<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>417652_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Uitvoeringsregeling bezoldiging provincie Zuid-Holland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Zuid-Holland</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-09-22</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2016-3553.html">Prov. Blad 2016, 3553</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Uitvoeringsregeling bezoldiging provincie Zuid-Holland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet, art. 158, lid 1, sub d; Ambtenarenwet, artikelen 125 en 134</dcterms:source><dcterms:subject>personeel en organisatie</dcterms:subject><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:issued>2004-12-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging van de artikelen 1, 2, 3, 4, 7, 8, 9, 9a, 10, 10b, 10c, 10d, 11, 13, 14, 16. Vervallen zijn de artikelen 6, 9 leden 6 en 7, 10a, 12, 12a, 17, 18. Nieuw lid 10e, nieuw artikel 19a.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>PZH-2016-550001844</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Na wijziging van deze regeling bij besluit van GS van 24 mei 2016 (Prov. Blad
                    2016, 3553) is een integrale tekst van deze regeling in het Provinciaal Blad
                    geplaatst (Prov. Blad 2016, 5209). Versiebeheer begint bij 1 juli 2016. De datum
                    van inwerkingtreding van deze regeling is 1 januari 2005.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Besluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland van 21 december 2004 tot
            vaststelling van de Uitvoeringsregeling bezoldiging provincie Zuid-Holland (Prov. Blad
            2004, nr. 100), gewijzigd bij besluit van 17 mei 2005 (Prov. Blad 2005, nr. 52/54),
            gewijzigd bij besluit van 16 augustus 2005 (Prov. Blad 2005, nr. 100), gewijzigd bij
            besluit van 13 juni 2006 (Prov. Blad 2006, nr. 34), gewijzigd bij besluit van 14
            november 2006 (Prov. Blad 2006, nr. 68), gewijzigd bij besluit van 11 december 2007
            (Prov. Blad 2007, nr. 116), gewijzigd bij besluit van 8 januari 2008 (Prov. Blad 2008,
            nr. 4), gewijzigd bij besluit van 24 juni 2008 (Prov. Blad 2008, nr. 49), gewijzigd bij
            besluit van 8 september 2009 (Prov. Blad 2009, nr. 55), gewijzigd bij besluit van 25
            juli 2013 (Prov. Blad 2013, nr. 156) en gewijzigd bij besluit van 24 mei 2016 (Prov.
            Blad 2016, nr. 3553 en nr. 5209)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, </al><al></al><al>gezien de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector provincies 2002/2003;</al><al></al><al>gelet op het besluit van het Interprovinciaal Overleg van 24 september 2003
                        (en artikel 25 van het Bezoldigingsreglement provincie Zuid-Holland);</al><al></al><al>gelet op artikel 158, lid1, sub d van de Provinciewet;</al><al></al><al>gelet op artikel XI, lid 2 van de Wet dualisering provinciebestuur;</al><al></al><al>gelet op het Ambtelijk mandaatbesluit d.d. 21 oktober 2003:</al><al></al><al>BESLUITEN:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><al></al><al>a. CAP: Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies;</al><al>b. ambtenaar: de ambtenaar als bedoeld in artikel A.1, eerste lid,
                            onderdeel a, van de CAP;</al><al>c. werknemer: degene als bedoeld in artikel H.1, eerste lid, onderdeel
                            a, van de CAP;</al><al>d. bezoldiging: de bezoldiging als bedoeld in artikel A.1, eerste lid,
                            onderdeel e, van de CAP;</al><al>e. uitloopschaal: vervallen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Salaris</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Diensttijd geldig voor salarisverhogingen</titel></kop><al>a. de tijd, gedurende welke de ambtenaar in zijn betrekking is
                            geschorst, indien en voor zover dat bij de schorsing is bepaald;</al><al>b. de tijd, gedurende welke de ambtenaar in strijd met zijn
                            verplichtingen opzettelijk heeft nagelaten zijn dienst te
                            verrichten;</al><al>c. de tijd, gedurende welke de ambtenaar buitengewoon verlof geniet,
                            voor zover dat bij het verlenen daarvan uitdrukkelijk is bepaald;</al><al>d. de tijd, gedurende welke de ambtenaar langer dan zes maanden, zonder
                            onderbreking van langer dan één maand wegens ziekte verhinderd is
