<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR416276_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening burgerinitiatief gemeente Oisterwijk 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oisterwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-06-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oisterwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-77194.html">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening burgerintiatief gemeente Oisterwijk 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-06-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-06-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening burgerinitiatief gemeente Oisterwijk 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Oisterwijk,</al><al>gelezen het voorstel van het college d.d. 6 april 2016, </al><al>afdeling Griffie, </al><al>raadsvoorstel nr. 16/24;</al><al>gelet op Gemeentewet, artikel 147,</al><al>besluit : </al><al>De Verordening burgerinitiatief gemeente Oisterwijk 2016 vast te stellen
                        onder gelijktijdige intrekking van de Verordening Burgerinitiatief gemeente
                        Oisterwijk 2007.</al><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Oisterwijk op</al><al>2 juni 2016</al><al>de griffier, de voorzitter, </al><al>Nelleke van Wijk Hans Janssen</al><al><vet>VERORDENING BURGERINITIATIEF GEMEENTE OISTERWIJK 2016</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>een burgerinitiatiefvoorstel: een voorstel van een
                                initiatiefgerechtigde ter plaatsing op de agenda van de vergadering
                                van de raad.</al></li><li nr="b."><al>jeugdigen: initiatiefgerechtigden die op de dag van het indienen van
                                een burgerinitiatiefvoorstel de leeftijd hebben van 12 tot en met 17
                                jaar.</al></li><li nr="c."><al>kernen: Oisterwijk, Moergestel en Heukelom.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Agendering door de raad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad plaatst een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van zijn
                            vergadering, indien daartoe door een initiatiefgerechtigde een geldig
                            verzoek is ingediend. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ongeldig is het verzoek dat:</al><lijst><li nr="a)"><al>niet door ten minste 30 jeugdigen wordt ondersteund indien het
                                    burgerinitiatiefvoorstel uitsluitend betrekking heeft op
                                    jeugdigen, niet door tenminste 50 initiatiefgerechtigden wordt
                                    ondersteund indien het burgerinitiatiefvoorstel uitsluitend
                                    betrekking heeft op één van de drie kernen en niet door
                                    tenminste 75 initiatiefgerechtigden wordt ondersteund
                                    indien het burgerinitiatiefvoorstel betrekking heeft op andere
                                    dan de hiervoor bedoelde onderwerpen;</al></li><li nr="b)"><al>een onderwerp als bedoeld in artikel 4 van deze verordening
                                    bevat, of</al></li><li nr="c)"><al>niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 5 van deze
                                    verordening. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Initiatiefgerechtigden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Initiatiefgerechtigd zijn degenen die kiesgerechtigd zijn voor de
                            verkiezing van de leden van de gemeenteraad, alsmede ingezetenen van de
                            gemeente van 12 jaar en ouder die met uitzondering van hun leeftijd
                            voldoen aan de vereisten voor het kiesrecht voor de leden van de
                            gemeenteraad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de beoordeling of aan de vereisten voor initiatiefgerechtigdheid is
                            voldaan, is de toestand op de dag van indiening van het verzoek
                            bepalend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Uitgesloten onderwerpen</titel></kop><al>Een burgerinitiatiefvoorstel heeft geen betrekking op:</al><lijst><li nr="a."><al>een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet
                                bestuursrecht over een gedraging van de raad, het college of de
                                burgemeester;</al></li><li nr="b."><al>een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet
                                bestuursrecht tegen een besluit van de raad, het college of de
                                burgemeester;</al></li><li nr="c."><al>een zaak van louter privébelang;</al></li><li nr="d."><al>de gemeentelijke organisatie en procedures;</al></li><li nr="e."><al>de vaststelling en wijziging van de gemeentelijke belastingen en
                                tarieven;</al></li><li nr="f."><al>de geldelijke voorzieningen van ambtsdragers;</al></li><li nr="g."><al>benoemingen van personen en functioneren van personen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Het voorstel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verzoek ter plaatsing van een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda
                            van de vergadering van de raad wordt schriftelijk ingediend bij de
                            voorzitter van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzoek bevat ten minste:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een nauwkeurige omschrijving van het burgerinitiatiefvoorstel;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een toelichting op het burgerinitiatiefvoorstel;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de achternaam, de voornamen, het adres, de geboortedatum en de
