<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR415991_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Richtlijnen Bijzondere Bijstand</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Eemnes</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Eemnes</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://Gemeenteblad">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Richtlijnen Bijzondere Bijstand</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005537&amp;artikel=4:81">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-02-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bijzondere bijstand</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Richtlijnen Bijzondere Bijstand</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al>Richtlijnen Bijzondere Bijstand</al><al/><al>1. Inleiding en uitgangspunten </al><al/><al>1.1. Inleiding </al><al>Tot 2015 waren gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet Werk
                        en Bijstand (WWB) en de daarin opgenomen mogelijkheden tot het verstrekken
                        van zowel individuele als categoriale bijzondere bijstand. In de huidige
                        richtlijnen bijzondere bijstand zijn de mogelijkheden tot het verstrekken
                        van individuele bijzondere bijstand opgenomen. De invulling en uitvoering
                        van het bijzondere bijstandsbeleid is aan het college van burgemeester en
                        wethouders. Het college heeft beleidsvrijheid bij de vaststelling van de
                        draagkracht en de draagkrachtperiode van de belanghebbende, en tot op zekere
                        hoogte bij de bepaling van de inhoud van het bijzondere bijstandsbeleid. In
                        deze notitie wordt uitgewerkt hoe de Intergemeentelijke afdeling sociale
                        zaken Huizen, Blaricum, Eemnes en Laren invulling geeft aan haar
                        beleidsvrijheid ten aanzien van het verstrekken van individuele bijzondere
                        bijstand. De regelingen in het kader van het minimabeleid, zoals categoriale
                        bijzondere bijstand, zijn niet opgenomen in de huidige richtlijnen.</al><al>Door de nieuwe Wet maatregelen Wet werk en bijstand aanpassingen in de WWB,
                        wordt de WWB per 1 januari 2015 opgenomen in de Participatiewet en worden
                        nagenoeg alle categoriale regelingen afgeschaft en waar nodig omgezet in
                        verstrekkingen op basis van individuele bijzondere bijstand. De huidige
                        richtlijnen moeten hierop worden aangepast.</al><al>1.2. Beleidsuitgangspunten </al><al>Bij de ontwikkeling van het bijzondere bijstandsbeleid spelen de volgende
                        uitgangspunten een rol.</al><al/><lijst><li nr=""><al>Geen strijd met rijksinkomensbeleid</al></li></lijst><al>Bij het verlenen van bijzondere bijstand blijft het uitgangspunt dat de
                        verstrekking niet strijdig mag zijn met het rijksinkomensbeleid. Hierbij
                        dient overigens wel rekening te worden gehouden met het feit dat de gemeente
                        in bepaalde opzichten bevoegd is om zich te begeven op het terrein van het
                        inkomensbeleid (hoogte en duur draagkracht, wel of geen drempelbedrag,
                        gedeeltelijke vrijheid bij de invulling van het pakket, wel of geen
                        categoriaal beleid voor 65-plussers, chronisch zieken en gehandicapten
                        e.d.).</al><al/><lijst><li nr=""><al>Geen bijstand voor niet noodzakelijke kosten.</al></li></lijst><al>Artikel 14 WWB somt een aantal posten op, die in elk geval niet worden
                        gerekend tot de noodzakelijke kosten van het bestaan. Bijstandsverlening is
                        dan niet mogelijk. Het gaat hier onder meer om kosten van medische
                        behandelingen en verrichtingen die gerekend kunnen worden tot de
                        ontwikkelingsgeneeskunde, alimentatieverplichtingen, geleden of toegebrachte
                        schade, vrijwillige premiebetaling in het kader van een publiekrechtelijke
                        verzekering en de betaling van een boete.</al><al/><lijst><li nr=""><al>Het bijzondere bijstandsbeleid mag het beleid van voorliggende
                                voorzieningen niet doorkruisen. </al></li></lijst><al>De bijzondere bijstand in het kader van de WWB mag het beleid wat gevoerd
                        wordt bij voorliggende voorzieningen niet doorkruisen (onder voorliggende
                        voorziening wordt verstaan: elke voorziening buiten deze wet waarop de
                        persoon of het gezin aanspraak kan maken, dan wel een beroep kan doen, ter
                        verwerving van middelen of ter bekostiging van specifieke uitgaven).</al><al/><lijst><li nr=""><al>Bijzondere bijstand staat open voor alle minima</al></li></lijst><al>Bijzondere bijstand is niet voorbehouden aan personen met een
                        bijstandsuitkering voor levensonderhoud. Ook degene, die beschikt over een
                        ander inkomen (bijvoorbeeld inkomen uit arbeid, alimentatie, uitkering van
                        het UWV kan een beroep op bijzondere bijstand doen, als dat inkomen niet
                        toereikend is om bepaalde bijzondere noodzakelijke kosten te voldoen.</al><al/><lijst><li nr=""><al>Het bijzondere bijstandsbeleid moet betaalbaar, laagdrempelig en
                                efficiënt zijn.</al></li></lijst><al>Met ingang van 2004 zijn gemeenten volledig financieel verantwoordelijk voor
                        de bijstand. </al><al>Binnen de wettelijke mogelijkheden moet het bijzondere bijstandsbeleid het
                        huidige niveau behouden. Het indienen van een aanvraag moet eenvoudig en
                        laagdrempelig zijn. </al><al/><lijst><li nr=""><al>Individualiseringsprincipe</al></li></lijst><al>Naast bovengenoemde uitgangspunten geldt uiteraard het
                        individualiseringsprincipe van de WWB. Dit is geregeld in artikel 18 lid 1
                        van de Participatiewet. Dit betekent dat het college de bijstand en de
                        daaraan verbonden verplichtingen dienen af te stemmen op de omstandigheden,
                        mogelijkheden en middelen van de belanghebbende(n). Het kan dus voorkomen
                        dat de algemene richtlijnen moeten wijken voor individualisering als de
                        omstandigheden, mogelijkheden en middelen van persoon en/of gezin daartoe
                        aanleiding geven.</al><al/><al>2. Algemeen </al><al>2.1. Begripsbepaling </al><al>In deze beleidsregels wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>het college: het college van Burgemeester en Wethouders van de
                                gemeente Huizen, Blaricum, Eemnes en Laren;</al></li><li nr="2."><al>Participatiewet: vervangt per 1 januari 2015 de WWB, de Wsw en een
                                groot deel van de Wajong.</al></li><li nr="3."><al>algemene bijstand: bijstand, die wordt verstrekt voor de algemeen
                                noodzakelijke kosten van het bestaan, zoals kosten van
                                levensonderhoud, die uit het inkomen moeten worden voldaan;</al></li><li nr="4."><al>de bijzondere bijstand (artikel 35 van de Participatiewet): bijstand
                                die bestemd is voor de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende
                                noodzakelijke kosten van bestaan, die niet kunnen worden voldaan uit
                                het inkomen, de toepasselijke bijstandsnorm of inkomensvoorziening
                                en/of uit het aanwezige vermogen;</al></li><li nr="5."><al>de bijstandsnorm: norm zoals bedoeld in artikel 5 lid c van de
                                Participatiewet;</al></li><li nr="6."><al>de individuele inkomenstoeslag: de toeslag zoals bedoeld in artikel
                                36 van de Participatiewet;</al></li><li nr="7."><al>de voorliggende voorziening: een voorziening die naar aard en doel
                                geacht wordt passend te zijn voor een belanghebbende, waardoor geen
                                recht op bijzondere bijstand bestaat;</al></li><li nr="8."><al>de woonkosten bij een huurwoning: de per maand geldende rekenhuur
                                als omschreven in artikel 5, van de Wet op de huurtoeslag;</al></li><li nr="9."><al>de woonkosten bij een koopwoning: de kosten die de eigenaar
                                verschuldigd is voor: de hypotheekrente, de premie voor
                                opstalverzekering, het eigenaargedeelte van de onroerend zaak
                                belasting, de omslagheffing voor huiseigenaren (de
                                waterschapslasten), een vast bedrag voor kosten van groot onderhoud
                                en ingrijpende reparaties. Deze kosten worden conform het
                                budgethandboek NIBUD vastgesteld. Het gaat om onderhoud woning en
                                onderhoud CV-installatie;</al></li><li nr="10."><al>de Wlz: de Wet langdurige zorg (Wlz);</al></li><li nr="11."><al>de Wmo: de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo);</al></li><li nr="12."><al>de Zvw: de Zorgverzekeringswet (Zvw); </al></li><li nr="13."><al>de WSNP: de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP);</al></li><li nr="14."><al>het NIBUD: Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD);</al></li><li nr="15."><al>de WSF: de Wet Studiefinanciering (WSF);</al></li><li nr="16."><al>de WTOS: de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
                                (WTOS).</al></li></lijst><al>2.2. Wettelijke bepalingen </al><al>Bij beoordeling van een aanvraag voor bijzondere bijstand zal het college
                        zich steeds de volgende vier vragen moeten stellen. Als het antwoord op een
                        vraag negatief is, wordt de volgende vraag niet beantwoord, omdat er geen
                        sprake kan zijn van bijzondere bijstandsverlening.</al><al/><lijst><li nr="1."><al>Doen de kosten zich voor? Wil een belanghebbende in aanmerking
                                kunnen komen voor bijzondere bijstand voor bepaalde kosten dan zal
                                hij om te beginnen de gestelde kosten ook daadwerkelijk moeten
                                hebben. Indien de kosten niet daadwerkelijk gemaakt worden, is er
                                geen verlening van bijzondere bijstand mogelijk.</al></li><li nr="2."><al>Zijn de kosten in het individuele geval noodzakelijk? Uitgaande van
                                het maatwerkprincipe past het dat het college slechts bijzondere
                                bijstand verleent aan personen bij wie is vastgesteld dat de
                                betreffende kosten in het voorliggende individuele geval ook
                                daadwerkelijk noodzakelijk zijn. Er dient dus altijd een toetsing
                                aan de omstandigheden van het individuele geval plaats te
                                vinden</al></li><li nr="3."><al>Vloeien de kosten voort uit bijzondere individuele omstandigheden?