                            geweest zijn dienst te verrichten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Ingangsdatum salarisverhoging</titel></kop><al>1. De verhoging van het salaris op grond van artikel C.7 van de CAP gaat
                            jaarlijks in per 1 april.</al><al>2. In verband met het bepaalde in het vorige lid vindt het evaluatie- en
                            beoordelingsgesprek als bedoeld in artikel 4 van de regeling
                            jaargesprekken, jaarlijks vóór 1 maart plaats.</al><al>3. Een salarisverhoging wordt de ambtenaar niet onthouden, indien het
                            evaluatie- en be­oorde­lingsgesprek, anders dan door ziekte of
                            verhindering, niet is ge­voerd en dit niet in overwe­gen­­de mate aan
                            hem toe te rekenen is.</al><al>4. De ambtenaar wordt geen salarisverhoging als bedoeld in het eerste en
                            derde lid toegekend, indien uiterlijk vier weken voor 1 maart wordt
                            besloten het evaluatie- en beoordelingsgesprek uit te stellen. De
                            ambtenaar wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.</al><al>5. Het evaluatie- en beoordelingsgesprek kan worden uitgesteld voor een
                            periode tot ten hoog­ste zes maanden na het tijdstip waarop de
                            salarisverhoging zou zijn ingegaan. Gedurende dit tijdvak vindt geen
                            salarisverhoging plaats.</al><al>6. Als een vastgestelde beoordeling niet leidt tot toepassing van het
                            bepaalde in artikel C.7, derde lid, van de CAP, werkt de beslissing over
                            de salarisverhoging terug tot het tijdstip waarop die salarisverhoging
                            zonder uitstel van die beoordeling zou zijn ingegaan.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Uitbetaling </titel></kop><al>1. De uitbetaling van de bezoldiging en vergoedingen, zoals bedoeld in
                            artikel C.2, onderschei­denlijk artikel C.21 van de CAP, vindt plaats
                            vóór of op de vijftiende van iedere maand ten gunste van een door de
                            ambtenaar aangewezen bankrekening.</al><al>2. Het bedrag, zoals bedoeld in lid 1 wordt verminderd met eventuele
                            inhou­dingen en vermeer­derd met eventuele uitkeringen en
                            gratificaties.</al><al>3. De ambtenaar wordt een berekening verstrekt van het hem uit te
                            betalen bedrag in geld.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Toelagen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vaste onregelmatigheidstoelage</titel></kop><al>1. In afwijking van het bepaalde in artikel C.12 van de CAP, ontvangt de
                            ambtenaar, die uitsluitend belast is met de bediening van bruggen en
                            sluizen en die geregeld volgens een vast rooster arbeid verricht buiten
                            de werktijden van 08.00 tot 18.00 uur op maandag tot en met vrijdag
                            hier­voor maandelijks een vaste toelage in de vorm van een
                            objectgerelateerd toeslagpercentage op zijn salaris.</al><al>2. Het in het vorige lid bedoelde percentage wordt per bedieningsobject
                            op jaarbasis bepaald op het gemiddelde percentage onregelmatige dienst
                            over alle in te roosteren bedieningsuren te vermenigvuldigen met
                            <sup>47,2</sup>/<inf>52</inf>.</al><al>3. In afwijking van het tweede lid wordt het in het eerste lid bedoelde
                            per­centage voor de in de zomer gedurende zes maanden ingeroosterde
                            ambtenaar op halfjaarbasis bepaald.</al><al>4. Voor de ambtenaar die wordt overgeplaatst van een bedieningsobject
                            met zondagsdiensten op vrijwillige basis naar een bedieningscentrale met
                            vast ingeroosterde zondagen, geldt in aanvulling op de afbouwtoelage
                            onregelmatige dienst, genoemd in artikel C.13 van de CAP, dat:</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>de minimum voorwaarde, zoals bedoeld in artikel C.13,
                                            eerste lid, CAP dat de bezoldiging met ten minste 3%
                                            wordt verlaagd, buiten beschouwing blijft;</al></li><li nr="b."><al>voor de ambtenaar, die krachtens artikel C.13 een
                                            aflopende toelage ontvangt en die als gevolg van
