<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR416955_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels Taaleis 2016 Gemeente Velsen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Velsen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Velsen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch gemeenteblad en Jutter/Hofgeest 15 september 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels Taaleis 2016 Gemeente Velsen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 18b Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-09-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-09-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B16.0383</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>werk en inkomen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsregels Taaleis 2016 Gemeente Velsen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze beleidsregels wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                Velsen;</al></li><li nr="b."><al>de wet: de Participatiewet;</al></li><li nr="c."><al>belanghebbende: persoon die een uitkering aanvraagt of ontvangt op
                                grond van de Participatiewet, met uitzondering van diegenen met
                                volledige ontheffing van de arbeidsverplichting;</al></li><li nr="d."><al>taaltoets: test waarmee het voldoen aan referentieniveau 1F zoals
                                bedoeld in artikel 18b lid 8 van de wet kan worden gemeten en die
                                voldoet aan het Besluit Taaltoets Participatiewet;</al></li><li nr="e."><al>taalplan: een document dat geldt als bereidverklaring tot
                                inspanning, met daarin in ieder geval de termijn waarbinnen en de
                                wijze waarop belanghebbende invulling zal geven aan het verwerven
                                van de taalvaardigheden, de wijze waarop dit zal worden gemonitord,
                                en wanneer belanghebbende opnieuw een taaltoets af zal leggen;</al></li><li nr="f."><al>inspanningsverplichting: verplichting tot aanvangen met het
                                verwerven van de vaardigheden in de Nederlandse taal en na aanvang
                                te voldoen aan de voortgang die van hem mag worden verwacht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Beoordeling taalvaardigheid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als ‘ander document’ zoals genoemd in artikel 18b lid 2 onder c van
                                de wet wordt in ieder geval gezien:</al></li><li nr="a."><al>een diploma van een Nederlandstalige middelbare school;</al></li><li nr="b."><al>een diploma van een MBO-, HBO- of universitaire Nederlandstalige
                                opleiding;</al></li><li nr="c."><al>een diploma van een opleiding Nederlands in het buitenland;</al></li><li nr="d."><al>document waaruit blijkt dat belanghebbende is vrijgesteld van de
                                inburgeringsplicht op grond van de Wet inburgering omdat
                                belanghebbende in bezit is van een document zoals genoemd in artikel
                                2.3 tot en met 2.5 van het Besluit Inburgering;</al></li><li nr="2."><al>Uit de volgende documenten kan tevens blijken dat belanghebbende de
                                vaardigheden in de Nederlandse taal beheerst:</al></li><li nr="a."><al>curriculum vitae waaruit blijkt dat belanghebbende minimaal twee
                                jaar Nederlandstalig voortgezet onderwijs heeft gevolgd of minimaal
                                één jaar heeft gewerkt in een Nederlandstalig bedrijf;</al></li><li nr="b."><al>een arbeidscontract voor de duur van ten minste één jaar bij een
                                Nederlandstalig bedrijf.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ondanks het ontbreken van de documenten in leden 1
                                en 2 besluiten belanghebbende geen taaltoets te laten afleggen,
                                indien belanghebbende aantoont dat elke vorm van verwijtbaarheid, in
                                het geval bedoeld in artikel 18b lid 6 van de wet, ontbreekt.</al></li><li nr="4."><al>Wanneer belanghebbende na 1 januari 1969 in de leerplichtige
                                leeftijd (tussen 5 en 16 jaar) tenminste acht jaren in Nederland
                                heeft gewoond en er geen aanknopingspunten bestaan om te twijfelen
                                aan diens taalniveau, kan ervan worden uitgegaan dat belanghebbende
                                gedurende acht jaar Nederlandstalig onderwijs heeft gevolgd en
                                daarmee aan de taaleis voldoet.</al></li><li nr="5."><al>Indien belanghebbende aantoont een taaltraject te volgen in het
                                kader van de Wet inburgering, wordt aangenomen dat hij aan
