<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR418789_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening vervoer van personen per huifkar in Orvelte</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Midden-Drenthe</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-10-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Midden-Drenthe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.middendrenthe.nl">Gemeenteblad Gemeente Midden-Drenthe nr. 686046</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening vervoer van personen per huifkar in Orvelte</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-06-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Vervangt de Verordening regelende het vervoer van personen met huifkar, paardentram, koets of soortgelijke voertijgen in Orvelte</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>686046</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening vervoer van personen per huifkar in Orvelte</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Midden-Drenthe;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 juni 2016;</al><al>gelet op de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet;</al><al>overwegende:</al><al/><lijst><li nr="-"><al>dat het uit het oogpunt van wetgeving, ontheffingverlening en
                                handhaving wenselijk is de “Verordening regelende het vervoer van
                                personen met huifkar, paardentram, koets of soortgelijke voertuigen
                                in Orvelte”, zoals vastgesteld op 25 maart 2004 en gewijzigd 25
                                februari 2016 te vervangen; </al></li><li nr="-"><al>dat het om dwingende redenen van algemeen belang, te weten openbare
                                veiligheid, verkeersveiligheid, de openbare orde, de volksgezondheid
                                en hygiëne de bescherming van het beschermd dorpsgezicht, de
                                historische en toeristisch-recreatieve waarden van Orvelte, de
                                diergezondheid en het woon- en leefklimaat in Orvelte, het
                                noodzakelijk is regels te stellen met betrekking tot het aanbieden
                                van personenvervoer met huifkar, paardentram koets of soortgelijke
                                voertuigen in Orvelte;</al></li><li nr="-"><al>dat om die redenen het aanbieden van zodanig vervoer in Orvelte
                                beperkt dient te worden tot één aanbieder;</al></li><li nr="-"><al>dat het gelet op de huidige rechtspraak op het gebied van schaarse
                                vergunningen en de recente ontwikkelingen betreffende het zogenoemde
                                transparantiebeginsel, het noodzakelijk is voor de toekenning van de
                                ontheffing een procedure te hanteren waarbij transparantie is
                                gewaarborgd.</al><al/></li></lijst><al><vet>besluit</vet></al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>Verordening vervoer van personen per huifkar in Orvelte</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al><cursief>huifkar</cursief>: een huifkar, open of gesloten wagen,
                                paardentram, koets of soortgelijk voertuig dat geschikt is voor het
                                vervoer van personen;</al></li><li nr="-"><al><cursief>het vervoer van personen</cursief>: het vervoer van
                                personen anders dan het vervoeren van personen die in een
                                persoonlijke familiale of daarmee vergelijkbare betrekking staan tot
                                de vervoerder;</al></li><li nr="-"><al><cursief>gebied</cursief>: het gebied in Orvelte dat bestaat uit de
                                volgende straten: Dorpsstraat tot de splitsing met de Zuideresweg,
                                Flintenweg, Melkweg, Schapendrift vanaf de Dorpsstraat tot de
                                laatste schaapskooi, Schoolstraat, Brugstraat tot de splitsing met
                                De Wiet, zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende
                                kaart;</al></li><li nr="-"><al><cursief>vervoerder</cursief>: de menner/bestuurder van de
                                huifkar;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>verbod</titel></kop><al>Het is verboden zonder ontheffing van burgemeester en wethouders met een
                        huifkar personen te vervoeren binnen het gebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>ontheffing I</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van het verbod als genoemd in artikel 2 kan niet meer dan één ontheffing
                            worden verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De duur van de ontheffing bedraagt ten minste 1 jaar en ten hoogste 5
                            jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag van de ontheffing geschiedt door inschrijving in een
                            openbare inschrijvingsprocedure.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Uiterlijk 8 maanden voor de afloop van de lopende ontheffing maken
                            burgemeester en wethouders op adequate wijze kenbaar dat de
                            inschrijvingstermijn een aanvang neemt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inschrijvingstermijn duurt minimaal vier weken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De toekenning van de ontheffing vindt binnen zes weken na de sluiting
