaarstelling van computer- en communicatieapparatuur, geldt
                    dat de gemeente de vrijheid heeft om deze voorzieningen te treffen.</al><tussenkop>Hoofdlijnen gemeentelijke verordening </tussenkop><al>In de verordening zijn bepalingen opgenomen inzake de rechtspositie van
                    wethouders. De grondslag hiervoor is te vinden in de Gemeentewet en genoemde
                    rechtspositiebesluiten. Buiten hetgeen hun bij of krachtens de wet is toegekend
                    genieten de wethouders als zodanig geen inkomsten, in welke vorm dan ook, ten
                    laste van de gemeente (artikel 44 van de Gemeentewet). </al><al>De verordening bevat bepalingen inzake:</al><lijst><li nr="-"><al>een vaste algemene onkostenvergoeding voor wethouders (artikel 2);</al></li><li nr="-"><al>reis- en verblijfkosten van wethouders, waarbij een onderscheid is
                            gemaakt tussen woon-werkverkeer en zakelijke reizen (artikelen 3 en
                            6);</al></li><li nr="-"><al>beschikbaarstelling van computer- en communicatieapparatuur aan
                            wethouders (artikelen 8 t/m 10) en faciliteiten in de vorm van deelname
                            van wethouders aan cursussen, congressen e.d. (artikel 7);</al></li><li nr="-"><al>de mogelijkheid voor een aantal secundaire voorzieningen, zoals een
                            zoals de spaarloonregeling (artikel 11)</al></li><li nr="-"><al>de procedure van declareren (artikelen 12 t/m 14)</al></li></lijst><tussenkop>De arbeidsverhouding van de wethouder </tussenkop><al>Wethouders zijn niet in dienstbetrekking bij de gemeente. De gemeente is dus
                    niet de werkgever. Dat betekent bijvoorbeeld dat zij niet vallen onder de
                    werknemersverzekeringen zoals de Werkloosheidswet, Ziektewet en WAO. Evenmin
                    geldt voor hen de pensioenvoorziening van bijvoorbeeld het ABP. Eigen
                    voorzieningen zijn er op die onderdelen getroffen in de wet (Appa), in de
                    genoemde rechtspositiebesluiten en in onderhavige verordening. </al><al>Omdat er geen dienstbetrekking met de gemeente is vallen wethouders niet onder
                    de Wet op de loonbelasting 1964 maar worden hun inkomsten getoetst aan de Wet
                    inkomstenbelasting 2001. </al><tussenkop>De loon- en inkomstenbelasting </tussenkop><al>´Opting-in-regeling´</al><al>Wethouders kunnen opteren voor de loonbelasting. De wethouder kan met de
                    gemeente overeenkomen dat deze loonheffing inhoudt. Dat wordt de
                    ´opting-in-regeling´ genoemd. De administratie van de gemeente is zodanig
                    ingericht dat wordt voldaan aan de daaraan gestelde wettelijke eisen. In een
                    gezamenlijke verklaring melden de gemeente en de wethouder aan de
                    Belastingdienst dat wordt geopteerd voor de loonbelasting. Een model voor een
                    verklaring is als bijlage opgenomen in de VNG-ledenbrief van 15 december 2000
                    (MARZ/CvA/2000005423). </al><al>Als gezamenlijk wordt gekozen voor het loonbelastingsysteem dan draagt de
                    gemeente de ingehouden loonheffing af aan de Belastingdienst. De inkomsten
                    worden als loon belast in box 1. De wethouder hoeft in dat geval geen
                    administratie bij te houden. Kosten die worden gemaakt kunnen niet worden
                    afgetrokken. Wel kan de gemeente onder voorwaarden bepaalde vergoedingen
                    onbelast verstrekken en bepaalde faciliteiten onbelast in bruikleen beschikbaar
                    stellen. Genoemd kunnen worden de vergoeding van reis- en verblijfkosten, de
                    zakelijke beschikbaarstelling van computer- en communicatieapparatuur en
                    zakelijke deelname aan cursussen en congressen. Er zijn ook vergoedingen die
                    niet belastingvrij kunnen worden verstrekt. Deze vergoedingen worden gebruteerd
                    toegekend waardoor na inhouding van de loonheffing de netto bedoelde vergoeding
                    resteert. </al><al> Ook kan betrokkene tegen een forfaitaire fiscale bijtelling in verband met
                    privé-gebruik, een GSM ter beschikking worden gesteld die hij mede voor
                    privé-doeleinden kan aanwenden, en kan hij deelnemen in de spaarloonregeling die
                    er voor het gemeentelijk personeel is. </al><tussenkop>Fiscale standaardpositie</tussenkop><al>Als niet voor de loonbelasting wordt geopteerd dan geldt voor de wethouder dat
                    hij voor de Wet inkomstenbelasting 2001 resultaat uit een werkzaamheid geniet.
