<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR420438_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels Woningbouwplannen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haren</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-10-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Groningen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-136719.html">Gemeenteblad Nr. 136719</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels Woningbouwplannen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-09-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-10-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Collegebesluit 10246</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregels Woningbouwplannen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                            <vet>Haren, </vet></al><al/><al>Gelet op de Woonvisie 2016-2021, vastgesteld door de gemeenteraad van Haren
                        op 27 juni 2016;</al><al/><al>Overwegende dat het vanwege regionale afspraken over de woningbouwproductie
                        wenselijk is beleidsregels vast te stellen voor beoordeling, toetsing en
                        selectie van woningbouwplannen;</al><al/><al>heeft de volgende Beleidsregels Woningbouwplannen vastgesteld:</al><al><vet>Beleidsregels Woningbouwplannen</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Aanleiding</titel></kop><al>Op 27 juni 2016 heeft de gemeenteraad van Haren de Woonvisie voor de jaren
                        2016 – 2021 vastgesteld. De woonvisie is kaderstellend voor woningbouw in de
                        gemeente Haren. De woonvisie wordt onder verantwoordelijkheid van het
                        college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haren uitgevoerd
                        waarbij het college gebruik zal maken van de gegeven beleidsruimte. Een
                        belangrijk onderwerp van het woonplan is de realisatie van woningbouwplannen
                        binnen de Regio Groningen-Assen afgesproken scenario’s. In de loop van de
                        jaren zullen nieuwe woningbouwplannen worden geïnitieerd en het college zal
                        worden gevraagd om medewerking te verlenen bij de voorbereiding daarvan en
                        om de plannen procedureel te faciliteren. Daarbij zal het college de
                        afweging moeten maken of zij mee wil werken aan de planvoorbereiding en aan
                        de noodzakelijke bestemmingsplanwijziging.</al><al/><al>Het college zal besluiten nemen m.b.t. de behandeling van toekomstige
                        woning-bouwplannen. Deze besluiten zal het college in beginsel baseren op
                        voorliggende beleidsregels en de hierin vastgelegde criteria. Het college
                        houdt zich het recht voor om in bijzondere gevallen - en mits voldoende
                        beargumenteerd en bekendgemaakt - van deze beleidsregels af te wijken.
                        Algemeen maatschappelijk belang of specifieke, ruimtelijke of
                        volkshuisvestelijke belangen kunnen bijvoorbeeld redenen zijn voor een
                        bepaalde locatie van de voorliggende beleidsregels af te wijken. </al><al/><al>Voorliggende beleidsregels vervangen de 27 januari 2014 door ons
                        vastgestelde Beleidsregeling Uitvoering Woonplan 2013-2023.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Achtergrond: woningbouwafspraken RGA</titel></kop><al>In de Regio Groningen- Assen zijn eind 2012 afspraken gemaakt over het van
                        toepassing zijnde scenario, dat wil feitelijk zeggen het jaarlijks te bouwen
                        aantal woningen in de regio. Voor Haren is ruimte voor een 1500-scenario
                        waarbij de ruimte boven de 1000 gerelateerd moet zijn aan de vraag naar
                        excellente groenstedelijke woonmilieus in Haren/ Haren-Noord; concreet
                        vertaald naar aantallen woningen betekent dit dat Haren tot 2030 maximaal
                        786 woningen (contingent) mag bouwen binnen de gemeentegrenzen.</al><al/><al>Voor de regionale deelnemers zijn deze afspraken leidend; in dezelfde
                        periode zal de provincie daarom niet toestaan dat er meer dan 786 woningen
                        in bestemmingsplannen worden opgenomen (bestemmingsplancapaciteit). Het
                        contingent is derhalve gelijk aan de bestemmingsplancapaciteit.</al><al/><al>De provincie toetst elk nieuwbouwplan waarvoor het bestemmingsplan gewijzigd
                        moet worden - of waarvan wordt afgeweken via een uitgebreide WABO procedure-
                        aan de provinciale omgevingsverordening, bijvoorbeeld op het moment dat een
                        bestemmingsplan of afwijking van een bestemmingsplan aan de provincie wordt
