<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR42062_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Financieringsstatuut Gemeente Ridderkerk 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">gemeentejournaal, 11-06-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financieringsstatuut 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 212, lid 3</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-05-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-06-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Gemeentestukken 2009-234</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiën en economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De Verordening financieringsstatuut gemeente Ridderkerk 2001 wordt ingetrokken.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening Financieringsstatuut Gemeente Ridderkerk 2009
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Ridderkerk;</al>
          <al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        7 april 2009,</al>
          <al>nummer 234;</al>
          <al>gelet op artikel 212 lid 3 van de Gemeentewet;</al>
          <al>
            <vet>b e s l u i t :</vet>
          </al>
          <al>vast te stellen de: </al>
          <al>
            <vet>VERORDENING FINANCIERINGSSTATUUT GEMEENTE RIDDERKERK
                        2009</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
          </kop>
          <al>In dit statuut wordt verstaan onder:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>
                <vet>Financieringsfunctie: </vet>de functie diealle
                                    activiteiten omvat die zich richten op het sturen en beheersen
                                    van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de
                                    financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de
                                    financiële posities en de hieraan verbonden risico's.</al></li>
            <li nr="b."><al>
                <vet>Financieringsbeleid: </vet>de uitgangspunten,
                                    doelstellingen, richtlijnen en limieten, de organisatorische en
                                    administratieve kaders, de informatievoorziening en de
                                    administratieve organisatie ter uitvoering van de
                                    financieringsfunctie.</al></li>
            <li nr="c."><al>
                <vet>Financieringsbeheer: </vet>de (beleids)uitvoering van de
                                    financieringsfunctie, binnen de kaders van het
                                    financieringsstatuut.</al></li>
            <li nr="e."><al>
                <vet>Risicobeheer: </vet>
              </al><lijst>
                <li nr="1."><al>renterisicobeheer</al></li>
                <li nr="2."><al>kredietrisicobeheer</al></li>
                <li nr="3."><al>koersrisicobeheer</al></li>
                <li nr="4."><al>intern liquiditeitsbeheer.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="f."><al>
                <vet>Kasbeheer:</vet>
              </al><lijst>
                <li nr="1."><al>geldstromenbeheer (inclusief betalingsverkeer)</al></li>
                <li nr="2."><al>saldobeheer op dagbasis</al></li>
                <li nr="3."><al>liquiditeitenbeheer (rentetypische looptijd korter dan een
                                    jaar).</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="g."><al>
                <vet> Gemeentefinanciering (corporate
                                            finance):</vet>
              </al><lijst>
                <li nr="1."><al>financiering (rentetypische looptijd langer dan 1 jaar)</al></li>
                <li nr="2."><al>uitzettingen (rentetypische looptijd langer dan 1 jaar)</al></li>
                <li nr="3."><al>relatiebeheer.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="h."><al>
                <vet>Derivaten: </vet>financiële instrumenten die hun
                                            bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde.
                                            Deze onderliggende waarden kunnen reële producten zijn,
                                            zoals grondstoffen of financiële producten (bijvoorbeeld
                                            effecten). Derivaten kennen een breed toepassingsgebied
                                            en worden onder andere gebruikt om valuta- en rente-
                                            risico’s te sturen en financieringskosten te
                                            minimaliseren.</al></li>
            <li nr="i."><al>
                <vet>Financieringsparagraaf:</vet> onderdeel van de
                                            begroting en rekening, bedoeld als een belangrijk
                                            instrument voor het sturen en beheersen van,
                                            verantwoorden over en toezicht houden op de financieringsfunctie.</al></li>
            <li nr="j."><al>
                <vet>Kasgeldlimiet: </vet>een bedrag ter grootte van een
                                    percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente
                                    bij aanvang van het jaar.</al></li>
            <li nr="k."><al>
                <vet>Limiet:</vet> een limiet is een type richtlijn die de
                                    (uiterste) grens aangeeft van een bepaalde handeling,
                                    verantwoordelijkheid en/of bevoegdheid.</al></li>
            <li nr="l."><al>
                <vet>Nearbanking: </vet>het in- en doorlenen van middelen met
                                    als doel hiermee inkomsten te genereren.</al></li>
            <li nr="m."><al>
                <vet>Prudente financiering:</vet> ‘verstandig’ omgaan met
                                    uitzettingen en financieringen in die zin, dat voorwaarden
                                    worden gesteld aan de kredietwaardigheid van de tegenpartij, aan
                                    de producten en/of aan het gebruik van (financiële)
                                    derivaten.</al></li>
            <li nr="n."><al>
                <vet>Rating:</vet> kwalificatie door een ratingbureau, waarin de
                                    mate van kredietwaardigheid (lange termijn rating) of de
                                    capaciteit voor tijdige betaling van rente en aflossing (korte
                                    termijn rating) van een organisatie wordt gemeten en uitgedrukt
                                    in een waarderingscijfer.</al></li>
            <li nr="o."><al>
                <vet>Renterisiconorm:</vet> een bedrag ter grootte van een
                                    percentage van het
                                        <cursief>begrotings-totaal</cursief>
                                    van de gemeente bij aanvang van het jaar.</al></li>
            <li nr="p."><al>
                <vet>Rentetypische looptijd:</vet> het tijdsinterval gedurende
                                    de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de
                                    leningvoorwaarden van de geldlening sprake is van een door de
                                    verstrekker van een geldlening niet beïnvloedbare constante
                                    rentevergoeding.</al></li>
            <li nr="q."><al>
                <vet>Rentevisie: </vet>toekomstverwachting over de
                                    renteontwikkeling, uitgaande van een aantal rentebepalende
                                    factoren, op basis waarvan een financierings- en
                                    beleggingsbeleid wordt uitgevoerd.</al></li>
            <li nr="r."><al>
                <vet>Richtlijn:</vet> een richtlijn is een bindend voorschrift
                                    c.q. aanwijzing van een te volgen handelswijze.</al></li>
            <li nr="s."><al>
                <vet>Risicoprofiel:</vet> geeft aan in welke mate een
                                    organisatie financieringsrisico’s loopt.</al></li>
            <li nr="t."><al>
                <vet>Toezichthouder: </vet>het bestuursorgaan dat op grond van
                                    enige wettelijke bepaling is belast met het toezicht op de
                                    begroting van de gemeente.</al></li>
            <li nr="u."><al>
                <vet>Vermogenswaarde: </vet>het geheel van de in geld
                                    uitgedrukte waarde van de bezittingen aan goederen en
                                    vorderingen.</al></li>
            <li nr="v."><al>
                <vet>Waardepapier: </vet>verzamelnaam voor papieren met
                                    geldswaarde, zoals bankbiljetten, cheques, effecten e.d.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
          </kop>
          <al>De financieringsfunctie kent de volgende <vet>doelstellingen:</vet></al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>Het verkrijgen en handhaven van de toegang tot de (Europese)
                                    financiële markten tegen acceptabele condities.</al></li>
            <li nr="b."><al>Het zorgdragen voor een permanente beschikbaarheid van bancaire
                                    en financiële diensten, zo mogelijk tegen een vooraf
                                    overeengekomen kwaliteit en prijs.</al></li>
            <li nr="c."><al>Het beheersen van financiële risico's zoals renterisico's,
                                    kredietrisico's en liquiditeitsrisico's. <cursief>Het college
                                        van b&amp;w heeft op basis van advisering het laatste woord
                                        hie</cursief><cursief>r</cursief><cursief>over.</cursief></al></li>
            <li nr="d."><al>Het optimaliseren van het rendement van de beschikbare
                                    liquiditeiten met als doelstelling een zo optimaal mogelijk
                                    (rente)resultaat op bestaande en geprognosticeerde
                                    liquiditeitsposities tegen aanvaardbare risico's.</al></li>
            <li nr="e."><al>Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe
                                    kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities
                                    (rentekosten).</al></li>
            <li nr="f."><al>Het aantrekken van vreemd vermogen tegen zo laag mogelijke
                                    kosten en aanvaardbare risico's.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
          </kop>
          <al>De financieringsfunctie kent de volgende <vet>uitgangspunten:</vet></al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>De gemeente kan uitsluitend leningen aangaan, middelen uitzetten
                                    en garanties verlenen voor de uitoefening van de publieke taak.
