<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR41893_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Inburgering gemeente Doesburg</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Doesburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Doesburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Regiobode, 9 mei 2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Inburgering gemeente Doesburg</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0020611">Artikel 8 Wet inburgering</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0020611">Artikel 19 Wet inburgering</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0020611">Artikel 23 Wet inburgering</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0020611">Artikel 35 Wet inburgering</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-04-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-05-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2007-04-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-05-25</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Inburgering gemeente Doesburg</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Doesburg; </al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Doesburg, </al><al/><al>gelet op de artikelen 8, 19, vijfde lid, 23, derde lid, en 35 van de Wet
                        inburgering; </al><al/><al>overwegende dat de raad bij verordening regels dient te stellen over de
                        informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen, het
                        aanbieden van een inburgeringsvoorziening aan bijzondere groepen
                        inburgeringsplichtigen en de rechten en plichten van de
                        inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is vastgesteld,
                        alsmede dat de raad bij verordening het bedrag dient vast te stellen van de
                        bestuurlijke boete die voor de verschillende overtredingen kan worden
                        opgelegd; </al><al/><al>besluit vast te stellen de volgende verordening: </al><al/><al><vet>VERORDENING INBURGERING GEMEENTE DOESBURG </vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Doesburg; </al></li><li nr="b."><al>de wet: de Wet inburgering; </al></li><li nr="c."><al>het Besluit: Het Besluit tot uitvoering van de wet
                                        inburgering (Besluit inburgering);</al></li><li nr="d."><al>de Regeling: de Regeling inburgering 2007;</al></li><li nr="e."><al>inburgeringsvoorziening: voorziening gericht op het behalen
                                        van het inburgeringsexamen; </al></li><li nr="f."><al>inburgeringsplichtige: de persoon zoals omschreven in
                                        artikel 3 onder b van de wet; </al></li><li nr="g."><al>inburgeringstraject: geheel van voorzieningen gericht op het
                                        behalen van het inburgeringsexamen;</al></li><li nr="h."><al>Duaal traject: geheel van voorzieningen gericht op het
                                        behalen van het inburgeringsexamen gecombineerd met een
                                        tweede doelstelling zoals, arbeidsmarkttoeleiding,
                                        maatschappelijke participatie of opvoedingsondersteuning;
                                    </al></li><li nr="i."><al>boete: bestuurlijke boete, als bedoeld in hoofdstuk 6,
                                        paragraaf 2, van de wet; </al></li><li nr="j."><al>samenwerkingsverband: (mogelijke) samenwerking tussen een of
                                        meerdere gemeenten inzake de Wet inburgering, zoals bedoeld
                                        in art. 7.8 van het Besluit Inburgering.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende
                                regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze
                                verordening worden gebruikt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Beleidsplan inburgering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad stelt ter nadere uitvoering van deze verordening in
                                het eerste jaar van zijn raadsperiode, vierjaarlijks een beleidsplan
                                inburgering vast, waarin beleidsprioriteiten worden aangegeven,
                                alsmede de hoogte en wijze van financiering, rekening houdend met
                                het gestelde in deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beleidsplan inburgering omvat in elk geval: </al><lijst><li nr="a."><al>bepaling van de binnen de wet aangegeven doelgroepen die
                                        voor een inburgeringsvoorziening in aanmerking komen; </al></li><li nr="b."><al>prioritering van de doelgroepen en/of specifiek te
                                        onderscheiden categorieën binnen de doelgroepen; </al></li><li nr="c."><al>specifieke, niet in de wet genoemde onderdelen, van een
                                        inburgeringsvoorziening. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan het einde van een raadsperiode stelt het college een verslag
                                inburgering op met daarin de evaluatie en resultaten van het
                                inburgeringsbeleid, en zendt dit naar de raad. Het beleidsverslag
                                inburgering omvat in elk geval een rapportage ten aanzien van de
                                doeltreffendheid en doelmatigheid van de informatievoorziening</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Informatievoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De informatieverstrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen op een
                                doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun
                                rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod van en
                                de toegang tot inburgeringsvoorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de
                                inburgeringsplichtigen in ieder geval gebruik van de volgende
                                middelen:</al><lijst><li nr="a."><al>Informatieverstrekking via de balie van Publieksbureau van
                                        de gemeente Doesburg,</al></li><li nr="b."><al>Informatieverstrekking via de trajectconsulenten van de
                                        cluster Werk, Inkomen en Zorg van de gemeente Doesburg,</al></li><li nr="c."><al>Informatieverstrekking via maatschappelijke organisaties en
                                        (allochtone) intermediairs.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beoordeelt na het eerste jaar van inwerkingtreding van
                                de verordening en daarna tenminste eens in de twee jaren de
                                doeltreffendheid en doelmatigheid van de informatieverstrekking aan
                                de inburgeringsplichtigen en rapporteert daarover aan de raad.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan de publieksbalie en via de trajectconsulenten van de cluster WIZ
                                wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>nadere informatie ten aanzien van de wet en aanverwante
                                        regelingen gegeven; </al></li><li nr="b."><al>de inburgeringsverplichting van een potentiële
                                        inburgeringsplichtige beoordeeld; </al></li><li nr="c."><al>de inburgeringsplichtige geïnformeerd over de uit de wet
                                        voortvloeiende rechten en plichten; </al></li><li nr="d."><al>de inburgeringsbehoeftigen geïnformeerd over de uit de
                                        regeling voortvloeiende mogelijkheden en plichten.</al></li><li nr="e."><al>de inburgeringsplichtige geïnformeerd over (gecertificeerde)
                                        aanbieders van inburgeringstrajecten; </al></li><li nr="f."><al>de inburgeringsplichtige en/of de inburgeringsbehoeftige
                                        geïnformeerd over de doelgroepen aan wie de gemeente een
                                        aanbod van een inburgeringstraject doet c.q. kan doen, en de
                                        wijze waarop dit wordt gefaciliteerd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Nadere invulling van de informatievoorziening kan in door het
                                college vast te stellen beleidsregels worden vastgelegd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Doelgroepen en samenstelling van de inburgeringsvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Doelgroepen en samenstelling van de
                                inburgeringsvoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de groepen inburgeringsplichtigen als bedoeld in artikel 19, lid
                                twee van de wet, biedt het college een inburgeringsvoorziening aan. </al><lijst><li nr="a."><al>Aan asielgerechtigde inburgeringsplichtigen en geestelijk
                                        bedienaren die zich als nieuwkomer in de gemeente vestigen,
                                        zal uiterlijk binnen 8 weken na de intake een voorstel voor
                                        een aanbod worden gedaan;</al></li><li nr="b."><al>Aan asielgerechtigde inburgeringsplichtigen en geestelijk