                        voorgelegd. Hierbij neemt de provincie de regionale afspraken over het
                        contingent in acht. Zolang een nieuw bestemmingsplan niet leidt tot
                        overschrijding van het contingent zal de provincie geen bezwaar maken tegen
                        het bestemmingsplan, althans niet op basis van de RGA afspraken. De
                        provincie zal alleen medewerking geven aan bestemmingsplannen die kunnen
                        leiden tot de bouw van meer woningen dan het contingent toelaat als de Regio
                        Groningen Assen heeft ingestemd met een toevoeging bovenop het contingent,
                        op grond van een zogenaamd “instemmingsmodel”. Dat betekent dat elk nieuw
                        plan en elk plan dat niet past binnen het van toepassing zijnde scenario
                        conform het regionaal instemmingsmodel eerst moet worden voorgelegd aan de
                        regionale deelnemers. Bij het beoordelen van een voornemen van de gemeente
                        om meer te bouwen dan afgesproken wordt ondermeer gekeken naar de
                        (sub)regionale marktontwikkeling en -afstemming, het woonplan, de toepassing
                        van de ladder voor duurzame verstedelijking (voorheen de SER- ladder) en een
                        aantal ruimtelijke criteria.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Doel en status en betekenis beleidsregels woningbouwplannen</titel></kop><al>College van burgemeester en wethouders die van een ontwikkelende partij een
                        aanvraag ontvangen om medewerking te verlenen aan de voorbereiding en de
                        realisatie van een woningbouwplan zullen moeten besluiten al dan niet
                        medewerking te verlenen. De eventuele medewerking zal dan bestaan uit de
                        toetsing van het bouwplan aan eigen (ruimtelijk/planoloische en
                        volkshuisvestelijk) beleid en regelgeving en aan extern beleid en
                        regelgeving. Het besluit van het college niet mee te werken betekent dus dat
                        de ontwikkelende partij het woningbouwplan niet kan realiseren. Op het
                        moment dat de gemeente wordt geconfronteerd met meerdere – concurrerende -
                        plannen die boven het contingent uitstijgen zal het college voor elk plan
                        een standpunt moeten innemen m.b.t. de vraag of zij bereid is de gevraagde
                        medewerking verlenen. </al><al>Nieuwe woningbouwplannen zullen niet bij voorbaat in volgorde van
                        binnenkomst (“first-come-first-served") worden afgehandeld, woonplannen
                        worden op beoordeeld en gerangschikt op basis van verderop omschreven
                        spelregels en criteria. Op die wijze worden plannen gerealiseerd die
                        daadwerkelijk bijdragen aan het vigerend volkshuisvestelijk en het
                        ruimtelijk beleid zoals dat o.a. is vastgelegd in de Woonvisie
                        2016-2021.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Beoordeling van woningbouwplannen</titel></kop><al>Wij zullen alleen woningbouwplannen toetsen die voldoen aan de
                        indieningsvereisten. Elk nieuw bouwplan waarvoor de medewerking van de
                        gemeente wordt gevraagd dient daarom te worden voorzien van:</al><lijst><li nr="·"><al>Een begeleidende brief met een verzoek aan het college van b &amp; w
                                om mee te werken aan de ontwikkeling van het plan; </al></li><li nr="·"><al>Omschrijving van de doelgroep, woningtypologie, aantallen
                                woningen;</al></li><li nr="·"><al>Een locatie-aanduiding door middel van een kadastrale kaart;</al></li><li nr="·"><al>Een schriftelijke toelichting met een beschrijving van de doelgroep
                                en woningtype en een toets aan de Woonvisie 2016-2021;</al></li><li nr="·"><al>De planning (voorbereiding en realisatie).</al></li></lijst><al>Plannen die niet voldoen aan de indieningsvereisen zullen niet in
                        behandeling worden genomen.</al><al/><al>De aanvrager zal zich op voorhand bereid moeten verklaren om kosten die de
                        gemeente maakt ten behoeve van de wijziging van het bestemmingsplan te
                        vergoeden, alle planschade die uit het plan voortvloeit zal worden verhaald
                        op de ontwikkelaar maar ook de eventuele kosten voor inrichting van de
                        openbare ruimte, behandeling bestemmingsplanprocedure, communicatiekosten,
                        alle relevante onderzoeken die moeten plaatsvinden ten behoeve van de
                        procedure. Afspraken dienaangaande zullen in een anterieure overeenkomst