                                        <cursief>Deze publieke taak wordt ingeperkt door een verbod
                                        op de hypotheekverstrekking en het
                                        garand</cursief><cursief>e</cursief><cursief>ren hiervan aan
                                        het eigen pers</cursief><cursief>o</cursief><cursief>neel en
                                        aan politieke ambtsdragers; </cursief></al></li>
            <li nr="b."><al>Uitzettingen en derivaten moeten een prudent karakter hebben en
                                    mogen niet gericht zijn op het genereren van inkomsten door het
                                    aangaan van overmatige risico's; </al></li>
            <li nr="c."><al>Bij het gebruik van derivaten wordt aan de gemeenteraad een
                                    afzonderlijk voorstel voorgelegd.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
          </kop>
          <al>Bij de uitoefening van de financieringsfunctie moet rekening worden
                            gehouden met de volgende <vet>richtlijnen en limieten:</vet></al>
          <al>
            <vet>1. Algemeen</vet>
          </al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>Tegenpartijen kunnen zijn:</al><lijst>
                <li nr="I."><al>Financiële instellingen <cursief>binnen de Europese Unie
                                    </cursief>die onder Nederlands toezicht door bijvoorbeeld De
                                    Nederlandse Bank of de Verzekeringskamer of anderszins
                                    EU-toezicht vallen en die minimaal een
                                    <cursief>AA</cursief>-rating hebben.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="b."><al>Een keer per jaar wordt de kredietwaardigheid van de
                                    kredietnemers onderzocht.</al></li>
            <li nr="c."><al>Een keer per jaar vindt overleg plaats met de bankrelaties om te
                                    toetsen of de met de bank afgesproken werkwijze voldoet en of
                                    transacties volgens de vastgestelde procedures verlopen.</al></li>
            <li nr="d."><al>Contacten en afspraken met de verschillende relaties dienen
                                    zodanig te zijn dat snel kan worden geanticipeerd op wisselende
                                    (markt)omstandigheden.</al></li>
            <li nr="e."><al>Nearbanking is verboden.</al></li>
            <li nr="f."><al>Bij het opstellen van de financieringsparagraaf worden de
                                    kasgeldlimiet en de rente- risiconorm in beeld gebracht.</al></li>
            <li nr="g."><al>De rentevisie van de gemeente is gebaseerd op de visie van drie
                                    gezaghebbende instanties,waaronder die van de
                                    huisbankier.</al></li>
            <li nr="h."><al>Het aantal door de gemeente Ridderkerk aan te houden
                                    bankrekeningen is beperkt tot het voor een goede bedrijfsvoering
                                    noodzakelijke aantal.</al></li>
            <li nr="i."><al>De beschikbare liquide middelen worden zoveel mogelijk
                                    geconcentreerd op de hoofdbankrekening bij de huisbankier.</al></li>
          </lijst>
          <al>
            <vet>2. Kasbeheer</vet>
          </al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>Op de korte termijn dienen voldoende liquide middelen
                                    beschikbaar te zijn.</al></li>
            <li nr="b."><al>Renterisico's op de netto vlottende schuld zijn begrensd tot de
                                    normen van de kasgeld- limiet.</al></li>
            <li nr="c."><al>De kasgeldlimiet mag niet worden overschreden.</al></li>
          </lijst>
          <al>
            <vet>3. Gemeentefinanciering</vet>
          </al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>Het renterisico op de vaste schuld mag de renterisiconorm niet
                                    overschrijden.</al></li>
            <li nr="b."><al>Bij het afsluiten van leningen moet de
                                    liquiditeitstypischeen rentetypische looptijd zo gekozen
                                    worden dat een gelijkmatige (renterisico)spreiding binnen de
                                    gehele leningenportefeuille ontstaat. </al></li>
            <li nr="c."><al>Het aantrekken van langlopende leningen geschiedt door drie
                                    offertes aan te vragen bij de huisbankier en twee andere
                                    geldgevers.</al></li>
            <li nr="d."><al>De toegestane financieringsinstrumenten voor een periode van
                                    minimaal twee jaren zijn in principe onderhandse geldleningen en
                                    Medium Term Notes (MTN’s). </al></li>
            <li nr="e."><al>Indien de inzet van andere instrumenten noodzakelijk is, wordt
                                    daartoe een voorstel voorgelegd aan de gemeenteraad.</al></li>
          </lijst>
          <al>
            <vet>4. Uitzettingen</vet>
          </al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>De duur van de uitzetting dient zoveel mogelijk aan te
                                            sluiten op de liquiditeitsprognose.</al></li>
            <li nr="b."><al>Uitzettingen in aandelen zijn uitgesloten, behalve voor
                                            zover de aandelen gekocht worden in het kader van de
                                            uitoefening van de publieke taak.</al></li>
            <li nr="c."><al>Aankopen van waardepapieren met een obligatiekarakter
                                            (bijvoorbeeld staatsobligaties) dienen (in verband met
                                            bijkomende kosten van aan-/verkoop) voor een periode van
                                            minimaal een jaar te worden aangegaan.</al></li>
            <li nr="d."><al>Risico's worden beperkt doordat in vastrentende waarden
                                            wordt uitgezet of doordat wordt uitgezet in producten
                                            waarbij minimaal de hoofdsom wordt gegarandeerd.</al></li>
            <li nr="e."><al>Koersrisico's op uitzettingen in vastrentende waarden
                                            worden beperkt door de omvang en de (resterende)
                                            looptijd te matchen met de omvang en looptijd van de
                                            beschikbare liquide middelen.</al></li>
            <li nr="f."><al>Bij het uitzetten van geldmiddelen voor een langere
                                            periode (&gt; 1 jaar) dienen drie offertes aangevraagd
                                            te worden, bij de huisbankier en twee andere
                                            banken.</al></li>
          </lijst>
          <al>
            <vet>5. Garantieverlening</vet>
          </al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>Bij het verstrekken van gemeentegaranties aan een stichting of
                                    vereniging dienen de extra jaarlasten van de aan te trekken lening te passen binnen
                                    de exploitatie van de stichting of vereniging. <cursief>Aan
                                        woningbouwcorporaties wordt geen garantie verleend, omdat
                                        het WSW deze taak heeft
                                        ove</cursief><cursief>r</cursief><cursief>genomen.</cursief></al></li>
            <li nr="b."><al>Jaarlijks vindt toetsing plaats van de financiële situatie van
                                    de stichting of vereniging aan de hand van de door de stichting
                                    of vereniging verplicht te overleggen jaarstukken.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
          </kop>
          <al>De taken met betrekking tot de uitvoering van de financieringsfunctie
                            zijn als volgt verdeeld:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>De <vet>Gemeenteraad</vet>:</al><lijst>
                <li nr="1."><al>Stelt het financieringsbeleid vast.</al></li>
                <li nr="2."><al>Houdt toezicht op de uitvoering van het
                                    financieringsbeleid.</al></li>
                <li nr="3."><al>Stelt de financieringsparagraaf vast, als onderdeel van de
                                    begroting en de jaarrekening.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="b."><al>Het <vet>College van burgemeester en wethouders</vet>:</al><lijst>
                <li nr="1."><al>Draagt zorg voor de uitvoering van het financieringsbeleid.</al></li>
