<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR419733_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Notitie activerings- en afschrijvingsbeleid gemeente Ferwerderadiel 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ferwerderadiel</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-10-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ferwerderadiel</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ferwerderadiel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Geen.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Notitie activerings- en afschrijvingsbeleid gemeente Ferwerderadiel 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Geen.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>8/57.09</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De “Notitie activerings- en afschrijvingsbeleid gemeente Ferwerderadiel 2006”, vastgesteld bij raadsbesluit van 14 december 2006, nr. 71, is ingetrokken.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Notitie activerings- en afschrijvingsbeleid gemeente Ferwerderadiel 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al><vet>Notitie activerings-</vet></al><al/><al><vet>en afschrijvingsbeleid</vet></al><al/><al><vet>2010</vet></al><al/><al/><al><vet>Gemeente Ferwerderadiel</vet></al><al/><al><vet>Inhoudsopgave</vet></al><al/><al/><al/><lijst><li nr="1."><al><vet>Inleiding 3</vet></al><al/></li><li nr="2."><al><vet>Waardering van activa 4</vet></al><al>Inleiding 4</al><al>Activeren investeringen 4</al><al>Waarderingsgrondslagen 4</al><al>Vaststellen financiële waarde 5</al><al>Afwaarderen activa 5</al><al>Ondergrens 6</al><al/></li><li nr="3."><al><vet>Investeringen 6</vet></al><al>Definitie 7</al><al>Soorten investeringen 7</al><al/></li><li nr="4."><al><vet>Afschrijvingen 10</vet></al><al>Inleiding 10</al><al>Wettelijk kader 10</al><al>Levensduur 11</al><al>Methoden van afschrijving 11</al><al>Extra afschrijving 12</al><al>Restwaarde 12</al><al>Afschrijving op gronden 12</al><al>Toerekeningsbeginsel 12</al><al/></li><li nr="5."><al><vet>Rente 13</vet></al><al>Inleiding 13</al><al>Renteomslag 13</al><al>Vast percentage 13</al><al/></li><li nr="6."><al><vet>Kapitaallasten in de begroting en rekening 14</vet></al><al>Inleiding 14</al><al>Kapitaallasten in begroting 14</al><al>Kapitaallasten in rekening 14</al><al/><al><vet>Bijlage I 15</vet></al><al/><al/><al/><al><vet><onderstreept>Hoofdstuk 1. Inleiding</onderstreept></vet></al><al/><al>De nota activabeleid is primair bedoeld als instrument ten behoeve
                                van de kaderstellende rol van de raad. Deze nota sluit aan bij de
                                Gemeentewet (artikel 212) en bij het Besluit begroting en
                                verantwoording provincies en gemeenten (BBV).</al><al/><al/><al><vet><cursief>Waardering en afschrijving vaste
                                    activa</cursief></vet></al></li><li nr="1."><al>Het college van B&amp;W doet door middel van een nota activabeleid
                                voorstellen aan de raad met betrekking tot de wijze waarop vaste
                                activa worden gewaardeerd en afgeschreven.</al></li><li nr="2."><al>De voorstellen bevatten in elk geval regels voor de
                                waarderingsgrondslag, de methode van afschrijven en een overzicht
                                van afschrijvingstermijnen.</al><al/><al>Om uitvoering te geven aan de financiële verordening is het
                                noodzakelijk om te komen tot een nota activabeleid voor de gemeente
                                Ferwerderadiel.</al><al/><al>De doelstelling van deze nota is het formuleren van beleid en
                                vastlegging van uniforme regels voor:</al></li><li nr="-"><al>waardering van activa;</al></li><li nr="-"><al>investeringen;</al></li><li nr="-"><al>afschrijvingen;</al></li><li nr="-"><al>kapitaallasten.</al><al/><al>Op deze manier kan er gekomen worden tot een duidelijk activabeleid
                                en een verbeterd inzicht in de financiële positie en de resultaten
                                van de gemeente Ferwerderadiel.</al><al>Deze nota geeft een duidelijke en consistente gedragslijn voor de
                                toekomst weer.</al><al/><al><vet><onderstreept>Hoofdstuk 2. Waardering</onderstreept></vet></al><al/><al><vet><cursief>2.1 Inleiding</cursief></vet></al><al>De eerste stap in het administratieve proces voor het beheer van
                                activa is de bepaling van de waarde die toegekend moet worden aan de
                                activa.</al><al>Meer specifiek gaat het dan om de volgende aspecten:</al></li><li nr="-"><al>activeren investeringen;</al></li><li nr="-"><al>waarderingsgrondslag;</al></li><li nr="-"><al>vaststelling financiële waarde;</al></li><li nr="-"><al>ondergrens.</al><al/><al>Aan de hand van deze aspecten kunnen regels worden opgesteld op
                                basis waarvan nieuwe activa kunnen worden toegevoegd.</al><al/><al/><al><vet><cursief>2.2 Activeren investeringen</cursief></vet></al><al>In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is bepaald dat alle
                                vaste activa geactiveerd moeten worden voor het bedrag van de
                                investering (artikel 62 lid 1). Daarnaast is expliciet bepaald welke
                                investeringen wel en niet geactiveerd moeten worden (artikel 59).
