<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR420743_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dronten</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dronten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad d.d. 19-10-2016, nr. 144248</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-09-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-05-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B16.001880</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene plaatselijke verordening 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Dronten;</al></li><li nr="b."><al>openbare plaats: een voor het publiek openstaande plaats en/of
                                    gebouw, gebaseerd op bestemming of vast gebruik, waaronder
                                    begrepen de weg als bedoeld onder c;</al></li><li nr="c."><al>weg: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden
                                    met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot
                                    die wegen behorende paden en bermen of zijkanten;</al></li><li nr="d."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    een andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="e."><al>bebouwde kom: het gebied waarvan de grenzen zijn vastgesteld
                                    ingevolge artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994.</al></li><li nr="f."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht.</al></li><li nr="g."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening 2012 van de gemeente Dronten.</al></li><li nr="h."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c,
                                    van de Woningwet;</al></li><li nr="i."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                    lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li><li nr="j."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van
                                    het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met
                                    uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en
                                    rolstoelen.</al></li><li nr="k."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verdagen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een ontheffing/vergunning als bedoeld in artikel 2:10,
                                vijfde lid, of een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, tweede
                                lid, aanhef en onder a, of artikel 4:11.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan acht weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd met ten hoogste acht weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3a</nr><titel>Melding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van
                                de melder, en een beschrijving van het onderwerp waarvoor de melding
                                wordt aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgronden zoals genoemd in artikel 1:8 zijn van
                                overeenkomstige toepassing bij een melding.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Beslistermijn van een melding is gelijk aan de in de bepaling
                                aangegeven meldingstermijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De toonplicht zoals genoemd in artikel 1:9 is van overeenkomstig van
                                toepassing op een melding.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien nodig zal een melding worden gepubliceerd op de
                                gemeentepagina van de Flevopost.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en/ of
                                beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen
                                strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in
                                verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning zich
                            daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn; of</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li><li nr="f."><al>indien de vergunning of ontheffing is gegeven in strijd met een
                                    wettelijk voorschrift.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning, ontheffing respectievelijk melding kan door het bevoegd
                            gezag of het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang
                            van/in geval er sprake is van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu;</al></li><li nr="e."><al>strijdigheid met andere regelgeving, zoals een geldend
                                    bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit;</al></li><li nr="f."><al>het ontbreken van toestemming van de rechtmatige beheerder of
                                    eigenaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:9</nr><titel>Toonplicht</titel></kop><al>De houder van een vergunning of een ontheffing geeft deze op eerste
                            vordering van een toezichthouder of opsporingsambtenaar ter inzage
                            af.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:10</nr><titel>Lex silencio positivo niet van toepassing</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                        samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend
                                        gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></li><li nr="2."><al>Degene die op een openbare plaats</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden
                                                ontstaan of dreigen te ontstaan;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft
                                                tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden
                                                ontstaan of dreigen te ontstaan; of</al></li><li nr="c."><al>zich bevindt in of aanwezig is bij een
                                                samenscholing;</al></li></lijst></li></lijst><al>is verplicht op bevel van een opsporingsambtenaar zijn weg te
                                vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                verwijderen.</al><lijst><li nr="3."><al>Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op
                                        openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd
                                        bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of
                                        ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde
                                        lid gestelde verbod.</al></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing
                                        op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                        levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet
                                        openbare manifestaties .</al></li><li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare wegen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij, die het voornemen heeft op een openbare weg een betoging te
                                    houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten
                                    minste 36 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk
                                    kennis aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van
                                            samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin
                                    het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De termijn, zoals genoemd in lid 1, wordt opgeschort tussen
                                    vrijdag 12.00 uur en maandag 9 uur, alsmede gedurende een
                                    algemeen erkende feestdag tot de eerstvolgende werkdag 9 uur.
                                    Daarna loopt de resterende termijn tot een maximum van 36 uur
                                    verder.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid, genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                    afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan
                                    te bieden op de door het college aangewezen openbare
                                    plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                    dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis
                                    verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven
                                    stukken en afbeeldingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste
                                    lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het vierde lid bestaat een meldingsplicht voor
                                    niet- commerciële organisaties. Na melding geldt het verbod
                                    genoemd in lid 1 niet ,onder de volgende voorwaarden:</al><lijst><li nr="-"><al>de organisator doet tenminste 10 werkdagen van tevoren
                                            een melding bij het college;</al></li><li nr="-"><al>het verspreiden dan wel openlijk aanbieden van gedrukte
                                            of geschreven stukken dan wel afbeeldingen mag
                                            plaatsvinden op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag,
                                            vrijdag, zaterdag en op door of namens het college
                                            aangewezen koopzondagen gedurende de winkeltijden.</al></li><li nr="-"><al>de organisatie is verplicht in een straal van 50 meter
                                            rondom zijn verspreidingsgebied weggegooide geschreven
                                            of gedrukte stukken dan wel afbeeldingen op te
                                            ruimen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                    straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op
                                    door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen
                                    openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                    bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Voorwerpen op, boven, in of aan een openbare plaats in strijd
                                    met de publieke functie ervan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of een gedeelte daarvan
                                    anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie
                                    daarvan, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de
                                            openbare plaats, de bruikbaarheid van de openbare plaats
                                            belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering
                                            vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de
                                            openbare plaats; of</al></li><li nr="b."><al>het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van
                                            welstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder
                                    geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 0,9 m
                                    wordt gelaten op voetpaden en van 3,25 m op de rijbaan voor de
                                    hulpdiensten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon-
                                    en leefomgeving:</al><lijst><li nr="a."><al>nadere regels stellen ten aanzien van voorwerpen op,
                                            boven, in of aan een openbare plaats in strijd met de
                                            publieke functie ervan;</al></li><li nr="b."><al>vergunning verlenen voor het exploiteren van een
                                            terras.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het
                                    verbod in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het vierde lid kan het bevoegd gezag een
                                    omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde
                                    gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in
                                    artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene
                                    bepalingen omgevingsrecht.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18; en</al></li><li nr="c."><al>overige gevallen waarin krachtens een wettelijke
                                            regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is
                                            verleend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken,
                                    artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de Verordening voor
                                    de fysieke leefomgeving Flevoland.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
                                    weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                    wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen
                                    in de wijze van aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien
                                            de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                            beheersverordening, exploitatieplan of
                                            voorbereidingsbesluit; of</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in
                                    opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke
                                    taken worden verricht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin
                                    wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, Verordening voor de fysieke leefomgeving
                                    Flevoland, de waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de
                                    daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college een
                                    uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een
                                    bestaande uitweg naar de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college weigert de vergunning voor het maken of veranderen
                                    van de uitweg indien:</al><lijst><li nr="a."><al>daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht;
                                            of</al></li><li nr="b."><al>dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare
                                            parkeerplaats; of</al></li><li nr="c."><al>het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze
                                            wordt aangetast; of</al></li><li nr="d."><al>er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door
                                            een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van een
                                            volgende uitweg ten koste gaat van een openbare
                                            parkeerplaats of het openbaar groen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken,
                                    de Waterschapskeur of de Verordening voor de fysieke
                                    leefomgeving Flevoland.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid en verontreiniging ontstaan bij het
                                    laden, lossen of vervoeren van stoffen of voorwerpen of bij
                                    andere werkzaamheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die gladheid en of verontreiniging op de weg veroorzaakt
                                    dient deze terstond bij gevaar voor de verkeersveiligheid of bij
                                    gevaar voor beschadiging van het wegdek te reinigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In overige gevallen ( iedere dag) na het beëindigen van de
                                    werkzaamheden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt is
                                    verplicht deze</al><lijst><li nr="a."><al>te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander
                                            herkenningsteken, en</al></li><li nr="b."><al>terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de
                                            omgeving van dat bedrijf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zich met een winkelwagentje op of aan de weg te
                                    bevinden op meer dan één kilometer van het bedrijf dat het
                                    winkelwagentje ter beschikking heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een
                                    openbare plaats achter te laten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid onder b bepaalde is niet van toepassing op
                                    situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder
                                of gevaar ontstaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, trottoirkolk, rioolput, brandkraan of een andere
                                afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen,
                                onzichtbaar te maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                                    duingebieden of binnen een afstand van dertig meter
                                    daarvan:</al><lijst><li nr="a."><al>te roken gedurende een door het college aangewezen
                                            periode;</al></li><li nr="b."><al>voor zover het de open lucht betreft, brandende of
                                            smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of
                                            te laten liggen;</al></li><li nr="c."><al>een vuur te stoken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verboden in het eerste lid zijn niet van toepassing op
                                    situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en
                                    onder 3, van het Wetboek van Strafrecht .</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden zijn voorts niet van toepassing voor zover het roken
                                    plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan, in afwijking van lid 1c, een plek aanwijzen
                                    waar het is toegestaan om een vuur te stoken. Het college kan
                                    hieraan nadere voorwaarden stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of
                                    (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze
                                    prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe
                                    voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,2
                                    meter boven dat gedeelte van de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet t.a.v.
                                    prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe
                                    voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 meter uit de
                                    uiterste boord van de weg, op van de weg af gerichte delen van
                                    een afscheiding zijn aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weg verstaan
                                    hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover artikel 5
                                    van de Wegenverkeerswet 1994 van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de
                                    Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                            beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                            verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren;</al></li><li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                            veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten
                                            te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige
                                            andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te
                                            belemmeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een ieder is verplicht op eerste vordering van een
                                    opsporingsambtenaar onmiddellijk het ijs te verlaten ter
                                    voorkoming van gevaar voor personen of goederen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek
                                    van Strafrecht of de Verordening voor de fysieke leefomgeving
                                    Flevoland.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen, niet zijnde filmvertoningen op
                                            een openbare plaats in de open lucht;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h,
                                            van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze
                                            verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen ;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze
                                            verordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                            weg;</al></li><li nr="e."><al>een straatfeest of buurtbarbecue op één dag (klein
                                            evenement).</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement,
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100
                                            personen;</al></li><li nr="b."><al>het evenement tussen 07.00 en 24.00 uur plaats
                                            vindt;</al></li><li nr="c."><al>geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of
                                            na 23.00 uur;</al></li><li nr="d."><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan,
                                            (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een
                                            belemmering vormt voor het verkeer en de
                                            hulpdiensten;</al></li><li nr="e."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een
                                            oppervlakte van minder dan 10 m2 per object;</al></li><li nr="f."><al>er een organisator is;</al></li><li nr="g."><al>de organisator ten minste tien werkdagen voorafgaand aan
                                            het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de
                                            burgemeester.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan binnen vijf dagen na ontvangst van de
                                    melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld
                                    in het tweede lid te verbieden, op gronden als genoemd in
                                    artikel 1:8.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op
                                    of aan de weg, voor zover in het geregeld onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare inrichting:</al></li><li nr="I."><al>een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria,
                                                snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis;</al></li></lijst></li></lijst><al>II. elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte
                                waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was
                                logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of
                                spijzen voor directe consumptie worden verstrekt of bereid;</al><lijst><li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare
                                        inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid
                                        kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen
                                        worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen
                                        worden bereid of verstrekt.</al><lijst><li nr="2."><al>Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een
                                                buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting
                                                liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan
                                                worden geboden en waar tegen vergoeding dranken
                                                kunnen worden geschonken of spijzen voor directe
                                                consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatievergunning openbare inrichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder
                                    vergunning van de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan de vergunning weigeren indien de vestiging
                                    of exploitatie van het openbare inrichting in strijd is met een
                                    geldend bestemmingsplan of voorbereidingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning
                                    geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet
                                    worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving
                                    van het openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare
                                    wijze nadelig wordt beïnvloed.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een vergunning kan worden geweigerd in het geval en onder de
                                    voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering
                                    integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voordat toepassing wordt gegeven aan het derde lid, kan het
                                    Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                    bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering
                                    integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een
                                    advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden
                                    gevraagd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich
                                    bevindt in:</al><lijst><li nr="a."><al>een winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                                            Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de
                                            openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de
                                            winkelactiviteit;</al></li><li nr="b."><al>een zorginstelling;</al></li><li nr="c."><al>een museum;</al></li><li nr="d."><al>een bedrijfs-, school- of sportkantine c.q.