                <li nr="2."><al>Houdt toezicht op de financieringsactiviteiten.</al></li>
                <li nr="3."><al>
                    <cursief>Neemt besluiten over in préadviezen opgenomen
                                        voorstellen</cursief>. </al></li>
                <li nr="4."><al>Legt verantwoording af aan de gemeenteraad over de
                                    financieringsactiviteiten.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="c."><al>Het
                                            <vet><cursief>Hoofd</cursief></vet><vet><cursief>Ondersteuning</cursief></vet>:</al><lijst>
                <li nr="1."><al>Voert het financieringsbeleid uit binnen de aan hem
                                    gemandateerde bevoegdheden.</al></li>
                <li nr="2."><al>Zet een zodanige administratieve organisatie op (inclusief
                                    functiescheiding) dat het bestaan en de goede werking van de
                                    financieringsactiviteiten is gewaarborgd.</al></li>
                <li nr="3."><al>Toetst of de financieringsactiviteiten conform de opgezette
                                    administratieve organisatie worden uitgevoerd.</al></li>
                <li nr="4."><al>Legt via het <cursief>Hoofd Sturing en Beleid</cursief>
                                    verantwoording af over de uitvoering van zijn taken aan het college van burgemeester en wethouders.</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="d."><al>De <vet><cursief>Procescoördinator Sturing</cursief></vet>:</al><lijst>
                <li nr="1."><al>Toetst het financieringsbeleid op actualiteit.</al></li>
                <li nr="2."><al>Toetst de aanwezigheid van een adequate administratieve
                                    organisatie inzake de uitvoering van de
                                    financieringsfunctie.</al></li>
                <li nr="3."><al>Beoordeelt de volledigheid en betrouwbaarheid van de
                                    informatievoorziening over de financieringsactiviteiten.</al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
          </kop>
          <al>1<vet>.</vet>Het<vet> college van burgemeester en wethouders
                            </vet>is bevoegd tot:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>Het uitzetten van geldmiddelen, rekening houdend met de in
                                    artikel 4 geformuleerde richtlijnen en limieten, zonder
                                    maximum.</al></li>
            <li nr="b."><al>Het aantrekken van geldmiddelen, rekening houdend met de in
                                    artikel 4 geformuleerde richtlijnen en limieten, zonder
                                    maximum.</al></li>
            <li nr="c."><al>Het aangaan, wijzigen en beëindigen van rekening-courant
                                    overeenkomsten rekening houdend met de in artikel 4
                                    geformuleerde richtlijnen en limieten.</al></li>
            <li nr="d."><al>Het garanderen aan geldgevers van de betaling van rente en
                                    aflossing van geldleningen door:</al><lijst>
                <li nr="-"><al>plaatselijke instellingen, werkzaam in het sociale en/of
                                    culturele belang van Ridderkerk. </al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="2."><al>De in het kader van dit artikel genomen besluiten worden ter
                                    kennisneming voorgelegd aan de raadscommissie belast met het
                                    financieringsbeleid.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De planning en control voor de financieringsfunctie
                                    sluiten aan op de reguliere begrotingscyclus van de gemeente
                                    Ridderkerk.</al></li>
            <li nr="2."><al>Jaarlijks wordt aan de begroting en het jaarverslag van de
                                    gemeente Ridderkerk een financieringsparagraaf toegevoegd.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de
                                    bekendmaking.</al></li>
            <li nr="b."><al>De Verordening financieringsstatuut gemeente Ridderkerk 2001,
                                    zoals vastgesteld op </al></li>
          </lijst>
          <al>16 juli 2001, wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop deze
                            verordening in werking treedt.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
          </kop>
          <al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de titel:
                            Financieringsstatuut 2009.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Ridderkerk, 28 mei 2009</ondertekening>
        <ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening>
        <ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening>
        <ondertekening>jv/228 </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>MEMORIE VAN TOELICHTING BIJ DE VERORDENING FINANCIERINGSSTATUUT
                            2009</titel>
          </kop>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel> GEMEENTE RIDDERKERK</titel>
          </kop>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>1 INLEIDING</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>1 Algemeen</al></li>
            <li nr="1."><al>2 Bestuurlijke aansturing</al></li>
            <li nr="1."><al>3 Kwaliteitseisen financiering</al></li>
            <li nr="2"><al>BEGRIPPENKADER</al></li>
            <li nr="2."><al>1 Algemeen</al><lijst>
                <li nr="2.2"><al>Algemene begrippen financiering</al></li>
                <li nr="2.3"><al>Begrippen per financieringsdeelfunctie</al></li>
                <li nr="2.4"><al>Begrippen van de Wet fido</al></li>
                <li nr="2.5"><al>Overige begrippen</al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr="3"><al>FINANCIERINGSBELEID</al></li>
            <li nr="3."><al>1 Algemeen</al><lijst>
                <li nr="3.1.1"><al>Publieke taak</al></li>
                <li nr="3.1.2"><al>Prudent karakter</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="3."><al>2 Doeleinden, richtlijnen en limieten</al></li>
          </lijst>
          <al>3.2.1 Inleiding</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>3.2.2 Richtlijnen en limieten algemeen</titel>
          </kop>
          <al>3.3 Risicobeheer</al>
          <al>3.3.1 Renterisicobeheer</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>3.3.2 Kredietrisicobeheer</titel>
          </kop>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>3.3.3 Koersrisicobeheer</titel>
          </kop>
          <al>3.3.4Intern liquiditeitsrisicobeheer</al>
          <al>3.4Kasbeheer</al>
          <lijst>
            <li nr="3.4.1"><al>Geldstromenbeheer</al></li>
            <li nr="3.4.2"><al>Liquiditeitenbeheer</al></li>
          </lijst>
          <al>3.5 Gemeentefinanciering (corporate finance)</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>3.5.1 Financiering</titel>
          </kop>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>3.5.2 Uitzetting</titel>
          </kop>
          <al>3.5.3 Relatiebeheer</al>
          <al>4ORGANISATIE FINANCIERINGSFUNCTIE</al>
          <lijst>
            <li nr="5"><al>PLANNING EN CONTROL</al></li>
            <li nr="6"><al>
                <vet>INFORMATIEVOORZIENING</vet>
              </al><lijst>
                <li nr="6.1"><al>Algemeen</al></li>
                <li nr="6.2"><al>Beleidsmatige informatie</al></li>
                <li nr="6.3"><al>Verantwoordingsinformatie</al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
          <al>
            <vet>7 ADMINISTRATIEVE ORGANISATIE EN INTERNE CONTROLE</vet>
          </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>1 INLEIDING</titel>
          </kop>
          <al>1.1.1<vet>Algemeen</vet></al>
          <al>De financiering (treasury) bij de gemeenten heeft de laatste jaren sterk
                            aan betekenis gewonnen. Belangrijke redenen daarvoor zijn met name de
                            ontwikkelingen op de geld- en  kapitaalmarkten die bovendien een Europese dimensie hebben gekregen, de
                            introductie van  nieuwe financieringsinstrumenten, de verzelfstandiging van diensten van
                            de decentrale overheden en de voortschrijdende professionalisering die
                            voor de financiering in het algemeen wordt geëist. Financiering is een belangrijk aandachtsveld
                            geworden en krijgt daardoor steeds meer bestuurlijke betekenis. De
                            gemeenteraad zal als primaathouder zorg moeten dragen voor een
                            verantwoordelijke en professionele inrichting van de
