<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR42001_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Telecommunicatie verordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Montfoort</dcterms:creator><dcterms:modified>2000-03-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Montfoort</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Telecommunicatieverordening gemeente Montfoort</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Art. 5.2 lid 4 Telecommunicatiekabels</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2000-02-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2000-03-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Telecommunicatieverordening gemeente Montfoort</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Telecommunicatieverordening </overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Datum inwerkingtreding bij benadering</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Telecommunicatie verordening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Montfoort;</al><al>Gelet op artikel 5.2, vierde lid, van de Telecommunicatiekabels;</al><al/><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet : Telecommunicatieweg;</al></li><li nr="b."><al>openbaar telecommuni- : omroepnetwerk als genoemd in artikel 1.1.
                                onder g, van de wet;</al></li></lijst><al> catienetwerk</al><lijst><li nr="c."><al>omroepnetwerk : omroepnetwerk als genoemd in artikel 1.1, onder o.
                                van de wet;</al></li><li nr="d."><al>kabels : kabels, genoemd in artikel 1.1, onder r, van de wet;</al></li><li nr="e."><al>openbare gronden : openbare wegen en wateren, als genoemd in artikel
                                1.1, onder s,</al><al> van de wet;</al></li><li nr="f."><al>aanbieder : aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk of
                                een</al><al> omroepnetwerk;</al></li><li nr="g."><al>werkzaamheden : werkzaamheden in verband met de aanleg,
                                instandhouding en</al><al> opruiming van kabels ten dienste van een openbaar telecommuni-</al><al> catienetwerk of van een omroepnetwerk in en op openbare</al><al> gronden;</al></li><li nr="h."><al>gedoogplichtige : degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in
                                artikel 5.1,</al><al> eerste lid, van de wet;</al></li><li nr="i."><al>college : college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="j."><al>melding : melding al bedoeld in artikel 5.2, derde lid, aanhef en
                                onder a,</al><al> van de wet;</al></li><li nr="k."><al>instemmingbesluit : besluit van het college als bedoeld in artikel
                                5.2, derde lid,</al></li></lijst><al> aanhef en onder b, van de wet;</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Tijdstip van melding van voorgenomen werkzaamheden</titel></kop><al>Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten, meldt in ieder geval acht
                        werken voor de aanvang van de werkzaamheden het voornemen daartoe bij het
                        college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Melding werkzaamheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de melding maakt de aanbieder gebruik van een daartoe door het
                                college vastgesteld Formulier.</al></li><li nr="2."><al>bij de melding verstrekt de aanbieder in ieder geval de volgende
                                gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de door de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie
                                        Autoriteit afgegeven registratie;</al></li><li nr="b."><al>een uitreksel uit het handelsregister van de Kamer van
                                        Koophandel;</al></li><li nr="c."><al>naam, adres en telefoonnummer van degene die de kabel in
                                        eigendom heeft, degen die de kabel beheert en degene die de
                                        kabel exploiteert;</al></li><li nr="d."><al>een opgave van de soort kabel en beoogde gebruik;</al></li><li nr="e."><al>welke belanghebbenden en instanties vooraf in kennis worden
                                        gesteld van de voorgenomen datum van aanvang, beëindiging en
                                        de aard van de werkzaamheden;</al></li><li nr="f."><al>een uitvoeringsplan met daarin opgenomen:</al><lijst><li nr="-"><al>een opgave van het gewenste tracé;</al></li><li nr="-"><al>een opgave van de objecten die ten tijde van de
                                                werkzaamheden worden geplaatst, alsmede de situering
                                                daarvan;</al></li><li nr="-"><al>een omschrijving van eventuele opbrekingen;</al></li><li nr="-"><al>de doorsnede van de kabel of kabelgoot;</al></li><li nr="-"><al>de lengte en breedte van de kabelsleuf;</al></li><li nr="-"><al>de maatregelen voor bereikbaarheid van de openbare
                                                gronden aanwezige kabels en leidingen;</al></li><li nr="-"><al>het voorgenomen tijdstip van aanvang en beëindiging
                                                van de werkzaamheden;</al></li><li nr="-"><al>naam, adres en telefoonnummer van de aannemer(s) of
                                                onderaannemer(s) die belast is (zijn) met de
                                                werkzaamheden en van een contactpersoon ten tijde
                                                van de uitvoering van de werkzaamheden. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Indien de werkzaamheden mede betrekking hebben op gronden
                                        van een andere gedoogplichtige de gemeente, wordt uiterlijk
                                        vier weken na ontvangst van de melding, al genoemd in het
                                        eerste lid, het college schriftelijk in kennis gesteld van
                                        de uitkomsten van het overleg tussen de aanbieder en de
                                        andere gedoogplichtige. </al></li><li nr="4."><al>het college kan nadere regels stellen inzake de gegeven die
