<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR417812_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Bomenverordening gemeente Baarn 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-09-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-25823.html">Gemeenteblad, 2 maart 2016, jaargang 2016, nr. 25823</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bomenverordening gemeente Baarn 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-02-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-03-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-02-05</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15RV000112</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Uitvoeringsbeleid Bomenverordening gemeente Baarn 2016</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-61543</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>BOMENVERORDENING GEMEENTE BAARN 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>1:</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>bebouwde kom: -bij raadsbesluit in het kader van artikel 1 vijfde
                                lid Boswetvastgestelde bebouwde kom </al></li><li nr="b."><al>bevoegd gezag: -bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1 eerste lid
                                van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Indien sprake
                                is van een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit vellen,
                                is het college bevoegd gezag.</al></li><li nr="c."><al>Bomeneffect-analyse: -een beoordeling van de gevolgen van
                                voorgenomen bouw of aanleg voor een houtopstand.</al></li><li nr="d."><al>Bomenfonds: -gemeentelijke voorziening ter financiering van herplant
                                van houtopstand. Herplant vindt plaats binnen een termijn van vijf
                                jaar na ontvangst van de geldelijke bijdrage in het kader van een
                                compensatieverplichting.</al></li><li nr="e."><al>boomadviseur: European Tree Technician die deskundige is op het
                                gebied van vaststellen van Bomeneffect-analyses.</al></li><li nr="f."><al>boom: -een houtig opgaand en in beginsel overblijvend gewas met een
                                stamomtrek van minimaal 78 cm gemeten op 1,30 meter hoogte boven het
                                maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de stamomtrek van de
                                dikste stam. In afwijking van deze minimale stamomtrek van 78 cm
                                geldt geen minimale stamomtrek indien het bomen zijn als in artikel
                                7, 8, 10, 11 en 12 van deze verordening.</al></li><li nr="g."><al>college: -college van burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="h."><al>compensatieplan: -overzicht waarin opgenomen: aantal en soort te
                                plaatsen nieuwe houtopstand in het plangebied als vervanging van
                                aantal en soort te kappen houtopstand in hetzelfde plangebied.</al></li><li nr="i."><al>dunning: -een velling uitsluitend bedoeld als verzorgingsmaatregel
                                ter bevordering van groei van na dunning overblijvende
                                houtopstand.</al></li><li nr="j."><al>hakhout: -één of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld,
                                opnieuw op de stronk uitlopen.</al></li><li nr="k."><al>herplantplicht: -het opnieuw (elders) planten van een te verplanten
                                houtopstand en/of het vervangen van een houtopstand door nieuwe op
                                grond van een verplichting als in artikel 7 of 8.</al></li><li nr="l."><al>houtachtige: -een houtig opgaand en in beginsel overblijvend
                                gewas.</al></li><li nr="m."><al>houtopstand: -één of meer bomen of hakhout.</al></li><li nr="n."><al>kandelaberen: -het tot op de hoofdtakken snoeien van de
                                houtopstand.</al></li><li nr="o."><al>knotten: -het afzagen van de kroon van de houtopstand.</al></li><li nr="p."><al>noodkap: -kap van houtopstand binnen 48 uur, die nodig is in verband
                                met grote gevaarzetting voor de directe omgeving.</al></li><li nr="q."><al>omgevingsvergunning: -betreft een beschikking als bedoeld in artikel
                                1.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).</al></li><li nr="r."><al>perceel: -een bebouwd perceel dat met erf en/of tuin een eenheid
                                vormt. Als meerdere zelfstandige woonadressen binnen één kadastraal
                                perceel vallen, wordt de omvang van het perceel bepaald op basis van
                                het adres van de zelfstandige wooneenheid van de eengezinswoning
                                waarop de houtopstand zich bevindt.</al></li><li nr="s."><al>vellen: -betreft vellen, doen vellen of laten vellen. Dit is rooien,
                                kappen, of verplanten of het snoeien van meer dan 20 pro-</al><al> cent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van voor de
                                eerste keer kandelaberen of knotten;</al><lijst><li nr="-"><al>betreft het verrichten van handelingen, zowel boven- als