                                            plaatsing in een hogere functieschaal een hogere
                                            bezoldiging gaat genieten, de aflopende toelage niet
                                            wordt gekort, zoals bedoeld in artikel C.13, vijfde lid,
                                            CAP mits de nieuwe inschaling niet hoger is dan
                                            functieschaal 6. </al></li></lijst></li></lijst><al>5. Het vierde lid, onder a, is van overeenkomstige toepassing op de
                            ambtenaar van een bedieningsobject (brug of sluis) wiens toelage als
                            bedoeld in artikel C.12 van de CAP vermindert als direct gevolg van de
                            ingebruikname of van roosterwijzigingen van een bedieningscentrale.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Extra toelage brug- en sluiswachter/kantonnier</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Bijzondere toelage voor werkzaamheden buiten normale werk
                                tijden</titel></kop><al>De ambtenaar in de functie van toezichthouder of rayonopzichter bij de
                            Dienst Beheer Infra­struc­tuur, alsmede de ambtenaar belast met
                            monteurswerkzaamheden en het personeel van een dienstvaartuig heeft
                            aanspraak op een toelage van € <cursief>b,</cursief> indien hij ten
                            minste drie uren overwerk verricht buiten de periode van maandag tot en
                            met vrijdag tussen 08.00 uur en 18.00 uur.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Toelage bereikbaarheids- en gebondenheidsdiensten</titel></kop><al>De ambtenaar:</al><al></al><al>a. bedoeld in artikel 16, eerste lid, onder a en b;</al><al>b. ingeschakeld in de storingswachtdienst;</al><al>c. belast met waakdiensten bij het computercentrum;</al><al>d. belast met storings- en wachtdiensten met betrekking tot het
                            Finan­cieel Informatiesysteem van de afdeling Financiën;</al><al>e. belast met piketdiensten dan wel belast met toezicht op de
                            gladheidsbestrijding, wordt een toelage toegekend van €
                                <cursief>c</cursief> voor elke volle week, waarin hij buiten de
                            vastgestelde werktijden bereikbaar voor oproepen moet zijn. De toelage
                            bedraagt 1,2 x € <cursief>c</cursief> voor elke volle week, waarin hij
                            buiten de vastgestelde werktijden bereikbaar voor oproepen moet zijn om
                            na oproep persoonlijk aanwezig te zijn op locatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ongemakkentoelage</titel></kop><al>1. Aan de ambtenaar die is ingedeeld in de salarisschalen 1 tot en met
                            7, zoals bedoeld in bijlage 2 van de CAP, wordt een toelage toegekend,
                            indien hij vuil, risicovol en/of onaangenaam werk verricht en dit niet
                            voldoende in het salaris tot uitdrukking is gebracht. </al><al>2. Een toelage als bedoeld in de vorige volzin, kan alleen worden
                            toege­kend, indien het vuile, risicovolle en/of onaangename werk wordt
                            ver­richt gedurende ten minste vier uren op een dag, waarbij
                            voorbereidende en afsluitende werkzaamheden die direct met de uitvoering
                            van het vuile en of onaangename werk te maken hebben, mogen worden
                            meegere­kend.</al><al>3. Uit billijkheidsoverwegingen kan worden besloten om de in het eerste
                            lid genoemde voorwaarde van ten minste vier uren buiten beschouwing te
                            laten, indien het belastende karakter van de werkzaamheden daartoe
                            aanleiding geeft.</al><al>4. Een toelage als bedoeld in het eerste lid, wordt toegekend voor de
                            hierna te noemen werkzaamheden en bedraagt per dag:</al><al>a. € <cursief>e </cursief>voor:</al><lijst><li nr="1."><al>vuilvissen;</al></li><li nr="2."><al>plaatsen van een beschoeiing;</al></li><li nr="3."><al>afspuiten en conserveren van boten met bitumenhoudende
                                    producten;</al></li><li nr="4."><al>bespuiten van onkruid met giftige stoffen;</al></li><li nr="5."><al>schoonmaken van landhoofden;</al></li><li nr="6."><al>opruimen van kadavers;</al></li><li nr="7."><al>schoonmaken van openbare toiletten;</al></li><li nr="8."><al>schoonmaken van pompkelders bij bruggen en viaducten.</al></li></lijst><al>b. € <cursief>f</cursief> voor:</al><lijst><li nr="1."><al>herstellen en vernieuwen van rioleringen van gebouwen,