                            handtekening van de initiatiefgerechtigde die het verzoek indient en
                            zijn plaatsvervanger;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een lijst met de voornamen, achternamen, adressen, geboortedata en
                            handtekeningen van de initiatiefgerechtigden die het verzoek
                            ondersteunen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de indiening van het verzoek wordt gebruik gemaakt van een door de
                            raad vastgesteld formulier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Ontvangstbevestiging; aanvulling van het verzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de raad bevestigt de ontvangst van een
                            burgerinitiatiefvoorstel schriftelijk aan de indiener van het
                            verzoek.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als het burgerinitiatiefvoorstel niet voldoet aan de eisen bedoeld in de
                            artikelen 2, tweede lid, 4 en 5 stelt de voorzitter van de raad de
                            indiener van het verzoek gedurende een termijn van ten hoogste vier
                            weken in de gelegenheid om de vastgestelde gebreken te herstellen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter van de raad doet van de ontvangst van een
                            burgerinitiatiefvoorstel en van een besluit als bedoeld in het vorige
                            lid schriftelijk mededeling aan de raad.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De termijn bedoeld in het tweede lid vangt aan met ingang van de datum
                            van dagtekening van de schriftelijke mededeling over het gebrek aan de
                            indiener. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>Beraadslaging en besluitvorming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad beslist in de eerstvolgende vergadering na de datum van
                            indiening van het verzoek of indien toepassing is gegeven aan artikel 6,
                            tweede lid, na ontvangst van de aanvullende gegevens, bedoeld in artikel
                            6, tweede lid, of het burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van de
                            vergadering van de raad wordt geplaatst, met dien verstande dat ten
                            minste twee weken zijn gelegen tussen de dag van indiening van het
                            verzoek of de ontvangst van de aanvullende gegevens en de dag van de
                            vergadering waarin de raad op het verzoek beslist. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter van de gemeenteraad nodigt de initiatiefgerechtigde die
                            het verzoek heeft ingediend schriftelijk uit voor de vergadering
                            waarvoor het burgerinitiatiefvoorstel is geagendeerd. Deze
                            initiatiefgerechtigde of zijn plaatsvervanger heeft tijdens deze
                            vergadering de gelegenheid om zijn burgerinitiatiefvoorstel mondeling
                            nader toe te lichten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan het voorstel doorzenden aan het college als niet de raad
                            maar het college bevoegd is over het voorstel te besluiten. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de raad het verzoek toewijst, stelt de raad tegelijkertijd vast
                            in welke raadsvergadering besluitvorming over het burgerinitiatief zal
                            plaatsvinden. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad kan besluiten om een burgerinitiatief voor advies voor te leggen
                            aan het college. Hij stelt daarbij een termijn vast waarbinnen dit
                            advies moet zijn uitgebracht. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Beraadslaging in de commissie en besluitvorming in de raad vindt in
                            ieder geval plaats binnen 10 weken nadat de raad heeft besloten om het
                            burgerinitiatief in behandeling te nemen. Deze termijn kan ten hoogste
                            eenmaal met vijf weken worden verlengd. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgerinitiatiefvoorstel een
                            besluit heeft genomen, wordt dit besluit bekendgemaakt door kennisgeving
                            van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een van
                            overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad,
                            dan wel op een andere geschikte wijze.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling
                            gedaan aan de initiatiefgerechtigde die het verzoek heeft
                            ingediend.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De raad stelt de initiatiefnemers binnen twee weken na de datum van de
                            raadsvergadering waarin besluitvorming over het burgerinitiatief heeft
                            plaatsgevonden schriftelijk in kennis van zijn besluit. Indien de raad
                            geheel of gedeeltelijk afwijkt van het burgerinitiatief geeft hij de
                            redenen daarvoor.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Indien de raad geheel of gedeeltelijk overeenkomstig het
                            burgerinitiatief besluit en het college verzoekt tot uitvoering, deelt
