<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR419698_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Huisvestingsverordening gemeente Alblasserdam 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Alblasserdam</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Alblasserdam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Huisvestingsverordening gemeente Alblasserdam 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Paragraaf 3 en artikel 12 van de Huisvestingswet 2014</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-05-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-10-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-05-26</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-07-10</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Huisvestingsverordening gemeente Alblasserdam 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De RAAD van de gemeente Alblasserdam;</al><al/><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 28
                        april 2015, nr. 1481736. </al><al/><al>gelet op de paragraaf 3 en artikel 12 van de Huisvestingswet 2014;</al><al/><al><vet>b e s l u i t:</vet></al><al/><al>vast te stellen de Huisvestingsverordening gemeente Alblasserdam 2015</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colwidth="27*"/><colspec colname="col3" colwidth="68*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>wet:</al></entry><entry colname="col3"><al>de huisvestingswet 2014;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>woonruimte:</al></entry><entry colname="col3"><al>het daarom bepaalde in artikel 1, lid 1 sub i. van de
                                            wet bepaalde;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>regio:</al></entry><entry colname="col3"><al>gebied bestaande uit het grondgebied van de gemeenten </al><al>Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht,
                                            Papendrecht, </al><al>Sliedrecht en Zwijndrecht;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>huishouden:</al></entry><entry colname="col3"><al>een alleenstaande dan wel twee of meer personen, die een
                                            duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen
                                            gaan voeren;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>inkomen:</al></entry><entry colname="col3"><al>het rekeninkomen zoals bedoeld in Artikel 1, onder i van
                                            de Wet op de huurtoeslag;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry colname="col2"><al>onzelfstandige </al><al>woonruimte:</al></entry><entry colname="col3"><al>woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor
                                            inwoning, die geen eigen toegang heeft en die niet door
                                            een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit daarbij
                                            afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die
                                            woonruimte;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.</al></entry><entry colname="col2"><al>inwoning:</al></entry><entry colname="col3"><al>het bewonen van een woonruimte, die onderdeel uitmaakt
                                            van een woonruimte, die door een ander huishouden in
                                            gebruik wordt genomen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.</al></entry><entry colname="col2"><al>voorrangsverklaring</al></entry><entry colname="col3"><al>verklaring op grond waarvan een woningzoekende met een
                                            ernstig huisvestingsprobleem met voorrang in aanmerking
                                            kan komen voor toewijzing van een woonruimte;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i.</al></entry><entry colname="col2"><al>huisvestingsprofiel</al></entry><entry colname="col3"><al>de omschrijving van het type huisvesting, waarvoor een
                                            woningzoekende met een voorrangsverklaring in aanmerking
                                            komt;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>j. </al></entry><entry colname="col2"><al>het college</al></entry><entry colname="col3"><al>het college van burgemeester en wethouders;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>k.</al></entry><entry colname="col2"><al>PUV</al></entry><entry colname="col3"><al>platform uitvoering voorrangsregeling<vet>:
                                            </vet>overlegorgaan voor toedeling van
                                            voorrangskandidaten aan woningcorporaties. In het PUV
                                            zijn vertegenwoordigd: de grotere woningcorporaties, de
                                            ambtenaar, die door de colleges van b. en w. is
                                            gemandateerd te beslissen op aanvragen voor voorrang, de
                                            Dienst Gezondheid en Jeugd Zuid Holland zuid /
                                            Specialistisch Team Wonen(DGJ Specialistisch Team
                                            Wonen), de stichting Woonkeus en de Sociale Dienst
                                            Drechtsteden-WMO;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>l.</al></entry><entry colname="col2"><al>Palt-afspraken</al></entry><entry colname="col3"><al>afspraken tussen de Drechtstedengemeenten en de
                                            woningbouwcorporaties die actief zijn in de