                                        bij de melding worden verstrekt.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen bij instemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan het instemmingbesluit voorschriften en beperkingen
                            verbinden in het belang van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De openbare orde;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Het voorkomen of beperken van schade of overlast;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>De bruikbaarheid van de openbare gronden;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Het veilig en doelmatig gebruik van de openbare gronden;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>Het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare gronden;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>De belemmering van doelmatig beheer en onderhoud van de openbare
                            gronden;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>De bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>De bescherming van groenvoorzieningen</al><lijst><li nr="2."><al>ter bescherming van de belangen als genoemd in het eerste lid,
                                    kan het college in ieder geval aan het instemmingbesluit
                                    voorschriften of beperkingen verbinden over het medegebruik van
                                    voorzieningen, zoals kabelgoten en geleidingen, en een
                                    zekerheidsstelling voor de nakoming van verplichtingen die
                                    gesteld zijn bij de voorschriften en beperkingen aan het
                                    instemmingbesluit.</al></li><li nr="3."><al>de wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en
                                    opruiming van kabels en medegebruik van voorzieningen dient te
                                    geschieden conform de aanwijzingen van ambtenaren van de
                                    afdeling Ruimtelijk Beheer.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Zakelijk karakter instemmingbesluit</titel></kop><al>Indien de kabel wordt overgedragen aan een nieuwe aanbieder gaan de rechten
                        en plichten die betrekking hebben op de kabel van de oude aanbieder over op
                        de nieuwe aanbieder.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Melding wijziging</titel></kop><al>De aanbieder stelt het college onverwijld in kennis van het feit dat het
                        eigendom, de exploitatie of het beheer van de kabel verandert of het feit
                        dat de kabel niet langer ten dienste staat van een openbaar
                        telecommunicatienetwerk of van een omroepnetwerk in of op openbare
                        gronden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>overgangsbepaling</titel></kop><al>De aanwezigheid van kabel en kabelwerken in of openbare gronden, voor zover
                        deze zijn aangelegd met toepassing van hoofdstuk VI van de Wet op de
                        telecommunicatievoorziening, dient door de aanbieders binnen een jaar na
                        inwerkingtreding van deze verordening te worden gemeld aan het college via
                        het aanmeldingsformulier als genoemd in artikel 3, eerste lid. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>inwerkingtreding</titel></kop><al>De verordening treedt in werking met ingang van de datum van
                        inwerkingtreding van artikel 5.2, vierde lid, van de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Telecommunicatieverordening gemeente
                        Montfoort.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van, 28 februari 2000.</ondertekening><ondertekening>De secretaris, de voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Toelichting telecommunicatieverordening</vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>begripsomschrijvingen</titel></kop><al>a.wet</al><al>de verordening is gebaseerd op de Telecommunicatiewet (TW). Deze wet is de
                        opvolgster van de Wet op de telecommunicatievoorziening, die op haar beurt
                        de Telegraaf- en Telefoonwet van 1904 heeft vervangen.</al><al>b.openbaar telecommunicatienetwerk</al><al>een openbaar telecommunicatienetwerk wordt in artikel 1, onder g, TW
                        omschreven als een telecommunicatienetwerk dat onder meer voor de
                        verrichting van openbare telecommunicatiediensten wordt gebruikt of een
                        telecommunicatienetwerk waarmee aan het publiek de mogelijkheid tot
                        overdracht van signalen tussen netwerkaansluitpunten ter beschikking gesteld
                        wordt. Deze omschrijving valt in twee delen uiteen. In de eerste plaats
                        geldt dat een openbaar telecommunicatienetwerk wordt gebruikt voor de
                        verrichting van openbare telecommunicatiediensten. Dit betekent dat de
                        betreffende telecommunicatiedienst beschikbaar is voor het publiek. Deze
                        dienst wordt openbaar aangeboden en is beschikbaar voor een ieder die van
                        het aanbod gebruik wil maken. Dit betekent dat telecommunicatiediensten die
                        uitsluitend beschikbaar zijn voor leden van een besloten gebruikersgroep,
                        niet openbaar zijn. Het kan bijvoorbeeld gaan om een besloten netwerk op een
                        bedrijventerrein. </al><al>In het tweede deel van de omschrijving wordt gesproken over de “mogelijkheid
                        tot overdracht van signalen tussen netwerkaansluitpunten”. Hiermee wordt
                        onder meer gedoeld op huurlijnen. Een huurlijn wordt in de TW in artikel 1,
                        onder i, gedefinieerd als het aan het publiek ter beschikking stellen van
                        transparante transmissiecapaciteit tussen twee netwerkaansluitpunten van een
                        telecommunicatienetwerk, zonder routeringfuncties waarover gebruikers kunnen
                        beschikken als onderdeel van de geleverde huurlijn. </al><al>Met een voorbeeld zal wordt verduidelijkt wat hiermee precies wordt bedoeld.