                                Dit betreft de volgende investeringen:</al></li><li nr="-"><al>investeringen met een economisch nut moeten worden geactiveerd;</al></li><li nr="-"><al>kunstvoorwerpen met een cultuurhistorische waarde, deze mogen niet
                                geactiveerd worden;</al></li><li nr="-"><al>investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut
                                kunnen geactiveerd worden.</al><al/><al>Tevens biedt het BBV de mogelijkheid om in sommige gevallen te
                                kiezen om vaste activa wel of niet te activeren. Het gaat hierbij om
                                activa met de kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald
                                actief en bijdrage activa in eigendom van derden.</al><al/><al/><al><vet><cursief>2.3 Waarderingsgrondslagen</cursief></vet></al><al>De waardering van activa is van belang omdat het de basis vormt voor
                                het vaststellen van de financiële consequenties van activa, met name
                                door waardevermindering. </al><al>Anders geformuleerd: de gekozen systematiek voor de waardering van
                                activa in het stelsel van baten en lasten is van invloed op de
                                exploitatie van de gemeente en daarmee op de financiële resultaten
                                die behaald worden.</al><al/><al>Hiervoor zijn in het BBV bepalingen opgenomen voor de waardering van
                                activa. Hiermee wordt enerzijds voorkomen dat organisaties met de
                                waardering van activa hun financiële resultaten kunnen beïnvloeden
                                en anderzijds wordt bereikt dat de financiële gegevens van
                                organisaties in de loop van de tijd vergelijkbaar blijven.</al><al/><al>De waarderingsgrondslag voor vaste activa wordt bepaald door de
                                aanschaffings- of vervaardigingprijs (artikel 63 BBV). Van activa
                                waarvan de bestemming verandert, wordt de actuele waarde van de
                                nieuwe bestemming in de toelichting op de balans opgenomen.</al><al/><al/><al/><al/><al><vet><cursief>2.4 Vaststelling financiële
                                waarde</cursief></vet></al><al>In het BBV is bepaald (artikel 62) dat alle vaste activa worden
                                geactiveerd voor het bedrag van de investering. </al><al>In lid 2 en 3 van artikel 62 worden echter uitzonderingen gemaakt,
                                namelijk:</al></li><li nr="-"><al>bijdragen van derden die in directe relatie staan met een actief
                                mogen bij de waardering in mindering worden gebracht;</al></li><li nr="-"><al>reserves mogen in mindering worden gebracht op investeringen in
                                openbare ruimte met een maatschappelijk nut.</al><al/><al>Genoemde uitzonderingen zijn optioneel, waardoor een tweetal
                                benaderingswijzen ontstaan, te weten de bruto-benadering en de
                                netto-benadering.</al><al/><al><onderstreept>Bruto-benadering</onderstreept></al><al>De bruto-benadering houdt in dat de investering voor het
                                investeringsbedrag wordt geactiveerd. Een eventuele bijdrage van
                                derden (bijvoorbeeld een subsidie van het Rijk of een eenmalige
                                bijdrage) wordt daartegenover als bestemmingsreserve opgenomen. </al><al/><al><onderstreept>Netto-benadering</onderstreept></al><al>De netto-benadering houdt in dat een eventuele bijdrage van derden
                                of een bestemmingsreserve (voor zover betrekking hebbend op een
                                investering in openbare ruimte met een maatschappelijk nut) in
                                mindering worden gebracht op de investering.</al><al/><al>In de gemeente Ferwerderadiel wordt de netto-benadering
                                gehanteerd.</al><al/><al/><al><vet><cursief>2.5 Afwaarderen activa</cursief></vet></al><al>Het eerste en tweede lid van artikel 65 BBV hebben betrekking op
                                waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. Het is niet
                                voorzienbaar dat de waardevermindering zal ophouden te bestaan.