                                Er bestaat alleen recht op bijzondere bijstand indien er sprake is
                                van bijzondere omstandigheden in het individuele geval. Dit betekent
                                dus, dat niet de eisen van de samenleving in relatie tot de aard van
                                de kosten bepalend zijn, maar de omstandigheden in het individuele
                                geval. Het is alleen van belang of zich in het concrete geval
                                bijzondere omstandigheden voordoen die de kosten noodzakelijk maken.
                                Zo ja, dan bestaat er mogelijk recht op bijzondere bijstand</al></li><li nr="4."><al>Kunnen de kosten worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele
                                inkomenstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer
                                bedraagt dan de bijstandsnorm? Aan de bijstand ligt het uitgangspunt
                                ten grondslag dat het normbedrag, dat is bedoeld voor de in de
                                algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan met inbegrip van de
                                component reservering, in beginsel toereikend is. De algemene
                                bijstand is dus een uitkering voor levensonderhoud die als het ware
                                is opgebouwd uit een aantal deeluitkeringen: een voor woonkosten,
                                een voor kleding, een voor voedsel, etc. Er bestaat alleen recht op
                                bijzondere bijstand wanneer een van de deeluitkeringen van de
                                algemene bijstand niet in de specifieke (meer)kosten voorziet.</al><al/></li></lijst><al>2.3. Drempelbedrag, inkomen, vermogen en draagkracht 1.3.1. Drempelbedrag </al><al>Op grond van artikel 35 lid 2 van de Participatiewet kan de gemeente per
                        twaalf maanden een drempelbedrag hanteren voordat een aanvraag voor
                        bijzondere bijstand kan worden ingediend.</al><al>Bij de verlening van bijzondere bijstand hanteert Sociale Zaken HBEL geen
                        drempelbedrag. </al><al>De redenen hiervoor zijn:</al><al>bij andere instanties wordt vaak ook al een eigen bijdrage gevraagd;</al><al>de psychologische barrière om bijzondere bijstand aan te vragen wordt
                        verkleind;</al><al>de duidelijkheid naar de belanghebbende wordt vergroot;</al><al>de bijzondere bijstand is de laatste voorziening welke voor belanghebbende
                        openstaat</al><al>vermindering bureaucratie en administratieve afhandelingen.</al><al>2.3.2. Inkomen </al><lijst><li nr="1."><al>De inkomenscomponenten, die op grond van artikel 32 van de
                                Participatiewet tot het inkomen worden gerekend, worden ook in het
                                kader van de bijzondere bijstand als inkomen aangemerkt, echter
                                exclusief vakantiegeld. De inkomenscomponenten waarover vakantiegeld
                                wordt uitbetaald, worden verhoogd met het vakantiegeldpercentage,
                                dat wordt toegepast voor de bijstand (percentage van artikel 19 lid
                                3 van de Participatiewet).</al></li><li nr="2."><al>De peildatum van het inkomen is de maand waarin de oudste kosten
                                zijn gemaakt.</al></li><li nr="3."><al>Het inkomen van een zelfstandige is de jaarwinst verminderd met 23%
                                (peildatum 1 januari). De jaarwinst wordt vastgesteld aan de hand
                                van het jaarverslag van het boekjaar voorafgaande aan de peildatum.
                            </al></li></lijst><al>2.3.3. Vermogen </al><lijst><li nr="1."><al>Het vermogen wordt op dezelfde manier vastgesteld als bij de
                                algemene bijstand.</al></li><li nr="2."><al>Het vermogen wordt vastgesteld per de eerste dag van de maand waarin
                                de oudste kosten zijn gemaakt. Dat betekent dat het vermogen bij een
                                aanvraag voor bijzondere bijstand afzonderlijk van de
                                vermogensvaststelling in het kader van de algemene bijstand wordt
                                vastgesteld. De reden hiervoor is, dat een eerder vastgestelde
                                vermogenspositie kan zijn gewijzigd.</al></li><li nr="3."><al>Er geldt een extra vermogensvrijlating (zie financieel besluit)
                                indien er sprake is van uitvaartreservering, mits het geld is
                                vastgezet ten behoeve van de uitvaart en niet eerder opneembaar is.
                                Deze vrijlating geldt alleen als er geen uitvaartverzekering is
                                afgesloten. Is een uitvaartverzekering afgesloten tegen een (veel)
                                lager bedrag, dan kan een bedrag worden vrijgelaten tot het verschil
                                van de verzekeringsdekking en de maximale extra
                                vermogensvrijlating.</al></li><li nr="4."><al>Een auto, waarvan de waarde niet hoger is dan € 3.630,24 wordt
                                vrijgelaten. De ANWB/BOVAG lijst wordt hiervoor gehanteerd, waarbij
                                de laagste waarde (inkoop garagebedrijf) wordt genomen. De staat van
                                de auto, bijv. schadevrij, kilometrage e.d. zijn daarbij van belang.
                                Indien er sprake is van een afwijkende staat (bijv. schade, een hoog
                                kilometrage) dan kan de waarde opgevraagd worden bij een
                                garage.</al></li></lijst><al>2.3.4. Draagkracht </al><lijst><li nr="1."><al>De draagkracht bestaat uit draagkracht uit vermogen en draagkracht
                                uit inkomen.</al></li><li nr="2."><al>Bijzondere bijstand wordt verstrekt onder aftrek van de draagkracht.
                            </al></li><li nr="3."><al>Eerst wordt gekeken of er draagkracht uit vermogen is, daarna naar
                                draagkracht uit inkomen.</al></li></lijst><al>2.3.5. Draagkracht uit inkomen </al><lijst><li nr="1."><al>Als een belanghebbende beschikt over een inkomen, dat hoger is dan
                                de toepasselijke bijstandsnorm, dan is er draagkracht. Deze
                                draagkracht uit inkomen bestaat uit het gedeelte van het inkomen,
                                dat hoger is dan de toepasselijke bijstandsnorm verminderd met
                                buitengewone uitgaven.</al></li><li nr="2."><al>Het inkomen kan worden verminderd in verband met buitengewone
                                uitgaven. Er kan slechts van buitengewone uitgaven sprake zijn voor
                                zover voor die uitgaven geen tegemoetkoming wordt verleend. Als
                                buitengewone uitgaven die van invloed zijn op het inkomen (voordat
                                een draagkrachtpercentage wordt toegepast), worden de volgende
                                kosten aangemerkt:</al><lijst><li nr="1."><al>woonkosten, tot het verschil tussen de maximaal mogelijke
                                        huurtoeslag op basis van een inkomen op bijstandsniveau en
                                        de feitelijk ontvangen huurtoeslag; </al></li><li nr="2."><al>voor eigen rekening blijvende reiskosten woon-werkverkeer;
                                    </al></li><li nr="3."><al>formeel verschuldigde en betaalde alimentatie en
                                        onderhoudsbijdragen</al></li><li nr="4."><al>de toegepaste draagkracht bij de gemeentelijke belastingen
                                    </al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="3."><al/><lijst><li nr="1."><al>Voor de vaststelling van de draagkracht wordt het inkomen
                                        dat meer bedraagt dan 110% van de van toepassing zijnde
                                        bijstandsnorm in aanmerking genomen en als draagkracht
                                        vastgesteld.</al></li><li nr="2."><al>Van het inkomen boven de bijstandsnorm (draagkrachtinkomen)
                                        wordt 100% in aanmerking genomen indien het kosten betreft
                                        van:</al><lijst><li nr="1."><al>duurzame gebruiksgoederen;</al></li><li nr="2."><al>levensonderhoud van jongeren van 18, 19 of 20
                                                jaar;</al></li><li nr="3."><al>arbeidsongeschiktheidsverzekering;</al></li><li nr="4."><al>woonlasten;</al></li><li nr="5."><al>schuldsanering;</al></li><li nr="6."><al>verhuizing;</al></li><li nr="7."><al>woninginrichting;</al></li><li nr="8."><al>uitvaart</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><al>2.3.6. Draagkracht uit vermogen </al><lijst><li nr="1."><al>Als een belanghebbende beschikt over een vermogen, hoger dan de vrij
                                te laten vermogensgrens, dan is er draagkracht.</al></li><li nr="2."><al>Van het vermogen wordt 100% in aanmerking genomen indien het kosten
                                betreft van:</al><lijst><li nr="1."><al>duurzame gebruiksgoederen.</al></li><li nr="2."><al>schuldsanering;</al></li><li nr="3."><al>verhuizing;</al></li><li nr="4."><al>woninginrichting;</al></li><li nr="5."><al>kosten crematie/uitvaart</al></li></lijst></li></lijst><al>2.3.7. Draagkrachtperiode </al><lijst><li nr="1."><al>De draagkrachtperiode gaat in op eerste dag van de maand waarin de
                                oudste kosten zijn gemaakt.</al></li><li nr="2."><al>Indien de aanvraag betrekking heeft op nog te maken kosten, wordt
                                het inkomen en vermogen vastgesteld per de eerste dag van de maand
                                waarin de aanvraag is gedaan. </al></li><li nr="3."><al>De draagkracht wordt voor personen jonger dan de pensioengerechtigde
                                leeftijd telkens voor een periode van één jaar vastgesteld,
                                beginnende op de eerste dag van de maand waarin de kosten gemaakt
                                zijn.</al></li><li nr="4."><al>De draagkracht wordt voor personen vanaf de pensioengerechtigde
                                leeftijd en ouder telkens voor een periode van drie jaar
                                vastgesteld, beginnende op de eerste dag van de maand waarin de
                                kosten gemaakt zijn.</al></li><li nr="5."><al>Indien één persoon jonger is dan de pensioengerechtigde leeftijd en
                                één ouder dient gekeken te worden naar het soort inkomen. Wanneer
                                hierin nog wijzigingen worden verwacht, dient de draagkracht voor
                                één jaar te worden vastgesteld.</al></li><li nr="6."><al>Bij elke volgende aanvraag binnen het draagkrachtjaar wordt rekening
                                gehouden met de vastgestelde jaardraagkracht; de vastgestelde
                                (resterende) draagkracht blijft dus gelden.</al></li><li nr="7."><al>In afwijking van het zesde lid kan in bijzondere situaties, waarin
                                een jaardraagkracht onrechtvaardig werkt, de draagkracht voor een
                                afwijkende periode worden vastgesteld. De aanvangsdatum van de
                                draagkrachtperiode kan op een andere dag bepaald worden, indien de
                                omstandigheden dat vragen. </al></li><li nr="8."><al>In afwijking van het zesde lid wordt de draagkracht in het