                                        bedienaren die ten tijde van de invoering van de wet al in
                                        de gemeente woonachtig zijn (oudkomers), zal na invoering
                                        van de wet een aanbod worden gedaan. Het tijdspad en de
                                        prioritering van het aanbod aan deze inburgeringsplichtigen,
                                        zal in het beleidsplan inburgering en eventueel in door het
                                        college opgestelde beleidsregels, worden opgenomen; </al></li><li nr="c."><al>Maatschappelijke begeleiding maakt onderdeel uit van een
                                        inburgeringsvoorziening ten behoeve van asielgerechtigde
                                        nieuw- en oudkomers. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan inburgeringsplichtigen uit de doelgroepen als bedoeld in artikel
                                19, eerste lid van de wet, <cursief>kan</cursief> het college een
                                inburgeringsvoorziening aanbieden. Daarbij gelden de volgende
                                voorwaarden: </al><lijst><li nr="a."><al> Het college bepaalt binnen deze doelgroepen aan wie en
                                        wanneer zij een inburgeringsvoorziening aanbiedt; </al></li><li nr="b."><al> Het college wijst de groepen inburgeringsplichtigen aan
                                        waaraan hij in 2007 bij voorrang een inburgeringsvoorziening
                                        kan aanbieden. Op basis van de beschikbare budgetten biedt
                                        het college bij voorrang een inburgeringsvoorziening aan
                                        inburgeringsplichtigen en inburgeringsbehoeftigen aan
                                        waarvan wordt verwacht dat zij binnen 12 maanden het
                                        inburgeringsexamen halen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een inburgeringsplichtige die in een eerdere gemeente al een aanbod
                                tot een inburgeringsvoorziening heeft geaccepteerd, zal in geval van
                                verhuizing naar de gemeente Doesburg, eenzelfde of gelijkwaardige
                                inburgeringsvoorziening worden geboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In door het college vast te stellen beleidsregels kunnen ten aanzien
                                van de onder lid 1, 2 en 3 genoemde doelgroepen, nadere regels
                                worden uitgewerkt betreffende de aan deze doelgroep aan te bieden
                                inburgeringsvoorziening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In het beleidsplan inburgering zoals genoemd in artikel 3, lid 1 van
                                deze </al><al>verordening, zullen de inburgeringsplichtigen en
                                inburgeringsbehoeftigen aan wie in 2008 en de jaren daarna wie een
                                dergelijke inburgeringsvoorziening wordt aangeboden, aangewezen
                                worden; </al><lijst><li nr="a."><al> Bij de bepaling en de prioritering van de
                                        inburgeringsplichtigen en inburgeringsbehoeftigen aan wie in
                                        2008 en de jaren daarna een aanbod wordt gedaan, zullen
                                        geslacht, mate van maatschappelijke participatie,
                                        verblijfsduur, leeftijd en soort verblijfsvergunning als
                                        criteria worden gehanteerd. </al></li><li nr="b."><al>In door het college vast te stellen beleidsregels zullen de
                                        onder a. genoemde criteria nader uitgewerkt worden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stemt de inburgeringsvoorziening, met uitzondering van
                                de inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, af op het
                                startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de
                                maatschappelijke positie van de inburgeringsplichtige. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bepaalt hoe een inburgeringsvoorziening voor een
                                inburgeringsplichtige aan wie een aanbod wordt gedaan, wordt
                                ingevuld. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg
                                voor dat de inburgeringsvoorziening op de voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt afgestemd. De aangeboden
                                inburgeringsvoorziening mag arbeidsinschakeling niet in de weg
                                staan. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een inburgeringsvoorziening kan, naast wat in de wet is geregeld,
                                een of meer bijkomende onderdelen bevatten die specifiek gericht
                                zijn op de behoefte van de betreffende inburgeringsplichtige.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet
                                wordt in beginsel in één keer en ten hoogste in 36 termijnen
                                betaald. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt in de beschikking tot toekenning van een
                                inburgeringsvoorziening de termijnen van betaling vast. Indien het
                                college de eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt
                                dat in de beschikking vastgelegd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De wijze van inning van de eigen bijdrage en verrekening met
                                algemene bijstand zullen in door het college vast te stellen
                                beleidsregels worden opgenomen. Indien er sprake is van een
                                gecombineerd dan wel volgtijdelijk reïntegratie-/inburgeringstraject
                                waarop de bepalingen van de Reïntegratieverordening dan wel de
                                Beleidsregels niet uitkeringsgerechtigden en mensen met een
                                uitkering Algemene nabestaandenwet (ANW) van toepassing zijn, kan
                                het college aan de inburgeringsplichtige een premie ter hoogte van
                                de eigen bijdrage verstrekken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Het aanbod van een inburgeringsvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of tweede
                                lid, van de wet schriftelijk, in tweevoud. Het aanbod wordt in
                                beginsel gezonden naar het adres waar de inburgeringsplichtige in de
                                gemeentelijke basisadministratie is ingeschreven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de
                                inburgeringsvoorziening die wordt aangeboden en worden de rechten en
                                verplichtingen vermeld die aan de inburgeringsvoorziening wordt
                                verbonden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inburgeringsplichtige aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt
                                binnen 3 weken het college schriftelijk mee of hij het aanbod al dan
                                niet gewijzigd aanvaardt. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het
                                college binnen 6 weken na ontvangst van deze mededeling het besluit
                                tot toekenning van de inburgeringsvoorziening, overeenkomstig het
                                gedane aanbod. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In door het college vast te stellen beleidsregels kunnen nadere
                                voorwaarden over de procedure van het doen van een aanbod worden
                                opgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Weigering van een aanbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De weigering van een aanbod voor een inburgeringsvoorziening
                                geschiedt schriftelijk; </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het aanbod wordt bovendien geacht te zijn geweigerd, als de
                                inburgeringsplichtige ook na rappel:</al><lijst><li nr="a."><al>niet verschijnt op een oproep in verband met het doen van
                                        een aanbod; of </al></li><li nr="b."><al>niet binnen de gestelde termijn een exemplaar van de
                                        aanbiedingsbrief of een schriftelijke weigering van het
                                        aanbod retour heeft gezonden. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een inburgeringsplichtige een inburgeringsvoorziening weigert,
                                stuurt het college de inburgeringsplichtige: </al><lijst><li nr="a."><al>een besluit met de datum waarop het inburgeringsexamen
                                        uiterlijk moet zijn behaald en de mogelijke consequenties
                                        van het niet-nakomen van deze verplichting; </al></li><li nr="b."><al>informatie over de mogelijkheden die hem daarbij in de
                                        voorbereiding ter beschikking staan, inclusief de financiële