                            van de inschrijvingstermijn plaats door middel van loting. Deze termijn
                            kan eenmaal met vier weken worden verlengd. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De loting wordt door een notaris uitgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De loting blijft achterwege indien de ontheffing slechts aan één
                            inschrijver zou kunnen worden toegekend.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de aanvraagprocedure is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet
                            bestuursrecht niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>eisen aan de inschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de inschrijving worden naast de persoonsgegevens van de inschrijver,
                            in ieder geval de persoonsgegevens van alle vervoerders overgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een natuurlijk persoon mag maar één keer voorkomen in de
                            inschrijfprocedure als bestuurder van een inschrijvende rechtspersoon,
                            als inschrijver of als vervoerder. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de inschrijving moeten in ieder geval de volgende bescheiden worden
                            ingeleverd:</al><lijst><li nr="a."><al>van iedere vervoerder een verklaring omtrent het gedrag;</al></li><li nr="b."><al>van iedere vervoerder een erkend bewijs, waaruit kan worden
                                    afgeleid dat deze persoon over voldoende menkwaliteiten
                                    beschikt;</al></li><li nr="c."><al>het bewijs van inschrijving van de onderneming van de
                                    inschrijver in het handelsregister bij de Kamer van
                                    Koophandel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders bepalen met inachtneming van de bepalingen
                            van deze verordening welke overige bescheiden bij de inschrijving moeten
                            worden overgelegd. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen met inachtneming van de bepalingen van
                            deze verordening aanvullende eisen stellen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De eisen zijn opvraagbaar gedurende de inschrijftermijn. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Wijzigingen in de eisen die aan de inschrijving zijn gesteld, worden
                            uiterlijk drie weken voor het einde van de inschrijftermijn bekend
                            gemaakt aan de inschrijvers.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>weigering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanvragen die buiten de inschrijvingstermijn zijn ingediend worden
                            geweigerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanvragen waarbij niet voldaan wordt aan de eisen die bij de
                            inschrijving zijn gesteld, worden geweigerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aanvragen die na de loting afvallen worden afgewezen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen gebruik maken van de door de Wet Bibob
                            gegeven bevoegdheden tot weigeren of intrekken van de ontheffing op de
                            in de wet Bibob genoemde gronden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>duur ontheffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De duur van de ontheffing wordt door burgemeester en wethouders
                            bekendgemaakt bij de bekendmaking van de inschrijfprocedure.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval de lopende ontheffing ingetrokken wordt, kan in het belang
                            van de behoefte aan personenvervoer in Orvelte zonder openbare
                            inschrijvingsprocedure een ontheffing worden verleend met een maximale
                            duur van één jaar. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>standplaats ontheffinghouder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ontheffinghouder biedt zijn vervoersdienst aan vanaf een door
                            burgemeester en wethouders aan te wijzen standplaats in het gebied.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen het gebied zijn geen andere standplaatsen toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>ontheffing II</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ontheffing is persoonlijk en niet overdraagbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vervoerders worden bij name op de ontheffing vermeld. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alleen de in de ontheffing vermelde vervoerders mogen in het kader van
                            de ontheffing worden ingezet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>voorschriften aan de ontheffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De vervoerder:</al><lijst><li nr="a."><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de ouderlijke
                                    macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;</al></li><li nr="c."><al>heeft de leeftijd van achttien jaar bereikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in te zetten huifkar moet deugdelijk zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De huifkar mag uitsluitend worden voortgetrokken door één of twee