                                vastgestelde draagkrachtjaar gewijzigd als het inkomen met meer dan
                                10% daalt of stijgt. </al></li></lijst><al>2.4. Aanvraag </al><lijst><li nr="1."><al>Aanvragen voor bijzondere bijstand kunnen worden ingediend tot en
                                met één jaar na het moment waarop de kosten zijn gemaakt.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van lid 1 moet in de volgende gevallen bijzondere
                                bijstand worden aangevraagd voordat de kosten zijn gemaakt. </al><lijst><li nr="1."><al>verhuis- en woninginrichtingskosten</al></li><li nr="2."><al>eenmalige en/of periodieke kosten die hoger zijn dan € 500,-
                                        per jaar</al></li></lijst></li></lijst><al>2.5. De wijze van verstrekken </al><lijst><li nr="1."><al>De bijzondere bijstand wordt in beginsel “om niet” (zonder
                                terugbetaalverplichting)verstrekt. </al></li><li nr="2."><al>In afwijking van lid 1 wordt bijzondere bijstand in de volgende
                                gevallen verleend in de vorm van een geldlening of borgtocht
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het bijstand voor de kosten van noodzakelijke duurzame
                                        gebruiksgoederen betreft;</al></li><li nr="b."><al>redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belanghebbende
                                        op korte termijn over voldoende middelen zal beschikken om
                                        over de betreffende periode in de noodzakelijke kosten van
                                        het bestaan te voorzien;</al></li><li nr="c."><al>de noodzaak tot bijstandsverlening het gevolg is van een
                                        tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de
                                        voorziening in het bestaan;</al></li><li nr="d."><al>de aanvraag een door de belanghebbende te betalen
                                        waarborgsom betreft;</al></li><li nr="e."><al>het bijstand ter gedeeltelijke of volledige aflossing van
                                        een schuldenlast betreft.</al></li><li nr="f."><al>als het een zelfstandige als bedoeld in het Bbz betreft, die
                                        een uitkering ontvangt op grond van het Bbz</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>De bijstand die in de vorm van een renteloze geldlening wordt
                                verleend, moet worden terugbetaald.</al></li><li nr="4."><al>De aflossingstermijn van een renteloze geldlening wordt vastgesteld
                                op drie jaar. Indien er na maximaal 36 maanden nog een restant
                                bestaat, dan wordt dit omgezet in bijstand om niet. Belanghebbende
                                moet dan wel aan de voorwaarde voldaan hebben, dat hij de
                                vastgestelde maandelijkse aflossingsbedragen volledig heeft
                                betaald.</al></li><li nr="5."><al>Van lid 4 kan worden afgeweken als blijkt dat:</al></li></lijst><al> a. belanghebbende op korte termijn een aanzienlijk hoger bedrag kan
                        aflossen; of</al><al> b. belanghebbende in de eerste drie jaar nalatig is geweest met het
                        aflossen van de geldlening; of</al><al> c. belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor
                        de voorziening in het bestaan kan worden verweten met betrekking tot het
                        ontstaan of voortduren van de situatie welke tot het verstrekken van
                        bijstand in de vorm van een geldlening heeft geleid. De looptijd wordt in
                        dit geval langer aangezien belanghebbende het volledige bedrag moet
                        aflossen.</al><lijst><li nr="6."><al>De hoogte van de aflossing van de renteloze lening bedraagt 6% van
                                de van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief
                                vakantietoeslag.</al></li></lijst><al>2.6. Uitbetaling </al><al>De individuele bijzondere bijstand kan alleen worden verleend voor
                        daadwerkelijk gemaakte kosten, waarvoor betalingsbewijzen moeten worden
                        overgelegd. Als het betalingsbewijs geen factuur betreft, moet de factuur
                        alsnog achteraf worden overgelegd.</al><al>2.7. Terugvordering </al><al>De bepalingen betreffende terugvordering zijn van overeenkomstige toepassing
                        op de bijzondere bijstand (artikel 58 Participatiewet).</al><al/><al>3. Kosten van algemene aard </al><al/><al>3.1. Bijzondere bijstand voor jongmeerderjarigen </al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Een belanghebbende van 18, 19 of 20 jaar heeft slechts recht op bijzondere
                        bijstand voor zover de noodzakelijke kosten van het bestaan van de
                        belanghebbende uitgaan boven de bijstandsnorm en voor deze kosten geen
                        beroep kan worden gedaan op de ouders, omdat:</al><lijst><li nr="-"><al>de middelen van de ouders daartoe niet toereikend zijn; of</al></li><li nr="-"><al>de belanghebbende redelijkerwijs het onderhoudsrecht jegens zijn
                                ouders niet te gelde kan maken.</al></li></lijst><al/><al><vet>Voorwaarden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Van noodzakelijke bestaanskosten, die de bijstandsnorm te boven
                                gaan, kan uitsluitend sprake zijn ingeval de belanghebbende
                                zelfstandige huisvesting heeft én zelfstandige huisvesting
                                noodzakelijk is.</al></li><li nr="2."><al>De hoogte van de bijzondere bijstand wordt vastgesteld op het
                                verschil tussen de norm voor een belanghebbende van 21 jaar in
                                vergelijkbare omstandigheden, en de toepasselijke bijstandsnorm voor
                                een 18,19 en 20 jarige, waar afwijking in het individuele geval
                                mogelijk blijft.</al><al/></li></lijst><al>3.2. Toeslag voor alleenstaanden met inwonend, niet meer ten laste komend
                        kind </al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Indien bij een alleenstaande ouder, het laatste in de gezinsbijstand
                        begrepen kind niet meer ten laste van de ouder komt, is op deze ouder het
                        bijstandsnormbedrag van een alleenstaande van toepassing.</al><al>Deze situatie kan ontstaan doordat het kind de leeftijd van 18 jaar bereikt
                        of doordat het kind studiefinanciering of inkomsten vanuit werk
                        ontvangt.</al><al>Om de overgang naar de andere norm soepel te laten verlopen kan de gemeente,
                        indien er hogere kosten dienen te worden gemaakt, de bijstand tijdelijk
                        daarop afstemmen door een aanvulling met bijzondere bijstand.</al><al/><al><vet>Voorwaarden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De toeslag wordt verleend op voorwaarde dat er een inwonend kind is
                                van 18 jaar tot 21 jaar.</al></li><li nr="2."><al>De inkomsten van de ouder en de inwonende meerderjarige kinderen
                                moeten samen minder bedragen dan de van toepassing zijnde
                                bijstandsnorm voor gehuwden. </al></li><li nr="3."><al>De toeslag wordt verleend voor maximaal één jaar, </al></li></lijst><al/><al>4. Woonkosten </al><al/><al>4.1. Woonkostentoeslag </al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>De toeslag op grond van de Wet op de huurtoeslag wordt gebaseerd op het
                        actuele inkomen. Indien gedurende het jaar inkomensveranderingen optreden,
                        kan de huurtoeslag tussentijds worden aangepast. Ook andere mutaties die van
                        invloed zijn op de huurtoeslag zoals hoogte van de huur en
                        gezinssamenstelling kunnen tussentijds worden gewijzigd. In veel situaties
                        is het daarom niet meer noodzakelijk om een woonkostentoeslag te
                        verstrekken.</al><al>Woonkostentoeslag kan worden verstrekt bij een koopwoning, bijvoorbeeld
                        indien er sprake is van een dusdanige verlaging van het inkomen dat de
                        woonkosten niet meer (volledig) vanuit dit inkomen betaald kunnen
                        worden.</al><al/><al>4.1.1. Woonkostentoeslag bij een huurwoning </al><al><vet>Voorwaarden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien de woonkosten van een huurwoning het bedrag genoemd in
                                artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag te boven gaan kan bijzondere
                                bijstand worden verleend indien door verandering in inkomsten of een
                                veranderde situatie wat betreft inwonenden de woonkosten niet zelf
                                meer volledig kunnen worden voldaan. </al></li><li nr="2."><al>De woonkostentoeslag als bedoeld in lid 1 wordt in beginsel verleend
                                voor de duur van maximaal zes maanden. Deze periode kan worden
                                verlengd - indien en voor zover - bijzondere individuele
                                omstandigheden daartoe noodzaken en belanghebbende voldoet aan de
                                voorwaarden genoemd in lid 3. De maximum termijn waarover een
                                woonkostentoeslag verleend kan worden bedraagt (zeer bijzondere
                                gevallen daargelaten) twee jaar.</al></li><li nr="3."><al>Aan de woonkostentoeslag wordt met toepassing van artikel 55 van de
                                Participatiewet de voorwaarde verbonden dat de belanghebbende naar
                                vermogen probeert een goedkopere woonruimte te vinden
                                (verhuisplicht), waarvan de huur in overeenstemming is met zijn
                                inkomen. Belanghebbende dient woonruimte te zoeken binnen een straal
                                van 30 kilometer van zijn huidige woning. Van zijn inspanningen
                                dient de belanghebbende bewijsstukken te overleggen.</al></li><li nr="4."><al>De hoogte van de woonkostentoeslag wordt berekend op dezelfde manier
                                als de huurtoeslag. </al></li><li nr="5."><al>Voor het gedeelte van de huur boven de huurgrens wordt 100%
                                woonkostentoeslag toegekend.</al></li><li nr="6."><al>In afwijking van lid 3 geldt de verhuisplicht niet voor
                                zelfstandigen die gedurende korte tijd een beroep doen op het
                                besluit bijstandsverlening zelfstandigen met als doel een doorstart
                                te maken. De verhuisplicht geldt wel voor zelfstandigen die hun
                                bedrijf beëindigen of waar anderszins te verwachten is dat het
                                beroep op woonkostentoeslag voortduurt.</al></li></lijst><al>4.1.2. Woonkostentoeslag bij een koopwoning </al><al><vet>Voorwaarden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Aan een belanghebbende die een eigen woning bezit, die tevens door
                                hem wordt bewoond en waarvan de hoogte van de woonkosten gelet op
                                artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag geen belemmering vormt voor
                                toekenning van de huurtoeslag wordt een woonkostentoeslag verstrekt.