                                Gedacht kan worden aan nieuwe inzichten in de technische en/of de
                                economische</al><al>levensduur van activa of de aantasting van het vermogen van
                                deelnemingen.</al><al/><al>In het derde lid BBV (artikel 65) wordt voorgeschreven dat van een
                                actief dat buiten gebruik wordt gesteld, waarvan de restwaarde lager
                                is dan de boekwaarde, wordt afgeschreven tot de restwaarde.</al><al>Bij een volledige buitengebruikstelling dient het actief uiteraard
                                te worden afgewaardeerd tot hetzij nul, hetzij tot de restwaarde,
                                indien die redelijkerwijs verwacht kan worden. Wanneer een actief
                                gedeeltelijk buiten gebruik wordt gesteld, dient het actief
                                proportioneel te worden afgewaardeerd.</al><al>Duurzame waardevermindering van vaste activa word onafhankelijk van
                                het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al><vet><cursief>2.6 Ondergrens</cursief></vet></al><al>Uit oogpunt van efficiency is het raadzaam om een ondergrens voor
                                het activeren van vaste activa te hebben Deze ondergrens geldt
                                tevens voor die vaste activa waarbij de gemeente vrij is om te
                                kiezen tussen wel of niet activeren. Investeringen met een waarde
                                beneden de vast te stellen ondergrens worden niet geactiveerd. </al><al/><al>Zij worden in het jaar van investering geheel ten laste van de
                                exploitatie gebracht.</al><al>Conform het vigerende beleid worden activa met een verkrijgingsprijs
                                van minder dan € 500,- niet geactiveerd. </al><al/><al><vet><onderstreept>Hoofdstuk 3.
                                Investeringen</onderstreept></vet></al><al/><al><vet><cursief>3.1 Definitie</cursief></vet></al><al>Investeringen zijn uitgaven ter verwerving van een goed of ter
                                bereiking van een doel waaraan een nuttigheid kan worden toegekend
                                die langer duurt dan een jaar.</al><al/><al>In bedrijfseconomische termen wordt onder investeren verstaan het
                                beleggen van geld of het aanschaffen van duurzame productiemiddelen
                                met het oogmerk het verwerven van extra inkomsten of rendement. De
                                gemeente Ferwerderadiel doet eveneens uitgaven voor duurzame zaken:
                                aanleg van wegen, riolering, gebouwen, e.d. Het zijn zaken waarvan
                                de nuttigheid zich uitstrekt over een langere periode dan één
                                jaar.</al><al/><al>Niet alle uitgaven die op de balans tot uitdrukking worden gebracht
                                zijn te beschouwen als echte investeringen. Het verstrekken van een
                                geldlening is geen investering, maar wordt door boeking op de balans
                                verantwoord en daardoor behandeld als een investering.</al><al/><al>Er is sprake van een investering indien er wordt voldaan aan de
                                volgende algemene voorwaarden:</al></li><li nr="-"><al>het betreft materiële, immateriële of financiële vaste activa, zie
                                3.2 soorten investeringen;</al></li><li nr="-"><al>de levensduur/het nut van de aan te schaffen activa dient langer dan
                                1 jaar te zijn.</al><al/><al>In principe dient de uitgaaf, die met de investering gepaard gaat,
                                van enige omvang te zijn.</al><al>Investeringen zijn relevant voor het bestuur en de besturing vanwege
                                de betekenis, die een investering heeft op grond van met name:</al></li><li nr="-"><al>de (mogelijke) invloed op het voorzieningenniveau voor de
                                gemeenten;</al></li><li nr="-"><al>de substantiële bedragen waar het meestentijds om handelt;</al></li><li nr="-"><al>de lange termijn (de gevolgen voor de (meerjaren-)begroting);</al></li><li nr="-"><al>de gevolgen voor het (kostendekkend) niveau van heffingen.</al><al/><al/><al><vet><cursief>3.2 Soorten investeringen</cursief></vet></al><al>Investeringen worden verantwoord op de balans onder de post vaste
                                activa.</al><al>Onder de vaste activa worden conform het BBV de volgende vaste
                                activa onderscheiden:</al></li><li nr="-"><al>immateriële vaste activa;</al></li><li nr="-"><al>materiële vaste activa;</al></li><li nr="-"><al>financiële vaste activa.</al><al/><al>Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of
                                vervaardigingprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de