                                        aspecten. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De inhoud van de beschikking ingeval van een gemeentelijk
                                aanbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het besluit tot toekenning van een inburgeringsvoorziening bevat in
                                ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van het inburgeringstraject; </al></li><li nr="b."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                        inburgeringsplichtige; </al></li><li nr="c."><al>de uiterste datum waarop het inburgeringsexamen moet zijn
                                        afgelegd en moet zijn behaald; </al></li><li nr="d."><al>de termijnen en wijze van betaling van de eigen bijdrage;
                                    </al></li><li nr="e."><al>ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van
                                        handhaving van de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 26
                                        van de wet, aanvangt. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In door het college vast te stellen beleidsregels kunnen nadere
                                regels over in de beschikking op te nemen voorwaarden worden
                                opgenomen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Handhaving</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Opleggen van verplichtingen ingeval van een gemeentelijk
                                aanbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een inburgeringsplichtige die een gemeentelijk
                                aanbod accepteert, bij beschikking tenminste een of meer van de
                                volgende verplichtingen opleggen: </al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan het geaccepteerde inburgeringstraject
                                        waarbij een combinatie van voorzieningen mogelijk is; </al></li><li nr="b."><al>b.het deelnemen aan gesprekken met de trajectconsulent
                                        cluster WIZ;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken; </al></li><li nr="d."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen
                                        binnen een termijn die door het college is bepaald; `</al></li><li nr="e."><al>op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling te
                                        doen van alle feiten en omstandigheden waarvan hem
                                        redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed
                                        kunnen zijn op het recht op en de uitvoering van de
                                        inburgeringsvoorziening; </al></li><li nr="f."><al>het meewerken aan een medisch onderzoek door een door de
                                        gemeente aangewezen arts teneinde een eventuele medische
                                        beperking vast te stellen die zou kunnen leiden tot een
                                        ontheffing van de inburgeringsverplichting. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval van samenlopend traject binnen de WWB, gaat de
                                Afstemmingsverordening WWB gemeente Doesburg voor deze.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In door het college vast te stellen beleidsregels kunnen nadere
                                verplichtingen worden opgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>De inhoud van de beschikking ingeval van handhaving
                                inburgeringsplichtige zonder gemeentelijk aanbod.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het besluit tot handhaving van de inburgeringsverplichting bevat in
                                ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                        inburgeringsplichtige; </al></li><li nr="b."><al>de uiterste datum waarop het inburgeringsexamen moet zijn
                                        behaald; </al></li><li nr="c."><al>ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van
                                        handhaving van de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 26
                                        van de wet, aanvangt. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In door het college vast te stellen beleidsregels kunnen nadere
                                verplichtingen betreffende onderzoek naar de voortgang van de
                                inburgeringsverplichting worden opgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                                overtredingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 200,= indien de
                                inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college
                                op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is
                                geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld
                                in artikel 25, vierde lid, van de wet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval van een inburgeringsplichtige die een gemeentelijk aanbod
                                voor een inburgeringstraject heeft aanvaard, gelden de volgende
                                boetes:</al><lijst><li nr="a."><al>De bestuurlijke boete bedraagt minimaal € 150,=en ten
                                        hoogste€ 350,= indien de inburgeringsplichtige geen of
                                        onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de
                                        voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening, bedoeld in
                                        artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de verplichtingen,
                                        bedoeld in artikel 7 van deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 350,= indien de
                                        inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste
                                        lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de door het
                                        college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a,
                                        van de wet verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft
                                        behaald; </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval van een inburgeringsplichtige die zelf verantwoordelijk is
                                voor zijn inburgering maar voor wie de gemeente een
                                handhavingsverplichting heeft, bedraagt de boete ten hoogste €
                                250,00 indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7,
                                eerste lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de door het
                                college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet
                                verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan afzien van het opleggen van een boete indien het
                                daarvoor dringende edenen aanwezig acht en indien iedere vorm van
                                verwijtbaarheid ontbreekt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien het college afziet van het opleggen van een boete op grond
                                van niet-verwijtbaarheid of dringende redenen, wordt de
                                belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college zal in beleidsregels vastleggen in welke gevallen kan
                                worden afgezien van het opleggen van een boete. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                                overtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 12,
                                eerste lid van deze verordening, bedraagt ten hoogste 250,= indien
                                de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als
                                verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan
                                dezelfde overtreding. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval van een inburgeringsplichtige die een gemeentelijk aanbod
                                voor een inburgeringstraject heeft aanvaard, gelden de volgende
                                boetes:</al><lijst><li nr="a."><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel
                                        12, tweede lid onder a van deze verordening, bedraagt ten
                                        hoogste 500,= indien de inburgeringsplichtige zich binnen
                                        twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte
                                        overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde
                                        overtreding;</al></li><li nr="b."><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,= indien de
                                        inburgerings-plichtige niet binnen de door het college op
                                        grond van artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn
                                        het inburgeringsexamen heeft behaald; </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval van een inburgeringsplichtige die zelf verantwoordelijk is