                                deinspanningsverplichting voldoet en wordt aldus geen taaltoets
                                afgenomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Taaltoets</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien belanghebbende ondanks schriftelijk verzoek van het college
                                niet heeft aangetoond de Nederlandse taal voldoende te beheersen,
                                wordt een taaltoets afgenomen:</al></li><li nr="a."><al>bij belanghebbenden die op of na 1 januari 2016 een
                                bijstandsaanvraag indienen: uiterlijk acht weken na ontvangst van de
                                aanvraag voor bijstand;</al></li><li nr="b."><al>bij belanghebbenden die op 31 december 2015 een bijstandsuitkering
                                ontvangen waarvan in het dossier onvoldoende aanknopingspunten
                                aanwezig zijn waaruit voldoende beheersing van de Nederlandse taal
                                blijkt: uiterlijk acht weken na het schriftelijk verzoek van het
                                college zoals bedoeld in de aanhef;</al></li><li nr="c."><al>bij belanghebbenden bedoeld in artikel 6 lid 4 van deze
                                beleidsregels: uiterlijk acht weken na de zesmaandelijkse
                                beoordeling.</al></li><li nr="2."><al>Belanghebbende wordt binnen acht weken na uitkomst van de taaltoets
                                schriftelijk in kennis gesteld van de uitkomst van de taaltoets en
                                voor zover daarvan sprake is van het redelijk vermoeden, bedoeld in
                                artikel 18b lid 1 van de wet.</al></li><li nr="3."><al>Indien sprake is van een redelijk vermoeden, wordt belanghebbende er
                                in de kennisgeving op gewezen dat de bijstand wordt verlaagd, tenzij
                                sprake is van een bereidverklaring tot inspanning zoals bedoeld in
                                artikel 18b lid 6 onder a van de wet en artikel 4 van deze
                                beleidsregels.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Bereidverklaring tot inspanning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na de kennisgeving, bedoeld in artikel 3 lid 2 van deze beleidsregels,
                            heeft belanghebbende één maand de tijd om het college te berichten dat
                            hij bereid is te voldoen aan de inspanningsverplichting, alvorens wordt
                            overgegaan tot verlaging van de bijstand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Belanghebbende kan zijn bereidheid om de inspanningsverplichting na te
                            komen aantonen door middel van een door hem ondertekend taalplan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het taalplan bevat in ieder geval de termijn waarbinnen en de wijze
                            waarop belanghebbende invulling zal geven aan het verwerven van de
                            taalvaardigheden, de wijze waarop dit zal worden gemonitord, en wanneer
                            belanghebbende opnieuw een taaltoets af zal leggen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college stuurt een schriftelijke kennisgeving omtrent het voldoen
                            aan de inspanningsverplichting, na ontvangst van het door belanghebbende
                            ondertekende taalplan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Verlaging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De verlaging van de bijstand vindt plaats vanaf het moment van
                                schriftelijke kennisgeving inzake het redelijk vermoeden, mits
                                belanghebbende zich niet binnen één maand bereid heeft verklaard als
                                bedoeld in artikel 4 van deze beleidsregels. </al></li><li nr="2."><al>Indien belanghebbende zich op enig moment bereid verklaart de
                                inspanningsverplichting na te komen overeenkomstig artikel 4 van
                                deze beleidsregels, wordt de verlaging gestopt vanaf de datum waarop
                                belanghebbende voldoet aan de in dat artikel gestelde voorwaarden.
                            </al></li><li nr="3."><al>Voordat een verlaging wordt uitgevoerd beoordeelt het college of er
                                sprake is van ontbreken van verwijtbaarheid en/of een dringende
                                reden. Het ontbreken van verwijtbaarheid dient te worden aangetoond
                                door belanghebbende.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Beoordeling voortgang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het al dan niet voldoen aan de inspanningsverplichting dient iedere
                                zes maanden te worden beoordeeld.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Indien belanghebbende een formeel taaltraject volgt, kan het college
