<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR41579_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tynaarlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tynaarlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Oostermoer, 19-12-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 33</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-11-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsvergadering, agendapunt, 10-12-2007</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Raadsbesluit nr. 7</al><al>Betreft: </al><al>De raad van de gemeente Tynaarlo;</al><al>gelezen het voorstel van het Presidium van 25 september 2007; </al><al>overwegende dat het wenselijk is om in het kader van dualisering van het
                        gemeentebestuur nieuwe regels te stellen met betrekking tot ambtelijke
                        bijstand en de ondersteuning van de in de raad vertegenwoordigde
                        groeperingen;</al><al>gelet op artikel 33 van de Gemeentewet;</al><al><vet>B E S L U I T:</vet></al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning
                            2008</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1:</nr><titel>Ambtelijke bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier of een ambtenaar met een
                                    verzoek om:</al><lijst><li nr="a."><al>feitelijke informatie van geringe omvang.</al></li><li nr="b."><al>inzage in of afschrift van documenten die openbaar
                                            zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op
                                    informatie bedoeld onder het eerste lid, onderdeel a of b, stelt
                                    hij de secretaris daarvan in kennis. De secretaris beslist.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om
                                    bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en
                                    moties of andere bijstand.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bijstand, bedoeld in het derde lid, wordt verleend door de
                                    griffier of een medewerker van de griffie. Indien de gevraagde
                                    bijstand niet door de griffier of een medewerker van de griffie
                                    kan worden verleend kan de griffier de secretaris verzoeken, één
                                    of meer ambtenaren aan te wijzen, die de gevraagde bijstand zo
                                    spoedig mogelijk verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ambtenaar verleent op verzoek van de griffier of de
                                    secretaris ambtelijke bijstand tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de
                                            bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de
                                            raad.</al></li><li nr="b."><al>dit het belang van de gemeente kan schaden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het
                                    eerste lid geweigerd wordt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd
                                    deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier
                                    en aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris
                                wordt geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid het
                                verzoek voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo
                                spoedig mogelijk over het verzoek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een raadslid niet tevreden is over door een ambtenaar
                                    verleende bijstand, doet hij of de griffier hiervan mededeling
                                    aan de secretaris.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide
                                    partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de
                                    burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over
                                    de zaak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>Elk raadslid heeft recht op ambtelijke bijstand als bedoeld in
                                artikel 1, derde lid. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>De secretaris verstrekt de desbetreffende portefeuillehouder in het
                                college desgewenst Informatie over de verleende ambtelijke bijstand.
                            </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>Indien het college of leden van het college informatie wensen over
                                een verzoek om ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven
                                advies wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken
                                raadslid.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2:</nr><titel>Fractieondersteuning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De fracties, zoals bedoeld in artikel 7 van het reglement van
                                    orde, ontvangen jaarlijks een financiële bijdrage als
                                    tegemoetkoming in de kosten voor het functioneren van de
                                    fractie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze bijdrage bestaat uit een vast deel voor elke
                                            fractie. Daarnaast ontvangt elke fractie een bedrag per
                                            raadszetel. Voor het jaar 2008 bedraagt het vast deel €
                                            1.500,-- per fractie, en het bedrag per raadszetel €
                                            150,-. De raad kan deze bedragen jaarlijks
                                            aanpassen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Fracties besteden de bijdrage om hun
                                        volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende
                                        rol te versterken. </al></li><li nr="2."><al>De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van: </al><lijst><li nr="a."><al>uitgaven die in strijd zijn met wettelijke
                                                bepalingen en overige regelingen; </al></li><li nr="b."><al>betalingen aan politieke partijen, met politieke
                                                partijen verbonden instellingen of natuurlijke
                                                personen anders dan ter vergoeding van prestaties
                                                (diensten of goederen) geleverd ten behoeve van de
                                                fractie op basis van een gespecificeerde, reële
                                                declaratie; </al></li><li nr="c."><al>giften; </al></li><li nr="d."><al>uitgaven welke dienen bestreden te worden uit
                                                vergoedingen die de leden ingevolge het
                                                rechtspositiebesluit raads- en commissieleden
                                                toekomen; </al></li><li nr="e."><al>opleidingen voor individuele raads- en commissieleden.