                                        ondergronds, die de dood, ernstige beschadiging of ernstige
                                        ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen
                                        hebben.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>2:</nr><titel>Kapverbod</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag,
                                houtopstanden te vellen of doen vellen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                        Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van het
                                        bevoegd gezag;</al></li><li nr="b."><al>het periodiek scheren, knotten of kandelaberen als
                                        noodzakelijke beheermaatregel bij vormbomen ter uitvoering
                                        van het reguliere onderhoud;</al></li><li nr="c."><al>het verrichten van snoeiwerkzaamheden aan houtopstand.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstanden
                                als bedoeld in artikel 15 Boswet zijnde:</al><lijst><li nr="a."><al>wegbeplanting en eenrijige beplantingen op of langs
                                        landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren
                                        of wilgen, tenzij deze zijn geknot;</al></li><li nr="b."><al>vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;</al></li><li nr="c."><al>fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te dienen
                                        als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder
                                        bestemde terreinen;</al></li><li nr="d."><al>kweekgoed;</al></li><li nr="e."><al>houtopstand niet staande in een erf of tuin en gelegen
                                        buiten de bebouwde kom, mits deze houtopstand een
                                        zelfstandige eenheid vormt die:</al><lijst><li nr="-"><al>ofwel een grotere oppervlakte beslaat dan 10
                                                are;</al></li><li nr="-"><al>ofwel bestaat uit rijbeplanting van meer dan 20
                                                bomen, gerekend over het totale aantal rijen. </al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>schubconiferen behorend tot de soort:</al><lijst><li nr="-"><al><cursief>Chamaecyparis</cursief>
                                                (schijncypres);</al></li><li nr="-"><al><cursief>xCupressocyparis</cursief>
                                                (leylandcypres);</al></li><li nr="-"><al><cursief>Platycladus</cursief> (Japanse
                                                levensboom);</al></li><li nr="-"><al><cursief>Thuja</cursief> (levensboom);</al></li><li nr="-"><al><cursief>Thujopsis</cursief> (Hiba cypres).</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstanden
                                die staan op percelen kleiner dan 350 m<sup>2</sup>, mits het
                                perceel niet is gelegen in een beschermd dorpsgezicht als bedoeld in
                                artikel 35 Monumentenwet 1988.</al></li><li nr="6."><al>Het bevoegd gezag kan indien houtopstand direct gevaar oplevert die
                                noodkap noodzakelijk maakt, besluiten dat de omgevingsvergunning
                                voor het vellen direct in werking treedt. Het besluit wordt daarna
                                zo spoedig mogelijk schriftelijk bekend gemaakt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>3:</nr><titel>Criteria omgevingsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bevoegd gezag kan schriftelijk de omgevingsvergunning om te vellen als
                            bedoeld in artikel 2 eerste lid weigeren, verlenen of onder
                            voorschriften of beperkingen verlenen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand als bedoeld
                            in artikel 2 eerste lid, kan worden geweigerd op grond van:</al><lijst><li nr="a."><al>de natuurwaarde van de houtopstand;</al></li><li nr="b."><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="c."><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;</al></li><li nr="d."><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="e."><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt beleid vast voor vaststelling van de in het tweede lid
                            genoemde waarden en voor de beoordeling van een aanvraag als in artikel
                            4.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>4:</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De omgevingsvergunning moet schriftelijk en gemotiveerd worden
                            aangevraagd, door of namens dan wel met toestemming van degene, die
                            krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke
                            bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan bepalen dat een compensatieplan en een overzicht
                            van de overige vergunningen, ontheffingen of toestemmingen die nodig
                            zijn voor de realisatie van een project worden overgelegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In geval van een bouwwerk of technische ingrepen in het terrein binnen
                            de invloedssfeer van de houtopstand kan het bevoegd gezag bepalen dat
                            een Bomeneffect-analyse van alle houtopstand die staat binnen de