                                            Drechtstedengemeenten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>m.</al></entry><entry colname="col2"><al>centrale toegang</al></entry><entry colname="col3"><al>samenwerkingsverband van gemeenten in Zuid-Holland zuid,
                                            Veiligheidshuis en Taskforce overlast, de DGJ /
                                            Specialistisch Team Wonen, dat gericht is op herstel van
                                            autonomie, re-integratie en participatie van cliënten,
                                            die op 3 of meer leefgebieden aantoonbaar problemen
                                            ondervinden;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>n.</al></entry><entry colname="col2"><al>Lijst van opvang en begeleidingsinstellingen</al></entry><entry colname="col3"><al>door het college vastgestelde lijst van opvang- en
                                            begeleidingsinstellingen waarvan de cliënten op basis
                                            van art. 2.11 in aanmerking kunnen komen voor
                                            voorrang;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>o.</al></entry><entry colname="col2"><al>WMO-indicatie</al></entry><entry colname="col3"><al>indicatie voor WMO-zorg van de Sociale Dienst
                                            Drechtsteden.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Verdeling van woonruimte</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>Voorrangsregeling bij woningtoewijzing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.1</nr><titel>Voorrangsverklaring</titel></kop><al>Het college kan een voorrangsverklaring verlenen op grond waarvan een
                        woningzoekende met een ernstig huisvestingsprobleem met voorrang in
                        aanmerking kan komen voor de toewijzing van een woonruimte.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.2</nr><titel>Toegang tot de voorrangsregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Toegang tot de voorrangsregeling hebben:</al><lijst><li nr="a."><al>de woningzoekenden, die op grond van de normen als
                                        geformuleerd in de Wet op de huurtoeslag wat het inkomen én
                                        het vermogen betreft, behoren tot de doelgroep van het
                                        volkshuisvestingsbeleid en</al><lijst><li nr="§"><al>a.1. een maatschappelijke binding hebben met de
                                                regio in de zin dat hij op het moment van de
                                                aanvraag blijkens de Basisregistratie Personen
                                                minstens twee jaar onafgebroken ingezetene is van de
                                                regio, dan wel daar gedurende de voorafgaande tien
                                                jaar minstens zes jaar onafgebroken ingezetene van
                                                is geweest of</al></li><li nr="§"><al>a.2. mantelzorgverleners of mantelzorgontvanger
                                                zijn,</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>vluchtelingen die een verblijfsstatus hebben toegewezen
                                        gekregen en niet eerder in het kader van de taakstelling
                                        huisvesting verblijfsgerechtigden gehuisvest zijn, </al></li><li nr="c."><al>woningzoekenden, die verblijven in een voorziening voor
                                        tijdelijke opvang van personen omdat ze in verband met
                                        problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte
                                        hebben verlaten.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in lid 1, onder a hebben geen toegang
                                tot de voorrangsregeling woningzoekenden, die inwonend zijn en
                                bewoners van onzelfstandige woonruimte, anders dan in een
                                opvanginstelling in de regio.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan afwijken van het bepaalde in lid 1, onder a, na
                                voorafgaande afstemming met het Drechtstedenbestuur en andere normen
                                stellen wat het inkomen en het vermogen betreft indien de situatie
                                op de woningmarkt in de regio Drechtsteden daar aanleiding voor
                                geeft.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan vrijstelling verlenen van het in lid 1, onder a.1.
                                genoemde vereiste van maatschappelijke binding met de regio.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.</nr><titel>Aanvragen van een voorrangsverklaring</titel></kop><lijst><li nr="·"><al>1. Een aanvraag voor een voorrangsverklaring wordt ingediend bij het
                                college, via een daartoe door hen beschikbaar te stellen
                                aanvraagformulier.</al></li><li nr="·"><al>2. De woningzoekende die een voorrangsverklaring aanvraagt, is
                                verplicht het door het college beschikbaar gestelde
                                aanvraagformulier volledig in te vullen en alle daarin gevraagde
                                bewijsstukken te overleggen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.</nr><titel>Beoordeling van de aanvraag voor een voorrangsverklaring.</titel></kop><al>·Bij de beoordeling van de aanvraag voor een voorrangsverklaring kan het
                        college zich laten adviseren door een door hen aan te wijzen instantie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.</nr><titel>Weigeringgronden</titel></kop><lijst><li nr="·"><al>De aanvraag om een voorrangsverklaring wordt geweigerd in de