                                    </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De bijdrage voor fractieondersteuning wordt, voor 31 januari
                                        van een kalenderjaar, als voorschot op dat kalenderjaar
                                        verstrekt. </al></li><li nr="2."><al>In een jaar waarin verkiezingen plaatsvinden wordt het
                                        voorschot verstrekt voor de maanden tot en met de maand
                                        waarin de verkiezingen plaatsvinden. In de eerste maand na
                                        de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen
                                        raad plaatsvindt wordt het voorschot verstrekt voor de
                                        overige maanden van dat jaar. 3.Het voorschot wordt
                                        verrekend met teveel ontvangen voorschotten in jaren
                                        waarvoor de raad de bedragen heeft vastgesteld. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>1. Indien het zeteltal van een fractie ten gevolge van verkiezingen
                                verandert, wijzigt de bijdrage </al><al>a. bij vermindering van het zeteltal: op de eerste dag van de maand
                                na de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad
                                plaatsvindt. </al><al>b. bij vermeerdering van het zeteltal: op de eerste dag van de maand
                                waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt. </al><al>2. Bij splitsing van een fractie wordt de op grond van artikel 8,
                                tweede lid, vastgestelde bijdrage voor de oorspronkelijke fractie
                                verdeeld over de betrokken fracties naar evenredigheid van het
                                aantal bij de splitsing betrokken leden. </al><al>3. Bij splitsing van een fractie wordt het aan de oorspronkelijke
                                fractie verstrekte voorschot verrekend overeenkomstig de verdeling
                                die volgt uit het tweede lid. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>1. De fractie kan het in enig jaar niet gebruikte gedeelte van de
                                bijdrage toekomend aan een fractie ter besteding door die fractie in
                                volgende jaren reserveren. </al><al>2. De reserve is niet groter dan 50% van de bijdrage die de fractie
                                in het voorgaande kalenderjaar toekwam ingevolge artikel 8. </al><al>3. Het beroep in enig jaar op de opgebouwde reserve, komt tot
                                uitdrukking in de afrekening als bedoeld in artikel 13 over dat
                                jaar. Bevoorschotting vindt desgevraagd plaats. </al><al>4. De reserve blijft na verkiezingen beschikbaar voor de fractie die
                                onder dezelfde naam terugkeert, dan wel voor de fractie die naar het
                                oordeel van de raad als rechtsopvolger daarvan kan worden beschouwd. </al><al>5. Als bij zetelverlies de reserve voor een fractie hoger zou worden
                                dan aangegeven in het tweede lid, vervalt het recht op dat meerdere. </al><al>6. Bij splitsing van een fractie, wordt de reserve verdeeld over de
                                betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal bij de
                                splitsing betrokken leden, voor zover deze reserve niet meer
                                bedraagt dan 50% van de bijdrage die de oorspronkelijke fractie in
                                het voorgaande kalenderjaar ontving. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke fractie legt binnen twee maanden na het einde van het
                                    kalenderjaar verantwoording af over de besteding van de bijdrage
                                    voor fractieondersteuning onder overlegging van een
                                    verslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verslag bestaat uit:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de bankafschriften (beginsaldo, mutaties, eindsaldo);</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>facturen en eventuele andere bewijsstukken van de gedane
                                    uitgaven;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een toelichting om te kunnen vaststellen of de uitgaven zijn
                                    gedaan in overeenstemming met artikel 9.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de verwerking van inkomsten en uitgaven houdt elke fractie
                                    een aparte bankrekening bij.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Controle van het verslag als bedoeld in lid 2 vindt plaats door