                                bijkomende kosten. De vervaardigings-prijs omvat de
                                aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de
                                overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden
                                toegerekend.</al><al/><al/><al/><al/><al><vet>Immateriële vaste activa</vet></al><al>Overeenkomstig het BBV worden onder de immateriële vaste activa
                                afzonderlijk opgenomen:</al></li><li nr="-"><al>kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van
                                agio en disagio;</al></li><li nr="-"><al>kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief.</al><al/><al><onderstreept>Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en
                                    het saldo van agio en disagio</onderstreept></al><al>(Dis)agio is het verschil tussen het bedrag waarvoor een lening
                                wordt aangegaan en het lagere bedrag dat aan de geldnemer wordt
                                uitgekeerd. In artikel 63 lid 7 van het BBV is bepaald dat alle
                                passiva – waaronder dus schulden – tegen nominale waarden moeten
                                worden gewaardeerd. Dat houdt in dat de lening voor het totaalbedrag
                                van de aangegane schuld moet worden opgenomen. Het verschil tussen
                                het schuldbedrag en het uitgekeerde bedrag, het (dis)agio, kan naar
                                keuze al dan niet worden geactiveerd. Indien het (dis)agio wordt
                                geactiveerd vindt afschrijving plaats conform artikel 64 lid 5.
                                Hierin is bepaald dat de afschrijvingsduur van de kosten verbonden
                                aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio,
                                maximaal gelijk is aan de looptijd van de lening. Daarbij zij
                                opgemerkt dat in de toelichting op het BBV wordt geadviseerd om de
                                kosten van het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en
                                disagio niet te activeren</al><al/><al>In de gemeente Ferwerderadiel worden de kosten van het sluiten van
                                geldleningen en het saldo van agio en disagio, niet
                                geactiveerd.</al><al/><al><onderstreept>De kosten van onderzoek en
                                ontwikkeling</onderstreept></al><al>De kosten van onderzoek en ontwikkeling kunnen worden geactiveerd
                                indien (art 60 BBV):</al></li><li nr="-"><al>het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen;</al></li><li nr="-"><al>de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien staat
                                vast;</al></li><li nr="-"><al>het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal
                                genereren en</al></li><li nr="-"><al>de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen kunnen
                                betrouwbaar worden vastgesteld.</al><al/><al>Indien hieraan wordt voldaan mag de afschrijvingstermijn maximaal 5
                                jaar bedragen. </al><al/><al><vet>Materiële vaste activa</vet></al><al>Met als uitgangspunt het BBV worden voor provincies en gemeenten
                                twee soorten materiële vaste activa onderscheiden (artikel 35), te
                                weten:</al></li><li nr="-"><al>investeringen met een economisch nut (vergelijkbaar met het
                                bedrijfsleven, waarbij het meerjarig economisch nut meeweegt in de
                                activeringsgronden);</al></li><li nr="-"><al>investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijke
                                nut.</al><al/><al><onderstreept>Investeringen met een economisch
                                nut</onderstreept></al><al>Investeringen met een economisch nut zijn alle investeringen die
                                kunnen bijdragen aan het genereren van middelen en/of die
                                verhandelbaar zijn (bijvoorbeeld gebouwen).</al><al>Het gaat hierbij nadrukkelijk om de mogelijkheid middelen te
                                genereren. In het BBV is opgenomen dat activa met een meerjarig
                                economisch nut geactiveerd moeten worden. </al><al>Ten aanzien van het activeren van investeringen met een economisch
                                nut vormen kunstvoorwerpen met een cultuur-historische waarde een
                                uitzondering. Het gaat hier bijvoorbeeld om schilderijen van
                                beroemde schilders in</al><al>eigendom, ongeacht de plek waar de schilderijen te bezichtigen zijn.