                                    woon­huizen, en dergelijke;</al></li><li nr="2."><al>aanbrengen van slijtlagen en asfaltmengsels in kleine
                                    hoeveel­heden;</al></li><li nr="3."><al>uitzetten en/of aanbrengen van verkeersstrepen en figuratie,
                                    verrichten van meetwerkzaamheden en aanbrengen van
                                    voegvul­lingen en kattenogen op wegen;</al></li><li nr="4."><al>verven van verkeersdruppels, geleidebanden en aanbrengen of
                                    herstellen van geleidehekken en –rails;</al></li><li nr="5."><al>regelen van verkeer op drukbereden hoofdrijbanen;</al></li><li nr="6."><al>schoonvegen van kruispunten en rijbanen;</al></li><li nr="7."><al>schoonmaken van bermplanken langs hoofdrijbanen;</al></li><li nr="8."><al>knippen van een heg direct langs een drukbereden rijbaan;</al></li><li nr="9."><al>plaatsen van tijdelijke verkeersafzetting;</al></li><li nr="10."><al>verrichten van smeerwerkzaamheden aan bruggen, waarbij het
                                    bewegingsmechanisme in werking moet zijn.</al></li></lijst><al>c. € <cursief>g</cursief> voor:</al><lijst><li nr="1."><al>werken op grote hoogte (minimum 6 meter); met of zonder gebruik
                                    van een ladder;</al></li><li nr="2."><al>werken met een motorkettingzaag;</al></li><li nr="3."><al>direct assisteren bij motorkettingzaagwerkzaamheden;</al></li><li nr="4."><al>werken met een bosmaaier;</al></li><li nr="5."><al>invoeren van hout bij het gebruik van een
                                    houtversnipperaar.</al></li><li nr="6."><al>Voor de ambtenaar met een onvolledige betrekking wordt de
                                    ingevolge het vorige lid gelden­de aanspraak naar evenredigheid
                                    bepaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9a</nr><titel>Overwerkvergoeding bij ziekte</titel></kop><al>1. Ten aanzien van de medewerker die regelmatig overwerk verricht,
                            daarvoor op grond van artikel C.20 CAP een overwerkvergoeding ontvangt
                            en die wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid,
                            geldt dat onder bezoldiging, zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid van
                            de Uitvoeringsregeling rechten en plichten bij ziekte en
                            arbeidsongeschiktheid, tevens de overwerkvergoeding moet worden
                            verstaan.</al><al>2. Voor bepaling van de overwerkvergoeding als bedoeld in het eerste lid
                            wordt de gemiddelde ontvangen overwerkvergoeding per maand over de vier
                            kalenderkwartalen voorafgaande aan de ongeschiktheid wegens ziekte
                            berekend.</al><al>3. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet op het moment dat:</al><al>a. De ambtenaar weer zijn werkzaamheden kan hervatten maar op advies van
                            de bedrijfsarts geen overwerk meer mag verrichten; </al><al>b. voor minder uren zijn functie zal gaan uitoefenen waarbij van
                            volledige hervatting van zijn werkzaamheden op termijn geen sprake zal
                            zijn dan wel </al><al>c. herplaatst wordt in een andere functie waarbij er geen sprake zal
                            zijn van een overwerk­vergoeding.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Afbouwregeling toelagen en overwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Afbouwregeling toeslagen</titel></kop><al>1. Een overgangstoelage wordt toegekend aan de ambtenaar wiens
                            bezoldiging met ten minste 3% wordt verlaagd als gevolg van het buiten
                            eigen schuld of toedoen beëindigen of verminderen van:</al><lijst><li nr="a."><al>een vaste ongemakkentoelage, als bedoeld in artikel 9;</al></li><li nr="b."><al>een toelage voor bereikbaarheids- of gebondenheidsdiensten, als
                                    bedoeld in artikel 8, onderdeel e;</al></li><li nr="c."><al>overwerk, als bedoeld in artikel C.23 van de CAP, indien dit
                                    overwerk in de afgelopen twee jaar ten minste gemiddeld 5 uur
                                    per week heeft bedragen en blijvend daalt met ten minste 5 uur