                    In dat geval is het winstsysteem van toepassing. Betrokkene moet dan alle
                    ontvangsten verantwoorden als winst en kan de gemaakte kosten daarop in
                    mindering brengen. Zij kunnen niet deelnemen aan de spaarloonregeling. </al><al>Betrokkenen kunnen bij de aangifte inkomstenbelasting hun werkelijke
                    beroepskosten, met inachtneming van een aantal wettelijke beperkingen en
                    normeringen, in mindering brengen op hun belastbaar inkomen (belastbare
                    resultaat). De gemeente dient jaarlijks alle betalingen en verstrekkingen op
                    grond van deze verordening aan de Belastingdienst te melden middels een opgave
                    IB47. Verstrekkingen moeten naar de waarde in het economische verkeer worden
                    opgegeven (niet naar de forfaitaire bedragen die gelden voor hen die van de
                    ´opting-in-regeling´ gebruik maken).Ook voor de hoogte van de vaste
                    kostenvergoeding maakt het verschil uit of de wethouder wel of niet heeft
                    geopteerd voor de loonbelasting (zie daarvoor hieronder de toelichting op
                    artikel 2).</al><al>Zoals hierboven naar voren is gekomen kan de keuze om al of niet te opteren voor
                    de loonbelasting voor de wethouder ingrijpende gevolgen hebben. De beslissing om
                    voor de loonbelasting te opteren kan eenmaal per zittingsperiode worden gemaakt
                    en geldt in beginsel voor de (resterende) zittingsperiode. Wel kan betrokkene
                    als spijtoptant terugkomen op deze beslissing voor de resterende periode.
                    Opteren voor de loonbelasting hoeft niet bij aanvang van de zittingsperiode te
                    gebeuren maar kan ook gedurende de zittingsperiode voor de resterende
                    periode.</al><tussenkop>De vergoedingssystematiek</tussenkop><al>Voor de uitoefening van het politieke ambt moeten bestuurders niet het eigen
                    inkomen hoeven aan te spreken Een adequate vergoedingssystematiek is daarom van
                    belang. Waar er functionele uitgaven zijn verdient het aanbeveling terughoudend
                    te zijn met een financieringswijze waarin de bestuurder deze uit eigen middelen
                    vooruit betaalt en de gemeente ze terugbetaalt. Eigen middelen en publieke
                    middelen moeten zoveel mogelijk gescheiden worden gehouden. Vanuit die
                    overweging heeft het de voorkeur de kosten direct in rekening te brengen bij de
                    gemeente. Aan de mogelijkheid om zo nodig declaraties in te dienen zal echter
                    behoefte blijven bestaan. Als vergoedingssystematiek is gekozen voor de volgende
                    wijze van redeneren:</al><lijst><li nr="-"><al>welke voorzieningen worden aangeboden door de organisatie
                            (bedrijfsvoering en bestuurskosten);</al></li><li nr="-"><al> welke voorzieningen zijn noodzakelijk voor de uitoefening van het ambt,
                            maar zijn niet rechtstreeks aan te bieden door de organisatie;</al></li><li nr="-"><al>kan voor deze voorzieningen nog een onbelaste vergoeding worden