                                    de afdeling Bestuur en Management Ondersteuning inclusief een
                                    toets of de uitgaven zijn gedaan in overeen-stemming zijn met
                                    artikel 9.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het controlerapport als bedoeld in lid 3 wordt voorgelegd aan
                                    het Presidium van de gemeenteraad. Het Presidium stelt
                                    vervolgens vast:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de uitgaven van een fractie die uit de bijdrage bekostigd
                                    zijn;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de wijziging van de reserve; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de resterende reserve; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de verrekening tussen de in onderdeel a. genoemde uitgaven en
                                    het ontvangen voorschot en, voor zover nodig, de hoogte van de
                                    terugvordering.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het besluit van het Presidium wordt ter kennis van de
                                    gemeenteraad gebracht. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien de vaststelling van de uitgaven als bedoeld in lid 5,
                                    onder a, afwijkt van het verslag van de fractie(s) besluit de
                                    gemeenteraad over de vaststelling.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3:</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening op de
                                        ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2008”</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                        2008</al></li><li nr="3."><al>De “verordening op de ambtelijke bijstand en de
                                        fractieondersteuning 2002”, vastgesteld bij raadsbesluit van
                                        10 september 2002, en nadien gewijzigd, in te trekken.</al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vries, 27 november 2007.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>J.Rijpstra, voorzitter.</ondertekening><ondertekening>J.L. de Jong, griffier.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelgewijze toelichting Verordening op de ambtelijke bijstand en
                            de fractieondersteuning 2008</titel></kop><al><vet>Ambtelijke bijstand</vet></al><al>Artikel 1</al><al>De verordening is niet bedoeld om formele barrières op te werpen die het
                            verlenen van bijstand aan raadsleden juist bemoeilijkt. Indien het gaat
                            om het verzoek om informatie van feitelijke aard, dan wel inzage in of
                            afschrift van openbare documenten, kan een raadslid contact opnemen met
                            de griffier die het verzoek kan neerleggen bij een ambtenaar uit de
                            reguliere ambtelijke organisatie. Het begrip document wordt hier
                            overigens gebruikt in de betekenis die het in de Wet openbaarheid
                            bestuur heeft. Met openbaar wordt bedoeld openbaar in de zin van de Wet
                            openbaarheid van bestuur. Voor niet openbare documenten wordt een
                            regeling gegeven in de artikel 25, 55 en 86 van de Gemeentewet. Er is
                            voor gekozen de griffier te noemen als centrale functionaris. Het
                            bestaan van het instituut griffie en de ontvlechting van de posities van
                            de raad en het college, die bij de dualisering zijn beslag heeft
                            gekregen, leidt ertoe dat de ambtelijke organisatie parallel ontvlochten
                            wordt. Omdat de griffier geen zeggenschap heeft over de reguliere
                            ambtelijke organisatie zal de secretaris de ambtenaar die de bijstand
                            verleent moeten aanwijzen </al><al>De bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend. Het is niet mogelijk in
                            de verordening hiervoor vaste termijnen op te nemen in verband met de
                            verschillen in aard en omvang van de werkzaamheden voor een verzoek. De
                            griffier ziet er op toe dat er voortgang blijft in het proces.</al><al>Als er over ambtenaren gesproken wordt, worden ambtenaren van de
                            reguliere ambtelijke organisatie bedoeld die onder gezag van het
                            college. </al><al>Artikelen 2 en 3 </al><al>Beoordeling of één van de in artikel 3 genoemde weigeringsgronden zich
                            voordoet vindt in eerste instantie plaats door de gemeentesecretaris als
                            hoofd van de reguliere ambtelijke organisatie. In artikel 4 is