                                    per week.</al></li></lijst><al>2. De overgangstoelage, als bedoeld in het eerste lid, duurt ten hoogste
                            vijf jaar en in ieder geval niet langer dan de helft van de tijd
                            gedurende welke de toelage werd genoten, dan wel het overwerk werd
                            verricht.</al><al>3. De overgangstoelage als bedoeld in het eerste lid is gebaseerd op het
                            verschil tussen de laatstelijk genoten bezoldiging en de nieuw te
                            genieten bezoldiging.</al><al>4. De overgangstoelage als bedoeld in het eerste lid, bedraagt per
                            maand, indien de ambtenaar de toelage heeft genoten, dan wel het
                            overwerk heeft verricht gedurende een periode van ten minste:</al><lijst><li nr="a."><al>25 jaar: gedurende één jaar 100% en vervolgens 80% van het
                                    verschil;</al></li><li nr="b."><al>20 jaar: 100% gedurende drie maanden en vervolgens 80% van het
                                    verschil;</al></li><li nr="c."><al>15 jaar: 100% gedurende drie maanden, 80% gedurende drie maanden
                                    en vervolgens 60% van het verschil;</al></li><li nr="d."><al>10 jaar: 100% gedurende drie maanden, 80% gedurende drie
                                    maanden, 60% gedurende drie maanden en vervolgens 40% van het
                                    verschil;</al></li><li nr="e."><al>minder dan 10 jaar: 100% gedurende drie maanden, 80% gedurende
                                    drie maanden, 60% gedurende drie maanden, 40% gedurende drie
                                    maanden en vervolgens 20% van het verschil.</al></li></lijst><al>5. In afwijking van tweede en vierde lid onder b, c, d en e bedraagt de
                            overgangstoelage gedurende één jaar 100% en vervolgens 80% van het
                            verschil als bedoeld in het derde lid, indien de ambtenaar bij aanvang
                            van de aanspraak, de toelage heeft genoten, dan wel het overwerk heeft
                            verricht gedurende een periode van ten minste:</al><lijst><li nr="a."><al>15 jaar en hij 50 jaar of ouder is;</al></li><li nr="b."><al>5 jaar en hij 55 jaar of ouder is.</al></li></lijst><al>6. Indien de ambtenaar, die krachtens dit artikel een overgangstoelage
                            ontvangt een hogere bezoldiging gaat genieten, wordt de overgangstoelage
                            met een gelijk bedrag gekort, tenzij de hogere bezoldiging:</al><lijst><li nr="a."><al> het gevolg is van een algemene salarismaatregel;</al></li><li nr="b."><al> in overeenstemming is met de bezoldigingsvooruitzichten die de
                                    ambtenaar zou hebben gehad in de oude situatie.</al></li></lijst><al>7. De overgangstoelage kan worden afgekocht door toekenning van een
                            uitkering ineens.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10a</nr><titel>Afbouwregeling landmeters</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10b</nr><titel>Afbouwregeling buitendienst Dienst Beheer Infrastructuur</titel></kop><al>1. Voor de ambtenaar die tot 1 april 2006 belast was met
                            gladheidsbestrijding en sneeuwruimen op de provinciale wegen dan wel
                            belast was met het bestrijden van gladheid en sneeuwruimen op bruggen
                            en/of sluizen, geldt in aanvulling op de afbouwregeling als bedoeld in
                            artikel 10, dat:</al><al> a. de minimum voorwaarde dat de bezoldiging met ten minste 3% wordt
                            verlaagd, genoemd in artikel 10, eerste lid, buiten beschouwing
                            blijft;</al><al> b. de voorwaarde dat het overwerk in de afgelopen twee jaar ten minste
                            gemiddeld 5 uur per week dient te hebben bedragen en dat het blijvend
                            daalt met ten minste 5 uur per week, genoemd in artikel 10, eerste lid,
                            onder c, buiten beschouwing blijft;</al><al> c. de ambtenaar, die krachtens dit artikel een overgangstoelage
                            ontvangt en die als gevolg van plaatsing in een hogere functieschaal een
                            hogere bezoldiging gaat genieten, de overgangstoelage niet wordt gekort,
                            zoals bedoeld in artikel 10, zesde lid, mits de nieuwe inschaling niet