                                            restaurant;</al></li><li nr="e."><al>een restaurant in een kerkelijke organisaties of –
                                            instellingen;</al></li><li nr="f."><al>horeca inrichtingen waarvoor een vergunning in het kader
                                            van de Drank- en Horecawet is vereist, de zogeheten
                                            ‘’natte’’ horeca.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De burgemeester kan op verzoek of ambtshalve vrijstelling van
                                    het verbod verlenen genoemd in het eerste lid aan een openbare
                                    inrichting, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>zich in de zes maanden voorafgaande van de
                                            inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten
                                            gepaard gaande met geweld, overlast op straat of
                                            drugsgebruik en – handel hebben voorgedaan in of bij de
                                            inrichting, dan wel</al></li><li nr="b."><al>De openbare inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt
                                            en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld
                                            in artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De vrijstelling kan worden ingetrokken wanneer zich een incident
                                    heeft voorgedaan als bedoeld in het zevende lid onder a.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van
                                    toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid en op de
                                    vrijstelling bedoeld in het vijfde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de exploitant van een paracommerciële instelling verboden
                                    deze voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in het
                                    horecabedrijf te laten verblijven tussen 02.00 uur en 06.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift
                                    andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijke
                                    instelling of een daartoe behorend terras.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voorzover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Wet
                                    milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</onderstreept> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><al>2.Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel
                                13b van de Opiumwet voorziet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Verboden gedragingen</titel></kop><al>Het is verboden in een openbare inrichting: </al><lijst><li nr="a."><al>De orde te verstoren;</al></li><li nr="b."><al>zich in een openbare inrichting te bevinden na sluitingstijd
                                        of gedurende de tijd dat het bedrijf krachtens artikel 2:29
                                        of ingevolge een op grond van artikel 2:30 genomen besluit
                                        gesloten dient te zijn;</al></li><li nr="c."><al>op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen
                                        die geen gebruik maken van het terras;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel in openbare inrichting</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand
                                gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de
                                Gemeentewet, treedt het college op als bevoegd bestuursorgaan voor
                                de toepassing van artikel 2:28 tot en met 2:30.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8A</nr><titel>bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                                drank- en horecawet</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34a</nr><titel>schenktijden paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Paracommerciële rechtspersonen die zich richten op
                                        activiteiten van sportieve aard verstrekken uitsluitend
                                        alcoholhoudende drank op:</al><lijst><li nr="a."><al>maandag tot en met vrijdag na 19 uur en tot 23
                                                uur;</al></li><li nr="b."><al>zaterdag na 14 uur en tot 23 uur; en</al></li><li nr="c."><al>zondag na 12 uur en tot 19 uur.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor zover er bij paracommerciële rechtspersonen als bedoeld
                                        in het eerste lid verenigings- of wedstrijdactiviteiten
                                        plaatsvinden die eindigen tijdens het laatste uur vóór het
                                        verlopen of na afloop van de in dat lid genoemde
                                        schenktijden, is het deze paracommerciële rechtspersonen
                                        toegestaan, in aanvulling op de schenktijden genoemd in dat
                                        lid, alcoholhoudende drank te verstrekken tot één uur na
                                        beëindiging van deze activiteiten.</al></li><li nr="3."><al>Paracommerciële rechtspersonen waarbij het faciliteren van
                                        sociale interactie direct voortvloeit uit de doelstellingen,
                                        zoals studentenverenigingen, studentensportverenigingen en
                                        dorpshuizen, verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank
                                        na 06.00 uur en tot 02.00 uur daaraanvolgend.</al></li></lijst><al>Overige paracommerciële rechtspersonen verstrekken uitsluitend
                                alcoholhoudende drank gedurende de periode beginnende met één uur
                                voor aanvang en eindigende met één uur na beëindiging van
                                activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving van de
                                desbetreffende paracommerciële rechtspersoon.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34b</nr><titel>bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><al>Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende
                                drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten
                                die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de
                                activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn
                                wanneer dit leidt tot oneerlijke mededinging.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>c, d, e</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34f</nr><titel>verbod happy hours</titel></kop><al>Ter bescherming van de volksgezondheid en in het belang van de
                                openbare orde is het verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet
                                alcoholhoudende dranken te verstrekken voor gebruik ter plaatse
                                tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is
                                dan 60% van de prijs die in de desbetreffende horecalokaliteit op of
                                het desbetreffende terras gewoonlijk wordt gevraagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34g</nr><titel>Verbod verstrekking sterke drank paracommerciële
                                    rechtspersoon</titel></kop><al>1 Het is verboden sterke drank te verstrekken in een
                                inrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>waarin of in een onderdeel waarvan uitsluitend of in
                                        hoofdzaak geringe eetwaren, zoals belegde broodjes, patates
                                        frites en kroketten, worden verkocht;</al></li><li nr="b."><al>die uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt voor het
                                        geven van onderwijs;</al></li><li nr="c."><al>die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in
                                        gebruik is bij jeugdorganisaties of –instellingen;</al></li><li nr="d."><al>die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in
                                        gebruik is bij sportorganisaties of -instellingen;</al></li><li nr="e."><al>die of waarvan een onderdeel in gebruik is als wachtruimte
                                        voor passagiers van een openbaar vervoerbedrijf;</al></li><li nr="f."><al>die gelegen is op een kampeer- of een terrein bestemd voor
                                        dagrecreatie;</al></li><li nr="g."><al>die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in
                                        gebruik is bij culturele, geestelijke of maatschappelijke
                                        instellingen;</al></li><li nr="h."><al>die in gebruik is als kantine, clubhuis of sociëteit, niet
                                        zijnde een bejaardensociëteit.</al><lijst><li nr="2."><al>De burgemeester kan een ontheffing verlenen van het
                                                in het eerste lid genoemde verbod.</al></li><li nr="3."><al>Het in eerste lid genoemde verbod geldt niet voor
                                                paracommerciële rechtspersonen waarvan de minimale
                                                leeftijd van de leden reglementair en feitelijk
                                                minimaal 50 jaar is.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die
                                inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, dag van aankomst en de dag van
                                vertrek te verstrekken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10.</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder speelgelegenheid verstaan: een voor
                                    het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in
                                    een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt
                                    geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld
                                    inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                            eerste lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen
                                            vergunning is verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Veiligheid en
                                            Justitie of de Kamer van Koophandel bevoegd is
                                            vergunning te verlenen; en</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om
                                            het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet
                                            op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op
                                            speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op
                                            de kansspelen, of de handeling als in artikel l, onder
                                            a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al><lijst><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                            woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                            speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare
                                            wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van
                                            de speelgelegenheid; of</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd
                                            is met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Kansspelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="b."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                            onder c. van de Wet;</al></li><li nr="c."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder d, van de Wet;</al></li><li nr="d."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder e, van de Wet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten
                                    toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet
                                    toegestaan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11.</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een
                                    krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een
                                    niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of
                                    dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester een
                                    krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet
                                    voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat
                                    lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of
                                    bij dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                    is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de openbare weg of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf de openbare weg zichtbaar is te
                                    bekrassen of te bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare weg of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf de openbare weg zichtbaar is:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                            wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een
                                            afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                            doen aanbrengen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of bij
                                    zich te hebben, te allen tijde, enig aanplakbiljet, aanplakdoek,
                                    kalk, teer, kleur of verfstof of verfgereedschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekers/diefstal werktuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is, te allen tijde, verboden op een openbare weg
                                        inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing indien de genoemde
                                        gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of
                                        niet zijn bestemd voor de in het eerste lid bedoelde
                                        handelingen.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden op een openbare plaats voorwerpen bij zich
                                        te hebben of kledingstukken te dragen die er kennelijk voor
                                        zijn toegerust het plegen van winkeldiefstallen te
                                        vergemakkelijken.</al></li><li nr="4."><al>Het in derde lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        indien redelijkerwijs kan worden</al></li></lijst><al>aangenomen dat de in dat lid bedoelde voorwerp of kledingstuk niet
                                bestemd is voor de in dat lid bedoelde handelingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is, verboden zonder
                                    ontheffing van het college, zonder daartoe bevoegd te zijn, zich
                                    te bevinden buiten wegen of paden, die liggen in/op voor publiek
                                    toegankelijke parken, wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken
                                    of grasperken dan wel in/tussen aanplantingen, bloemperken,
                                    heester- of struikgewassen, die op of aan de weg liggen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden schade
                                    toe te brengen aan bomen, heesters, bloemen of grasperken in een
                                    park, een bos of op andere dergelijke plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                    rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant
                                    van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs
                                    wordt vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het 1e lid gestelde verbod geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Verordening voor de fysieke
                                    leefomgeving Flevoland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats:</al><lijst><li nr="a."><al>te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument,
                                            overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid,
                                            voertuig, hek, omheining of andere afsluiting,
                                            verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers
                                            of aan bewoners van nabij die openbare plaats gelegen
                                            woningen onnodig overlast of hinder veroorzaakt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op te houden op een
                                    bij een schoolgebouw of speelterrein behorend terrein tussen
                                    22.00 en 7.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door artikel 424 , 426bis of 431 van het Wetboek van
                                    Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik en glasoverlast</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben
                                    bereikt verboden op een openbare plaats, op het openbaar water
                                    of in een voor het publiek toegankelijk gebouw, alcoholhoudende
                                    dranken te nuttigen of in aangebroken flessen, blikjes en
                                    dergelijke bij zich te hebben indien dit gepaard gaat met gedrag
                                    dat de openbare orde verstoort, het woon- en leefklimaat aantast
                                    of dit anderszins overlast veroorzaakt of indien hiervoor
                                    gerechtvaardigde vrees bestaat.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben
                                    bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                    een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                    gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel
                                            35 van de Drank en Horecawet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een
                                    door het college aangewezen gebied, tijdens een door het college
                                    aangewezen periode, glaswerk zoals, al dan niet aangebroken
                                    flessen, glazen e.d. bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in het vierde lid geldt niet voor glaswerk dat
                                    zodanig is verpakt dat het niet voor onmiddellijk gebruik kan
                                    worden aangewend.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Onder glaswerk als bedoeld in dit artikel wordt verstaan alle
                                    glassoorten die in scherven uiteen kunnen vallen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van zo'n gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen
                                uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een
                                door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een
                                markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden
                                wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers
                                van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden en verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond
                                            aangelijnd is;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide;</al></li><li nr="c."><al>op een andere, door het college aangewezen plaats;</al></li><li nr="d."><al>op de weg zonder dat de hond is voorzien van een