                                volgende gevallen:</al></li><li nr="a."><al>de woningzoekende heeft op grond van artikel 2.1.2 van de
                                verordening geen toegang tot de voorrangsregeling;</al></li><li nr="b."><al>de aanvraag om een voorrangsverklaring wordt ingediend bij een
                                andere gemeente dan de eigen woonplaats in de regio;</al><al>c.de aanleiding om voorrang bij de
                                woningtoewijzing te vragen, is door eigen handelen veroorzaakt en
                                was voorzienbaar. Uitzonderingen kunnen worden gemaakt in situaties
                                waarin sprake is van een verstandelijke stoornis of beperking; </al></li><li nr="d."><al>de woningzoekende moet in staat worden geacht om het
                                huisvestingsprobleem zelf op te losse;</al></li><li nr="e."><al>de aanvrager moet op grond van zijn/haar aantal woonduurpunten in
                                staat worden geacht om zonder voorrang binnen een redelijke termijn
                                aan geschikte woonruimte te komen. Dit is het geval als het aantal
                                van zijn/haar woonduurpunten gelijk of groter is dan het gemiddeld
                                aantal punten dat vereist is om voor een meergezinswoning (mgw)
                                zonder lift in aanmerking te komen;</al></li><li nr="f."><al>de aanvrager heeft in de periode van 5 jaar voorafgaand aan de
                                aanvraag, om dezelfde reden, al een aanvraag ingediend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.</nr><titel>Eigen initiatieven</titel></kop><lijst><li nr="·"><al>1. Een woningzoekende kan pas een beroep doen op de
                                voorrangsregeling nadat hij, zodra het huisvestingsprobleem zich
                                openbaarde, aantoonbaar zelf al het mogelijk heeft gedaan om daar
                                een oplossing voor te vinden. Bovendien moet de aanvrager:</al></li><li nr="a."><al>aantonen dat hij heeft gedurende achtachtereenvolgende
                                weken zonder resultaat meegedongen naar iedere woning die via de
                                woonruimteverdelingsystemen in de regio Drechtsteden is aangeboden,
                                voor zover die woning een bij zijn omstandigheden passende oplossing
                                kon bieden of zou kunnen bieden voor zijn huisvestingsprobleem,
                                of;</al></li><li nr="b."><al>aantonen dat er gedurende acht achtereenvolgende weken geen bij
                                zijn</al><al> omstandigheden passend woningaanbod is geweest.</al></li><li nr="·"><al>2. Afwijking van het bepaalde in lid 1. a en b is mogelijk, indien
                                de aanvrager aantoonbaar bij voorbaat geen kans heeft op de
                                toewijzing van een woning binnen de aangegeven termijn. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.</nr><titel>Huisvestingsprofiel</titel></kop><al>·Het huisvestingsprofiel genoemd in artikel 2.18. onder d. van de
                        verordening omvat in beginsel geen eengezinswoning maar een
                        meergezinswoning. Indien op basis van de situatie van de woningzoekende in
                        het woningprofiel bepaalde kenmerken zijn vermeld, kan de woningzoekende
                        hieraan rechten ontlenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7.</nr><titel>Voorrangsgronden: medische indicatie</titel></kop><lijst><li nr="·"><al>1. De aanvrager, of een lid van zijn huishouden, komt op medische
                                indicatie in aanmerking voor een voorrangsverklaring, indien hij een
                                lichamelijk/medisch probleem heeft waardoor de huidige zelfstandige
                                woning niet langer geschikt is.</al></li><li nr="·"><al>2. Een aanvraag om voorrang bij de woningtoewijzing van medische
                                aard wordt voor gemotiveerd advies voorgelegd aan het PUV. </al></li><li nr="·"><al>3. Het PUVlaat zich op medisch terrein adviseren door een
                                medisch deskundige (de GGD Rotterdam-Rijnmond), tenzij het PUV over
                                voldoende gegevens beschikt om de aanvraag zelfstandig te
                                beoordelen. Het PUV adviseert op zijn beurt aan het college van het
                                college.Het advies van het PUV is altijd gemotiveerd.
                            </al></li><li nr="·"><al>4. De aanvrager komt niet in aanmerking voor een voorrangsverklaring
                                op medische indicatie, indien hij op het moment van het betrekken
                                van de huidige woning al een medisch probleem had als genoemd in lid
                                1.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8.</nr><titel>Voorrangsgronden: mantelzorg indicatie</titel></kop><lijst><li nr="·"><al>1. De aanvrager, of een lid van zijn huishouden, komt op mantelzorg
                                indicatie in aanmerking voor een voorrangsverklaring, indien:</al></li><li nr="a."><al>hij aannemelijk maakt dat hij zorg gaat verlenen of ontvangen
                                gedurende meer dan 8 uur per week aan/van een naaste en</al></li><li nr="b."><al>de reistijd i.v.m. de te verlenen mantelzorg meer dan 2 uur per dag
                                is,</al></li><li nr="·"><al>2. Een aanvraag om voorrang in verband met het verlenen van
                                mantelzorg wordt voor een gemotiveerd advies voorgelegd aan het PUV.