                            invloedssfeer van de te vellen houtopstand wordt overgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>5:</nr><titel>Intrekking of wijziging</titel></kop><al>De ontheffing, vergunning of de omgevingsvergunning kan worden ingetrokken
                        of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging onjuiste of onvolledige gegevens zijn
                                verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van omstandigheden of inzichten
                                opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning,
                                intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de
                                belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is
                                verleend, is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de ontheffing, of vergunning verbonden voorschriften
                                enbeperkingen niet worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>6:</nr><titel>Beperking geldigheidsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De omgevingsvergunning tot vellen als bedoeld in deze verordening
                            vervalt, indien daarvan niet binnen drie jaar na het onherroepelijk zijn
                            van de omgevingsvergunning gebruik is gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval het een omgevingsvergunning voor het vellen van meer dan
                            één houtopstand betreft, is de omgevingsvergunning voor alle te vellen
                            houtopstanden slechts drie jaar geldig, ook als in fasen geveld wordt of
                            één of meerdere houtopstanden al geveld zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>7:</nr><titel>Bijzondere voorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften, kan
                            behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en
                            overeenkomstig de door bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden
                            herplant.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het voorschrift als bedoeld in het eerste lid wordt telkens bepaald
                            binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet aangeslagen
                            herplant moet worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot de aan de omgevingsvergunning tot vellen te verbinden voorschriften,
                            kan indien waarden genoemd in artikel 3 tweede lid van toepassing zijn,
                            het voorschrift behoren dat pas tot vellen van de beschermde houtopstand
                            op en bij bouw- en aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of
                            reconstructie mag worden overgegaan indien andere ontheffingen,
                            vergunningen, toestemmingen of ruimtelijke ordeningsprocedures
                            onherroepelijk geworden zijn en de feitelijke en financiële voortgang
                            van de werken voldoende gewaarborgd is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien niet ter plaatse kan worden herplant, kan tot de
                            omgevingsvergunning te verbinden voorschriften behoren, het voorschrift
                            dat een geldelijke bijdrage gestort dient te worden in het
                            Bomenfonds.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De verplichting als bedoeld in het vierde lid, betreft een geldelijke
                            bijdrage van € 350,00 per gevelde houtopstand.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college stelt beleid vast, voor vaststelling van de in het vierde
                            lid genoemde verplichting.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Degene aan wie de verplichting als bedoeld in het eerste tot het derde
                            lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te
                            voldoen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>8:</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht bij illegale velling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is,
                            zonder vergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere
                            wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk
                            gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan
                            degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd
                            is, de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de door hen te
                            geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan
                            daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na herplant en op
                            welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien niet ter plaatse kan worden herplant, kan de verplichting worden
                            opgelegd dat een geldelijke bijdrage dient te worden gestort, in het
                            Bomenfonds.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verplichting als bedoeld in het derde lid, betreft een geldelijke
                            bijdrage van € 350,00 per gevelde houtopstand.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college stelt beleid vast, voor vaststelling van de in het derde lid