                                            halsband, tatoeage of chip of een ander
                                            identificatiemerk, die de eigenaar of houder van de hond
                                            duidelijk doet kennen</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor door het
                                    college aan te wijzen plaatsen of voor eigenaren /houders van
                                    een hond die een gebiedsontheffing door het college kunnen
                                    tonen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a, b en c gelden
                                    niet voor zover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege
                                    zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden of als een
                                    eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd
                                    opleidt tot geleidehond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is
                                    verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond
                                    onmiddellijk worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan, betreffende het verbod genoemd in het eerste
                                    lid, ontheffing verlenen wegens zwaarwegend persoonlijk
                                    belang.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door
                                    het college aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een hond die zich met de hond op of
                                    aan de weg bevindt, heeft een deugdelijk middel bij zich dat
                                    bestemd is voor het verwijderen van de uitwerpselen en toont dit
                                    middel op eerste vordering van een opsporingsambtenaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58a</nr><titel>Verontreiniging door paarden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigenaar, houder of verzorger die zich met een paard op een
                                    openbare plaats begeeft, is verplicht ervoor te zorgen dat de
                                    uitwerpselen van dat paard onmiddellijk worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De eigenaar, houder of verzorger die zich met een paard op een
                                    openbare plaats begeeft is verplicht;</al><lijst><li nr="a."><al>materiaal bij zich te hebben geschikt voor de
                                            verwijdering van de uitwerpselen van dat paard; en</al></li><li nr="b."><al>dit materiaal op verzoek van een toezichthoudend
                                            ambtenaar te laten zien.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door
                                    het college aangewezen plaatsen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college een hond in verband met zijn gedrag
                                    gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van
                                    die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod
                                    opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare
                                    plaats of op het terrein van een ander.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is
                                    de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte,
                                    gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht
                                    is de hond voorzien te houden van een muilkorf die:</al><lijst><li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of
                                            van beide stoffen;</al></li><li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond de
                                            hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van
                                            de mens niet mogelijk is; en</al></li><li nr="c."><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de
                                            afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van
                                            de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf
                                            aanwezig zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder d,
                                    dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn
                                    van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek
                                    identificatienummer door middel van een microchip die met een
                                    chipreader afleesbaar is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke
                                    dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer plaatsen aanwijzen waar het ter voorkoming of
                                    opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid
                                    verboden is daarbij aangeduide dieren:</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door het college gestelde regels;</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven; of</al></li><li nr="d."><al>te voeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een plaats die een krachtens het eerste lid is
                                    aangewezen, ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld
                                    in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg liggend
                                weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een
                                deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige
                                maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan
                                bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de
                                weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om
                                geld of andere zaken. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12.</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: een handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te
                                    nemen:</al><lijst><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                            goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen – voor
                                            zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het
                                            goed;</al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht
                                            van het goed; en</al></li><li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                            verkregen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van
                                    Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>De burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                        stellen:</al><lijst><li nr="1."><al>Dat hij het beroep van handelaar uitoefent met
                                                vermelding van zijn woonadres en het adres van de
                                                bij zijn onderneming behorende vestiging;</al></li><li nr="2."><al>Van een verandering van de onder a, sub 1, bedoelde
                                                adressen;</al></li><li nr="3."><al>Dat hij het beroep van handelaar niet langer
                                                uitoefent;</al></li><li nr="4."><al>Dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs
                                                van een misdrijf afkomstig is of voor de
                                                rechthebbende verloren is gegaan;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>De burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven;</al></li><li nr="c."><al>Aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                        zichtbaar zijn;</al></li><li nr="d."><al>Een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste zeven
                                        werkdagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13.</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: hetgeen
                                daaronder wordt verstaan in het Besluit van 22 januari 2002,
                                houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en
                                professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of
                                    nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan
                                    wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder
                                    een vergunning van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan
                                    veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden bedoeld in het eerste en tweede lid zijn niet van
                                    toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429,
                                    aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73a</nr><titel>Carbidschieten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden carbidgas tot ontploffing te brengen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet van 31 december
                                    10.00 uur tot 1 januari 02.00 uur daaraanvolgend, op door het
                                    college aangewezen gebieden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan, aan het gestelde in lid 2, nadere voorwaarden
                                    stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73b</nr><titel>Carbidbussen meevoeren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats een vat, bus of ander
                                    voorwerp dat er kennelijk toe dient om carbidgas tot ontploffing
                                    te brengen, te vervoeren of onder zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet van 31 december
                                    10.00 uur tot 1 januari 02.00 uur.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14.</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74a</nr><titel>Openlijk drugsgebruik</titel></kop><al>Het is verboden op of aan de weg, op een andere voor publiek
                                toegankelijke plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw
                                middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of
                                daarop gelijkende waar te gebruiken, indien dit gepaard gaat met
                                gedrag dat de openbare orde verstoort, het woon- en leefklimaat
                                aantast of overlast veroorzaakt of indien hiervoor gerechtvaardigde
                                vrees bestaat.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15.</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, preventief fouilleren,
                                veiligheidsrisicogebieden, cameratoezicht op openbare plaatsen en
                                gebiedsontzegging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet
                                besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen
                                groepen van personen op een door hem aangewezen weg indien deze
                                personen het bepaalde in artikel 2.1 van de Algemene plaatselijke
                                verordening groepsgewijs niet naleven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Preventief fouilleren / Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door onder andere de
                                aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het
                                ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen
                                voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven,
                                aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare wegen</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet
                                besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur
                                ten behoeve van het toezicht op een openbare weg. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:78</nr><titel>Gebiedsontzeggingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het
                                    voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken
                                    van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van
                                    personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een
                                    persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende
                                    handelingen verrichten een bevel geven zich gedurende ten
                                    hoogste 48 uur niet in een of meer bepaalde delen van de
                                    gemeente op een openbare plaats op te houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de
                                    burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel
                                    als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare
                                    feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een
                                    bevel geven zich gedurende ten hoogste acht weken niet in een of
                                    meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te
                                    houden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een bevel krachtens het tweede lid kan slechts worden gegeven
                                    als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling
                                    binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op
                                    grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid gestelde
                                    bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke
                                    omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De
                                    burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van
                                    een bevel.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE e.d.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot
                                        vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                                        bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel
                                        uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                                is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van
                                                artikel 6.2 van deze verordening;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de
                                                seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk
                                                is.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening de bevoegdheden zoals genoemd in dit hoofdstuk
                                nadere regels vaststellen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en c. de aard van
                                            de seksinrichting of het escortbedrijf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De exploitant en de beheerder:</al><lijst><li nr="a."><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de
                                                ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
                                                en</al></li><li nr="c."><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar
                                                bereikt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant
                                        en de beheerder niet:</al><lijst><li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                                Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst
                                                of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek
                                                van Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk
                                                veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf
                                                van zes maanden of meer door de rechter in
                                                Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel
                                                door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor
                                                naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige
                                                hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het
                                                Wetboek van Strafvordering is toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                                rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld
                                                tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of
                                                meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in
                                                artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van
                                                Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding
                                                van:</al></li></lijst></li></lijst><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de
                                Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen;</al><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249,
                                252, 250a (oud), 273f, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426,
                                429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht;</al><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8
                                of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;</al><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de
                                kansspelen;</al><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al><lijst><li nr="3."><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt
                                        gelijk gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                                artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van
                                                Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                                Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de
                                                geldsom minder dan 375 euro bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een
                                                voorwaardelijke straf.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid,
                                        wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend
                                                vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                                vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend
                                                vanaf de datum van de intrekking van deze
                                                vergunning.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                        geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting
                                        of escortbedrijf die voor ten minste een maand door het
                                        bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de
                                        vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, is
                                        ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen
                                        verwijt treft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven
                                    tussen 02.00 uur en 06.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een voorschrift