                            hoger is dan functieschaal 6.</al><al>2. Voor de ambtenaar die wordt overgeplaatst van een bedieningsobject
                            met zondagsdiensten op vrijwillige basis naar een bedieningscentrale met
                            vast ingeroosterde zondagen, geldt in aanvulling op de afbouwtoelage
                            genoemd in artikel 10, dat de voorwaarde, als bedoeld in artikel 10,
                            eerste lid, onder c, dat het overwerk in de afgelopen twee jaar ten
                            minste gemiddeld 5 uur per week dient te hebben bedragen en dat het
                            blijvend daalt met ten minste 5 uur per week, buiten beschouwing
                            blijft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10c</nr><titel>Afbouwregeling medewerkers Facilitaire Zaken</titel></kop><al>Voor de ambtenaar die tot 1 april 2009 belast was met
                            gladheidbestrijding en sneeuwruimen rond de terreinen van het
                            Provinciehuis, geldt in aanvulling op de afbouwregeling als bedoeld in
                            artikel 10, dat:</al><al></al><lijst><li nr="a."><al>de minimum voorwaarde dat de bezoldiging met ten minste 3% wordt
                                    verlaagd, genoemd in artikel 10, eerste lid, buiten beschouwing
                                    blijft.</al></li><li nr="b."><al>de voorwaarde dat het overwerk in de afgelopen twee jaar ten
                                    minste gemiddeld 5 uur per week dient te hebben bedragen en dat
                                    het blijvend daalt met ten minste 5 uur per week, genoemd in
                                    artikel 10, eerste lid, onder c, buiten beschouwing blijft.</al></li><li nr="c."><al>de ambtenaar, die krachtens dit artikel een overgangstoelage
                                    ontvangt en die als gevolg van plaatsing in een hogere
                                    functieschaal een hogere bezoldiging gaat genieten, de
                                    overgangstoelage niet wordt gekort, zoals bedoeld in artikel 10,
                                    zesde lid, mits de nieuwe inschaling niet hoger is dan
                                    functieschaal 6.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Vergoedingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Maaltijdvergoeding bij overwerk</titel></kop><al>1. Indien de ambtenaar twee uur of langer moet overwerken en in het
                            be­lang van de dienst zijn avondmaaltijd niet op de voor hem
                            gebruikelijke plaats en tijd kan gebruiken, wordt zo mogelijk een
                            maaltijd vanwege de provincie verstrekt. Heeft de ambtenaar hiervoor
                            moeten betalen, dan worden de gemaakte kosten vergoed tot ten hoogste
                            het bedrag van de vergoeding als bedoeld in het volgende lid.</al><al>2. Indien geen maaltijd vanwege de provincie kan worden verstrekt,
                            ont­vangt de ambtenaar, indien hij een maaltijd in een daarvoor bestemde
                            gelegenheid heeft genuttigd, een vergoeding van de aantoonbaar ge­maakte
                            kosten tot ten hoogste de vergoeding voor een diner, bedoeld in artikel
                            8, eerste lid van de Dienstreisregeling provincie Zuid-Holland
                            2011.</al><al>3. De voorgaande leden zijn niet van toepassing indien en voorzover een
                            andere regeling in vergoeding van de in deze leden bedoelde kosten
                            voorziet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Vergoeding kosten internetaansluiting</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12a</nr><titel>Vergoeding telefoonkosten</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6</nr><titel>Gratificaties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Ambtsjubileumgratificaties</titel></kop><al>1. Aan de ambtenaar wordt wegens 25-jarige, 40-jarige en 50-jarige
                            over­heidsdienst een grati­ficatie toegekend.</al><al>2. De gratificatie, zoals bedoeld in het eerste lid, bedraagt bij een
                            dienst­tijd van 25 jaar 50% en bij 40 jaar en 50 jaar 100% van de
                            maandelijkse bezoldiging, welke voor de ambtenaar op de dag van het
                            ambtsjubileum geldt, te vermeerderen met het Individueel Keuzebudget,