                            genoemde verplichting.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is in
                            het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de
                            zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan
                            wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen
                            bevoegd is, de verplichting opleggen om:</al><lijst><li nr="a."><al>overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door
                                    hen testellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die
                                    bedreiging wordt weggenomen;</al></li><li nr="b."><al>een Bomeneffect-analyse op te stellen en aan te bieden aan het
                                    bevoegd gezag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Degene aan wie de verplichting als bedoeld in het eerste tot het vierde
                            lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te
                            voldoen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>9:</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Het college beslist op een verzoek om schadevergoeding bij weigering van een
                        omgevingsvergunning tot vellen op grond van artikel 17 van de Boswet.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>10:</nr><titel>Afstand tot de erfgrenslijn</titel></kop><al>De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek is vastgesteld op
                        0,5 meter voor bomen en nihil voor heggen en heesters, voorzover het bomen
                        heesters en heggen betreffen die eigendom zijn van de gemeente. </al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>11:</nr><titel>Bestrijding van boomziekten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien zich op een terrein één of meer houtachtigen bevinden die naar
                            het oordeel van het college gevaar opleveren van verspreiding van een
                            boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders zoals
                            insecten, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is
                            aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen
                            termijn:</al><lijst><li nr="a."><al>de houtachtige te vellen;</al></li><li nr="b."><al>conform richtlijnen van de gemeente de gevelde houtachtige
                                    direct zodanig te behandelen dat verspreiding van de boomziekte
                                    wordt voorkomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college gevelde houtachtige of
                            delen daarvan voor handen of in voorraad te hebben of te vervoeren,
                            indien het een boomsoort betreft die de desbetreffende boomziekte kan
                            verspreiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het niet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde aanschrijving biedt
                            een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke
                            werkzaamheden, voor risico en voor rekening van aangeschrevene, door of
                            namens de gemeente kunnen worden verricht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>12:</nr><titel>Bescherming publieke houtachtigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om houtachtigen, die eigendom van de gemeente Baarn zijn
                            te beschadigen, te bekladden of te beplakken of daaraan snoeiwerk te
                            verrichten behoudens door ambtenaren of anderen ter uitoefening van de
                            hun opgedragen boomverzorgende taak.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om één of meer voorwerpen in of aan een houtachtige als
                            in het eerste lid aan te brengen of anderszins te bevestigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod van het tweede lid, ontheffing
                            verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>13:</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Hij die handelt in strijd met artikel 11 tweede lid of 12 eerste en tweede
                        lid, kan worden gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een
                        geldboete van de tweede categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>14:</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze
                            verordening bepaalde zijn belast de ambtenaren als bedoeld in de
                            artikelen 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze
                            verordening bepaalde zijn tevens belast de bij besluit van het college
                            aan te wijzen personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>15:</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze Bomenverordening een
                        aanvraag om een omgevingsvergunning voor vellen op grond van de Algemene
                        plaatselijke verordening Baarn 2012 is ingediend en voor de inwerkingtreding
                        van deze Bomenverordening nog niet op die aanvraag is beslist, worden de