                            paarden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Er mag ten hoogste één huifkar tegelijkertijd worden ingezet in het
                            gebied. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De huifkar mag niet zijn voorzien van een aanhanger of iets wat daarmee
                            vergelijkbaar is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De combinatie van ingespannen paard en huifkar mag niet langer zijn dan
                            12 meter, gemeten vanaf de borst van het aangespannen paard;</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De ontheffinghouder houdt de standplaats te allen tijde hygiënisch,
                            opgeruimd en schoon.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Aan een ontheffing kunnen burgemeester en wethouders aanvullende
                            voorschriften verbinden. Deze voorschriften mogen slechts strekken tot
                            bescherming van de volgende belangen:</al><lijst><li nr="a."><al>verkeersveiligheid;</al></li><li nr="b."><al>veiligheid van personen en goederen;</al></li><li nr="c."><al>volksgezondheid en hygiëne;</al></li><li nr="d."><al>dierenwelzijn;</al></li><li nr="e."><al>openbare orde en zedelijkheid;</al></li><li nr="f."><al>woon- en leefklimaat;</al></li><li nr="g."><al>sfeer en karakter van het beschermd dorpsgezicht;</al></li><li nr="h."><al>toerisme;</al></li><li nr="i."><al>recreatieve waarden;</al></li><li nr="j."><al>educatie en de beleving van de historie van Orvelte;</al></li><li nr="k."><al>de behoefte aan personenvervoer in Orvelte;</al></li><li nr="l."><al>de regulering van personenvervoer in Orvelte.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De voorschriften zijn opvraagbaar gedurende de inschrijftermijn.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Wijzigingen in de voorschriften worden uiterlijk drie weken voor het
                            einde van de inschrijftermijn bekend gemaakt aan de inschrijvers.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>intrekking</titel></kop><al>Een ontheffing kan worden ingetrokken:</al><lijst><li nr="a."><al>indien door het gebruik van de ontheffing, een belang, genoemd in
                                artikel 10 lid 8 naar het oordeel van burgemeester en wethouders
                                ontoelaatbaar wordt geschonden;</al></li><li nr="b."><al>indien de ontheffing is verleend op grond van een onjuiste of
                                onvolledige opgave van de zijde van de aanvrager;</al></li><li nr="c."><al>indien aan de bepalingen van de verordening of de ontheffing niet
                                is, wordt of kan worden voldaan;</al></li><li nr="d."><al>op gronden genoemd in de Wet Bibob.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het in artikel 2 vervatte verbod wordt gestraft met een
                        geldboete van de tweede categorie zoals bedoeld in artikel 23 van het
                        Wetboek van Strafrecht. Overtreding van deze verordening kan voorts worden
                        gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>toezicht</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van deze verordening zijn, naast de bij of
                        krachtens artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen
                        ambtenaar, belast de door burgemeester en wethouders voor de handhaving van
                        de openbare ruimte en handhaving van de Apv aangewezen ambtenaren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>intrekking oude verordening</titel></kop><al>De Verordening regelende het vervoer van personen met huifkar, paardentram,
                        koets of soortgelijke voertuigen in Orvelte, zoals vastgesteld op 25 maart
                        2004, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2017. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: "Verordening vervoer van personen per
                        huifkar in Orvelte".</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 30 juni 2016.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mr. I. Middelkamp T. Baas</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Kaart gebied, behorende bij de Verordening vervoer van personen per
                        huifkar in Orvelte van 30 juni 2016</titel></kop><al><plaatje><illustratie id="i4002b9a4-6eb8-4a31-8721-e45d307309ff" naam="i279458i4002b9a4-6eb8-4a31-8721-e45d307309ff.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="11.26cm"/></plaatje></al></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al>Het vervoer van personen per paardentram en huifkar in Orvelte is de laatste
                    decennia geregeld in diverse opvolgende verordeningen. </al><al/><al>De primaire reden voor het regelen van het vervoer van personen in Orvelte is de
                    verkeersveiligheid. Orvelte wordt in het zomerseizoen bezocht door vele
                    toeristen die hun weg zoeken door de smalle keienstraten van Orvelte. Toeristen
                    hebben hun aandacht natuurlijk bij het dorpsschoon, maar ook bij de toestand van
                    het bestrating die voor een groot deel bestaat uit kinderkopjes. De breedte van
                    de wegen is zodanig dat een voertuig, zoals een auto of een vrachtwagen, maar
                    ook een huifkar, zich in het hoogseizoen een weg moet banen door de toeristen.
