<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR41697_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de ambtelijke bijstand</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Winterswijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Winterswijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Geen</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de ambtelijke bijstand</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 33</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-04-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-04-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2004, nr. IV-5</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de ambtelijke bijstand</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>2004, nr. IV-5</al><al>De raad van de gemeente Winterswijk;</al><al/><al>overwegende dat de raad bij besluit van 31 oktober 2002, nr. X-13 de
                        “Verordening op de ambtelijke bijstand” heeft vastgesteld;</al><al>dat bij de evaluatie van het gemeentelijk dualiseringsproces die op 25
                        november 2003 door de werkgroep dualisering is gehouden, gebleken is dat er
                        geen draagvlak meer bestaat voor de betalingsregeling als bedoeld in artikel
                        5 van deze verordening en dat een wijziging van de verordening ter zake van
                        dat onderdeel wenselijk wordt geacht;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het presidium van 31 maart 2004;</al><al/><al>gelet op artikel 33 derde lid van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al/><al>de hiervoor genoemde verordening zodanig te wijzigen dat deze na wijziging
                        luidt als volgt:</al><al/><al><vet>VERORDENING OP DE AMBTELIJKE BIJSTAND</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel 1</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om: a.
                                feitelijk informatie van geringe omvang: b. inzage in of afschrift
                                van documenten die openbaar zijn: c. bijstand bij het opstellen van
                                voorstellen, amendementen en moties of andere bijstand.</al></li><li nr="2."><al>De informatie bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, wordt
                                door de griffier, een medewerker van de griffie of op verzoek van de
                                griffier door een ambtenaar gegeven.</al></li><li nr="3."><al>Indien een ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op
                                informatie bedoeld onder het eerste lid, onderdeel a of b, stelt hij
                                de secretaris daarvan in kennis. De secretaris beslist.</al></li><li nr="4."><al>De bijstand, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt verleend
                                door de griffier of een medewerker van de griffie. Indien de
                                gevraagde bijstand niet door de griffier of een medewerker van de
                                griffie kan worden verleend kan de griffier de secretaris verzoeken,
                                één of meer ambtenaren aan te wijzen, die de gevraagde bijstand zo
                                spoedig mogelijk verlenen.</al></li><li nr="5."><al>De gevraagde bijstand wordt als regel bij voorrang verleend. Indien
                                het gaat om een verzoek dat een omvangrijke inzet van één of meer
                                ambtenaren vraagt en dat niet tijdig kan worden ingepast in de
                                planning van het betrokken organisatieonderdeel, deelt de secretaris
                                dit mee aan de griffier onder opgave van redenen. De griffier treedt
                                hierover in overleg met het raadslid, dat het verzoek heeft
                                ingediend. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Een ambtenaar verleent op verzoek van de griffier of de secretaris
                                ambtelijke bijstand tenzij: a. het raadslid niet aannemelijk heeft
                                gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de
                                raad; b. dit het belang van de gemeente kan schaden; c. het
                                bijstand, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, betreft en
                                de raadsfractie waartoe het raadslid behoort of de voorzitter van
                                een raadscommissie het aan hen ingevolge artikel 5, eerste lid,
                                toegekende aantal uren reeds volledig hebben verbruikt.</al></li><li nr="2."><al>De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het
                                eerste lid geweigerd wordt.</al></li><li nr="3."><al>Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt
                                de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3</label></kop><al>Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris wordt
                        geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek voorleggen
                        aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over het
                        verzoek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een raadslid niet tevreden is over door een ambtenaar
                                verleende bijstand, doet de griffier daarvan mededeling aan de
                                secretaris.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide
                                partijen bevredigende oplossing legt de griffier de zaak voor aan de
                                burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over de
                                zaak.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Elk raadsfractie heeft per jaar recht op 90 uur ambtelijke bijstand
                                als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, voor zover deze
                                wordt verleend door ambtenaren van de reguliere ambtelijke
                                organisatie. Bijstand verleend door de griffier of een medewerker
                                van de griffie is niet aan een maximum aantal uren gebonden.</al></li><li nr="2."><al>Elke voorzitter van een raadscommissie heeft per jaar recht op 60
                                uur ambtelijke bijstand als bedoeld in artikel 1, eerste lid,
                                onderdeel c, voor zover deze wordt verleend door ambtenaren van de
                                reguliere ambtelijke organisatie en deze bijstand strekt ten behoeve
                                van het uitoefenen van het voorzitterschap van een raadscommissie.
                                Bijstand die door de griffier of een medewerker van de griffie aan
                                commissievoorzitters wordt verleend is niet aan een maximum
                                gebonden.</al></li><li nr="3."><al>De secretaris houdt een register van de verleende bijstand als
                                bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, bij, waarin per
                                verzoek om bijstand aan de reguliere organisatie wordt opgenomen: a.
                                welk raadslid c.q. raadsfractie om bijstand heeft verzocht; b. over
                                welk onderwerp om bijstand is verzocht; c. welke ambtenaar bijstand
                                heeft verleend; d. hoeveel tijd het verlenen van de bijstand heeft
                                gekost; e. de reden waarom een verzoek is geweigerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6</label></kop><al>De secretaris verstrekt de desbetreffende portefeuillehouder in het college
                        desgewenst een afschrift van het verzoek uit het register.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Een raadslid kan aangeven dat een verzoek om ambtelijke bijstand of
                                de inhoud van het gegeven advies geheim wordt gehouden.</al></li><li nr="2."><al>Indien het college of leden van het college informatie wensen over
                                een verzoek om ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven
                                advies wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken
                                raadslid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8</label></kop><al>Deze gewijzigde verordening treedt in werking met ingang van 15 april
                        2004.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Winterswijk in</ondertekening><ondertekening>zijn openbare vergadering gehouden op 15 april 2004,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>