                            financieringsfunctie, alsmede voor het scheppen van voorwaarden om deze
                            te kunnen uitvoeren. De Wet financiering decentrale overheden (Wet fido)
                            geeft daarvoor een belangrijk kader. Om de verantwoordelijkheid van de
                            gemeenteraad <cursief>te continueren</cursief> wordt voorgesteld het
                            Financieringsstatuut 2009 vast te stellen. De Memorie van Toelichting
                            beoogt meer inzicht te verschaffen in de doelstellingen van het
                            Financieringsstatuut 2009.</al>
          <al>1.2.1<vet>Bestuurlijke aansturing</vet></al>
          <al>Financiering lijkt in de praktijk door zijn aard vaak een technische
                            activiteit, die bovendien betrekkelijk afgezonderd uitgevoerd kan
                            worden. Niets is minder waar. Zoals bij praktisch alle gemeentelijke
                            activiteiten gaat het ook hier om een terrein dat bestuurlijk relevant
                            is. Kenmerkend voor de financieringsfunctie is dat de (uiteindelijk
                            budgettaire) risico's aanmerkelijk kunnen zijn. </al>
          <al>In de Wet fido wordt de financieringsfunctie als volgt
                            gedefinieerd:</al>
          <al>Financiering (treasury) is het sturen en beheersen van, het
                            verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële
                            geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico's.</al>
          <al>Deze definitie kan als volgt worden toegelicht:</al>
          <al>
            <vet>Sturen </vet>is het proces waarbij het college van B&amp;W richting
                            geeft aan het realiseren van de (beleid)doelstellingen voor de
                            financieringsfunctie die de raad heeft vastgesteld.</al>
          <al>
            <vet>Beheersen </vet>betreft het stelsel van maatregelen, systemen en
                            processen waardoor het college zorg draagt voor het blijvend realiseren van de vastgestelde
                            financieringsdoelen.</al>
          <al>
            <vet>Verantwoorden</vet> houdt in dat het college rekenschap aflegt over
                            de uitkomsten van de opgedragen financieringstaken en over het gebruik van de gedelegeerde
                            bevoegdheden ervan.</al>
          <al>
            <vet>Toezicht houden</vet> is de controlerende activiteit die de
                            gemeenteraad uitvoert om de resultaten van het financieringsbeleid te kunnen beoordelen.</al>
          <al>Uit de definitie blijkt dat financiering ook een bestuurlijk proces is.
                            De gemeenteraad dient daarbij het primaat te hebben en geeft de
                            financieringsfunctie een beleidsmatige inkadering door het vaststellen
                            van een financieringsstatuut. De Wet fido is daarbij een bepalend
                            kader.</al>
          <al>1.3<vet>Kwaliteitseisen financiering</vet></al>
          <al>De financieringsactiviteiten staan tegenwoordig bloot aan snelle
                            interne- en externe ontwikkelingen. Hierdoor zijn de (budgettaire)
                            risico’s die aan de financieringsfunctie verbonden zijn aanmerkelijk
                            groter geworden. Dit betekent dat de gemeenteraad duidelijke
                            doelstellingen moet formuleren voor de financieringsfunctie. </al>
          <al>Tevens moet de gemeenteraad limieten en richtlijnen vastleggen voor het
                            uitvoeren van de financieringsactiviteiten om ongewenste risico's te
                            voorkomen. </al>
          <al>Een nieuw instrument is de financieringsparagraaf in de begroting en de
                            rekening. Naast algemene ontwikkelingen en concrete beleidsvoornemens
                            worden in deze paragraaf de liquiditeitsprognose en de prognose of uitkomst van de kasgeldlimiet en
                            de renterisiconorm opgenomen. </al>
          <al>
            <vet>2</vet>
            <vet> BEGRIPPENKADER</vet>
          </al>
          <al>
            <vet>2.1 </vet>
            <vet> Algemeen</vet>
          </al>
          <al>Om aan de kwaliteitseisen te kunnen voldoen moet een beleid onder andere
                            helderheid scheppen over de gehanteerde begrippen. Deze begrippen worden
                            onderscheiden in vier categorieën:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>Algemene begrippen financiering (financieringsfunctie, -beleid
                                    en –beheer, zie 2.2);</al></li>
            <li nr="·"><al>Begrippen per financieringsdeelfunctie (risicobeheer, kasbeheer
                                    en financiering, zie 2.3);</al></li>
            <li nr="·"><al>Begrippen van de Wet fido (kasgeldlimiet, renterisiconorm,
                                    toezichthouder, zie 2.4);</al></li>
            <li nr="·"><al>Overige begrippen (vermogenswaarde, richtlijn, limiet,
                                    risicoprofiel, zie 2.5).</al></li>
          </lijst>
          <al>In de volgende paragrafen behandelen we deze begrippen. </al>
          <al>
            <vet>2.2 </vet>
            <vet> Algemene begrippen financiering</vet>
          </al>
          <al>De <vet>financieringsfunctie</vet> omvat alle activiteiten die zich
                            richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het
                            toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële
                            stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico's.</al>
          <al>Het <vet>financieringsbeleid</vet> bestaat uit de uitgangspunten,
                            doelstellingen, richtlijnen en limieten, de organisatorische en
                            administratieve kaders, de informatievoorziening en de administratieve
                            organisatie ter uitvoering van de financieringsfunctie. Het beleid wordt
                            vastgelegd in een <vet>financieringsstatuut.</vet></al>
          <al>Het <vet>financieringsbeheer</vet> is de (beleid)uitvoering van de
                            financieringsfunctie, binnen de kaders van het financieringsstatuut. De beleidsuitvoering vindt zijn
                            weerslag in specifieke beleidsplannen. Deze beleidsplannen en de
                            uitvoering daarvan komen aan de orde in de <vet>f</vet><vet>i</vet><vet>nancieringsparagraaf</vet> van
                            achtereenvolgens de begroting en de rekening.</al>
          <al>2.3 Begrippen per financieringsdeelfunctie</al>
          <al>De financieringsfunctie bestaat uit drie
                                <vet>financieringsdee</vet><vet>l</vet><vet>functies</vet>:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>Risicobeheer </al></li>
            <li nr="·"><al>Kasbeheer </al></li>
            <li nr="·"><al>Gemeentefinanciering </al><al>2.3.1<vet>Risicobeheer</vet></al></li>
          </lijst>
          <al>Het <vet>risicobeheer </vet>is een deelfunctie van de
                            financieringsfunctie en omvat alle activiteiten die zich richten op het
                            beheersen van financiële risico's, te weten renterisico's,
                            kredietrisico's, koersrisico's en interne liquiditeitsrisico's.</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>
                <vet>Renterisicobeheer </vet>is het beheersen van de risico's
                                    die voortvloeien uit de mogelijkheid dat in de toekomst de
                                    rentelasten van het vreemd vermogen hoger respectievelijk dat de
                                    renteopbrengsten van activa lager zullen zijn dan een
                                    bestuurlijk wenselijk geacht niveau, c.q. het in de
                                    (meerjaren)begroting geraamde niveau.</al></li>
            <li nr="·"><al>
                <vet>Kredietrisicobeheer </vet>(of debiteurenrisicobeheer) is
                                    het beheersen van de risico's die voortvloeien uit de
                                    mogelijkheid op een waardedaling van de vorderingspositie ten
                                </al></li>
          </lijst>
          <al>gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door
                            de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit.</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>
                <vet>Koersrisicobeheer</vet> is het beheersen van de risico's
                                    die voortvloeien uit de mogelijkheid dat de financiële activa