                    De verkeersveiligheid is dan gebaat bij zo weinig mogelijk verkeersbewegingen
                    van voertuigen. </al><al/><al>Tegelijkertijd is Orvelte een plaats waar mensen wonen en werken. Bij de
                    bewoners en ondernemers is er een behoefte aan bereikbaarheid van hun woonhuizen
                    en bevoorrading. Het beschermd dorpsgezicht en de rurale beleving daarvan in de
                    historische context van oude gebouwen en ambachten verlangt ook dat bezoekers
                    met archaïsche vervoersmethoden het dorp bezoeken. Het is daarom gewenst dat
                    door paarden voortgetrokken huifkarren en paarden, of deze nu in eigendom zijn,
                    of gehuurd elders, toegang hebben tot het dorp. </al><al/><al>In dit spanningsveld is het vrij laten van het commerciële vervoer van personen
                    per huifkar of paardentram niet gewenst. In 2002 bleek dat de oude verordening
                    van de voormalige gemeente Westerbork niet was overgenomen na de herindeling,
                    zodat deze van rechtswege was vervallen. Het vrij laten van de markt in Orvelte
                    zorgde voor een groot aanbod aan huifkarren, een paardentram en enkele door
                    grote trekkers voortgetrokken wagens, die allen gericht waren op dezelfde
                    toerist. De verkeersveiligheid kwam door de vele vervoersbewegingen ernstig in
                    gevaar. </al><al/><al>De “Verordening regelende het vervoer van personen met huifkar, paardentram,
                    koets of soortgelijke voertuigen in Orvelte”, die door de Raad vervolgens is
                    vastgesteld op 25 maart 2004, kwam aan die verkeersveiligheid tegemoet door het
                    vervoer van personen per huifkar binnen een cirkel, groter dan Orvelte te
                    verbieden en slechts één ontheffing mogelijk te maken voor een paardentram of
                    huifkar voortgetrokken door een of twee paarden. Deze beperking was noodzakelijk
                    omdat juist de concurrentie tussen commerciële aanbieders zorgde voor een
                    onduldbare verkeerssituatie. Om de toegang van toeristen per huifkar niet te
                    frustreren werd bepaald dat er vrije toegang was in het geval de vervoerde
                    personen buiten de cirkel waren ingestapt. </al><al/><al>Deze verordening voldeed tot recentelijk. De ontheffing is in de periode vanaf
                    2004 steeds verleend aan dezelfde persoon, die ook al onder de oude verordening
                    van Westerbork beschikte over een ontheffing. In het voorjaar van 2015 werd het
                    college duidelijk dat er meerdere gegadigden waren voor de ontheffing, De
                    lopende ontheffing zou op 3 september 2015 aflopen. </al><al/><al>Vanwege de recente rechtspraak op het gebied van schaarse vergunningen en de
                    recente ontwikkelingen betreffende het zogenoemde transparantiebeginsel, heeft
                    het college gemeend voor de toekenning van de ontheffing een procedure te moeten
                    hanteren waarbij alle mogelijke ondernemers toegang hebben en transparantie is
                    gewaarborgd. Omdat de verordening geen ruimte bood voor een dergelijke procedure
                    heeft de gemeenteraad in de vergadering van 25 februari jl. een
                    inschrijfprocedure in de verordening opgenomen.</al><al/><al>Vlak na de start van de inschrijfprocedure voor de ontheffing van de periode
                    vanaf 1 januari 2017 bleek dat er onduidelijkheid was over de toepasselijkheid
                    van het verbod op het vervoer van personen per huifkar van buiten de cirkel naar
                    een parkeerplaats die zich in de cirkel bevond. In de lezing van de verordening
                    zoals die ambtelijk is gehanteerd was dit niet toegestaan. Bij nadere lezing van
                    de verordening bleek echter dat er daarnaast een goed houdbare redenering
                    mogelijk was, waarbij het vervoer wel was toegestaan. Dit voorval heeft tot het
                    besef geleid dat het verbod van de verordening wellicht niet duidelijk genoeg
                    was. </al><al/><al>De verordening heeft hetzelfde doel en dezelfde strekking als de verordening van
                    2004.</al><tussenkop>Artikelsgewijs</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 en 2</tussenkop><al>De begripsomschrijving van artikel 1 en het verbod van artikel 2 zijn zo
                    vormgegeven dat het commerciële vervoer van personen – in de meest ruime zin van
