<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR420917_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening procedure en vormgeving structurele participatie gemeente Amstelveen 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Amstelveen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Amstelveen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Officiële bekendmakingen.nl – Gemeenteblad nr. 104901 d.d. 30-09-2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening procedure en vormgeving structurele participatie gemeente Amstelveen 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=82 t/m 86">Gemeentewet, art. 82 tot en met 86</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147, eerste lid">Gemeentewet, art. 147, eerste lid</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=150">Gemeentewet, art. 150</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0035362&amp;artikel=2.1.3">Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, artikel 2.1.3</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=47">Participatiewet, art. 47</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0034925&amp;artikel=2.10">Jeugdwet, artikel 2.10</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">Gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-06-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z-2016/022460</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening procedure en vormgeving structurele participatie gemeente Amstelveen 2006</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening procedure en vormgeving structurele participatie gemeente Amstelveen
            2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMEEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>De verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Participatie: het in een zo vroeg mogelijk stadium betrekken van
                                    doelgroepen (burgers, instellingen, bedrijven, en dergelijke)
                                    bij beleidsvoorbereiding, -vaststelling, -uitvoering of
                                    -evaluatie;</al></li><li nr="b."><al>Structurele participatie: het in een zo vroeg mogelijk stadium
                                    betrekken van (een) participatiegroep(en) bij de ontwikkeling
                                    respectievelijk uitvoering van (een) gemeentelijk
                                    beleid(sterrein), waarbij een onderscheid kan worden gemaakt
                                    naar participatie op het niveau van een doelgroep, op een
                                    specifiek thema of op gebiedsniveau;</al></li><li nr="c."><al>Participatiegroep: een doelgroep die structureel participeert en
                                    belanghebbend is als doelgroep, op een specifiek thema of op
                                    gebiedsniveau;</al></li><li nr="d."><al>Kennisteam: een team dat is samengesteld uit vertegenwoordigers
                                    van participatiegroepen en als zodanig deelneemt aan structurele
                                    participatie;</al></li><li nr="e."><al>Cliëntenraad minima: de raad die zorgdraagt voor het
                                    ondersteunen van minima, niet zijnde een participatiegroep</al></li><li nr="f."><al>Coördinator: een gemeentelijk functionaris die optreedt als
                                    coördinatie- en contactpersoon tussen de participatiegroepen en
                                    de gemeente en/of beleidsuitvoerende organisatie(s);</al></li><li nr="g."><al>Gemeente: gemeente Amstelveen;</al></li><li nr="h."><al>College: college van burgemeester en wethouders van
                                    Amstelveen</al></li><li nr="i."><al>Gevraagd participeren: het betrekken van (een)
                                    participatiegroep(en) bij de ontwikkeling van (een) gemeentelijk
                                    beleid(sterrein) door de participatiegroep(en) de gelegenheid te
                                    geven rechtstreeks of via een kennisteam te adviseren;</al></li><li nr="j."><al>Ongevraagd adviseren: participatiegroep(en) gelegenheid te geven
                                    ongevraagd te adviseren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doelstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Structurele participatie heeft tot doel de (ervarings)deskundigheid,
                                die in de participatiegroepen aanwezig is, zo optimaal mogelijk in
                                te zetten bij de ontwikkeling en uitvoering van (een) gemeentelijk
                                beleid(sterrein), zodat daarbij door de gemeente en/of
                                beleidsuitvoerende organisatie(s) een goede afweging van belangen
                                kan worden gemaakt. Voor de leden van participatiegroepen zelf dient
                                uitgangspunt van hun inbreng te zijn het belang van de doelgroep,
                                specifiek thema of gebied die/dat zij vertegenwoordigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Structurele participatie heeft tot doel te bewerkstelligen dat de
                                betreffende participatiegroepen in een zo vroeg mogelijk stadium
                                worden betrokken bij de ontwikkeling respectievelijk uitvoering van
                                (een) gemeentelijk beleid(sterrein).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Beleidsterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er vindt periodiek overleg plaatst met alle participatiegroepen over
                                de voor hen relevante gemeentelijke beleidsterreinen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De cliëntenraad minima wordt geraadpleegd over de uitvoering van
                                minimabeleid.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>STRUCTUUR PARTICIPATIEGROEPEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Instelling en opheffing van participatiegroepen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in de wet, heeft het college de
                                bevoegdheid tot het instellen en opheffen van (een)