                        Stel dan een bedrijf twee filialen met elkaar wil verbinden door middel van
                        een kabel voor telecommunicatie en dataverkeer. De kabel is voor exclusief
                        gebruik van het bedrijf. Er doen zich twee mogelijkheden voor:</al><lijst><li nr="-"><al>het bedrijf neemt een aanbieder van openbare
                                telecommunicatienetwerken in de arm. Die zorgt ervoor dat de kabel
                                wordt gelegd en exploiteert deze in het vervolg. Het bedrijf huurt
                                vervolgens de lijn. Deze huurlijn is te beschouwen als een openbaar
                                telecommunicatienetwerk en moet dus worde gedoogd. </al></li><li nr="-"><al>Het bedrijf laat in eigen beheer en voor eigen kosten de kabel
                                leggen en exploiteert de lijn zelf. Het betreft een niet-openbaar
                                netwerk, waarvoor de gemeente niet gedoogplichtig is. </al></li><li nr="c."><al>omroepnetwerk</al></li></lijst><al>een omroepnetwerk wordt in artikel 1, onder o, TW omschreven als technische
                        inrichtingen, of</al><al>onderdelen daarvan, die worden gebruikt om met gebruik van kabels of
                        radioverbindingen tussen punten programma’s te verspreiden naar een of meer
                        bij anderen in gebruik zijnde gronden, woningen of niet tot woning dienende
                        gebouwen. In de meeste gevallen zal het gaan om het kabeltelevisienetwerk,
                        met behulp waarvan radio- en televisieprogramma’s worden doorgegeven, de
                        aanbieder van een omroepnetwerk kan via ditzelfde netwerk ook openbare
                        telecommunicatiediensten aanbieden, dan wel het netwerk als openbaar
                        telecommunicatienetwerk gebruiken. Voor beide activiteiten is een
                        afzonderlijke registratie verplicht. </al><al>d.kabels</al><al>onder het begrip kabels vallen, overeenkomstig artikel 1.1, onder r, TW,
                        niet alleen de feitelijke kabels, maar ook de ondersteuningswerken,
                        beschermingswerken en signaalinrichtingen. Tevens worden tot het begrip
                        kabels gerekend: de inrichtingen bestemd om daarin verbinding tot stand te
                        brengen tussen kabels in, op of boven openbare gronden enerzijds en kabels
                        in gebouwen en daarmee een geheel vormende gronde anderzijds, dan wel tussen
                        laatstgenoemde kabels onderling. Of een bepaald object dat een
                        telecomaanbieder wil aanbrengen onder de omschrijving van het begrip kabels
                        valt, is in eerste plaats een technisch vraagstuk. Daarnaast moet ook worden
                        bezien welke objecten gemeente in het verleden hebben gedoogd. Materieel
                        bezien moet onder TW namelijk hetzelfde worden gedoogd al onder de Wet op de
                        telecommunicatievoorzieningen (WTV). Formeel bezien valt op dat de
                        letterlijke omschrijving van het begrip kabels in de TW is verruimd ten
                        opzichte van de omschrijving uit de WTV. Dit komt doordat nu ook kabelwerken
                        onder de omschrijving van kabels zijn gebracht, terwijl de WTV afzonderlijk
                        waren gedefinieerd. De kabelwerken uit de WTV moesten echter ook worden
                        gedoogd. De invoering van de TW betekent op dit punt dus geen verruiming van
                        de mogelijkheden voor aanbieders om objecten te plaatsen. </al><al>Onder de TW vallen alleen openbare kabels. Werkzaamheden aan andere
                        telecomkabels kunnen onder het vergunningenregime van de algemene
                        plaatselijke verordening (APV) vallen; zie bijvoorbeeld artikel 2.1.5.2.
                        model-APV van de VNG.</al><al>e.openbare gronden</al><al>in artikel 1, onder s, TW wordt het begrip openbare gronden beschreven.
                        Hiertoe worden gerekend openbare wegen, met inbegrip van de daartoe
                        behorende stoepen, glooiingen, bermen, sloten, bruggen, viaducten, tunnels,
                        duikers, beschoeiingen en andere werken, alsmede wateren met de daartoe
                        behorende bruggen, plantsoenen, pleinen en andere plaatsen, die voor een
                        ieder toegankelijk zijn. Onder het begrip openbare gronden wordt ook het
                        begrip weg, zoals gebruikt wordt in de model-APV van de VNG, begrepen. Het
                        begrip openbare gronden is echter ruimer dan het begrip weg uit de
                        model-APV, aangezien hieronder ook de wateren met de daarbij behorende
                        bruggen, plantsoenen, pleinen en andere plaatsen die voor een ieder
                        toegankelijk zijn worden gerekend. </al><al>f.aanbieder</al><al>het begrip aanbieder wordt gedefinieerd als een aanbieder van een openbaar
                        telecommunicatienetwerk of een omroepnetwerk. Voor deze aanbieders geldt de
                        verplichting, zoals genoemd in artikel 5.2, derde lid, TW om voorafgaand aan
                        de aanvang van werkzaamheden ten behoeve van een openbaar telecommunicatie
                        of omroepnetwerk deze werkzaamheden te melden en vervolgens een
                        instemmingbesluit van het college van burgemeester en wethouders af te
                        wachten. </al><al>g.werkzaamheden</al><al>werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van
                        kabels ten dienste van een openbaar telecommunicatienetwerk of van een
                        omroepnetwerk in en op openbare gronden betreffen ook de werkzaamheden die
                        verband houden met het medegebruik van voorzieningen. Bij het medegebruik
                        van voorzieningen moet onder andere gedacht worden aan het medegebruik van
                        kabelgoten of geleidingen. Voor dergelijke werkzaamheden geldt ook de
                        meldingsplicht en is eerst een instemmingbesluit vereist voordat zij mogen
                        worden uitgevoerd. Over het medegebruik van voorzieningen wordt nader
                        ingegaan bij de toelichting op artikel 4. </al><al>h.gedoogplichtige</al><al>in artikel 5.1, eerste lid, TW wordt bepaald dan een ieder verplicht is om
                        de aanleg en instandhouding van kabels ten dienste van een openbaar
                        telecommunicatienetwerk of van een omroepnetwerk in en op openbare gronden,
                        alsmede de opruiming daarvan, te gedogen. De beheerders van openbare gronden
                        moeten dus goedvinden (‘gedogen’) dat aanbieders van een openbaar
                        telecommunicatiewerk of omroepnetwerk kabels in hun grond liggen. Tot de
                        beheerders van het openbare gebied behoren gemeenten, provincies,
                        waterschappen, het Rijk en particulieren in het bezit van openbare
                        grond.</al><al>i.college</al><al>ten behoeve van de leesbaarheid van de verordening wordt het college van
                        burgemeester en wethouders aangeduid met het college. Waar in hoofdstuk 5
                        van de TW wordt gesproken over ‘het college’ , wordt OPTA bedoeld, en niet
                        het college van B&amp;W.</al><al>j.en k. melding en instemmingbesluit</al><al>in artikel 5.2, derde lid, TW staat dan een aanbieder van een openbaar
                        telecommunicatienetwerk of van een omroepnetwerk slechts overgaat tot het
                        verrichten van werkzaamheden indien deze:</al><lijst><li nr="a."><al>het voornemen daartoe heeft gemeld bij burgemeester en wethouders
                                van de desbetreffende gemeente, en</al></li><li nr="b."><al>van burgemeester en wethouders instemming heeft verkregen over
                                tijstip, plaats en werkwijze van uitvoering van de
                                werkzaamheden.</al></li></lijst><al>Deze bepaling brengt met zich mee dat een aanbieder niet met de
                        werkzaamheden mag beginnen voordat hij instemming daarvoor heeft verkregen
                        van het college van burgemeester en wethouders.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>tijdstip van melding</titel></kop><al>In artikel 5.2, vierde lid, TW is bepaald dat de gemeenteraad bij
                        verordening in ieder geval regels stelt inzake het tijdstip, voorafgaand aan
                        het verrichten van werkzaamheden waarop de melding uiterlijk moet zijn
                        gedaan. Artikel 2 van de verordening is hier een nadere uitwerking van.