                                Deze worden niet geactiveerd.</al><al/><al><onderstreept>Investeringen in de openbare ruimte met een
                                    maatschappelijk nut</onderstreept></al><al>In het BBV is bepaald dat investeringen in de openbare ruimte met
                                een maatschappelijk nut mogen worden geactiveerd. Het gaat om activa
                                die geen economisch, maar uitsluitend een maatschappelijk nut
                                hebben. Voorbeelden van dergelijke activa zijn wegen, bruggen en
                                openbaar groen.</al><al/><al/><al><vet><onderstreept>Hoofdstuk 4.
                                Afschrijvingen</onderstreept></vet></al><al/><al><vet><cursief>4.1 Inleiding</cursief></vet></al><al>In het vorige hoofdstuk is aangegeven welke investeringen (kunnen)
                                worden geactiveerd en welke niet. De lasten van de investeringen die
                                geactiveerd worden bestaan uit afschrijving en rente. In dit
                                hoofdstuk behandelen we de afschrijving.</al><al/><al>Een kenmerk voor vaste activa is dat ze hun nut over meerdere jaren
                                afstaan. De levensduur van vaste activa is echter niet oneindig.
                                Door technische slijtage of economische veroudering neemt de
                                gebruikswaarde af en daarmee de waarde in het economisch verkeer.
                                Het zichtbaar maken van deze waardevermindering van activa wordt
                                afschrijven genoemd. Bij het bepalen van de afschrijving dient</al><al>een aantal aspecten in ogenschouw genomen te worden, te weten de
                                levensduur en de wijze van afschrijving.</al><al/><al>Afschrijving is dan ook een boekhoudkundige weergave van de
                                waardevermin- dering van een kapitaalgoed wegens technische slijtage
                                en economische veroudering verstaan. De gebruiks- of levensduur
                                bepaalt de afschrijvingstermijn.</al><al/><al/><al><vet><cursief>4.2 Wettelijk kader</cursief></vet></al><al>Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) kent geen regels voor
                                een sluitend systeem waaraan afschrijvingen moeten voldoen, wel zijn
                                kaders gesteld.</al><al/><al>De belangrijkste zijn:</al></li><li nr="-"><al>de methoden volgens welke de afschrijvingen zijn berekend worden in
                                de toelichting op de balans uiteengezet. Ook wordt aangegeven welke
                                investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut
                                worden geactiveerd en welke reserves hiervoor naar verwachting
                                beschikbaar zullen zijn (artikel 51);</al></li><li nr="-"><al>afschrijvingen vindt plaats onafhankelijk van het resultaat van het
                                boekjaar. (artikel 64 lid 1);</al></li><li nr="-"><al>slechts om gegronde redenen mag de afschrijvingswijze gewijzigd
                                worden. De reden en de financiële consequenties van de verandering
                                wordt in de toelichting op de balans uiteengezet. (artikel 64, lid
                                2);</al></li><li nr="-"><al>op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks
                                afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte
                                toekomstige gebruiksduur (artikel 64, lid 3);</al></li><li nr="-"><al>op investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut
                                kan extra op worden afgeschreven (artikel 64 lid 4);.</al></li><li nr="-"><al>de afschrijvingstermijn voor kosten verbonden aan het sluiten van
                                geldleningen en het saldo van agio en disagio is gelijk aan de
                                looptijd van de lening (artikel 64 lid 5);</al></li><li nr="-"><al>de afschrijvingstermijn van kosten van onderzoek en ontwikkeling is
                                ten hoogste 5 jaar (artikel 64 lid 6).</al></li><li nr="-"><al>Indien er sprake is van duurzame waardevermindering of indien het
                                actief eerder buiten gebruik gesteld wordt, is het mogelijk om
                                resultaatafhankelijk extra af te schrijven (artikel 65 lid 1 en lid
                                3).</al><al/><al><vet><cursief>4.3
                                Levensduur</cursief></vet></al><al>De afschrijvingstermijn van een actief is afhankelijk van de