                            aangeboden (indien is geopteerd voor de loonbelasting);</al></li><li nr="-"><al>voor voorzieningen die niet onbelast aangeboden kunnen worden, kan een
                            (bruto) vergoeding worden verstrekt.</al></li></lijst><al>Concreet betekent deze vergoedingssystematiek het volgende.</al><al>Voorzieningen die zijn ondergebracht in de bedrijfsvoering</al><lijst><li nr="-"><al>bruikleen van computer- en communicatieapparatuur;</al></li><li nr="-"><al>deelname aan cursussen en congressen e.d.</al></li></lijst><al>De zakelijke uitgaven hoeven niet te worden voorgeschoten door de wethouder maar
                    worden direct door de gemeente voldaan en de voorzieningen worden om niet in
                    bruikleen gegeven. Zij vallen derhalve buiten de vergoedingssfeer. </al><al>Voorzieningen die niet in de bedrijfsvoering zitten maar onbelast kunnen worden
                    vergoed</al><al>Voor een aantal zakelijke uitgaven, zoals reis- en verblijfkosten, blijft het
                    systeem overeind dat de gedane zakelijke uitgaven de wethouder op basis van
                    declaratie worden vergoed. Deze kunnen, als is voldaan aan de gestelde
                    voorwaarden, onbelast worden vergoed. </al><al>Voorzieningen die niet in de bedrijfsvoering zitten en niet onbelast kunnen
                    worden vergoed </al><al>Voor een aantal andere beroepskosten wordt een vaste (bruto) kostenvergoeding
                    verstrekt. In de toelichting op artikel 2 is aangegeven om welke beroepskosten
                    het gaat.</al><al>Voor hen die niet voor de loonbelasting hebben geopteerd geldt dezelfde
                    systematiek maar zijn de fiscale gevolgen anders. Zij dienen alle vergoedingen
                    en verstrekkingen naar de waarde in het economische verkeer als opbrengst te
                    verantwoorden. Omdat zij hun werkelijk gemaakte kosten fiscaal kunnen verrekenen
                    worden hun vergoedingen niet gebruteerd toegekend.</al><tussenkop>Controle en verantwoording</tussenkop><al>Voor de bestuurlijke uitgaven is - net als voor de besteding van alle andere
                    publieke middelen - transparantie van groot belang. Daartoe dienen enerzijds
                    inzichtelijke regels en richtlijnen die voor het vergoedingen- en
                    voorzieningenstelsel gelden en anderzijds een duidelijke verantwoording van het
                    daadwerkelijk gebruik. Op deze wijze kan worden voorkomen dat er onnodige
                    discussies plaatsvinden omtrent het gebruik van onkostenregelingen of
                    voorzieningen door gemeentebestuurders. </al><al>Dat is ook in hun belang omdat zij hun functie moeten kunnen uitoefenen zonder
                    te worden gehinderd door onzekerheden omtrent de financiering van de functionele
                    uitgaven. Daartoe is vereist dat er een zodanig sluitende financiële en
                    administratieve organisatie is ingericht dat er vertrouwen kan bestaan omtrent
                    de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven.</al><al>In hoofdstuk III is in verband hiermee een aantal belangrijke procedures