                            zoals genoemd in artikel C.17 van de CAP.</al><al>3. Vervallen. </al><al>4. Vervallen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Overheidsdiensttijd ambtsjubileum</titel></kop><al>Voor de toepassing van artikel 13 geldt als overheidsdienst de tijd
                            door­gebracht:</al><al>a. in burgerlijke dienstbetrekking bij de overheid van een land dat
                            gedurende de dienstbetrek­king behoorde tot het Koninkrijk der
                            Nederlanden;</al><al>b. in een betrekking (vóór 1 januari 1966), als bedoeld in artikel 4,
                            eerste lid van de Pensioen­wet 1922 (Staatsblad 1922, 240), een
                            betrekking als bedoeld in artikel B2 van de Algemene burgerlijke
                            pensioenwet of een betrekking, als bedoeld in artikel B3 van
                            evengenoemde wet, alsmede vóór en na 1 januari 1966 in een betrekking,
                            als bedoeld in artikel U2 van die wet;</al><al>c. in militaire of daarmee voor de toepassing van het
                            Ambte­narenreglement gelijkgestelde dienst bij de troepen in een land
                            dat gedurende de dienst behoorde tot het Koninkrijk der
                            Nederlanden;</al><al>d. als volontair met een volledige dagtaak;</al><al>e. in andere niet onder de letters a, b, c, of d genoemde betrekking
                            welke mede als tijd in dienst van de overheid in aanmerking kan worden
                            ge­nomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Gratificatie bedrijfshulpverlening</titel></kop><al>1. Een gratificatie van € <cursief>j</cursief> per jaar wordt toegekend
                            aan de ambtenaar die aangewezen is als lid van de
                            bedrijfshulpverlening.</al><al>2. Een gratificatie van € <cursief>k</cursief> per jaar wordt toegekend
                            aan de ambtenaar die aangewezen is als lid van de staforganisatie van de
                            bedrijfshulpverlening.</al><al>3. Een gratificatie van €<cursief> l </cursief>per jaar wordt toegekend
                            aan de ambtenaar die aangewezen is als plaatsvervangend hoofd van de
                            bedrijfshulpverlening.</al><al>4. Aan de ambtenaar als bedoeld onder het eerste en het tweede lid wordt
                            een gratificatie van € <cursief>m</cursief> toegekend wegens 10-jarige
                            deelname aan de bedrijfshulpverlening en een gratificatie van €
                                <cursief>n</cursief> wegens elk 5-jarig jubileum daarna.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Gratificatie rampenbestrijding en waakdiensten</titel></kop><al>1. Een gratificatie van € <cursief>o</cursief> per jaar wordt toegekend
                            aan de ambtenaar, die:</al><al></al><al>a. belast is met het op basis van een rooster buiten de voor hem
                            vastgestelde werktijden verrichten van piketdiensten voor de crisis- en
                            calamiteitenorganisatie;</al><al>b. belast is met het regelmatig buiten de voor hem vastgestelde
                            werktijden verichten van waakdiensten ten behoeve van de
                            milieuklachtentelefoon;</al><al>c. vervallen.</al><al>d. vervallen.</al><al>2. De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die buiten de voor hem
                            vastgestelde werktijden in het kader van de crisis- en
                            calamiteiten-organisatie of de milieuklachtentelefoon optreedt - het
                            deelnemen aan oefeningen daaronder begrepen - ontvangen hiervoor een
                            overwerkver­goeding van € <cursief>p</cursief>.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>7</nr><titel>Dienstwoning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Dienstwoning</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>8</nr><titel>Spaarloonregeling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Spaarloonregeling</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>9</nr><titel>Loonregeling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Loonregeling</titel></kop><al><cursief>Degene die, overeenkomstig hoofdstuk H van de CAP, op
                                arbeidsovereen­komst naar burgerlijk recht in dienst van de
                                provincie is genomen:</cursief></al><al>a. in het kader van een door de overheid getroffen regeling, die het
                            karakter draagt door een tijdelijke tewerkstelling de opneming in het