                            aangegeven dat de uiteindelijke beslissing over het niet verlenen van
                            ambtelijke bijstand is voorbehouden aan de burgemeester. Het ligt in de
                            rede dat hij hierover overleg voert met de secretaris en de griffier (en
                            indien nodig ook het betrokken raadslid). Uiteraard kan de raad via de
                            gebruikelijke weg hierover de burgemeester verzoeken verantwoording af
                            te leggen (artikel 180 Gemeentewet).</al><al>Artikel 4</al><al>Ook indien – naar de mening van het raadslid – op onvoldoende wijze aan
                            zijn of haar verzoek om hulp gehoor wordt gegeven kan de zaak aan een
                            hogere instantie worden voorgelegd: de burgemeester is daar gezien zijn
                            eigenstandige positie in het gemeentelijke bestuur de meest aangewezen
                            instantie voor.</al><al>Wel dient het betrokken raadslid of de griffier hierover eerst overleg
                            te voeren met de secretaris.</al><al>Artikel 5 </al><al>Door aan iedere raadslid recht op ambtelijke bijstand door de reguliere
                            ambtelijke organisatie toe te kennen wordt een extra garantie geboden
                            dat dit recht ook geëffectueerd kan worden. </al><al>Artikel 6</al><al>In dit artikel is aangegeven dat het van belang is dat de betrokken
                            portefeuillehouder op de hoogte is van het feit dat bijstand is verleend
                            door onder zijn verantwoordelijkheid functionerende ambtenaren. Gezien
                            de vergroting van de afstand tussen raad en college die met de
                            dualisering is gecreëerd, is het logisch dat desgewenst melding wordt
                            gemaakt van het verschaffen van ambtelijke bijstand. Het college en de
                            secretaris kunnen afspreken in welke gevallen hiervan melding wordt
                            gemaakt.</al><al>Artikel 7</al><al>Indien een raadslid om ambtelijke bijstand verzoekt, moet hij ervan uit
                            kunnen gaan dat de ambtenaar bij het verrichten van die werkzaamheden
                            onafhankelijk opereert van het college. Dit is een gevolg van de door de
                            dualisering tot stand gebrachte ontvlechting van posities. De
                            mogelijkheid wordt dan ook geopend dat een raadslid aangeeft dat een
                            verzoek om ambtelijke bijstand en de inhoud van de verleende bijstand
                            geheim wordt gehouden. Om te verzekeren dat een ambtenaar niet door
                            collegeleden onder druk wordt gezet om toch inlichtingen te verschaffen
                            over het verzoek van een raadslid is in het tweede lid bepaald dat
                            collegeleden zich voor informatie direct tot het betrokken raadslid
                            wenden en niet tot de behandelend ambtenaar. Dit biedt bovendien een
                            extra waarborg voor de onafhankelijke behandeling van een verzoek om
                            ambtelijke bijstand.</al><al>De ambtenaar die ambtelijke bijstand verleent blijft echter wel
                            onderdeel van de reguliere ambtelijke organisatie. Het verlenen van
                            ambtelijke bijstand hoort tot de normale uitoefening van zijn taak.
                            Indien hij dit gedeelte van zijn taak niet goed uitoefent behoudt het
                            college dus de mogelijkheid om de ambtenaar hierop aan te spreken.</al><al><vet>Fractieondersteuning</vet></al><al>Artikel 8</al><al>Fractieondersteuning vindt zijn vorm in een financiële ondersteuning. De
                            hoogte van het budget voor fractieondersteuning zal in de
                            gemeentebegroting moeten worden opgenomen en dus door de raad worden
                            vastgesteld. De fractieondersteuning bestaat uit een vast en een
                            variabel deel. Het vaste deel garandeert dat elke fractie de kans krijgt
                            zich op gelijkwaardig niveau te laten ondersteunen. Omdat grote fracties
                            meer lasten zullen hebben op facilitair gebied is het logisch dat zij
                            voor dergelijke kosten een hogere vergoeding krijgen.</al><al>Artikel 9</al><al>De fracties wordt grotendeels de vrijheid gelaten wat betreft de
                            inhoudelijke besteding van de fractieondersteuning. Minimumvoorwaarde is
                            wel dat de bijdrage besteed wordt aan raadswerkzaamheden. Verder is een
                            aantal doelen genoemd waarvoor de bijdrage niet gebruikt mag worden.