                            </al></li><li nr="2."><al>De woonkostentoeslag is gelijk aan het bedrag van de huurtoeslag die
                                de belanghebbende gelet op zijn leefomstandigheden en financiële
                                situatie op grond van de Wet op de huurtoeslag voor woonkosten per
                                maand zou ontvangen.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>Indien de woonkosten van de koopwoning het bedrag genoemd in artikel
                                13 van de Wet op de huurtoeslag te boven gaan is verlening van
                                bijzondere bijstand mogelijk, voor zover door een wijziging in
                                inkomsten of een gewijzigde situatie wat betreft inwoning de
                                woonkosten niet zelf meer volledig kunnen worden voldaan.</al></li><li nr="4."><al>De woonkostentoeslag wordt verstrekt voor een periode van maximaal
                                zes maanden. Deze periode kan worden verlengd - indien en voor zover
                                - bijzondere individuele omstandigheden daartoe noodzaken en
                                belanghebbende voldoet aan de voorwaarden genoemd in lid 5. De
                                maximum termijn waarover een woonkostentoeslag verleend kan worden
                                bedraagt (zeer bijzondere gevallen daargelaten) twee jaar.</al></li><li nr="5."><al>Aan de woonkostentoeslag wordt met toepassing van artikel 55 van de
                                Participatiewet, de voorwaarde verbonden dat de belanghebbende naar
                                vermogen probeert een goedkopere woonruimte te vinden
                                (verhuisplicht), waarvan de huur in overeenstemming is met zijn
                                inkomen. belanghebbende dient woonruimte te zoeken binnen een straal
                                van 30 kilometer van zijn huidige woning. Van zijn inspanningen
                                dient de belanghebbende bewijsstukken te overleggen.</al></li><li nr="6."><al>De hoogte van de woonkostentoeslag wordt berekend op dezelfde manier
                                als de huurtoeslag.</al></li><li nr="7."><al>Voor het gedeelte van de woonkosten boven de huurgrens wordt 100%
                                woonkostentoeslag toegekend.</al></li></lijst><al/><al>5. Kosten van medische aard 1.1. Ziektekostenverzekering </al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Op 1 januari 2006 is de Zorgverzekeringswet (Zvw) ingevoerd. De Zvw
                        verplicht iedere inwoner van Nederland een zorgverzekering
                        (basisverzekering) af te sluiten. </al><al>De Zorgverzekeringswet (Zvw) (met het Besluit Zorgverzekering en de Regeling
                        Zorgverzekering) is een passende en toereikende voorliggende voorziening
                        voor medische behandelingen, medicijnen en hulpmiddelen. Jaarlijks wordt
                        door de minister van Volksgezondheid vastgesteld welke zorg noodzakelijk is,
                        welke medicijnen voorgeschreven kunnen worden en welke hulpmiddelen tot de
                        noodzakelijke zorg horen. Al deze noodzakelijke zorg wordt opgenomen in de
                        basisverzekering. De Zorgverzekeraars die de Zorgverzekeringswet uitvoeren
                        hebben hier geen eigen beleidsvrijheid in. Als noodzakelijke zorg geweigerd
                        wordt, staat de mogelijkheid van bezwaar en beroep open.</al><al>Op grond van art. 15 eerste lid van de Participatiewet bestaat er geen recht
                        op bijstand voor kosten die onder de werking van deze en de hieronder
                        beschreven voorliggende voorzieningen vallen.</al><al/><al>Naast de basisverzekering zijn er aanvullende verzekeringen. Dit is geen
                        wettelijke voorliggende voorziening, maar een particuliere verzekering voor
                        kosten waarin mensen zelf horen te voorzien. Het wordt verwacht van mensen
                        dat ze zich aanvullend verzekeren. </al><al/><al>Het beleid ten aanzien van de volksgezondheid wijzigt regelmatig. De
                        stelregel is dat alleen kosten die in de basisverzekering zijn opgenomen
                        noodzakelijk zijn. Kosten die buiten de basisverzekering gelaten worden zijn
                        uit het oogpunt van de volksgezondheid niet noodzakelijk. </al><al/><al>De Wet langdurige zorg (Wlz) voorziet in permanente verpleegzorg. </al><al>Deze voorziening is passend en toereikend voor de zorg die samenhangt met
                        opname in een verzorg- of verpleeghuis. </al><al>De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voorziet in
                        vervoersvoorzieningen, woonvoorzieningen en huishoudelijke hulp. Deze wet is
                        passend en toereikend omdat het uitgaat van de compensatieplicht. Als deze
                        plicht voor de gemeente niet aanwezig is een bepaalde situatie dan is
                        bijzondere bijstand uitgesloten.</al><al>De Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) biedt alle benodigde
                        voorzieningen aan gehandicapten om werken mogelijk te maken.</al><al/><al>Al deze regelingen samen vormen een passend en toereikend systeem voor de
                        noodzakelijke gezondheidszorg. Bijstandsverlening voor medische kosten zal
                        dan ook maar zelden nodig zijn omdat de kosten die buiten deze regelingen
                        zijn gelaten niet noodzakelijk worden geacht. </al><al/><al>5.2. Premies en eigen risico ziektekostenverzekering </al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Voor de ziektekostenverzekering dient maandelijks een premie te worden
                        betaald. Tevens is in de Zorgverzekeringswet (Zvw) een verplicht eigen
                        risico opgenomen. Hier is sprake van een algemene maatregel, die geldt voor
                        alle verzekerden. Daarnaast is het mogelijk een vrijwillig eigen risico af
                        te sluiten. Hierdoor wordt er een lagere premie betaald.</al><al/><al><vet>Voorwaarden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De nominale premie behoort tot de normale algemene bestaanskosten.
                                Er wordt ervan uitgegaan dat de bijstandsnorm en zorgtoeslag
                                voldoende is om de nominale premie te betalen. Het is niet mogelijk
                                voor deze premie bijzondere bijstand te verlenen.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>Er kan geen bijzondere bijstand worden verleend voor het verplichte
                                eigen risico. Alleen en voor zover er sprake is van zeer dringende
                                redenen als bedoeld in de Participatiewet kan een uitzondering
                                worden gemaakt. Het feit dan men niet in één keer het eigen risico
                                kan betalen vormt geen zeer dringende omstandigheid. </al></li><li nr="3."><al>Er kan geen bijzondere bijstand worden verleend voor het vrijwillige
                                eigen risico. Belanghebbende neemt hiervoor zelf het risico, dit
                                risico kan niet worden afgewenteld op de gemeente.</al><al/></li></lijst><al>5.3. Vergoeding van medische kosten </al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>In grote lijnen zijn medische voorzieningen te onderscheiden in:</al><lijst><li nr="1."><al>farmaceutische en geneeskundige hulp</al></li><li nr="2."><al>verpleging/verzorging en revalidatie</al></li><li nr="3."><al>overige hulp en verstrekkingen</al></li><li nr="4."><al>hulpmiddelen kort- en langdurig</al></li><li nr="5."><al>leef -, woon- en inkomensondersteunende voorzieningen.</al></li></lijst><al>Veel van deze zaken worden (gedeeltelijk) vergoed via verschillende
                        wettelijke regelingen, zoals de Zorgverzekeringswet, de Wlz en de Wmo.
