<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR42052_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Inspraakverordening gemeente Ridderkerk 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">gemeentejournaal, 05-11-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Inspraakverordening gemeente Ridderkerk 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 150</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-10-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-11-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Gemeentestukken: 2009-265</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur en recht</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Inspraakverordening gemeente Ridderkerk 2004 wordt hierbij ingetrokken.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Inspraakverordening gemeente Ridderkerk 2009
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Ridderkerk;</al>
          <al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18
                        augustus 2009,</al>
          <al>nummer 265;</al>
          <al>gelet op artikel 150 van de Gemeentewet;</al>
          <al>
            <vet>b e s l u i t :</vet>
          </al>
          <al>vast te stellen de</al>
          <al>
            <vet>INSPRAAKVERORDENING GEMEENTE RIDDERKERK 2009</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <al>De verordening verstaat onder:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>inspraak: het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij
                        de voorbereiding van gemeentelijk beleid;</al></li>
            <li nr="b."><al>inspraakprocedure: de wijze waarop de inspraak gestalte wordt
                        gegeven;</al></li>
            <li nr="c."><al>beleidsvoornemen: het voornemen van het bestuursorgaan tot het
                        vaststellen of wijzigen van beleid.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Onderwerp van inspraak</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen
                        bevoegdheden of, en de mate waarin en de voorwaarden waaronder inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van
                        gemeentelijk beleid.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe
                        verplicht.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Geen inspraak wordt verleend:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder
                        vastgesteld beleidsvoornemen;</al></li>
              <li nr="b."><al>indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is
                        uitgesloten;</al></li>
              <li nr="c."><al>indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij
                        het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;</al></li>
              <li nr="d."><al>inzake de begroting, de Kadernota voor de opstelling van de
                        begroting, de tarieven voorgemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de
                        Gemeentewet;</al></li>
              <li nr="e."><al>indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate
                        spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht;</al></li>
              <li nr="f."><al>indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang
                        van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Inspraakgerechtigden</titel>
          </kop>
          <al>Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Inspraakprocedure</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene
                        wet bestuursrecht (Awb) van toepassing.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een
                        andere inspraakprocedure vaststellen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Ten aanzien van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) is
                        de verordening WMO adviesraad Ridderkerk van toepassing;</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Ten aanzien van onderwerpen waarbij artikel 47 van de Wet Werk
                        en Bijstand van toepassing is, is de Verordening Klantenparticipatie Sociale Zaken gemeente Ridderkerk
                        2009 van toepassing.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Eindverslag</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een
                        eindverslag op.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het eindverslag bevat in elk geval:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure;</al></li>
              <li nr="b."><al>een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak
                        mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht;</al></li>
              <li nr="c."><al>een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed
                        wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van het beleidsvoornemen wordt
                        overgegaan.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke
                        wijze openbaar.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>De burgemeester vermeldt het eindverslag in zijn
                        burgerjaarverslag. </al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Intrekking oude verordening</titel>