                                    als bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                    andere sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste
                                    lid, gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet
                                    voorzover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door
                                    de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk
                                    kan het bevoegd bestuursorgaan:</al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of
                                            tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                            bevelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het
                                    eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig
                                    artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                                            geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven
                                            tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke
                                            vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX
                                            (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                            Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en
                                            munitie; en</al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                            vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of
                                        op andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit
                                        te nodigen dan wel aan te lokken:</al><lijst><li nr="a."><al>op of aan andere dan door het college aangewezen
                                                wegen of gebieden;</al></li><li nr="b."><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde
                                                tijden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid
                                        gestelde verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden
                                        gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te
                                        verwijderen.</al></li><li nr="3."><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde
                                        belangen kan door politieambtenaren aan personen die zich
                                        bevinden op de wegen en gedurende de tijden bedoeld in het
                                        eerste lid, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in
                                        een bepaalde richting te verwijderen.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:13,
                                        tweede lid, genoemde belangen personen aan wie ten minste
                                        eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid
                                        bij besluit verbieden zich gedurende een bepaalde termijn,
                                        anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden
                                        op of aan de wegen en op de tijden bedoeld in het eerste
                                        lid.</al></li></lijst><al> 5. De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod
                                indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                betrokkene noodzakelijk is.</al><al>6.Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende
                                            heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen,
                                            aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving in gevaar brengt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                            bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Beslissingstermijn; weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1:2 lid 1 neemt het bevoegd
                                    bestuursorgaan het besluit op de aanvraag om vergunning bedoeld
                                    in artikel 3:4, eerste lid, binnen twaalf weken na de dag waarop
                                    de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1:2 lid 2 kan het bevoegd
                                    bestuursorgaan zijn besluit voor ten hoogste twaalf weken
                                    verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                            artikel 3:5 gestelde eisen;</al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of
                                            het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                            bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of
                                            leefmilieuverordening;</al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                            strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht
                                            of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen
                                            of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, dan wel de aanwijzing of vaststelling
                                    bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, worden geweigerd in het
                                    belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al>het woon- en leefklimaat;</al></li><li nr="d."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="e."><al>de verkeersveiligheid of verkeersveiligheid;</al></li><li nr="f."><al>de gezondheid of zedelijkheid;</al></li><li nr="g."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder g, het
                                    beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de
                                    feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan
                                    het bevoegd bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:16</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het exploiteren van een bestaande seksinrichting of
                                    escortbedrijf is het gestelde in artikel 3:4, eerste lid, niet
                                    van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>gedurende acht weken na het in werking treden
                                            daarvan;</al></li><li nr="b."><al>na afloop van de onder a gestelde termijn, indien de
                                            exploitant binnen deze termijn een aanvraag om
                                            vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, heeft
                                            ingediend, totdat op die aanvraag door het bevoegd
                                            bestuursorgaan een besluit is genomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gedurende de periode bedoeld in het eerste lid, kan het bevoegd
                                    bestuursorgaan met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid,
                                    genoemde belangen de exploitant aanschrijven tot het treffen van
                                    in die aanschrijving vermelde voorzieningen.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: Activiteitenbesluit milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al>geluidgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet
                                    voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                    festiviteiten in de daarbij aangewezen gebieden gedurende de
                                    daarbij aangewezen dagen respectievelijk dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148,
                                    eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college
                                    per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten in de
                                    daarbij aangewezen gebieden gedurende de daarbij aangewezen
                                    dagen respectievelijk dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing tenminste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Tijdens een collectieve festiviteit mag het langtijdgemiddelde
                                    beoordelingsniveau (LAr,LT) als gevolg van de inrichting,
                                    gemeten invallend op de gevel van geluidgevoelige gebouwen, niet
                                    meer bedragen dan 75 dB(A). Toeslagen voor de aard van het
                                    geluid, de meteocorrectieterm en de bedrijfsduurcorrectieterm
                                    worden buiten beschouwing gelaten.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Tijdens een collectieve festiviteit mag het langtijdgemiddelde
                                    beoordelingsniveau (LAr,LT) als gevolg van de inrichting,
                                    gemeten binnen in- of aanpandige woningen van derden, niet meer
                                    bedragen dan 60 dB(A). Toeslagen voor de aard van het geluid en
                                    de bedrijfsduurcorrectieterm worden buiten beschouwing
                                    gelaten.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De geluidswaarde bedoeld in het vijfde en zesde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore
                                    brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel
                                    4:5 van deze verordening – pas na 11.00 uur plaats te vinden en
                                    uiterlijk om 24.00 uur te worden beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Het college kan afwijken van de geluidsnormen genoemd in lid 5
                                    en 6 en het in lid 8 genoemde tijdstip.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal vier incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van
                                    toepassing zijn mits de houder van de inrichting ten minste twee
                                    weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in
                                    kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal vier
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    3.148 lid 1 van het Besluit niet van toepassing is mits de
                                    houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang
                                    van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Tijdens een incidentele festiviteit mag het langtijdgemiddelde
                                    beoordelingsniveau (LAr,LT) als gevolg van de inrichting,
                                    gemeten invallend op de gevel van gevoelige gebouwen, niet meer
                                    bedragen dan 60 dB(A). Toeslagen voor de aard van het geluid, de
                                    meteocorrectieterm en de bedrijfsduurcorrectieterm worden buiten
                                    beschouwing gelaten.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Tijdens een incidentele festiviteit mag het langtijdgemiddelde
                                    beoordelingsniveau (LAr,LT) als gevolg van de inrichting,
                                    gemeten binnen in- of aanpandige woningen van derden, niet meer
                                    bedragen dan 50 dB(A). Toeslagen voor de aard van het geluid en
                                    de bedrijfsduurcorrectieterm worden buiten beschouwing
                                    gelaten.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde en zevende lid is
                                    inclusief onversterkte muziek.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore
                                    brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel
                                    4:5 van deze verordening - pas na 11.00 uur gestart en uiterlijk
                                    om 24.00 uur beëindigd. In afwijking hiervan mag voor een
                                    festiviteit die aanvangt op een vrijdag of een zaterdag een
                                    eindtijd aangehouden worden van uiterlijk 01.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>De geluidsnorm als bedoeld in het zesde en zevende lid geldt
                                    voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                    buitenruimte. Voor het ten gehore brengen van muziek in de
                                    buitenruimte van de inrichting zijn de nadere regels als bedoeld
                                    in artikel 2:25 van deze verordening van toepassing voor zover
                                    het betreft de geluidsnorm, de tijden waarop muziek ten gehore
                                    mag worden gebracht en de frequentie van deze festiviteit.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals
                                        bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid
                                        van het Besluit binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen
                                        tabel van toepassing, met dien verstande dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of
                                                aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de
                                                gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen
                                                toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren
                                                of doen uitvoeren van geluidsmetingen;</al></li><li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook
                                                gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het
                                                terrein;</al></li><li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen,
                                                voor zover het woningen betreft, gelden in
                                                geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten;</al></li><li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld
                                                in de tabel wordt geen bedrijfsduurcorrectie
                                                toegepast.</al></li><li nr="e."><al>Tabel</al></li></lijst></li></lijst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="34*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="23*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="21*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="23*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>7.00 – 19.00 uur</al></entry><entry colname="col3"><al>19.00– 23.00 uur</al></entry><entry colname="col4"><al>23.00 – 7.00 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>45 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>40 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>35 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>30 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>25 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>70 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>65 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>60 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>55 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>45 dB(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="2."><al>Voor de duur van vier uur in de week is onversterkte muziek,
                                        vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals onder
                                        andere orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een
                                        inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd
                                        van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. Indien
                                        versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte
                                        elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte
                                        muziek en is het Besluit van toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en
                                        incidentele festiviteiten als bedoeld in artikel 4:2 of
                                        artikel 4:3 van deze verordening.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan afwijken van de geluidsnormen genoemd in lid
                                        1 en het in lid 2 genoemde tijdsduur.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten in
                                    werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige
                                    wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder
                                    wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, Wet
                                    milieubeheer, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het
                                    Vuurwerkbesluit of de Verordening voor de fysieke leefomgeving
                                    Flevoland.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6a</nr><titel>(Geluid)hinder in de openlucht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer in de openlucht een geluidsapparaat, een
                                    (recreatie)toestel of een (bouw)machine in werking te hebben op
                                    een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de
                                    omgeving (geluid)hinder wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing
                                    verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan terreinen of wateren aanwijzen, waar het verbod,
                                    vervat in het eerste lid, niet van toepassing is op het in
                                    werking hebben van bepaalde in de aanwijzing aangewezen
                                    categorieën van geluidsapparaten, (recreatie)toestellen of
                                    (bouw)machines, voor zover wordt voldaan aan de door het college
                                    vast te stellen voorschriften ter voorkoming of beperking van
                                    (geluid)hinder.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het derde lid bedoelde voorschriften kunnen onder meer
                                    betreffen:</al><lijst><li nr="a."><al>het maximale geluidsniveau;</al></li><li nr="b."><al>de situering van geluidsbronnen;</al></li><li nr="c."><al>de frequentie en tijden van gebruik.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6b</nr><titel>(Geluid)hinder door dieren</titel></kop><al>Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer
                                de zorg heeft voor een dier, moet door voorzorgsmaatregelen die van
                                hem / haar worden verwacht, voorkomen dat dit dier voor een
                                omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder
                                veroorzaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6c</nr><titel>(Geluid)hinder door bromfietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                milieubeheer zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te
                                gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de
                                omgeving (geluid)hinder ontstaat.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is eenieder verboden binnen de bebouwde kom op een openbare
                                plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde
                                plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer
                                            bomen;</al></li><li nr="b."><al>hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld,
                                            opnieuw op de stronk uitlopen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met