                        Indien er sprake is van een kostensoort die vergoed kan worden via
                        bovengenoemde regelingen is er sprake van een voorliggende voorziening.</al><al/><al>5.3.1. Andere verzekeraars dan CZM (Collectieve Zorgverzekering Minima) </al><lijst><li nr="1."><al>Indien tot vergoeding van noodzakelijke ziektekosten vanuit de
                                bijzondere bijstand wordt overgegaan, gebeurd dit onder aftrek van
                                de vergoeding die de CZM biedt.</al></li><li nr="2."><al>Bijzondere bijstand is ook mogelijk als belanghebbende niet is
                                aangesloten bij de CZM, maar wel bij een andere verzekeraar. Het
                                gaat dan om een vergelijkbaar, aanvullend pakket waarvoor de
                                verzekeraar de kosten niet vergoedt, of een lagere vergoeding geeft.
                                In dat geval kunnen dezelfde bedragen worden vergoed als bij de
                                vergoeding uit de aanvullende verzekering CZM of het verschil tussen
                                de feitelijke vergoeding van het pakket en wat de aanvullende
                                verzekering CZM vergoedt. Indien geen vergelijking is te maken
                                tussen CZM en andere verzekering, dan kan de premiehoogte als
                                leidraad dienen.</al><al/></li></lijst><al>5.3.2. Besparingskosten </al><al>Besparingskosten zijn kosten, die belanghebbende ook zou moeten maken als er
                        geen bijzondere omstandigheden waren. Bij een aanvraag om bijzondere
                        bijstand voor het eigen aandeel in de kosten, dient te worden beoordeeld of
                        er besparingskosten zijn. (bijv. orthopedisch schoeisel)</al><al/><al>5.4. Wettelijke eigen bijdrage </al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>De wettelijke eigen bijdrage is het deel van de medische kosten uit de
                        basisverzekering dat iemand zelf moet betalen. Hoe hoog die bijdrage is,
                        wordt bepaald door de overheid en is voor iedereen hetzelfde. Voor sommige
                        soorten zorg die worden vergoed vanuit de basisverzekering moet een
                        wettelijke eigen bijdrage worden betaald.</al><al/><al><vet>Voorwaarden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De wettelijke eigen bijdrage komen in aanmerking voor vergoeding
                                vanuit de bijzondere bijstand </al></li><li nr="2."><al>De wettelijke eigen bijdrage die worden vergoed via de CZM of
                                aanvullende verzekering geldt als een voorliggende voorziening</al><al/></li></lijst><al>5.4.1. Eigen aandeel aanvullende verzekering </al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Aanvullende verzekeringen kennen soms een gedeeltelijke vergoeding toe. De
                        verzekerde dient dan een deel van de kosten zelf te betalen. In het
                        spraakgebruik wordt dit eigen aandeel wel een eigen bijdrage genoemd. Een
                        aantal van deze eigen bijdragen wordt via de CZM vergoed.</al><al/><al>Soms worden kosten wel vanuit een aanvullende ziektekostenverzekering
                        vergoed. De pakketten van aanvullende verzekeringen komen mede tot stand
                        door de vraag van consumenten. Opname van bepaalde kosten in aanvullende
                        verzekeringen betekent niet automatisch dat het vanuit het oogpunt van
                        bijstandsverlening om medisch noodzakelijke kosten gaat.</al><al/><al><vet>Voorwaarden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voor een aantal kosten voor het eigen aandeel vanuit de aanvullende
                                verzekering is er specifiek beleid.</al></li><li nr="2."><al>Voor overige kosten voor het eigen aandeel vanuit de aanvullende
                                verzekering is geen bijzondere bijstand mogelijk tenzij er sprake is
                                van dringende redenen zoals bedoeld in de Participatiewet.</al></li></lijst><al/><al>5.4.2. Resterende eigen aandeel in de kosten van aanschaf of reparatie van
                        een kunstgebit of gedeeltelijke prothese (=plaatje) </al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Het resterende eigen aandeel in de kosten van aanschaf of reparatie van een
                        kunstgebit of gedeeltelijke prothese komt voor bijstandsverlening in
                        aanmerking. </al><al/><al><vet>Voorwaarden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een medisch advies is niet nodig.</al></li><li nr="2."><al>Afrekenspecificatie van de zorgverzekeraar dient te worden
                                overgelegd</al></li></lijst><al/><al>5.4.3. Eigen aandeel tandheelkundige hulp </al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Voor het resterende eigen aandeel voor noodzakelijke tandheelkundige hulp
                        kan bijzondere bijstand worden verleend, zeker waar het preventieve
                        tandheelkundige hulp betreft. </al><al/><al><vet>Voorwaarden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Belanghebbende dient aanvullend verzekerd zijn op het niveau van de
                                CZM van Agis.</al></li><li nr="2."><al>Voor het resterende eigen aandeel van noodzakelijke tandheelkundige
                                hulp kan bijstand worden verleend, zeker waar het preventieve
                                tandheelkundige hulp betreft. </al></li><li nr="3."><al>Duurdere (luxe) oplossingen zoals kronen en bruggen worden niet
                                vergoed via de bijzondere bijstand</al></li><li nr="4."><al>In geval van twijfel over de noodzaak van de behandeling of de
                                kosten hoger zijn dan € 500,- dient de medische noodzaak van de
                                voorziening via een aanvullend medisch advies te worden
                                vastgesteld</al><al/></li></lijst><al>5.4.4. Eigen aandeel steunzolen, orthopedische of allergeenvrije schoenen </al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Het resterende eigen aandeel wordt vergoed voor zover de eigen bijdrage, die
                        na ontvangst van de vergoeding van de zorgverzekeraar voor rekening van
                        belanghebbende blijft - de kosten van normale schoenen te bovengaan en er
                        sprake is van een positief medisch advies van de behandelend specialist
                        (huidarts ingeval van allergeenvrije schoenen).</al><al/><al><vet>Voorwaarden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Vergoed worden maximaal 3 paar schoenen per jaar voor personen van
                                16 jaar en ouder</al></li><li nr="2."><al>Voor personen jonger dan 16 jaar moet het aantal schoenen (in
                                verband met de groei) geïndividualiseerd worden</al></li><li nr="3."><al>Voor de kosten van normale schoenen wordt verwezen naar de prijzen,
                                zoals vermeld in de Prijzengids van het NIBUD.</al></li><li nr="4."><al>De hoogte van de vergoeding is de kosten van de schoenen, verminderd
                                met de kosten van normale schoenen.</al></li><li nr="5."><al>Vergoeding van steunzolen is maximaal twee paar per jaar
                                mogelijk.</al><al/></li></lijst><al>5.5. Extra kosten ten gevolge van ziekte of handicap </al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Ziekte of handicap kunnen extra kosten met zich meebrengen. Hierbij valt te
                        denken aan bijv. de volgende kostensoorten die voor bijzondere bijstand in
                        aanmerking komen:</al><lijst><li nr="-"><al>Maaltijdvoorziening</al></li><li nr="-"><al>Eigen bijdrage Wmo-voorzieningen </al></li><li nr="-"><al>Alarmering </al></li><li nr="-"><al>Extra stookkosten </al></li><li nr="-"><al>Bewassing en kledingslijtage </al></li><li nr="-"><al>Dieet </al></li><li nr="-"><al>Pedicure </al></li><li nr="-"><al>Onderhoud of reparatie van hoorapparaat plus batterijen</al></li></lijst><al/><al><vet>Voorwaarden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voor bovenstaande kosten geldt dat bijzondere bijstand voor een
                                periode van drie jaar kan worden toegekend aan belanghebbende met de
                                pensioengerechtigde leeftijd en/of de uitkering op grond van de
                                regeling chronisch zieken en gehandicapten (minimabeleid)
                                ontvangt.</al></li><li nr="2."><al>Na een periode van drie jaar dient opnieuw een aanvraag te worden
                                ingediend.</al></li><li nr="3."><al>Voor belanghebbende die jonger is dan de pensioengerechtigde
                                leeftijd dient er jaarlijks een onderzoek plaats te vinden op
                                inkomen en vermogen. De noodzaak voor de kosten wordt één keer per
                                drie jaar vastgesteld.</al><al/></li></lijst><al>5.5.1. Maaltijdvoorziening </al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Tot de algemeen voorkomende noodzakelijke kosten van het bestaan behoren ook
                        de kosten van voeding. Aangezien de algemene bijstand dan wel een inkomen op
                        bijstandsniveau voorziet in deze</al><al>kosten kan er in beginsel geen bijstand worden verleend voor deze kosten.