                            het college de initiatiefnemers binnen twee weken na de raadsvergadering
                            waarin besluitvorming over het burgerinitiatief heeft plaatsgevonden mee
                            wanneer de uitvoering van het raadsbesluit zal worden gestart en bij
                            welke medewerker van de gemeente de initiatiefnemers nadere inlichtingen
                            kunnen inwinnen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8:</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad evalueert de werking van het recht van burgerinitiatief in de
                            praktijk nadat vijf maal van dit recht gebruik is gemaakt maar in elk
                            geval voor 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de
                            eerstvolgende verkiezingen voor de raad plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De evaluatie betreft in elk geval de volgende aspecten:</al><lijst><li nr="a."><al>Het aantal keren dat een burgerinitiatiefvoorstel is
                                    ingediend;</al></li><li nr="b."><al>De toepassing van artikel 2, lid 2;</al></li><li nr="c."><al>Het bereik van het burgerinitiatiefvoorstel;</al></li><li nr="d."><al>Het onderwerp van het burgerinitiatiefvoorstel;</al></li><li nr="e."><al>De behandeling van het burgerinitiatiefvoorstel, waaronder in
                                    elk geval een beschrijving van de gevallen waarin dit tot een
                                    beleidswijziging heeft geleid. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>– Slotbepaling en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking de dag na bekendmaking ervan onder
                            gelijktijdige intrekking van de Verordening Burgerinitiatief gemeente
                            Oisterwijk 2007.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening Burgerinitiatief
                            gemeente Oisterwijk 2016.</al></lid></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de Verordening Burgerinitiatief gemeente Oisterwijk
                        2016</titel></kop><tussenkop>Definitie en doel</tussenkop><al>Met de verordening wordt de mogelijkheid geboden dat burgers eigen voorstellen
                    bij de raad indienen. Burgerinitiatieven zijn voorstellen die op de agenda van
                    de raad worden geplaatst, mits aan de procedurele en inhoudelijke vereisten is
                    voldaan. Er vindt vervolgens reguliere besluitvorming in de raad plaats. In de
                    verordening zijn de voorwaarden voor het burgerinitiatief vastgelegd. </al><al>Het burgerinitiatief is één van de instrumenten die (groepen) burgers de
                    mogelijkheid geven om zelf direct en gericht deel te nemen aan het bestuur. Uit
                    onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau blijkt een onverminderde en zelfs
                    een toenemende betrokkenheid van burgers bij maatschappelijke vraagstukken,
                    hoewel die betrokkenheid zich niet uit in een toename van de klassieke politieke
                    participatie. Burgers willen juist andere wegen bewandelen om deel te nemen aan
                    het bestuur van de samenleving. Het burgerinitiatief is één van de middelen om
                    tegemoet te komen aan de betrokkenheid van de burger.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>In deze bepalingen wordt gesproken over een “burgerinitiatiefvoorstel” voor de
                    aanduiding van het voorstel dat door een burger bij de gemeenteraad kan worden
                    ingediend. Burgers dienen daartoe een concreet voorstel op schrift te stellen.
                    Om burgers te ondersteunen bij het op schrift stellen van een
                    burgerinitiatiefvoorstel wordt door de gemeente (digitaal) een sjabloon
                    aangereikt waarmee het voorstel eenvoudig op schrift kan worden gesteld.
                    Eventuele verdere ondersteuning kan worden verricht door de griffie. Om fraude
                    te voorkomen, is het niet mogelijk het voorstel digitaal in te dienen.</al><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>Uit dit artikel volgt dat de gemeenteraad een burgerinitiatiefvoorstel op de
                    agenda van een raadsvergadering moet plaatsen, indien er sprake is van een
                    geldig verzoek, ingediend door een initiatiefgerechtigde. De gemeenteraad zal in
                    geval van een burgerinitiatief dus over het voorstel beraadslagen en vervolgens
                    (eventueel gewijzigd) aannemen of afwijzen. Van een geldig verzoek is sprake als
                    (a) het verzoek door het vereiste aantal initiatiefgerechtigden wordt
                    ondersteund, (b) het onderwerp van het burgerinitiatiefvoorstel niet in artikel
                    4 is uitgezonderd en (c) aan de in artikel 5 gestelde procedurele voorwaarden
                    wordt voldaan. In artikel 3 (zie hierna) wordt nader omschreven wanneer een
                    persoon initiatiefgerechtigd is.</al><al>Het burgerinitiatief biedt burgers de mogelijkheid om direct invloed uit te
                    oefenen op de agenda van de gemeenteraad. Het is daarom een inbreuk op het
                    uitgangspunt dat de raad zijn eigen agenda vaststelt. Dit is alleen
                    gerechtvaardigd als het burgerinitiatiefvoorstel ook daadwerkelijk door een
                    bepaald gedeelte van de bevolking wordt gedragen. De hoogte van de benodigde
                    steun is zo gekozen dat – zonder verhinderend te zijn – toch een zekere garantie