                            </al></li><li nr="·"><al>3. Voor de beoordeling van de aanvraag wint het PUV altijd advies in
                                van de DGJ/ Specialistisch Team Wonen.Daarnaast laat ze
                                zich op medisch terrein adviseren door de GGD Rotterdam-Rijnmond,
                                tenzij het PUV over voldoende gegevens beschikt om de aanvraag
                                zelfstandig te beoordelen. Het PUV adviseert op zijn beurt aan het
                                college.Het advies van het PUV is altijd gemotiveerd.
                            </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.9.</nr><titel>Voorrangsgronden: sociale indicatie</titel></kop><lijst><li nr="·"><al>1. De aanvrager, of een lid van zijn huishouden, komt op sociale
                                indicatie in aanmerking voor een voorrangsverklaring, indien hij een
                                probleem heeft van sociale/maatschappelijke aard dat past binnen de
                                criteria genoemd in lid 5.a,b en c en waardoor de huidige
                                zelfstandige woning niet langer geschikt is.</al></li><li nr="·"><al>2. Een aanvraag om voorrang bij de woningtoewijzing van
                                sociale/maatschappelijke aard wordt voor gemotiveerd advies
                                voorgelegd aan het PUV.</al></li><li nr="·"><al>3. Voor de beoordeling van de aanvraag formuleert de DGJ /
                                Specialistisch Team Wonen het advies aan het PUV. Het PUV adviseert
                                op zijn beurt aan het college.Het advies is altijd met
                                gemotiveerd.</al></li><li nr="·"><al>4. De aanvrager komt niet in aanmerking voor een voorrangsverklaring
                                op sociale indicatie, indien hij op het moment van het betrekken van
                                de huidige woning al een sociaal/maatschappelijk probleem had als
                                genoemd in lid 1. </al></li><li nr="·"><al>5.</al></li></lijst><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="23*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="77*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Voorrangscriterium</al></entry><entry colname="col2"><al>Omschrijving</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>a.leefbaarheid</al></entry><entry colname="col2"><al>aanvrager ondervindt ernstige, structurele problemen van
                                            sociale/maatschappelijke aard in de directe
                                            woonomgeving</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.financiële nood</al></entry><entry colname="col2"><al>door een onvoorziene, niet verwijtbare daling van het
                                            inkomen dakloos dreigt te worden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.einde duurzame relatie</al></entry><entry colname="col2"><al>het beëindigen van een relatie, waarbij de partners</al><al>met kinderen duurzaam hebben samengewoond, is geen reden
                                            voor een voorrangsverklaring, behalve als er
                                            minderjarige kinderen bij betrokken zijn. Vanuit
                                            maatschappelijk oogpunt is het niet aanvaardbaar dat
                                            minderjarige kinderen dakloos worden als ouders uit
                                            elkaar gaan. Van duurzame samenwoning is sprake als de
                                            partners minstens twee jaar onafgebroken hebben
                                            samengewoond, blijkend uit de inschrijving in de
                                            Basisregistratie Personen.</al><al>Slechts één van de ouders kan aanspraak maken op een
                                            voorrangsverklaring onder de volgende voorwaarden:</al><al>a.er moet sprake zijn van dagelijkse zorg door de
                                            aanvrager (dus geen bezoekregeling of gedeelde
                                            zorg)</al><al>b.de aanvrager moet de kinderbijslag van de SVB
                                            ontvangen op de eigen bankrekening;</al><al>c.de aanvrager moet aantoonbaar gedwongen zijn de
                                            gezamenlijke woning te verlaten.</al><al>Bij co-ouderschap en gedeelde zorg wordt geen voorrang
                                            toegekend als de andere co-ouder (dan de aanvrager) over
                                            woonruimte blijft beschikken.</al><al>Het bepaalde onder artikel 2.4 en 2.5 is hierbij
                                            onverkort van toepassing.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.10.</nr><titel>Voorrangsgronden: dakloos buiten schuld door calamiteiten</titel></kop><lijst><li nr="·"><al> 1. Indien de woning als gevolg van een calamiteit onbewoonbaar is
                                geworden, ontstaat er een directe noodzaak tot herhuisvesting van de
                                dakloos geworden bewoner(s). Onder calamiteit wordt in dit geval
                                verstaan ‘een van binnen of van buiten komend onheil, dat