                    vastgelegd over rechtstreekse facturering van functionele uitgaven, declaratie
                    van vooruit betaalde kosten. Daarnaast zijn er in de bruikleenovereenkomsten
                    heldere afspraken vastgelegd over het gebruik van computer- en
                    communicatieapparatuur die beschikbaar wordt gesteld voor de uitoefening van de
                    politieke functie. In aanvulling hierop is een gedragscode ontwikkeld waarin
                    nadere gedragsregels zijn vastgelegd. De gedragscode is opgenomen in de
                    handreiking ´Integriteit van bestuurders bij gemeenten en provincies´ welke bij
                    VNG/ledenbrief van 22 oktober 2001(kenmerk CvA/2001004348) aan de gemeenten is
                    toegezonden. Daarbij gaat het onder meer om afspraken omtrent de bestuurlijke
                    uitgaven die in aanmerking komen voor bespreking en zonodig besluitvorming in
                    het college. In die gedragscode is ook het beleid rond buitenlandse reizen en de
                    bekostiging van zakendiners met derden opgenomen. Verder zijn er aanvullende
                    administratieve procedures beschreven over de afwikkeling van declaraties en
                    facturen en de daarbij te hanteren verdeling van verantwoordelijkheden en hoe
                    bijvoorbeeld om te gaan met interpretatie- of meningsverschillen. </al><tussenkop>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</tussenkop><tussenkop>Artikel 2 Vaste onkostenvergoeding</tussenkop><al>Hierin is de vaste vergoeding geregeld voor aan het ambt van wethouder verbonden
                    kosten. De vergoeding is opgebouwd op basis van de volgende
                    kostencomponenten:</al><lijst><li nr="-"><al>representatie</al></li><li nr="-"><al>vakliteratuur</al></li><li nr="-"><al>contributies, lidmaatschappen</al></li><li nr="-"><al>telefoonkosten</al></li><li nr="-"><al>bureaukosten, porti</al></li><li nr="-"><al>zakelijke giften</al></li><li nr="-"><al>bijdrage aan fractiekosten</al></li><li nr="-"><al>ontvangsten thuis</al></li><li nr="-"><al>excursies.</al></li></lijst><al>Sedert 1 januari 2001 zitten daarin niet langer de kostensoorten fax/pc en
                    cursussen en congressen. Daarvoor zijn vanaf dat tijdstip specifieke
                    voorzieningen getroffen (zie de artikelen 7 t/m 9). De onkostenvergoeding is in
                    verband met deze overheveling naar de gemeentelijke bedrijfsvoering vanaf die
                    datum neerwaarts bijgesteld. De vaste kostenvergoeding kan sinds 1 januari 2001
                    niet meer onbelast worden verstrekt. Om netto het bedrag van de vaste
                    kostenvergoeding gelijk te houden is het (neerwaarts bijgestelde) bedrag
                    gebruteerd tegen het belastingtarief van 52%. Deze brutering heeft echter geen
                    betrekking op wethouders die niet hebben geopteerd voor het loonbelastingregime. </al><al>Voor hen blijven de aftrekmogelijkheden van de werkelijk gemaakte kosten op het
                    resultaat uit onderneming bestaan. Zij ontvangen de vaste kostenvergoeding
                    zonder de brutering.</al><al>De hoogte van de kostenvergoeding wordt bij gemeentelijke verordening bepaald.