                        tussen gemeente en ontwikkelaar worden vastgelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Toetsing van woningbouwplanning in Haren</titel></kop><al>De toetsing van nieuwe woningbouwplannen die voldoen aan de
                        indieningsvereisen vindt plaats met inachtneming van de ladder voor duurzame
                        verstedelijking als bedoeld in het Besluit Ruimtelijke Ordening. De
                        toepassing van deze ladder borgt een zorgvuldige ruimtelijke afweging en
                        inpassing van nieuwe woningbouwontwikkelingen. Toetsing vindt
                        achtereenvolgens plaats aan de hand van de volgende criteria:</al><lijst><li nr="1."><al>Regionale afspraken;</al></li><li nr="2."><al>Volkshuisvestelijke criteria;</al></li><li nr="3."><al>Ruimtelijke aanvaardbaarheid.</al></li><li nr="4."><al>Duurzame verstedelijking;</al></li></lijst><al/><al>Ad 1: Regionale afspraken</al><al>Het eerste criterium heeft betrekking op de vraag of het plan past in de
                        regionale ruimtevraag voor woningbouw: wordt elders in de regio al voorzien
                        in de woningen waarvoor een plan is ingediend. Woningbouwplannen dienen
                        daarom te passen in de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwopgave die de
                        gemeente Haren heeft gemaakt in het kader van Regio Groningen – Assen.</al><al>Aan plannen die niet binnen de regionale opgave passen zullen wij in
                        beginsel geen medewerking verlenen tenzij wij op basis van een toetsing van
                        de overige criteria besluiten om alsnog regionale instemming voor het plan
                        te vragen.</al><al>Reeds aangemelde plannen, passend binnen de regionale afspraken, worden
                        conform de afspraken uitgevoerd. Planaanpassingen zijn mogelijk tenzij die
                        aanpassing leidt tot een plan dat niet meer voldoet aan de ruimtelijke en
                        volkshuisvestelijke eisen of tot hogere aantallen dan waarvoor in eerste
                        instantie medewerking is gevraagd. In dat geval zal het plan van de
                        planningslijst worden gehaald en worden beschouwd als een nieuw plan
                        waarvoor een nieuwe aanvraag dient te worden ingediend in overeenstemming
                        met deze beleidsregels.</al><al/><al>Ad 2: Volkshuisvestelijke criteria</al><al>Een belangrijk criterium voor de beoordeling van woningbouwplannen is de
                        vraag in hoeverre het plan voldoet aan de volkshuisvestelijke wensen genoemd
                        in de Woonvisie 2016-2021. De aanvrager zal moeten aantonen dat het plan
                        bijdraagt aan de realisatie van de Woonvisie, in het bijzonder door de bouw
                        van:</al><lijst><li nr="·"><al>sociale huurwoningen;</al></li><li nr="·"><al>koopwoningen met een koopprijs lager dan € 200.000; </al></li><li nr="·"><al>woningen in de sector vrije huur (boven de huurtoeslaggrens)
                                en/of</al></li><li nr="·"><al>bijzondere doelgroepen en woonvormen;</al></li><li nr="·"><al>woningen voor senioren. </al></li></lijst><al>Indien een aanvrager een plan indient voor ander type woningen zal dat
                        moeten worden onderbouwd in de aanvraag.</al><al>Wij zullen in principe geen medewerking verlenen aan plannen die niet of
                        onvoldoende aansluiten bij de Woonvisie 2016-2021 .</al><al/><al>Ad 3. Ruimtelijke aanvaardbaarheid en wenselijkheid</al><al>Plannen zullen tevens worden beoordeeld op ruimtelijke aanvaardbaarheid
                        waarbij plannen hoger kunnen worden geprioriteerd naarmate zij meer
                        bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit, in het biizonder is dat het geval
                        bij:</al><lijst><li nr="·"><al>Een herontwikkelingslocatie waarbij sprake is van sanering van een
                                milieuhinderlijk bedrijf en waarbij een bodemverontreiniging of
                                geluidsprobleem kan worden opgelost;</al></li><li nr="·"><al>Hergebruik van bestaande bebouwing dat bijdraagt aan de verbetering
                                van de ruimtelijke kwaliteit;</al></li><li nr="·"><al>Woningbouwplannen die ontwikkeld worden om ter plekke de kwaliteit
                                te verbeteren door sloop en nieuwbouw; </al></li><li nr="·"><al>Herstel en hergebruik van karakteristieke bebouwing. De
                                cultuur-historische waarde van een pand is het vertrekpunt.</al></li><li nr="·"><al>Transitie naar woningbouw van een bestaand bedrijfspand als dat kan
                                bijdragen aan de verbetering van ruimtelijke kwaliteit (bv.
                                tegengaan van verpaupering);</al></li><li nr="·"><al>Verbetering van de stedenbouwkundige structuur van de woonomgeving.