          </kop>
          <al>De Inspraakverordening gemeente Ridderkerk 2004 wordt ingetrokken.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening treedt in werking op de dag nadat deze is vastgesteld.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Ridderkerk, 15 oktober 2009</ondertekening>
        <ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening>
        <ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening>
        <ondertekening>RvA/412</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <tussenkop>Toelichting</tussenkop>
        <tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop>
        <al>Sinds 1 januari 1994 is in artikel 150 van de Gemeentewet aan de raad de
                    verplichting opgelegd een inspraakverordening vast te stellen. Door de raad van
                    Ridderkerk is op 30 januari 1995 de “Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en in de gemeente een belang
                    hebbende natuurlijke en rechtspersonen bij de voorbereiding van gemeentelijk
                    beleid worden betrokken” (Inspraakverordening) vastgesteld. Deze is vervangen door de Inspraakverordening
                    gemeente Ridderkerk 2004. </al>
        <tussenkop>Artikel 150 Gemeentewet</tussenkop>
        <al>
          <vet>1. </vet>De raad stelt een verordening vast waarin regels worden gesteld
                    met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk
                    beleid worden betrokken.</al>
        <al>
          <vet>2. </vet>De in het eerste lid bedoelde inspraak wordt verleend door
                    toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), voorzover in de verordening niet anders is
                    bepaald.</al>
        <al>Uit de laatste zinsnede van het tweede lid van artikel 150 van de Gemeentewet
                    blijkt dat afwijkingen van afdeling 3.4 Awb zijn toegestaan. Dit laatste kan bijvoorbeeld
                    in gevallen waarin het wenselijk is om wel een ontwerp ter inzage te leggen,
                    maar de inspraak daarover op andere wijze te organiseren dan via het mondeling
                    naar voren brengen van zienswijzen of om te werken met andere termijnen, aldus
                    de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel.</al>
        <tussenkop>Inspraakprocedure/deregulering</tussenkop>
        <al>Aan inspraak kan op zeer uiteenlopende manieren worden vormgegeven. Door het van
                    toepassing verklaren van de procedureregeling van afdeling 3.4 van de Awb is een sobere
                    regeling overgebleven. Bovendien maakt een globale raamregeling het mogelijk dat
                    recht wordt gedaan aan de behoefte van insprekers en gemeentebestuur mede in
                    relatie tot aard, schaal en reikwijdte van het beleidsvoornemen waarop inspraak
                    plaatsvindt.</al>
        <tussenkop>Alternatieven voor inspraak</tussenkop>
        <al>Inspraak is een naar tijd en strekking begrensde fase van het totale
                    besluitvormingsproces. Inspraak wordt verleend op het moment dat een
                    beleidsvoornemen rijp is voor besluitvorming. Inspraak valt te onderscheiden van
                    de andere mogelijkheden die men heeft om zich tot het gemeentebestuur te wenden.
                    Te denken valt hierbij aan het spreekrecht bij raads- en commissievergaderingen
                    (regeling via het reglement van orde of een commissieverordening).</al>
        <al>Er is een wezenlijk verschil tussen inspraak en interactieve beleidsvorming.
                    Interactieve beleidsvorming is een werkwijze, met name bedoeld voor complexe beleidsprocessen
                    waarbij meerdere actoren betrokken zijn. Een overheidsorganisatie betrekt dan in een zo
                    vroeg mogelijk stadium burgers, maatschappelijke organisaties, bedrijven of andere overheden
                    bij het beleid om zo in een open en evenwichtige wisselwerking of samenwerking
                    met hen tot de voorbereiding, bepaling, uitvoering of evaluatie van beleid te
                    komen. Interactieve beleidsvorming mobiliseert daarbij de kennis en steun van
                    betrokkenen bij beleidsproblemen waarvan de overheid op voorhand niet weet - of
                    nog niet wil bepalen - hoe deze opgelost zullen worden.</al>
        <tussenkop>Artikelgewijze toelichting</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</tussenkop>
        <al>
          <vet>a. </vet>Inspraak:</al>
        <al>Er zijn veel omschrijvingen van het begrip inspraak. Bij de in dit artikel
                    opgenomen formulering is aangesloten bij de tekst van artikel 150 van de Gemeentewet. Inspraak is een
                    onderdeel van de voorbereiding en uitvoering van het gemeentelijk beleid en heeft een tweeledig
                    doel. Enerzijds wordt aan belanghebbenden de mogelijkheid geboden om hun mening over
                    beleidsvoornemens kenbaar te maken. Anderzijds biedt inspraak aan bestuursorganen een belangrijk
                    hulpmiddel in het kader van de voor de beleidsvoorbereiding noodzakelijke belangenafweging.