                                voor zijn inburgering maar voor wie de gemeente een
                                handhavingsverplichting heeft, bedraagt de bestuurlijke boete ten
                                hoogste € 350,= indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door
                                het college op grond van artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde
                                termijn het inburgeringsexamen heeft behaald. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan afzien van het opleggen van een boete indien het
                                daarvoor dringende redenen aanwezig acht en indien iedere vorm van
                                verwijtbaarheid ontbreekt. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien het college afziet van het opleggen van een boete op grond
                                van dringende redenen of niet verwijtbaarheid, wordt de
                                belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college zal in beleidsregels vastleggen in welke gevallen kan
                                worden afgezien van het opleggen van een boete. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende
                            afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de
                            verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Beslissing college in gevallen waarin de verordening niet
                                voorziet</titel></kop><al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze
                            verordening niet voorziet, beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 april
                            2007. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening inburgering gemeente
                            Doesburg.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label></kop><al><vet>Algemene toelichting </vet></al><al/><al>De Wet inburgering (WI) treedt op 1 januari 2007 in werking en komt in de plaats
                    van de Wet inburgering nieuwkomers (Win) en de verschillende
                    oudkomersregelingen. De WI regelt de inburgeringsplicht voor in beginsel alle
                    onderdanen van derde landen van 16 tot 65 jaar die duurzaam in Nederland willen
                    en mogen verblijven. </al><al>Bij het invulling geven aan de inburgeringsverplichting staat de eigen
                    verantwoordelijkheid (ook in financiële zin) van de inburgeringsplichtige
                    centraal. De inburgeringsplichtige kan naar eigen inzicht bepalen hoe hij zich
                    wil voorbereiden op het inburgeringsexamen. Aan de inburgeringsverplichting is
                    voldaan wanneer het inburgeringsexamen is behaald (een resultaatsverplichting). </al><al/><al>Gemeenten krijgen in de WI een aantal belangrijke taken toebedeeld. Zo hebben
                    gemeenten de opdracht om de inburgeringsplichtigen in de gemeente goed te
                    informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit deze wet. Daarnaast
                    hebben gemeenten de taak aan bepaalde groepen inburgeringsplichtigen een
                    inburgeringsvoorziening aan te bieden. Een inburgeringsvoorziening leidt
                    inburgeringsplichtigen toe naar het inburgeringsexamen. Ook moeten gemeenten de
                    inburgeringsplicht van inburgeringsplichtigen handhaven. Het college moet een
                    bestuurlijke boete opleggen als een inburgeringsplichtige zich verwijtbaar niet
                    houdt aan de verplichtingen die voor hem gelden. </al><al/><al>In verband met deze taken draagt de WI gemeenten op om bij verordening regels te
                    stellen over de volgende onderwerpen: </al><al/><lijst><li nr="1."><al>Regels over de informatieverstrekking door de gemeente aan
                            inburgeringsplichtigen, ter zake van hun rechten en plichten uit hoofde
                            van deze wet, evenals van het aanbod van en de toegang tot
                            inburgeringsvoorzieningen (artikel 8 WI). </al></li><li nr="2."><al> Regels met betrekking tot het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen
                            aan bijzondere groepen inburgeringsplichtigen en over de rechten en
                            plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                            inburgeringsvoorziening is vastgesteld (artikel 19, vijfde lid, en
                            artikel 23, derde lid, WI). </al></li><li nr="3."><al> Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete die voor de
                            verschillende overtredingen kan worden opgelegd (artikel 35 WI).</al></li></lijst><al/><al><vet><cursief>Regels over de informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen
                        </cursief></vet></al><al>Artikel 8 WI bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels vaststelt over
                    de informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen. Het gaat
                    dan om informatie over de rechten en plichten uit hoofde van de WI en informatie
                    over het aanbod van inburgeringsvoorzieningen en de toegang tot die
                    voorzieningen. Dit artikel in de verordening vormt de uitwerking van deze
                    verplichting. De verordening, in overeenstemming met de rolverdeling tussen raad
                    en college, stelt alleen de kaders vast voor een adequate informatievoorziening
                    door het college aan de inburgeringsplichtigen.</al><al/><al>Het college is belast met de organisatie van de informatieverstrekking. De
                    informatievoorziening aan inburgeringsplichtigen is gebaseerd op de volgende
                    uitgangspunten;</al><lijst><li nr="-"><al>Informatie over de wet en lokaal beleid zal toegevoegd worden aan de
                            functie van het Publieksbureau en de cluster WIZ. Daarnaast wordt
                            informatie over de wet en lokaal beleid toegevoegd aan de gemeentelijke
                            website.</al></li><li nr="-"><al>Intermediairs van organisaties van allochtonen en welzijnsorganisaties
                            worden actief ingeschakeld om de doelgroep zo goed mogelijk voor te
                            lichten en eventuele extra vragen te ondervangen.</al></li><li nr="-"><al>De doelgroep aan wie de gemeente een aanbod moet/wil doen wordt zoveel
                            mogelijk persoonlijk benaderd over de gevolgen van de Wet inburgering in
                            zijn/haar situatie.</al></li></lijst><al/><al><vet><cursief>Regels met betrekking tot het aanbieden van
                            inburgeringsvoorzieningen </cursief></vet></al><al>Het uitgangspunt van de wet is de eigen verantwoordelijkheid van de
                    inburgeringsplichtige om te bepalen hoe hij zich voorbereidt op het
                    inburgeringsexamen. Voor een aantal bijzondere groepen biedt de wet extra
                    faciliteiten. Gemeenten krijgen de taak om deze groepen inburgeringsplichtigen
                    een inburgeringsvoorziening aan te bieden. Het gaat om de volgende groepen
                    inburgeringsplichtigen: </al><al/><lijst><li nr="1."><al>Asielgerechtigde nieuw-en oudkomers; </al></li><li nr="2."><al>Nieuw-en oudkomers die werkzaam zijn als geestelijke bedienaar; </al></li><li nr="3."><al>Inburgeringsplichtigen die een gemeentelijk aanbod hebben geaccepteerd
                            in een gemeente en vervolgens verhuizen naar een andere gemeente. </al></li><li nr="4."><al>Nieuw-en oudkomers die algemene bijstand of een vorm van een sociale
                            verzekeringsuitkering ontvangen. In het Besluit inburgering is bepaald
                            om welke vormen van bijstand/uitkering het gaat; </al></li><li nr="5."><al>Oudkomers die zelf geen inkomsten uit werk, algemene bijstand of
                            uitkering hebben; </al></li></lijst><al/><al>Het college is verplicht een inburgeringsvoorziening aan te bieden aan alle
                    asielgerechtigde inburgeringsplichtigen (oud-en nieuwkomers) en aan nieuw-en
                    oudkomers die werkzaam zijn als geestelijke bedienaar (artikel 19, tweede lid,
                    WI). Voor inburgeringsplichtigen die verhuizen en die in de “oude” gemeente al
                    een aanbod hebben geaccepteerd, geldt dat de “nieuwe” gemeente de voorziening
                    moet voortzetten of een gelijkwaardige inburgeringsvoorziening moet bieden. </al><al/><al>Aan inburgeringsplichtigen die behoren tot de twee groepen genoemd onder punt 4
                    en punt 5 kán het college een inburgeringsvoorziening aanbieden (artikel 19,
                    eerste lid, WI). Het college kan ook een inburgeringsvoorziening aanbieden aan
                    inburgeringsbehoeftigen (art 4, RVI). Hierbij gelden dezelfde prioritaire
                    groepen, zijnde: uitkeringsgerechtigden en inburgeringsbehoeftigen zonder eigen
                    inkomen uit werk of uitkering. </al><al>Andere inburgeringsbehoeftigen, zoals werkenden, zijn echter niet uitgesloten
                    van de mogelijkheid tot een aanbod. De Regeling inburgering 2007 is een aanbod
                    regeling voor inburgeringsbehoeftigen die op vrijwillige basis aan de