                                verwachte nuttigheids- oftewel gebruiksduur. De gebruiksduur van
                                duurzame productiemiddelen wordt bepaald door technische slijtage en
                                economische veroudering. De technische levensduur is de periode
                                waarin het technisch mogelijk is de investering te gebruiken. </al><al>De economische levensduur is de periode waarin het actief naar
                                schatting economisch gezien gebruikt kan worden. Omdat de
                                economische levensduur gebaseerd is op een schatting zullen hiervoor
                                richtlijnen moeten worden opgesteld voor de diverse activa. Hierbij
                                moet rekening gehouden met de wettelijk voorgeschreven termijn voor
                                een aantal vaste activa. </al><al/><al>Dit zijn:</al></li><li nr="-"><al>de afschrijvingstermijn voor kosten verbonden aan het sluiten van
                                geldleningen en het saldo van agio en disagio is gelijk aan de
                                looptijd van de lening;</al></li><li nr="-"><al>de afschrijvingstermijn van kosten van onderzoek en ontwikkeling is
                                ten hoogste 5 jaar.</al><al/><al>Om te komen tot een uniform afschrijvingsbeleid is in bijlage 1 een
                                overzicht opgenomen waarin per activasoort de levensduur wordt
                                weergeven waarover wordt afgeschreven.</al><al/><al/><al><vet><cursief>4.4 Methoden van afschrijving</cursief></vet></al><al>Er zijn verschillende methoden om op basis van de afschrijvingsduur
                                te komen tot de afschrijving per periode waarvan de lasten worden
                                toegerekend. </al><al/><al>De belangrijkste methoden zijn:</al></li><li nr="-"><al>vast percentage van de aanschafwaarde (lineaire
                                afschrijvingsmethode);</al></li><li nr="-"><al>vast percentage van de boekwaarde (degressief afschrijven);</al></li><li nr="-"><al>jaarlijks gelijkblijvende rente- en afschrijvingslasten (annuïtaire
                                afschrijvings-methode).</al><al/><al>In de praktijk van de gemeente Ferwerderadiel wordt de lineaire
                                methode gebruikt.</al><al/><al><onderstreept>Lineaire afschrijvingsmethode</onderstreept></al><al>De lineaire afschrijvingsmethode houdt in afschrijven op basis van
                                een vast percentage van de investering (minus eventuele restwaarde)
                                oftewel gedurende de levensduur van de investering.</al><al>Daarbij is het bedrag van de investering gelijk aan de verkrijgings-
                                of vervaardigingsprijs. De afschrijvingslasten zijn jaarlijks
                                gelijk, terwijl de rente jaarlijks afneemt (is gerelateerd aan de
                                boekwaarde per 1 januari). Dit laatste betekent dat ook de
                                kapitaallasten (afschrijving + rente) jaarlijks een dalend verloop
                                laten zien.</al><al/><al><onderstreept>Annuïtaire afschrijvingsmethode</onderstreept></al><al>De annuïtaire afschrijvingsmethode is erop gericht dat de
                                kapitaallasten (afschrijving + rente) jaarlijks gelijk zijn. Daarbij
                                neemt, in meerjarig perspectief, de afschrijvingscomponent toe en de
                                rentecomponent af.</al><al/><al/><al/><al/><al><vet><cursief>4.5 Extra afschrijving</cursief></vet></al><al>In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is onderscheid
                                gemaakt tussen materiële vaste activa met een economisch nut en
                                materiële vaste activa met een maatschappelijk nut. Investeringen in
                                de openbare ruimte met een maatschappelijk nut worden bij voorkeur
                                niet geactiveerd. Indien het toch noodzakelijk geacht wordt
                                dergelijke investeringen te activeren, mag extra worden
                                afgeschreven. </al><al/><al/><al><vet><cursief>4.6 Restwaarde</cursief></vet></al><al>De restwaarde van een investering is van tevoren veelal moeilijk in
                                te schatten toch kan het gebeuren dat dit vooraf bekend is
                                (bijvoorbeeld tijdelijke noodlokalen). Op grond van het
                                voorzichtigheidsprincipe wordt er dan ook vanuit gegaan dat de