                            Daarmee wordt onder andere voorkomen dat met de bijdrage
                            verkiezingscampagnes worden gefinancierd en dat raadsleden hun eigen
                            vergoeding voor het raadswerk (vastgelegd in het rechtspositiebesluit
                            raads- en commissieleden, dat zijn grondslag vindt in de artikelen 95 en
                            96 van de Gemeentewet) aanvullen met de bijdrage voor
                            fractieondersteuning. Opleidingen voor raads- en commissieleden dienen
                            bekostigd te worden uit het daarvoor beschikbare individuele budget en
                            dientengevolge ook niet uit de bijdrage voor fractieondersteuning.</al><al>Omdat het bij uitstek om politieke ondersteuning gaan kan deze
                            inhoudelijk niet te zeer gedetailleerd geregeld worden.
                            Fractieondersteuning in de vorm van het beschikbaar stellen van
                            gemeenteambtenaren voor de fracties wordt niet wenselijk geacht,
                            aangezien het vaak politiek getinte ondersteuning betreft. Fracties
                            moeten daarom vrij zijn in de keuze van de personen die de fracties
                            eventueel ondersteunen.</al><al>Artikel 10</al><al>De bijdrage wordt als voorschot verstrekt. In een verkiezingsjaar wordt
                            het voorschot in twee gedeelten gesplitst. Het is logisch dat het
                            aangepast wordt aan de nieuwe verhoudingen in de raad. Indien blijkt dat
                            het geld onrechtmatig is besteed kan dit aan het eind van het jaar
                            verrekend worden.</al><al>Artikel 11</al><al>Het spreekt vanzelf dat de bijdrage aangepast zal moeten worden aan
                            veranderde ver<vet>-</vet>houdingen in de raad. De regeling heeft tot
                            gevolg dat fracties die kleiner worden (of geheel verdwijnen) nog over
                            de gehele maand waarin de nieuwe raad voor het eerst vergadert de
                            bijdrage ontvangen. Voor fracties die groter worden (of nieuwe fracties)
                            gaat de bijdrage per diezelfde maand in. Dat betekent dat de totale
                            bijdrage voor fractieondersteuning in een verkiezingsjaar hoger uitvalt
                            dan in andere jaren. Dit is niet te vermijden.</al><al>Bij splitsing van een fractie zal het al eerder verstrekte voorschot
                            direct verrekend moeten worden. Als dat niet zou gebeuren zou een deel
                            van de oorspronkelijke fractie over een te groot voorschot beschikken en
                            zou het andere deel juist helemaal geen voorschot krijgen. Na het
                            kalenderjaar zou dan alsnog verrekend moeten worden. Het is billijker de
                            verrekening in deze gevallen direct te laten plaatsvinden.</al><al> Artikel 12</al><al>De reserve bestaat uit het overschot van voorgaande jaren. Dit bedrag
                            zal niet eindeloos mogen groeien. De reserve is dan ook aan een maximum
                            gebonden (50%).</al><al>Ook met betrekking tot de reserve is het van belang dat goed wordt
                            omgegaan met de splitsing van een fractie. De regeling in het zesde lid
                            regelt dat de reserve naar evenredigheid verdeeld wordt over de nieuw
                            ontstane fracties. Indien een splitsing kort na de verkiezingen
                            plaatsvindt zou een conflict kunnen ontstaan over de verdeling van de
                            reserve. De regeling laat er echter geen twijfel over dat ook in dat
                            geval de reserve verdeeld moet worden. </al><al>Artikel 13</al><al>De controle van het verslag kan worden met de controle op de
                            jaarrekening. Uit het verslag kan naar voren komen dat er een
                            verrekening dient plaats te vinden met het verstrekte voorschot. Indien
                            niet verrekend kan worden, bijvoorbeeld omdat een fractie uit de raad
                            verdwijnt zal de raad het ten onrechte uitgekeerde voorschot kunnen
                            terugvorderen. </al><al>Controle door de accountant is vervangen door een controle van de
                            gemeentelijke afdeling, mede vanwege de geringe omvang van het budget.
                            Het interne controlerapport wordt voorgelegd aan het agendaoverleg
                            (presidium), die de uitgaven definitief vaststelt; dit besluit gaat
                            vervolgens ter kennisneming naar de gemeenteraad. </al><al>Artikel 14</al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al>Vries, 27 november 2007.</al><al>20071127verordening ambtelijke ondersteuning en fractieondersteuning
                        </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>