                    Inspraak is overeenkomstig artikel 150 van de Gemeentewet 'eenzijdig' gedefinieerd, dat wil
                    zeggen dat het daarbij niet gaat om gedachtewisseling met het bestuursorgaan.</al>
        <al>
          <vet>b. </vet>Inspraakprocedure:</al>
        <al>De verantwoordelijkheid voor het maken van een regeling over inspraak ligt
                    ingevolge artikel 150 van de Gemeentewet bij de raad. Zoals in de algemene toelichting is vermeld, is
                    afdeling 3.4 Awb van toepassing verklaard. Artikel 4, tweede lid, geeft het bestuursorgaan ruimte
                    om een andere procedure te volgen. Het bestuursorgaan is immers verantwoordelijk voor de
                    uitvoering, de nadere regeling en de organisatie van de inspraak.</al>
        <al>
          <vet>c. </vet>Beleidsvoornemen:</al>
        <al>Het begrip beleidsvoornemen is gedefinieerd als het voornemen van het
                    bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid. Het zal duidelijk zijn dat het hierbij niet
                    gaat om de vaststelling van concrete besluiten of maatregelen, maar om de vorming van het beleid waarop
                    deze kunnen worden gebaseerd.</al>
        <tussenkop>Artikel 2 Onderwerp van inspraak</tussenkop>
        <al>In het eerste lid is bepaald dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen
                    bevoegdheden besluit of en binnen welke kaders inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van
                    gemeentelijk beleid. Het begrip bestuursorgaan is gedefinieerd in artikel 1:1,
                    eerste lid, van de Awb. Het omvat in elk geval raad, college en burgemeester.
                    Elk bestuursorgaan van de gemeente kan zijn eigen beleids-voornemens aan
                    inspraak onderwerpen. Omdat het in bepaalde gevallen doelmatiger kan zijn dat
                    inspraak geschiedt door middel van bijvoorbeeld spreekrecht bij
                    raadsvergaderingen, blijft door de formulering van het eerste lid de
                    mogelijkheid bestaan dat voor bepaalde beleidsvoornemens een andere wijze van
                    inspraak wordt geregeld. Bij beleidsvoornemens die in een later stadium zullen
                    uitmonden in een door de raad vast stellen te nota, dient in overleg met de raad
                    in een zeer vroeg stadium de wijze van inspraak te worden vastgesteld. Het
                    besluit om al dan niet inspraak te verlenen is een besluit in de zin van de Awb.
                    Hiertegen kan dus bezwaar worden gemaakt.</al>
        <al>In het tweede lid is bepaald dat inspraak altijd wordt verleend indien een
                    wettelijk voorschrift daartoe verplicht. Hieronder is opgesomd welke wettelijke
                    verplichtingen gelden. Deze verplichtingen zijn niet opgenomen in de tekst van
                    artikel 2 zelf, omdat in dat geval bij een nieuwe wettelijke verplichting direct
                    de verordening moet worden aangepast.</al>
        <al>Wettelijke verplichtingen tot het bieden van inspraak bestaan thans bij:</al>
        <al>
          <vet>a. </vet>de voorbereiding van het gemeentelijk milieubeleidsplan (artikel
                    4.17, derde lid, Wet milieubeheer (WM));</al>
        <al>
          <vet>b. </vet>de voorbereiding van een besluit tot vaststelling van een
                    afvalstoffenverordening die afwijkt van</al>
        <al>artikel 10.21 WM (artikel 10.26, tweede lid, WM);</al>
        <al>
          <vet>c</vet>. de voorbereidingvan het beleid betreffende Maatschappelijke
                    Ondersteuning (art 12 WMO);</al>
        <al>
          <vet>d. </vet>de uitvoering van de Wet Werk en Bijstand (art.47 WWB)</al>
        <al>
          <vet>e. </vet>de <vet>v</vet>oorbereiding van besluiten tot uitsluiting van
                    welstandstoetsing als bedoeld in artikel 12,</al>
        <al>tweede lid, onder a en b, van de Woningwet (artikel 12, vierde lid).</al>
        <al>In het derde lid is opgenomen wanneer geen inspraak wordt verleend.</al>
        <tussenkop>Artikel 3 Inspraakgerechtigden</tussenkop>
        <al>De omschrijving van inspraakgerechtigden vloeit rechtstreeks voort uit de tekst
                    van artikel 150 van de Gemeentewet. </al>