                                participatiegroep(en) of kennisteams.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt een cliëntenraad minima in teneinde te adviseren
                                over de uitvoering van minimabeleid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Taak van de participatiegroepen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De participatiegroepen participeren bij de ontwikkeling van (een)
                                gemeentelijk beleid(sterrein) door gevraagd en in nauwe samenwerking
                                met de ambtelijke organisatie van de gemeente deel te nemen aan door
                                de gemeente geïnitieerde beleidsontwikkeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De participatiegroepen participeren bij de uitvoering van een
                                (bestaand) gemeentelijk beleid(sterrein) gevraagd en ongevraagd en
                                in nauwe samenwerking met de ambtelijke organisatie van de gemeente
                                en/of beleidsuitvoerende organisatie(s).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Samenstelling van een participatiegroep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een participatiegroep bestaat uit maximaal vijftien leden. Het
                                college is bevoegd hiervan af te wijken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van een participatiegroep dienen bij voorkeur ingezetenen
                                te zijn van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>(Maatschappelijke) organisaties en/of instellingen kunnen in
                                meerdere participatiegroepen zijn vertegenwoordigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><label>Onverenigbare functies</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het lidmaatschap van een participatiegroep en de cliëntenraad minima
                                is onverenigbaar met het lidmaatschap van de gemeenteraad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ambtenaren door of vanwege de gemeenteraad, het college of de
                                burgemeester aangesteld of daaraan ondergeschikt, kunnen geen deel
                                uitmaken van een participatiegroep.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid van een participatiegroep mag:</al><lijst><li nr="a."><al>niet als advocaat, procureur, gemachtigde of adviseur
                                        werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van de gemeente
                                        of van het gemeentebestuur in geschillen;</al></li><li nr="b."><al>niet als gemachtigde of adviseur werkzaam zijn ten behoeve
                                        van derden tot het aangaan van overeenkomsten met de
                                        gemeente;</al></li><li nr="c."><al>niet in dienst zijn bij een organisatie en/of instelling die
                                        (een) overeenkomst(en) zijn aangaan met de gemeente;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onder nader door het college te stellen voorwaarden is ontheffing
                                van het bepaalde in het vierde lid, aanhef en onder c mogelijk.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Benoeming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van een participatiegroep worden benoemd door het
                                college</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden worden benoemd voor een periode van maximaal vier jaar. Zij
                                kunnen éénmaal worden herbenoemd voor eenzelfde periode.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Interne organisatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke participatiegroep kiest uit zijn midden een, secretaris en
                                penningmeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter van de participatiegroep wordt benoemd door het
                                college de participatieraad gehoord.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De interne organisatie en werkwijze wordt neergelegd in een
                                huishoudelijk reglement dat goedkeuring behoeft van het
                                college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Schorsing en ontslag</titel></kop><al>Een lid van een participatiegroep, dat zich naar het oordeel van het
                            college aan kennelijk wangedrag of grove verwaarlozing van zijn taak
                            heeft schuldig gemaakt, kan te allen tijde als zodanig door het college
                            worden geschorst en/of ontslagen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>WERKWIJZE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Aanwijzing van een coördinator</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor de aanwijzing van een coördinator zoals
                            bedoeld in artikel 1, aanhef en onder f.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Structurele participatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een traject tot structurele participatie wordt op een zodanig
                                tijdstip aangevangen dat de resultaten daarvan van wezenlijke
                                invloed kunnen zijn op de ontwikkeling respectievelijk uitvoering
                                van (een) gemeentelijk beleid(sterrein).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij structurele participatie worden participatiegroepen betrokken
                                bij de ontwikkeling respectievelijk uitvoering van (een)
                                gemeentelijk beleid(sterrein) door de gemeente via de coördinator,
                                zoals bedoeld in artikel 1, aanhef en onder f.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij omvangrijke structurele participatie kunnen de
                                participatiegroepen met behulp van de coördinator een kennisteam
                                samenstellen uit de betreffende participatiegroepen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De instelling van een kennisteam behoeft de goedkeuring van het