                            arbeidspro­ces van één of meer bepaalde groepen van werklozen te
                            bevorderen; hetzij</al><al>b. voor niet langer dan zes weken ter vervanging van door vakantie
                            afwezig personeel, wordt bezoldigd conform de bepalingen van de Wet
                            minimumloon en minimumvakantie­bijslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19a</nr><titel>Werknemers</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de artikelen H.5 en H.6 van de CAP is deze
                            regeling van toepas­sing op de werknemer, voor zover daarvoor naar het
                            oordeel van Gedeputeerde Staten termen bestaan.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>10</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Uitlooptoelage</titel></kop><al>1. De ambtenaar die op 1 augustus 2013 recht heeft op een uitloopschaal
                            of uitloopperiodiek, ontvangt een uitlooptoelage ter hoogte van het
                            verschil tussen het maximum van zijn salaris­schaal en het salaris dat
                            hij krijgt na toepassing van de uitloopschaal of uitloopperiodiek.</al><al>2. De uitlooptoelage zoals bedoeld in het vorige lid, wordt als salaris
                            aangemerkt.</al><al>3. In gevallen waarin de ambtenaar wordt geplaatst in een functie
                            waaraan een andere sala­ris­schaal is verbonden, geldt voor de bepaling
                            van zijn salaris hetgeen is bepaald in artikel C.6 van de CAP.</al><al>4. In gevallen waarin de medewerker, die recht heeft op de in het eerste
                            lid bedoelde toelage, wordt geplaatst in een functie waaraan een hogere
                            schaal is verbonden wordt de toelage ingepast in de nieuwe
                            salarisschaal. Daarmee vervalt de toelage.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel></titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Overgangsregeling</titel></kop><al>Voor de ambtenaar die vóór 20 juni 1990 aanspraak of uitzicht had op het
                            maximumsalaris van salarisschaal 8 blijft dat maximumsalaris gehandhaafd
                            op het in bijlage 2 van deze verordening genoemde bedrag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel></titel></kop><al>De bedragen vermeld in deze uitvoeringsregeling worden aangepast bij
                            algemene salaris­maat­regel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Bijzondere gevallen</titel></kop><al>Indien zich gevallen voordoen, waarvoor deze regeling geen voorziening
                            biedt of waarin toepassing van deze regeling naar hun oordeel ernstige
                            be­zwaren zou opleveren kan, zonodig onder afwijking van deze regeling,
                            ten voordele van de individuele ambtenaar worden voorzien.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze regeling kan worden aangehaald als: ‘Uitvoeringsregeling
                            bezoldiging provincie Zuid-Holland’.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Den Haag, 21 december 2004.</al><al></al><al>Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland,</al></slotformulering><ondertekening>J. FRANSSEN, VOORZITTER</ondertekening><ondertekening>M.H.J. VAN WIERINGEN-WAGENAAR, SECRETARIS</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1</nr><titel>Wijzigingsblad bedragen uitvoeringsregeling bezoldiging provincie
                        Zuid-Holland per 1 april 2016</titel></kop><al><vet>a = vervallen </vet></al><al><vet>b = € 9,19 </vet></al><al><vet>c = € 136,86 </vet></al><al><vet>d = vervallen </vet></al><al><vet>e = € 5,61</vet></al><al><vet>f = € 7,94</vet></al><al><vet>g = € 10,73</vet></al><al><vet>h = vervallen </vet></al><al><vet>i = vervallen </vet></al><al><vet>j = € 146,37 </vet></al><al><vet>k = € 439,08 </vet></al><al><vet>l = € 292,74 </vet></al><al><vet>m = € 219,57 </vet></al><al><vet>n = € 292,74 </vet></al><al><vet>o = € 244,39</vet></al><al><vet>p = € 27,00 </vet></al><al><vet>q = vervallen</vet></al><al></al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>2</nr><titel>Overgangsregeling schaal 8, zoals bedoeld in artikel 22</titel></kop><al>Het maximumsalaris voor de ambtenaar die vóór 20 juni 1990 aanspraak of
                    uit­zicht had op het maximumsalaris van salarisschaal 8 blijft gehandhaafd op €
                    2.937,29.</al><al></al></bijlage></regeling></body></cvdr>