                                    inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen
                                    die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van
                                    houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de
                                    houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld op
                                    de lijst vermeld op bijlage 1 (Bomenlijst).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning kan worden geweigerd op grond van:</al><lijst><li nr="a."><al>de natuurwaarde van de houtopstand;</al></li><li nr="b."><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="c."><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en
                                            dorpsschoon;</al></li><li nr="d."><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="e."><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="f."><al>de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Vergunning van rechtswege</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12a</nr><titel>Afstand beplanting</titel></kop><al>De afstand als bedoeld in artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek
                                bedraagt voor bomen 0,50 m en voor heesters nihil.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter
                                    voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van
                                    schade aan de openbare gezondheid, kan het college plaatsen
                                    aanwijzen die buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg zijn gelegen,
                                    waar het verboden is de volgende voorwerpen of stoffen op te
                                    slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:</al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of
                                            onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
                                            hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                            anderszins voor een commercieel doel; of</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van
                                            vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
                                            ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
                                            metalen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of
                                    krachtens de Verordening voor de fysieke leefomgeving
                                    Flevoland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                    maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging
                                    of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of
                                    ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Vergunningsplicht (licht)reclame / verwijsborden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak alsmede de
                                        hoofdgebruiker van die zaak verboden zonder vergunning van
                                        het college deze zaak of een daarop aanwezige zaak te
                                        gebruiken of het gebruik daarvan toe te laten voor het maken
                                        van handelsreclame met behulp van een opschrift,
                                        aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf
                                        de weg of vanaf een andere voor het publiek toegankelijke
                                        plaats zichtbaar is.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet ten aanzien van:</al><lijst><li nr="a."><al>opschriften, aankondigingen en afbeeldingen in het
                                                inwendig gedeelte van een onroerende zaak;</al></li><li nr="b."><al>opschriften en aankondigingen op zuilen, borden,
                                                muren of andere constructies, aangewezen door de
                                                overheid;</al></li><li nr="c."><al>opschriften en aankondigingen betrekking hebbend
                                                op:</al><lijst><li nr="-"><al>openbare verkoping, aanbiedingen ter verkoop,
                                                  verhuur of verpachting van een</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><al> onroerende zaak voor zolang zij feitelijke betekenis hebben;</al><al>-het beroep, de dienst, of het bedrijf dat in of op de onroerende
                                zaak wordt uitgeoefend</al><al>of waarvoor die zaak is bestemd, zomede op naamborden;</al><lijst><li nr="d."><al>opschriften betrekking hebbend op de naam of aard van in
                                        uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die
                                        bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken
                                        zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij
                                        of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf en niet
                                        verlicht zijn, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis
                                        hebben;</al></li><li nr="e."><al>opschriften en aankondigingen aan gebouwen en inrichtingen
                                        van openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten
                                        dienste van dat vervoer;</al></li><li nr="f."><al>opschriften en aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard,
                                        voor zolang zij feitelijke</al></li></lijst><al>betekenis hebben, mits van het aanbrengen ervan tevoren door of
                                vanwege de rechthebbende of de hoofdgebruiker van de onroerende zaak
                                schriftelijk kennisgeving </al><al>is gedaan aan het college en het college niet binnen twee weken na
                                ontvangst van die</al><al>kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken. Zodanige
                                opschriften en</al><al>aankondigingen worden geacht hun tijdelijk karakter te hebben
                                verloren, wanneer deze</al><al>gedurende meer dan 9 weken op de onroerende zaak aanwezig zijn.</al><lijst><li nr="3."><al>Het college kan nadere beleidsregels m.b.t. de plaatsing van
                                        (licht)reclame/ verwijsborden opstellen.</al></li><li nr="4."><al>(Licht)reclame / verwijsborden dienen te voldoen aan
                                        redelijke eisen van Welstand.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de
                                zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is
                                dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf (tussen
                                    23.00 uur en 07.00 uur) kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst
                                    te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het
                                    bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een
                                    voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik voor maximaal een week door de rechthebbende op
                                    een terrein. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het
                                    verbod als bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van de bescherming van natuur en
                                    landschap.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van het tweede
                                    lid.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel
                                    4:18, eerste lid niet van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het
                                        Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) .</al></li><li nr="b."><al>van een parkeerexces is sprake als het gaat om excessief
                                        gebruik van de weg, strijdig met de bestemming die de weg
                                        heeft in brede zin van het woord.</al></li></lijst><al>c stilstaan: op een zodanige wijze waardoor op de weg gevaar
                                wordt/kan worden veroorzaakt, dan wel het verkeer wordt/kan worden
                                gehinderd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                    verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                            lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                            personen tegen betaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                            worden verricht die in totaal niet meer dan een uur
                                            vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en
                                            gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde
                                            lid bedoelde persoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                            toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel
                                            met een straal van 25 meter met als middelpunt een van
                                            deze voertuigen;</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                    voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                    bieden of te verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al><lijst><li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen
                                            of te hebben op een openbare plaats in de gemeente
                                            Dronten;</al></li><li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren,
                                            waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het
                                            uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste
                                    lid, aanhef en onder a.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de
                                    Provinciale landschapsverordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente. Het verbod geldt niet van maandag tot
                                    en met vrijdag van 08.00 uur tot 18.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte. Het verbod geldt niet van maandag tot en met
                                    vrijdag van 08.00 uur tot 18.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet gedurende de
                                    tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het uitvoeren van
                                    werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter
                                    plaatse noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op
                                    campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover
                                    deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op
                                    de weg worden geplaatst of gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig op de weg te parkeren bij een voor
                                    bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige
                                    wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers
                                    vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen
                                    anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of
                                    plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                    groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                            door of vanwege de overheid; en</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen
                                            op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan gebieden aanwijzen waar het in het belang
                                        van het uiterlijke aanzien van de gemeente, ter voorkoming
                                        of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan
                                        de openbare gezondheid, verboden is fietsen of bromfietsen
                                        onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te
                                        laten staan.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden om een motorvoertuig, bromfiets of fiets op
                                        of aan de weg te laten staan, anders dan deugdelijk
                                        afgesloten of onder behoorlijk toezicht</al></li></lijst><al> 3 Het is verboden om voertuigen langer dan een door het college
                                vastgestelde periode op een openbare plaats te laten staan.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een inzameling die in besloten
                                    kring gehouden wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Tevens is geen vergunning vereist voor instellingen die zijn
                                    vermeld op het landelijke collecterooster van het Centraal
                                    Bureau Fondsenwerving en die geld of goederen inzamelen in de
                                    aan hen door het Centraal Bureau Fondsenwerving toegewezen
                                    periode. Voor deze instellingen gelden wel de algemene regels
                                    zoals opgenomen in lid 6 van dit artikel.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Verder is geen vergunning vereist, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling niet langer duurt dan 1 dag;</al></li><li nr="b."><al>per dorpskern niet meer dan twee inzamelingen zijn
                                            gemeld voor die dag;</al></li><li nr="c."><al>de inzameling betrekking heeft op een lokaal goed doel
                                            of wordt georganiseerd door een inwoner of lokale
                                            organisatie;</al></li><li nr="d."><al>de organisator ten minste tien werkdagen voorafgaand aan
                                            de inzameling daarvan melding heeft gedaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij een inzameling gelden, zowel in geval van een vergunning als
                                    in het geval van een melding de volgende regels, :</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling vindt plaats tussen 08.00 en 21.00
                                            uur;</al></li><li nr="b."><al>de inzameling vindt niet plaats op zon- en
                                            feestdagen;</al></li><li nr="c."><al>de collectanten zijn minimaal 16 jaar oud;</al></li><li nr="d."><al>de collectanten dragen zichtbaar een legitimatiebewijs
                                            met hun naam;</al></li><li nr="e."><al>inzamelingen die zijn afgedaan met een melding
                                            verstrekken het college na afloop van de inzameling een
                                            verslag van de opbrengst van de inzameling;</al></li><li nr="f."><al>het college kan in het kader van de inzameling
                                            beperkingen opleggen ten aanzien plaats en tijd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in
                                    de open lucht gelegen plaats of aan huis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen in het kader van de
                                            exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van
                                            de Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op
                                            jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of artikel
                                            5:22;</al></li><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op een
                                            standplaats als bedoeld in artikel 5:17.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden te
                                    venten op zondagen en maandag t/m zaterdag tussen 19.00 en 08.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod bedoeld in artikel 5:15, eerste lid is niet van
                                    toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken
                                    waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in
                                    artikel 7, eerste lid, van de Grondwet .</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting bedoeld in het
                                    eerste lid beperken door het venten te verbieden:</al><lijst><li nr="a."><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen;
                                            of</al></li><li nr="b."><al>voor bepaalde dagen en uren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het tweede
                                    lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                    diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen,
                                    zoals een kraam, een wagen of een tafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld
                                            in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                            Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                            2:24.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand;</al></li><li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                            gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs
                                            te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning
                                            voor een standplaats voor het verkopen van goederen een
                                            redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse
                                            in gevaar komt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Verordening voor de fysieke
                                    leefomgeving Flevoland.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt
                                    niet voor bouwwerken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23a</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>ligplaats: plaats die ingericht is om schepen te doen
                                            afmeren;</al></li><li nr="b."><al>vaartuig, een voorwerp, dat bestemd of ingericht is,
                                            voor het vervoer over water, van personen en/of
                                            goederen, dan wel een drijvend werktuig of
                                            woonschip.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien
                                    dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                    bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan
                                    dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                    voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar
                                    water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een
                                    melding aan het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de
                                    Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de
                                    Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening of het bepaalde
                                    bij of krachtens de Telecommunicatiewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op openbaar water in de gemeente Dronten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod op het innemen van een ligplaats is niet van
                                    toepassing op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op krachtens het