                        Gekozen is voor een termijn van acht weken. De termijn sluit aan bij de
                        termijn als genoemd in artikel 4:13, tweede lid, van de Algemene wet
                        bestuursrecht (ANWB). Dit staat het college van burgemeester en wehouders
                        echter niet in de wet om eerder, bijvoorbeeld na drie weken, op een melding
                        te besluiten.</al><al>Het staat de gemeente vrij om een andere termijn dat acht weken in de
                        verordening op te nemen. Wordt gekozen om in de verordening een korte
                        termijn op te nemen, dan wordt aanbevolen om deze termijn ook als
                        beslistermijn te hanteren. Het zou immers onlogisch zijn indien twee weken
                        voor de voorgenomen aanvang van de werkzaamheden een melding moet worden
                        ingediend, terwijl binnen die termijn nog geen uitsluitsel kan worden
                        gegeven over de instemming.</al><al>Het tijstip van melding voorafgaand aan de aanvang van de werkzaamheden zou
                        ook afhankelijk gesteld kunnen worden van de plaats van de werkzaamheden.
                        Het is voorstelbaar dat voor een graafwerkzaamheid in het centrum van de
                        gemeente meer coördinatie van de zijde van de gemeente nodig is dan voor een
                        graafwerkzaamheden in het buitengebied van de gemeente. Bij werkzaamheden in
                        hen centrum of op een hoofdroute door de gemeente moeten al dikwijls
                        verkeersmaatregelen worden getroffen of andere voorzieningen. Om die reden
                        heeft de gemeente voor de coördinatie van die werkzaamheden meer tijd nodig.
                        Artikel 2 daarom kunnen worden uitgebreid met een lid, luidende:</al><al>Als werkzaamheden worden verricht op hoofdroutes en in het centrumgebied,
                        zoals omschreven op de bijgevoegde kaart, of als bij werkzaamheden meerdere
                        gedoogplichtigen zijn betrokken, wordt de melding uiterlijk 8 weken voor de
                        aanvang van de werkzaamheden gemeld bij het college.</al><al>Vanzelfsprekend dient in dat geval een kaart van de gemeente met daarop
                        getekend de hoofdroutes of het centrumgebied samen met de verordening te
                        worden vastgesteld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Melding</titel></kop><al>Artikel 5.2, vierde lied, TW bepaalt onder meer dat de gemeenteraad bij
                        verordening in ieder geval regels vaststelt over de gegevens die bij de
                        melding moeten worden verstrekt, waaronder een uitvoeringsplan. Artikel 3
                        van de verordening is hiervan een nadere uitwerking. Gegevens die op basis
                        van artikel 4.2 van de Awb, zoals de dagtekening van de aanvraag, moeten
                        worden vermeld, zijn niet nog eens opgenomen in de opsomming van artikel 3.