                                restwaarde nihil is tenzij expliciet bepaald Indien bij inruil van
                                een productiemiddel sprake is van een restwaarde levert dit in de
                                regel een boekwinst op. </al><al>Overeenkomstig de wetgeving wordt de boekwinst ten gunste van de
                                exploitatie gebracht. Hierdoor wordt een inzichtelijk beeld
                                verschaft in de waardering van de vervangende investering.</al><al/><al/><al><vet><cursief>4.7 Afschrijving op gronden</cursief></vet></al><al>Het afschrijven op gronden neemt een bijzondere plaats in omdat
                                gronden duurzame goederen zijn die niet aan slijtage onderhevig
                                zijn. Er bestaat dan ook geen noodzaak tot afschrijven.</al><al/><al/><al><vet><cursief>4.8 Toerekeningsbeginsel</cursief></vet></al><al>Op basis van het toerekeningbeginsel worden afschrijvingen ten laste
                                van de exploitatie gebracht. Het toerekeningbeginsel houdt in dat
                                gezocht wordt naar het juiste moment om kosten te verantwoorden in
                                de exploitatie. </al><al>In het verlengde van het baten- en lastenstelsel betekent dit dat
                                kosten worden</al><al>toegerekend aan de periode waar ze betrekking op hebben. </al><al>Voor activa betekent dit dat niet de gehele investeringslast in één
                                jaar tot uitdrukking worden gebracht maar dat gedurende de hele
                                periode dat de activa haar nut afgeven, de lasten tot uitdrukking
                                komen in de exploitatie. </al><al>Door activa af te schrijven over de jaren waaraan zij haar nut
                                afstaat, wordt aan dit beginsel tegemoet gekomen.</al><al/><al><vet><onderstreept>Hoofdstuk 5. Rente</onderstreept></vet></al><al/><al><vet><cursief>5.1 Inleiding</cursief></vet></al><al>Als laatste component in het activabeleid wordt stilgestaan bij het
                                begrip rente in gaval van geactiveerde uitgaven. Aangezien de
                                rentelasten van de gemeentelijke organisatie worden verdeeld over
                                producten, zal voor de rentelasten een verdelingsmethodiek moeten
                                worden vastgesteld.</al><al/><al>Voor de toerekening van de rentelasten aan investeringen zijn in
                                principe een tweetal mogelijkheden te weten:</al></li><li nr="-"><al>een vooraf bepaald vast percentage;</al></li><li nr="-"><al>een omslag (het zogenaamde renteomslag percentage).</al></li><li nr="-"><al/><al/><al><vet><cursief>5.2 Renteomslag</cursief></vet></al><al>In het geval van toepassing van een renteomslag percentage wordt
                                gebruik gemaakt van het jaarlijks door de gemeente vast te stellen
                                tarief voor de verdeling van de rentelasten. Op basis van de
                                rentelasten en de omvang van de activa wordt het percentage van de
                                renteomslag berekend.</al><al/><al/><al><vet><cursief>5.3 Vast percentage</cursief></vet></al><al>In het geval van toepassing van het vast percentage wordt aan elke
                                investering deze rente toegerekend. </al><al/><al>In de gemeente Ferwerderadiel wordt voor de toerekening van de
                                rentelasten aan investeringen gebruik gemaakt van het renteomslag
                                percentage.</al><al><vet><onderstreept>Hoofdstuk 6. Kapitaallasten in de begroting en
                                        rekening</onderstreept></vet></al><al/><al><vet><cursief>6.1 Inleiding</cursief></vet></al><al>In de uitgangspunten voor het opstellen van de gemeentelijke
                                financiële producten (begroting, tussentijdse rapportages en
                                jaarrekening) komt het beheer van activa in administratief opzicht
                                ook naar voren. Deze uitgangspunten zijn voor deze nota van
                                belang.</al><al/><al>De basis van deze uitgangspunten is opgenomen in het BBV. Deze zijn:
                                “De begroting, de meerjarenbegroting, de jaarrekening en de
                                toelichting geven volgens normen die in het maatschappelijk verkeer
                                als aanvaardbaar worden beschouwd, een zodanig inzicht dat een
                                verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en