                        Alleen noodzakelijk gebruik van een warme maaltijdvoorziening, die verzorgd
                        wordt door een instantie, kan voor bijzondere bijstand in aanmerking
                        komen.</al><al/><al><vet>Voorwaarden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In de volgende situaties wordt bijzondere bijstand verleend:</al></li><li nr="2."><al>er een medische of een sociale indicatie is; of</al></li><li nr="3."><al>belanghebbende heeft de leeftijd van 75 jaar bereikt.</al></li><li nr="4."><al>De hoogte van de bijzondere bijstand is gelijk aan de werkelijke
                                kosten onder aftrek van de kosten van een warme maaltijd volgens de
                                prijzengids van Nibud.</al><al/></li></lijst><al> 5.5.2. Eigen bijdrage Wmo voorzieningen </al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) regelt dat mensen met een
                        beperking de voorzieningen, hulp en ondersteuning krijgen die ze nodig
                        hebben. Voor deze voorzieningen, hulp en ondersteuning kan een eigen
                        bijdrage gelden. </al><al/><al><vet>Voorwaarden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De eigen bijdrage voor thuiszorg wordt vergoed via de CZM. Indien
                                belanghebbende een andere gelijkwaardige verzekering heeft
                                afgesloten, komen de kosten voor bijzondere bijstand in
                                aanmerking</al></li><li nr="2."><al>De eigen bijdrage voor hulpmiddelen en voorzieningen wordt vergoed
                                via de CZM. Indien belanghebbende een andere gelijkwaardige
                                verzekering heeft afgesloten, komen de kosten voor bijzondere
                                bijstand in aanmerking</al><al/></li></lijst><al>5.5.3. Alarmering </al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Bijstand kan worden verleend voor de aansluit- en abonnementkosten bij
                        noodzakelijke aansluiting op een alarmeringssysteem. </al><al/><al><vet>Voorwaarden</vet></al><al>In de volgende situaties wordt bijzondere bijstand verleend:</al><lijst><li nr="1."><al>er een medische of een sociale indicatie is; of</al></li><li nr="2."><al>belanghebbende heeft de leeftijd van 75 jaar bereikt.</al><al/></li></lijst><al>5.5.4. Extra stookkosten </al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Wanneer de woning vanwege medische redenen extra verwarmd moet worden,
                        brengt dat vaak extra kosten met zich mee. Voor deze extra kosten kan
                        bijzondere bijstand worden verstrekt.</al><al/><al><vet>Voorwaarden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In de volgende situaties wordt bijzondere bijstand verleend:</al></li><li nr="2."><al>er is een medische noodzaak voor het maken van deze kosten. De
                                medische noodzaak van de meerkosten wordt met een medisch advies
                                vastgesteld. In het medisch advies moet de geldigheidsduur ervan
                                worden aangegeven. </al><lijst><li nr="1."><al>De bijzondere bijstand wordt verstrekt voor de meerkosten.
                                        De meerkosten zijn de extra kosten hoger dan het bedrag dat
                                        mensen in een vergelijkbare woning volgens het NIBUD
                                        uitgeven aan stookkosten.</al></li><li nr="2."><al>Indexatie van de kosten vindt jaarlijks plaats d.m.v. het
                                        indexeringspercentage voor alimentatie.</al><al/></li></lijst></li></lijst><al>5.5.5. Bewassing en kledingslijtage </al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Kleding- en schoeiselslijtage kunnen het gevolg zijn van het gebruik van
                        prothesen, stoornissen van houding en bewegingsapparaat, het evenwicht, het
                        bewustzijn of het coördinatievermogen. Extra waskosten kunnen voortkomen uit
                        incontinentie, gebruik medicatie zoals zalf, bedlegerigheid, gebruik van een
                        stoma of overmatig transpireren.</al><al/><al><vet>Voorwaarden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In bijzondere omstandigheden kan voor de kosten van bewassing en/of
                                kledingslijtage bijzondere bijstand worden verleend.</al></li><li nr="2."><al>De noodzaak voor het verlenen van bijzondere bijstand wordt
                                vastgesteld door middel van een medisch advies. In het medisch
                                advies wordt aangegeven wat de meerkosten zijn voor bewassing en/of
                                de aanschaf van extra kleding.</al></li><li nr="3."><al>De kosten voor aanschaf van (extra) kleding worden vastgesteld aan
                                de hand van de prijzengids van het NIBUD.</al></li><li nr="4."><al>Indexatie van de kosten vindt jaarlijks plaats d.m.v. het
                                indexeringspercentage voor alimentatie</al><al/></li></lijst><al>5.5.6. Dieet </al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Dieetkosten zijn de meerkosten die ten opzichte van de kosten van een
                        normale gezonde voeding, ontstaan door het volgen van een (medisch
                        noodzakelijk) dieet.</al><al/><al><vet>Voorwaarden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De noodzaak voor het verlenen van bijzondere bijstand wordt
                                vastgesteld door middel van een medisch advies. In het medisch
                                advies wordt aangegeven wat de meerkosten zijn voor het dieet.</al></li><li nr="2."><al>Indexatie van de kosten vindt jaarlijks plaats d.m.v. het
                                indexeringspercentage voor alimentatie.</al><al/></li></lijst><al>5.5.7. Pedicure </al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>De kosten voor pedicure komen voor bijzondere bijstand in aanmerking.</al><al/><al><vet>Voorwaarden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voor belanghebbenden met de pensioengerechtigde leeftijd en ouder
                                wordt de noodzaak op grond van hun leeftijd aangenomen.</al></li><li nr="2."><al>Voor belanghebbenden jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd is
                                vergoeding van de pedicure mogelijk op voorschrift van een
                                arts.</al></li><li nr="3."><al>De meerkosten van behandeling bij de belanghebbende thuis worden
                                uitsluitend vergoed als er sprake is van noodzakelijke behandeling
                                thuis.</al></li><li nr="4."><al>Bijstand kan worden verleend in de kosten van noodzakelijke
                                pedicurebehandeling tot een maximum van 9 behandelingen per jaar.
                            </al></li><li nr="5."><al>Vergoeding van meer dan 9 behandelingen per jaar is mogelijk op
                                voorschrift van een arts.</al></li><li nr="6."><al>De richtprijs voor een standaard pedicurebehandeling is opgenomen in
                                het financieel besluit en kan jaarlijks worden aangepast.</al></li><li nr="7."><al>De richtprijs wordt gehanteerd bij betaling van de bijzondere
                                bijstand.</al><al/></li></lijst><al>5.5.8. Onderhoud of reparatie van een hoorapparaat plus batterijen </al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Onderhoud of reparatie van een hoorapparaat plus noodzakelijke batterijen
                        komen in aanmerking voor bijzondere bijstand. Voor de aanschaf van een
                        hoorapparaat dient een wettelijke eigen bijdrage van 25% te worden betaald,
                        zie hiervoor 5.4..</al><al/><al><vet>Voorwaarden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bijstandsverlening is mogelijk voor de goedkoopste adequate
                                oplossing. </al></li><li nr="2."><al>Voor de noodzakelijke batterijen is per jaar bijzondere bijstand
                                mogelijk, zie financieel besluit.</al><al/></li></lijst><al> 5.6. Brillen en lenzen </al><al><vet>Algemeen </vet></al><al>Kosten van een bril of contactlenzen behoren tot de bijzonder noodzakelijke
                        kosten van het bestaan en komen daarom in aanmerking voor bijzondere
                        bijstand. </al><al/><al><vet>Voorwaarden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voor de maximale vergoeding van brillen en lenzen wordt aangesloten
                                bij de vergoeding van de CZM.</al></li><li nr="2."><al>Vervanging van de glazen binnen 36 maanden is mogelijk indien de
                                sterkte van de glazen moet worden aangepast. Vergoeding van montuur
                                is in dat geval ook mogelijk indien bij verandering in de sterkte
                                van de glazen de nieuwe glazen niet in het oude montuur passen. Ook
                                kan worden gedacht aan opgroeiende kinderen waarbij het montuur te
                                klein is geworden. Een advies van de oogarts dient te worden
                                overlegd.</al></li><li nr="3."><al>Indien de maximale vergoeding voor een bril om medische redenen niet
                                toereikend is, kunnen de noodzakelijke meerkosten worden vergoed,
                                mits op advies van een oogarts.</al></li><li nr="4."><al>Vergoeding van duurdere lenzen dan de maximale vergoeding van CZM is
                                alleen mogelijk op voorschrift van een oogarts.</al></li><li nr="5."><al>Lenzenvloeistof wordt vergoed tot een maximum per jaar, zie
                                financieel besluit.</al></li><li nr="6."><al>Er wordt geen bijstand verleend voor de kosten van een
                                contactlenzenabonnement.</al><al/></li></lijst><al>6. Kosten van maatschappelijke aard </al><al/><al>6.1. Deelname aan sport- of culturele activiteiten voor kinderen </al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Het deelnemen aan een sportieve of culturele activiteit is belangrijk voor
                        de algemene en fysieke ontwikkeling van kinderen. Door middel van sport en
                        cultuur ontwikkelen kinderen hun sociale vaardigheden en bouwen meer
                        zelfvertrouwen op. Daarnaast kan sporten en belangrijke rol spelen bij het
                        terugdringen of voorkomen van overgewicht. Een abonnement bij een
                        sportvereniging of bijvoorbeeld muziekles behoren daardoor tot de algemeen
                        noodzakelijke bestaanskosten.</al><al>Deze kosten kunnen niet uit de bijstandsnorm worden voldaan en kunnen in
                        aanmerking komen voor bijzondere bijstand.</al><al><vet>Voorwaarden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Kinderen van 0 t/m 17 jaar kunnen in aanmerking komen voor een
                                vergoeding ten behoeve van beoefening van een sport of een culturele
                                activiteit. Het gaat daarbij om een lidmaatschap bij een vereniging
                                en eventuele attributen die nodig zijn voor beoefening van de
                                activiteit zoals sportkleding of een muziekinstrument.</al></li><li nr="2."><al>De vergoeding per kind bedraagt maximaal € 225,- per jaar per kind
                                voor lidmaatschap bij een sportvereniging of maximaal € 425,- per
                                jaar per kind voor deelname aan een culturele activiteit (alleen
                                Huizen en Eemnes). </al></li><li nr="3."><al>Er kan per kind slechts van één van beide regelingen gebruik gemaakt
                                worden; sport <vet><onderstreept>of</onderstreept></vet>
                                cultuur.</al></li></lijst><al>3. Voor elk kind uit eenzelfde gezin dat aan de toekenningscriteria voldoet,
                        kan een aanvraag worden ingediend.</al><lijst><li nr="1."><al>De vergoeding kan meerdere jaren op rij worden aangevraagd. In dat
                                geval wordt de aanvraag steeds opnieuw beoordeeld.</al></li><li nr="2."><al>Een aanvrager dient 12 maanden voorafgaand aan de aanvraag een
                                inkomen te hebben dat niet hoger is dan 110% van de
                                bijstandsnorm.</al><al/></li></lijst><al>6.2. Kosten voor aanschaf computer en/of internetabonnement voor
                        schoolgaande kinderen </al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Het gebruik van een computer thuis ten behoeve van school(opdrachten) en de
                        daarbij behorende research op internet zijn een algemeen gegeven geworden.