                        de verplichting om deze gegevens te verstrekken volgt immers rechtstreeks
                        uit de Awb.</al><al>In artikel 3, eerste lid, is het gebruik van het aanmeldingsformulier
                        voorgeschreven. Een ordelijke en efficiënte afhandeling van de aanvraag
                        wordt immers bevorderd door de gebruikmaking van een speciaal daartoe
                        bestemd formulier</al><al>In de opsomming uit het tweede lid van artikel 3 wordt allereerst de
                        registratie, afgegeven door de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie
                        Autoriteit (OPTA) genoemd. De OPTA is per 1 augustus 1997 ingesteld in
                        verband met de liberalisering van de Europese telecommunicatiemarkt. De
                        taken van de OPTA: toezicht op de telecommunicatiemarkt, beslechting van
                        geschillen, uit van nummers en de registratie van marktpartijen.</al><al>Een uitreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel wordt
                        genoemd in de opsomming van artikel 3. indien getwijfeld wordt of de
                        werkzaamheden gedoogd moet worden, vormt de inschrijving vrij de Kamer van
                        Koophandel namelijk een aanwijzing voor het vermoeden dat het bedrijf in
                        ieder geval openbare telecommunicatiediensten aanbiedt en daarmee dat hun
                        werkzaamheden, werkzaamheden aan een te gedogen openbare kabel kunnen zijn. </al><al>Van belang is verder of er sprake is van een huurlijn. Om die reden wordt
                        bij de melding gevraagd aan te geven om wat voor soort kabel het gaat. Een
                        huurlijn is te beschouwen als een openbaar telecommunicatienetwerk en moet
                        dus worden gedoogd. Lijnen in eigen beheer of voor eigen exploitatie vormen
                        een niet-openbaar netwerk. De gemeente is voor deze lijnen niet
                        gedoogplichtige op grond van de wet. Voor werkzaamheden aan deze lijnen
                        dient een vergunning op grond van de APV te worden verleend, zie bij
                        voorbeeld artikel 2.1.5.2. model APV van de VNG. Tevens moet worden
                        aangegeven wie vooraf in kennis worden gesteld van de voorgenomen
                        werkzaamheden. Gedacht kan worden aan burgers of ondernemers die overlast
                        zullen ondervinden van de werkzaamheden. In sommige gevallen kan het ook
                        noodzakelijk zijn dat de politie en de brandweer op de hoogte worden
                        gesteld. Dit zal zich vooral voordoen wanneer de werkzaamheden met
                        wegversperringen gepaard gaan. </al><al>Uit het uitvoeringsplan moet voorts blijken op welke wijze de werkzaamheden
                        worden uitgevoerd van belang is onder andere dat de kabels zo worden
                        aangelegd dat de bereikbaarheid in de grond reeds aanwezige kabels blijft
                        behouden. Om die reden is eht van belang waar de kabelsleuf precies word
                        gesitueerd.</al><al>Het derde lid ziet op de situatie dat de werkzaamheden ook betrekking hebben
                        op gronden van andere gedoogplichtigen. In dat geval dienen ook de belangen
                        van deze gedoogplichtigen bij het instemmingbesluit te worden betrokken. Uit
                        artikel 5.2, eerste en tweede lid, TW vloeit immers voort dat de gemeente
                        met de coördinatie wordt belast van de werkzaamheden aan telecommunicatie-
                        en omroepnetwerken binnen haar grondgebied en dat de gemeente hierbij andere
                        belangen moet betrekken. Gelet hierop is in het derde lid van artikel 3 van
                        de verordening opgenomen dat de uitkomst van het overleg tussen de
                        aanbieders en de andere gedoogplichtigen uiterlijk vier weken na ontvangst
                        van de melding aan het college van burgemeester en wethouders wordt gemeld.
                        De aanbieder kan op deze wijze tegelijkertijd met de melding aan het college
                        van burgemeester en wethouders de andere gedoogplichtigen benaderen. Om geen
                        discussie te krijgen over de aanvang van de vier weken termijn is het te
                        bevelen om na ontvangst van de melding een ontvangstbevestiging te sturen.
                        Voordat tot instemming wordt besloten, dient het resultaat van dit overleg
                        bij de gemeente bekend te zijn. Deze procedure draagt bij aan een redelijke
                        afdoeningtermijn door het college van burgemeester en wethouders. Indien de
                        belangen van de andere gedoogplichtigen niet overeenkomen met de belangen
                        van de gemeente, ligt het vervolgens op de weg van het college van
                        burgemeester en wethouders om de belangen zo goed mogelijk tegen elkaar af
                        te wegen. Daartoe zou bijvoorbeeld van de zijde van de gemeente een overleg
                        kunnen worden geëntameerd met alle betrokkenen, waaronder in ieder geval de
                        aanbieders en de andere gedoogplichtigen. Indien de partijen er niet in
                        onderling overleg uitkomen, moet het college van burgemeester en wethouders
                        na afweging van alle belangen een beslissing nemen. </al><al>In het vierde lid is opgenomen dat het college nadere regels kan stellen
                        voor de gegevens die bij de melding worden verstrekt. Het is mogelijk dat
                        het college bij werkzaamheden in het centrum andere eisen stelt aan het
                        uitvoeringsplan dan hij werkzaamheden in het buitengebied. Door het stellen
                        van nadere regels kan hierin onderscheid worden gemaakt. De bevoegdheid tot
                        het stellen van nadere regels is gebaseerd op artikel 156, derde lid, van de
                        Gemeentewet. Indien het college bij een individuele melding meent dat er
                        onvoldoende gegevens zijn overlegd om een beslissing te nemen over de
                        instemming, kan het op basis van artikel 4:5 van de Awb nadere gegevens
                        opvragen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen bij instemming</titel></kop><al>Uit artikel 5.2, tweede lid, TW volgt dat de gemeente bij de coördinatie
                        nadere werkzaamheden en andere belangen waarin de TW niet voorziet, moet
                        betrekken. Gedacht kan worden aan de belangen zoals genoemd in het eerste
                        lid van artikel 4 van de verordening. Bij de formulering van de belangen is
                        aansluiting gezocht bij de terminologie uit het model APV van de VNG.</al><al>De belangenafweging kan ertoe leiden dan aan het instemmingbesluit
                        voorschriften of beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften of
                        beperkingen mogen niet zodanig belemmerend werken dat niet meer gesproken
                        zou kunnen worden van de gedoogplicht van de gemeente. Een dergelijke aanpak
                        zou in strijd zijn met de Telecommunicatiewet. Artikel 5.2, tweede lid, TW
                        bepaalt immers dat de coördinatie niet mag leiden to een zodanige vertraging
                        van voorgenomen werkzaamheden dat redelijkerwijs niet meer kan worden
                        gesproken van gedogen. </al><al>In het instemmingbesluit kan het tijstip van aanvang van de werkzaamheden op