                                college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt jaarlijks aan elke participatiegroep en de
                                cliëntenraad minima afzonderlijk een maximumsubsidiebedrag
                                beschikbaar ten behoeve van (secretariële) ondersteuning,
                                deskundigheidsbevordering, faciliteiten en vergoeding van
                                daadwerkelijk gemaakte onkosten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt zo nodig jaarlijks een maximumsubsidiebedrag
                                beschikbaar ten behoeve van de uitoefening van de functie van
                                onafhankelijk voorzitter(s) van een participatiegroep en van (een)
                                kennisteam(s) zoals bedoeld in artikel 12, derde lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de in het eerste lid genoemde subsidieverlening is de vigerende
                                Algemene subsidieverordening van de gemeente Amstelveen van
                                toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die waarop
                                zij is bekendgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verordening Procedure en vormgeving structurele participatie 2006
                                en de daarop gebaseerde nadere regels worden ingetrokken op de dag
                                van inwerkingtreding als bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Onvoorziene gevallen</titel></kop><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, wordt daarover
                            besloten door het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college kan ter uitvoering van deze verordening nadere regels
                            vaststellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening procedure en
                            vormgeving structurele participatie gemeente Amstelveen 2016.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering 15 juni 2016.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>mevr. drs. P. Georgopoulou </ondertekening><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mevr. drs. M.M. van ‘t Veld </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE VERORDENING PROCEDURE EN VORMGEVING
                        STRUCTURELE PARTICIPATIE GEMEENTE AMSTELVEEN 2016</titel></kop><al/><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMEEN</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In artikel 1 onder b en c wordt aangegeven dat er op alle beleidsterreinen
                        van de gemeente sprake kan zijn van structurele participatie. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doelstelling</titel></kop><al>Geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Beleidsterreinen</titel></kop><al>Lid 1</al><al>De participatiegroepen worden betrokken bij de gemeentelijke
                        beleidsterreinen voor zover die hun doelgroep, hun specifiek thema of hun
                        gebiedsniveau raken en daarvoor gevolgen hebben. Dat houdt in dat
                        participatiegroepen niet bij alle gemeentelijke beleidsterreinen worden
                        betrokken, maar alleen bij die terreinen waarbij de betreffende
                        participatiegroep belanghebbend is vanuit het perspectief van de doelgroep,
                        het specifieke karakter van het thema of het gebiedsperspectief. Hierbij
                        zijn echter nadrukkelijk begrepen en is rekening gehouden met de wettelijke
                        verplichtingen zoals die door de wetgever worden opgelegd op grond van de in
                        de considerans genoemde wetsartikelen.</al><al>Lid 2</al><al>De cliëntenraad minima is geen structurele participatiegroep. Deze oefent
                        invloed uit op het beleid inzake minima via een participatiegroep Sociaal
                        Domein. De gemeente overlegt met de cliëntenraad minima inzake de uitvoering
                        van minimabeleid.</al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>STRUCTUUR PARTICIPATIEGROEPEN</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Instelling van participatiegroepen</titel></kop><al>Bij de instelling van participatiegroepen kan in het bijzonder worden
                        gedacht aan participatiegroepen per:</al><lijst><li nr="1."><al>doelgroep: ouderen, jeugd, jongeren, gehandicapten en chronisch
                                zieken en burgers met een achterstand op de arbeidsmarkt en
                                minima;</al></li><li nr="2."><al>specifiek thema: openbaar groen, ruimtelijke ordening en kwaliteit
                                van de woon- en leefomgeving;</al></li><li nr="3."><al>gebied: territoriale commissie(s) en wijk- en buurtplatform(s).</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Taak van de participatiegroepen</titel></kop><al>De taak van de participatiegroepen beperkt zich nadrukkelijk tot
                        betrokkenheid bij (een) gemeentelijk beleid(sterrein). Dat betekent dat
                        participatiegroepen als zodanig niet kunnen participeren respectievelijk
                        adviseren over onderwerpen die buiten de gemeentelijke taakuitoefening
                        vallen en ook niet kunnen participeren bij respectievelijk adviseren aan
                        organisaties, die niet belast zijn met de ontwikkeling en/of uitvoering van
                        (een) gemeentelijk beleid(sterrein). Wat betreft het bepaalde in artikel 5,
                        tweede lid wordt met name gedacht aan een onderdeel van de gemeente dat is
                        belast met uitvoerende taken of een (al dan niet maatschappelijk)
                        uitvoerende organisatie en/of instelling.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><al>Het is belangrijk dat er in een participatiegroep sprake is van een
                        evenwichtige verdeling en samenstelling van vertegenwoordigers van
                        maatschappelijke belangengroepen en –organisaties en betrokken burgers.