                                    van de organisatie in waarde verminderen door negatieve
                                    koersontwikkelingen.</al></li>
            <li nr="·"><al>
                <vet>Intern liquiditeitsrisicobeheer </vet>is het beheersen van
                                    de risico's van mogelijke wijzi-gingen in de
                                    liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning,
                                    waardoor als gevolg daarvan de financieringskosten hoger kunnen
                                    uitvallen.</al><al>2.3.2<vet>Kasbeheer</vet></al></li>
          </lijst>
          <al>Het kasbeheer is een deelfunctie van de financieringsfunctie en omvat
                            het beheer van de geldstromen en daaruit voortvloeiende saldi en
                            liquiditeitsposities tot één jaar.</al>
          <al>·<vet>Geldstromenbeheer</vet> omvat al die activiteiten die nodig zijn
                            om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie
                            en derden (betalingsverkeer).</al>
          <al>·<vet>Liquiditeitenbeheer</vet> is het financieren en uitzetten van
                            middelen voor een periode tot één jaar.</al>
          <al>2.3.3<vet>Gemeentefinanciering (corporate finance)</vet></al>
          <al>
            <vet>Gemeentefinanciering (corporate finance) </vet>is een deelfunctie
                            van de financieringsfunctie en omvat de activiteiten die gericht zijn op
                            het beheren van de liquiditeitsposities voor een termijn vanaf één jaar
                            en het voorzien in de benodigde liquiditeiten (minimaal 1 jaar) voor de
                            realisatie van voorgenomen investeringen en activiteiten alsmede het
                            onderhouden van relatie met financiële instellingen.</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>
                <vet>Financiering </vet>omvat het aantrekken van de benodigde
                                    financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze
                                    middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd
                                    vermogen. Het aantrekken van financiële middelen voor een
                                    periode tot één jaar behoort tot het liquiditeitenbeheer.</al></li>
            <li nr="·"><al>
                <vet>Uitzetting </vet>omvat het beheren van het eigen vermogen
                                    en andere financiële middelen voor een periode van minimaal één
                                    jaar. Uitzettingen kunnen intern en extern plaats </al></li>
          </lijst>
          <al>vinden. Externe uitzettingen kunnen bestaan uit het uitzetten van
                            financieringsmiddelen of bij financiële instellingen en andere externe
                            partijen <cursief>(bijv. MTN’s).</cursief> Het uitzetten van </al>
          <al>financiële middelen voor een periode tot één jaar behoort tot het
                            liquiditeitenbeheer.</al>
          <al>·<vet>Relatiebeheer</vet> omvat het onderhouden van de relaties met
                            financiële instellingen.</al>
          <al>2.4 Begrippen van de Wet fido</al>
          <al>De begrippen van de Wet fido die voor de financieringsfunctie van belang
                            zijn, zijn de volgende:</al>
          <al>·<vet>Openbare lichamen: </vet>provincies, gemeenten, waterschappen,
                            regio's bedoeld in artikel 21 (eerste lid) van de Politiewet 1993,
                            lichamen ingesteld met toepassing van de Wet gemeenschappelijke
                            regelingen die bevoegd zijn tot het aangaan, garanderen en </al>
          <al>verstrekken van geldleningen door Onze Ministers aan te wijzen andere
                            bij wet ingestelde lichamen en organen.</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>
                <vet>Rentetypische looptijd: </vet>het tijdsinterval gedurende
                                    de looptijd van een lening, waarin op basis van de
                                    leningvoorwaarden van de geldlening sprake is van een door de
                                    verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare constante
                                    rentevergoeding (Wet fido artikel 1, lid c).</al></li>
            <li nr="·"><al>
                <vet>Netto-vlottende schuld: </vet>het gezamenlijk bedrag
                                    van:</al></li>
            <li nr="-"><al>de opgenomen gelden met een oorspronkelijke rentetypische
                                    looptijd van korter dan één jaar;</al></li>
            <li nr="-"><al>de schuld in rekening-courant;</al></li>
            <li nr="-"><al>de voor een termijn van korter dan één jaar ter bewaring in de
                                    kas gestorte gelden van derden, en</al></li>
            <li nr="-"><al>overige geldleningen die geen onderdeel uitmaken van de vaste
                                    schuld, verminderd met het gezamenlijke bedrag van:</al></li>
            <li nr="-"><al>de contante gelden in kas;</al></li>
            <li nr="-"><al>de tegoeden in rekening-courant, en</al></li>
            <li nr="-"><al>de overige uitstaande gelden met een rentetypische looptijd van
                                    korter dan één jaar.</al></li>
            <li nr="·"><al>De <vet>gemiddelde netto-vlottende</vet> schuld per kwartaal:
                                    het gemiddelde van de netto-vlottende schuld op de eerste dag
                                    van iedere maand in het desbetreffende kwartaal.</al></li>
            <li nr="·"><al>De <vet>kasgeldlimiet: </vet>een bedrag ter grootte van een
                                    percentage van het totaal van de </al></li>
          </lijst>
          <al>jaarbegroting van het openbare lichaam bij aanvang van het jaar.</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>Het <vet>renterisico</vet> op de vaste schuld: de mate waarin
                                    het saldo van rentelasten en rentebaten van een openbaar lichaam
                                    verandert door wijzigingen in het rentepercentage op leningen en
                                    uitzettingen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van
                                    één jaar of langer.</al></li>
            <li nr="·"><al>De <vet>renterisiconorm: </vet>een bedrag ter grootte van een
                                    percentage van het <cursief>begrotingstotaal</cursief> van het
                                    openbare lichaam bij aanvang van het jaar.</al></li>
            <li nr="·"><al>
                <vet>3%-norm </vet>voor het EMU-saldo van de overheid: de
                                    referentiewaarde voor het vorderingensaldo van de overheid zoals
                                    vastgelegd in artikel 104C en Protocol nr. 5 van het </al></li>
          </lijst>
          <al>Verdrag betreffende de Europese Unie.</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>
                <vet>Toezichthouder:</vet> het bestuursorgaan dat op grond van
                                    enige wettelijke bepaling is belast met het toezicht op de
                                    begroting van een openbaar lichaam.</al><al>2.5<vet>Overige begrippen</vet></al></li>
            <li nr="·"><al>
                <vet>Vermogenswaarde: </vet>het geheel van de in geld
                                    uitgedrukte waarde van de bezittingen aan goederen en
                                    vorderingen (activa en passiva).</al></li>
            <li nr="·"><al>
                <vet>Richtlijn:</vet> een richtlijn is een bindend voorschrift
                                    c.q. aanwijzing van een te volgen </al></li>
          </lijst>
          <al>handelswijze.</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>
                <vet>Limiet:</vet> een limiet is een type richtlijn die de
                                    (uiterste) grens aangeeft van een bepaalde handeling,
                                    verantwoordelijkheid en/of bevoegdheid.</al></li>
            <li nr="·"><al>
                <vet>Risicoprofiel:</vet> geeft aan in welke mate een
                                    organisatie risico's loopt.</al></li>
          </lijst>
          <al>
            <vet>3</vet>
            <vet> FINANCIERINGSBELEID</vet>
          </al>
          <al>
            <vet>3.1 </vet>
            <vet> Algemeen</vet>
          </al>
          <al>In het financieringsstatuut wordt het financieringsbeleid vastgelegd.