                    het woord – binnen een bepaald gebied in Orvelte wordt gereguleerd. </al><al/><al>Het toeristisch-recreatief vervoer van personen met een door de toerist zelf
                    bestuurde huifkar valt buiten de begripsomschrijving van artikel 1 en het verbod
                    van artikel 2. Hiermee wordt bereikt dat gezinnen of vriendengroepen met een
                    paard en wagen niets in de weg staat om Orvelte te bezoeken, onafhankelijk van
                    de omstandigheid of het een eigen kar betreft of een gehuurde. Hiermee wordt ook
                    bereikt dat bewoners van Orvelte met paard en wagen hun woning kunnen bereiken,
                    en eventueel met familie en naaste vrienden een rijtoertje kunnen maken. De
                    uitzondering “persoonlijke familiale of daarmee vergelijkbare betrekking” moet
                    dan ook eng geïnterpreteerd worden. Bedoeld is: het gezin, de naaste familie en
                    de naaste vrienden. </al><al/><al>Voor de handhaving kan in eerste instantie eenvoudigweg gekeken worden naar de
                    uiterlijke verschijning van de huifkar: als een bepaalde menner het gebied
                    inrijdt met steeds wisselende groepen, moet ervan worden uitgegaan dat er geen
                    familiale of daarmee vergelijkbare relatie is met de vervoerder. Deze menner kan
                    dan daarop worden aangesproken. </al><al/><al>Het gebied is zo vormgegeven dat alleen het dorp en de aanvoerstraten ernaartoe
                    onder het verbod vallen. De aangewezen parkeerplaatsen (P1 en P2) vallen buiten
                    het gebied. De parkeerplaatsen zouden door de ontheffinghouder eventueel
                    gebruikt kunnen worden voor het laten in- en uitstappen van personen. De
                    parkeerplaatsen en de straten om Orvelte heen kunnen ook gebruikt worden door
                    andere exploitanten dan de vergunninghouder. Deze exploitanten kunnen het gebied
                    dan niet in . </al><tussenkop>Artikel 3 - 6</tussenkop><al>Omdat de verordening slechts één ontheffing toestaat van het verbod, is sprake
                    van een zogenaamde “schaarse vergunning”. Een dergelijke vergunning of
                    ontheffing kan alleen voor een bepaalde periode worden afgegeven. De
                    standaardperiode die in het Europese recht wordt gehanteerd is vijf jaar. Een
                    kortere periode kan ook, maar dat moet dan worden gemotiveerd door het college. </al><al/><al>Een ondernemer die ontheffing krijgt moet immers investeren om gebruik te maken
                    van de ontheffing. De investeringskosten om te starten met het vervoer kunnen
                    aanzienlijk zijn. In de bepaling van de termijn moet afgewogen de
                    waarschijnlijkheid dat de kosten binnen de periode terug te verdienen zijn. </al><al/><al>In de verordening is een openbare inschrijvingsprocedure vastgelegd. Deze moet
                    worden gevolgd. Acht maanden voor afloop van de geldende ontheffing moet de
                    procedure worden opgestart met een bekendmaking van de inschrijvingsprocedure en
                    de duur van de ontheffing. Ook moeten op dat moment de voorschriften die
                    verbonden zullen worden aan de ontheffing gereed zijn. Deze voorschriften zijn
                    gedurende de inschrijftermijn opvraagbaar.</al><al/><al>De bekendmaking moet geschieden op een adequate wijze. Adequaat betekent dat de
                    informatie door burgemeester en wethouders via een zodanig medium wordt
                    bekendgemaakt dat potentiele gegadigden daarvan kennis kunnen nemen. De kring
                    van mogelijke belangstellenden zal beperkt worden door de voorschriften die aan
                    de ontheffing zullen worden verbonden (bijvoorbeeld een minimale
                    dienstverlening) en de feitelijke mogelijkheden tot vervoer van paarden en
                    paardentram. Een publicatie op de gemeentelijke website en/of de krant zal in
                    veel gevallen voldoende zijn. </al><al/><al>In het zesde lid van artikel 5 en het tiende lid van artikel 10 wordt geregeld
                    dat als er wijzigingen plaatsvinden in de eisen of in de aan de ontheffing te
                    verbinden voorschriften, de inschrijvers in elk geval voldoende tijd hebben om
                    hun inschrijving te heroverwegen, vergelijkbaar met een aanbesteding. </al><tussenkop>Artikel 7 - 10</tussenkop><al>Voor de inschrijfprocedure dient duidelijk te zijn welke voorwaarden aan de