                                onvoorzienbaar is en niet door verwijtbaar handelen van de
                                bewoner(s) is veroorzaakt. De gemeente stelt vast of en in hoeverre
                                de woning nog bewoonbaar is. Indien de woning niet meer te bewonen
                                is, wordt/worden de dakloos geworden bewoner(s) geherhuisvest indien
                                niet via een verzekering huisvesting kan worden verkregen.</al></li><li nr="·"><al> 2. Het criterium ‘dakloos buiten schuld’ is alleen van toepassing
                                op dakloosheid van materiële aard. Dakloosheid vanwege persoonlijke
                                redenen valt hier niet onder. Dakloosheid als gevolg van een
                                zwervend bestaan is geen reden voor een voorrangsverklaring.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.11.</nr><titel>Voorrangsgronden: verlaten opvanginstelling en geweldsgerelateerde opvang</titel></kop><al>·1. De aanvrager komt voor een voorrangsverklaring in aanmerking op basis
                        van een indicatie van het verlaten van een opvanginstelling in aanmerking op
                        de volgende voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvrager is opgenomen geweest in een opvanginstelling, die
                                vermeld is op de lijst van opvang- en begeleidingsinstellingen;</al></li><li nr="b."><al>hij beschikte voor zijn opname aantoonbaar over zelfstandige
                                huisvesting in de regio; van de eis van maatschappelijke binding aan
                                de regio is ontheffing mogelijk indien terugkeer naar de plaats van
                                herkomst aantoonbaar tot een (levens)bedreigende situatie zou leiden
                                of kunnen leiden, of indien terugkeer aantoonbaar niet haalbaar is.
                            </al></li></lijst><al>Van de eis van het beschikken in het verleden over zelfstandige huisvesting
                        is ontheffing mogelijk indien terugkeer naar de vroegere huisvesting niet
                        mogelijk is; </al><lijst><li nr="c."><al>de voorrangsverklaring wordt aangevraagd door tussenkomst van de
                                opvanginstelling. Cliënten die op eigen initiatief een
                                voorrangsverklaring aanvragen, worden terugverwezen naar de
                                opvanginstelling;</al></li><li nr="d."><al>de opvanginstelling geeft in het behandelplan van haar cliënt een
                                moment aan voor het starten van de huisvestingsprocedure van de
                                cliënt.</al></li><li nr="e."><al>de opvanginstelling overlegt bij de aanvraag een verklaring voor dat
                                de cliënt in staat is om zelfstandig een huishouding te voeren;</al></li><li nr="f."><al>de opvanginstelling legt een nabegeleidingsplan voor, waaruit onder
                                meer blijkt welke begeleiding wordt geboden, in welke vorm en wie
                                daarvoor verantwoordelijk en aanspreekbaar is. De instelling hoeft
                                nazorg niet zelf te leveren, maar kan die via derden regelen. De
                                verantwoordelijkheid voor het regelen van nazorg ligt bij de
                                instelling zelf.</al></li><li nr="·"><al>2. Degene die:</al></li><li nr="a."><al>wegens terugkeer uit detentie zelfstandige woonruimte nodig heeft en
                            </al></li><li nr="b."><al>die voor zijn detentie aantoonbaar over zelfstandige woonruimte in
                                de regio beschikte en</al></li><li nr="c."><al>waarvan de voorrangsverklaring wordt aangevraagd door tussenkomst
                                van de ketenregisseur van de Centrale Toegang,</al></li></lijst><al> komt in aanmerking voor een voorrangsverklaring. </al><lijst><li nr="·"><al>3. Een aanvraag om voorrang bij de woningtoewijzing in verband met
                                het verlaten opvanginstelling en geweldsgerelateerde opvang wordt
                                voor gemotiveerd advies voorgelegd aan het PUV.</al></li><li nr="·"><al>4.Voor de beoordeling van de aanvraag formuleert de DGJ /
                                Specialistisch Team Wonen het advies aan het PUV. Het PUV adviseert
                                op zijn beurt aan het college.Het advies is altijd met
                                gemotiveerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.12.</nr><titel>Voorrangsgronden: herstructurering</titel></kop><lijst><li nr="·"><al>1. Degene die gedwongen is zijn woning voorgoed te verlaten in
                                verband met een concreet herstructureringsplan of een plan om
                                verstrekkende maatregelen te treffen dat is opgenomen in de
                                prestatieafspraken voor een bepaald jaar, komt in aanmerking voor
                                voorrang bij de toewijzing van een woning. Hierbij geldt bij het
                                verlaten van een meergezinswoning als woonprofiel een
                                meergezinswoning en bij het verlaten van een eengezinswoning als