                                over de baten en lasten.”(artikel 3 BBV).</al><al/><al/><al><vet><cursief>6.2 Kapitaallasten in begroting</cursief></vet></al><al>Op begrotingsbasis wordt een raming gemaakt van de verwachte
                                kapitaallasten (rente en afschrijving) in het begrotingsjaar. Deze
                                raming bestaat uit een deel waarover zekerheid bestaat (activa die
                                reeds in bezit zijn) en een deel waarvan dit nog niet bekend is
                                (lopende en nieuwe investeringen). </al><al/><al>In het jaar van investering moet geen rentecomponent in de begroting
                                worden opgenomen omdat de rente wordt toegerekend naar de stand per
                                1 januari. De afschrijvingscomponent wordt in het jaar van
                                investering voor het gehele bedrag opgenomen.</al><al/><al/><al><vet><cursief>6.3 Kapitaallasten in rekening</cursief></vet></al><al>Op realisatiebasis wordt op de volgende wijze met kapitaallasten om
                                gegaan. Voor bestaande investeringen wordt conform begroting de
                                gehele afschrijving en rente toegerekend. Voor investeringen die in
                                het rekeningjaar hebben plaatsgevonden zal de rente worden bepaald
                                op basis van de stand per 1 januari. De afschrijving start in het
                                jaar waarin de investering heeft plaatsgevonden.</al><al/><al/><al><vet>Bijlage I</vet></al><al/><al><vet><onderstreept>Afschrijvingstermijnen</onderstreept></vet><vet><onderstreept>Jaren</onderstreept></vet></al><al/><al><vet>Gronden en terreinen</vet></al><al>Grond niet</al><al>Aanleg sportvelden 40</al><al>Renovatie sportvelden 20</al><al/><al><vet>Bedrijfsgebouwen</vet></al><al>Gebouwen (inclusief grond en eerste inrichting) 40</al><al>Gymnastieklokalen en sporthallen 40</al><al>Kleedaccommodaties 40</al><al>Overige accommodaties sport 40</al><al>Inrichtingskosten gymnastieklokalen en sporthallen 20</al><al>Gymnastiekmateriaal 10</al><al>Restauratiekosten torens en molens 25</al><al> (Houten) tijdelijke gebouwen 15</al><al>Verbouwing en renovatie </al><al>(indien levensduurverlengend) 20</al><al>Dakbedekking 15</al><al>Energiebesparende maatregelen 15</al><al>Meubilair en stoffering 15</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Vervoermiddelen</titel></kop><structuurtekst><al>Brandblusvoertuigen 15</al><al>Vrachtauto’s 10</al><al>Bestelauto’s 10</al><al>Tractoren 10</al><al>Aanhangwagens 10</al><al/><al><vet>Machines apparaten en installaties </vet></al><al>Bliksemafleiders 10</al><al>Liftinstallaties 15</al><al>Centrale verwarmingsinstallaties 15</al><al>Telefooninstallaties 8</al><al>Lichtdrukmachines 10</al><al>Keukeninventaris 10</al><al>Archiefsystemen 10</al><al>Videoapparatuur 5</al><al>Lichtinstallaties 15</al><al>Geluidmeetapparatuur 10</al><al>Verbindingsmiddelen brandweer 5</al><al>Bluskleding / helmen brandweer 5</al><al>Overige materialen brandweer 10</al><al>Automatisering apparatuur (hardware) 3</al><al>Automatisering systemen (software) 5</al><al>Afrasteringen en ballenvangers 10</al><al>Lichtinstallatie sportaccommodaties 25</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Materieel sector III</titel></kop><structuurtekst><al>Zie lijst bijlage XI bij de begroting (overzicht materieel Sector
                            Grondgebied).</al><al/><al><vet>Jaren </vet></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Grond- weg- en waterbouwkundige werken</titel></kop><structuurtekst><al>Aanleg straten/wegen/pleinen 25</al><al>Reconstructie, herinrichting 25</al><al>Parkeervoorzieningen 10</al><al>Straatverlichting 25</al><al>Straatmeubilair 5</al><al>Kunstwerken (bruggen, viaducten e.d. ) 25</al><al>Vaarten 40</al><al>Haven- en sluiswerken 25</al><al>Beschoeiingen 10</al><al>Overige voorzieningen Vijvers e.d. 10</al><al>Aanleg parken, plantsoenen en tuinen </al><al>(inclusief beplanting) 30</al><al>Overige voorzieningen parken, plantsoenen e.d. 10</al><al>Renovatie riolering (zie GRP) 60</al><al>Bodemsaneringen 10</al><al>Aanleg speelterreinen 20</al><al>Speelwerktuigen 5</al><al>Aanleg begraafplaatsen 40</al><al>Overige voorzieningen begraafplaatsen 25</al><al/><al/><al/><al>Vorengenoemde opsomming is niet uitputtend. Voorts blijft het in
                            incidentele gevallen, bijvoorbeeld indien de werkelijke levensduur sterk
                            afwijkt, mogelijk af te wijken van de in deze bijlage genoemde
                            afschrijvingstermijnen.</al><al/><al/></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>