                    inburgering werken.</al><al>Inburgeringsbehoeftigen vallen niet onder de verordening inburgering. </al><al/><al>Een aanbod voor een inburgeringsvoorziening behelst een passende voorziening die
                    leidt naar het inburgeringsexamen en het eenmaal gratis afleggen van dat examen.
                    Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen bestaat een inburgeringsvoorziening
                    ook uit maatschappelijke begeleiding. </al><al/><al>De WI draagt de gemeenteraden op om bij verordening regels te stellen met
                    betrekking tot het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen aan bovenstaande
                    groepen (uitgezonderd de inburgeringsbehoeftigen die onder de Regeling
                    Inburgering vallen). In de wet is ook vastgelegd over welke onderwerpen in ieder
                    geval regels moeten worden gesteld: </al><lijst><li nr="o"><al>De procedure die door het college wordt gevolgd voor het doen van een
                            aanbod aan inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a,
                            WI). </al></li><li nr="o"><al>De criteria die worden gehanteerd bij het doen van een aanbod aan
                            inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, WI). De
                            vaststelling door het college van een passende inburgeringsvoorziening,
                            met inbegrip van de totstandkoming en de samenstelling van de
                            inburgeringsvoorziening (artikel 19, vijfde lid, onderdeel b, WI). Bij
                            het bepalen van de passendheid van een inburgeringsvoorziening, kunnen
                            de volgende factoren een rol spelen:</al></li><li nr="-"><al> De kennis van de inburgeringsplichtige van de Nederlandse taal, de
                            Nederlandse samenleving en zijn of haar leercapaciteit.</al></li><li nr="-"><al>De maatschappelijke rol die de inburgeringsplichtige vervult of gaat
                            vervullen in de Nederlandse samenleving. Daarbij kan worden gedacht aan
                            het verrichten van betaalde arbeid of het opvoeden van kinderen.</al></li><li nr="-"><al>De persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige. Daarbij kan
                            bijvoorbeeld worden gedacht aan eventuele zorgtaken die de
                            inburgeringsplichtige moetvervullen.</al></li><li nr="o"><al>De rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                            inburgeringsvoorziening is vastgesteld. Deze regels hebben in ieder
                            geval betrekking op de inning van de eigen bijdrage door het college en
                            de mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde lid,
                            WI).</al></li></lijst><al/><al><vet><cursief>Regels met betrekking tot het vaststellen van het bedrag van de
                            bestuurlijke boete </cursief></vet></al><al>Artikel 35 WI draagt gemeenten op bij verordening de hoogte van de bestuurlijke
                    boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen kan worden
                    opgelegd. Artikel 34 van de wet bepaalt het bedrag dat ten hoogste als
                    bestuurlijke boete kan worden opgelegd. </al><al/><al><vet>Toelichting per artikel </vet></al><al/><al><vet>Artikel 1 Algemeen </vet></al><al>Het tweede lid geeft aan dat de omschrijvingen van de begrippen die worden
                    gebruikt in respectievelijk de Wet inburgering, het Besluit inburgering en de
                    Regeling inburgering ook van toepassing zijn op deze verordening. </al><al/><al><vet>Samenwerking </vet></al><al>Het besluit (AMvB) tot uitvoering van de Wet inburgering (Besluit inburgering)
                    maakt samenwerking tussen twee of meerdere gemeenten in het kader van
                    inburgering mogelijk. Volgens het besluit kunnen gemeenten in onderling overleg
                    besluiten tot een gezamenlijke aanwending van de aan hen te verstrekken
                    rijksbijdragen. Samenwerking biedt de mogelijkheid om de inburgering van
                    inburgeringsplichtigen op een meer efficiënte wijze gestalte te geven. Er kan
                    beter worden gereageerd op fluctuaties in aantallen en achtergrond van
                    inburgeringsplichtigen. </al><al>In geval van samenwerking dienen alle in het besluit onder hoofdstuk 7 genoemde
                    rechten en plichten voor een gemeente over te gaan naar een centrumgemeente of
                    een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke
                    regelingen. Eventuele samenwerking zal telkens voor tenminste een geheel
                    kalenderjaar dienen te gelden. Gemeenten die samenwerken dienen dit elk jaar
                    kenbaar te maken aan het ministerie. </al><al>De genoemde rechten en verplichtingen hebben met name betrekking op de wijze en
                    berekening van de voorschotverstrekking, de verantwoording naar het ministerie
                    en de gevolgen van de verantwoording (definitief vaststellen van de
                    voorschotten, intrekking, wijziging etc). </al><al>De gemeenten Doesburg kan besluiten tot samenwerking met andere gemeenten op het
                    gebied van inburgering voor wat betreft de aanbesteding van
                    inburgeringsvoorzieningen en het aanbod (= beleid) aan van een
                    inburgeringsvoorziening aan inburgeringsplichtigen en
                    inburgerings-behoeftigen.</al><al>M.b.t. het aanbod vergt dit een afstemming op gebied van beleid, verdere
                    organisatorische afstemming op gebied van informatie en handhaving en afstemming
                    op gebied van de uitvoering (werkprocessen, ICT etc). </al><al>Deze werkwijze maakt het mogelijk om een aanbod zoveel mogelijk te laten
                    aansluiten op de mogelijkheden en behoeften van de inburgeraar. </al><al>Alleen samenwerking op het terrein van beleid is op dit moment aan de orde.</al><al/><al><vet>Artikel 2 Beleidsplan inburgering </vet></al><al>De verordening Wet inburgering wordt voor langere duur vastgesteld en geeft
                    inhoud aan de rechten en plichten van inburgeringsplichtigen. Het is vrijwel
                    ondoenlijk om in de verordening uitputtende regels te geven op het gebied van
                    het volledige inburgeringsbeleid. Daar komt bij dat er nog veel onderzoek gedaan
                    moet worden naar potentiële doelgroepen. Doordat het Bestand Potentiële
                    Inburgeraars (BPI) pas zeer recentelijk ter beschikking van de gemeente is
                    gesteld, heeft de gemeente ook nog maar een globaal zicht op aantallen en
                    doelgroepen. Daarom is gekozen voor een vier jaarlijks door het college op te
                    stellen beleidsplan dat door de raad wordt geaccordeerd. In dit plan zal
                    uitvoerig worden ingegaan op alle aspecten rondom het bepalen en prioriteren van
                    verschillende doelgroepen evenals het aanbieden en de samenstelling van
                    inburgeringsvoorzieningen. Het vierjaarlijkse beleidsplan inburgering zal in
                    principe gelijk lopen met een raadsperiode. Het eerste beleidsplan inburgering
                    zal in 2007 worden opgesteld. </al><al>Dit beleidsplan, waaraan natuurlijk ook een beleidsverslag is gekoppeld, maakt
                    zo in feite deel uit van de verordening en geeft aldus de raad periodiek inzicht
                    in al hetgeen verband houdt met het bepalen en prioriteren van doelgroepen die
                    voor een inburgeringsvoorziening in aanmerking komen en de samenstelling van de
                    voorzieningen. Door vierjaarlijks een beleidsplan op te stellen is het bovendien
                    mogelijk flexibel in te spelen op maatschappelijke ontwikkelingen en op
                    ontwikkelingen in de eigen gemeente. </al><al/><al>Het beleidsverslag dat aan het einde van een raadsperiode door het college zal
                    worden opgesteld, geeft inzicht in de resultaten van het inburgeringsbeleid.
                    Daarnaast zal het verslag en de daarin opgenomen evaluatie van het beleid,
                    dienen als input voor een volgend beleidsplan inburgering. </al><al>Naast het vierjaarlijkse verslag zal binnen de reguliere planning &amp; control
                    cyclus jaarlijks door het college (financiële) verantwoording aan de raad worden
                    afgelegd ten aanzien van de inburgering. </al><al/><al><vet>Artikel 3 De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen </vet></al><al>De gemeente heeft als taak de inburgeringsplichtigen in haar gemeente goed te
                    informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit de Wet inburgering.
                    De wet laat gemeenten vrij om zelf te bepalen op welke wijze de
                    informatievoorziening aan de inburgeringsplichtigen wordt georganiseerd. Wel
                    bepaalt artikel 8 WI dat de gemeenteraad bij verordening regels vaststelt over
                    de informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen, ter zake
                    van hun rechten en plichten uit hoofde van deze wet, evenals van het aanbod van