                    ontheffing worden gehangen. De ontvankelijkheidseisen van artikel 5 en 6, en de
                    in de artikelen 8 tot en met 10 genoemde voorschriften kunnen beschouwd worden
                    als de minimumvereisten. </al><al/><al>Artikel 8 bepaalt dat het college een standplaats moet aanwijzen. De huidige
                    standplaats is gelegen aan de Grote Brink. Deze voldoet. Het ligt daarom voor de
                    hand deze plaats opnieuw aan te wijzen. De standplaats is de plaats waar de
                    dienst wordt aangeboden. Dit betekent dat op deze plek het publiek opmerkzaam
                    gemaakt mag worden op het bestaan van de dienst en dat op die plek mensen mogen
                    wachten. De houder van de ontheffing mag de passagiers die bij de standplaats
                    zijn ingestapt overal in het gebied laten in- en uitstappen, bijvoorbeeld in het
                    kader van de gidsfunctie. </al><al>Het ligt voor de hand dat de parkeerplaatsen voor auto’s en bussen in Orvelte
                    worden gebruikt voor het laten in- uitstappen van personen. Deze parkeerplaatsen
                    vallen buiten het gebied. </al><al/><al>In artikel 9 wordt bepaald dat dat de ontheffing persoonlijk is, en niet
                    overdraagbaar is. De ontheffing wordt aan de persoon van de ondernemer
                    afgegeven. Het is primair de bedoeling dat de ondernemer zelf de teugels in
                    handen neemt en de huifkar gaat mennen, maar dit hoeft niet het geval te zijn.
                    De vervoerder moet daarom voldoen aan de eisen die bij de aanvraag gesteld
                    worden, waaronder het vereiste dat hij beschikt over een menbewijs en een VOG,
                    en voorts gedurende de looptijd van de ontheffing van onbesproken gedrag zijn.
                    Als er meer personen worden ingeschakeld om op de bok te zitten, dan moeten die
                    personen ook voldoen aan de vereisten. Bij de inschrijving moet duidelijk zijn
                    wie deze personen zijn. Deze worden op de ontheffing vermeld. Het is niet
                    mogelijk in de loop der tijd andere vervoerders in te schakelen dan die welke
                    bij aanvang van de ontheffing op de ontheffing zijn vermeld. De ontheffinghouder
                    moet relevante omstandigheden melden. De ondernemer is verantwoordelijk voor het
                    inzetten van een ander dan hemzelf. Als de op de ontheffing vermelde vervoerders
                    niet meer ingezet kunnen worden, zodanig dat niet meer aan de aan de ontheffing
                    verbonden voorschriften kan worden voldaan, is sprake van een intrekkingsgrond
                    (artikel 11 onder c). </al><al/><al>Artikel 10 bepaalt in het belang van de verkeersveiligheid dat er slechts één
                    huifkar/paardentram tegelijkertijd mag worden gebruikt in het gebied. Deze mag
                    niet zijn voorzien van een aanhanger, zoals tegenwoordig wel voorkomt in
                    Orvelte. Een huifkar met een aanhanger is zeer moeilijk te manoeuvreren,
                    waardoor, gelet op de nauwe keren en draaien in het dorp, de verkeersveiligheid,
                    vooral voor voetgangers in het gedrang komt.</al><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><al>In het achtste lid van artikel 10 worden de belangen genoemd ter bescherming
                    waarvan het college eisen kan stellen bij de aanvraag en eventuele aan de
                    ontheffing te verbinden voorschriften. Bescherming van deze belangen kan ook
                    reden vormen voor de intrekking van de ontheffing. Bijvoorbeeld het verwaarlozen
                    of verkeerd gebruiken van een paard kan reden zijn voor de daartoe bevoegde
                    (politie) om op te treden. Het voorkomen van een dergelijke omstandigheid moet
                    aansluitend ook reden kunnen zijn om de ontheffing in te trekken.</al><al>Intrekking van de verordening kan op basis van de schending van de belangen van
                    artikel 10 lid 8.</al><tussenkop>Artikel 12</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 13</tussenkop><al>De toezichthouders zijn de ambtenaren die voor de openbare ruimte als
                    toezichthouder zijn aangewezen (momenteel de BOA) en de ambtenaren die voor de
                    Algemene Plaatselijke Verordening zijn aangewezen.</al><tussenkop>Artikel 14</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 15 </tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 16</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>