                                de onderstaande instrumenten hanteren om de inspanning van de
                                belanghebbende te beoordelen:</al></li><li nr="a."><al>presentielijsten;</al></li><li nr="b."><al>voortgangsrapportage;</al></li><li nr="c."><al>indrukken van de leerkracht/cursusleider.</al></li><li nr="3."><al>Een taaltoets wordt opnieuw afgenomen in het geval uit de
                                zesmaandelijkse beoordeling blijkt dat:</al></li><li nr="a."><al>het voldoen aan de inspanningsverplichting onvoldoende is
                                aangetoond;</al></li><li nr="b."><al>belanghebbende voldoende aannemelijk heeft kunnen maken,
                                vermoedelijk over het gewenste taalniveau te beschikken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>Deze beleidsregels treden in werking op de dag volgend op bekendmaking en
                        worden aangehaald als Beleidsregels Taaleis 2016 gemeente Velsen.</al></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING BELEIDSREGELS TAALEIS 2016 GEMEENTE VELSEN</titel></kop><al><cursief>Algemeen</cursief></al><al>De taaleis in de Participatiewet heeft tot doel de afstand tot de arbeidsmarkt
                    te verkleinen door in te zetten op het taalniveau van uitkeringsgerechtigden. De
                    wetgever legt aan iedere belanghebbende jonger dan de pensioengerechtigde
                    leeftijd, waarvoor de arbeids- en re-integratieverplichting geldt, de plicht op
                    tot het beheersen van de Nederlandse taal op referentieniveau 1F (gelijkgesteld
                    met niveau A2 van het inburgeringsexamen). Referentieniveau 1F is vastgesteld op
                    grond van artikel 2, eerste lid van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en
                    rekenen en hieronder omvat de spreekvaardigheid, luistervaardigheid,
                    gespreksvaardigheid, schrijfvaardigheid en leesvaardigheid.</al><al>Wanneer belanghebbende niet met behulp van bewijsstukken kan aantonen over het
                    gewenste taalniveau te beschikken, dient binnen acht weken na datum aanvraag
                    uitkering dan wel binnen acht weken na kennisgeving dat belanghebbende dient aan
                    te tonen de taal in voldoende mate te beheersen, een taaltoets te worden
                    afgelegd. </al><al>Voor de belanghebbende die niet voldoet aan referentieniveau 1F geldt een
                    inspanningsverplichting de Nederlandse taal te leren. Het niet voldoen aan die
                    inspanningsverplichting kan leiden tot verlaging van de bijstand. Belanghebbende
                    kan te allen tijde alsnog aantonen aan het gewenste taalniveau te voldoen, door
                    bewijsstukken omtrent het taalniveau te overleggen. </al><tussenkop>Artikel 2. Beoordeling taalvaardigheid</tussenkop><al>Met behulp van bewijsstukken dient belanghebbende aan te tonen dat hij beschikt
                    over de Nederlandse taal op referentieniveau 1F. De genoemde documenten zijn
                    niet limitatief. Als ‘ander document’ waarmee belanghebbende het voldoen aan het
                    referentieniveau kan aantonen gelden in ieder geval de documenten genoemd onder
                    lid 1 van dit artikel. De onder lid 2 van dit artikel genoemde documenten kunnen
                    eveneens aantonen dat belanghebbende de taal voldoende beheerst, maar hierbij
                    dient aandacht te worden geschonken aan de fraudegevoeligheid van die
                    documenten. Men dient er alert op te zijn dat het CV of arbeidscontract met het
                    oog op de taaleis kan zijn opgesteld.</al><al>Het CV kan als bewijsstuk worden geaccepteerd wanneer iemand minimaal twee jaar
                    voortgezet onderwijs heeft gevolgd of minimaal één jaar heeft gewerkt in een
                    Nederlandstalig bedrijf. Een arbeidscontract kan tevens dienen als bewijsstuk
                    als hieruit blijkt dat belanghebbende minimaal één jaar heeft gewerkt in een
                    Nederlandstalig bedrijf. </al><al>Indien belanghebbende aantoont dat elke vorm van verwijtbaarheid zoals in
                    artikel 18b lid 6 van de wet ontbreekt, kan het college besluiten belanghebbende
                    geen taaltoets te laten afleggen, aangezien in het geval van onvoldoende
                    taalvaardigheden toch niet zou worden verlaagd.</al><al>Gedacht kan worden aan belanghebbenden met dyslexie, analfabetisme, cognitieve
                    problemen, audio- en visuele beperkingen of andere medische problemen die het
                    leervermogen in de weg staan.</al><al>De leerplicht is ingevoerd op 1 januari 1969. We gaan er van uit dat eenieder
                    die na die datum tussen zijn 5<sup>e</sup> en 16<sup>e</sup> jaar ten minste