                            Dat geschiedt in de eerste plaats door het aangeven van de doelstellingen van het
                            financieringsbeleid en van de richtlijnen en limieten voor de dagelijkse
                            uitvoering van het financieringsbeleid. Met name voor deze onderdelen
                            van het financieringsstatuut heeft de Wet fido op onderdelen een bepalend en bindend karakter. Alvorens meer specifiek op de
                            doelstellingen, richtlijnen en limieten in te gaan, komen in deze
                            paragraaf daarom eerst een aantal hoofdpunten van de Wet fido aan de
                            orde, die van invloed zijn op het financieringsbeleid van de
                            gemeente.</al>
          <al>
            <vet>3.1.1 </vet>
            <vet> Publieke taak</vet>
          </al>
          <al>De gemeente Ridderkerk kan uitsluitend leningen aangaan, middelen
                            uitzetten en garanties verlenen voor de uitoefening van de publieke
                            taak. De Wet fido geeft aan het begrip publieke taak een beperkte
                            invulling. Bankachtige activiteiten – zoals in de zin van aantrekken en
                            uitzetten van middelen met als doel het genereren van inkomen – worden
                            volgens de Wet fido in elk geval <onderstreept>niet</onderstreept> tot
                            de publieke taak van gemeenten gerekend en zijn verboden.</al>
          <al>Het is de gemeenteraad die in belangrijke mate het kader van de publieke
                            taak bepaalt. De gemeentebegroting en de begrotingswijzigingen bepalen
                            daarbij het budgettaire kader voor de uitoefening van de publieke taak.
                            Dit zal ook de context moeten zijn voor garanties aan instellingen die
                            bijdragen aan de publieke taak. De gemeente(raad) moet zorgen voor een
                            duidelijke en transparante motivering van waarom iets als publieke taak
                            wordt beschouwd.</al>
          <al>Overigens is het beleid van de gemeente Ridderkerk om <cursief>geen
                                leningen en garanties te </cursief></al>
          <al>
            <cursief>verstrekken aan woningbouwcorporaties. Voor deze taak is
                                (landelijk) het Waarbor</cursief>
            <cursief>g</cursief>
            <cursief>fonds
                            </cursief>
          </al>
          <al>
            <cursief>S</cursief>
            <cursief>o</cursief>
            <cursief>ciale Woningbouw (WSW)
                                opgericht. </cursief>
          </al>
          <al>In die gevallen waarbij de gemeente <cursief>garant staat voor een
                                geldlening</cursief> van een derde-organisatie die naar het oordeel
                            van de gemeenteraad de publieke zaak dient (zoals een sportvereniging of
                            een bibliotheek) <cursief>kan de geldverstrekker</cursief> gunstiger
                            financieringsvoorwaarden met deze organisatie
                                <cursief>afspreken</cursief> dan <cursief>zonder gemeentegarantie
                                het geval zou zijn.</cursief></al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>3.1.2 Prudent karakter</titel>
          </kop>
          <al>Uitzettingen en derivaten moeten een prudent karakter hebben en mogen
                            niet gericht zijn op het genereren van inkomsten door het aangaan van
                            overmatige risico's. Het gaat hierbij om het uitzetten van tijdelijk
                            overtollige middelen, die niet direct ten behoeve van de publieke taak
                            worden aangewend (uit hoofde van de financieringsfunctie).</al>
          <al>Bij het prudent uitzetten van middelen en het afsluiten van derivaten
                            zijn in ieder geval twee aspecten in het geding. Dat zijn een voldoende
                            kredietwaardigheid van de tegenpartij en een beperkt marktrisico van de
                            uitzetting. </al>
          <al>
            <vet>Marktrisico uitzettingen </vet>
          </al>
          <al>De waarde van de financiële activa dient zo min mogelijk gevoelig te
                            zijn voor marktbewegingen. Voorwaarde hierbij dient te zijn dat minimaal
                            de hoofdsom van de lening intact blijft. Hiervan is sprake bij de
                            volgende (soorten) uitzettingen:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>Daggeld;</al></li>
            <li nr="·"><al>Deposito's;</al></li>
            <li nr="·"><al>Producten waarbij de hoofdsom is gegarandeerd </al></li>
            <li nr="·"><al>Uitzettingen in de vorm van vastrentende waarden, bijvoorbeeld
                                    obligaties.</al></li>
          </lijst>
          <al>Uitzettingen in de vorm van aandelen zijn niet toegestaan. Het kopen van
                            aandelen van ondernemingen uit hoofde van de publieke taak is wel toegestaan
                            (bijvoorbeeld aandelen van de Bank Nederlandse Gemeenten). </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>Derivaten</titel>
          </kop>
          <al>Derivaten kunnen een waardevolle rol vervullen bij het risicomanagement,
                            mits er voldoende deskundigheid bij de gemeente aanwezig is. De
                            derivatenproducten en hun (risico)effecten zijn namelijk uitermate
                            complex. Indien het gebruik van derivaten gewenst is zal per geval een
                            voorstel worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Voor het gebruik van
                            derivaten wordt gehandeld volgens de geldende ministeriële
                            richtlijnen.</al>
          <al>Prudent gebruik van derivaten houdt met name het volgende in:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>Derivaten zijn alleen toegestaan voor het afdekken van
                                    financiële risico's (hedgen);</al></li>
            <li nr="·"><al>Gesloten positie. De onderliggende waarde waarop het derivaat
                                    betrekking heeft, heeft gelijke modaliteiten (in omvang,
                                    looptijd) als de bijbehorende financieringsbehoefte of </al></li>
          </lijst>
          <al>bijbehorende overtollige middelen. </al>
          <al>3.2 Doeleinden, richtlijnen en limieten</al>
          <al>
            <vet>3.2.1 </vet>
            <vet> Inleiding</vet>
          </al>
          <al>De financieringsactiviteiten staan aan snelle interne - en externe
                            ontwikkelingen bloot. Dit betekent dat de gemeenteraad duidelijke
                            doelstellingen moet formuleren voor de financieringsfunctie. Deze
                            doelstellingen hebben betrekking op zowel de hele financieringsfunctie
                            als op de speciale financieringsactiviteiten. Het financieringsstatuut
                            bevat de richtlijnen en </al>
          <al>limieten om ongewenste risico's te voorkomen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>3.2.2 Richtlijnen en limieten algemeen</titel>
          </kop>
          <al>Door middel van het financieringsstatuut geeft de gemeenteraad op
                            hoofdlijnen aan volgens welke richtlijnen en binnen welke limieten de
                            geformuleerde doelstellingen moeten worden gerealiseerd. Een richtlijn
                            is een bindend voorschrift voor een handelwijze die gevolgd moet worden
                            en een limiet is een type richtlijn die een uiterste grens aangeeft. </al>
          <al>Een belangrijk deel van de richtlijnen en limieten is bepaald door de
                            Wet fido. De wettelijke voorschriften van de Wet fido komen daarom
                            herkenbaar als richtlijnen in het financieringsstatuut naar voren. Een
                            voorbeeld hiervan is de kasgeldlimiet. Ter verdere invulling van de Wet
                            fido worden in het Financieringsstatuut de richtlijnen en limieten
                            vastgelegd, uiteraard binnen de wettelijke kaders die hiervoor gelden. </al>
          <al>De richtlijnen en limieten bepalen het aanvaardbare
                                <onderstreept>financiële</onderstreept> en
                                <onderstreept>interne</onderstreept> risicoprofiel van de gemeente.