                    Wel is in de rechtspositiebesluiten voor wethouders het maximale bedrag van de
                    kostenvergoeding aangegeven. In artikel 2 is de hoogte van de kostenvergoeding
                    bepaald op het maximale bedrag. Het bedrag van de kostenvergoeding is
                    geïndexeerd. Het wordt jaarlijks per 1 januari herzien aan de hand van de
                    consumentenprijsindex. Hiervoor is in de gemeente geen nadere besluitvorming
                    nodig omdat het bedrag van de kostenvergoeding is gekoppeld aan het
                    maximumbedrag dat de minister van BZK jaarlijks bijstelt. </al><al>In de vaste kostenvergoeding zit ook een component telefoonkosten. Indien de
                    gemeente voor zakelijk gebruik een mobiele telefoon aan een wethouder
                    beschikbaar stelt moet er een korting worden toegepast op die vaste
                    kostenvergoeding om te voorkomen dat voor dezelfde zakelijke telefoonkosten
                    zowel in natura (mobiele telefoon in bruikleen) als in geld (via de vaste
                    kostenvergoeding) een voorziening ten laste van de gemeente is getroffen. Dat is
                    geregeld in artikel 2, derde lid. Voor alle wethouders aan wie de gemeente een
                    mobiele telefoon beschikbaar heeft gesteld geldt dezelfde korting. Zie voor een
                    specifieke toelichting op de ter beschikking stelling van een mobiele telefoon
                    en de inhouding op de onkostenvergoeding de toelichting bij artikel 10.</al><tussenkop>Artikel 3 en 4 Reiskosten woon-werk en zakelijke
                    reiskosten</tussenkop><al>Voor wethouders met een enkele reisafstand tussen woning en werk van meer dan 10
                    kilometer is in artikel 3 een belastingvrije vergoeding voor het
                    woon-werkverkeer geregeld die aansluit bij die voor het rijkspersoneel.</al><al>Voor wethouders die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt dat de
                    vergoedingen bij de aangifte inkomstenbelasting als opbrengst moeten worden
                    verantwoord en dat de gemaakte kosten binnen de geldende randvoorwaarden als
                    aftrekbare beroepskosten kunnen worden opgevoerd.</al><al>Ingevolge artikel 4 worden zakelijke reiskosten, indien gemaakt met het openbaar
                    vervoer of met een (trein)taxi, volledig vergoed (mits in redelijkheid gemaakt)
                    en indien gemaakt met eigen middelen van vervoer volgens het belastingvrije
                    tarief dat ook geldt voor het rijkspersoneel.</al><tussenkop>Artikel 6 Buitenlandse dienstreis</tussenkop><al>Bij buitenlandse dienstreizen in het gemeentelijk belang kunnen de wethouder de
                    in redelijkheid gemaakte werkelijke reis- en verblijfkosten worden vergoed. De
                    tarieven in het voor het rijkspersoneel geldende Reisbesluit buitenland zijn
                    daarbij richtsnoer. In de eerder genoemde gedragscode zijn nadere gedragsregels
                    vastgesteld. Daarbij gaat het om expliciete besluitvorming in het college over
                    buitenlandse reizen en over uitnodigingen daartoe op kosten van derden. Maar ook
                    om bijvoorbeeld de rekening en verantwoording achteraf (zowel inhoudelijk als
                    financieel), het meereizen van de partner en het combineren van een dienstreis
                    met een (direct voorafgaande of aansluitende) privé-reis.</al><al>Voor degenen die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt dat de
                    vergoedingen en verstrekkingen naar de waarde in het economische verkeer bij de
                    aangifte inkomstenbelasting als opbrengst moeten worden verantwoord en dat de
                    gemaakte kosten binnen de geldende randvoorwaarden als aftrekbare beroepskosten
                    kunnen worden opgevoerd.</al><tussenkop>Artikel 7 Cursus, congres, seminar of
                    symposium</tussenkop><al>Zoals hierboven al aangegeven is deze voorziening in de bedrijfsvoering gebracht
                    en komen de kosten rechtstreeks voor rekening van de gemeente. Zij zijn in
                    verband hiermee uit de vaste kostenvergoeding gehaald. </al><al>De in dit artikel bedoelde cursussen en congressen hebben een zakelijk karakter
                    en zijn aan te merken als beroepskosten waarvan de vergoeding c.q. verstrekking
                    van loonbelasting is vrijgesteld. Voor wethouders die niet hebben geopteerd voor