                        enige tijd na het tijdstip van de melding van de voorgenomen aanvang worden
                        gesteld. De gedoogplicht wordt hierdoor in beginsel niet geschonden. In de
                        Nota naar aanleiding van het verslag van 29 december 1997 zegt de minister
                        hierover: “of dit tijdstip een maand of zes maanden verder weg kan zijn
                        gelegen is niet aan de wetgever om voor eens en altijd te bepalen. Van
                        gemeente tot gemeente maar zelfs binnen een gemeente kunnen de
                        omstandigheden verschillen denk hierbij aan omstandigheden als: buitenwijk,
                        centrum, soort grond, wanneer meest recente opbreking.”</al><al>De wetgever heeft gelet op deze diversiteit geen termijn willen stellen
                        waarbinnen met de werkzaamheden moet zijn begonnen. Het college van
                        burgemeester en wethouders zal daarom voor elke concrete situatie moeten
                        afwegen of op de voorgenomen aanvangsdatum van de werkzaamheden ook
                        daadwerkelijk een aanvang kan worden gemaakt. </al><al>De coördinatieplicht brengt met zich mee dat vanuit de gemeenten zo veel
                        mogelijk onderzocht wordt of verschillende verzoeken tot werkzaamheden in de
                        openbare grond niet kunnen worden gecombineerd. Dit voorkomt dat een wet
                        bijvoorbeeld om het halfjaar wordt opgebroken. Voor bijvoorbeeld burgers,
                        ondernemers etc. kan dit veel overlast met zich meebrengen. Daarnaast kan
                        het ook het belang van de aanbieders zijn om gezamenlijk de kosten van het
                        opbreken van de grond te dragen.</al><al>Niet alleen beperkingen in de tijd kunnen aan het instemmingbesluit worden
                        verbonden, maar ook voorschriften of beperkingen over de wijze van
                        uitvoering. Een bepaald traject van de kabel kan, gelet op de belangen die
                        genoemd worden in het eerste lid, op grote bezwaren stuiten. Het is dan van
                        belang om samen met de aanbieder te onderzoeken of de kabel ook via een
                        ander traject kan worden aangelegd. De gemeente kan vervolgens instemming
                        geven voor een van de melding afwijkend traject. </al><al>Werkzaamheden ten behoeve van huisaansluitingen komen dikwijls in een
                        gemeente voor. Deze kleine werkzaamheden dienen op grond van de TW te worden
                        gemeld aan de gemeente. Om te voorkomen dat de gemeente voor elke
                        huisaansluiting een apart instemmingbesluit moet nemen, kan in het
                        instemmingbesluit voor het “moedertraject”worden opgenomen dat de instemming
                        ook geldt voor toekomstige huisaansluitingen. Door in een voorschrift te
                        bepalen dat werkzaamheden hiervoor vooraf worden gemeld aan het college van
                        burgemeester en wethouders, blijft de gemeente op de hoogte van waar en
                        wanneer de openbare grond wordt opengebroken. </al><al>Er kan ook een voorschrift aan het instemmingbesluit worden verbonden waarin
                        wordt geregeld hoe te handelen bij storingen aan het telecommunicatie- of
                        omroepnetwerk. Indien zich een storing voordoet, dient deze immers dikwijls
                        direct verhopen te worden. Het vooraf melden en het wachten op voorafgaande
                        instemming is dan niet in alle gevallen mogelijk. Denk bijvoorbeeld aan een
                        storing die zich in het weekend voordoet. Indien de storing direct verholpen
                        moet worden, is het van belang dat wel achteraf melding wordt gemaakt van de
                        werkzaamheden. Met het oog daarop kan een voorschrift aan het
                        instemmingbesluit worden verbonden dat bepaald dat indien bij storingen de
                        daarvoor uit te voeren werkzaamheden niet vooraf gemeld kunnen worden en het
                        college van burgemeester en wethouders niet vooraf gevraagd kan worden om
                        instemming, binnen 48 uur na de werkzaamheden het college als nog hiervan in
                        kennis wordt gesteld. </al><al>Bij de kamerbehandeling van de TW heeft de minister gesteld dat de gemeente
                        een marktpartij kan verplichten om kabelgoten te gebruiken die voor andere
                        telecomaanbieders toegankelijk zijn. In de verordening wordt uitdrukkelijk
                        bepaald dat een voorschrift hierover aan het instemmingbesluit kan worden
                        verbonden. Dit betekent niet alleen dat een marktpartij door het college van
                        burgemeester en wethouders kan worden verplicht om van bestaande kabelgoten
                        gebruik te maken, maar ook dat een marktpartij kan worden verplicht om nog
                        niet aanwezige kabelgoten te realiseren. Omdat dit grote kosten met zich mee
                        kan brengen voor een aanbieder, moeten gemeente zich er terdege van bewust
                        zijn dat het verbinden van een dergelijk voorschrift aan het
                        bestemmingsbesluit op een daadkrachtige motivering moet berusten. Overigens
                        zijn de aanbieders van telecommunicatienetwerken verplicht, op basis van
                        5.10, TW, om elkaar medegebruik van voorzieningen (waaronder kabelgoten) te
                        verlenen, mits daar een redelijke vergoeding tegenover staat. Dit is echter
                        een zaak waar de gemeente buiten staat. </al><al>Ook kan de gemeente een voorschrift of beperking aan het instemmingbesluit
                        verbinden waarbij een zekerheid wordt verlangd over de nakoming van bepaalde
                        verplichtingen. In het bestuursrecht is het verbinden van een financieel
                        voorwaarde aan een besluit in beginsel toegestaan als daarmee de met het
                        besluit meespelende belangen worden gediend. Als voorbeeld kan genoemd
                        worden het verbinden van een voorschrift aan het instemmingbesluit
                        inhoudende dat een waarborgsom moet worden gestort om het wegoppervlak weer
                        in de oude staat terug te brengen. </al><al>Artikel 5.2, vierde lid, onder c, TW bepaalt dat de gemeenteraad bij
                        verordening in ieder gevel regels vaststelt over de wijze van uitvoering bij
                        aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming en van medegebruik van
                        voorzieningen. Gelet hierop moet in het derde lid van artikel 4 een
                        verwijzing naar de in de gemeente gebruikt technische vereisten worden
                        opgenomen. Veel gemeenten gebruiken in de praktijk een handboek met
                        technische gegevens waaraan graafwerkzaamheden moeten voldoen. Een
                        verwijzing hiernaar in artikel 4, zorgt ervoor dat de wijze van uitvoering
                        bij aanleg, onderhoud en verplaatsing, alsmede de opruiming van kabels en
                        het medegebruik van voorzieningen, dient te geschieden conform deze
                        technische vereisten. </al><al>De TW laat de publiekrechterlijke bevoegdheden van de gemeente en andere
                        overheden die zijn gebaseerd op specifieke wettelijk regelingen onverlet.