                            Onder het <onderstreept>financiële</onderstreept> risicoprofiel worden
                            de volgende financiële risico's verstaan: het renterisico, het
                            koersrisico, het kredietrisico, het interne liquiditeitsrisico en het
                            financieringsrisico. Het <onderstreept>interne</onderstreept>
                            risicoprofiel heeft betrekking op de kwaliteitseisen van de
                            gemeentelijke organisatie in het kader van de financieringsfunctie. </al>
          <al>De richtlijnen en limieten in relatie tot het <onderstreept>financiële
                                risicopr</onderstreept><onderstreept>o</onderstreept><onderstreept>fiel</onderstreept>
                            hebben vooral betrekking op </al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>toegestane (financierings)tegenpartijen </al></li>
            <li nr="·"><al>toegestane technieken </al></li>
            <li nr="·"><al>toegestane financiële instrumenten</al></li>
            <li nr="·"><al>kasgeldlimiet</al></li>
            <li nr="·"><al>renterisico</al></li>
            <li nr="·"><al>maximale omvang van transacties per tegenpartij </al></li>
            <li nr="·"><al>benodigde informatie.</al><lijst>
                <li nr="3.3.1"><al>
                    <vet>Risicobeheer</vet>
                  </al></li>
                <li nr="3.3.2"><al>
                    <vet>Renterisicobeheer</vet>
                  </al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
          <al>Doelstellingen:</al>
          <al>1.Het zoveel mogelijk beperken van de (negatieve) invloeden van
                            toekomstige rentewijzigingen op het resultaat van de (gemeentelijke)
                            organisatie en op de waarde van </al>
          <al>rentedragende activa en passiva;</al>
          <al>2.Het minimaliseren van de rentekosten en het optimaliseren van de
                            rentebaten.</al>
          <al>3.3.3<vet>Kredietrisicobeheer</vet></al>
          <al>Doelstelling:</al>
          <al>Het beschermen van de organisatie tegen ongewenste financiële risico's
                            als gevolg van onvoldoende kredietwaardigheid van tegenpartijen.</al>
          <al>Voor het verstrekken van leningen en garanties aan derden wordt
                            onderscheid gemaakt tussen partijen die een binding hebben met de gemeente (zoals
                            bijvoorbeeld een sportvereniging) en partijen bij wie tijdelijk
                            overtollige geldmiddelen kunnen worden uitgezet.</al>
          <al>
            <cursief>Voor het verstrekken van leningen aan en het afgeven van
                                garanties ten behoeve van </cursief>
          </al>
          <al>
            <cursief>parti</cursief>
            <cursief>j</cursief>
            <cursief>en die een binding
                                met de gemeente hebben is het van belang dat in overleg met de
                            </cursief>
          </al>
          <al>
            <cursief>betrokken (beleids)afdeling een advies aan het college van
                                burgemeester en wetho</cursief>
            <cursief>u</cursief>
            <cursief>ders
                                wordt voorgelegd. Het advies wordt uitgebracht door de afdeling
                            </cursief>Financiën &amp; Control (F&amp;C<cursief>). De betrokken
                                beleidsafdeling is verantwoordelijk voor de
                                aa</cursief><cursief>n</cursief><cursief>levering van het
                                beleidsinho</cursief><cursief>u</cursief><cursief>delijke deel van
                                het advies. De afdeling </cursief>F&amp;C<cursief> is
                                verantwoordelijk voor het onderdeel inzake de financiële
                                consequenties. </cursief>Het hoofd Ondersteuning<cursief> toetst het
                                voo</cursief><cursief>r</cursief><cursief>stel integraal op
                            </cursief></al>
          <al>
            <cursief>naleving van de financiële - en beleidsmatige richtlijnen,
                                al</cursief>
            <cursief>s</cursief>
            <cursief>mede op de volledigheid van
                                de informatieverschaffing. Het college zal op basis van de in het
                                advies opgenomen voorste</cursief>
            <cursief>l</cursief>
            <cursief>len
                                een besluit nemen.</cursief>
          </al>
          <al>3.3.4<vet>Koersrisicobeheer</vet></al>
          <al>Doelstelling: </al>
          <al>Het beschermen van de organisatie tegen ongewenste financiële risico's
                            als gevolg van koersschommelingen. <cursief>Door te kiezen voor Euro’s
                                van financiële instellingen binnen de </cursief></al>
          <al>
            <cursief>Eur</cursief>
            <cursief>o</cursief>
            <cursief>pese Unie is dit
                                risico uitgesloten (zie artikel 4a van het statuut).</cursief>
          </al>
          <al>Koersrisico’s buiten de Eurolanden kunnen voorkomen op verhandelbare
                            waardepapieren zoals aandelen en obligaties. De Wet fido sluit de
                            aankoop van aandelen in het algemeen nadrukkelijk uit. Het aankopen van
                            aandelen van ondernemingen uit hoofde van de publieke taak is wel
                            toegestaan, mits voldoende en transparant onderbouwd. (bijvoorbeeld
                            aandelen BNG).</al>
          <al>3.3.4<vet>Intern liquiditeitsrisicobeheer</vet></al>
          <al>Doelstelling:</al>
          <al>Het beheersen van de risico's van mogelijke wijzigingen in de
                            liquiditeitenplanning en middellange investeringsplanning. </al>
          <al>
            <vet>Kasbeheer</vet>
          </al>
          <al>Het <onderstreept>kasbeheer</onderstreept> omvat het beheer van de
                            geldstromen en daaruit voortvloeiende saldi en </al>
          <al>liquiditeitsposities <onderstreept>tot één jaar</onderstreept>.</al>
          <al>Renterisico's op de netto vlottende schuld zijn begrensd tot de normen
                            van de kasgeldlimiet van de Wet fido (per 1-1-2009: 8,5% van het totaal
                            van de jaarbegroting).</al>
          <al>3.4.1<vet>Geldstromenbeheer</vet></al>
          <al>Geldstromenbeheer omvat alle activiteiten die nodig zijn om het interne
                            - en externe betalingsverkeer te beheersen. Het gaat dan vooral om het
                            verplaatsen van geldstromen binnen de gemeentelijke organisatie en
                            tussen de organisatie en derden.</al>
          <al>Geldstromenbeheer heeft tot doel:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>Het contante betalingsverkeer binnen de organisatie zoveel
                                    mogelijk te beperken.</al></li>
            <li nr="·"><al>De externe bankkosten te minimaliseren door het beperken van het
                                    verlies aan valuta-dagen, te betalen provisies en kosten van
                                    betalingsverkeer.</al></li>
            <li nr="·"><al>Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten door de
                                    administratie zo efficiënt mogelijk op te zetten.</al><al>3.4.2<vet>Liquiditeitenbeheer </vet></al></li>
          </lijst>
          <al>Onder <onderstreept>liquiditeitenbeheer</onderstreept> verstaan we het
                            financieren en uitzetten van middelen met een rentetypische looptijd
                                <onderstreept>korter dan één jaar</onderstreept>. De treasurer moet
                            er onder meer voor zorgen dat te allen tijde over voldoende dagelijks
                            opvraagbare liquiditeiten kan worden beschikt om te garanderen dat de
                            organisatie haar korte termijnverplichtingen kan nakomen.</al>
          <al>Het uitzetten van overtollige geldmiddelen gebeurt door de treasurer
                            voor de gehele gemeentelijke organisatie. Overwegingen om geldmiddelen gedurende een