                        Uitwerking kan gescheiden via een zogenaamde uitwerkingsnotitie en in een
                        huishoudelijk reglement.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Onverenigbare functies</titel></kop><al>De bedoeling van dit artikel is het voorkomen van belangenverstrengeling.
                        Ontheffing van het bepaalde in het derde lid, aanhef en onder c. is mogelijk
                        als vaststaat dat het lidmaatschap van een participatiegroep volledig los
                        staat van het werknemerschap bij de betreffende organisatie. Deze ontheffing
                        mag nooit worden verondersteld, maar moet altijd worden gevraagd en gegeven
                        door het college. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Benoeming</titel></kop><al>De participatiegroep stelt een rooster van aftreding vast. De voorzitter
                        maakt geen deel uit van deze rooster.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Interne organisatie</titel></kop><al>Geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Schorsing en ontslag</titel></kop><al>Geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>WERKWIJZE</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Aanwijzing van een coördinator</titel></kop><al>Geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Structurele participatie</titel></kop><al>In overeenstemming met deze bepaling worden participatiegroepen bij
                        structurele participatie betrokken bij de ontwikkeling respectievelijk
                        uitvoering van (een) gemeentelijk beleid(sterrein) door de gemeente via de
                        coördinator. Deze functionaris treedt op als coördinator tussen en
                        contactpersoon voor de participatiegroepen (en hun leden) en de gemeente
                        en/of beleidsuitvoerende organisatie(s). De coördinator is in dienst van de
                        gemeente en wordt door het college aangewezen. Hij of zij verleent zijn of
                        haar diensten aan de participatiegroepen respectievelijk kennisteams als ook
                        aan de gemeente. Hij of zij heeft alleen een
                        administratief-organisatorische, ondersteunende functie en geen inhoudelijke
                        taak. De functie van coördinator is onverenigbaar met het lidmaatschap van
                        een participatiegroep. Het behoort tot de taak van de coördinator om - in
                        overleg met de gemeente - te zorgen dat de organisaties, die
                        vertegenwoordigers (willen) leveren voor een participatiegroep, tijdig met
                        een voordracht komen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Subsidieverlening</titel></kop><al>Aan elke participatiegroep afzonderlijk en aan de cliëntenraad minima wordt
                        een maximum subsidiebedrag beschikbaar gesteld ten behoeve van
                        (secretariële) ondersteuning, deskundigheidsbevordering, faciliteiten en
                        vergoeding van daadwerkelijk gemaakte onkosten. </al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordeningen</titel></kop><al>Bij de inwerkingtreding van deze verordening komen alle nadere regels, zoals
                        die zijn vastgesteld op grond van de in artikel 13, tweede lid genoemde
                        verordeningen, te vervallen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Onvoorziene gevallen</titel></kop><al>Geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Geen nadere toelichting</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Geen nadere toelichting.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>