                        bepalingen overeenkomstig de Algemene plaatselijke verordening Baarn 2012
                        toegepast. Op een aanhangig bezwaar- of beroepschrift betreffende een
                        vergunning waarvan de aanvraag is ingediend ten tijde van de geldigheid van
                        de Algemene plaatselijke verordening Baarn 2012 wordt beslist conform die
                        verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>16:</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: "Bomenverordening
                                gemeente Baarn 2016”</al></li><li nr="2."><al>Tegelijkertijd met de inwerkingtreding van deze verordening wordt
                                hoofdstuk 4, afdeling 3 ‘Het bewaren van houtopstanden’ de Algemene
                                plaatselijke verordening Baarn 2012 ingetrokken.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening treedt met ingang van de dag na bekendmaking van de
                                besluitvorming in werking.</al></li></lijst><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 februari 2016,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter, </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting </titel></kop><tussenkop>Bomenverordening gemeente Baarn 2016</tussenkop><al/><tussenkop>ARTIKELSGEWIJS </tussenkop><al/><tussenkop>ARTIKEL 1: Begripsomschrijvingen</tussenkop><tussenkop>c. Bomeneffect-analyse</tussenkop><al>Houtopstanden worden regelmatig (ernstig) beschadigd of vernietigd door bouw en
                    aanleg van huizen, wegen, rioleringen of kabels en leidingen. Vaak gebeurt dit
                    ongewenst en onbedoeld, omdat er te laat is gekeken naar de gevolgen voor de
                    houtopstanden, waardoor ze niet ingepast of (onherstelbaar) beschadigd raken. De
                    Bomeneffect-analyse (BEA) is een nauwgezette en onafhankelijke beoordeling,
                    voorafgaand aan voorgenomen bouw of aanleg. De BEA waarborgt de boomtechnische
                    kwaliteit en garandeert een goede beoordeling van alle effecten en mogelijke
                    alternatieven. De resultaten van deze beoordeling kunnen vervolgens worden
                    meegenomen in de besluitvorming rond bouw of aanleg.</al><tussenkop>f. boom</tussenkop><al>Onder een houtig en in beginsel overblijvend gewas vallen naast levende ook dode
                    bomen.</al><tussenkop>r. perceel</tussenkop><al>De definitie perceel is van belang omdat een uitzondering geldt op het kapverbod
                    voor percelen kleiner dan 350 m<sup>2</sup>, met uitzondering van percelen
                    gelegen in een beschermd dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35 Monumentenwet
                    1988. Dit omdat dergelijke houtopstanden vaak onacceptabel dicht bij een
                    woonhuis staan en nagenoeg altijd tot een omgevingsvergunning leiden. Met een
                    perceel wordt bedoeld een bebouwd perceel met erf en/of tuin dat een eenheid
                    vormt. De oppervlakte wordt bepaald op basis van kadastrale gegevens. Als
                    meerdere zelfstandige woonadressen binnen één kadastraal perceel vallen, wordt
                    de omvang van het perceel bepaald op basis van het adres van de zelfstandige
                    wooneenheid van de eengezinswoning waarop de houtopstand zich bevindt. </al><tussenkop>s. vellen</tussenkop><al>Elke wijze van het te gronde richten van een houtopstand ongeacht of dit
                    gedeeltelijk is, bijvoorbeeld bij snoeien, of volledig, zoals bij rooien
                    (inclusief stobbe verwijderen). Ook ingrepen die een ingrijpende wijziging
                    betekenen, zoals kandelaberen of het snoeien van meer dan 20 procent van het
                    kroonvolume, vallen onder vellen. Dit om het ernstig beschadigen of ontsieren
                    van een kroon van een houtopstand tegen te kunnen gaan. Het in stand houden door
                    periodieke snoei van de door kandelaberen of knotten ontstane kroonvorm is niet
                    vergunningsplichtig. De eerste keer kandelaberen of knotten is wel
                    vergunningsplichtig. Het verwijderen van hoofdwortels, waarvan kan worden
                    aangenomen dat daardoor de houtopstand ernstige schade oploopt, valt eveneens
                    onder het begrip vellen. Door de verordening ook van toepassing te laten zijn op
                    het ernstig beschadigen of ontsieren van samengestelde verschijningsvormen,
                    worden grootschalige ingrepen in houtopstanden eveneens vergunningsplichtig. </al><tussenkop>ARTIKEL 2: Kapverbod </tussenkop><al><vet>Lid 1.</vet> Het kapverbod betreft bomen met een minimale stamomtrek van
                    minimaal 78 cm gemeten op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld. Houtachtigen die
                    hakhout leveren komen vaak niet aan een minimale stamomtrek op deze 1,30 meter
                    hoogte boven het maaiveld. De stam van hakhout wordt namelijk al op een mindere
                    dikte geknot. Vandaar dat hakhout ook onder het kapverbod valt, zonder dat
                    voldaan moet worden aan een minimale stamomtrek. </al><al><vet>Lid 2 onder c. </vet>Onder snoeiwerkzaamheden wordt verstaan het plegen van
                    onderhoudsnoei gericht op de instandhouding, waarbij niet meer dan 20% van de