                    en de toegang tot inburgeringsvoorzieningen. </al><al/><al>In deze verordening kiest de gemeente Doesburg voor informatievoorziening via de
                    publieksbalie en de trajectconsulenten van de cluster WIZ. </al><al>Naast bovenstaande (gemeentelijke) informatievoorziening kunnen uiteraard ook
                    derden zoals scholen, bibliotheek, Vluchtelingenwerk, andere maatschappelijke
                    organisaties en zelforganisaties, een rol spelen bij de informatievoorziening. </al><al/><al><vet>Artikel 4 Doelgroepen </vet></al><al>Aan asielgerechtigde oud-en nieuwkomers en geestelijke bedienaren is de gemeente
                    verplicht een inburgeringsvoorziening aan te bieden. Het staat de betreffende
                    inburgeringsplichtige overigens vrij al dan niet op het aanbod in te gaan. Aan
                    asielgerechtigde nieuwkomers zal uiterlijk binnen acht weken na de intake een
                    aanbod worden gedaan. Voor asielgerechtigde oudkomers zal nog een tijdspad en
                    prioritering worden aangegeven.</al><al>Het aantal geestelijk bedienaren is naar verwachting zeer beperkt in omvang. De
                    inburgerings-voorziening voor deze groep zal landelijk worden samengesteld. </al><al/><al>Een aparte groep vormen inburgeringsplichtigen die al eerder in een gemeente een
                    inburgeringsvoorziening hebben geaccepteerd en die vervolgens verhuizen naar een
                    andere gemeente. Voor hen wordt het als onredelijk ervaren dat een eerder gedaan
                    aanbod ingeval van verhuizing zou vervallen. Deze verplichting voor de nieuwe
                    gemeente kan betekenen dat zij aan een inburgeringsplichtige (uit een andere
                    gemeente) een aanbod moet doen terwijl deze mogelijk nog niet onder een
                    aangewezen doelgroep valt. </al><al/><al>Artikel 19, eerste lid, van de wet, bepaalt dat het college aan twee groepen
                    inburgeringsplichtigen een inburgeringsvoorziening kán aanbieden namelijk: </al><lijst><li nr="1."><al>Inburgeringsplichtigen die algemene bijstand of een uitkering op grond
                            van een algemene maatregel van bestuur aan te wijzen sociale zekerheids
                            wetten of Sociale zekerheids regelingen ontvangen; </al></li><li nr="2."><al> Oudkomers die zelf geen inkomsten uit werk of uitkering hebben. </al></li></lijst><al/><al>Daarnaast bepaalt de Regeling Inburgering dat de gemeente een aanbod voor een
                    inburgerings-voorziening kan doen aan iedere inburgeringsbehoeftige woonachtig
                    in de gemeente.</al><al/><al>De gemeenteraad stelt in deze verordening de regels met betrekking tot de
                    criteria die worden gehanteerd bij het doen van een aanbod aan deze twee groepen
                    inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, WI). Dit artikel
                    regelt dat de groepen die het college aanwijst bij voorrang een
                    inburgeringsvoorziening krijgen aangeboden. Dit betekent dat het college de
                    ruimte heeft om in bepaalde gevallen ook een inburgeringsvoorziening aan te
                    bieden aan inburgeringsplichtigen die niet behoren tot de groep of groepen die
                    hij heeft aangewezen (maar wel behoren tot de doelgroepen, bedoeld in artikel
                    19, eerste lid, WI). Om te voorkomen dat inburgeringsplichtigen die behoren tot
                    de groep of groepen die het college heeft aangewezen aan deze aanwijzing een
                    recht gaan ontlenen op het krijgen van een aanbod, bepaalt dit artikel dat het
                    college aan de groepen die hij aanwijst een inburgeringsvoorziening <cursief>kan
                    </cursief>aanbieden. </al><al/><al>Naast het verplichte aanbod aan asielgerechtigde nieuwkomers, biedt het college
                    op basis van de beschikbare budgetten in het jaar 2007 bij voorrang een
                    inburgeringsvoorziening aan inburgeringsplichtigen en inburgeringsbehoeftigen
                    aan waarvan wordt verwacht dat zij binnen 12 maanden (tot hooguit 18 maanden)
                    het inburgeringsexamen halen. Dit zijn voor het overgrote deel de inburgeraars
                    (ex-nieuwkomers en oudkomers) die in 2006 en mogelijk met een overloop in 2007
                    NT-2 onderwijs volgen of hebben gevolgd in het kader van de Wet Inburgering
                    Nieuwkomers, Volwasseneducatie of een door de cluster WIZ gefaciliteerd traject.
                    In het eerste beleidsplan inburgering 2008-2010 zullen de inburgeringsplichtigen
                    aan wie in 2008 en daarna bij voorrang een inburgeringsvoorziening zal worden
                    aangeboden, aangewezen worden. Op grond van de actieve informatieplicht van het
                    college aan de raad (<cursief>artikel 29, Gemeentewet</cursief>) ligt het voor
                    de hand dat het college zijn besluit aan welke groepen inburgeringsplichtigen
                    bij voorrang een aanbod zal worden gedaan, ter kennisname aan de raad
                    aanbiedt.</al><al/><al><vet>Artikel 5 Samenstelling van de inburgeringsvoorziening </vet></al><al>In de verordening dienen regels te worden gesteld met betrekking tot de
                    vaststelling door het college van een passende inburgeringsvoorziening, met
                    inbegrip van de totstandkoming en samenstelling van de inburgeringsvoorziening
                    (artikel 19, vijfde lid, onderdeel b, WI). In dit artikel worden de kaders
                    vastgesteld waarbinnen het college de opdracht heeft voor iedere
                    inburgeringsplichtige die daarvoor in aanmerking komt, een op de persoon
                    toegesneden inburgeringsvoorziening samen te stellen. </al><al>In het eerste lid wordt aangegeven op welke wijze het college een passende
                    inburgeringsvoorziening moet vaststellen. Bij het bepalen van de passendheid van
                    een inburgeringsvoorziening, kunnen de volgende factoren een rol spelen en
                    worden meegenomen in het aanbod: </al><lijst><li nr="-"><al>De kennis van de inburgeringsplichtige van de Nederlandse taal en de
                            Nederlandse samenleving en zijn of haar leercapaciteit.</al></li><li nr="-"><al> De maatschappelijke rol die de inburgeringsplichtige vervult of gaat
                            vervullen in de Nederlandse samenleving. Daarbij kan worden gedacht aan
                            het verrichten van betaalde arbeid of het opvoeden van kinderen. </al></li><li nr="-"><al>De persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige. Daarbij kan
                            bijvoorbeeld worden gedacht aan eventuele zorgtaken die de
                            inburgeringsplichtige moet vervullen.</al></li></lijst><al/><al>Met uitzondering van het specifieke aanbod aan geestelijke bedienaren dat is
                    gericht op hun beroepsituatie, bepaalt het college de samenstelling van de
                    inburgeringsvoorziening. Degene aan wie het aanbod wordt gedaan heeft wel het
                    recht om een voorstel tot wijziging van het aanbod te doen (artikel 8, lid 3 van
                    de verordening). Het college bepaalt of op dit voorstel wordt ingegaan. </al><al/><al>In geval van uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtigen die een voorziening
                    gericht op arbeidsinschakeling ontvangen, kan het voordelen opleveren de
                    inburgeringsvoorziening daarmee te combineren. Uitgangspunt is wel, zo blijkt
                    uit artikel 19, vierde lid, van de wet, dat een aanbod voor een
                    inburgeringsvoorziening aan een uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtige niet
                    wordt gedaan, indien dat diens arbeidsinschakeling belemmert. </al><al/><al>De Wet inburgering bepaalt dat de inburgeringsvoorziening gecombineerd moet
                    worden met een voorziening gericht op arbeidsinschakeling
                    (reïntegratievoorziening) als een inburgerings- voorziening wordt aangeboden aan
                    een inburgeringsplichtige die bijstandsgerechtigd is of een uitkering ontvangt
                    op grond van een andere socialezekerheidswet of socialezekerheidsregeling én die
                    verplicht is om arbeid om arbeid te verkrijgen of te aanvaarden (artikel 20,
                    eerste lid, WI). Indien in deze specifieke situatie geen reïntegratievoorziening
                    wordt aangeboden, kan de gemeente geen inburgeringsvoorziening aanbieden. Het
                    college is verantwoordelijk voor het aanbieden van de gecombineerde
                    inburgeringsvoorziening (artikel 20, tweede lid, WI). </al><al/><al>Aangezien deze voorzieningen in het kader van de uitkeringsverstrekking op grond
                    van sociale zekerheids wetten of –regelingen ook door andere partijen dan het
                    college (kunnen) worden verstrekt, zal het college afspraken moeten maken met de
                    verantwoordelijke uitvoerders van de socialezekerheidswet of –regeling: het
                    Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV),eigenrisicodragers of