                                woonprofiel een eengezinswoning of meergezinswoning. </al></li><li nr="·"><al>2. De voorrangsverklaring bestaat uit een vermelding in de
                                woonruimteverdelingsystemen van Stichting Woonkeus en geldt voor
                                alle te huur aangeboden sociale huurwoningen in de regio
                                Drechtsteden die wat het type betreft gelijkwaardig zijn aan de te
                                verlaten woning, inclusief woningen met de label ‘voorrang niet van
                                toepassing’.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.13.</nr><titel>Voorrangsgronden: sloopindicatie</titel></kop><lijst><li nr="·"><al>1. De bewoner van een woning met een slooplabel komt in aanmerking
                                voor voorrang bij de toewijzing van een woning binnen het bezit van
                                de corporatie van wie hij de te slopen woning huurt.</al></li><li nr="·"><al>2. Een woning heeft een slooplabel als de woning in de rapportage
                                Wonen als te slopen staat vermeld of als er een vergunning is
                                verstrekt voor de sloop.</al></li><li nr="·"><al>3.De voorrangsverklaring bestaat uit een vermelding in het
                                woonruimteverdelingsysteem waar de desbetreffende corporatie gebruik
                                van maakt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.14.</nr><titel>Voorrangsgronden: taakstelling verblijfsgerechtigden</titel></kop><lijst><li nr="·"><al>1. De aanvrager komt in aanmerking voor een voorrangsverklaring
                                indien de aanvraag voortvloeit uit de taakstelling die de gemeente
                                is opgelegd op grond van de artikelen 28, 29 en 30 van de
                                Huisvestingswet.</al></li><li nr="·"><al>2. De aanvraag wordt ingediend bij de gemeente voor wie een
                                taakstelling als genoemd in lid.1 geldt. </al></li><li nr="·"><al>3. Indien de gemeente aan haar taakstelling heeft voldaan of geen
                                taakstelling heeft gekregen, kan de aanvraag geweigerd worden, als
                                het geen gezinshereniging betreft. Als de aanvraag betrekking heeft
                                op een door de IND geaccordeerde gezinshereniging en de woning van
                                het al gevestigde gezinslid te klein is, wordt, ook als al aan de
                                taakstelling voldaan is, voorrang toegekend.</al></li><li nr="·"><al>4. De voorrangsverklaring zoals bedoeld in lid.1 geldt lokaal.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.15.</nr><titel>Voorrangsgronden Beschikbaar krijgen zeer schaarse woningen.</titel></kop><al>·Een bewoner die bij verhuizing een sociale huurwoning achterlaat, die
                        vanwege de omvang en/of uitrusting zeer schaars is en tegelijk gewenst is
                        voor de huisvesting van urgent woningzoekenden, kan voorrang worden
                        toegekend om de betreffende woningen voor verhuur beschikbaar te
                        krijgen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.16.</nr><titel>Voorrangsgronden Overige</titel></kop><lijst><li nr="·"><al>1. Het PUV brengt advies uit over aanvragen voor voorrang bij
                                woonruimteverdeling, die betrekking hebben op situaties waarin de
                                regeling niet of slechts gedeeltelijk voorziet. </al></li><li nr="·"><al> 2. Het PUV betrekt in zijn advies in hoeverre het toekennen van
                                voorrang bijdraagt aan een maatschappelijk
                                hulpverleningsproces.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.17.</nr><titel>Toewijzing woonruimte</titel></kop><lijst><li nr="·"><al>1. De huisvestende corporatie bepaalt of een voorrangskandidaat zelf
                                in het aanbod naar een woning zoekt, of rechtstreeks een woning
                                krijgt toegewezen. </al></li><li nr="·"><al>2. De huisvestende corporatie kan nadere voorwaarden stellen bij de
                                huurovereenkomst voor de woning, die op basis van de
                                voorrangsverklaring tot stand.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.18.</nr><titel>Inhoud van de voorrangsverklaring</titel></kop><al>Het college vermeldt in een voorrangsverklaring de volgende
                                zaken:</al><lijst><li nr="·"><al>a. de naam en de contactgegevens van de woningzoekende,</al></li><li nr="·"><al>b. de datum van de aanvraag zoals bedoeld in artikel
                                        2.2,</al></li><li nr="·"><al>c. de erkenning dat de woningzoekende aan wie de
                                        voorrangsverklaring is verleend dringend behoefte heeft aan
                                        woonruimte binnen de door het college aangegeven
                                        termijn,</al></li><li nr="·"><al>d. het huisvestingsprofiel dat voor de desbetreffende
                                        woningzoekende van toepassing is, onder de mededeling dat de
                                        voorrang beperkt is tot woonruimte die past binnen het