                                    tweede lid aangewezen gedeelten van openbaar water:</al><lijst><li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                            orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het
                                            aanzien van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal
                                            vaartuigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Verordening voor
                                    de fysieke leefomgeving Flevoland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de
                                    Waterwet, de Verordening voor de fysieke leefomgeving
                                    Flevoland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid
                                bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27a</nr><titel>Afmeren anders dan bij een aangewezen ligplaats door middel
                                    van</titel></kop><al><vet>stilliggen, ankeren, meren, of op enigerlei andere wijze met de
                                    vaste grond verbinden van een vaartuig</vet></al><lijst><li nr="1."><al>het is verboden om langer dan drie dagen aan één af te meren
                                        op dezelfde locatie, anders dan op een door het college
                                        aangewezen ligplaats.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan nadere regels stellen omtrent het afmeren
                                        anders dan op een door het college aangewezen
                                        ligplaats.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan gebieden aanwijzen waar het niet toegestaan
                                        is om af te meren (anders dan op een door het college
                                        aangewezen ligplaats).</al></li><li nr="4."><al>Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op
                                        situaties waarin wordt voorzien door het
                                        Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Verordening
                                        voor de fysieke leefomgeving Flevoland.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken,
                                    wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing,
                                    bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen,
                                    aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Verordening voor
                                    de fysieke leefomgeving Flevoland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de
                                    Verordening voor de fysieke leefomgeving Flevoland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter
                                    voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te
                                    houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel
                                    een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel
                                    daartoe aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarop het verbod niet van
                                    toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik
                                    van deze terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de
                                            in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van
                                            het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit
                                    geluidproductie sportmotoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarop het verbod in het
                                    eerste lid niet van toepassing is. Het kan daarbij regels
                                    stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen in het
                                    belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van natuur- of milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>de veiligheid van het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                    motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden:</al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                            hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                            lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
                                            door de bevoegde minister aangewezen
                                            hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                            exploitatie van de terreinen als in het eerste lid
                                            bedoeld;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                            wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van
                                            percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het
                                            eerste lid bedoeld;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                            verzorging van de onder d bedoelde personen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van
                                    toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid
                                            bedoelde gebieden of terreinen;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Verordening voor de
                                            fysieke leefomgeving Flevoland aangewezen stiltegebieden
                                            ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die
                                            verordening zijn aangewezen als 'toestel'.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                        buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                        anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voorzover het betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                                dergelijke;</al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                                geen afvalstoffen worden verbrand;</al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden,</al></li></lijst></li></lijst><al>voorzover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving
                                oplevert.</al><lijst><li nr="3."><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                        worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></li><li nr="5."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover
                                        in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429,
                                        aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de
                                        Verordening voor de fysieke leefomgeving Flevoland.</al></li><li nr="6."><al>Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf
                                        4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                        toepassing.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al><lijst><li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li><li nr="b."><al>de gemeentelijke begraafplaats, met uitzondering van de
                                            daartoe door het college aangewezen plaats(en).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:1, 2:6,
                                2:10 tot en met 2:12; 2:14, 2:16 tot en met 2:18, 2:21, 2:23, 2:25,
                                2:26, 2:28 tot en met 2:33, 2:36, 2:38, 2:39, 2:41 tot en met 2:44,
                                2:46 tot en met 2:52, 2:57 tot en met 2:60, 2:62, 2:73 tot en met
                                2:74a, 3:4, 3:6 tot en met 3:11, 3:14, 3:15, 4:6 tot en met 4:9,
                                4:11, 4:13, 4:15, 4:18, 5:2 tot en met 5:9, 5:11 tot en met 5:13,
                                5:15, 5:18, 5:23, 5:24 tot en met 5:27d, 5:28 tot en met 5:34, 5:36
                                alsmede de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en
                                beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie
                                maanden of geldboete van de tweede categorie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de
                                economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde
                                bij of krachtens de artikelen 2:10, vijfde lid, 2:11, tweede lid,
                                2:12, eerste lid, en 4:11, eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze
                                verordening bepaalde zijn belast de opsporingsambtenaren en
                                aangewezen toezichthouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen
                                met dit toezicht belasten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het eerste en tweede lid zijn de ambtenaren van
                                politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van
                                Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van
                                de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Algemene plaatselijke verordening, inwerking getreden op 30
                                december 2013, wordt ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de dag nadat deze is bekend
                                gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                                eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van
                                deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige
                                besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van bovenstaande worden alle eerder verleende
                                inzamelvergunningen conform artikel 5:13 ingetrokken bij het in
                                werking treden van deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                            Dronten.</al><al>***</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><titel>Bijlage 1; Waardevolle particuliere bomen 2016 (als bedoeld in artikel
                        4:11, eerste lid)</titel></kop><table><tgroup cols="6"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="7*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="34*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="23*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="13*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="11*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="11*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>nr</al></entry><entry colname="col2"><al>Soort</al></entry><entry colname="col3"><al>locatie</al></entry><entry colname="col4"><al>diameter</al></entry><entry colname="col5"><al>hoogte</al></entry><entry colname="col6"><al>boomwaarde</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col6" namest="col1"><al>Dronten</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Alnus cordata</al></entry><entry colname="col3"><al>Hoogaarsstraat 18</al></entry><entry colname="col4"><al>40 cm</al></entry><entry colname="col5"><al>20 m</al></entry><entry colname="col6"><al>35</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Alnus cordata</al></entry><entry colname="col3"><al>Kombuisstraat 42</al></entry><entry colname="col4"><al>50 cm</al></entry><entry colname="col5"><al>22 m</al></entry><entry colname="col6"><al>35</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Betula nigra</al></entry><entry colname="col3"><al>Kampanje 13</al></entry><entry colname="col4"><al>35 cm</al></entry><entry colname="col5"><al>20 m</al></entry><entry colname="col6"><al>25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Sequoiadendron giganteum</al></entry><entry colname="col3"><al>Osbornehof 18</al></entry><entry colname="col4"><al>50 cm</al></entry><entry colname="col5"><al>12 m</al></entry><entry colname="col6"><al>30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al>Corylus colurna</al></entry><entry colname="col3"><al>Roerstraat 1 (Ichtus-kerk)</al></entry><entry colname="col4"><al>40 cm</al></entry><entry colname="col5"><al>14 m</al></entry><entry colname="col6"><al>30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.</al></entry><entry colname="col2"><al>Metasequoia glyptostroboides</al></entry><entry colname="col3"><al>Meridiaan 4</al></entry><entry colname="col4"><al>40 cm</al></entry><entry colname="col5"><al>15 m</al></entry><entry colname="col6"><al>30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.</al></entry><entry colname="col2"><al>Metasequoia glyptostroboides</al></entry><entry colname="col3"><al>Meridiaan 1</al></entry><entry colname="col4"><al>35 cm</al></entry><entry colname="col5"><al>14 m</al></entry><entry colname="col6"><al>30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.</al></entry><entry colname="col2"><al>Cedrus atlantica glauca</al></entry><entry colname="col3"><al>Lunaweg 12</al></entry><entry colname="col4"><al>30 cm</al></entry><entry colname="col5"><al>12 m</al></entry><entry colname="col6"><al>30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.</al></entry><entry colname="col2"><al>Metasequoia glyptostroboides</al></entry><entry colname="col3"><al>De Kaapstander 39</al></entry><entry colname="col4"><al>40 cm</al></entry><entry colname="col5"><al>15 m</al></entry><entry colname="col6"><al>30</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col6" namest="col1"><al>Swifterbant</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.</al></entry><entry colname="col2"><al>Metasequoia glyptostroboides</al></entry><entry colname="col3"><al>De Heraut 52</al></entry><entry colname="col4"><al>50 cm</al></entry><entry colname="col5"><al>18 m</al></entry><entry colname="col6"><al>30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.</al></entry><entry colname="col2"><al>Araucaria araucana</al></entry><entry colname="col3"><al>Noordsingel 25</al></entry><entry colname="col4"><al>20 cm</al></entry><entry colname="col5"><al>8 m</al></entry><entry colname="col6"><al>25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.</al></entry><entry colname="col2"><al>Metasequoia glyptostroboides</al></entry><entry colname="col3"><al>Porfierstraat 28</al></entry><entry colname="col4"><al>60 cm</al></entry><entry colname="col5"><al>19 m</al></entry><entry colname="col6"><al>30</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col6" namest="col1"><al>Biddinghuizen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13.</al></entry><entry colname="col2"><al>Robinia psedoacacia</al></entry><entry colname="col3"><al>Uitloper 38</al></entry><entry colname="col4"><al>30 cm</al></entry><entry colname="col5"><al>18 m</al></entry><entry colname="col6"><al>30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>14.</al></entry><entry colname="col2"><al>Acer saccharum</al></entry><entry colname="col3"><al>Uitloper 38</al></entry><entry colname="col4"><al>60 cm</al></entry><entry colname="col5"><al>20 m</al></entry><entry colname="col6"><al>40</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>15. </al></entry><entry colname="col2"><al>Salix alba 'Tristis'</al></entry><entry colname="col3"><al>Fruithof 23</al></entry><entry colname="col4"><al>80 cm</al></entry><entry colname="col5"><al>25 m</al></entry><entry colname="col6"><al>40</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>16.</al></entry><entry colname="col2"><al>Aesculus hippocastanum</al></entry><entry colname="col3"><al>De Voor 42</al></entry><entry colname="col4"><al>40 cm</al></entry><entry colname="col5"><al>15 m</al></entry><entry colname="col6"><al>25</al></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage 2; Overzicht Lex Silencio Positivo (LSP; van rechtswege verleende
                        vergunning)</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="11*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="78*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="11*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Art.</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Titel</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Dronten</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2:1</al></entry><entry colname="col2"><al>Samenscholing en ongeregeldheden</al></entry><entry colname="col3"><al><vet>X</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2:6</al></entry><entry colname="col2"><al>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                        of afbeeldingen</al></entry><entry colname="col3"><al><vet>V</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2:9</al></entry><entry colname="col2"><al>Straatartiest e.d.</al></entry><entry colname="col3"><al><vet>V</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2:10</al></entry><entry colname="col2"><al>Voorwerpen op of aan de weg</al></entry><entry colname="col3"><al><vet>X</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2:11</al></entry><entry colname="col2"><al>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                        veranderen van een weg</al></entry><entry colname="col3"><al><vet>V</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2:22</al></entry><entry colname="col2"><al>Objecten onder hoogspanningslijn
                                        <vet>(gereserveerd)</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>n.v.t.</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2:25</al></entry><entry colname="col2"><al>Evenement</al></entry><entry colname="col3"><al><vet>X</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2:28</al></entry><entry colname="col2"><al>Exploitatie openbare inrichting</al></entry><entry colname="col3"><al><vet>X</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2:29</al></entry><entry colname="col2"><al>Sluitingstijd</al></entry><entry colname="col3"><al><vet>X</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2:39</al></entry><entry colname="col2"><al>Speelgelegenheden</al></entry><entry colname="col3"><al><vet>X</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2:45</al></entry><entry colname="col2"><al>Betreden van plantsoenen e.d.</al></entry><entry colname="col3"><al><vet>X</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2:60</al></entry><entry colname="col2"><al>Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren </al></entry><entry colname="col3"><al><vet>X</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2:63</al></entry><entry colname="col2"><al>Duiven <vet>(</vet><vet>gereserveerd</vet><vet>)</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>n.v.t.</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2:64</al></entry><entry colname="col2"><al>Bijen <vet>(</vet><vet>gereserveerd</vet><vet>)</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>n.v.t.</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2:67</al></entry><entry colname="col2"><al>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister </al></entry><entry colname="col3"><al><vet>V</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2:72</al></entry><entry colname="col2"><al>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                        verkoopdagen </al></entry><entry colname="col3"><al><vet>X</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3:4</al></entry><entry colname="col2"><al>Seksinrichtingen </al></entry><entry colname="col3"><al><vet>X</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4:6</al></entry><entry colname="col2"><al>Overige geluidhinder </al></entry><entry colname="col3"><al><vet>X</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4:11</al></entry><entry colname="col2"><al>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden </al></entry><entry colname="col3"><al><vet>V</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4:12</al></entry><entry colname="col2"><al>Vergunning van rechtswege