                    overheidswerkgevers (artikel 21 WI).</al><al/><al>Tot slot wordt in dit artikel geregeld dat het college bijkomende faciliteiten
                    als onderdeel van de inburgeringsvoorziening aan inburgeringsplichtigen kan
                    aanbieden. In de wet is geregeld waaruit een inburgeringsvoorziening in ieder
                    geval moet bestaan: een cursus die toe leidt naar het inburgeringsexamen en het
                    eenmaal kosteloos afleggen van dat examen (artikel 19, derde lid, WI). Voor
                    asielgerechtigde inburgeringsplichtigen (oud- en nieuwkomers) maakt ook
                    maatschappelijke begeleiding een verplicht onderdeel uit van de
                    inburgeringsvoorziening (artikel 19, zesde lid, WI). </al><al>Wat betreft de bijkomende faciliteiten die het college als onderdeel van de
                    inburgeringsvoorziening aan inburgeringsplichtigen kan aanbieden, kan worden
                    gedacht aan het (periodiek) houden van voortgangsgesprekken met de
                    inburgeringsplichtigen. Ook kan worden gedacht aan een uitbreiding van de
                    opleiding, bijvoorbeeld in de vorm van een maatschappelijke stage of een aparte
                    module die gericht is op het verwerven van kennis van de Nederlandse
                    samenleving. </al><al/><al><vet>Artikel 6 De inning van de eigen bijdrage </vet></al><al>In de verordening moeten regels worden gesteld die betrekking hebben op de
                    inning van de eigen bijdrage van de inburgeringsplichtige door het college en de
                    mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde lid, WI). De hoogte
                    van de eigen bijdrage is vastgelegd in de wet en bedraagt € 270. Dit bedrag kan
                    bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd (artikel 23, tweede lid,
                    WI). </al><al/><al>In dit artikel van de verordening wordt geregeld dat de eigen bijdrage in
                    principe in één termijn betaald wordt maar dat onder bepaalde omstandigheden de
                    inburgeringsplichtige het recht heeft de eigen bijdrage in een aantal termijnen
                    te betalen. Hierbij gaat het in het bijzonder om uitkeringsgerechtigden of
                    andere personen met een vergelijkbare inkomenssituatie. Deze termijn is gesteld
                    op ten hoogste 36 maanden. Hierbij is uitgegaan van de gedachte dat per
                    huishouden maximaal € 15,00 per maand reëel is om af te lossen. Een huishouden
                    waarin twee inburgeringsplichtigen een inburgeringsvoorziening accepteren
                    (bijvoorbeeld asielmigranten), betaalt bij een aflossingstermijn van 36 maanden
                    € 7,50 per persoon en daarmee € 15,00 per huishouden per maand. In een
                    huishouden waarin 1 persoon een inburgeringsvoorziening accepteert kan,
                    uitgaande van € 15,00 aflossing per maand, een aflossingstermijn van 18 maanden
                    gesteld worden.</al><al>Artikel 24, eerste lid, WI maakt het bij inburgeringsplichtigen die algemene
                    bijstand ontvangen mogelijk dat het college de eigen bijdrage verrekent met deze
                    uitkering. Als het college wil overgaan tot verrekening, moet dat worden
                    vastgelegd in de beschikking tot toekenning van de inburgeringsvoorziening. </al><al/><al><vet>Artikel 7 De procedure van het doen van een aanbod </vet></al><al>Dit artikel bevat enkele procedurele bepalingen die er voor moeten zorgen dat
                    het doen van een aanbod op zorgvuldige wijze gebeurt. Dit is van belang omdat
                    een dergelijk aanbod de start is van een procedure die – als het goed is – leidt
                    tot een besluit tot het toekennen van een inburgeringsvoorziening. In het eerste
                    lid van dit artikel wordt geregeld dat het college het aanbod van een
                    inburgeringsvoorziening aan de inburgeringsplichtige op schriftelijke wijze doet
                    en dat in beginsel het aanbod wordt toegestuurd naar het adres waar de
                    inburgeringsplichtige staat ingeschreven in de GBA. Op deze wijze kan er geen
                    onduidelijkheid ontstaan over het feit dat het college de inburgeringsplichtige
                    een aanbod heeft gedaan. Een mogelijk aanbod voor een inburgeringsvoorziening
                    vormt eveneens een onderdeel van de (verplichte) intake. </al><al/><al>Het aanbod zal inhoudelijk dezelfde strekking moeten hebben als de uiteindelijke
                    beschikking (het tweede lid). Hierdoor kan de instemming met het aanbod tevens
                    worden opgevat als instemming met de beschikking tot de toekenning van de
                    inburgeringsvoorziening (die eenzijdig door de gemeente wordt opgelegd). Deze
                    beschikking moet dan wel dezelfde inhoud hebben als het aanbod (het vierde lid). </al><al>De zorgvuldigheid van de procedure gebiedt dat als de inburgeringsplichtige het
                    aanbod aanvaardt of weigert, hij of zij dit schriftelijk aan de gemeente
                    meedeelt (het derde lid). Het meest praktisch is dat deze schriftelijke
                    mededeling geschiedt in de vorm van het laten ondertekenen door de
                    inburgeringsplichtige van een verklaring die door de gemeente is opgesteld. </al><al/><al>Het kan natuurlijk voorkomen dat een inburgeringsplichtige aan de gemeente meldt
                    dat hij wel een inburgeringsvoorziening wil, maar dat hij gelet op zijn situatie
                    bepaalde wijzigingen aangebracht zou willen zien in het aanbod van de gemeente.
                    Als de gemeente hierop positief reageert, zal het gedane aanbod aangepast
                    moeten.</al><al/><al>Een inburgeringsplichtige hoeft een aanbod niet te accepteren. Weigert de
                    inburgeringsplichtige het aanbod, dan zal hij zich zelfstandig moeten
                    voorbereiden op het inburgeringsexamen. Gaat het om een oudkomer, dan is er geen
                    termijn vastgesteld waarbinnen de betreffende persoon het inburgeringsexamen
                    moet hebben behaald. Het ligt voor de hand dat het college in een dergelijke
                    situatie een handhavingsbeschikking neemt: een besluit op grond van artikel 26
                    WI waarmee de termijn van start gaat waarbinnen de inburgeringsplichtige het
                    inburgeringsexamen moeten hebben behaald (vijf jaar na aanvang van deze
                    termijn). </al><al/><al><vet>Artikel 8 Weigering aanbod </vet></al><al>Een inburgeringsplichtige is niet verplicht een aanbod te accepteren. Een
                    weigering om een inburgeringsvoorziening te aanvaarden moet schriftelijk
                    gebeuren. De weigering kan echter ook blijken uit het feit dat het college óf
                    deze schriftelijke verklaring óf het aanbod niet binnen de gestelde termijn
                    retour heeft ontvangen. Ook als de inburgeringsplichtige het aanbod niet
                    aanvaardt, ontvangt hij een besluit. Hierin wordt hij gewezen op zijn
                    verplichting om zijn inburgeringsexamen binnen de wettelijke termijn te behalen,
                    de consequenties als hij hieraan niet voldoet en de faciliteiten die hem ter
                    beschikking staan ter voorbereiding op zijn examen. Ook wordt hij gewezen op de
                    financiële aspecten, zoals de verplichting om het examengeld te betalen en de
                    mogelijkheid om een lening af te sluiten bij de IB-groep. </al><al/><al><vet>Artikel 9 Opleggen van verplichtingen ingeval van een gemeentelijk aanbod
                    </vet></al><al>Dit artikel vormt de uitwerking van artikel 23, derde lid, WI dat bepaalt dat de
                    gemeenteraad bij verordening regels stelt over de rechten en plichten van de
                    inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is vastgesteld. Dit
                    artikel delegeert de bevoegdheid aan het college om de verplichtingen die in het
                    artikel worden genoemd aan inburgeringsplichtigen in het kader van een
                    inburgeringsvoorziening op te leggen. Het college legt in de beschikking tot de
                    toekenning van de inburgeringsvoorziening deze verplichtingen vast. </al><al/><al><vet>Artikel 10 De inhoud van de beschikking ingeval van een gemeentelijk aanbod
                    </vet></al><al>Het besluit tot het toekennen van een inburgeringsvoorziening is een
                    beschikking. Dit betekent dat de inburgeringsplichtige de mogelijkheid heeft
                    tegen dit besluit in bezwaar en beroep te gaan. In dit artikel wordt geregeld
                    welke onderwerpen in ieder geval in de beschikking moeten worden neergelegd. In
                    de beschikking zullen de toegekende inburgeringsvoorziening en de daaraan
                    verbonden rechten en plichten van de inburgeringsplichtige nauwkeurig moeten
                    worden vermeld ( de onderdelen a en b). </al><al>De inburgeringsplichtige is verplicht zijn medewerking te verlenen aan de
                    uitvoering van de inburgeringsvoorziening (artikel 23, eerste lid, WI).