                                        huisvestingsprofiel,</al></li><li nr="·"><al>e. de termijn waarbinnen van de voorrangsverklaring gebruik
                                        kan worden gemaakt,</al></li><li nr="·"><al>f. of de voorrangsverklaring lokaal of regionaal geldt, dan
                                        wel of de huisvestende corporatie een woning zal
                                        aanbieden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.19.</nr><titel>Bemiddeling</titel></kop><lijst><li nr="·"><al>1. Het college bemiddelt bij eigenaren van woonruimte om te
                                        bewerkstelligen dat woningzoekenden met een
                                        voorrangsverklaring een woonruimte verkrijgen overeenkomstig
                                        het bepaalde in artikel 2.18, onder d, e en f.</al></li><li nr="·"><al>2. Het college kan deze bemiddeling nader vorm geven in
                                        overeenkomsten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.20.</nr><titel>Wijziging, intrekking, vervallen voorrangsverklaring</titel></kop><lijst><li nr="·"><al>1. Bij gewijzigde omstandigheden kan het college, al dan
                                        niet op verzoek van de woningzoekende, besluiten de inhoud
                                        van een voorrangsverklaring te wijzigen. De woningzoekende
                                        ontvangt in dat geval een nieuwe voorrangsverklaring onder
                                        intrekking van de eerder afgegeven verklaring.</al></li><li nr="·"><al>2. Het college kan een voorrangsverklaring intrekken,
                                        indien:</al><lijst><li nr="o"><al>a. aan de vereisten voor het verkrijgen van een
                                                voorrangsverklaring niet meer wordt voldaan;</al></li><li nr="o"><al>b. de voorrangsverklaring is afgegeven op grond van
                                                gegevens waarvan de woningzoekende wist of
                                                redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of
                                                onvolledig waren.</al></li></lijst></li><li nr="·"><al>3. De voorrangsverklaring vervalt van rechtswege indien de
                                        woningzoekende een hem aangeboden woning die past binnen het
                                        in artikel 2.18, onder d genoemde huisvestingsprofiel heeft
                                        geweigerd of indien de woningzoekenden indien hij zelf mag
                                        reageren op de aangeboden woningvoorraad niet binnen een
                                        termijn van 3 maanden heeft gereageerd op een woning die
                                        past binnen het woningprofiel dat aan zijn
                                        voorrangsverklaring is gekoppeld.</al></li><li nr="·"><al>4. Het college kan besluiten tot verlenging van de in
                                        artikel 2.18. onder e genoemde termijn, indien daar naar hun
                                        oordeel gegronde redenen voor zijn.</al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Verdere bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college beslist naar eigen, redelijk oordeel in gevallen waarin
                                deze verordening niet voorziet en in gevallen waarin de toepassing
                                van de verordening leidt tot onbillijkheden van overwegende
                                aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Overleg bij wijziging</titel></kop><al>Bij de voorbereiding van een besluit tot wijziging van deze
                                verordening overlegt het college met de in de gemeente werkzame,
                                ingevolge artikel 70, eerste lid, of artikel 72, eerste lid, van de
                                Woningwet (Stb 1991, 439) toegelaten instellingen en met andere
                                daarvoor naar hun oordeel in aanmerking komende organisaties die
                                binnen de gemeente op het gebied van de woonruimteverdeling werkzaam
                                zijn.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Een aanvraag om een voorrangsverklaring, die vóór of op de dag van
                                inwerkingtreding van deze verordening is ingediend, wordt behandeld
                                volgens het voordien geldende recht, indien dit voor de aanvrager
                                gunstiger is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Huisvestingsverordening
                                gemeente Alblasserdam 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="·"><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2015.</al></li><li nr="·"><al>Op de dag van de inwerkingtreding van deze verordening wordt
                                        de Huisvestingsverordening gemeente Alblasserdam
                                        2005 ingetrokken.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 26 mei 2015,</ondertekening><ondertekening>De griffier de voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>