                                            <vet>(</vet><vet>gereserveerd</vet><vet>)</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>n.v.t.</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4:18</al></entry><entry colname="col2"><al>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen </al></entry><entry colname="col3"><al><vet>X</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5:2</al></entry><entry colname="col2"><al>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. </al></entry><entry colname="col3"><al><vet>X</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5:3</al></entry><entry colname="col2"><al>Te koop aanbieden van voertuigen </al></entry><entry colname="col3"><al><vet>X</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5:6</al></entry><entry colname="col2"><al>Kampeermiddelen e.a. </al></entry><entry colname="col3"><al><vet>V</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5:7</al></entry><entry colname="col2"><al>Parkeren van reclamevoertuigen </al></entry><entry colname="col3"><al><vet>V</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5:8</al></entry><entry colname="col2"><al>Parkeren van grote voertuigen </al></entry><entry colname="col3"><al><vet>V</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5:11</al></entry><entry colname="col2"><al>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen </al></entry><entry colname="col3"><al><vet>X</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5:13</al></entry><entry colname="col2"><al>Inzameling van geld of goederen </al></entry><entry colname="col3"><al><vet>V</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5:15/5:16</al></entry><entry colname="col2"><al>Ventverbod/ Vrijheid van meningsuiting </al></entry><entry colname="col3"><al><vet>V</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5:18</al></entry><entry colname="col2"><al>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden </al></entry><entry colname="col3"><al><vet>X</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5:23</al></entry><entry colname="col2"><al>Organiseren van een snuffelmarkt </al></entry><entry colname="col3"><al><vet>X</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5:33</al></entry><entry colname="col2"><al>Beperking verkeer in natuurgebieden </al></entry><entry colname="col3"><al><vet>X</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5:34</al></entry><entry colname="col2"><al>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                        anderszins vuur te stoken </al></entry><entry colname="col3"><al><vet>X</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5:36</al></entry><entry colname="col2"><al>Verboden plaatsen (Asverstrooiing)</al></entry><entry colname="col3"><al><vet>V</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>LEGENDA</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Valt onder de Wabo, geen mogelijkheid om af te wijken</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Valt onder de Dienstenrichtlijn, geen mogelijkheid om af te
                                        wijken</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>V</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>LSP van toepassing</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>X</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>LSP <onderstreept>niet</onderstreept> van toepassing</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                    of afbeeldingen</tussenkop><al>Als niet-commerciële organisatie in de zin van dit artikel worden aangemerkt: </al><lijst><li nr="-"><al>(lokale) politieke partijen;</al></li><li nr="-"><al>Goede doelen; goede doelen met CBF keurmerk of lokaal goed gekeurde
                            goede doelen.</al></li></lijst><al>De gebieden waarvoor dit artikel geldt zullen door het college aangewezen in het
                    uitvoeringsbesluit behorend bij de Apv. </al><al>Bij het verspreiden en aanbieden van gedrukte of geschreven stukken op andermans
                    terrein, tijdens evenementen en markten moet rekening worden gehouden dat
                    toestemming dient te worden gevraagd aan respectievelijk de eigenaar,
                    organisator dan wel de marktmeester. </al><al>Commerciële organisaties dienen op grond van dit artikel een ontheffing aan te
                    vragen voor het aanbieden van gedrukte of geschreven stukken dan wel
                    afbeeldingen onder het publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op
                    door het college aangewezen openbare plaatsen.</al><tussenkop>Verspreidingsgebied</tussenkop><al>Niet in alle gevallen zal bij het verspreiden of aanbieden van gedrukte of
                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen sprake zijn van een vast punt van
                    waaruit stukken of afbeeldingen worden verspreid of aangeboden. Dit kan ook al
                    lopen of op een andere manier voortbewegend in een bepaald gebeid worden gedaan.
                    Hierom is gekozen het woord “verspreidingsgebied” te hanteren. </al><al>Dit betekent bij een vast verspreidingspunt dat weggegooide geschreven of
                    gedrukte stukken dan wel afbeelding binnen een straal van 50 meter rondom dit
                    punt opgeruimd dienen te worden door de organisator. Is er geen vast punt maar
                    een gebeid waarin stukken of afbeeldingen worden verspreid dan wel aangeboden
                    dan betekent het dat aangeboden stukken of afbeeldingen die zijn weggegooid in
                    een straal van 50 meter rondom dat gebied dienen te worden opgeruimd door de
                    organisator.</al><tussenkop>Artikel 2:10 Voorwerpen op, boven, in of aan een openbare plaats in
                    strijd met de publieke functie ervan</tussenkop><tussenkop>Nadere uitwerking lid 3</tussenkop><al>nader uitgewerkt in het besluit<cursief> “vergunningverlening en handhaving van
                        aankondigingen in de openbare ruimte” </cursief>uit 2008<cursief>.
                    </cursief></al><al>Zakelijk weergegeven is hierin vastgelegd dat er geen vergunningen meer worden
                    verleend voor aankondigingen in de openbare ruimte. Het maken van reclame gaat
                    via de firma Brouwer &amp; Partners die de reclame verzorgen op ABRI’s en
                    buitenreclame. </al><al>Een uitzondering geldt o.a. voor aankondigingen van circussen, kermissen (zeer
                    tijdelijk en die het zelf verzorgen en ook weer opruimen om te hergebruiken),
                    grote maatschappelijke belangen en de openbaring van gedachten of gevoelens. </al><al>Voor volledige inhoud en uitzonderingen wordt geadviseerd om het besluit te
                    raadplegen. </al><tussenkop>Wat voor soort objecten vallen onder dit artikel? </tussenkop><al>Onder andere de volgende objecten vallen onder dit artikel: </al><lijst><li nr="-"><al>Inboedel geplaats op of langs de weg</al></li><li nr="-"><al>Uitstallingen</al></li><li nr="-"><al>Bijvoorbeeld containers, terrassen en dergelijke.</al></li></lijst><al>Voor meer informatie zie de toelichting bij de modelverordening van de VNG.</al><al>Op grond van artikel 2:10 lid 3 aanhef en onder b kan het college een
                    exploitatievergunning verlenen voor het exploiteren van een terras. Dit
                    onderscheid is bewust genomen omdat het doel van beide artikelen verschillend
                    is. Artikel 2:10 ziet meer op veiligheid, waar artikel 2:28 meer ziet op het
                    kunnen uitvoeren van een Bibob toets. Om deze reden is het exploiteren van een
                    terras niet opgenomen in artikel 2:28.</al><tussenkop>Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg</tussenkop><al>De weigeringsgronden in lid 2 zijn nader uitgewerkt in de beleidsregel
                        <cursief>“Beleidsregel uitwegen gemeente Dronten 2016”.</cursief></al><tussenkop>Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid en verontreiniging ontstaan bij het
                    laden, lossen of vervoeren van stoffen of voorwerpen of bij andere
                    werkzaamheden</tussenkop><al>In gevaarlijke situaties (olie, vet e.d.) geldt dat de weg meteen gereinigd
                    dient te worden om verspreiding te voorkomen. Dit geldt met name op
                    bedrijfsterreinen. Is er niet direct sprake van gevaar dan dient aan het einde
                    van de werkzaamheden (in ieder geval aan het einde van de dag) het wegdek
                    gereinigd te worden.</al><tussenkop>Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn</tussenkop><al>Het niet toestaan van objecten onder hoogspanningslijnen (onder andere van
                    belang voor de brandweer) kan op twee manieren geregeld worden hetzij in de APV,
                    hetzij via het bestemmingsplan. De gemeente Dronten heeft dit geregeld via de
                    verschillende bestemmingsplannen.</al><tussenkop>Artikel 2:28 Exploitatievergunning horecabedrijf</tussenkop><al>Dit artikel dient niet te worden verward met artikel 2:10 lid 3 aanhef en onder
                    b namelijk een exploitatievergunning voor het exploiteren van een terras. Dit
                    artikel heeft een ander doel. </al><al>Artikel 2:10 ziet op het gebruik van een stuk openbare ruimte voor een beperkend
                    doel, namelijk als terras.</al><al>Het doel van de exploitatievergunning is het bevorderen van de openbare orde en
                    veiligheid. Daarvoor kan een onderzoek in het kader van de Wet Bibob (Wet
                    bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) worden
                    geëist.</al><tussenkop>Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</tussenkop><al>Voor paracommerciële horeca instellingen gelden in Dronten de sluitingstijden
                    zoals genoemd in art. 2:29 van de Apv. Voor de commerciële horeca gelden in
                    beginsel geen sluitingstijden. Het kan echter in sommige gevallen wel nodig zijn
                    om tijdelijk sluitingstijden of sluiting van een horeca instelling op te
                    leggen.</al><al>Door het begrip <cursief>“openbare inrichtingen” </cursief>te hanteren in dit
                    artikel,waar zowel commerciële als wel paracommerciële horeca onder
                    vallen, is het expliciet bedoeld en mogelijk om tijdelijke sluitingstijden in te
                    kunnen stellen voor commerciële horeca inrichtingen en paracommerciële
                    inrichtingen. </al><tussenkop>Artikel 2:65 Bedelarij</tussenkop><al>Omdat in 2000 de strafbaarstelling van bedelarij uit het Wetboek van Strafrecht
                    (voormalig artikel 432) is verdwenen, kan de politie hiertegen niet of
                    nauwelijks meer optreden. Bij de opheffing van de strafbaarstelling heeft de
                    wetgever echter expliciet de mogelijkheid opengehouden om op basis van de
                    gemeentelijke autonomie zo nodig een regeling ter zake van bedelarij in het
                    leven te roepen, indien dit gedrag de openbare orde verstoort of dreigt te
                    verstoren. In 2006 is daarom in de model-APV bovenstaand artikel opgenomen dat
                    beoogt bedelarij tegen te gaan. Op grond van dit artikel kan het college
                    gebieden aanwijzen waar een bedelverbod geldt. Wanneer er naar het oordeel van
                    het college een overlast gevende situatie in een bepaald gebied ontstaat, kan
                    het dus een verbod instellen.</al><al>Overigens valt het spelen van straatmuziek en vervolgens vragen om een
                    geldelijke bijdrage aan toehoorders en passanten niet onder dit bedelverbod,
                    maar onder de regeling van artikel 2:9. </al><al>Ook de verkoop van daklozenkranten valt niet onder dit verbod. Deze kan immers
                    niet verbonden worden aan een vergunning vanwege strijd met de vrijheid van
                    meningsuiting als bedoeld in artikel 7 van de Grondwet.</al><al>Medio 2016 zijn er geen gebieden aangewezen op grond van artikel 2:65 omdat er
                    geen sprake is van overlast door bedelen. Mocht er overlast ontstaan, kan het
                    college gebieden aanwijzen.</al><tussenkop>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van
                    Strafrecht</tussenkop><tussenkop>Onder d</tussenkop><al>Bij een regeling tot effectieve helingbestrijding mag een bepaling betreffende
                    de vervreemding van door opkoop verkregen goederen niet ontbreken. Artikel 2:68,
                    onder d, voorziet hierin.</al><al>De bepaling sluit nauw aan op hetgeen bepaald in artikel 437, eerste lid, onder
                    d en f, WvSr.</al><al>Daar is de handelaar et cetera die in strijd met een schriftelijke last van de
                    burgemeester (of een vanwege hem gegeven last) bepaalde goederen vervreemdt, of
                    niet in bewaring geeft, of die niet voldoet aan de daarbij gegeven aanwijzingen,
                    strafbaar gesteld. In onderdeel d is gekozen voor een termijn van zeven dagen,
                    zodat de bedrijfsvoering van de handelaren niet al te zeer wordt belemmerd en er
                    voldoende tijd is voor de politie om eventueel onderzoek te doen.</al><tussenkop>Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik</tussenkop><al>Sommige druggebruikers gebruiken hun (hard) drugs - of treffen daartoe
                    voorbereidingen - in het openbaar. Dit veroorzaakt veel gevoelens van onbehagen
                    en onveiligheid bij het publiek. Op basis van dit artikel kan de politie
                    overgaan tot aanhouding van de betrokken gebruikers, het opleggen van HALT
                    straffen aan jeugdigen of deze van bepaalde - bij hen favoriete - plekken
                    wegsturen. Ook kan de politie de voorwerpen waarmee de overtreding wordt
                    gepleegd (hulpmiddelen, drugs) strafrechtelijk in beslag nemen.</al><al>In het kader van de hulpverlening komt het voor, dat ook "veldwerkers" van de
                    GGD of van andere hulpverlenende instanties op de weg in het bezit zijn van
                    voorwerpen of stoffen, die worden gehanteerd bij drugsgebruik. Deze veldwerkers
                    vallen desondanks niet onder deze strafbepaling, omdat zij deze voorwerpen of
                    stoffen "ambtshalve" bij zich hebben en daarmee geen overlast veroorzaken. Het
                    in dit artikel gestelde verbod is in beginsel gerelateerd aan het (openlijk)
                    gebruik van drugs en richt zich dus tot de druggebruikers.</al><al>Dat het artikel alleen ziet op het gebruik van drugs heeft ook te maken met de
                    uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 juli
                    2011 [zaaknummer 201009884/1/H3]. </al><al>Voor een gemeentelijke verbodsbepaling is volgens de Afdeling geen ruimte,
                    indien deze handelingen reeds verboden zijn op grond van artikel 3, aanhef en
                    onder c, van de Opiumwet, en strafbaar gesteld op grond van artikel 11, eerste
                    lid, van de Opiumwet.</al><al>Op grond van de huidige redactie van artikel 2:74a bestaat er geen overlap
                    bestaat met de artikel 2 en 3 van de Opiumwet. En dergelijke strafbepaling in de
                    APV is gerechtvaardigd en niet in strijd met bovengenoemde uitspraak van de
                    Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, nu het artikel enkel ziet op
                    het gebruik van drugs. </al><al>Daarbij heeft de Hoge Raad ten aanzien van dit specifieke artikel geoordeeld dat
                    deze de verordende bevoegdheid van de gemeente raad niet te buiten gaat.
                        (<vet>HR</vet>, 13/10/2015, ECLI:NL:PHR:2015:706).</al><tussenkop>Artikel 4:6 Overige geluidhinder/4:6a (Geluid)hinder in de
                    openlucht</tussenkop><al>Deze artikelen zijn van toepassing op geluidsoverlast indien er
                        <onderstreept>geen</onderstreept> sprake is van een inrichting in de zin van
                    de Wet Milieubeheer en er dus niet sprake is van een milieuvergunning of de
                    algemene regels uit het Activiteitenbesluit van toepassing zijn. </al><al>Dit blijkt uit de passage <cursief>“buiten de inrichting in de zin van de Wet
                        Milieubeheer”</cursief>. Met <cursief>“buiten”</cursief> wordt gedoeld op
                    een situatie wanneer er <onderstreept>geen</onderstreept> sprake is van een
                    inrichting in de zin van de Wet Milieubeheer, met andere woorden de Wet
                    Milieubeheer en of de algemene regels uit het Activiteitenbesluit niet van
                    toepassing zijn. </al><al>Is er wel sprake van een inrichting dan is een milieuvergunning nodig (waarin
                    geluidsvoorschriften zijn opgenomen) of dient te worden voldaan aan de
                    geluidsvoorschriften uit het Activiteitenbesluit.</al><tussenkop>Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</tussenkop><al>Hengelsportvereniging (Hsv) Lelystad-Dronten, pacht wateren van de gemeente
                    Dronten ten behoeve van haar leden. Nachtvissen is landelijk toegestaan. Op
                    grond van artikel 4:19 kunnen Burgemeester en Wethouders plekken aanwijzen waar
                    het verbod op kamperen niet van toepassing is en kan worden gevist met een
                    schuiltentje. </al><al>Na overleg met de Hsv Lelystad-Dronten zullen enkele zones worden aangewezen
                    waartoe het nachtvissen dient te worden beperkt. Zie voor meer informatie op de
                    website van de Hengelsportvereniging
                        <onderstreept>http://visstadlelystad.mijnhengelsportvereniging.nl/</onderstreept></al><al>De Hengelsportvereniging heeft zelf ook een Boa in dienst die handhavend kan
                    optreden. Bij overlast van vissen kunnen burgers ook zelf met de
                    Hengelsportvereniging in contact treden om de problemen op te lossen.
                    </al><al>Zie de website over van toepassing zijnde landelijke regelgeving</al><tussenkop>http://www.sportvisserijnederland.nl/</tussenkop><tussenkop>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen</tussenkop><al>Aangewezen als camperplaatsen op grond van dit artikel zijn (medio 2016):</al><lijst><li nr="-"><al>Havenkade te Dronten</al></li><li nr="-"><al>Parkeerplaats achter het gemeentehuis</al></li><li nr="-"><al>De Schutsluis te Swifterbant</al></li><li nr="-"><al>Parkeerplaats Koetshuis/Baan te Biddinghuizen</al></li></lijst><al>Op dit moment zijn alleen aan de Havenkade ook daadwerkelijk camperplaatsen
                    gerealiseerd. Op de parkeerplaats achter het gemeentehuis kan (tijdelijk)
                    geparkeerd worden met een camper.</al><al>Naast de door de gemeente aangewezen en gerealiseerde camperplaatsen zijn er in
                    de Gemeente Dronten ook tal van ondernemers die camperplaatsen op eigen terrein
                    aanbieden. </al><tussenkop>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen</tussenkop><tussenkop>Nadere regels ten aanzien van parkeren van grote voertuigen</tussenkop><tussenkop>In het UITVOERINGSBESLUITEN ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2011 (zoals
                    geldt op medio 2016, is per dorpskern één plaats aangewezen waar grote
                    voertuigen mogen worden geparkeerd: </tussenkop><tussenkop>“Uitgezonderd hiervan zijn, voor zover hier geen bebouwing is: </tussenkop><lijst><li nr="-"><al><cursief>Biddinghuizen, de Ploegschaar;</cursief></al></li><li nr="-"><al><cursief>Dronten, De Kromme Rijn;</cursief></al></li><li nr="-"><al><cursief>Swifterbant, langs de noordzijde van de
                                Industrieweg.”</cursief></al></li></lijst><al>Voor de precieze strekking wordt geadviseerd het besluit te raadplegen. </al><tussenkop>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen</tussenkop><al>Dit artikel dient om misbruik van de zwakkeren in de samenleving te voorkomen
                    door de kwetsbaren te beschermen zonder de goedwillenden overmatig te belasten. </al><al>Landelijk erkende goede doelen en lokale organisaties of personen die inzamelen
                    voor een liefdadig of ideëel doel worden vrijgesteld van vergunningplicht. Zij
                    collecteren volgens een landelijk collecte rooster en moeten aan de criteria van
                    het CBF voldoen. </al><al>Lokale en kortdurende acties zijn vrijgesteld van vergunningplicht.</al><al>In plaats van de vergunning is ervoor deze groepen een meldingsplicht en
                    algemene voorwaarden. Deze worden na melding op het collecte rooster opgenomen.