                        De aanschaf van een computer en/of internetabonnement behoren daardoor tot
                        de algemeen noodzakelijke bestaanskosten. Deze kosten kunnen niet uit de
                        bijstandsnorm worden voldaan en kunnen in aanmerking komen voor bijzondere
                        bijstand.</al><al/><al><vet>Voorwaarden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Er kan bijzondere bijstand worden verleend voor de aanschaf van een
                                computer en/of internetaansluiting voor ouders met schoolgaande
                                kinderen van 6 t/m 17 jaar. </al></li><li nr="2."><al>1 x in de 60 maanden kan een gezingebruik maken van de regeling
                                ongeacht of het gezin al een computer in huis heeft. Peildatum is de
                                datum van de toekenningsbeschikking.</al></li><li nr="3."><al>Kosten voor onderhoud en reparatie blijven ten laste van de
                                aanvrager. </al></li><li nr="4."><al>Het bedrag voor het aanschaffen van een computer is gesteld op
                                maximaal € 450,- per gezin.</al></li><li nr="5."><al>Ieder jaar kan een gezin bijzondere bijstand aanvragen voor de
                                kosten van een internetabonnement.</al></li><li nr="6."><al>Betaling van internetkosten kan per maand of eenmalig per jaar
                                (maximaal € 300,-).</al></li><li nr="7."><al>Een aanvrager dient 12 maanden voorafgaand aan de aanvraag een
                                inkomen te hebben dat niet hoger is dan 110% van de
                                bijstandsnorm.</al><al/></li></lijst><al>6.3. Kosten voor bewindvoering </al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Er dient een onderscheid te worden gemaakt in de kosten van vrijwillige- en
                        verplichte bewindvoering.</al><al>Als de kantonrechter op grond van artikel 1:431 e.v. Burgerlijk Wetboek de
                        noodzaak tot onderbewindstelling heeft beoordeeld en vastgesteld, bestaat er
                        voor het college geen vrijheid meer de onderbewindstelling te beoordelen en
                        evenmin om te bezien of er andere oplossingen mogelijk zouden zijn. De met
                        bewindvoering samenhangende kosten komen in deze situatie in aanmerking voor
                        bijzondere bijstand. </al><al>Als de rechtbank een bewindvoerder benoemt in het kader van de WSNP geldt
                        het Besluit subsidie bewindvoerder schuldsanering geldt als een passende en
                        toereikende voorliggende voorziening.</al><al>Bij vrijwillige bewindvoering zal er moeten worden beoordeeld of men geen
                        gebruik kan maken van andere voorliggende oplossingen zoals
                        budgetbegeleiding via de Kredietbank Nederland.</al><al/><al><vet>Voorwaarden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien er sprake is van verplichte onderbewindstelling kan
                                bijzondere bijstand worden verleend. Als bewijs dient een
                                beschikking van de kantonrechter te worden overgelegd.</al></li><li nr="2."><al>De hoogte van de bijzondere bijstand wordt volgens de richtlijnen
                                van het Landelijke Overleg Kantonsectorvoorzitters (LOK)
                                vastgesteld.</al><al/></li></lijst><al>6.4. Rechtshulp </al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Indien op grond van een toevoeging rechtsbijstand wordt verleend, dient het
                        college de noodzaak voor het verlenen van rechtshulp aan te nemen. Een
                        toevoeging (van een advocaat) vindt slechts plaats als de Raad voor de
                        rechtsbijstand de procedure noodzakelijk acht. In het geval van een
                        toevoeging worden de kosten (exclusief de eigen bijdrage) van de
                        (toegevoegde) advocaat vergoed op grond van de Wet op de rechtsbijstand
                        (Wrb).</al><al>De eigen bijdrage voor rechtsbijstand wordt verlaagd met € 50 wanneer een
                        belanghebbende eerst (gratis) rechtshulp vraagt aan het Juridisch Loket
                        alvorens een advocaat te raadplegen. Wanneer een belanghebbende niet eerst
                        rechtsbijstand vraagt aan het Juridisch Loket en als gevolg daarvan wordt
                        geconfronteerd met een hogere eigen bijdrage, kan de bijzondere bijstand
                        worden afgestemd met € 50 wegens tekortschietend besef van
                        verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan.</al><al/><al><vet>Voorwaarden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Er bestaat recht op bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage
                                kosten van rechtsbijstand indien op grond van een toevoeging
                                krachtens de Wrb rechtsbijstand wordt verleend.</al></li><li nr="2."><al>Indien wordt voldaan aan lid 1 kan bijzondere bijstand worden
                                verleend voor de eigen bijdrage en de eventueel noodzakelijke
                                bijkomende kosten zoals griffierecht</al></li><li nr="3."><al>De hoogte van de bijzondere bijstand is gelijk aan de werkelijk
                                gemaakte kosten; belanghebbende dient hiervan bewijsstukken te
                                overleggen.</al></li><li nr="4."><al>Indien de procedure is gewonnen, dient onderzocht te worden of de
                                tegenpartij is veroordeeld in deze kosten. De verleende bijstand
                                dient dan te worden terugbetaald.</al></li><li nr="5."><al>Als een procedure ingevolge de Algemene Wet Bestuursrecht wordt
                                gevolgd, wordt griffierecht terugbetaald door de rechterlijke
                                instantie, indien de zaak door belanghebbende wordt gewonnen. Als
                                hiervoor bijstand is verleend, dient deze door belanghebbende te
                                worden terugbetaald.</al><al/></li></lijst><al>6.5. Reiskosten </al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Reiskosten behoren tot de algemeen noodzakelijke bestaanskosten. Deze kosten
                        kunnen uit de bijstandsnorm worden voldaan. In een aantal situaties is het
                        mogelijk om bijzondere bijstand te verstrekken. Het gaat hier om reiskosten
                        in verband met: bezoek aan gedetineerde, bezoek aan elders
                        verpleegden/verzorgden (bijvoorbeeld ziekenhuis), bezoek aan uit
                        huisgeplaatste kinderen.</al><al><vet>Voorwaarden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voor alle reiskosten geldt dat een basisbedrag voor een enkele reis
                                voor rekening van belanghebbende komt, zie financieel besluit.</al></li><li nr="2."><al>Voor alle reiskosten geldt dat de vergoedingen worden vastgesteld op
                                basis van de tarieven van het openbaar vervoer.</al></li><li nr="3."><al>Het tweede lid is niet van toepassing als er vanwege
                                gezondheidsredenen niet kan worden gereisd met het openbaar vervoer.