                            </al></li></lijst><al>Plannen zullen met name ook worden getoetst aan hoofdstuk 2 van de
                        provinciale Omgevingsverordening Groningen 2016. Wij zullen geen medewerking
                        verlenen aan plannen die wij ruimtelijk niet wenselijk of aanvaardbaar
                        achten.</al><al/><al>Ad 4. Duurzame verstedelijking</al><al>Bij de beoordeling van individuele plannen en bij de beoordeling van de
                        volgorde waarin plannen worden behandeld wordt zoveel mogelijk de zogenaamde
                        ladder voor duurzame verstedelijking (zie art. 3.1.6 lid 2 Besluit
                        Ruimtelijke Ordening) toegepast aan de hand waarvan de locatie waar het plan
                        wordt gerealiseerd wordt vergeleken met de overige plannen. Bij
                        vergelijkbare plannen kan het college derhalve besluiten plannen die meer
                        bijdragen aan duurzame verstedelijking een hogere prioriteit te geven.
                        Toepassing van de ladder betekent:</al><lijst><li nr="·"><al>transformatie van een bestaand gebouw naar de bestemming woningen
                                heeft de voorkeur boven vervanging van bestaande bebouwing door
                                woningen;</al></li><li nr="·"><al>vervanging en/of herstructurering van een bestaande woonbestemming
                                heeft de voorkeur boven de ontwikkeling van een nieuwe locatie
                                (inbreiding):</al></li><li nr="·"><al>nieuwbouw in de bebouwde kom (inbreiding) heeft de voorkeur boven
                                nieuwe bouwplannen in het gebied buiten de bebouwde kom (
                                uitbreiding)</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Procedure</titel></kop><al>Wij zullen een plan waarvoor de gemeente om medewerking wordt gevraagd op
                        het moment van binnenkomst van dat verzoek niet direct volledig toetsen maar
                        we zullen plannen periodiek onderling beoordelen en vergelijken. </al><al>Indien er binnen de regionale afspraken ruimte bestaat voor nieuwe
                        woningbouwplannen in Haren, zullen we op basis van de vergelijkende toets
                        besluiten aan welk plan wij medewerking willen verlenen.</al><al>Indien er binnen de regionale afspraken geen ruimte meer is voor nieuwe
                        woningbouwplannen zullen wij in overleg met de aanvrager besluiten voor
                        welk(e) plan(en) wij de regio alsnog om instemming zullen vragen. </al><al>IJkmoment voor de beoordeling van plannen is telkens op 1 januari tenzij
                        ontwikkelingen een eerdere beoordeling nodig of mogelijk maken (bijvoorbeeld
                        door tussentijdse planuitval of wijziging van de woningbouwopgave voor
                        Haren).</al><al>Gemeentelijke medewerking aan planontwikkeling vindt plaats onder de
                        voorwaarde dat de aanvrager binnen een nader af te spreken termijn start met
                        planontwikkeling, hetgeen kan blijken uit de aanvraag voor een uitgebreide
                        WABO procedure of de indiening van een bestemmingsplan. Indien aanvrager
                        daaraan niet voldoet zal de medewerking vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Proces/samenvatting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Elk plan dat voldoet aan de indieningsvereisten wordt getoetst aan
                                de hiervoor, genoemde criteria en voor besluitvorming aan het
                                college voorgelegd;</al></li><li nr="2."><al>Aan plannen die niet passen in de regionale afspraken wordt in
                                beginsel geen medewerking verleend;</al></li><li nr="3."><al>Plannen die niet voldoen aan de volkshuisvestelijke criteria,
                                ruimtelijk niet aanvaardbaar zijn of zonder voldoende onderbouwing
                                afwijken van de criteria worden afgewezen. De indiener wordt daarvan
                                schriftelijk op de hoogte gesteld.</al></li><li nr="4."><al>Plannen die aan de volkshuisvestelijke criteria voldoen zullen
                                vervolgens op basis van de overige criteria worden beoordeeld en
                                geprioriteerd. Het college zal in overleg met de betreffende
                                ontwikkelaar een instemmingsverzoek doen bij Regio Groningen-Assen
                                conform het regionaal instemmingsmodel.</al></li><li nr="5."><al>Na een instemming van de regio zullen nadere afspraken met de
                                ontwikkelaar worden gemaakt en zal een anterieure overeenkomst
                                worden opgesteld en ondertekend. </al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Haren, 27 september 2016</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mr. M.P. de Wilde,</ondertekening><ondertekening>directeur/gemeentesecretaris</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>P.van Veen,</ondertekening><ondertekening>burgemeester</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>