                        Dat wil zeggen dat de aanbieder van een telecommunicatie- of omroepnetwerk
                        bij deze overheden de benodigde vergunningen, ontheffing en etc. dient aan
                        te vragen (bijvoorbeeld een vergunning op basis van de keur van het
                        waterschap als de kabel in een dijklichaam wordt aangelegd). Het ontbreken
                        van dergelijke vergunningen of ontheffingen kan echter geen reden zijn om
                        het instemmingbesluit te weigeren. </al><al><vet>Bekendmaking</vet></al><al>Het instemmingbesluit zal bekendgemaakt moeten worden overeenkomstig artikel
                        3:41, Awb. Toezending van het instemmingsbesluit aan de aanvrager, welke
                        meestal de aanbieder zal zijn, ligt dan in de rede. De Awb vereist niet dat
                        besluiten die, ingevolge artikel 3:41, aan een of meer belanghebbenden zijn
                        gericht, openbaar bekendgemaakt worden. Indien het gemeentelijk gebruik is
                        dat dergelijke besluiten toch worden gepubliceerd, zijn ook anderen tijdig
                        op de hoogte van de verlening.</al><al><vet>Bezwaar, beoroep en schadevergoeding</vet></al><al>Tegen het instemmingbesluit kunnen belanghebbenden bezwaar aantekenen bij
                        het college van burgemeester en wethouders. Vervolgens staat ingevolge
                        artikel 17.1 TW beroep open op de arrondissementsrechtbank te Rotterdam en
                        ingevolge artikel 20 van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie
                        hoger beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB). Is er
                        schade veroorzaakt die verband hout met de gedoogplicht, dan beperkt het
                        recht op schadevergoeding, ingevolge artikel 5.4, TW, zich voor eigenaren en
                        beheerders van openbare gronden tot vergoeding van de kosten van de
                        voorzieningen en van de meerdere kosten van onderhoud. Artikel 5.9, TW
                        bepaalt dat een eis tot schadevergoeding aanhangig gemaakt dient te worden
                        bij de kantonrechter in wiens ambtsgebied de onroerende zaak is gelegen
                        waaraan schade wordt toegebracht. Hoger beroep tegen de uitspraak van de
                        kanonrecht is voorts toegestaan. </al><al>Artikel 5.7, TW regelt de kostenvergoeding in het geval dat de kabels
                        verplaatst moeten worden. Indien de gemeente als gedoogplichtige wil dat
                        kabels worden verplaatst in verban met de oprichting van een gebouw of de
                        uitvoering van werken, dan dient de aanbieder dit op eigen kosten te doen.
                        In andere gevallen moeten de kosten van het verplaatsen worden vergoed aan
                        de aanbieder. Ontstaat een geschil over de kosten, dan kan de OPTA om een
                        beschikking worden gevraagd, waartegen beroep bij de bovengenoemde
                        arrondissementsrechtbank en hoger beroep bij het CBB. </al><al>Artikel 5.8, TW geeft een regeling voor bomen en beplanting die hinderlijk
                        zijn voor de telecommunicatie- of omroepnetwerken. Rechthebbenden van bomen
                        of beplanting zijn verplicht te voldoen aan een verzoek van de aanbieder van
                        een openbaar telecommunicatie- of omroepnetwerk om deze te snoeiden of in te
                        korten indien deze hinderlijk zijn of worden voor de aanleg, instandhouding
                        en exploitatie van deze netwerken de OPTA i bevoegd om bestuursdwang toe te
                        passen indien de rechthebbende niet voldoen aan een dergelijk verzoek van de
                        aanbieder. De aanbieders kunnen ingevolge het derde lid van artikel 5.8, TW,
                        ook zelf tot het opsnoeien of inkorten van wortels of takken overgaan. Er
                        moet dan wel sprake zijn van ernstige belemmering of storing van de
                        telecommunicatie. Artikel 5.9, TW bepaalt verder dat de rechthebbenden ten
                        aanzien van de bomen of beplantingen het recht op schadevergoeding aanhangig
                        kunnen maken bij de kantonrechter. Hoger beroep hiervan is toegestaan. </al><al>Ontstaat er een geschil over de gedoogplicht ex artikel 5.1, tweede lid, TW
                        van interlokale en internationale kabels in niet-openbare gronden, met
                        uitzondering van huizen en aangrenzende tuinen, dan kan op basis van artikel
                        5.3, tweede lid, TW de OPTA als geschillenbeslechte optreden. De OPTA kan
                        vervolgens een beschikking afgeven waartegen beroep openstaat bij de
                        Rotterdamse arrondissementsrechtbank en hoger beroep ij het CBB. De wet kent
                        een aanzien van deze gedoogplicht geen beperking toe aan de omvang van het
                        verzoek tot schadevergoeding. Alle schade kan opgevoerd worden in een
                        procedure voor de kantonrechter. Hoger beroep is hierop mogelijk. </al><al>Worden kabels boven de grond aangebracht zonder dat deze de grond raken of
                        in aan gebouwen bijbehorende gronden, dan is eenieder verplicht om deze te
                        gedogen is er schade geleden, dan kan deze via bovengenoemde procedure bij
                        de kantonrechter aanhangig worden gemaakt. In de artikelen 5.5. en 5.9, TW