                                In dit geval kan er een vergoeding op basis van gebruik van de eigen
                                auto worden vastgesteld. Deze vergoeding wordt vastgesteld op de
                                feitelijk te rijden kilometers op basis van de kortste route. Het
                                uitkeringsbedrag per kilometer is opgenomen in het financieel
                                besluit.</al><al/></li></lijst><al>6.5.1. Bezoek aan gedetineerde </al><al>De reiskosten in verband met bezoek aan een gedetineerde kunnen in
                        aanmerking komen voor bijzondere bijstand. De gedetineerde moet tot het
                        gezin behoren. </al><al/><al><vet>Aanvullende voorwaarden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Er kan bijzondere bijstand worden verleend indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de gedetineerde behoort tot het gezin en;</al></li><li nr="b."><al>de gedetineerde verblijft in een gesloten inrichting en geen
                                        recht heeft op verlof;</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>De bijzondere bijstand wordt gelimiteerd op een bezoekfrequentie van
                                maximaal 1 keer per week per gezinslid.</al><al/></li></lijst><al>6.5.2. Bezoek aan elders verpleegden/verzorgden </al><al>De reiskosten die gemaakt worden voor bezoek aan een elders
                        verpleegde/verzorgde (bijvoorbeeld ziekenhuis of verzorgingstehuis) kunnen
                        in aanmerking komen voor bijzondere bijstand. De verpleegde/verzorgde moet
                        tot het gezin behoren. </al><al/><al><vet>Aanvullende voorwaarden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Er kan bijzondere bijstand worden verleend indien de
                                verpleegde/verzorgde behoort tot het gezin.</al></li><li nr="2."><al>De bijzondere bijstand wordt gelimiteerd op een bezoekfrequentie van
                                maximaal 1 keer per week per gezinslid.</al></li><li nr="3."><al>In bijzondere situaties kan op individuele basis worden afgeweken
                                van de bezoekfrequentie zoals genoemd in lid 2.</al><al/></li></lijst><al>6.5.3. Bezoek aan uit huisgeplaatste kinderen </al><al>De reiskosten voor bezoek aan een uit huisgeplaatst kind door ouder(s) komen
                        voor bijzondere bijstand in aanmerking. De reiskosten die gemaakt worden in
                        verband met een omgangsregeling omdat beide ouders niet dichtbij elkaar
                        wonen, komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand.</al><al/><al><vet>Aanvullende voorwaarden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Er kan bijzondere bijstand worden verleend indien er een bewijs van
                                uithuisplaatsing is.</al></li><li nr="2."><al>De bijzondere bijstand wordt vastgesteld aan de hand van de
                                bezoekregeling die opgesteld is door de instelling zoals
                                bijvoorbeeld Bureau Jeugdzorg.</al><al/></li></lijst><al>6.6. Uitvaartkosten </al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Bijzondere bijstand ten behoeve van begrafenis of crematie kan verleend
                        worden aan de nabestaande van de overledene, voor zover de uitvaartkosten
                        niet uit de nalatenschap voldaan kunnen worden en de nabestaande niet over
                        toereikende middelen beschikt om (zijn aandeel in) de uitvaartkosten te
                        voldoen. De nabestaanden zijn de echtgenoot, de partner, de ouder en de
                        kinderen. De kosten van een begrafenis of crematie kunnen dus niet worden
                        geacht te behoren tot de noodzakelijke bestaanskosten van de overledene
                        zelf, omdat bijstandsverlening aan de overledene niet mogelijk is.</al><al/><al><vet>Voorwaarden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De kosten voor een uitvaart komen tot een maximumbedrag in
                                aanmerking voor bijzondere bijstand, zie financieel besluit</al></li><li nr="2."><al>Het maximumbedrag is per uitvaart, niet per erfgenaam</al></li><li nr="3."><al>Indexatie van de kosten vindt jaarlijks plaats d.m.v. het
                                indexeringspercentage voor alimentatie.</al></li><li nr="4."><al>Vergoed worden: de kosten van de uitvaart, onder aftrek van de
                                eventuele uitkering van de uitvaartverzekering</al></li><li nr="5."><al>Bij overlijden in het buitenland wordt geen extra bijstand verleend
                                voor de kosten van repatriëring.</al></li><li nr="6."><al>Er wordt geen bijstand verleend voor een begrafenis en/of uitvaart
                                in het buitenland.</al><al/></li></lijst><al>7. Kosten van inrichting en verhuizing </al><al/><al>7.1. Duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtingskosten </al><al>Bij inrichtingskosten moet een onderscheid worden gemaakt tussen de kosten
                        voor duurzame gebruiksgoederen en de overige inrichtingskosten. Duurzame
                        gebruiksgoederen zijn bijvoorbeeld een koelkast, wasmachine of meubels. Met
                        overige inrichtingskosten worden de kosten bedoeld zoals verf en behang. Dit
                        onderscheid is van belang voor de vorm waarin de bijzondere bijstand kan
                        worden verstrekt.</al><al/><al>7.1.1. Kosten aanschaf duurzame gebruiksgoederen </al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>De kosten van inrichting, aanschaf en vervanging van normale duurzame
                        gebruiksgoederen behoren tot de algemene kosten van bestaan en moeten in
                        beginsel uit het inkomen worden betaald. Ook indien men een inkomen op het
                        niveau van het sociaal minimum ontvangt wordt in principe voldoende ruimte
                        in het inkomen aanwezig geacht om hiervoor te reserveren dan wel gespreide
                        betaling achteraf. Indien sprake is van bijzondere omstandigheden kan
                        hiervan worden afgeweken. Voor het vaststellen van de noodzaak van
                        vervanging van het duurzaam gebruiksgoed kan een huisbezoek worden
                        afgelegd.</al><al/><al><vet>Woninginrichtingskosten voor voormalige asielzoekers </vet></al><al>Bij een eerste huisvesting na het verlaten van een AZC wordt de voormalige
                        asielzoeker geconfronteerd met de kosten van een ‘eerste inrichting’ in
                        Nederland. Gelet op het eerder genoten inkomen was er geen ruimte om te
                        kunnen reserveren voor de kosten van een complete woninginrichting. Deze
                        kosten komen, voor zover deze niet voldaan kunnen worden uit eigen middelen
                        of via een lening, voor bijzondere bijstand in aanmerking. Voor de hoogte
                        van de bijzondere bijstand wordt aangesloten bij de maximumbedragen voor een
                        complete woninginrichting van de Kredietbank Nederland. </al><al/><al><vet>Voorwaarden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Belanghebbende wordt doorverwezen naar de Kredietbank Nederland voor
                                een geldlening.</al></li><li nr="2."><al>Indien de Kredietbank Nederland de gemeente verzoekt om borg te
                                staan dient een onderzoek te worden gedaan naar de noodzaak, behalve
                                bij voormalige asielzoekers.</al></li><li nr="3."><al>Indien de noodzaak aanwezig is, dient de looptijd van de lening en
                                eventueel de bijstand voor aflossing en rente (suppletie) te worden
                                vastgesteld.</al></li><li nr="4."><al>Bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening is van toepassing,
                                indien een lening bij de Kredietbank Nederland (met borgtocht) niet
                                mogelijk is.</al></li><li nr="5."><al>Bijzondere bijstand om niet wordt slechts in zeer uitzonderlijke
                                omstandigheden verleend.</al></li><li nr="6."><al>Het bedrag dat voor bijzondere bijstand in aanmerking komt, wordt
                                vastgesteld aan de hand van de prijzengids van het NIBUD.</al></li><li nr="7."><al>Als sprake is van volledige woninginrichting wordt de bijstand
                                vastgesteld op de maximale bedragen van de Kredietbank
                                Nederland.</al><al/></li></lijst><al>7.1.2. Verhuiskosten en overige inrichtingskosten </al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Verhuiskosten en kosten van woninginrichting zijn normale bestaanskosten die
                        uit een inkomen op bijstandsniveau dienen te worden betaald. Alleen in
                        bijzondere omstandigheden is bijstand in deze kosten mogelijk. Volgens
                        jurisprudentie stelt de Centrale Raad van Beroep dat kosten zoals verf en
                        behang naar hun aard niet als duurzame gebruiksgoederen kunnen worden
                        aangemerkt.</al><al/><al><vet>Voorwaarden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De noodzaak van de verhuizing moet vaststaan</al></li><li nr="2."><al>De kosten zijn onvoorzien, er waren geen
                                reserveringsmogelijkheden(vooraf of gespreide betaling
                                achteraf)</al></li><li nr="3."><al>Er is geen voorliggende voorziening</al></li><li nr="4."><al>Bij een verhuizing naar een andere gemeente neemt de gemeente van
                                vertrek die kosten voor haar rekening, die direct betrekking hebben
                                op het vertrek zelf.</al></li><li nr="5."><al>De kosten, die betrekking hebben op de nieuwe woning, komen voor
                                rekening van de gemeente van vestiging.</al></li><li nr="6."><al>Wanneer er sprake is van dubbele huur, wordt ervan uitgegaan dat de
                                huur van de oude woning dubbel is.</al></li><li nr="7."><al>Voor de verhuiskosten en overige inrichtingskosten wordt in principe
                                bijzondere bijstand verleend om niet.</al></li><li nr="8."><al>Van lid 7 kan worden afgeweken indien zich ten aanzien van
                                belanghebbende omstandigheden voordoen als bedoeld in artikel 48 lid
                                2 van de Participatiewet.</al></li><li nr="9."><al>Het bedrag dat voor bijzondere bijstand in aanmerking komt, wordt
                                vastgesteld aan de hand van de Prijzengids van het NIBUD.</al><al/></li></lijst><al>7.1.3. Waarborgsom </al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Het kan voorkomen dat de belanghebbende een waarborgsom moet voldoen ter
                        verkrijging van een bepaalde prestatie zoals bij het betrekken van nieuwe
                        woonruimte.</al><al>Over het algemeen krijgt de huurder deze waarborgsom bij beëindiging van het
                        huurcontract weer terug. De waarborgsom blijft in feite toebehoren aan de
                        huurder maar hij kan er niet over beschikken. Er kan een noodzaak bestaan om
                        voor deze kosten bijzondere bijstand te verlenen.</al><al/><al><vet>Voorwaarden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Er kan bijzondere bijstand worden verleend voor een waarborgsom in
                                de vorm van een (renteloze) geldlening. </al><al/></li></lijst><al>8. <vet>Slotbepalingen </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Deze beleidsregels treden in werking per 1 januari 2015 en vervangen
                                de daarvoor geldende beleidsregels</al></li><li nr="2."><al>De bedragen, zoals genoemd in het Financieel besluit in de bijlage
                                bij deze beleidsregels kunnen jaarlijks worden aangepast.</al></li><li nr="3."><al>In alle gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien of
                                toepassing daarvan niet overeenkomt met de bedoeling van deze
                                regels, beslist het college.</al></li></lijst></tekst></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van de
                        gemeente ………..</ondertekening><ondertekening>op ……….…</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De gemeentesecretaris, De burgemeester,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>