        <tussenkop>Artikel 4 Inspraakprocedure</tussenkop>
        <al>Ter uniformering en deregulering is in het eerste lid afdeling 3.4 van de Awb
                    van toepassing verklaard op de inspraak. In artikel 3:11 tot en met 3:17 Awb is
                    de inspraakprocedure te vinden.</al>
        <al>Na ter inzage legging en bekendmaking van het beleidsvoornemen kunnen
                    belanghebbenden gedurende zes weken schriftelijk of mondeling hun zienswijze
                    naar voren brengen. In de meeste gevallen zal deze procedure passend zijn voor
                    de inspraak. Zo niet, dan kan op grond van het tweede lid de inspraakprocedure
                    worden aangepast.</al>
        <al>Het is mogelijk een (of meer) standaardprocedure(s) te ontwikkelen die wanneer
                    nodig kan (kunnen) worden ingezet. In lid 3 en 4 wordt verwezen naar aparte
                    verordeningen op beleids-terrreinen waarvoor een wettelijke verplichting tot
                    inspraak geldt.</al>
        <tussenkop>Artikel 5 Eindverslag</tussenkop>
        <al>In dit geval is niet gekozen voor verwijzing naar afdeling 3.4 Awb. In artikel
                    3:17 van de</al>
        <al>Awb wordt namelijk slechts bepaald dat een verslag wordt gemaakt van hetgeen
                    tijdens de</al>
        <al>inspraakprocedure mondeling naar voren is gebracht.</al>
        <al>Onder het in het tweede lid, onderdeel a, genoemde verslag van de gevolgde
                    inspraakprocedure wordt verstaan: Hoe is de procedure feitelijk verlopen? Is
                    afdeling 3.4 Awb onverkort toegepast? Wanneer is het beleidsvoornemen ter inzage
                    gelegd enz.?</al>
        <al>Onderdeel b betekent dat de eindrapportage een volledig overzicht dient te
                    bevatten van zowel de mondelinge als de schriftelijke inspraakreacties. De schriftelijke
                    inspraakreacties kunnen aan het verslag worden gehecht. In de MvT bij de Awb wordt opgemerkt dat in het verslag
                    kan worden volstaan met een korte zakelijke weergave van de naar voren gebrachte
                    opvattingen en vermelding van de personen die hun opvatting naar voren hebben gebracht.</al>
        <al>Onder c wordt als het sluitstuk van inspraak voorgeschreven dat het
                    bestuursorgaan aangeeft wat met de zienswijzen wordt gedaan.</al>
        <al>In het derde lid is bepaald dat het bestuursorgaan het eindverslag op de
                    gebruikelijke wijze openbaar maakt. Bekendmaking van de resultaten van de
                    inspraak is uitermate belangrijk. Het ligt voor de hand om degenen die hebben
                    ingesproken een exemplaar van het eindverslag te sturen. Daarnaast kan het
                    eindverslag algemeen worden gepubliceerd in het Gemeentejournaal en op de
                    gemeentelijke website.</al>
        <al>Als het aantal insprekers omvangrijk is, kan worden gekozen voor het volstaan
                    met een algemene bekendmaking. Het is aan te bevelen om tijdens de inspraakavond al aan te geven
                    op welke wijze verslag zal worden gedaan van hetgeen in de inspraak naar voren is gebracht en
                    tot welke resultaten dit heeft geleid.</al>
        <al>In het vierde lid wordt de burgemeester verplicht om het eindverslag te
                    vermelden in zijn burgerjaarverslag overeenkomstig artikel 170, tweede lid, onder b van de
                    Gemeentewet. Daaruit blijkt dat de burgemeester niet kan volstaan met de
                    vermelding dat de gelegenheid tot inspraak is geboden, maar dat hij een oordeel
                    dient te geven over de kwaliteit van de gehouden inspraakprocedures.</al>
        <tussenkop>Artikel 6 Intrekking oude verordening</tussenkop>
        <al>Met deze bepaling wordt de bestaande inspraakverordening ingetrokken. De datum
                    waarop de oude verordening vervalt, is de datum waarop de nieuwe in werking
                    treedt (zie artikel 7).</al>
        <tussenkop>Artikel 7 Inwerkingtreding</tussenkop>
        <al>Deze verordening treedt in werking op de dag nadat deze is bekendgemaakt. </al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>