                    acht jaar in Nederland heeft gewoond, aan die leerplicht heeft voldaan en aldus
                    aan de taaleis voldoet. Dit kan worden geverifieerd in het BRP. Hier is wel
                    vooraf schriftelijke toestemming van cliënt voor nodig.</al><tussenkop>Artikel 3. Taaltoets</tussenkop><al>De taaleis gaat met ingang van 1 juli 2016 gelden voor degenen die op 31
                    december 2015 een uitkering ontvangen. Het zittend bestand kan vóór 1 juli 2016
                    wel alvast worden gecontroleerd op aanknopingspunten in het dossier die de
                    taalvaardigheid kunnen aantonen.</al><al>Het startpunt voor de termijn van acht weken is voor het zittend bestand een
                    kennisgeving aan de belanghebbende dat onderzocht gaat worden, in welke mate de
                    belanghebbende de Nederlandse taal beheerst. Met die kennisgeving wordt
                    belanghebbende tevens uitgenodigd de documenten binnen een redelijke termijn te
                    overleggen. Voldoet belanghebbende niet aan dat verzoek, dan wordt er een toets
                    afgenomen om de taalvaardigheid van belanghebbende te onderzoeken.</al><al>Er wordt gestreefd het gehele cliëntenbestand vóór 1 januari 2018 te hebben
                    gescreend op taalvaardigheid, en eventueel een taaltoets te hebben laten
                    afleggen.</al><tussenkop>Artikel 4. Bereidverklaring tot inspanning</tussenkop><al>Indien uit de taaltoets blijkt dat belanghebbende niet voldoet aan het
                    taalniveau, gaat voor hem de inspanningsverplichting gelden. Belanghebbende
                    dient zich binnen een maand na verzending van het besluit bereid te verklaren
                    zich te gaan inspannen om de taalvaardigheden te verwerven. Wanneer
                    belanghebbende niet of onvoldoende bereid is zich in te gaan spannen, kan de
                    aangekondigde verlaging worden toegepast.</al><al>Belanghebbende kan te allen tijde alsnog aantonen aan het gewenste taalniveau te
                    voldoen, door de in het tweede artikel onder het eerste en tweede lid van deze
                    beleidsregels genoemde documenten te overleggen. Men dient er alert op te zijn
                    dat het CV of arbeidscontract met het oog op de taaleis kan zijn opgesteld. Er
                    wordt aldus aangeraden met gepaste voorzichtigheid om te gaan met het leveren
                    van die twee documenten nadat het redelijk vermoeden is vastgesteld, en de
                    echtheid ervan te verifiëren. </al><al>Voorzieningen gericht op taalverbetering kunnen zijn: het formele en non-formele
                    aanbod volwasseneneducatie in het kader van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs
                    (WEB), leer-, studie- en leesmiddelen via de bibliotheek (punt Nederlands leren)
                    en/of taaltraining via internet. Het formele aanbod omvat trajecten waarvoor bij
                    afronding een diploma/certificaat wordt afgegeven. Het non-formele aanbod kent
                    een zodanige certificering niet. Het gekozen traject moet binnen een redelijke
                    en reële termijn leiden tot het beheersen van het vereiste taalniveau. Deze
                    termijn moet worden afgestemd op de mogelijkheden en omstandigheden van de
                    belanghebbende.</al><tussenkop>Artikel 5. Verlaging</tussenkop><al>Voorbeelden waarin er sprake kan zijn van ontbrekende
                    verwijtbaarheid: dyslexie, analfabetisme, leerproblemen, cognitieve problemen,
                    audio- en visuele beperkingen en andere medische gronden.</al><al>De bijzondere omstandigheden die tot dringende redenen leiden, kunnen gelegen
                    zijn in de zorgplicht van de overheid in relatie tot de individuele
                    omstandigheden en kinderen in het gezin en kunnen van financiële of sociale aard
                    zijn. Het moet dan gaan om zeer ernstige gevolgen voor belanghebbende of diens
                    gezin.</al><tussenkop>Artikel 6. Beoordeling voortgang </tussenkop><al>Indien de inspanning onvoldoende is aangetoond bij de zesmaandelijkse
                    beoordeling, wordt opnieuw een taaltoets afgenomen. Wanneer hieruit blijkt dat
                    belanghebbende inderdaad niet voldoet aan de voortgang die van hem verwacht mag
                    worden bij het verwerven van de vaardigheden in de Nederlandse taal, zal de
                    bijstand worden verlaagd vanaf het moment dat belanghebbende niet meer aan zijn
                    inspanningsverplichting voldoet (zie artikel 18b lid 6 onder a van de wet).
                    Belanghebbende kan opnieuw een taalplan opstellen waarmee hij zijn bereidheid
                    toont.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>