                    Dit is in feite een bijdrage aan “het goede doel” door de gemeente die geen
                    leges vraagt voor de actie.</al><al>Overige organisaties of personen die inzamelen voor een liefdadig of ideëel
                    doel, of die een langer durende actie willen houden, mogen ook inzamelen maar
                    dienen een vergunning aan te vragen. </al><tussenkop>Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water</tussenkop><al>Het plaatsen van voorwerpen op, in of boven openbaar water dient naast de
                    melding op grond van dit artikel ook met toestemming van de eigenaar en de
                    beheerder te gebeuren. Tevens dient het voorwerpen niet in strijd te zijn met
                    het bestemmingplan, het vigerende Bouwbesluit en andere mogelijk van toepassing
                    zijnde wet- en regelgeving.</al><tussenkop>Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</tussenkop><tussenkop>Lid 3 is nader uitgewerkt in het “UITVOERINGSBESLUIT ALGEMENE
                    PLAATSELIJKE VERORDENING DRONTEN; LIGPLAATSEN (Woonboten, recreatie- en
                    beroepsvaart)” zoals vastgesteld in 2015. </tussenkop><tussenkop>Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                    anderszins vuur te stoken</tussenkop><al>De wijze waarop de in lid 3 genoemde ontheffing wordt verleend is nader
                    omschreven in de beleidsregel<cursief> “Ontheffingenbeleid verbod om
                        afvalstoffen te verbranden”</cursief></al><al>***</al></bijlage><bijlage><al><vet>HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN</vet></al><al>Artikel 1:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 1:2 Beslistermijn</al><al>Artikel 1:3 Indiening aanvraag</al><al>Artikel 1:3a Melding</al><al>Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen</al><al>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</al><al>Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</al><al>Artikel 1:7 Termijnen</al><al>Artikel 1:8 Weigeringsgronden</al><al>Artikel 1:9 Toonplicht</al><al>Artikel 1:10 Lex silencio positivo niet van toepassing</al><al><vet>HOOFDSTUK 2. OPENBARE ORDE</vet></al><al><vet>AFDELING 1. BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN</vet></al><al>Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden</al><al><vet>AFDELING 2. BETOGING</vet></al><al>Artikel 2:2 Optochten</al><al>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare wegen</al><al>Artikel 2:4 Afwijking termijn</al><al>Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens</al><al><vet>AFDELING 3. VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN</vet></al><al>Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte
                                stukken of afbeeldingen</al><al><vet>AFDELING 4. VERTONINGEN E.D. OP DE WEG</vet></al><al>Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. </al><al>Artikel 2:8 Dienstverlening</al><al>Artikel 2:9 Straatartiest e.d. </al><al><vet>AFDELING 5. BRUIKBAARHEID EN AANZIEN VAN DE WEG</vet></al><al>Artikel 2:10 Voorwerpen op, boven, in of aan een openbare plaats in
                                strijd met de publieke functie ervan</al><al>Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen
                                en veranderen van een weg</al><al>Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg</al><al><vet>AFDELING 6. VEILIGHEID OP DE WEG</vet></al><al>Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid en verontreiniging ontstaan
                                bij het laden, lossen of vervoeren van stoffen of voorwerpen of bij
                                andere werkzaamheden</al><al>Artikel 2:14 Winkelwagentjes</al><al>Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</al><al>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d. </al><al>Artikel 2:17 Kelderingangen e.d. </al><al>Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen</al><al>Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</al><al>Artikel 2:20 Vallende voorwerpen</al><al>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting</al><al>Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn</al><al>Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs</al><al><vet>AFDELING 7. EVENEMENTEN</vet></al><al>Artikel 2:24 Begripsbepaling</al><al>Artikel 2:25 Evenement</al><al>Artikel 2:26 Ordeverstoring</al><al><vet>AFDELING 8. TOEZICHT OP OPENBARE INRICHTINGEN</vet></al><al>Artikel 2:27 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 2:28 Exploitatievergunning openbare inrichting</al><al>Artikel 2:29 Sluitingstijd</al><al>Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</al><al>Artikel 2:31 Verboden gedragingen</al><al>Artikel 2:32 Handel in openbare inrichting</al><al>Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan</al><al>Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan</al><al><vet>AFDELING 8A BIJZONDERE BEPALINGEN OVER HORECABEDRIJVEN ALS BEDOELD IN DE
                                DRANK- EN HORECAWET</vet></al><al>Artikel 2:34a schenktijden paracommerciële rechtspersonen</al><al>Artikel 2:34b bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen</al><al>Artikel 2:34c, d, e</al><al>Artikel 2:34f verbod happy hours</al><al>Artikel 2:34g Verbod verstrekking sterke drank paracommerciële
                                rechtspersoon</al><al><vet>AFDELING 9. TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN
                                NACHTVERBLIJF</vet></al><al>Artikel 2:35 Begripsbepaling</al><al>Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie</al><al>Artikel 2:37 Nachtregister</al><al>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister</al><al><vet>AFDELING 10. TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDEN</vet></al><al>Artikel 2:39 Speelgelegenheden</al><al>Artikel 2:40 Kansspelautomaten</al><al><vet>AFDELING 11. MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID</vet></al><al>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal</al><al>Artikel 2:42 Plakken en kladden</al><al>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d. </al><al>Artikel 2:44 Vervoer inbrekers/diefstal werktuigen</al><al>Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d. </al><al>Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d. </al><al>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</al><al>Artikel 2:48 Verboden drankgebruik en glasoverlast</al><al>Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen</al><al>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                ruimten</al><al>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d. </al><al>Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en
                                kermisterrein e.d. </al><al>Artikel 2:53 Bespieden van personen</al><al>Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur</al><al>Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren</al><al>Artikel 2:56 Alarminstallaties</al><al>Artikel 2:57 Loslopende honden en verboden plaatsen</al><al>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden</al><al>Artikel 2:58a Verontreiniging door paarden</al><al>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden</al><al>Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke
                                dieren</al><al>Artikel 2:61 Wilde dieren</al><al>Artikel 2:62 Loslopend vee</al><al>Artikel 2:63 Duiven</al><al>Artikel 2:64 Bijen</al><al>Artikel 2:65 Bedelarij</al><al><vet>AFDELING 12. BEPALINGEN TER BESTRIJDING VAN HELING VAN GOEDEREN</vet></al><al>Artikel 2:66 Begripsbepaling</al><al>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het
                                verkoopregister</al><al>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het
                                Wetboek van Strafrecht</al><al>Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</al><al>Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven</al><al><vet>AFDELING 13. VUURWERK</vet></al><al>Artikel 2:71 Begripsbepaling</al><al>Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens
                                de verkoopdagen. </al><al>Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de
                                jaarwisseling</al><al>Artikel 2:73a Carbidschieten</al><al>Artikel 2:73b Carbidbussen meevoeren</al><al><vet>AFDELING 14. DRUGSOVERLAST</vet></al><al>Artikel 2:74 Drugshandel op straat</al><al>Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik</al><al><vet>AFDELING 15. BESTUURLIJKE OPHOUDING, PREVENTIEF FOUILLEREN,
                                VEILIGHEIDSRISICOGEBIEDEN, CAMERATOEZICHT OP OPENBARE PLAATSEN EN
                                GEBIEDSONTZEGGING</vet></al><al>Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding</al><al>Artikel 2:76 Preventief fouilleren / Veiligheidsrisicogebieden</al><al>Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare wegen</al><al>Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen</al><al><vet>HOOFDSTUK 3. SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.</vet></al><al><vet>AFDELING 1. BEGRIPSBEPALINGEN</vet></al><al>Artikel 3:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan</al><al>Artikel 3:3 Nadere regels</al><al><vet>AFDELING 2. SEKSINRICHTINGEN, STRAATPROSTITUTIE, SEKSWINKELS EN
                                DERGELIJKE</vet></al><al>Artikel 3:4 Seksinrichtingen</al><al>Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder</al><al>Artikel 3:6 Sluitingstijden</al><al>Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                sluiting</al><al>Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                beheerder</al><al>Artikel 3:9 Straatprostitutie</al><al>Artikel 3:10 Sekswinkels</al><al>Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke</al><al><vet>AFDELING 3. BESLISSINGSTERMIJN; WEIGERINGSGRONDEN</vet></al><al>Artikel 3:12 Beslistermijn</al><al>Artikel 3:13 Weigeringsgronden</al><al><vet>AFDELING 4. BEËINDIGING EXPLOITATIE; WIJZIGING BEHEER</vet></al><al>Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie</al><al>Artikel 3:15 Wijziging beheer</al><al><vet>AFDELING 5. OVERGANGSBEPALING</vet></al><al>Artikel 3:16 Overgangsbepaling</al><al><vet>HOOFDSTUK 4. BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET
                            UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</vet></al><al><vet>AFDELING 1. GELUIDHINDER EN VERLICHTING</vet></al><al>Artikel 4:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten</al><al>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten</al><al>Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten</al><al>Artikel 4:5 Onversterkte muziek</al><al>Artikel 4:6 Overige geluidhinder</al><al>Artikel 4:6a (Geluid)hinder in de openlucht</al><al>Artikel 4:6b (Geluid)hinder door dieren</al><al>Artikel 4:6c (Geluid)hinder door bromfietsen e.d. </al><al><vet>AFDELING 2. BODEM-, WEG- EN MILIEUVERONTREINIGING</vet></al><al>Artikel 4:7 Straatvegen</al><al>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen</al><al>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare
                                riolen en putten buiten gebouwen</al><al><vet>AFDELING 3. HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN</vet></al><al>Artikel 4:10 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van
                                houtopstanden</al><al>Artikel 4:12 Vergunning van rechtswege</al><al>Artikel 4:12a Afstand beplanting</al><al><vet>AFDELING 4. MAATREGELEN TEGEN ONTSIERING EN STANKOVERLAST</vet></al><al>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. </al><al>Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen</al><al>Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</al><al>Artikel 4:16 Vergunningsplicht (licht)reclame / verwijsborden</al><al><vet>AFDELING 5. KAMPEREN BUITEN KAMPEERTERREINEN</vet></al><al>Artikel 4:17 Begripsbepaling</al><al>Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</al><al>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen</al><al><vet>HOOFDSTUK 5. ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE</vet></al><al><vet>AFDELING 1. PARKEEREXCESSEN</vet></al><al>Artikel 5:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. </al><al>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen</al><al>Artikel 5:4 Defecte voertuigen</al><al>Artikel 5:5 Voertuigwrakken</al><al>Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a. </al><al>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen</al><al>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen</al><al>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</al><al>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                stoffen</al><al>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</al><al>Artikel 5:12 Overlast van voertuigen</al><al><vet>AFDELING 2. COLLECTEREN</vet></al><al>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen</al><al><vet>AFDELING 3. VENTEN</vet></al><al>Artikel 5:14 Begripsbepaling</al><al>Artikel 5:15 Ventverbod</al><al>Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting</al><al><vet>AFDELING 4. STANDPLAATSEN</vet></al><al>Artikel 5:17 Begripsbepaling</al><al>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</al><al>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende</al><al>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen</al><al><vet>AFDELING 5. SNUFFELMARKTEN</vet></al><al>Artikel 5:22 Begripsbepaling</al><al>Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt</al><al><vet>AFDELING 6. OPENBAAR WATER</vet></al><al>Artikel 5:23a Begripsomschrijvingen</al><al>Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water</al><al>Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</al><al>Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats</al><al>Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats</al><al>Artikel 5:27a Afmeren anders dan bij een aangewezen ligplaats door
                                middel van</al><al>stilliggen, ankeren, meren, of op enigerlei andere wijze met de
                                vaste grond verbinden van een vaartuig</al><al>Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken</al><al>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen</al><al>Artikel 5:30 Veiligheid op het water</al><al>Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen</al><al><vet>AFDELING 7. CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN RUITERVERKEER IN
                                NATUURGEBIEDEN</vet></al><al>Artikel 5:32 Crossterreinen</al><al>Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden</al><al><vet>AFDELING 8. VERBOD VUUR TE STOKEN</vet></al><al>Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen
                                of anderszins vuur te stoken</al><al><vet>AFDELING 9. VERSTROOIING VAN AS</vet></al><al>Artikel 5:35 Begripsbepaling</al><al>Artikel 5:36 Verboden plaatsen</al><al>Artikel 5:37 Hinder of overlast</al><al><vet>HOOFDSTUK 6. STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</vet></al><al>Artikel 6:1 Strafbepaling</al><al>Artike l 6:2 Toezichthouders</al><al>Artikel 6:3 Binnentreden woningen</al><al>Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</al><al>Artikel 6:5 Overgangsbepaling</al><al>Artikel 6:6 Citeertitel</al><al><vet><cursief>BIJLAGE 1; WAARDEVOLLE PARTICULIERE BOMEN
                    2016</cursief></vet></al><al><vet><cursief>BIJLAGE 2; OVERZICHT LEX SILENCIO POSITIVO
                </cursief></vet></al><al><vet><cursief>TOELICHTING</cursief></vet></al></bijlage></regeling></body></cvdr>