                    volume weggenomen wordt. </al><al><vet>Lid 3. </vet>Artikel 15 Boswet bevat een regelverbod voor provincies en
                    gemeenten ten aanzien van de in artikel 2 derde lid van deze Bomenverordening
                    genoemde boomsoorten en categorieën. Het in het eerste lid gestelde velverbod
                    geldt om die reden niet voor houtopstanden als bedoeld in artikel 15 Boswet. </al><al><vet>Lid 6</vet>. Indien een houtopstand direct gevaar oplevert kan het bevoegd
                    gezag besluiten dat de omgevingsvergunning voor het vellen op grond van noodkap,
                    direct in werking treedt. Dit houdt in dat dan direct tot kap overgegaan kan
                    worden. Belanghebbenden hebben dan wel (achteraf) nog steeds de mogelijkheid tot
                    het indienen van bezwaar. Dit is van belang omdat aan de verleende
                    omgevingsvergunning voorschriften kunnen zijn verbonden.</al><tussenkop>ARTIKEL 3: Criteria omgevingsvergunning</tussenkop><al><vet>Lid 3. </vet>Het college zal als bevoegd gezag ter invulling van haar
                    beoordelingsbevoegdheid, beleid opstellen.</al><tussenkop>ARTIKEL 4: Aanvraag</tussenkop><al><vet>Lid 2. </vet>Het college kan bepalen dat een overzicht van de overige
                    vergunningen, ontheffingen of toestemmingen die nodig zijn voor de realisatie
                    van een project, wordt overlegd. Dat kan een vergunning in het kader van de Wet
                    Natuurbescherming, ontheffing in het kader van de Flora – en faunawet en
                    dergelijke, of een ander soort toestemming zijn. </al><tussenkop>ARTIKEL 8: Herplant-/instandhoudingsplicht</tussenkop><al>De herplant-/instandhoudingsplicht is een bestuurlijke sanctie als in artikel
                    5:2 eerste lid Awb, maar geen bestraffende sanctie. In artikel 8 wordt de
                    mogelijkheid gegeven een beschikking (herstelsanctie) op te leggen die
                    daadwerkelijk landschapsherstel of instandhouding van landschap mogelijk maakt. </al><tussenkop>ARTIKEL 9: Schadevergoeding </tussenkop><al>Op grond van artikel 17 Boswet dient in de gemeentelijke verordening te staan
                    welk bestuursorgaan is aangewezen, om te beslissen over een te bepalen
                    schadevergoeding. </al><tussenkop>“Artikel 17 Boswet</tussenkop><tussenkop>Indien de gebruiker of eigenaar van een houtopstand tengevolge van een
                    krachtens provinciale of gemeentelijke verordening genomen besluit, houdende een
                    verbod tot vellen van een houtopstand of een weigering tot ontheffing van een
                    verbod tot vellen van een houtopstand, schade lijdt, welke redelijkerwijs niet
                    of niet geheel voor zijn rekening behoort te blijven, kennen de in de
                    provinciale, onderscheidenlijk de gemeentelijke verordening aangewezen organen
                    hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding uit de
                    provinciale, onderscheidenlijk de gemeentekas toe.”</tussenkop><tussenkop>ARTIKEL 10: Afstand tot de erfgrenslijn </tussenkop><al>Gemeentebomen mogen op een afstand van 0,5 meter tot aanliggende percelen staan.
                    Zodoende kunnen ook in trottoirs gemeentebomen staan. </al><tussenkop>ARTIKEL 11: Bestrijding boomziekten</tussenkop><al><vet>Lid 2.</vet> Het is verboden zonder vergunning van het college gevelde
                    houtachtige of delen daarvan voor handen of in voorraad te hebben of te
                    vervoeren, indien het een boomsoort betreft die een boomziekte als in het eerste
                    lid, kan verspreiden. Een vergunningstelsel is hier op zijn plaats, omdat de
                    raad de situatie niet zozeer bedenkelijk of laakbaar vindt, maar op deze manier
                    toezicht wil houden, op de aanwezigheid van zieke boomdelen. Hiermee wil de raad
                    verspreiding van boomziekten voorkomen. </al><tussenkop>ARTIKEL 12: Bescherming publieke houtachtigen</tussenkop><al><vet>Lid 3. </vet>De raad ziet het bevestigen van voorwerpen in houtachtigen die
                    eigendom van de gemeente zijn, als minder gewenst. Om in bijzondere situaties
                    toch uitzondering op deze regel- die in beginsel bedoeld is om altijd te gelden-
                    toe te staan, kan het college ontheffing verlenen van het verbod van het tweede
                    lid. </al><tussenkop>ARTIKEL 13: Strafbepaling</tussenkop><al>Het- zonder omgevingsvergunning- vellen van houtopstanden die onder het
                    velverbod van deze verordening vallen, is verboden. Dit op grond van artikel 2.2
                    en 2.3 eerste lid onder c Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Dit
                    vellen is bovendien strafbaar gesteld in artikel 1a onder 3<sup>o </sup>Wet op
                    de economische delicten (WED).<sup/>Het overtreden van de artikelen 11 tweede en
                    12 eerste en tweede lid van deze verordening, is echter niet in de WED strafbaar
                    gesteld. Vandaar dat de strafbaarstelling van overtreding van artikel 11 tweede
                    lid en 12 eerste lid, in artikel 13 staat. </al><al><extref doc="/cvdr/images/Baarn/i279127.pdf">Kaart Bebouwde kom Boswet</extref></al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>