                    Handhaving hiervan is alleen mogelijk als de verplichtingen van de
                    inburgeringsplichtige duidelijk zijn omschreven en aan de betrokkene (onder
                    andere door middel van de beschikking) bekend zijn gemaakt. </al><al/><al>De termijn waarbinnen een inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet
                    hebben behaald, ligt vast in de wet (artikel 7, eerste lid, WI). In de
                    beschikking kan worden volstaan met het noemen van deze termijn. Onderdeel d
                    bepaalt dat in beschikking moet worden vastgelegd in hoeveel termijnen de eigen
                    bijdrage kan worden betaald en op welke wijze de betaling plaatsvindt (al dan
                    niet op basis van verrekening met de bijstandsuitkering). Dit is geregeld in
                    artikel 8 van de verordening. </al><al/><al>Onderdeel e. heeft betrekking op beschikkingen voor oudkomers. Indien het
                    college een inburgeringsvoorziening vaststelt voor een inburgeringsplichtige
                    oudkomer, dan moet het college in de betreffende beschikking ook de dag opnemen
                    waarop de termijn van handhaving van de inburgeringsplicht van start gaat
                    (artikel 22, tweede lid, juncto artikel 26 WI). Binnen vijf jaar ná deze datum
                    moet de betreffende oudkomer het inburgeringexamen hebben behaald. Het college
                    kan zelf bepalen wanneer de termijn van handhaving van de inburgeringsplicht van
                    start gaat. Het ligt voor de hand om deze termijn direct te laten ingaan (en
                    bijvoorbeeld niet te koppelen aan de datum waarop de inburgeringsvoorziening van
                    start gaat). De precieze datum waarop de inburgeringsvoorziening van start gaat,
                    zal niet altijd bekend zijn op het moment dat deze wordt toegekend. Bovendien
                    past het vaststellen van een datum van aanvang van handhaving van de
                    inburgeringsplicht, onafhankelijk van het moment waarop met de
                    inburgeringsvoorziening kan worden begonnen bij het uitgangspunt van de wet dat
                    de betreffende persoon als oudkomer inburgeringsplichtig is en in beginsel zelf
                    verantwoordelijk is voor het behalen van het inburgeringsexamen. </al><al/><al><vet>Artikel 11 De inhoud van de beschikking ingeval van handhaving
                        inburgeringsplichtige zonder gemeentelijk aanbod </vet></al><al>De handhaving van een inburgeringsplichtige die geen gemeentelijk aanbod krijgt,
                    is minder intensief dan die van een inburgeringsplichtige die wel een
                    gemeentelijk aanbod heeft geaccepteerd. De eerst genoemde inburgeringsplichtige
                    is immers zelf verantwoordelijk voor zijn inburgering. De taak van de gemeente
                    bestaat hierbij alleen uit de vaststelling van de inburgeringsverplichting en de
                    handhaving van het behalen van het inburgeringsexamen. De beschikking voor deze
                    groep is op deze taken afgestemd. </al><al/><al><vet>Artikel 12 De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                        overtredingen </vet></al><al>Artikel 35 WI draagt de gemeenteraad op bij verordening de hoogte van de
                    bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen kan
                    worden opgelegd. In artikel 34 WI zijn voor de verschillende overtredingen de
                    maximumbedragen van de bestuurlijke boete vastgelegd. De gemeente kan deze
                    boetebedragen in haar verordening overnemen, maar ze kan ook lagere bedragen
                    vaststellen. </al><al>Voor onze gemeente hebben wij niet de maximum bedragen zoals genoemd in artikel
                    34 WI aangehouden. Ervan uitgaande dat de inburgeringsplichtigen waarschijnlijk
                    voor een belangrijk deel niet behoren tot de bevolkingsgroepen met een grote
                    financiële draagkracht, zijn de in de WI genoemde maximum bedragen in deze
                    verordening gehalveerd. </al><al>De boetebedragen die in de verordening worden opgenomen zijn bovendien maximum
                    overtreding de bestuurlijke boete moeten afstemmen op de ernst van de
                    overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten.
                    Bovendien moet het college daarbij ook rekening houden met de omstandigheden
                    waaronder de overtreding is gepleegd (artikel 38, tweede lid, WI). Deze bepaling
                    brengt met zich mee dat het college bij elke op te leggen bestuurlijke boete zal
                    moeten nagaan welke boete passend is, gelet op de individuele omstandigheden van
                    de betrokken inburgeringsplichtige.</al><al/><al>In het kader van de uitvoering van een gecombineerde reïntegratie-en
                    inburgeringsvoorziening kan het voorkomen dat dezelfde gedraging (bijvoorbeeld
                    het niet voldoen aan een oproep om te verschijnen en gegevens te verstrekken)
                    zowel aanleiding kan zijn voor het opleggen van een bestuurlijke boete als voor
                    het verlagen van de bijstand (een maatregel op grond van artikel 18, tweede lid,
                    Wet werk en bijstand) of het opleggen van een boete of maatregel op grond van
                    een andere sociale zekerheidswet of – regeling. Artikel 37 WI bevat een regeling
                    voor deze samenloop. In dit artikel wordt bepaald dat het college in dat geval
                    géén bestuurlijke boete kan opleggen.</al><al/><al><vet>Artikel 13 Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                        overtreding </vet></al><al>Dit artikel biedt het college de mogelijkheid om bij herhaling van de
                    overtreding een hogere boete op te leggen dan op grond van artikel 13 mogelijk
                    is. </al><al/><al>De artikelen 13 en 14 bieden in de vorm van het vaststellen van maximumbedragen
                    het kader voor het college bij het vaststellen van de hoogte van de bestuurlijke
                    boetes in individuele gevallen. Het college zal binnen deze kaders zelf beleid
                    moeten ontwikkelen. In beleidsregels zal het college vastleggen hoe dat beleid
                    er uit ziet: welke boete wordt in beginsel opgelegd bij welke overtreding en met
                    welk bedrag wordt de boete in beginsel verhoogd als de betrokken
                    inburgeringsplichtige dezelfde overtreding nogmaals pleegt. </al><al/><al><vet>Artikel 14 Hardheidsclausule </vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. </al><al/><al><vet>Artikel 15 Inwerkingtreding </vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. </al><al/><al><vet>Artikel 16 Citeertitel </vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>