                            periode tot één jaar uit te zetten worden gemaakt op het moment dat er
                            sprake is van overliquiditeit voor langer dan één maand en op het moment
                            dat er een deposito afloopt. Per geval dient bekeken te worden op welke
                            wijze en voor welke termijn geldmiddelen kunnen worden weggezet.</al>
          <al>3.5<vet>Gemeentefinanciering (Corporate finance)</vet></al>
          <al>3.5.1<vet>Financiering</vet></al>
          <al>Financiering omvat het aantrekken van de benodigde financiële middelen
                            met een rente-typische looptijd vanaf één jaar. Onder de financiering
                            valt ook de inzet van eigen vermogen. </al>
          <al>De doelstelling van deze deelfunctie kan als volgt worden
                            geformuleerd:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>Het voorzien in de toekomstige behoefte aan vreemd vermogen
                                    tegen zo laag mogelijke kosten.</al></li>
            <li nr="·"><al>Het (gedeeltelijk) voorzien in de toekomstige
                                    financieringsbehoefte door het intern beleggen van het eigen
                                    vermogen</al></li>
            <li nr="·"><al>Het aantrekken van vreemd vermogen met een rentetypische
                                    looptijd van minimaal 1 jaar tegen aanvaardbare risico's.</al></li>
          </lijst>
          <al>
            <vet>Uitzetting</vet>
          </al>
          <al>Uitzetting omvat het beheren van het eigen vermogen en andere financiële
                            middelen met een rentetypische looptijd vanaf één jaar. Het uitzetten
                            van financiële middelen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar behoort tot het
                            liquiditeitenbeheer.</al>
          <al>3.5.2<vet>Relatiebeheer</vet></al>
          <al>Relatiebeheer omvat het onderhouden van relaties met financiële
                            instellingen. Hierbij stelt de gemeente zich als doel om de positie,
                            naamsbekendheid en financiële betrouwbaarheid als klant (in de ogen van
                            de geldgevers) te behouden en indien mogelijk te verbeteren, gericht
                            op:</al>
          <al>·Het realiseren van marktconforme condities op producten en diensten
                            geleverd door </al>
          <al>financiële instellingen.</al>
          <al>·Het zorgdragen voor een permanente beschikbaarheid van bancaire en
                            financiële </al>
          <al>diensten, zo mogelijk tegen een vooraf overeengekomen kwaliteit en
                            prijs.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>4 ORGANISATIE FINANCIERINGSFUNCTIE</titel>
          </kop>
          <al>In Ridderkerk is ervoor gekozen de financieringsfunctie onder te brengen
                            bij de afdeling <cursief>Financiën &amp; Control (F&amp;C).</cursief> De wijze waarop de
                            financieringsfunctie is ingericht wordt in de beschrijving van de
                            administratieve organisatie vastgelegd.</al>
          <al>5 PLANNING EN CONTROL</al>
          <al>Jaarlijks wordt in de (meerjaren)begroting en in de gemeenterekening een
                            financierings-paragraaf opgenomen. De planning &amp; control voor de
                            financieringsfunctie hangt nauw samen met die van de “normale” planning-
                            &amp; controlcyclus. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>6 INFORMATIEVOORZIENING</titel>
          </kop>
          <al>
            <vet>6.1 </vet>
            <vet> Algemeen</vet>
          </al>
          <al>De kernelementen bij de financieringsfunctie zijn zoals eerder
                            aangegeven sturen, beheersen, verantwoorden en toezicht houden. Bij de
                            eerste twee elementen gaat het met name om de operationele informatie
                            passend bij het systeem van Planning &amp; Control. Bij de elementen van
                            verantwoorden en toezicht houden staat de verantwoordingsinformatie
                            centraal.</al>
          <al>De voorziening van juiste, tijdige, volledige en relevante
                            verantwoordingsinformatie moet gerekend worden tot de belangrijkste
                            voorwaarden voor het kunnen beheersen van de </al>
          <al>financiële en interne risico's. De administratieve organisatie en de
                            interne controle dienen de adequate informatie te waarborgen.</al>
          <al>
            <vet>6.2 </vet>
            <vet> Beleidsmatige informatie</vet>
          </al>
          <al>De beleidsmatige informatie bestaat vooral uit de concrete
                            beleidsplannen en de uitvoering ervan zoals opgenomen in de
                            financieringsparagraaf. De beleidsmatige informatie beoogt een
                            transparant besluitvormingsproces mogelijk te maken.</al>
          <al>
            <vet>6.3 </vet>
            <vet> Verantwoordingsinformatie</vet>
          </al>
          <al>De verantwoordingsinformatie is met name de informatie die aangeeft of
                            de gestelde doelen gerealiseerd zijn en of de uitvoering van de
                            financieringsfunctie heeft plaatsgevonden binnen de kaders van het
                            financieringsstatuut. In het laatste geval is ook de rechtmatigheid van
                            de uitvoering van de financieringsfunctie aan de orde. De
                            verantwoordingsinformatie speelt op elk niveau van de organisatie.</al>
          <al>De verantwoordingsinformatie voor de raad zal met name zijn weerslag
                            vinden in de financieringsparagraaf van de gemeenterekening. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <titel>7 ADMINISTRATIEVE ORGANISATIE EN INTERNE CONTROLE</titel>
          </kop>
          <al>In de <onderstreept>administratieve organisatie</onderstreept> komt
                            praktisch de gehele financieringsfunctie aan de orde. De richtlijnen en
                            limieten, de verdeling van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden,
                            de delegatie en mandateringen, al deze zaken vinden hun vastlegging en
                            neerslag in de administratieve organisatie. In relatie daarmee zal de administratieve
                            organisatie ook de adequate beleids-, operationele- en verantwoordingsinformatie moeten
                            kunnen leveren aan de betrokkenen.</al>
          <al>De administratie bevat daarnaast als kernonderdeel ook de maatregelen
                            voor de <onderstreept>interne </onderstreept></al>
          <al>
            <onderstreept>controle</onderstreept> om daarmee te bewerkstelligen en
                            te bevestigen dat de uitvoering van de financieringsfunctie conform de
                            gestelde regels geschiedt. Daartoe dienen interne controles plaats te
                            vinden op:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>de juistheid, tijdigheid, volledigheid en relevantie van de
                                    managementinformatie;</al></li>
            <li nr="·"><al>de juistheid, volledigheid en tijdigheid van de administratieve
                                    verwerking;</al></li>
            <li nr="·"><al>de naleving van preventieve maatregelen;</al></li>
            <li nr="·"><al>de uitvoering van het vastgestelde beleid.</al></li>
          </lijst>
          <al>Een en ander betekent dat de administratieve organisatie en de interne
                            controle moeten waarborgen dat:</al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al>de uitvoering rechtmatig en doelmatig is;</al></li>
            <li nr="·"><al>de financieringsactiviteiten adequaat kunnen worden uitgevoerd
                                    en bijgestuurd;</al></li>
            <li nr="·"><al>de risico's kunnen worden beheerst;</al></li>
            <li nr="·"><al>de juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatie
                                    verzekerd is.</al></li>
          </lijst>
        </divisie>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>