                    wordt geboden dat het desbetreffende verzoek gedragen wordt door een gedeelte
                    van de bevolking. Ter wille van de duidelijkheid wordt hier niet gesproken over
                    een percentage, maar van een absoluut aantal initiatiefgerechtigden die het
                    verzoek minimaal moeten ondersteunen. </al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>Vanuit de gedachte dat het burgerinitiatief een instrument is om burgers bij de
                    besluitvorming van de raad te betrekken en die te beïnvloeden, ligt het voor de
                    hand het initiatiefrecht toe te kennen aan kiesgerechtigden voor de
                    gemeenteraadsverkiezingen. Wie kiesgerechtigd is, is vastgelegd in artikel B 3
                    van de Kieswet. Om ook uitdrukkelijk jongeren op deze wijze bij de politiek te
                    betrekken wordt hier de categorie initiatiefgerechtigden uitgebreid door de
                    leeftijd ten opzichte van de kiesgerechtigde leeftijd te verlagen naar twaalf
                    jaar. Voor de toetsing of aan de vereisten voor initiatiefgerechtigdheid is
                    voldaan, lijkt het moment van indiening van het verzoek aangewezen. Het verzoek
                    vindt immers formeel op dit moment plaats. Om te kunnen onderzoeken of op dat
                    moment wordt voldaan aan de vereisten, zijn verschillende gegevens nodig. Welke
                    dat zijn wordt geregeld in artikel 5.</al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>Om aan burgerinitiatieven zo veel mogelijk ruimte te geven, is het aantal
                    uitgesloten onderwerpen zo klein mogelijk gehouden. Voor de behandeling van
                    klachten en bezwaren zijn procedures vastgelegd; het is niet wenselijk dat een
                    burgerinitiatief die procedures doorkruist. </al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>Omdat de burgemeester de voorzitter van de raad is, ligt het voor de hand om het
                    burger-initiatiefvoorstel bij hem te laten indienen. Aan het verzoek zal een
                    aantal minimumvereisten gesteld moeten worden. Het is uit praktische
                    overwegingen zoals uniformiteit, overzichtelijkheid en duidelijkheid raadzaam
                    indiening van een burgerinitiatiefvoorstel plaats te laten vinden door middel
                    van een standaardformulier voor burgerinitiatieven. Op dit formulier zal de
                    verzoeker naast het voorstel plus toelichting, in ieder geval zijn personalia en
                    die van zijn plaatsvervanger moeten aangeven. Ook de initiatiefgerechtigden die
                    het verzoek ondersteunen zullen uiteraard vermeld moeten worden. Om fraude met
                    namen te voorkomen kan naar personalia gevraagd worden als adressen en
                    geboortedata. Op grond van deze gegevens kan de gemeente onderzoeken of het
                    verzoek de steun van voldoende daartoe gerechtigde personen heeft. </al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>De voorzitter van de raad bevestigt de ontvangst en beoordeelt of het
                    initiatiefvoorstel aan de gestelde vereisten voldoet, zoals de
                    uitsluitingsgronden, voldoende handtekeningen, een gemotiveerd verzoek e.d. Als
                    het initiatiefvoorstel daar niet aan voldoet, is er een hersteltermijn bepaald
                    van vier weken. </al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>De burger moet erop kunnen vertrouwen dat de raad spoedig een besluit neemt over
                    de behandeling. Hierin voorziet het eerste lid. Verzoeken waarover de raad niet
                    bevoegd is, kan de raad doorzenden naar het college. Dat zal met name gebeuren
                    als het college wel bevoegd is. </al><al>Met het vierde tot en met zesde lid worden vooral waarborgen gecreëerd voor
                    transparantie bij de afhandeling van een burgerinitiatiefvoorstel door de raad.
                    Op grond van het negende lid wordt de verzoeker altijd schriftelijk meegedeeld
                    wat er met het ingediende voorstel gebeurt. Dat kan dus een mededeling dat het
                    verzoek wordt afgewezen of een inhoudelijk besluit zijn. Wordt het verzoek tot
                    plaatsing van het burgerinitiatiefvoorstel op de raadsagenda door de raad
                    afgewezen, dan is er sprake van een besluit in de zin van de Algemene wet
                    bestuursrecht waartegen bezwaar en beroep openstaan. Besluit de raad het
                    burgerinitiatiefvoorstel te agenderen, dan is er sprake van een
                    voorbereidingsbeslissing die niet vatbaar is voor bezwaar of beroep (artikel 6:3
                    Awb). </al><al>De raad heeft de mogelijkheid het college om advies te vragen; wel zijn de
                    termijnen zo gekozen dat de voortgang van het burgerinitiatief gewaarborgd
                    blijft. Ook is de inbreng van de initiatiefnemer geregeld in dit artikel. </al><al>Lid 10 van dit artikel zorgt ervoor dat er voor de initiatiefnemers na de
                    raadsbehandeling duidelijkheid gegeven wordt over het vervolgtraject en wie
                    daarbij het aanspreekpunt in de gemeentelijke organisatie is. Hiermee wordt
                    transparantie gewaarborgd. </al><tussenkop> Artikel 8</tussenkop><al>Om de goede werking van het instrument burgerinitiatief te toetsen, is een
                    artikel opgenomen dat de evaluatie ervan regelt. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>