<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR420792_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Cromstrijen</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-11-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hoeksche Waard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP 2 november 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening afvalstoffenheffing 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 15.33 Wet milieubeheer; artikel 5 gemeenschappelijke regeling regionale afvalstoffendienst Hoeksche Waard</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemandateerde functionaris</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-11-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het Algemeen Bestuur van de Regionale Afvalstoffendienst Hoeksche
                        Waard;</al><al>gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur d.d.; 23 november 2015</al><al>overwegende dat in zijn vergadering van is vastgesteld de begroting voor het
                        dienstjaar 2016;</al><al>dat als gevolg hiervan de tarieven voor het jaar 2016 dienen te worden
                        vastgesteld;</al><al>gelet op artikel 5 van de gemeenschappelijke regeling Regionale
                        Afvalstoffendienst Hoeksche Waard;</al><al>mede gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de volgende </al><al>“<vet>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing
                    </vet><vet>2016</vet><vet>”</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik
                        maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven
                            als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening wordt naar
                            afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een
                            perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de
                            Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke
                            afvalstoffen geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de
                        omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                        recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan
                        ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een
                        verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting als bedoeld in artikel 3 wordt geheven naar de volgende
                        grondslagen die naast elkaar verschuldigd zijn, te weten:</al><lijst><li nr="a."><al>een vast bedrag per perceel, en</al></li><li nr="b."><al>een bedrag per extra restafvalcontainer, en</al></li><li nr="c."><al>een vast bedrag per soort container, per lediging, en</al></li><li nr="d."><al>een vast bedrag per inworp in een ondergrondse
                                verzamelcontainer,</al></li></lijst><al>een en ander naar de tarieven zoals opgenomen in artikel 5.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Tarief</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>1 De belasting wordt per perceel berekend naar een vast tarief,
                                verhoogd met één of meer gedifferentieerde tarieven.</al></li><li nr="1."><al>2 Het vaste belastingtarief, als bedoeld in artikel 4, onder a,
                                bedraagt per perceel per belastingjaar: € 104.=;</al></li><li nr="1."><al>3 Het vaste belastingtarief, als bedoeld in artikel 4, onder a,
                                bedraagt per perceel per belastingjaar voor percelen die geen
                                gebruik maken van een container met een gebruiksregistratiesysteem,
                                of van een verzamelcontainer met een toegangsregistratiesysteem €
                                175,=;</al></li><li nr="1."><al>4 Het vaste belastingtarief, als bedoeld in artikel 4, onder b,
                                bedraagt per extra restafvalcontainer per belastingjaar: €
                                50,=;</al></li><li nr="1."><al>5 Het gedifferentieerde belastingtarief, als bedoeld in artikel 4,
                                onder c, bedraagt:</al><al>1.5.1 per aanbieding ter lediging van een restafvalcontainer van 240 liter </al><al> € 6,=;</al><al>1.5.2 per aanbieding ter lediging van een restafvalcontainer van 140 liter </al><al> € 4,=</al><al>1.5 Het gedifferentieerde belastingtarief, als bedoeld in artikel 4, onder
                        d, bedraagt per ontgrendeling van een verzamelcontainer met behulp van een
                        afvalpas € 1,=.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vrijstelling</titel></kop><al>Indien sprake is van een perceel dat wordt gebruikt door een instelling in
                        de zin van artikel 1, onder f, van de Wet toelating zorginstellingen, en de
                        huishoudelijke afvalstoffen worden als bedrijfsafval van de instelling
                        afgevoerd en bij de instelling in de heffing van de reinigingsrechten
                        betrokken, wordt ter zake van dit perceel geen afvalstoffenheffing geheven.
                    </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting verschuldigd naar de grondslag als bedoeld in artikel 4,
                            onderdelen a en b, is verschuldigd bij het begin van het
                            belastingtijdvak, of zo dit later is, bij de aanvang van de
                            belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting verschuldigd naar de grondslagen als bedoeld in artikel 4,
                            onderdelen c en d is verschuldigd na het einde van het
                            belastingtijdvak.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien in afwijking van het tweede lid, de belastingplicht voor de
                            belasting verschuldigd naar de grondslagen als bedoeld in artikel 4,
                            onderdelen c en d in de loop van het belastingtijdvak eindigt, is de
                            belasting verschuldigd bij het einde van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de belastingplicht voor de belasting verschuldigd naar de
                            grondslag als bedoeld in artikel 4, onderdelen a en b, in de loop van
                            het belastingtijdvak aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel
                            twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als
                            er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                            kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de belastingplicht voor de belasting, bedoeld in artikel 4,
                            onderdelen a en b in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat
                            aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat
                            jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, nog volle
                            kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder
                            bedraagt dan € 5,=.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien de grondslag van de belasting als bedoeld in artikel 4, eerste
                            lid, onderdeel c, in de loop van het belastingtijdvak wijzigt in die
                            zin, dat minder belasting verschuldigd is, bestaat aanspraak op
                            vermindering voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak
                            verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na het einde van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het
                            bedrag van de vermindering minder bedraagt dan € 5,=.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het vierde lid is niet van toepassing indien de belastingplichtige
                            binnen het gebied van de Gemeenschappelijke Regeling verhuist en aldaar
                            een ander perceel in gebruik neemt.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het vierde lid is niet van toepassing indien de belastingplichtige
                            binnen het gebied van de Gemeenschappelijke Regeling verhuist en aldaar
                            een extra container in gebruik neemt.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Voor de toepassing van het bepaalde in het vijfde en het zesde lid wordt
                            het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
                            afvalstoffenheffing of andere heffingen aangemerkt als één
                            belastingaanslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet
                        de aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het
                        aanslagbiljet. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen
                        door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven,
                        dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste
                        termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van
                        de volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het dagelijks bestuur</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing
                        en de invordering van de afvalstoffenheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De ‘Verordening afvalstoffenheffing 2015’ van 8 december 2014 wordt
                        ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van
                        de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                        belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2"><al> Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. </al></li><li nr="3"><al> De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></li><li nr="4"><al> Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening afvalstoffenheffing 2016’.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening> Aldus vastgesteld in de openbare vergadering </ondertekening><ondertekening> Van 7 december 2015.</ondertekening><ondertekening> de secretaris, de voorzitter, </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>