                        is dit nader geregeld. </al><al><vet>Handhaving</vet></al><al>Indien de aanbieder zonder voorafgaande melding of zonder instemming van het
                        college van burgemeester en wethouders werkzaamheden verricht, wordt in
                        strijd gehandeld met artikel 5.2, derde lid, TW. Dit vormt een economisch
                        delict in de zin van de Wet op de economische delicten (WED), ook het
                        handelen in strijd met artikel 5.2, derde lid, inhoudende het handelen in
                        strijd met het instemmingbesluit opgenomen tijdstip van aanvang of
                        voltooiing en de wijze van uitvoering, is onder de werking van de WED
                        gebracht. Handhaving van deze artikelen vindt plaats door de daarvoor in
                        artikel 17 WED aangewezen ambtenaren.</al><al>Naast deze strafrechtelijke handhaving is bestuursrechtelijke handhaving
                        mogelijk. Het college van burgemeester en wethouders kan via een
                        bestuursdwangprocedure ex artikel 125 Gemeentewet of een dwangsomprocedure
                        ex artikel 125 gemeentewet juncto 5:32 Awb naleving van de bepalingen uit de
                        verordening afdwingen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>zakelijk karakter instemmingbesluit</titel></kop><al>Het verdient aanbeveling om aan het instemmingbesluit een zakelijk karakter
                        mee te geven. In de situatie dat een nieuwe aanbieder van de kabel
                        gebruikmaakt, is het gewenst dat ook voor hem de voorschriften en
                        beperkingen gelden die aan het instemmingbesluit zijn verbonden. Het is
                        bijvoorbeeld van belang dat ook een nieuwe aanbieder zich houdt aan het
                        voorschrift over het ruimen van de kabel indien deze niet meer ten dienste
                        staat van een openbaar telecommunicatie- of omroepnetwerk. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Melding wijziging</titel></kop><al>Voor de gemeente is het van belang om een actueel overzicht te hebben en te
                        houden van de ondergrondse infrastructuur. Daarbij gaat het niet alleen om
                        waar welke kabels liggen, maar ook wie de eigenaar is, de beheerder of de
                        exploitant. Om deze reden is in de verordening een verplichting opgenomen om
                        de wijziging van het eigendom, de exploitatie of het beheer van de kabel te
                        melden. Het eigendom, de exploitatie of het beheer kunnen in verschillende
                        handen liggen. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat de aanbieder niet alleen
                        degene is die gebruikmaakt van de kabel, de exploitant, maar ook het
                        eigendom van de kabel heeft, terwijl het beheer van de kabel is uitbesteed
                        aan een aannemer die alle onderhoudswerkzaamheden uitvoert. Tevens is het
                        van belang voor de gemeente om te weten of de kabels nog steeds ten dienste
                        staan van een openbaar telecommunicatie- of omroepnetwerk. Zijn de kabels
                        niet meer openbaar, dan zijn ze niet meer gedoogplichtig. Dit is
                        bijvoorbeeld van belang voor de precarioheffing. De heffing van
                        precariobeslasting is namelijk niet toegestaan over openbare kabels, maar
                        wel over niet-openbare kabels. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Het is wenselijk dat de gemeente binnen afzienbare tijd een volledig
                        overzicht heeft van de kabels die in het verleden in de grond zijn gelegd.
                        Sommige gemeenten zijn aangesloten bij KLIC, een stichting die registreert
                        waar kabels zijn gelegen. Voor deze gemeenten en de gemeenten die zelf alle
                        kabels hebben geregistreerd is artikel 7 wellicht overbodig. Voor gemeenten
                        die een actueel overzicht ontberen, is in artikel 7 opgenomen dat de
                        aanbieders van de kabels en kabelwerken die in het verleden zijn gelegd, de
                        aanwezigheid daarvan moeten melden bij het college met het daartoe bestemde
                        aanmeldingsformulier. Voor toekomstige werkzaamheden aan kabels en
                        kabelwerken die voor de inwerkingtreding van de TW zijn aangebracht, geldt
                        het regime van de TW. Dit is bepaald in artikel 20.5, eerste lid, TW.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>In artikel 5.2, vierde lid, TW is de verplichting vastgelegd om een
                        verordening vast te stellen. Dit artikel treedt op 1 juni 1999 in werking.
                        Voor werkzaamheden die na het tijdstip van inwerkingtreding van de TW,
                        zijnde 15 december 1998, moeten worden uitgevoerd maar voor het
                        inwerkingtreding van de verordening geldt wel de melding en het vereiste van
                        een instemmingbesluit. Aanbevolen wordt om deze meldingen op een gelijke
                        wijze te behandelen als voor de inwerkingtreding van de TW. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Door toevoeging van de naam van de gemeente aan de citeertitel is het voor
                        eenieder die de verordening opvraagt duidelijk dat dit de verordening
                        betreft van die met name genoemde gemeente. </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>