                    de loonbelasting geldt dat de vergoedingen en verstrekkingen naar de waarde in
                    het economische verkeer bij de aangifte inkomstenbelasting als opbrengst moeten
                    worden verantwoord en dat de gemaakte kosten binnen de geldende randvoorwaarden
                    als aftrekbare beroepskosten kunnen worden opgevoerd.</al><tussenkop>Artikel 8 en 9 Computer en laptop met ISDN of
                    internetaansluiting </tussenkop><al>Op aangeven van de VNG heeft de minster aangegeven dat gemeenten niet langer
                    PC’s hoeven aan te schaffen die in bruikleen wordt gegeven aan raadsleden en/of
                    wethouders. De gemeente kan ook kiezen om raadsleden en wethouders te
                    compenseren voor het gebruik van een eigen pc en internetverbinding.</al><al>Op basis van de verordening kan een raadslid kiezen voor ofwel een maandelijkse
                    vergoeding ofwel voor een eenmalige uitkering van het totaalbedrag ten behoeve
                    van de aanschaf van een laptop of pc.</al><al>De vergoeding voor de internetaansluiting wordt maandelijks uitgekeerd. Het is
                    niet mogelijk om deze ineens te laten uitbetalen.</al><tussenkop>Artikel 2 en 10 Mobiele telefoon</tussenkop><al>Als onderdeel van de bedrijfsvoering kan de wethouder voor overwegend zakelijk
                    gebruik (90% of meer) belastingvrij een mobiele telefoon als 2<sup>e</sup>
                    telefoon om niet ter beschikking worden gesteld. De abonnementskosten en de
                    (zakelijke) gesprekskosten komen dan voor rekening van de gemeente. De nadere
                    voorwaarden zijn geregeld in de bruikleenovereenkomst die de wethouder met de
                    gemeente sluit. Het model van die overeenkomst is door wethouder reeds
                    vastgesteld. [Als gekozen wordt voor <vet>optie 2</vet>: De mobiele telefoon kan
                    mede voor privé-doeleinden worden gebruikt. In dat geval komen ook de
                    privé-gesprekskosten voor rekening van de gemeente. Als het privé-gebruik meer
                    dan 10% is vindt er een fiscale bijtelling plaats. Daarvoor geldt een forfaitair
                    bedrag van € 22,69 per maand (2002). Dit forfaitaire bedrag wordt ingehouden op
                    de bezoldiging van de wethouder zodat er geen fiscale bijtelling hoeft plaats te
                    vinden. De fiscale regeling geldt alleen als de waarde in het economisch verkeer
                    van het privé-gebruik van de mobiele telefoon niet meer is dan € 454 op
                    jaarbasis (2002).</al><al> Is dat wel het geval dan moet het werkelijke privé-voordeel tot het loon worden
                    gerekend.] Voor wethouders die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt
                    dat de waarde in het economisch verkeer van de verstrekking (minus de eigen
                    bijdrage voor privé-gebruik) bij de aangifte inkomstenbelasting als opbrengst
                    moet worden verantwoord en dat de kosten van zakelijk gebruik binnen de geldende
                    randvoorwaarden als aftrekbare beroepskosten kunnen worden opgevoerd.</al><al>In de toelichting op artikel 2 is al ingegaan op de korting op de vaste
                    kostenvergoeding bij beschikbaarstelling van een mobiele telefoon.</al><tussenkop>Artikelen 12 t/m 14 De procedure van
                    declaratie</tussenkop><al>In artikel 12 zijn de drie wijzen van betaling aangegeven. In de artikelen 13
                    t/m 14 is vervolgens aangegeven in welke gevallen welke betalingswijze aan de
                    orde is en welke procedurevoorschriften in achtgenomen moeten worden. </al><al>Declaratie van vooruitbetaalde kosten</al><al>Daarbij gaat het om vergoeding van de volgende kosten:</al><lijst><li nr="-"><al>zakelijke reis- en verblijfkosten van wethouders</al></li><li nr="-"><al>reis- en verblijfkosten bij buitenlandse dienstreizen van
                            wethouders</al></li></lijst><al>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</al><al>Rekeningen kunnen rechtstreeks bij de gemeente in rekening worden gebracht in de
                    volgende gevallen:</al><lijst><li nr="-"><al>deelname aan cursussen, congressen, seminars en symposia door
                            wethouders;</al></li><li nr="-"><al>zakelijke reis- en verblijfkosten van wethouders;</al></li><li nr="-"><al>reis- en verblijfkosten bij buitenlandse dienstreizen van
                            wethouders.</al></li></lijst></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>